technische vragen en antw. CDA- RVS Extra budget tijdelijke huisvesting scholen kinderopvang Oosterland (1668953)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Fractie: CDA
Portefeuillehouder: J. van Burg
Onderwerp: RVS Extra budget tijdelijke huisvesting scholen kinderopvang Oosterland (1668953)
1
Vraag
Antwoord
Op welke wijze heeft het college in november 2025 deze aanbesteding in de markt gezet?
Voorafgaand aan de aanbesteding hebben wij met 4 vooraanstaande bedrijven een marktconsultatie georganiseerd om af te tasten of er in de markt belangstelling was voor deze opdracht, op welke wijze wij de aanbesteding het beste in de markt konden zetten en welke aandachtspunten er zijn in een dergelijke aanbesteding, zowel qua proces als inhoud (programma). Voor wat betreft de aanbesteding is er enerzijds sprake van een werk (plaatsing units) en anderzijds sprake van een dienst (huur). De ‘dienst’ huur is volgens Europese richtlijnen en de Aanbestedingswet niet aanbesteding plichting.
2
Zijn er meer aanbieders van dergelijke tijdelijke huisvesting, die nu geen inschrijving hebben gedaan?
De aanbestedingsplicht geldt wel voor de uitvoering van het ‘werk’. Gelet op de omvang van het werk en op basis van de input tijdens de marktconsultatie kozen we voor een meervoudige onderhandse aanbesteding met vier partijen, met als doel de beste prijs/kwaliteitverhouding uit de markt te halen. Volgens het Inkoopbeleid Schouwen-Duiveland is een onderhandse aanbesteding, waarbij 3 tot 5 offertes worden gevraagd, van toepassing op een opdrachtwaarde van € 150.000 tot € 3,0 miljoen, een nationale openbare aanbesteding tussen € 3,0 miljoen en de EU drempel van € 5,4 miljoen en een EUaanbesteding boven de € 5,4 miljoen. Wij konden dus volstaan met genoemde meervoudige onderhandse aanbesteding. We hebben de volgende vier ervaren marktpartijen, die ook deelnamen aan de marktconsultatie, uitgenodigd voor de aanbesteding: De Meeuw Oirschot B.V. Jan Snel B.V. Adapteo B.V. Portakabin B.V. Naast een goede prijs/kwaliteitsverhouding is het ook noodzakelijk dat deelnemende partijen op hele korte termijn kunnen overgaan tot nader ontwerp, productie en plaatsing van de units (inclusief het noodzakelijke installatiewerk), omdat de units voor de Oosterburcht en Kibeo al vanaf 1 juli beschikbaar moeten zijn voor de gebruikers. Deze partijen konden bovendien aantoonbaar ervaring met onderwijshuisvesting en kinderopvang overleggen.
3 4
5 6
Kan het zijn dat sommige van de bij vraag twee genoemde aanbieders onvoldoende zicht hadden op deze aanbesteding? Is overwogen andere aanbieders te attenderen op deze aanbesteding?
Zijn er in onze gemeente of elders in Zeeland aanbieders van dergelijke huisvesting, die nu niet hebben gereageerd op de aanbesteding? Zijn er nog andere locaties op ons eiland waar in de toekomst mogelijk tijdelijke onderwijshuisvesting noodzakelijk is? Zo ja, welke locaties komen hiervoor in aanmerking?
9-feb-26
Er zijn in Nederland meer aanbieders van tijdelijke huisvesting, die nu geen inschrijving konden doen. Aangezien er sprake was van een onderhandse aanbesteding is het mogelijk dat andere aanbieders onvoldoende zicht hadden op deze aanbesteding. Tijdens de marktconsultatie hebben alle vier, onder antwoord 2 genoemde partijen, aangegeven graag deel te nemen aan de aanbesteding. Daarmee hoefden wij niet verder te zoeken naar andere aanbieders en zorgden wij ervoor dat we deskundige partijen selecteerden, die ook nog eens specifieke ervaring hebben met onderwijshuisvesting en kinderopvang. Een onderhandse aanbesteding met vier partijen, voor de omvang van het werk dat wij in de markt hebben gezet, is de gangbare procedure die past in het inkoopbeleid en gebruikelijk is in de markt. Op deze manier blijven de aanbestedingskosten voor de marktpartijen in verhouding staan tot de winstkans van 25%. Zoals eerder in deze beantwoording aangegeven, hebben wij een onderhandse aanbesteding doorlopen, dus zijn andere aanbieders niet in de gelegenheid geweest deel te nemen aan de aanbesteding. Wij sluiten niet uit dat er in de toekomst vaker tijdelijke huisvesting noodzakelijk is. In het kader van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn er een aantal locaties waar grootschalige renovatie aan de orde is. Dan kan tijdelijke huisvesting nodig zijn.
Of en zo ja, hoe vaak, in welke omvang en voor welke periode(s) tijdelijke huisvesting dan van toepassing is, kunnen wij nu nog niet overzien en is grotendeels afhankelijk van de beoogde nieuwe situatie van een school.
6989b9bc22673_TEMP_OPDF6989b9bc22673_TEMP_OPDF
1
TECHNISCHE VRAGEN
Fractie: CDA
Portefeuillehouder: J. van Burg
Onderwerp: RVS Extra budget tijdelijke huisvesting scholen kinderopvang Oosterland (1668953) Vraag
7
Antwoord
Waarom heeft het college gekozen voor de variant van huur in plaats van aanschaf, met daarbij de mogelijkheid van hergebruik en op termijn verkoop?
Voor de nieuwbouw van de scholen/kinderopvang in Nieuwerkerk is hoe dan ook een andere locatie aan de orde en dus geen tijdelijke huisvesting nodig. Tijdens de marktconsultatie hebben alle marktpartijen aangegeven dat het ‘kantelpunt’ voor de aanschaf van units op 4 tot 5 jaar ligt. In Oosterland gaan we uit van tijdelijke huisvesting voor maximaal 2,5 jaar (Oosterburcht en Kibeo) en 1,5 jaar (Oosterburcht). Vandaar de keuze voor huur. Verder is er nog geen concreet zicht op tijdelijke huisvesting elders op Schouwen-Duiveland en willen wij na ‘ontmanteling’ van de tijdelijke huisvesting in Oosterland ook niet geconfronteerd worden met hoge kosten voor opslag van units. Daar komt bij dat de plaatsing van tijdelijke units altijd maatwerk blijft, gelet op de eisen/wensen van de gebruikers en de omvang van de scholen.
8 9 10 11 12
9-feb-26
6989b9bc22673_TEMP_OPDF6989b9bc22673_TEMP_OPDF
2