CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Vaststellen vGRP 2022-2026 bijlage 2 bijlagen

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) (493761)17.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN Bijlagen - Planperiode 2022 - 2026 ONTWERP VGRP Schouwen-Duiveland 2022-2026 versie 1.1 d.d. 16 november 2021

1

Bijlagen Bijlagen bij vGRP 2022-2026 Schouwen-Duiveland: 1 Verklarende woordenlijst 2 Samenvatting wetten en beleid 2a Wettelijk kader en plaats GRP 2b Visie waterketen Zeeland 3 Evaluatie 4 Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden (DoFeMaMe) 4a DoFeMaMe 4b Toetsing DoFeMaMe 5 Overzicht rioleringsvoorzieningen 5a Overzicht rioleringsvoorzieningen en niet-aangesloten panden 5b Lijst riooloverstorten 6 Middelen en kostendekking 6a Kosten gemeentelijke watertaken 6b Personele middelen 6c Kostendekking

2

BIJLAGE

1

VERKLARENDE WOORDENLIJST AFKORTINGEN

AWZI RWZI

Afvalwaterzuiveringsinrichting Rioolwaterzuiveringsinrichting

BBB

Bergbezinkbassin. Een berg(bezink)voorziening zorgt voor de berging of afscheiding van bezinkbare stoffen uit afvalwater van gemengde stelsels.

BBV

Commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten

BOB

Binnenonderkant van de buis

BRP

Basisrioleringsplan

CUWVO

Commissie Uitvoering Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren

CZV

Chemisch Zuurstofverbruik

DWA

Droogweerafvoer

GRP

Gemeentelijk Rioleringsplan

Ha

Hectare

KRW

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is de Europese richtlijn voor de beoordeling van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in Europa. De KRW is daarmee bepalend voor beleidsvorming en maatregelen in veel Nederlandse wateren.

MTR

Maximaal Toelaatbaar Risico (norm voor fysisch-chemische kwaliteit)

NAP

Normaal Amsterdams Peil: het Nederlands standaard referentievlak voor de hoogteligging

3

POC

Pompovercapaciteit

RIONED

Stichting Platform Buitenriolering Nederland

SSW

Systeemoverzicht Stedelijk Water, de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP). Het SSW beschrijft alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren en de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen

STOWA

Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (kenniscentrum van regionale waterbeheerders in Nederland)

VGS

Verbeterd gescheiden (riool-)stelsel

ZONG

Zeeuwse Overeenkomst Nutsbedrijven en Gemeenten

4

TERMEN EN DEFINITIES

Afvalwater

Verontreinigd water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen.

Afvalwaterstelsel

Stelsel via welke uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd. Ook wel ‘dwastelsel’ genoemd.

Afvalwatersysteem

Het geheel van riolerings-technische en zuiverings-technische werken.

Afvoer

De hoeveelheid water die per tijdseenheid wegstroomt.

Afvoercapaciteit

De hoogste afvoer die een waterloop, riool of kunstwerk kan verwerken.

Basisinspanning

Een theoretische referentiewaarde voor de vuilemissie, door de CUWVO beschreven en gedefinieerd middels de vuilemissie uit een referentiestelsel. Voor zowel bestaande als nieuwe stelsel zijn minimumwaarden voor een aantal karakteristieken, zoals berging, pompovercapaciteit en randvoorzieningen aangegeven.

Bemalingsgebied

Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering is dit het totale gebied dat op het systeem van pompputjes c.q. vacuümputten is aangesloten.

Bergbezinkbassin (BBB)

Vuil-reducerende randvoorziening met zowel een berging als een bezinkfunctie in de vorm van een bak.

Berging

Nuttige inhoud van een rioolstelsel uitgedrukt in de nuttige inhoud (m³) dan wel gerelateerd aan het daarop aangesloten verhard oppervlak (mm).

Debiet

Het vloeistofvolume dat per tijdseenheid door een doorsnede stroomt.

Droogweerafvoer (dwa)

De hoeveelheid afvalwater die in droogweerperioden wordt afgevoerd (exclusief lekwater, zie aldaar).

Dwa-stelsel

Stelsel via welke uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd. Ook wel ‘afvalwaterstelsel’ genoemd.

Dynamische berging

De hoeveelheid water die boven het niveau van de laagste overstortdrempel onderweg is naar het rioolgemaal en ook kan worden afgevoerd door het rioolgemaal.

Effluent

(Gedeeltelijk) gezuiverd water, uitstromend uit een AWZI

5

Gemengd rioolstelsel

Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.

Gescheiden stelsel

Rioolstelsel, waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsel worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater.

Hemelwater

Zie neerslag.

Hoofdrioolgemaal

Eindgemaal meestal in beheer en eigendom van een waterkwaliteitsbeheerder, via welke het rioolwater veelal wordt getransporteerd naar een AWZI.

Huishoudelijk afvalwater

Afvalwater afkomstig van huishoudens.

Industrieel afvalwater

Afvalwater afkomstig van industrieën of bedrijven.

Maaiveld

De hoogte van het grondoppervlak.

Mechanische riolering

Rioleringssysteem waarbij door onderdruk (vacuümriolering) of overdruk (drukriolering) het afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd. In het algemeen een vorm van een dwa – stelsel (geen hemelwater).

Neerslag

De massa waterdeeltjes, zowel vloeibaar als vast, die vanuit de atmosfeer het aardoppervlak bereikt. Aangezien de dichtheid van water nagenoeg 1 is, is de massa equivalent met het volume: 1kg is equivalent met 10³ m³.

Nooduitlaat

Voorziening voor het lozen van afvalwater bij calamiteiten.

Overstort

Voorziening door middel waarvan bij regen het teveel aan rioolwater (hemelwater al of niet vermengd met afvalwater) dat niet in het stelsel wordt geborgen, kan worden geloosd op oppervlaktewater.

Overstorting

Een ononderbroken lozing uit een overstort.

Riolering

Het geheel aan voorzieningen (huis- en kolkaansluitingen, de rioolgemalen en de transportleidingen) bedoeld voor de inzameling en transport van afvalwater.

6

Randvoorziening

Een tot de riolering behorende, op reductie van de vuilemissie gerichte, voorziening in of achter een rioolstelsel (veelal ter plaatse van een overstort).

Regenweerafvoer (RWA)

Het totale debiet dat bij regen door het rioolstelsel kan worden verwerkt (dus inclusief de droogweerafvoer).

Regenwaterstelsel

Rioolstelsel door middel waarvan uitsluitend hemelwater wordt ingezameld en afgevoerd (ook wel rwa-stelsel).

Rioolstelsel

Stelsel van buizen waardoor afvalwater en voor zover van toepassing regenwater afgevoerd wordt.

TEWOR-toets

Toets voor de beoordeling van effecten van riooloverstorten op het oppervlaktewater. De effecten worden uitgedrukt in een Teworscore van 0 tot 10 waarin de daling van het zuurstofgehalte en de duur van een onderschrijding van 3 mg/l is opgenomen. Een hoge score duidt op een knelpunt en een hoge prioriteit voor sanering.

Verbeterd gescheiden

Gescheiden rioolstelsel waarbij het eerst afstromende en verontreinigde regenwater

stelsel (VGS)

via een rioolgemaal wordt afgevoerd. Pas na vulling van de regenwaterriolering stort het relatief schone hemelwater over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van onjuiste afvoeren op het rwa – stelsel wordt ook beperkt.

Verhard oppervlak

Alle verhard oppervlakken, zoals bestrating, daken, kassen ect., waarvan het hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering en /of oppervlaktewater.

Verloren berging

De berging in het rioolstelsel die niet beschikbaar is door de aanwezigheid van stagnant water.

VIS-riool

Vuilinsluitend riool. Riool waarbij het vuile water wordt ingesloten en niet meer tot overstorting kan komen. Een VIS-riool heeft een emissie-reducerende werking (zie ook randvoorziening).

Vuilwaterstelsel

Rioolstelsel voor de inzameling en het transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag.

Wadi

Een wadi is een laaggelegen gebied waar het regenwater zich bij overvloedige regenval kan verzamelen, en dat zo dienstdoet als een buffer om overbelasting van het waterafvoernetwerk en overstroming te vermijden. Een wadi staat een groot deel van de tijd droog is vaak begroeid met gras of kruiden. Het water kan in de bodem infiltreren of via een (drainage) voorziening vertraagd naar oppervlaktewater worden afgevoerd

7

Waterkwaliteitsspoor

Toetsing waarbij de kwaliteit van het oppervlaktewater als maat wordt gehanteerd. De effecten van riooloverstorten op de waterkwaliteit worden daarbij bepaald en de benodigde maatregelen om aan de gewenste waterkwaliteit te voldoen.

Water-op-straat

Het verschijnsel waarbij enige tijd water op straat blijft staan ten gevolge van hevige regenval.

Wateroverlast

Een niet direct levensbedreigende situatie veroorzaakt door extreme neerslag of hoge rivierafvoeren waarbij vernatting aan gebouwen, gewassen en bouwwerken.

Watertoets

Een integrale toets op alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook waterkwaliteit en verdroging) waarna, afhankelijk van de locatie, een bestuurlijke afweging van toelaatbaar grondgebruik (bestemming) plaats vindt.

8

Bijlage

2a

Wettelijk kader & plaats vGRP Europees Kaderrichtlijn water (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was.

Nationaal Waterwet De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Door de Waterwet zijn Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning. Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot.

9

Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvovergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Waterschap of de Provincie zijn. Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: • Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; • Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; • Stoffen in zee brengen; • Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); • Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); • Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; • Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; • Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; • Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.

Wet milieubeheer De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op water-gerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast water-gerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.

Zorgplichten afvalwater, hemelwater & grondwater Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet

10

ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk.

Lozingenbesluit afvalwater Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is.

Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door bedrijven als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de

11

voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het t.b.v. ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunning plichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: •

• • • • • •

VROM wetten o Woningwet (bouwvergunning) o Gebruiksbesluit (vergunning/melding) o Wet milieubeheer (milieuvergunning, meldingsplicht) o Wet ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) Monumentenwet (monumenten vergunning) Mijnbouwwet (mijnbouwmilieuvergunning) Wet verontreiniging oppervlaktewateren (indirecte lozingen) Flora en faunawet (ontheffing) Natuurbeschermingswet (handelingen in beschermd natuurgebied, gevolgen habitat/soort) Provinciale en gemeentelijke verordeningen (kap, sloop-, aanlegvergunningen e.d.)

Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (2008) Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie-uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster.

Basisregistratie ondergrond Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Bedrijven en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van

12

TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.

Wet op de lijkbezorging (1991) In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.

In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven.

Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 20162021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebied-beheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems.

Bestuursakkoord water (2011) In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. De

13

ambitie is om vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro te besparen op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector Cybersecurity binnen de watersector Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Implementatie Omgevingswet in de waterketen.

Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie.

Deltaplan ruimtelijke adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen.

Omgevingswet De Omgevingswet is een integrale wet die de kwaliteit van de leefomgeving borgt en tegelijkertijd ontwikkeling stimuleert. Sleutelbegrippen in de toepassing van de wet zijn eenvoud & efficiency, (integrale) samenwerking, regionaal maatwerk en verbinding naar externe partners.

Drinkwaterwet & drinkwaterbesluit De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. Bronnen: www.infomil.nl www.helpdeskwater.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl

14

Plaats van het vGRP Inleiding Navolgend wordt ingegaan op de plaats van dit vGRP ten opzichte van wettelijke kaders en beleidsdocumenten. We beschrijven de kaders die invloed hebben op dit vGRP, zoals de Waterwet en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Daarnaast gaan we in op het coalitieakkoord en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA), die beide in meer of mindere mate richting geven aan dit vGRP. Daarnaast beschrijven we de beleidsdocumenten waar dit vGRP invloed op heeft, zoals afvalwater- en hemelwaterverordeningen en het Programma van Eisen. De Omgevingswet heeft een bijzondere plek in dit hoofdstuk: die vormt een kader voor dit vGRP, terwijl dit vGRP tegelijkertijd ook input is voor de uitwerking van de Omgevingswet in de vorm van het Omgevingsplan. Onderstaande schema is een weergave van de plaats van dit vGRP in de voornoemd beschreven wettelijke- en beleidskaders. Het schema geeft ook een overzicht van de subhoofdstukken in dit hoofdstuk.

Figuur B1-1: vGRP: de plaats in de wettelijke- en beleidskaders

15

Verantwoordelijkheden in het waterbeheer

Rijksoverheid De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen. Daarnaast is het Rijk verantwoordelijk voor de normen voor waterveiligheid van de primaire waterkeringen. Dit zijn dijken en duinen die het land beschermen tegen water uit zee en de grote rivieren. De Provincie Zeeland De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen. Voor een deel van het waterbeheer heeft de provincie operationele taken. Bijvoorbeeld bij de verwijdering van grondwater uit de bodem. Het beheer van de grondwaterkwaliteit ligt volgens de Wet Bodembescherming ook bij de provincie. Waterschap Scheldestromen Het waterschap stelt beheerplannen op voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit van de wateren in hun beheersgebied. Verder zorgt het waterschap voor het transport en zuivering van afvalwater van bedrijven en huishoudens. Ook is het waterschap verantwoordelijk voor de regionale waterkeringen. Deze beschermen het land bijvoorbeeld tegen water vanuit de zee en kanalen. Gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het grondwater in stedelijk gebied. Ook zorgt de gemeente voor het inzamelen en de afvoer van afvalwater en overtollig regenwater via de riolering.

In dit kader vormt het taakveld riolering en stedelijk water een verbindende functie tussen de voornoemde stakeholders de gemeentelijke planvormers (ruimtelijk ordening, programmering) en de burger. Samenwerking Waterschap en Gemeenten Waterschap en Gemeenten zijn volgens de Waterwet verplicht tot samenwerking om te komen tot integraal waterbeheer. Bij de afstemming van taken gaat het in ieder geval om het beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater. Daarnaast is er afstemming over o.a. het vormgeven van de zorgplichten voor hemel- en grondwater, optimalisatie van de afvalwaterketen, waterkwaliteitsmaatregelen en over het opstellen van waterregels bij nieuwbouw (de watertoets).

16

De waterwet geeft een wettelijk kader In de Waterwet is een aantal ‘oude’ wetten gewijzigd of aangevuld, waaronder de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet op de waterhuishouding. De zorgplichten van de gemeente zijn verbreed en uitgewerkt. Gemeenten hebben de zorgtaak voor: a. Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. b. Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. c. Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Sinds 2009 de Waterwet is er sprake van de verbrede rioolheffing voor de bekostiging van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten. Die zorgt ervoor dat ook kosten die voortvloeien uit de aanleg en het beheer van voorzieningen voor hemelwater en grondwater uit de rioolheffing betaald mogen worden. De gemeentelijke belastingen behoren tot de algemene middelen van de gemeente en zijn vrij besteedbaar, in tegenstelling tot de doelheffingen zoals de rioolheffing, waarbij de opbrengst besteed moet worden aan een voorgeschreven doel.

Anders dan bij bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB) mogen de opbrengsten van de rioolheffing maar aan één doel worden uitgegeven, namelijk: de gemeentelijke watertaken. Dit was voorheen zo en is ongewijzigd gebleven in de Waterwet. Ook na in werking treden van de Omgevingswet zal deze restrictie niet wijzigen. De Waterwet heeft dus twee belangrijke consequenties voor dit vGRP: de gemeentelijk zorgplichten spelen een belangrijke rol en er geldt een verplichting de inkomsten uit de rioolheffing alleen te besteden aan de zorgplichten (bestemmingsheffing). Alle maatregelen die we voorstellen in dit vGRP dragen bij aan het vervullen van één of meerdere zorgplichten. De waterwet zegt ook dat gemeenten en waterschappen samen moeten werken aan een doelmatig waterbeheer.

Besluit lozen buiten inrichtingen heeft gevolgen voor het vGRP Volgens de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) overstorten worden uitgezonderd van heffingsbetaling aan het waterschap. De overstortvergunning is hiermee vervallen. De algemene regel is dat een overstort moet zijn opgenomen in het GRP. In dit vGRP is een overzicht opgenomen van alle (kenmerken van) overstorten en bergbezinkvoorzieningen in de gemeente

17

Voorsorteren op de omgevingswet In 2022 wordt de Omgevingswet naar verwachting van kracht1. Deze wet heeft als doel om de regelgeving voor initiatiefnemers van ruimtelijke projecten te vereenvoudigen en stelt participatie door belanghebbenden verplicht. Belangrijke uitgangspunt is de “één-overheidgedachte” en het beschikbaar stellen van alle regels en besluiten via het Digitale Omgevings Bestand (DOB). Onderstaande figuur geeft hiervan een beknopt overzicht. Gemeentes zijn verplicht om één integrale visie op te stellen voor alle beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving, zoals natuur, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Op basis van de opgestelde omgevingsvisie stellen gemeentes uitvoeringsprogramma’s en een omgevingsplan op. Samenwerken, participatie en integraal werken zijn belangrijke pijlers onder de nieuwe wet. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor het Rijk, de provincie en de gemeente. Het Rijk maakt een nationale omgevingsvisie, de provincie een provinciale omgevingsvisie en de gemeente een gemeentelijke omgevingsvisie. De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van een gemeente, waterschap of provincie.

De verantwoordelijkheden en omgevingsvisies van andere bestuursorganen maken daarmee deel uit van de context van de zelf op te stellen omgevingsvisie. Goede samenwerking, afstemming en verbinding is dus van groot belang. Omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma is een instrument voor beleidsontwikkeling. Door middel van het programma kunnen bijvoorbeeld doelen uit de Omgevingsvisie nader worden ingevuld. In een programma wordt bepaal wat, hoe, wanneer en met welke middelen een bepaald beleidsdoel wordt bereikt. Dit kan een programma voor de hele gemeente zijn of voor een specifiek gebied (bijvoorbeeld de gemeentelijke watertaken). Een programma is in principe alleen zelfbindend. Omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente bevat de regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. Elke gemeente stelt één omgevingsplan op waarin alle gemeentelijke regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels kunnen dus onder andere worden gesteld voor activiteiten.

Omgevingsvergunning Veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. De Omgevingsvergunning toetst vooraf op basis van de regels of de initiatieven mogelijk zijn. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket de vergunning krijgen.

1 Op 1 april 2020 heeft de minister van Milieu en Wonen aangekondigd dat de invoering van de

Omgevingswet, op 1 januari 2021, uitgesteld zal worden. Op het moment van schrijven (voorjaar 2020) is nog niet bekend wanneer de wet daadwerkelijk in werking treedt, maar de verwachting is 1 januari 2022.

18

Door de vergunningverlening zo eenvoudig mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang. De reguliere termijn is straks acht weken. Complexe activiteiten worden bij AMvB aangewezen en volgen een langere procedure. De omgevingsvisie en dit vGRP De komst van de Omgevingswet betekent dat de planverplichting voor het opstellen van een vGRP verdwijnt. De drie waterzorgplichten blijven echter bestaan, net als de verplichting om de financiën te verantwoorden. Die onderwerpen krijgen een plaats in de omgevingsvisie, de financiën krijgen een plaats in het programma dat gemeentes verplicht zijn op te stellen (voorlopig uiterlijk gereed op 1 januari 2024, zie voetnoot). Op het gebied van water dient in de Omgevingsvisie namelijk ten minste de visie op de (drie) gemeentelijke watertaken beschreven te worden. De uitvoering wordt concreet gemaakt in het uitvoeringsprogramma Water- en rioleringsprogramma, terwijl in het omgevingsplan alle relevante gemeentelijke verordeningen Figuur A2-2 Schematische weergave van de verhouding tussen het samengevoegd worden. De huidige VGRP en de toekomstige situatie onder de Omgevingswet figuur hiernaast is een schematisch overzicht van bovenstaande. Vooruitlopend op de overgang naar de Omgevingswet hebben we dit vGRP zo ingedeeld dat de onderdelen daarvan als input kunnen dienen voor de nieuwe planvormen (Omgevingsvisie, plan en programma).

Voor de Omgevingsvisie die ziet op huidige en toekomstige functies van de leefomgeving zijn (lange termijn) opgaven de basis. In dit vGRP beschouwen we de huidige situatie en focussen we ons op de eerste stappen die we binnen de looptijd van het vGRP kunnen zetten richting de lange termijn doelen. Tevens sorteren we voor op de overgang naar de Omgevingswet, met zijn integrale karakter, door verschillende domeinen binnen de gemeentelijke organisatie (Ruimte & Economie, Advies) en het Waterschap te betrekken in de totstandkoming van dit vGRP. We kijken hoe we onze individuele belangen, die samenhangen met de zorgplichten, kunnen versterken om zo bij te dragen aan de ambities in dit vGRP. Input vanuit het taakveld Riolering is belangrijk voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. Daarom borgen wij dat de verweving van het vGRP met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Uitvoeringsprogramma plaatsvindt in een separaat proces. Door middel van een jaarlijks evaluatie-/voortgangsoverleg dat wordt geïnitieerd vanuit het vakteam Beheer Openbare ruimte, asset riolering wordt invulling gegeven aan de monitoring van de programma’s en wordt er (over en weer) input geleverd voor actualisaties.

De planning is enerzijds afhankelijk van de binnen de gemeente gehanteerde overall planning en anderzijds van het uitstel van de Omgevingswet (op Rijksniveau) en de hieraan gerelateerde planning en deadlines 2.

2 Vooralsnog is de uiterste datum voor het gereed hebben van de Omgevingsvisie 1 januari

2024.

19

Wettelijk kader overgang vGRP naar Omgevingswet De gemeenteraad zorgt voor de kaders voor en controle van een goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Met de planvormen onder de Omgevingswet (omgevingsvisie, programma en -plan) stelt de gemeenteraad ambitieniveau, regels en de werkwijze van de gemeente vast, en ook hoe deze tegen de laatste maatschappelijke kosten te realiseren. De raad maakt keuzes die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de rioolheffing. Onder de Omgevingswet onderbouwt het gemeentelijk rioleringsprogramma de rioolheffing. Dat maakt financieel toezicht door de Provincie mogelijk. Het gemeentelijk rioleringsplan moet op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad worden vastgesteld. De Tweede Kamer heeft op 1 juli 2015 ingestemd met de voorgestelde Omgevingswet, waarin het gemeentelijk rioleringsplan overgeheveld wordt naar artikel 3.14 van de Omgevingswet als facultatief programma dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft ervoor gekozen om nog éénmaal een vGRP vast te stellen voor de periode 2022-2026.

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft input In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) toegevoegd aan het Nationale Deltaprogramma. Dit DPRA heeft als doel: een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het plan is ingevuld voor de komende zes jaar en voor de zes jaar daarna op hoofdlijnen. Het biedt ook een doorkijk tot 2050. Dit plan betekent dat vanaf 2020 bij iedere ruimtelijke ingreep rekening wordt gehouden met weersextremen. Het DPRA richt zich op vier thema’s: wateroverlast, hittestress, overstroming en droogte. Om op die thema’s een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te verwezenlijken, werkt het DPRA met zeven ambities: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten

Figuur A2-3: De zeven ambities van het DPRA - Bron: Deltacommissaris.nl

20

Bijlage

2b

Visie waterketen Zeeland

21

22

23

Bijlage

3

Evaluatie

24

Thema

toelichting

status 2021

1 Van inspanning naar prestatie kost relatief veel inspanning en Loopt voorbereiding vooraf

toelichting

actie/aanbevelingen 2022-2026 

prestatiecontracten voortzetten. Pilot project jaarlijks Het pilotproject 'van reiniging naar renovatie' loopt naar volle tevredenheid evalueren om tijdig bij te sturen indien nodig. van zowel gemeente als aannemer. In mei 2019 is contract met aannemer met 2 jaar verlengd.

2 Taakafbakening tussen gemeente en particulier

Onvoldoende prioriteit en geen Nota grondwater is opgesteld. Een nota grondwater is opgesteld, die urgente problemen met kan worden geïntegreerd in het grondwater. Omgevingsplan.

In 2022 zal vervolg worden gegeven aan een motie van de gemeenteraad om: •De mogelijkheden te onderzoeken om de bewustwording en initiatieven van inwoners te vergroten; •Te onderzoeken in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om dit te combineren met activiteiten op het gebied van de energiestrategie en de transitievisie warmte; •Te onderzoeken welke kosten daarmee gemoeid zijn;

3 Meten aan de riolering

Conform plan

Analyse van de meetdata vindt nog onvoldoende plaats.

Onderzoeken op welke wijze meetdata het beste kan worden ingezet om het beheer van de gemalen te verbeteren.

4 Wateroverlast door klimaatverandering

In SAZ+ verband aangehaakt, implementatie in projecten planning 2017 opgestart

Zodra ergens een rioolvervanging of herstraatwerkzaamheden zijn, wordt meteen klimaatadaptieve maatregelen getroffen.

Klimaatadaptatie is een bestuurlijk speerpunt. Veel kan worden meegenomen met bestaande onderhouds- of verbeteringswerkzaamheden. Onderzoeken of subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen door particulier een mogelijkheid. Per kern de knelpunten in beeld brengen niet kunnen wachten tot regulier onderhoudswerkzaamheden.

5 OAS Westerschouwen

Investeringskosten wordt Loopt voortzetten stelselmatig te hoog geraamd, door het toepassen van globale kostenkengetallen. Loopt voortzetten Fase A afgerond. Modelstudie Uitvoering geven aan de resultaten voor 2020-2027 opgestart in 2019 Communicatief en juridisch Loopt Er is geen reden om strategie aan te Lange termijn vervangingsplan maken. ingewikkeld passen en budget is voldoende en naar verwachting ook voor de komende jaren.

 Loopt, maar analyse van meetdata moet nog starten.

6 Binnenstad Zierikzee

 

BIJLAGE 3

EVALUATIE GEMEENTELIJKE RIOLERINGSPLAN 2015-2019 EN VERLENGING VOOR 2020 EN 2021

1

Thema

toelichting

status 2021

toelichting

actie/aanbevelingen 2022-2026

7 Waterkwaliteit

relatie met waterplan

Loopt

Er is nu geen waterplan meer. Hieraan Waterplan integreren in Omgevingsplan. is wel behoefte en wachten tot omgevingsplan vastgesteld is.

7 Waterkwaliteit

streven = 1% / jaar is losgelaten. Alleen afkoppelen als het doelmatig is. Hemelwaterverordening opgesteld. Er zijn nog geen gebieden aangewezen.

 Alleen afkoppelen als dit doelmatig is.  Er zijn nog geen gebieden aangewezen Aangewezen gebieden duidelijk communiceren. omdat het tot op heden nog steeds gelukt om de maatregelen in goed overleg met bewoners en eigenaren uit te voeren.  8 Communicatie

vooral nog op projectniveau

hoofdzakelijk nog op projectniveau

Er is een pilot geweest in Bruinisse (wijk Oranjedok). Komende periode bestaat uit het voeren van een risicodialoog met de burgers in het kader van de klimaatstresstest.

9 Beheersysteem

gebrek aan personele middellen, inzet is pro-actief beheer

10 Financiën

door capaciteitsgebrek uitgesteld Hierdoor achterstand in beheersysteem en kunnen meetgegevens niet worden geanalyseerd.

Achterstand blijft een probleem en blijkt omvangrijker dan eerst gedacht. Aannemer uit pilot 'van reinigen naar renovatie' (zie thema 1), verwerkt de revisie in beheersysteem van de uitgevoerde renovaties. Overige werkzaamheden m.b.t. beheersysteem wordt verzorgt door de leverancier van dit beheersysteem. Onderzoek is niet verder Onvoldoende capaciteit. opgepakt. In het kader van het opstellen van een Systeemoverzicht Stedelijk Water voor binnenstad Zierikzee en Malta zijn de meetgegevens voor deze gebieden geanalyseerd. Hiervoor is een extern bureau ingehuurd.

Communicatiestrategie opstellen samen met afdeling strategie.

11 Personele middelen

BIJLAGE 3

Door gericht uitbesteden achterstand wegwerken en vervolgens borgen in de organisatie dat het op orde wordt gehouden.

 Onderzoek weer op starten en afronden.  Het tijdelijk inhuren van extra capaciteit om achterstand weg te werken en afhankelijk van beheersvraagstuk aantal fte opnieuw beoordelen in 2026.

EVALUATIE GEMEENTELIJKE RIOLERINGSPLAN 2015-2019 EN VERLENGING VOOR 2020 EN 2021

2

Bijlage

4

Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (DoFeMaMe) 4a Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden 4b Toetsing doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden

25

4a Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden

26

Doelen

A B C D E

Het doelmatige inzamelen van het stedelijke afvalwater Het doelmatig transporteren van het stedelijke afvalwater Het doelmatige inzamelen van het regenwater (daar waar de perceelseigenaar redelijkerwijs niet in staat is dit zelf te doen) Het doelmatig verwerken van het ingezamelde regenwater Voorkomen dat het grondwater de bestemming van een gebied structureel belemmert

Doelen

Functionele eisen

A

Volgnummer 1

B

2

3

C

4

5

BIJLAGE 3

Maatstaven

Meetmethoden

a) Op 1 januari 2027 zijn alle panden aangesloten Registratie van percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering, behalve waar lokale behandeling op de riolering en geen eigen zuivering hebben. doelmatiger is. b) Alle panden in kwetsbaar gebied zijn aangesloten op de riolering. c) De panden waarbij lokale behandeling Aanwezigheid van een ontheffingsvergunning van de doelmatiger is, dient de eigenaar zelf voor een zorgplicht van de provincie. voorziening te zorgen (smalle zorgplicht). De gemeente beschikt voor deze panden over een ontheffingsvergunning van de zorgplicht van de provincie. De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om bij droog Uitgaande van 10 l/inw/uur en alle afvalwater van Hydraulische ontwerpberekeningen en metingen aan weer het aanbod van afvalwater te kunnen verwerken. grootverbruikers (>5 m3 per dag) mag de maximale de riolering, zoals door niveau en debietmetingen bij vullingsgraad van het stelsel niet meer dan 15% gemalen, klachten en meldingen bedragen bij gemengde stelsel of niet meer dan 50% bij vuilwaterstelsels. Het afvalwater dient zonder overmatig aanrotting de De ledigingstijd van het stelsel bedraagt maximaal 10 Hydraulische ontwerpberekeningen en metingen aan zuiveringsinrichting te bereiken. tot 15 uur. Indien het stelsel een randvoorziening heeft de riolering, zoals door niveaumetingen en draaiuren maximaal 20 uur. gemalen.

Het overtollige hemelwater van alle percelen dient De percelen waar men zich wil ontdoen van overtollig Registratie van de nog niet op de riolering aangesloten rechtstreeks te worden afgevoerd naar hemelwater die niet grenzen aan oppervlaktewater of percelen waar men zich van het overtollige hemelwater oppervlaktewater of te worden geïnfiltreerd in de in een gebied bevinden waar infiltratie mogelijk is, en grondwater wil ontdoen en niet direct kan lozen op bodem. Indien dit niet mogelijk is, zorgt de gemeente worden voorzien van een aansluiting op de riolering. oppervlaktewater of in de bodem. voor voorzieningen in openbaar gebied. De instroming van hemelwater naar de riolen via de Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn. Waarneming en klachten. kolken dient ongehinderd plaats te vinden. Alle percelen en woonschepen op het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling doelmatiger is.

DOELEN, FUNCTIONELE EISEN, MAATSTAVEN EN MEETMETHODEN

1

Doelen E

Volgnummer 6

7

8

9 10

BIJLAGE 3

Functionele eisen

Maatstaven

Overtollig grondwater dient de bestemming van een gebied niet structureel te belemmeren, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap en de provincie behoort.

a) Grondwaterstand is structureel te hoog als de a) Klachtenregistratie en peilbuizenregistratie over grondwaterstand in minimaal 3 jaar in een periode van een periode van minimaal 8 jaar. 5 jaar, langer dan 30 aaneengesloten dagen per jaar, minder dan 50 cm onder maaiveld ligt.

Het overtollige grondwater van alle percelen dient rechtstreeks te worden afgevoerd naar oppervlaktewater of te worden geïnfiltreerd in de bodem. Indien dit niet mogelijk is, zorgt de gemeente voor voorzieningen in openbaar gebied. De objecten van de grondwatermeetnetten moeten in goede staat zijn. De objecten ten behoeve van afvoer grondwater moeten in goede staat zijn. De beheergegevens van voorzieningen die zijn aangelegd vanaf 2014 voor het inzamelen van grondwater zijn betrouwbaar.

Meetmethoden

b) Bij recent aangelegde gebieden (aangelegd vanaf b) Klachtenregistratie en/of peilbuisregistratie, 2015) en bij nieuwe plannen is de grondwaterstand eventueel gecombineerd met grondwatermodellering. structureel te hoog als de grondwaterstand in minimaal 3 jaar in een periode van 5 jaar, langer dan 30 aaneengesloten dagen per jaar, minder dan 70 cm onder maaiveld ligt. c) Grondwaterstand is structureel te laag als c) Klachtenregistratie en peilbuizenregistratie over tenminste gedurende 3 jaren in een periode van 5 jaar, een periode van minimaal 8 jaar. langer dan 30 dagen per jaar (cucmulatief) lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Het criterium kan worden aangepast als de informatie over de actuele staat van de funderingen bekend is. Als (zolang) de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 m als signaleringswaarde gebruikt. d) De gemeente neemt de regierol bij klachten over d) Procedures, registratie van meldingen en structurele grondwateroverlast (grondwaterloket). klachten.

De percelen waar men zich wil ontdoen van overtollig Registratie van de nog niet op daarvoor bestemde grondwater die niet grenzen aan oppervlaktewater of in voorzieningen aangesloten percelen waar men zich een gebied bevinden waar infiltratie mogelijk is, van het grondwater wil ontdoen en niet direct kan lozen worden voorzien van een aansluiting op een daarvoor op oppervlaktewater of in de bodem. aangewezen voorziening. De grondwaterstanden dienen opgenomen te kunnen Visuele inspectie en controle gemeten waarden. worden en de gemeten waarden dienen betrouwbaar te zijn. De drainerende functie mag niet belemmerd worden Klachten en meldingen. door slib en verstoppingen. Het verwerken van revisiegegevens dient te Waarneming. geschieden binnen 30 werkdagen.

DOELEN, FUNCTIONELE EISEN, MAATSTAVEN EN MEETMETHODEN

2

Doelen A, B

Volgnummer 11

C, D

12

13

A, B, C, D

14 15

16

BIJLAGE 3

Functionele eisen

Maatstaven

De vuiluitworp uit rioolstelsels dient beperkt te zijn.

a) De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet a) Tienjarige reeksberekeningen volgens de gemeente breed kleiner of gelijk zijn aan de vuiluitworp Leidraad riolering. Vermenigvuldigen van de van het referentie-stelsel volgens de eenduidige overstortvolumes met de vuilconcentratie. basisinspanning van de CIW. Vuiluitworp mag Meten aan de riolering door middel van maximaal 50 kg CZV per jaar per hectare bedragen. overstortregistratie.

De vuiluitworp door regenwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn

b) De vuiluitworp mag de doelstelling voor oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen. a) De aanleg van verbeterd gescheiden stelsels of een gescheiden stelsel met vergelijkbare vuiluitworp. Foutieve aansluitingen zijn tot een minimum beperkt.

b) De vuiluitworp mag de doelstelling voor oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen. Bij herstructurering en rioolvervanging worden de Maken van een kostenafweging ten opzichte van het wegen en daken waar mogelijk en doelmatig effect van een maatregel. Richtlijnen hiervoor liggen afgekoppeld. vast in de beheer- een ontwerpfilosofie of afkoppelvisie. Er dienen geen ongewenste lozingen op de riolering Er dienen geen overtredingen te zijn van de plaats te vinden. lozingsvoorwaarden conform de Wet Milieubeheer. Het voorkomen van het intreden van oppervlaktewater De overstortdrempel dient minimaal 0,20 m boven het in het rioolstelsel. streefpeil van het oppervlaktewater te liggen.

Meetmethoden

b) Meting van oppervlaktewaterkwaliteit (eventueel door derden uit te voeren) a) Het regenwaterstelsel van een verbeterd gescheiden rioolstelsel heeft een inhoud van 4 mm. De afvoer naar de zuivering bedraagt 0,3 mm/uur. Controle op foutieve aansluitingen. b) Meting van oppervlaktewaterkwaliteit Conform de richtlijnen in de beheer- en ontwerpfilosofie of afkoppelvisie.

Controle, handhaving en registratie.

Waarneming en inspectie. Metingen aan de riolering en oppervlaktewater met behulp van niveausensoren. Controle van ontwerptekeningen. a) Water op straat mag niet meer dan eenmaal per a) Waarneming en klachtregistratie. De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om wateroverlast te voorkomen, uitgezonderd in bepaalde 2 jaar voorkomen. buitengewone omstandigheden. b) Bestaande stelsels worden regelmatig theoretisch b) Hydraulische berekening volgens Kennisbank getoetst op een bui 08 uit de Kennisbank Stedelijke Stedelijk Water van Stichting RIONED. Water van Stichting RIONED (ontwerpbui met een herhalingstijd van 1x per 2 jaar). Vanaf 2022 zullen systemen worden getoetst op basis van de aangepaste toetsingsnorm. c) Ontwerpen van nieuwe stelsels worden getoetst c) Hydraulische berekening volgens Kennisbank op minimaal een composietbui T=1 uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. Stedelijk Water van Stichting RIONED of conform beheer- en ontwerpfilosofie.

DOELEN, FUNCTIONELE EISEN, MAATSTAVEN EN MEETMETHODEN

3

Doelen A, B, C, D

Volgnummer 17

Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Het rioolstelsel moet klimaatbestendig zijn.

Water op straat mag niet tot schade leiden, uitgezonderd in uitzonderlijke situaties.

18

De objecten moeten in goede staat zijn.

a) Hydraulische berekeningen met simulatie van de stroming van water over straat, conform handreiking SAZ+. b) Waarnemingen en klachtenregistratie. Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2.

19

De afstroming dient gewaarborgd te zijn.

20

De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodat de hoeveelheid in- en uittredend rioolwater beperkt blijft.

Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit mogen niet voorkomen. a) Ingrijpmaatstaven voor afstroming, conform a) Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2, mogen niet voorkomen. NEN-EN 13508-2. b) Alle inslagpeilen van de gemalen moeten onder b) Waarneming. de bok van het inkomend riool liggen. c) Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij de c) Waarneming. ontvangende gemalen uitkomen. d) Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. d) Waarneming. e) Maximaal 5% verloren berging. e) Bergingsberekening. Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. voorkomen. a) Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid volgens a) Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508NEN 3398 mogen niet voorkomen. 2.

21

22

23 24

25

BIJLAGE 3

b) Het lekverlies bij afpersen van nieuwe riolen mag b) Waterdichtheid beproeving voor nieuwe riolen niet te groot zijn. volgens standaardbepalingen RAW-systematiek 25.17.01 (vrijverval) en 25.17.02 (druk). a) Het aantal storingen dient kleiner te zijn dan a) Registratie van optreden van storingen. De bedrijfszekerheid van de gemalen en andere objecten dient in voldoende mate gewaarborgd te zijn. éénmaal per gemaal per twee jaar.

De riolering dient zodanig te worden ont- en belucht dat overlast door stank wordt voorkomen. De beheergegevens van de voorzieningen voor het inzamelen van afvalwater en regenwater zijn betrouwbaar. Er dient inzicht te zijn in de toestand van het functioneren van de riolering.

b) Storingen dienen binnen 1-12 uur na signalering b) Registratie van optreden van storingen. te worden verholpen, afhankelijk van de prioriteit van het gemaal. c) Gemalen dienen van een storingsmelding te zijn c) Waarneming voorzien. d) Gemalen in een district met overstorten dienen te d) Waarneming zijn voorzien van een reservepomp. Geen constatering van overlast door stank. Registratie van klachten over stank. a) Het verwerken van revisiegegevens dient te geschieden binnen 30 werkdagen.

Waarneming en registratie van betrouwbaarheid van de beheergegevens

a) Directe beschikbaarheid en toegankelijkheid van Waarneming. alle rioleringsgegevens. b) Door middel van putinspecties wordt bepaald, Waarneming. waar nader inspectie van de rioolbuis nodig is.

DOELEN, FUNCTIONELE EISEN, MAATSTAVEN EN MEETMETHODEN

4

Doelen

Volgnummer A, B, C, D, E 26

27

28

a) Afstemmen van werkzaamheden met andere diensten. b) Geen onnodige verkeersomleidingen door woongebieden. c) Bereikbaarheid zoveel mogelijk handhaven. Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden In het GRP moet de relatie met overige gemeentelijke afgestemd met andere gemeentelijke taken. Hierbij taken inzichtelijk worden gemaakt. Conform de horen ook de andere werkzaamheden in de openbare afspraken in de ZONG. ruimte, waaronder nutsbedrijven. a) Vergunningen moeten, afhankelijk van de aard De gebruikers van de riolering dienen bekend te zijn en ongewenste lozingen dienen te worden voorkomen. van de bedrijven, eenmaal per 5 jaar worden gecontroleerd. b) Geen illegale en foutieve aansluitingen.

Lozingen uit het rioolstelsel dienen gecontroleerd plaats te vinden.

30

Er dient inzicht te zijn in de toestand van het functioneren van grondwatervoorzieningen die aangelegd zijn vanaf 2014. Voor grondwatervoorzieningen die voor 2014 zijn aangelegd, geldt dit alleen voor de voorzieningen die bekend zijn. Er dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen Er dient een klantvriendelijke benadering te worden nagestreefd. Er dienen doelmatige oplossingen te worden nagestreefd.

32 33

Maatstaven

Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering en drainage dient beperkt te zijn

29

31

BIJLAGE 3

Functionele eisen

Meetmethoden a) Procedures voor afstemming met jaarlijkse rapportage. b) Waarneming en klachten. c) Waarneming en klachten. Controle van het GRP op de genoemde maatstaf.

a) Steekproefsgewijs controleren van de bedrijven. Uitvoeren van inspecties. b) Controle en signalering tijdens inspecties bij nieuwbouw en verbouwing. Metingen aan de riolering door middel van niveaumeting, debietmeting en registratie draaiuren gemalen. Jaarlijkse controle van de vergunningen

Alle lozingen op oppervlaktewater zijn in principe vergunningsplichtig, tenzij kan worden aangetoond dat het water niet verontreinigd is. a) Directe beschikbaarheid en toegankelijkheid van Waarneming. En een gedeelte van de alle grondwatervoorzieningen. grondwatersystemen worden middels peilbuizen gemonitord.

b) Regelmatige inspectie Het maken van een duurzaamheidsafweging bij het toepassen van materialen. Klachten dienen binnen 3 dagen te zijn opgelost. Optimaal gebruik van middelen en toepassing van meest geschikte technologie.

Rapportage. Klachtenregistratie. Bijhouden van nieuwe technieken en doelmatigheidsafweging

DOELEN, FUNCTIONELE EISEN, MAATSTAVEN EN MEETMETHODEN

5

4b Toetsing doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden

27

Volgnummer 1

2

3

4

5

6

Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Toetsing

Alle percelen en woonschepen op het Alle panden in kwetsbaar gebied zijn Registratie van percelen die nog niet zijn a) Op 1 januari 2027 zijn alle panden gemeentelijk grondgebied waar afvalwater aangesloten op de riolering, behalve waar aangesloten op de riolering. aangesloten op de riolering en geen eigen vrijkomt, moeten zijn voorzien van een zuivering hebben. lokale behandeling doelmatiger is. aansluiting op de riolering, uitgezonderd bij b) Alle panden in kwetsbaar gebied zijn specifieke situaties waar lokale behandeling aangesloten op de riolering. doelmatiger is. De gemeente beschikt over een c) De panden waarbij lokale behandeling Aanwezigheid van een ontheffingsvergunning van de zorgplicht van ontheffingsvergunning van de zorgplicht tot doelmatiger is, dient de eigenaar zelf voor 1 januari 2027 voor de nog niet gerioleerde de provincie. een voorziening te zorgen (smalle panden in het buitengebied. zorgplicht). De gemeente beschikt voor deze panden over een ontheffingsvergunning van de zorgplicht van de provincie. De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om Uitgaande van 10 l/inw/uur en alle Hydraulische ontwerpberekeningen en Voldoet (bron: basisrioleringsplannen) bij droog weer het aanbod van afvalwater te afvalwater van grootverbruikers (>5 m3 per metingen aan de riolering, zoals door niveau kunnen verwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10832462/1