RVS Verkoop van rijksmonument Huis de Haene Bijlage 8 Toelichting bij kanttekening 1.3
Tekst van het document
Bijlage 8. Toelichting bij kanttekening 1.3 (staatssteun kan wel worden aangenomen) Zoals aangegeven onder kanttekening 1.3 kan de gemeente ook een beroep doen op de vrijstelling dat steun verleend wordt voor cultuur en instandhouding van het erfgoed. Deze vrijstelling is opgenomen in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. De Europese Commissie heeft vrijstellingsverordeningen op grond waarvan steun door de gemeente staatssteunproof kan worden ingericht en waardoor de staatssteun geoorloofd is. De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna ‘AGVV’) is een vrijstellingsverordening, waarin steuncategorieën onder voorwaarden zijn opgenomen die vrijgesteld zijn van de aanmeldingsverplichting (bij de Europese Commissie). Eén van de vrijstellingen van de AGVV (welke verlengd is tot 31 december 2023) waar gebruik van kan worden gemaakt is de in artikel 53 van de AGVV opgenomen vrijstelling dat steun verleend kan worden voor cultuur en instandhouding van het erfgoed. Op grond van artikel 53 lid 2 van de AGVV kan steun worden toegekend voor culturele doelstellingen en activiteiten, waaronder (in lid 2 onder sub b genoemd): materieel erfgoed, waaronder alle vormen van roerend of onroerend cultureel erfgoed en archeologische sites, monumenten, historische locaties en gebouwen (…).
Op grond van artikel 53 lid 3 van de AGVV kan de steun de vorm hebben van investeringssteun of exploitatiesteun. In het onderhavige geval is sprake van investeringssteun. Vervolgens is in artikel 53 lid 4 bepaald wat verstaan wordt onder investeringssteun. Wat investeringssteun betreft, zijn de in aanmerking komende kosten onder andere (genoemd in lid 4 onder sub c) kosten voor bescherming, instandhouding, restauratie en herstel van materieel en immaterieel cultureel erfgoed (…). Artikel 53 lid 6 van de AGVV bepaalt dat in het geval van investeringssteun het steunbedrag niet hoger is dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering. De exploitatiewinst wordt in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten, hetzij vooraf op basis van redelijke prognoses, hetzij via een terugvorderingsmechanisme. Artikel 53 lid 8 van de AGVV bepaalt vervolgens dat voor steun van ten hoogste € 1.000.000,- het maximale steunbedrag aan de hand van de in lid 6 bedoelde methodiek ook mag worden vastgesteld op 80% van de in aanmerking komende kosten. Met de symbolische verkoopprijs ten opzichte van de getaxeerde waarde die hoger is dan de symbolische verkoopprijs en een aantal kosten die de gemeente voor haar rekening neemt, waaronder de kosten voor de ruimtelijke procedure, waarover in het advies meer, verstrekt de gemeente steun.
Uit de begroting (financieel overzicht/exploitatieopzet) die Stichting Burgerweeshuis heeft gemaakt en die als bijlage 5 (vertrouwelijk) bij dit advies is gevoegd, blijkt dat de in aanmerking komende kosten dermate hoog zijn, dat voldaan wordt aan het bepaalde dat het maximale steunbedrag maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten mag bedragen.