CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Vaststellen bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan bijlage 1 ontwerp

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan (521900)23.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tot slot zullen dergelijke schermen in de praktijk waarschijnlijk juist leiden tot hinderlijke pieken in de geluidsbeleving vanwege de reflectie en versnipperde ligging. Voor andere overdrachtsmaatregelen, zoals een grondwal, is fysiek geen ruimte, en daarbij zouden overigens ook grotendeels de bovenstaande negatieve effecten eveneens optreden. Bronmaatregel: Verlagen van de snelheid. Het verlagen van de snelheid is feitelijk niet mogelijk, aangezien de weg nu reeds een 30 km/h-regime kent. Het verminderen van het verkeer ligt ook niet binnen de mogelijkheden, aangezien de route de enige (en daarmee belangrijkste) oost-westverbinding voor gemotoriseerd verkeer door/langs Renesse vormt. Bronmaatregel: Afstand tot geluidsgevoelige bestemmingen. De nieuwe weg komt op ongeveer dezelfde afstand van de bestaande woningen af te liggen als de bestaande weg. Bij het ontwerpen van het wegprofiel is gezocht naar een zo goed mogelijke verdeling van 'groen' en 'grijs'. Het verschuiven van de toekomstige rijlopers in zuidelijke richting is op de meeste plekken fysiek onmogelijk door de beperkte breedte van het profiel.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

28

Resultaat na het nemen van maatregelen Na de realisatie van een scherm met een minimale hoogte van 1,4 meter op de perceelsgrens van de woning aan de Hoogenboomlaan 28c kan de geluidsbelasting op de begane grond worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde. De aanleg van dit scherm is geborgd in de planregels van dit bestemmingsplan. Andere schermen zijn niet noodzakelijk.

Afbeelding 5.2.: Onderzochte woningen en situering geluidsschermen Onderbouwing goed woon- en leefklimaat Belangrijk om te melden is dat de beoogde reconstructie VKH zeer gewenst is. De ontwikkeling is reeds opgenomen in het Masterplan Renesse, waarvan één van de prioriteitsprojecten was het verbeteren van de verkeersveiligheid, de toegankelijkheid en de aantrekkelijkheid van Renesse-West. Bij de opstelling van dit Masterplan heeft veel en intensief overleg plaatsgevonden met de inwoners van Renesse en andere betrokkenen. In nauwe samenwerking met de gemeente, de Dorpsraad, de Ondernemersvereniging, de ondernemers en de inwoners en andere betrokkenen is daarna gewerkt aan het opstellen van een herinrichtingsplan van de Strandkerk en omgeving.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

29

In het inrichtingsplan (Bijlage 1) is het toe te passen wegprofiel - te weten een karrespoor van asfalt (twee stroken van circa 2,25 m breed), gescheiden door een klinkerstrook van 1 m breed - uitgebreid beschreven. De rijbaan wordt getransformeerd naar rijpad / fietsstraat, waarbij de auto te gast is. De rijbaan wordt optisch zo smal mogelijk gemaakt om hard rijden te beperken en het verblijfsklimaat te onderstrepen. Doordat er onvoldoende ruimte in het profiel aanwezig is, is gekozen voor het mengen van auto en fietsers. Wel is onderzocht of een vrijliggend fietspad kan worden ingepast, maar daar is fysiek te weinig ruimte voor: op drukke dagen kunnen gevaarlijke situaties ontstaan tussen fietsers en wandelaars. Daarnaast heeft de weg een verkeersregime van 30 km/h, waarbij menging van fiets en auto op de rijweg gebruikelijk is. Dit vraagt wel ingrepen om de veiligheid van de weg te vergroten, zoals pleintjes en specifieke materialisering. Ook komt dit gekozen profiel overeen met de overige routes binnen het dorp waar ook de fietser onderdeel is van de rijweg. Voor de voetgangers is in het profiel een aparte route ingepast met een groene berm tussen voetpad en rijweg. In deze berm zijn bomen, paaltjes en verlichting opgenomen die zorgen voor een optische wegversmalling, wat de snelheid afremt.

Op de route zijn diverse pleintjes opgenomen als attentiepunten en snelheidsremmers. De locaties van de pleintjes zijn zorgvuldig gekozen op logische aansluitingen, zoals toegangen recreatiebedrijven, zijstraten, fietsroutes, en liggen op een regelmatige onderlinge afstand. Deze pleintjes worden vormgegeven als attentiepunten en voorzien van bomen, keien en bijzondere verlichting, om de snelheid te remmen en op deze wijze ontstaan aantrekkelijke en uitnodigende entrees van de diverse voorzieningen aan de weg. De pleintjes hebben een afwijkende bestrating voorzien van gebakken straatklinkers ten opzichte van de rijweg waardoor de attentiewaarde wordt vergroot en aansluit bij het 30km regime en inrichting. Het nieuwe profiel krijgt een landschappelijke inrichting die past bij de toeristische uitstraling van Renesse en de bezoekers/gasten verwelkomt. Gezien het voorgaande is het plan zowel maatschappelijk alsook bestuurlijk breed gedragen. Het toepassen van een ander materiaal voor het wegdek en de pleintjes, met een hoger geluidsreducerend vermogen, is gezien het bovenstaande niet gewenst. Het zou dan bijvoorbeeld gaan om stil asfalt en/of het vervangen van de klinkers door streetprint-asfalt. De attentiewaarde neemt hierdoor af en daarnaast sluit het minder goed aan bij het 30 km regime van de weg.

Bovendien is het voornoemde profielopbouw, maatvoering en materialisering elders in Renesse reeds als zodanig gerealiseerd, dus eenheid en herkenbaarheid binnen het dorp - één van de doelstellingen van het Masterplan - zouden onder druk komen te staan. Beschouwd is of het mogelijk is dat de pleintjes anders worden uitgevoerd of zelfs in het geheel niet te realiseren (de karrespoor-rijloper zou dan doorgetrokken worden). Dit zou akoestisch verschil kunnen maken, aangezien er dan minder klinkers en meer asfalt wordt aangelegd. De plekken van de pleintjes zijn echter nauwkeuring afgewogen en bepaald in het inrichtingsplan. Ze vormen een 'stepping stone'principe tussen het dorp en de Vroongronden en werken bovendien snelheidsverlagend. Verder hebben de pleintjes allen een belangrijke verkeerskundige functie door een kruising of noord-zuid-route te faciliteren. Het is ongewenst dit te wijzigen. 5.6.3

Conclusie

Het plangebied is niet gelegen binnen de in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgelegde onderzoekszones voor weg- en/of industrielawaai. Dit betekent dat op grond van de Wgh geen akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Voor dit bestemmingsplan zijn, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, wel de akoestische gevolgen beschreven van de verlegging van de route Hoogenboomlaan/Vroonweg tussen de Kabbelaarsweg en de Zeedistelweg.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

30

Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de geluisbelasting als gevolg van de wijziging van de weg ter plaatse van een aantal woningen toeneemt. De onderzochte wegen kennen een snelheidsregime van 30 km/uur, waardoor er geen hogere waarden kunnen worden aangevraagd. Wel zijn maatregelen onderzocht om de geluidbelasting te reduceren. Na de realisatie van het, in het onderzoek aangegeven scherm, kan de geluidsbelasting ter plaatse van de woning Hoogenboomlaan 28c op de begane grond worden beperkt tot de voorkeursgrenswaarde. Andere maatregelen zijn niet doelmatig, stedenbouwkundig en/of verkeerskundig ongewenst gebleken. Gelet op bovenstaande vormt het aspect Wegverkeerslawaai geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

5.7

Bodem

5.7.1

Kader

Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. 5.7.2

Onderzoek

Er zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd, die hierna worden toegelicht. Bodemonderzoek 1: verkennend bodemonderzoek perceel voormalige strandkerk Voor een (beperkt) deel van het plangebied, ter plaatse van de Hoogenboomlaan 3, het perceel van de voormalige Strandkerk, kadastraal bekend als gemeente Westerschouwen, sectie H, nummer 567, is een verkennend bodem- en asfaltonderzoek uitgevoerd (ABO Milieuconsult, Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 & Asfaltonderzoek volgens CROW 210 Hoogenboomlaan 3 te Renesse, 25 februari 2016). De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beknopt weergegeven; de volledige rapportage is als Bijlage 2 bijgevoegd. De locatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd in verband met het mogelijk aanwezig zijn van een voormalige ondergrondse brandstoftank. Geconcludeerd wordt dat zintuiglijk aan het opgeboorde materiaal van de 15 boringen geen bijzonderheden zijn waargenomen die kunnen duiden op een verontreiniging van de bodem. De bodem bestaat tot 2,5 m-mv (maximale boordiepte) uit matig fijn zand. Uit de analyseresultaten kan met betrekking tot de boven- en ondergrond worden geconcludeerd dat in geen van de grond(meng)monsters overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn gemeten.

Uit de analyseresultaten kan met betrekking tot het grondwater worden geconcludeerd dat in het grondwater geen verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarde en/of de detectiegrens van de desbetreffende parameter zijn aangetoond. De hypothese ‘de onderzoekslocatie is verdacht’ dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

31

Asfaltonderzoek De aanwezige asfaltverharding heeft een oppervlakte van circa 2.550 m2, is maximaal 20 tot 25 cm dik en bestaat uit meerdere lagen asfalt. Uit de beschrijvingen van de boorkernen blijkt dat onder het asfalt geen funderingslaag aanwezig is. Van zes van de dertien boorkernen zijn laagdiktes bepaald (volgens RAW 152 (2000)) en is met behulp van een PAK-marker indicatief getest op teerhoudendheid. Bij vier van de zes boorkernen gaf de PAK-marker een negatieve uitslag op de toplaag (0-5 mm OB asfalt). Dit betekent dat het PAK gehalte in deze kernen meer dan 250 mg/kg bedraagt. De onderliggende asfaltlagen (GAB en zandasfalt) gaven een positieve uitslag. Dit betekent dat het PAK gehalte in deze kernen minder dan 259 mg/kg bedraagt. Om de teerhoudendheid nader te kunnen vaststellen (gehalte > 75 mg/kg PAK) zijn twee mengmonsters van de asfaltlagen samengesteld en geanalyseerd op PAK (DLC). Uit de analyseresultaten blijkt dat in geen van de mengmonsters een PAK gehalte is aangetoond groter dan 50 mg/kg. Dit betekent dat de asfaltverharding, met uitzondering van de toplaag (0-5 mm), niet teerhoudend is. Geraamd wordt dat circa 1.234 ton niet teerhoudend asfalt zal vrijkomen. De teerhoudende toplaag (slijtlaag) zal dan eerst moeten worden verwijderd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor vervolgonderzoek en vormen geen belemmering.

Bodemonderzoek 2: verkennend bodemonderzoek huidig hotelperceel Tevens is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd voor het perceel van het huidige hotel (Vroonweg 33), kadastraal bekend als gemeente Westerschouwen, sectie H, nummer 568 (Terra Milieu, Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740, 27 februari 2018). Een (zeer) klein deel van dit perceel zal na reconstructie tot de nieuwe weg behoren. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beknopt weergegeven; de volledige rapportage is als Bijlage 3 bijgevoegd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de grond PAK’s en kwik verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde worden aangetroffen. In het grondwater worden geen verhoogde parameters aangetroffen. De locatie kan niet meer als onverdacht worden beschouwd. Verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde, respectievelijk de streefwaarde worden vaker aangetroffen tijdens bodemonderzoek, maar geven geen bezwaar voor het geplande gebruik van de locatie. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding om een nieuw onderzoek met een gewijzigde onderzoeksstrategie uit te voeren. Bodemonderzoek 3: wegtracé Voor de gehele herinrichting VKH is een onderzoek naar de bodemkwaliteit verricht (SMA Milieu en Ruimte, Briefrapport asfaltonderzoek CROW210 en funderingsopbouwonderzoek Strandkerk e.o.

te Renesse, 15 mei 2018). De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beknopt weergegeven; de volledige rapportage is als Bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. De onderzochte locatie betreft asfaltverhardingen aan het traject Vroonweg-Hoogenboomlaan ter hoogte van nummer 44, inclusief de voetpaden aan de noordzijde en een klinkerverhard voetpad en rijbaan ter hoogte van Hoogenboomlaan 16-28c. Al het aanwezige asfalt op de onderzoekslocatie is in eerste instantie beschouwd als 'teerverdacht'.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

32

Op basis van de onderzoeksresultaten mag worden aangenomen dat het PAK10-gehalte in de vakken A (Vroonweg ten oosten van kruising met Capelweg) en H (Roelandsweg) lager is dan 75 mg/kg.ds. Dit asfalt wordt daarmee volgens CROW publicatie 210 beschouwd als teervrij. Ook de vakken B (toplaag Vroonweg en Hoogenboomlaan), C (onderlaag GAB 0/16 in Vroonweg) en G (toplaag Hoogenboomlaan ten westen van huisnummer 38-0262) mogen op basis van onderhavig onderzoek worden beschouwd als teervrij. De omvang van deze vastgestelde teervrije asfaltlagen wordt globaal geschat op 1.490 ton. Echter, het als teervrij te verwijderen asfalt zal vermoedelijk kleiner zijn vanwege een benodigde veiligheidsmarge van 20 mm tijdens het frezen. Dit dient te worden uitgewerkt in een frees- en schollenplan (CROW 210 stap 5). Op basis van de onderzoeksresultaten dient het overige asfalt (globaal 595 ton, dit is exclusief teervrij asfalt uit bovengenoemde veiligheidsmarges) te worden aangemerkt als teerverdacht of teerhoudend. Aanbevelingen Aanvullend boorkernonderzoek wordt niet zinvol geacht. Omdat de tijdens het PAK-markeronderzoek als teerhoudend aangemerkte asfaltlagen gerelateerd lijken aan oppervlaktebehandelingen en penetratielagen van beperkte dikte, kan worden overwogen om de teerverdachte en -houdende lagen na verwijdering middels frezen nogmaals te onderzoeken.

Ditmaal als partij niet-vormgegeven bouwstof volgens het Besluit bodemkwaliteit. Vermoedelijk zal het PAK10-gehalte in dit freesasfalt <75 mg/kg.ds zijn, waardoor dit asfalt mogelijk alsnog als teervrij asfalt milieubewust kan worden verwerkt. In verband met het aantreffen van funderingslagen met puin van onduidelijke herkomst dient te worden uitgegaan van voor verontreiniging met asbest verdachte funderingslagen. Aanbevolen wordt om een onderzoek naar asbest in deze funderingen (NEN 5707 c.q. NEN 5897) uit te voeren. 5.7.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

33

5.8

Archeologie

5.8.1

Kader

Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels uit de vorige wet- en regelgeving zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. 5.8.2

Onderzoek

Ter plaatse van de voormalige strandkerk en het hotelperceel is eerder een archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie hiervoor Bijlage 5 (RAAP, Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek, 16 februari 2017). Uit dit onderzoek blijkt dat de opbouw van het plangebied bestaat uit een recent verstoord pakket op Jong Duinzand. Voor het Jong Duinzand gold een lage tot middelhoge archeologische verwachting voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 12e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd. In het Jong Duinzand zijn op diverse niveaus vegetatiehorizonten aangetroffen die kunnen wijzen op bewoning en gebruik van het plangebied. De verwachting voor vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 12e eeuw) en Nieuwe tijd is daarom bijgesteld naar middelhoog tot hoog. De verwachte afzettingen van het Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen zijn binnen de geboorde diepte (5.0 m – Mv) in het plangebied niet aangetroffen. Aangezien de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen niet aangetroffen zijn, kan de gespecificeerde verwachting niet bijgesteld worden en blijft deze hoog. Daarnaast wordt geadviseerd om geen graafwerkzaamheden dieper dan 0,5 m – Mv (3,4 m + NAP) te verrichten. Ter plaatse van de herinrichting VKH zijn geen diepe grondwerkzaamheden voorzien; er zal alleen aan de oppervlakte gewerkt worden.

De werkzaamheden zullen niet dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld. Een nadere archeologische afweging is dan ook niet nodig. 5.8.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

34

5.9

Water

5.9.1

Kader

Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21 e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en is en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden.

De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Waterbeheer 21e eeuw In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatshebben; berging moet binnen het stroomgebied plaatshebben. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciale Waterverordening De provincie Zeeland heeft de Waterwet en het Waterbeleid 21 e eeuw uitgewerkt in de Waterverordening Zeeland. Hierin staan normen voor de regionale watersystemen (het slotenstelsel). Ze moeten bij hevige neerslag voldoende water kunnen bergen en afvoeren. Voor stedelijk gebied geldt als norm dat er eens in de 100 jaar ernstige wateroverlast mag optreden. Voor het landelijk gebied is de norm eens in de 25 jaar. Waar glastuinbouw is, geldt een norm van eens in de 50 jaar. Aan de hand van deze normen zorgt het waterschap voor de nodige inrichtingsmaatregelen en voorzieningen om wateroverlast te voorkomen.

Waterbeheerplan 2016 - 2021 waterschap Scheldestromen In het Waterbeheerplan 2016 – 2021 laat het waterschap de hoofdlijnen zien van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen. Het waterschap heeft daar namelijk een specifieke verantwoordelijkheid voor. Wettelijk vastgelegde taken zoals het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en het voor het doelmatig zuiveren van afvalwater. Ook hebben we de taak om het watersysteem en de afvalwaterketen toekomstbestendig te maken zodat we gevolgen van de klimaatverandering kunnen opvangen.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

35

Dit waterbeheerplan staat voor verbinding van het werk van het waterschap met het werk van andere overheden: Provincie Zeeland, gemeenten, Rijkswaterstaat, naburige Vlaamse waterbeheerders en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het waterschap schept randvoorwaarden voor gebruikers, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers zoals burgers, agrariërs, terreinbeheerders, ondernemers en bedrijven en recreanten. De visie van het waterschap is het doelmatig beheren van watersystemen en afvalwaterketen. Deze zijn robuust en toekomstbestendig ingericht. Het watersysteem en de afvalwaterketen in het beheergebied zijn in 2027 op orde, ook voor de klimaatomstandigheden die worden verwacht. Concreet betekent dat voor het watersysteem de volgende doelen:    

Watersystemen zijn zo ontworpen dat ernstige en langdurige wateroverlast zoveel mogelijk wordt voorkomen: oppervlaktewater treedt niet vaak buiten zijn oevers. De gehanteerde waterpeilen zijn afgestemd op het grondgebruik oftewel de functies landbouw, natuur en wonen: goed waterpeil onder normale omstandigheden. Zorgen voor waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: gezond oppervlaktewater. Faciliteren van een verantwoord gebruik van het beschikbare zoetwater.

Voor de afvalwaterketen wordt dit vertaald naar de volgende doelen: 

In de afvalwaterketen van de toekomst wordt afvalwater op een duurzame en efficiënte manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor volksgezondheid en omgevingskwaliteit.

Het beheer en onderhoud is gericht op het in stand houden van het waterlopenstelsel voor berging, doorvoer en afvoer van overtollig water. Daarnaast past het waterschap het watersysteem waar nodig aan om aan de doelen te (blijven) voldoen. Ook zet het waterschap zich in om emissies die nadelig zijn voor de waterkwaliteit, te beperken. In de afvalwaterketen gaat het waterschap de energie efficiency verbeteren. Dat doet het waterschap door duurzame energie en grondstoffen te winnen uit afvalwater. Ook geeft het waterschap in de afvalwaterketen prioriteit aan het veilig stellen van de vereiste functionaliteit door knelpunten weg te nemen en (groot) onderhoud uit te voeren. Het Waterbeheerplan 2016 -2021 is op 19 november 2015 door de algemene vergadering vastgesteld. 5.9.2

Onderzoek

Per e-mail van 17 november 2016 heeft de gemeente de volgende basisafspraken gemaakt met het Waterschap Scheldestromen over waterberging voor het wegtracé:   

De meest zuidelijk gelegen sloot (nabij het paardenpad Vroonweg) kan worden geoptimaliseerd om water uit het gebied op te vangen. Op een deel van het voormalige perceel Strandkerk komt een wateropvang te liggen, die in directe verbinding moet komen te staan met de hierboven genoemde sloot. Waterschap geeft aan of ze de gronden langs de Hoogenboomlaan en Kabbelaarsweg met de gemeente wil ruilen/willen verkopen of in gebruik wil geven.

Per e-mail van 18 november 2017 heeft het Waterschap aangegeven dat er geen duikverbinding is van de zuidelijke sloot langs het paardenpad naar de afvoerende hoofdwatergang. Bij het ontwikkelen van het gebied moet derhalve rekening worden gehouden met de aanleg van een duiker onder de Kabbelaarsweg. Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich aan de Vroonweg een hotelpand. De Strandkerk, die oostelijk van het hotel was gesitueerd, is in het voorjaar van 2016 gesloopt. Hierna is het perceel ingezaaid met een diversiteit aan grassen en kruiden. De Vroonweg, ten zuidoosten van het plangebied gelegen, bestaat momenteel uit een geasfalteerde tweebaansweg voor gemotoriseerd verkeer met parallel daaraan, Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

36

gescheiden door een groene berm, een fietspad. Deze weg takt in zuidwestelijke richting aan op de Kabbelaarsweg, een tweebaansweg zonder fietspad. Zoals op afbeelding 5.6 te zien is, zijn er watergangen in het plangebied aanwezig. De watergang langs de Hogenboomlaan en Krabbelaarsweg is een primaire watergang en de watergang tussen het hotel en de Vroonweg is een primaire watergang.

Afbeelding 5.3.: huidige watersysteem Toekomstige situatie Het plan voorziet in een verbetering van de verkeersstructuur. Er is aan de hand van criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Hierna wordt per thema ingegaan op de wateraspecten. Thema en water(schaps)doelstelling

Uitwerking

Waterschapsobjecten De wegreconstructie heeft geen invloed op de in het plangelegen Ruimtelijke ontwikkelingen mogen waterschapsobjecten. de werking van waterschapsobjecten niet belemmeren. Hierbij wordt gedacht aan milieucontouren rond RWZI's, rioolpersgemalen, poldergemalen, vrijverval- en/of persleidingen. Wateroverlast Binnen het plangebied is een secundaire en primaire watergang (vanuit oppervlaktewater) aanwezig (zie afbeelding 5.6). De aanwezige waterlopen in het Bij de bouw wordt voldoende hoog plangebied worden beschermd door de Keur van het waterschap. gebouwd om instroming van De Keur bepaalt dat oppervlaktewater met een status niet zonder oppervlaktewater in maatgevende vergunning van het waterschap mag worden gedempt of situatie(s) te voorkomen. Het plan aangepast. biedt voldoende ruimte voor vasthouden / bergen / afvoeren van Het totale plangebied bedraagt 29.982 m2. In de huidige situatie water. kent 13.936 m2 daarvan een verkeersbestemming. Verreweg het grootste gedeelte van de verkeersbestemming is in gebruik als rijbaan, fietspad, voetpad of inrit, en is ook daadwerkelijk verhard. Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

37

In de toekomstige situatie beslaat de verkeersbestemming 12.992 m2, waardoor het aantal m2 te verharden oppervlak afneemt. In het wegontwerp is voorzien in ca. 12.088 m2 bestrating, in de vorm van klinkers, asfalt, betonstraatstenen en betontegels. De overige gronden zijn bestemd als 'Groen - Landschappelijk' en 'Natuur'. Binnen deze bestemmingen zijn de verhardingsmogelijkheden beperkt. In het ontwerp is binnen de groenbestemming op enkele plekken waterberging voorzien, in de vorm van slenken en poelen. Daarnaast worden er nieuwe watergangen/greppels gegraven langs het nieuwe tracé. Dit wordt nader toegelicht in het planboek, dat is opgenomen als Bijlage 1. De nadere uitwerking van de aansluiting op het bestaande watersysteem wordt in een later stadium uitgewerkt. Watervoorziening / -aanvoer De wegreconstructie heeft geen invloed op de aanvoer van water. Het voorzien van de bestaande Het aantal m2 verharding neemt in de toekomstige situatie af, functie van (gronden/of waardoor er geen nadelige effecten optreden wat betreft de oppervlakte)water van de juiste waterbehoefte. kwaliteit en de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Het tegengaan van nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op de behoefte aan water. Riolering / RWZI Het afvalwater wordt afgevoerd door het vuilwaterstelsel van de (inclusief water op straat / overlast) gemeente.

Hemelwater dient via het oppervlaktewater of via een Optimale werking van de gescheiden rioleringsstelsel (indien aanwezig) te worden zuiveringen/RWZI's en van de afgevoerd. (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel oppervlakken en drainagewater in van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het verband met de reductie van Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de zuivering van hydraulische belasting van de het aangeleverde afvalwater. RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Volksgezondheid (water Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden gerelateerd) Minimaliseren risico vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico's watergerelateerde ziekten en van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor plagen. Voorkomen van geminimaliseerd. verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Oppervlaktewaterkwaliteit/ Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van Grondwaterkwaliteit de waterkwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater Behoud / realisatie van goede leiden. gronden oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

38

Grondwateroverlast Tegengaan / verhelpen grondwateroverlast.

Alleen het hemelwater dat valt op schone oppervlakken wordt van afgekoppeld van de riolering en komt in het grondwater terecht. Dit betekent dat er geen verontreinigd water in het grondwater terecht komt. Tevens is het plangebied niet aangeduid als kwetsbaar gebied of grondwaterbeschermingsgebied.

Veiligheid waterkering Het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone van een Waarborgen van het waterkering. veiligheidsniveau tegen water en de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zal het Voorkomen van maatregelen die (grond)waterpeil niet worden aangepast. Eventuele bodemdaling (extra) maaiveldsdalingen met in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Verdroging (Natuur) De wegreconstructie heeft geen invloed op de mate van Bescherming karakteristieke verdroging in en rond het plangebied. grondwater afhankelijke ecologische waarden; van belang in en rond natuurgebieden (hydrologische) beïnvloedingszone. Natte natuur Het plan voorziet geen aanpassingen binnen de in en naast het Ontwikkeling/Bescherming van een plangebied gelegen NNN-gebieden (Natuurnetwerk Nederland). rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud waterlopen In het plangebied liggen diverse waterlopen. De Oppervlaktewater moet adequaat onderhoudsmogelijkheden veranderen met dit bestemmingsplan niet. Voor onderhoud van waterlopen geldt dat ten opzichte van onderhouden kunnen worden.

door het waterschap beheerde waterlopen maximaal 7 meter brede obstakelvrije stroken / beplantings- en bebouwingsvrije onderhoudsstroken (schouwstroken), gemeten vanuit de insteek van het oppervlaktewater, in acht moeten worden genomen. Met een Watervergunning kan hiervan onder voorwaarden worden afgeweken. Alle primaire waterlopen met bijbehorende kunstwerken zijn in beheer en in onderhoud bij het waterschap. De onderhoudsstroken behoeven niet in het plan te worden geregeld. Daarin voorziet de Keur watersysteem waterschap Scheldestromen 2011. Waterschapswegen Niet aanwezig. Goede bereikbaarheid en in stand houden van wegen in beheer en onderhoud bij het waterschap.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

39

5.9.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. De waterparagraaf is in het kader van het wettelijk vooroverleg afgestemd met het waterschap. Het waterschap is akkoord met de waterparagraaf.

5.10

Externe veiligheid

5.10.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering.

Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR bestuurlijk te worden verantwoord. 5.10.2 Onderzoek Uit de risicokaart blijkt dat er verschillende campings in de omgeving aanwezig zijn waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Het betreft in alle gevallen de aanwezigheid van een (bovengrondse) tank waarin propaan of een ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas is opgeslagen. Het invloedsgebied van deze inrichtingen is niet over het plangebied gelegen. Het tracé vormt daarnaast geen route voor gevaarlijke stoffen en het plan maakt geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk, waardoor het aspect externe veiligheid geen belemmering oplevert. 5.10.3 Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig plan.

Er zijn geen invloedsgebieden over het plangebied gelegen en er vallen geen kwetsbare objecten binnen de risicocontouren. Een berekening van het groepsrisico is derhalve niet nodig.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

40

5.11

Kabels en leidingen

Naast de overige milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In het voorliggende plangebied zijn geen kabels, leidingen of andere belemmeringen aanwezig die een planologische bescherming behoeven, of die de planuitvoering in de weg staan.

5.12

Flora en fauna

5.12.1 Kader De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet heeft als doel bescherming, herstel en ontwikkeling van natuur zonder stijging van lasten voor bedrijven en burgers. Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Deze decentralisatie houdt in dat de provincies nu o.a. verantwoordelijk zijn voor het toetsen van ontheffingsaanvragen. RVO blijft wel het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffing of vrijstellingen voor activiteiten en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuurnetwerk Nederland, waarvoor de provincies beleid maken. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Gebiedsbescherming De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden.

Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden. In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en/of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Deze toetsing kan bestaan uit drie onderdelen;   

Voortoets; Verslechteringstoets of Passende Beoordeling; ADC-toets.

Soortenbescherming Het hoofdstuk ‘Soortbescherming’ uit de Wet natuurbescherming bestaat uit drie aparte beschermingsregimes, ook wel de passieve soortbescherming genoemd: 1) de Vogelrichtlijn; 2) de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en; 3) nationaal beschermde soorten. Voor deze drie beschermingsregimes gelden verschillende verboden en wettelijke belangen voor het aanvragen van een ontheffing.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

41

Natuurnetwerk Nederland / Zeeland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in Zeeland het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) geheten, is de basis van het natuurbeleid in Nederland. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones, waardoor een betere verspreiding van flora en fauna plaats kan vinden. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een ‘Nee, tenzij’-toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden. In de natuurtoets zal onderzocht worden of een toetsing in het kader van het ‘Nee, tenzij’-afweging noodzakelijk is. Toestemming voor deze ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk indien er: 1) sprake is van een groot openbaar belang, 2) geen reële alternatieven zijn, en 3) de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, de oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd.

5.12.2 Onderzoek Quickscan natuurwetgeving In het kader van voorliggende ontwikkeling is een voortoets natuurwetgeving uitgevoerd. De volledige rapportage is als Bijlage 7 bij de toelichting gevoegd. De resultaten worden hieronder beknopt weergegeven. Gebiedsbescherming Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen kunnen niet worden uitgesloten. Er is een passende beoordeling opgesteld. Negatieve effecten op de habitatsoorten nauwe korfslak, noordse woelmuis en groenknolorchis zijn wel uitgesloten. Bij het aanleggen van het ruiterpad wordt de kwaliteit van de natuurwaarden verbeterd doordat de brem verwijderd wordt ten behoeve van het ruiter/zandpad. Soortbescherming In het plangebied is een damhert aangetroffen. Gezien het zeer uitgestrekte leefgebied van deze soort ten westen van het plangebied, zullen de ingrepen geen negatief effect op deze soort hebben. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het damhert niet nodig. Als gevolg van de herinrichting van de weg kunnen effecten voor andere beschermde soorten worden uitgesloten. Verstoring van broedende vogels dient voorkomen te worden. De eventuele kapwerkzaamheden dienen daarom buiten de broedperiode (globaal 15 maart tot 15 juli) uitgevoerd te worden.

Conclusie Er is geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

42

Passende beoordeling Er is een passende beoordeling uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling, inclusief de gevolgen van stikstofemissies tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 9 bij de toelichting. Tevens is onderzoek uitgevoerd naar het habitattype 'Grijze duinen (kalk-arm)' H2130_B. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 10 bij de toelichting. De resultaten worden hieronder beknopt weergegeven. Effectbeoordeling Natura 2000-gebieden 

Het plangebied ligt deels binnen en grotendeels buiten Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Door de verbreding van de Hoogenboomlaan gaat een klein oppervlak (<100 m2) van habitattype duinbossen – droog (H2180A) verloren. Dit verlies is niet meetbaar en dus niet significant. Het ruiterpad is reeds aanwezig en maakt onderdeel uit van het habitattype grijze duinen – kalkarm (H2130B). Significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten door oppervlakteverlies zijn uitgesloten. De meeste voorgenomen ingrepen vinden plaats in het plangebied aan de rand van het Natura 2000-gebied, waardoor geen versnippering optreedt. Alleen het ruiterpad door de Vroongronden verhoogt de mate van versnippering van het Natura 2000-gebied, maar vormt geen onoverkomelijke barrière voor de habitatsoorten of de habitatsoorten zijn niet te verwachten op de locatie van het ruiterpad. Significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten door versnippering zijn uitgesloten. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen kan verstoring door geluid, licht, trilling en optische verstoring ontstaan. Twee van de drie habitatsoorten zijn niet gevoelig voor deze vormen van verstoring. De nauwe korfslak is alleen gevoelig voor verstoring door trilling.

Op basis van literatuur, verspreidingsgegevens en habitatvoorkeur is het voorkomen van nauwe korfslak in het gedeelte van het Natura 2000-gebied grenzend aan het plangebied echter niet te verwachten. Significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten door verstoring zijn uitgesloten.

Stikstofdepositie 

Uit de gemaakte AERIUS-berekening voor de aanlegfase blijkt dat sprake is van een maximale toename van stikstofdepositie van 11,54 mol/ha/jaar voor de reconstructie van de Hoogenboomlaan en een maximale toename van stikstofdepositie van 1,92 mol/ha/jaar voor de reconstructie van de Vroonweg. Uit de gemaakte AERIUS-berekening voor de gebruiksfase blijkt dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie. Door gebruikt te maken van de vuistregel genoemd in voorbeeld 6 van de Handreiking Voortoets Stikstof worden alleen deposities van 0,06 mol/ha/jaar of hoger beoordeeld in deze rapportage. Een toename van stikstofdepositie van 0,06 mol/ha/jaar of hoger en een (naderende) overschrijding van de KDW vindt plaats op: − H2130A Grijze duinen – kalkrijk; − H2130B Grijze duinen – kalkarm; − H2130C Grijze duinen – heischraal; − H2150 Duinheiden met struikhei; − H2180A Duinbossen – droog, berken-eikenbos; − H2180B Duinbossen – vochtig; − H2190A Vochtige duinvalleien – open water; − H2190C Vochtige duinvalleien – ontkalkt; − H6410 Blauwgraslanden; Uit de effectbeoordeling blijkt dat delen van deze habitattypen van goede kwaliteit zijn ondanks de aanhoudende overschrijding van de KDW door de ADW.

Een tijdelijke toename zorgt met zekerheid niet voor een zodanige extra verzuring en/of vermesting van het systeem dat daardoor in Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

43

ecologische zin merkbare verandering van de kwaliteit van de habitattypen optreedt. De tijdelijke toename van de stikstofdepositie door de aanlegfase leidt met zekerheid niet tot significant negatieve gevolgen voor de omvang en kwaliteit van de habitattypen op de locaties van goede kwaliteit. Uit de effectbeoordeling blijkt dat voor de delen van habitattypen van matige kwaliteit stikstofdepositie een ondergeschikte rol speelt in de ontwikkeling en kwaliteit van de habitattypen. Knelpunten als ontoereikend beheer, te weinig dynamiek, te sterk fluctuerende waterstanden en verdroging zijn van groter belang. Significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van de habitattypen zijn uitgesloten.

5.12.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op beschermde plant- en diersoorten. Daarnaast vinden er geen significant negatieve gevolgen door oppervlakteverlies, versnippering, verstoring door geluid en licht, optische verstoring en stikstofdepositie plaats op de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000gebied Kop van Schouwen. Hierdoor is geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Op 5 augustus 2021 is een aanvraag om natuurvergunning ingediend bij de provincie Zeeland.

5.13

Licht en duisternis

De verwachte mate van hinder van lichtuitstraling is hieronder kwalitatief beschreven. Huidige situatie Het plangebied is een matig donker gebied. In de huidige situatie is er beperkt sprake van lichthinder. Het huidige hotel en de straatverlichting vormen de belangrijkste lichtbronnen. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de lichtuitstraling waar mogelijk verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. De nieuw te plaatsen lichtmasten zullen worden voorzien van LED-armaturen, waardoor de uitstraling naar de omgeving wordt verminderd. De gemeente hanteert prioriteit 1: geen verlichting, 2: dynamische verlichting, 3: gericht verlichten en 4: met zo min mogelijke lichtsterkte. Verlichting dient zo goed mogelijk aan dit beleid te voldoen. In het inrichtingsplan is aandacht geschonken aan passende verlichting. De toekomstige verlichting heeft naar beneden schijnende lichten en is zoveel mogelijk nabij de bebouwing geplaatst. Dit aspect zal op later niveau nader worden uitgewerkt, rekening houdend met de prioriteiten van de gemeente.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

44

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze is vormgegeven.

6.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de beleidsmatige verantwoording en aanwezige kwaliteiten en waarden in het gebied. Om deze waarden te kunnen behouden en te borgen, worden deze in planregels vastgelegd. Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat de nieuwe regeling de beoogde ontwikkeling in het plangebied mogelijk maakt.

6.2

Plansystematiek

Het bestemmingsplan bestaat uit (bestemmingsplan)regels, een verbeelding en een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd, met in acht name van de rechtszekerheid voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied. In de toelichting is toegelicht welke ruimtelijke en planologische argumenten ten grondslag liggen aan het plan. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridische plangedeelte, dient het wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels. Dit bestemmingsplan is volgens de landelijke standaard, de zogenoemde Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplan (SVBP2012) opgesteld. Bij strijdigheid met de analoge versie, geldt de digitale versie. Hierna volgt een toelichting op de afzonderlijke onderdelen. De verbeelding is een kaart van het plangebied waarop onder andere te zien is waar, welke bestemming geldt en waar bouwvlakken liggen waarbinnen gebouwen opgericht dienen te worden. De verbeelding is slechts een analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde bestemmingen. Op de verbeelding zijn de volgende hoofdgroepen opgenomen:      

Enkelbestemmingen; Dubbelbestemmingen; Functieaanduidingen; Bouwvlakken; Bouwaanduidingen; Maatvoeringen.

De bestemmingsplanregels bestaan altijd uit vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

45

6.3

Toelichting op de bestemmingen

6.3.1

Inleidende regels

De inleidende regels staan in hoofdstuk 1 (artikel 1 en 2) van de regels. In artikel 1 van de regels worden diverse begrippen die in de planregels voorkomen nader omschreven. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis, ook als in het normale spraakgebruik of bijvoorbeeld in een encyclopedie andere, afwijkende definities voorkomen. Artikel 2 geeft aan hoe hoogte-, oppervlakte- en andere maten moeten worden gemeten. 6.3.2

Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de bouw- en de gebruiksregels opgenomen van de op de verbeelding opgenomen (enkel)bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen. De gebruiks- en de bouwmogelijkheden die in de enkelbestemmingen zijn opgenomen, kunnen worden beperkt door de dubbelbestemmingen of door de bepalingen uit hoofdstuk 3 (de algemene regels). De opgenomen bestemmingsregels worden hieronder kort toegelicht. Groen - Landschappelijk De bestemming 'Groen - Landschappelijk' is opgenomen ter plaatse van de belangrijkste groenstructuren in het plangebied. De gronden aldaar zijn bestemd voor het behoud en/of herstel en ontwikkeling van de aanwezige en potentiële natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Daarnaast worden de landschappelijke afscherming van recreatieterreinen, het behoud, de bescherming en het herstel van houtwallen en cultuurhistorische waarden geborgd. Paden en perceelsontsluitingen zijn in beginsel niet zonder omgevingsvergunning toegestaan, behalve waar specifiek aangeduid. De aangeduide paden zijn de bestaande en/of toekomstige paden. Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. De gronden die als zodanig bestemd zijn, hadden voor het grootste deel in de voorgaande plannen ook al een natuurbestemming.

Ook hier zijn functieaanduidingen opgenomen ter behoud, bescherming en het herstel van houtwallen en het behoud van cultuurhistorische waarden. Paden en perceelsontsluitingen zijn in beginsel niet zonder omgevingsvergunning toegestaan, behalve waar specifiek aangeduid. De aangeduide paden zijn de bestaande en/of toekomstige paden. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen voor de (auto)wegen binnen het plangebied, die bestaan uit ten hoogste twee doorgaande rijstroken inclusief bijbehorende en voet- en fietspaden. Waarde - Archeologie - 6 De voor 'Waarde - Archeologie - 6' aangewezen gronden zijn opgenomen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. De situering van de bestemming komt voort uit de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. 6.3.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen. Het gaat bijvoorbeeld om algemene regels die bovenop de andere bestemmingen gelden, zoals algemene bouw-, gebruiks- afwijkings- en wijzigingsregels.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

46

Gebruiksregels Naast de standaard gebruiksregels ten behoeve van het voorkomen van ongewenst gebruik, is hier een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanleggen van een geluidsscherm ter plaatse van de perceelgrens van de woning Hoogenboomlaan 28c. Aanduidingsregels De opgenomen aanduidingsregels worden hieronder kort toegelicht. Geluidzone - industrie De algemene aanduidingsregel 'geluidzone - industrie' is opgenomen ter plaatse van de wettelijke geluidzone rondom de meelfabriek en werpt belemmeringen op voor de realisatie van (nieuwe) geluidgevoelige bebouwing. Het betreft een voortzetting van de hiervoor geldende regeling. Overige zone - attentiegebied ehs De aanduiding 'overige zone - attentiegebied ehs' is opgenomen ter plaatse van de natuurcompensatiepercelen en dient ter bescherming, instandhouding, ontwikkeling en versterking van de ecologische hoofdstructuur. Het betreft een voortzetting van de hiervoor geldende regeling. 6.3.4

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen en is in de slotregel de citeertitel van de bestemmingsplanregels benoemt. In het overgangsrecht zijn regels opgenomen ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken, voor zover dat afwijkt van de (nieuwe) bestemming. Bestaand gebruik en bestaande bebouwing welke in strijd zijn met dit nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van voorgaande plannen, mag onder voorwaarden in stand blijven (bebouwing) dan wel worden voorgezet (gebruik). Gebruik en bebouwing dat voorheen al illegaal was, wordt met deze bepaling niet gelegaliseerd.

6.4

Handhaving

6.4.1

Handhaving en bestemmingsplannen

Handhaving van regelgeving vraagt om actuele regels. Door de actualisering van de bestemmingsplannen worden de bestaande ruimtelijke kaders aangegeven en worden daarmee tevens de grenzen bepaald waarbinnen planologische ontwikkelingen mogelijk zijn. De regels van het bestemmingsplan leggen een ruimtelijke relevante norm vast, met dikwijls een daaraan gekoppelde afwijkingsmogelijkheid, die het bestuur de mogelijkheid geeft in te spelen op de dynamiek van de samenleving. Op die wijze wordt ook de gelegenheid geboden een belangenafweging te maken van de individuele belangen ten opzichte van het algemeen belang.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

47

De term handhaving wordt vaak beperkt uitgelegd als uitsluitend het toepassen van handhavingsinstrumenten, zoals de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Deze vorm van handhaving is overwegend repressief van aard. Handhaving bestaat echter ook uit het geven van voorlichting en het houden van toezicht op een goede uitvoering. Dit is de preventieve invalshoek. In de meest optimale situatie zou sanctionering niet nodig moeten zijn. Handhaving van bestemmingsplannen en ruimtelijke regelgeving is steeds meer in de belangstellingkomen te staan van bestuurlijk Nederland. Door het plaatsvinden van enkele ingrijpende incidenten is de handhaving van wet- en regelgeving in een stroomversnelling gekomen. In toenemende mate spreken burgers de gemeente aan op het handhaven van de (eigen) regels. De rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over het handhaven van de regelgeving en neemt daartoe in beginsel een plicht tot handhaving aan. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen.

Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. 6.4.2

Handhavingsbeleid gemeente

Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland wordt zo veel mogelijk planmatig gehandhaafd. Hiertoe wordt jaarlijks een handhavingsprogramma vastgesteld. Daarnaast is er ook de nodige ruimte om te kunnen handhaven op incidenten en klachten. In principe dient tegen alle geconstateerde overtredingen te worden opgetreden. De zogenaamde beginselplicht tot handhaving. Het vaststellen van prioriteiten is echter onvermijdelijk. Als belangrijke handhavingsdoelen kunnen genoemd worden: het tegengaan van het bouwen zonder vergunning en het optreden daar waar sprake is van afwijking van reeds verleende vergunningen. Ook in de gevallen waar de veiligheid in het geding is en/of aantasting van het milieu plaatsvindt, dient prioriteit te worden gegeven aan de handhaving. Het tegengaan van strijdig gebruik van gronden en/of gebouwen is eveneens een belangrijke doelstelling. Als nevengeschikte doelen van de handhaving kunnen worden genoemd: het ongedaan maken van de gevolgen van een overtreding of een daarmee behaald voordeel. 6.4.3

Uitvoering handhaving

De uitvoering van het handhavingsbeleid is vastgelegd in de hiertoe relevante handhavingsprotocollen, het handhavingsplan en het daaruit voortvloeiende jaarprogramma. Daar waar een overtreding wordt geconstateerd en legalisatie niet mogelijk is, moet in eerste instantie toepassing worden gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving om tot herstel van de rechtsorde te komen. Het proces van bestuursrechtelijke handhaving is vastgelegd in een stappenplan, waarin de verschillende stadia van de besluitvorming en procedures tot uitdrukking komen. Naast de bestuursrechtelijke mogelijkheden van handhaving wordt een taak gezien voor de strafrechtelijke handhaving. De uitvoering en voortgang van de handhaving wordt jaarlijks vastgelegd in een verslag, dat bestuurlijk wordt vastgesteld.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

48

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.

7.2

Financiële haalbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente voert zelf de regie over de herinrichting VKH en bewaakt hiertoe de grondexploitatie. Uit de grondexploitatie blijkt dat sprake is van een financieel haalbare ontwikkeling.

7.3

Conclusie

Gelet op bovenstaande kan de economische haalbaarheid voldoende worden geacht.

Bestemmingsplan Wegtracé Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan Ontwerp Toelichting

49

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1

Inleiding

Met de herinrichting VKH wordt een veiligere verkeersituatie gecreëerd, wat vanuit maatschappelijk oogpunt een urgente opgave betreft en derhalve zeer gewenst is. Er wordt rechtstreeks uitvoering gegeven aan een belangrijk project zoals beschreven in het Masterplan Renesse. Gelet hierop wordt met de herinrichting VKH van de Vroonweg een maatschappelijke winst behaald. Gedurende de voorbereiding van bestemmingsplannen wordt het plan één of meerdere keren ter inzage gelegd. Tijdens de periode van ter inzage legging kunnen bewoners, bedrijven, dorps- en stadsraden en andere geïnteresseerden of belanghebbenden reageren op het plan. In dezelfde periode wordt ook overleg gevoerd met andere overheden over het plan. De resultaten van de ter inzage legging kunnen leiden tot aanpassingen, verbeteringen of wijzigingen van het plan. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de resultaten zijn van deze maatschappelijke consultaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11165678/1