RVS Vaststellen Regionale Mobiliteitsstrategie Zeeland bijlage 1 brief GS
Tekst van het document
Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gedeputeerde Staten
OPOV T.a.v. Voorzitter OPOV Postbus 6001 4330 LA Middelburg
Onderwerp
Zaaknummer
Behandeld door
Regionale Mobiliteitsstrategie
65483
S. Meerburg +31 6 25709342
Verzonden
Middelburg, 28 oktober 2021
Geachte voorzitter van het OPOV, geachte OPOV-leden, Allereerst willen we u danken voor het uitgebreide advies zoals dat in een relatieve korte tijd in de zomerperiode is gegeven op de concept Regionale Mobiliteitsstrategie. Wij hebben daar bij het komen van de definitieve Regionale Mobiliteitsstrategie dankbaar gebruik van gemaakt. Onderstaand gaan wij per gegeven advies hierop in. Advies 1: Het OPOV staat open voor suggesties vanuit de opstellers van de RMs voor partijen die OPOV zouden kunnen verbreden en versterken. Het lijkt ons goed dit gesprek in de komende jaren, mede in relatie tot de invulling van de mobiliteitscentrale te voeren. Het is belangrijk dat de samenstelling van het OPOV goed aansluit bij de toekomstige adviesrol van het OPOV. Advies 2: Wij verzoeken u nadrukkelijk om heldere en eenduidige cijfers over de ontwikkeling van het gebruik van het OV over de afgelopen 10 tot 15 jaar. Stel dat blijkt dat de analyse van de Zeeuwse Rekenkamer klopt en dat het OV-gebruik niet daalt, maar stabiel is of misschien zelfs licht stijgt. In dat geval kunnen wij ons voorstellen dat minder rigoureuze ingrepen nodig zijn in het huidige OVaanbod. Het OPOV adviseert om hierbij ook de bevolkingsontwikkeling mee te nemen. Voor ons is een daling niet de voornaamste reden om te kijken welke verbeteringen mogelijk zijn.
De voornaamste reden is dat er kansen zijn om de reiziger een beter mobiliteitsaanbod te bieden en dat het risico aanwezig was dat een nieuwe aanbesteding op dezelfde leest voor het openbaar vervoer tot een achteruitgang zou leiden. De bekende cijfers over het busvervoer in Zeeland zijn: Reizigerskilometers Reizigers 2006 123.570.000 8.190.002 2012* 115.662.000 7.485.351 2018** 87.124.000 4.981.539 * Cijfers in 2012 en verder zijn nauwkeuriger vanwege benutting OV-chipkaart gegevens. ** Vanaf 2015 is definitie van getelde reiziger anders, waardoor afname reizigers in periode 2012-2018 groter lijkt dan in werkelijkheid heeft plaatsgevonden.
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
2
Advies 3: Voordat sprake kan zijn van vervanging op grote schaal van de huidige hoofdstructuur (met vaste buslijnen) door nieuwe, flexibele mobiliteitsvormen, vinden wij dat in ruime mate positieve ervaring moet zijn opgedaan met die nieuwe vormen. Dat vraagt om goede invulling van een aantal randvoorwaarden die het nieuwe mobiliteitssysteem voor reizigers echt aantrekkelijk maken. Een goede evaluatie op basis van op voorhand afgesproken, heldere evaluatiecriteria hoort daarbij. In korte bewoordingen zeggen wij: ‘gooi je oude schoenen niet weg, voordat je nieuwe hebt, die ook nog eens lekker zitten’. Wij delen dat er in ruime mate positieve ervaring moet zijn opgedaan met nieuwe vormen die in 2025 basisonderdelen van het Zeeuwse mobiliteitssysteem vormen. In de strategie zijn wij derhalve uitgegaan dat de eerste stappen relatief conservatief zijn en voortbouwen op de haltetaxi, omdat we uit willen gaan van bewezen aanbod van mobiliteit. Tot 2025 zullen we met pilots en opschaling daarvan wel werken aan verbeteringen ten opzichte van de haltetaxi, waardoor we beter aan de wensen van de reiziger kunnen voldoen. Bovendien achten we het nodig om factoren die de haltetaxi nu minder aantrekkelijk maken te verminderen.
Advies 4: In eerdere adviezen hebben wij al eens gewezen op de Texelhopper als voorbeeld van een flexibele en fijnmazige manier van vervoer die ook voor Zeeland interessant kan zijn. Wij adviseren u hier nog eens goed naar te kijken. In de Regionale Mobiliteitsstrategie hebben we op uw advies de Texelhopper als voorbeeld opgenomen van de ontwikkelrichting met flextaxi en flexbussen. Wij zijn inmiddels in gesprek met één van de grondleggers voor de Texelhopper over de mogelijkheid om in Zeeland één of twee pilots uit te voeren. Advies 5: Wij vinden het overstappen op het nieuwe systeem met inzet van allerlei vormen van flexibel, fijnmazig vervoer zonder heldere afspraken daarover met de organisaties die dit vervoer moeten verzorgen niet acceptabel. Zorg op voorhand voor goede afspraken met vrijwilligersinitiatieven zoals de buurtbusverenigingen over hun inzet. Wij onderschrijven dit. Wij achten het belangrijk dat vrijwilligersinitiatieven ook over hun eigen inzet gaan en leggen met de strategie bij voorbaat dan ook niks op aan vrijwilligersinitiatieven. Advies 6: Laat ons – en de reiziger – concreet zien dat juist de reizigers profijt hebben van scenario 2+ ten opzichte van scenario 3. Profijt in termen van tijdsinzet, kosten en moeite om van de fijnmazige, flexibele mobiliteit gebruik te kunnen maken.
Dat ‘verkoopt’ ook veel beter dan steeds maar moeten uitleggen dat het ‘nou eenmaal niet anders kan’. Wij delen uw mening dat de voordelen van de toekomstige invulling aangeven beter werkt. De voordelen zijn: - Meer fijnmazigheid: Op meer plekken in Zeeland komt er georganiseerde mobiliteit voor een bredere groep reizigers beschikbaar. - Meer flexibiliteit: Reizen zullen minder vastzitten aan specifieke routes, waardoor het makkelijker wordt om van deur tot deur te reizen. - Beschikbaarheid van 6.00 uur tot 23.00 uur - Makkelijker combinaties van vervoersmiddelen plannen, boeken en betalen door inzet MaaS-apps en mobiliteitscentrale. - Over langere afstanden wordt er sneller vervoer geboden. In de komende tijd wordt gewerkt aan de communicatiestrategie om de veranderingen en voordelen ook beter te communiceren en betrokkenheid van reizigers en inwoners van Zeeland bij de ontwikkelingen te verstreken. Advies 7: Maak zo snel mogelijk concreet welke grensoverschrijdende lijnen bij het scenario 2+ horen. Pas dan is immers echt helder wat de consequenties zijn van scenario 2+. Het OPOV ziet graag de lijnen naar Breda, Gent en Brugge opgenomen in het Programma van Eisen.
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
3
In de Regionale Mobiliteitsstrategie zijn grensoverschrijdend verbindingen met Antwerpen, Gent en Brugge opgenomen. In Antwerpen zal worden aangesloten op de trein naar Breda en er wordt gewerkt aan het zorgen dat studenten zonder kostenstijgingen een goede verbinding Hulst-Breda behouden.
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
4
Advies 8: Zorg bij de haltes voor voldoende mogelijkheden om veilig fietsen te stallen, het liefst overdekt. De investeringen die worden voorzien zijn bedoeld om dit soort voorzieningen mogelijk te maken. Vooral op hubs, waar de reiziger die met eigen vervoer reist overstapt op de grote bus of de trein, zal een kwaliteitsimpuls gerealiseerd worden. Alhoewel de haltes vaak sober zijn ingericht, blijven fietsparkeervoorzieningen belangrijk. Hier is ook vanuit het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets aandacht voor. Advies 9: OPOV vraagt extra aandacht voor deur-halte vervoer voor mensen die slecht ter been zijn of andere beperkingen hebben en nét niet in aanmerking komen voor WMO-vervoer, en ver van de nieuwe haltes wonen. Zij mogen in onze ogen niet de dupe te worden van de lijnstrekking. Het vraagt specifiek maatwerk om te voorkomen dat mensen tussen ‘systemen’ belanden. We zullen in de voorbereidingen de aandacht hebben voor het benodigde maatwerk en dit is zeker een aandachtspunt om in de werking van de mobiliteitscentrale mee te geven. Omdat we via opstappunten binnen bebouwde kom een maximum afstand van 500m hanteren, verwachten we dat we het mobiliteitsaanbod dichter bij de reiziger gaan brengen. Advies 10: Zorg voor bewoners in het buitengebied of in kernen die op c.q. verder dan 2,5 km van een halte wonen en die geen gebruik kunnen maken van de fiets voor een alternatief, b.v.
de Haltetaxi. In de Regionale Mobiliteitsstrategie is opgenomen dat buiten de bebouwde kom altijd binnen 2,5 km een opstappunt is waar gebruik kan worden gemaakt van flextaxi, flexbus of buurtbus. In het grootste deel van Zeeland zullen die opstappunten ook in het buitengebied op kortere afstand dan 2,5 km liggen. Advies 11: Geef snel uitsluitsel of spreiding van lestijden in Zeeland een reële optie is of dat dit gewoon niet kan. Als het niet kan, geef dan aan welk gevolg dit heeft voor de scenario’s. Het OPOV wijst verder op de mogelijkheid van deeltijd les (ene helft van de klas in de ochtend fysiek en in de middag digitaal en andersom). Daarnaast vragen we aandacht voor effecten op mobiliteit van ontwikkelingen als de hybridisering van het MBO-onderwijs , waarbij leerlingen een groot deel van hun opleiding bij een bedrijf volgen. Spreiding van reizigers om de spits af te vlakken is geen ja of nee keuze, maar een gesprek dat tussen onderwijsinstellingen, provincie en toekomstige vervoerder zal gaan over de mogelijkheden. Een vervoerder mag van onderwijsinstellingen niet het onmogelijke verwachten en onderwijsinstellingen mogen van een vervoerder niet het onmogelijke verwachten. In de ontwikkelingen spelen bovendien een aantal landelijke afwegingen die nog moeten worden gemaakt, over o.a. de OV-studentenkaart, een rol.
Eén van de voordelen van de inzet op fijnmazige mobiliteit is dat daarmee beter de hybridisering van het onderwijs in Zeeland gefaciliteerd kan worden. Wij zien dat die hybridisering ook verder gaat dan enkel het genoemde MBO, maar dat ook bij voortgezet onderwijs en HBO er een toename is van lessen en stages die op andere locaties dan de onderwijsinstellingen worden gevolgd. Advies 12: Werk een aantal concrete cases uit waarbij WMO-vervoer ook kan dienen voor OVreizigers en wat dit betekent voor de gebruikers (tijd, geld, reserveringsvoorwaarden e.d.). Het systeem van fijnmazige mobiliteit wordt opgebouwd vanuit de kansen die het biedt om materieel en personeel van doelgroepenvervoer te combineren met de inzet ten behoeve van flextaxi en flexbus. In de uitwerking van de strategie zal de exacte invulling van de flextaxi en de flexbus worden bepaald. Advies 13: Het OPOV vindt het verder van belang dat zij kan adviseren over de zaken die onder het midoffice vallen. Wij onderschrijven dat het logisch is dat het OPOV in staat wordt gesteld te adviseren over zaken die onder het midoffice vallen.
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
5
Advies 14: OPOV adviseert in het kader onzekerheid over de financiering van de hubs, om verschillende scenario’s te maken ten aanzien van het te realiseren systeem van hubs. Een wensscenario, waarbij alle beoogde locaties ook op het gewenste niveau gerealiseerd kunnen worden en een aantal terugvalscenario’s waarbij minder gerealiseerd kan worden dan in het wensscenario De keuze van locaties wordt in de terugvalscenario’s nog belangrijker dan in het wensscenario. Geef ook aan wat de verwachte effecten zijn van de afschaling in de terugvalscenario’s. Momenteel is ons beeld dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn en komen om het systeem van hubs in voldoende mate te financieren en wij verwachten op diverse locaties een verdere kwaliteitsverbetering dan het minimum aangegeven niveau op de locaties te kunnen bereiken. Het opnemen van terugvalscenario’s zou geen recht doen aan de mogelijkheid om op dit vlak resultaten te behalen en de gezamenlijke ambities die er op dit punt zijn. Advies 15: Het OPOV heeft kennis genomen van de aanpak voor het aantrekkelijker maken van het (wachten bij het) busstation Westerscheldetunnel. Met name het actief betrekken van o.a. studenten van b.v. Scalda sprak ons erg aan. Wij adviseren u om de ervaringen met de aanpak van het busstation in Terneuzen te betrekken in uw hub-aanpak.
Vanuit het OPOV kwamen nog suggesties om bedrijven en instanties op creatieve wijze te laten participeren in de hubs, bijvoorbeeld om hun vacatures actief onder de aandacht te brengen bij de reizigers. De aanpak met betrokkenheid van gebruikers geeft zeker aanleiding om deze ervaring te benutten. In de aanpak isaangegeven dat omwonenden tevens betrokken worden. Het betrekken van bedrijven en instanties uit de omgeving is een goede suggestie. De betrokkenheid van De Zuidhoek op SchouwenDuiveland bij de mobiliteitsontwikkelingen is daarvan een goed voorbeeld. Advies 16: Het OPOV is voorstander van pop-up hubs in de zomerperiode, die inspelen op tijdelijke vraag als gevolg van toerisme. OPOV vraagt zich af of ondernemers hierin ook financieel gesteund worden. Deelmobiliteit, in pop-up vorm of in vaste vorm, is zeker kansrijk in gebieden met veel toerisme. In de strategie is omschreven dat in ieder geval voor de opstartfase er financiële ondersteuning kan worden geboden. Deelmobiliteit waar goed gebruik van wordt gemaakt kent een positieve business case, waardoor in de basis het niet de bedoeling is structureel financiële ondersteuning te bieden. Advies 18: Het OPOV wil graag weten wie in dit beoordelingsteam plaatsnemen en of het OPOV ook een adviesrol heeft hierbij.
Beoordeling gebeurt door de direct betrokken partijen vanuit het Compensatiepakket Marinierskazerne: gemeente Vlissingen, ministerie I&W en Provincie Zeeland. Beoogd wordt met een jaarlijkse debatdag een breder gesprek te organiseren met partijen over de inzet vanuit het Living Lab Slimme Mobiliteit. Deze zal naar verwachting plaatsvinden in de eerste maanden van 2022. Advies 19: Het OPOV stelt voor om al in een heel vroeg stadium concrete plannen te maken voor de gaten die in de dienstregeling gaan ontstaan als gevolg van de beoogde nieuwe belijning. Eén van die ‘gaten’ is al benoemd in het transitieplan, namelijk ‘Oost Zeeuws-Vlaanderen’. Dit zou in onze ogen een geschikt gebied zijn om al snel concreet aan de slag te gaan om te kijken welke praktische oplossingen geregeld moeten worden om het vervoer daar acceptabel voor alle partijen te houden. Het netwerk van fijnmazige mobiliteit is het dekkende netwerk, dat in heel Zeeland op alle locaties beschikbaar is. Het is dus niet zo dat bij de aanpak zoals geschetst in de Regionale Mobiliteitsstrategie tot gaten zal leiden. In de voorbereiding van een mogelijk transitieplan is bekeken welke combinaties gemaakt kunnen worden met ‘slimme mobiliteit’-oplossingen. Vooralsnog is besluitvorming over een mogelijk transitieplan nog niet noodzakelijk gebleken.
Wanneer dit wel noodzakelijk is kan daarbij uit een steeds groter areaal aan ‘slimme mobiliteit’-oplossingen worden geput. Advies 20: Het OPOV stelt tevens voor om de creativiteit van jongeren te benutten voor living lab oplossingen. Je kunt daarbij denken aan studenten van de HZ of Scalda. Dit is een goede suggestie. Op verschillende onderdelen is al actief zijn jongeren, via Jouw Zeeland en via specifieke projecten met HZ en Scalda, betrokken geweest. Wij zullen met HZ en Scalda
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
6
bespreken hoe de betrokkenheid bij het Living Lab Slimme Mobiliteit kan worden versterkt, eventueel via specifieke activiteiten op eerder genoemde debatdag. Advies 21: Het OPOV is dus voorstander van proefprojecten (living labs). We wijzen er echter op dat een proef wat ons betreft nooit zomaar in de plaats mag komen van een reguliere openbaar vervoer verbinding, totdat er brede consensus is dat de proef goed werkt (zie ook advies 3). Dat betekent praktisch dat er altijd extra budget nodig is voor dergelijke proeven. Wij adviseren de provincie hiervoor geld te reserveren. Voor de periode 2021-2025 is er vanuit het Compensatiepakket Wind in de Zeilen budget beschikbaar voor proefprojecten en experimenten. Dit is budget dat extra is ten opzichte van bestaande OVbudgetten van de Provincie Zeeland. Advies 22: Het OPOV mist in de opsomming op bladzijde 43 een doelstelling en prestatie-indicatoren die iets zeggen over de beoogde ontwikkeling van het aantal reizigers dat gebruik maakt van het openbaar vervoer (hetzij de reguliere lijnen, hetzij de flexibele en fijnmazige oplossingen). De primaire inzet is om het voor de reiziger te verbeteren. Daar is een doelstelling voor opgenomen. Vanuit maatschappelijk belang maken wij geen onderscheid tussen OV (route- en dienstregeling gebonden) mobiliteit, mobiliteit die geboekt moet worden, deelmobiliteit of fietsen en wandelen.
We verwachten wel dat door mobiliteitsmogelijkheden voor de reiziger te verbeteren er meer gebruik zal worden gemaakt van deze vormen van mobiliteit en minder vaak de eigen auto de keuze is, wat op termijn kan leiden tot vermindering van het aantal tweede of derde auto’s. Advies 23: Wij adviseren de provincie om de Zeeuwse reizigers (maar ook de chauffeurs van de diverse vervoersinitiatieven) vanaf nu actief mee te nemen in het ‘verhaal’ van het nieuwe mobiliteitssysteem. Op deze manier voorkom je dat reizigers zich overvallen voelen als het nieuwe systeem wordt ingevoerd en zich benadeeld voelen. De uitdaging is om te zorgen dat de reiziger het nieuwe systeem ziet als een verbetering in plaats van een verslechtering. Dit delen wij. De komende tijd wordt hierop gerichte communicatie uitgerold. Na besluitvorming door Provinciale Staten en Gemeenteraden volgen al snel de volgende stappen, waaronder het aanbestedingsproces van een nieuwe concessie. Wij zullen snel in overleg treden over de invulling door het OPOV van haar adviesrol in dat proces. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten, {{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}
Drs. J.M.M. Polman, voorzitter {{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
A.W. Smit, secretaris
U wordt verzocht om in uw correspondentie steeds het zaaknummer te vermelden.
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
7
Behoort bij brief met zaaknummer: 65483
8
Ontwerpbrief GS
Vertraagd publiceren: 2 dagen na GS vergadering
Zaaknummer 65483
Hoofdzaaknummer 65483
onderwerp
Antwoord op OPOV advies op concept Regionale Mobiliteitsstrategie
voorgesteld besluit
Verzenden van de antwoordbrief OPOV advies
portefeuillehouder portefeuille
dhr. A.J. van der Maas - Slimme Mobiliteit