CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Vaststellen bestemmingsplan Schouwse Valleien, Burgh-Haamstede bijlage 2 Antwoordnotitie (ambtshalve aangepast)

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Bestemmingsplan Schouwse Valleien, Burgh-Haamstede (488669)10.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze stelling wordt niet nader onderbouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat dit zo zal zijn. De herontwikkeling van vakantieparken is bovendien een noodzakelijke ontwikkeling, die reeds is ingezet voor de coronacrisis en ook daarna naar verwachting nog zal voortduren. Vakantieparken met gedateerde verblijven en voorzieningen voorzien immers niet in een behoefte. Tevens zij gewezen op de beantwoording in paragraaf 2.2. 4. In de Provinciale regelgeving en het beleid wordt het begrip recreatieve eenheden gebezigd. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen standplaatsen en recreatiewoningen. Beiden gelden als recreatieve eenheden. Het aantal recreatieve eenheden neemt, anders dan in de zienswijze is gesteld, met het plan juist af. In het vigerende bestemmingsplan zijn 643 (exclusief logeergebouw) recreatieve eenheden mogelijk, terwijl het voorliggende plan “slechts” 246 recreatieve eenheden mogelijk maakt. Met de ontwikkeling van het plan wordt het aantal recreatieve eenheden dus terdege verminderd, namelijk met 397 eenheden. Hiermee wordt, anders dan betoogd, voldaan aan het provinciaal beleid, hetgeen wordt bevestigd door de vooroverlegreactie van de Provincie waarin hierover geen opmerkingen gemaakt worden. Het bovenstaande geldt ook voor het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de Agenda Toerisme.

De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. De afname van eenheden, hoeveelheid bebouwing en verhard oppervlak zorgt mede voor de benodigde kwaliteitsverbetering. In de zienswijze wordt niet bestreden dat de herstructurering een sociaal maatschappelijke bijdrage levert. Opgemerkt wordt slechts dat ook de huidige standplaatshouders al een maatschappelijke bijdrage leverden. Dat doet niet af aan het feit dat het met het plan beoogde gebruik, dat zich kenmerkt door een sterkere wisseling in de bezetting van het terrein, naar verwachting zal leiden tot meer bestedingen in en om het park. De herontwikkeling draagt bij aan de kwaliteit van de (leef)omgeving. Het aantal eenheden op het terrein wordt sterk verminderd waardoor er meer ruimte is voor landschap en ruimtelijke kwaliteit van het terrein en de landschappelijke inpassing. Hemelwater kan in het plangebied worden opgevangen en vastgehouden. Ook in de nieuwe situatie is sprake van recreanten die gebruik zullen maken van de voorzieningen in Burgh-Haamstede en op Schouwen-Duiveland. Dit draagt bij aan het behoud van voorzieningen. Tot slot wordt het voor gasten en omwonenden mogelijk om het terrein te gebruiken als verbindingsroute naar het achterliggende natuurgebied. Aan de genoemde 30%-eis wordt voldaan.

Het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen was immers op grond van het vorige bestemmingsplan 404 en op ten hoogste 30% daarvan (met een maximum van 100) mag een kampeerhuisje worden gebouwd. De wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan de kampeerhuisjes zijn mogelijk gemaakt, kan niet anders worden uitgelegd dan dat moet worden uitgegaan van het aantal permanente standplaatsen

15

volgens “de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen” op de planverbeelding. Dat staat dus los van het bestaande (feitelijk) aantal standplaatsen of het toekomstig (feitelijk) aantal standplaatsen. Het gaat om de aanduiding die in het bestemmingsplan waarin deze wijzigingsbevoegdheid is opgenomen – Bestemmingsplan Kop van Schouwen dus – zelf, los van het feitelijke aantal permanent standplaatsen. Dit aantal is 404. Per kampeerterrein mag op 30% daarvan, met een maximum van 100, één kampeerhuisje worden gebouwd. Dat is in het bestemmingsplan De Schouwse Valleien overgenomen. Hieraan wordt – anders dan reclamant betoogt – voldaan.

5. 6. 7.

Voor wat betreft de niet-permanente standplaatsen biedt het gemeentelijk beleid de mogelijkheid om nietpermanente standplaatsen om te vormen naar permanente standplaatsen. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden uit de Nota Kamperen. Het omzetten van niet-permanente standplaatsen naar permanente standplaatsen is meegenomen in dit bestemmingsplan. De niet-permanente standplaatsen zijn vervallen en omgezet naar recreatiewoningen en komen daarom niet terug in het ontwerpbestemmingsplan. Dit sluit aan bij het gemeentelijk beleid. Deze zienswijzen wordt beantwoord in paragraaf 2.5. Deze zienswijzen wordt beantwoord in paragraaf 2.7. De ontwikkeling van deelgebied West en deelgebied Oost betreft één ontwikkeling, waarbij sprake is van een onlosmakelijke verbondenheid. Dit laatste o.a. omdat de ontwikkeling in handen is van één eigenaar, één exploitant, tevens sprake is van één organisatorische eenheid, er een functionele binding is en de deelgebieden West en Oost in elkaar onmiddellijke nabijheid liggen. Dat de deelgebieden na elkaar worden gerealiseerd maakt niet dat daarom geen sprake zou zijn van één ontwikkeling. Dit heeft enkel te maken met de reeds in het vigerende bestemmingsplan geboden planologische mogelijkheden.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Z-75 Reclamant 75 Zaaknr: 474358 Samenvatting

1. 2. 3.

Zie Z-45 Zie Z-2 In de planvorming wordt voorbij gegaan aan camping De Wielewaal. Wanneer men gebruik wil maken van de faciliteiten die zich bevinden op het andere gedeelte (tussen Oost en West) dan waar men zich bevindt, zal men of via het natuurgebied of de openbare weg zich moeten verplaatsen. Dit is zeer onwenselijk en zal leiden tot mogelijke ongevallen.

Beantwoording

1. 2. 3.

Zie Z-45 Zie Z-2 Recreanten op de beide deelgebieden kunnen goed en veilig van het ene naar het andere deelgebied komen. De beide deelgebieden liggen zeer dicht bij elkaar en zijn allereerst bereikbaar via de Hogeweg. De Hogeweg is een 30 kilometer zone. Fietsers hebben een aparte strook op de rijbaan. Langs de Hogeweg ligt een vrij liggend voetpad. Ook in de huidige situatie bevinden de centrale voorzieningen van Duinrand zich hoofdzakelijk op deelgebied West. Uit de zienswijze wordt niet duidelijk waarom dit onwenselijk is of tot ongevallen zou leiden.

Conclusie

De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Z-77 Reclamant 77 Zaaknr: 473808 Samenvatting Indiener is het niet eens met de plannen. De gemeente moet cijfers bij de initiatiefnemer opvragen waarom de huidige bedrijfsvoering niet rendabel is. Beantwoording De zienswijze wordt beantwoord in paragraaf 2.1 en 2.2. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Z-78 Reclamant 78 Zaaknr: 480150 Samenvatting

1. 2.

Zie Z-45 Zie Z-2

16

3.

4.

5.

6.

Voor het Kampeerhuisje, gebouwd in 1965, is een bouwvergunning van de gemeente Westerschouwen verleend. Reclamant beschouwt het als een tegenstrijdigheid als de gemeente enerzijds een bouwvergunning verleent en anderzijds de sloop van het huis ondersteunt. Er is geen economische of ecologische reden om het huis te verwijderen. Het zou beter zijn om het Kampeerhuisje te behouden en te integreren in het herstructureringsplan. Als een huuropzegging legaal zou zijn, zou reclamant een beschermingstermijn van 5 tot 10 jaar verwachten, gezien het lange huurcontract en het wederzijdse vertrouwen en de samenwerking die tot nu toe heeft plaatsgevonden, ook in het belang van de positieve ontwikkeling van Recreatie Duinrand. Reclamant geeft aan niet van plan te zijn de bestaande bouwvergunning voor het huis terug te geven aan de gemeente of aan derden om het beschikbaar te stellen voor ander gebruik. Reclamant vraagt de gemeente na te gaan of en in hoeverre zijn huis of andere bestaande Kampeerhuizen met een bouwvergunning van de gemeente in het plan kunnen worden geïntegreerd. Reclamant verzoekt om de herstructureringsplannen te onderzoeken en te beïnvloeden, ook met betrekking tot de bestaande huurdersbelangen. De huurders zeggen ja tegen ecologische vernieuwing omdat zij veel respect hebben voor de gevoeligheid van de omringende natuur en deze willen beschermen.

Zij zeggen nee tegen een herstructurering die vijandig staat tegenover mensen en de natuur en die alleen geïnspireerd is door kapitaalbelangen. Reclamant wil graag zijn bijdrage leveren aan het verminderen van de impact op de natuur en vooral de uitstoot van stikstof. In de plannen die de gemeente wilt goedkeuren, krijgt dit aspect te weinig aandacht en wordt het door de heer Blom niet zorgvuldig verzekerd. In ieder geval zal de bouw van een nieuw huis van ongeveer dezelfde waarde een grotere milieuvervuiling veroorzaken dan het op peil houden van een bestaand huis. Niets staat dus in de weg dat mijn kampeerhuisje met een bouwvergunning van de gemeente in het plan van de heer Blom wordt opgenomen.

Beantwoording 1. Zie Z-45 2. Zie Z-2 3. Dat in het verleden een bouwvergunning is afgegeven beteken niet dat het gemeentebestuur op basis van gewijzigde planologische inzichten geen medewerking zou kunnen of moeten verlenen aan de beoogde herontwikkeling van het terrein van Duinrand. Het is de keuze van de eigenaar van de gronden hoe het terrein wordt ingericht en welke objecten behouden blijven. Bovendien is het bouwwerk waarvoor de bouwvergunning destijds is afgegeven gerealiseerd. Daarmee is de betreffende vergunning uitgewerkt (o.a. ECLI:NL:RVS:2018:708). 4. De opzegging van de huurovereenkomst is van privaatrechtelijke aard tussen huurder en eigenaar. De gemeente is daarin geen partij en kan geen eisen stellen over een beschermingstermijn. 5. De huidige verblijven zijn niet goed in te passen in de beoogde herontwikkeling omdat zij niet bijdragen aan de beoogde kwaliteitsverbetering en eenduidigheid van het totale terrein. Verder wordt verwezen naar de beantwoording in paragraaf 2.4. 6. Dit onderdeel van de zienswijze wordt behandeld in paragraven 2.6 en 2.7. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4.

Ambtshalve aanpassing • • •

•

Stikstofberekeningen: aan het plan worden nieuwe, robuuste, stikstofberekeningen toegevoegd. In de berekeningen is rekening gehouden met het wisselende bezetting in zomer- en winterperiode en bijbehorend gasverbruik. De benoemde archeologische verstoringsdiepte betreft de diepte onder NAP in plaats van beneden maaiveld, Voor deelgebied Oost is een aantal aanpassingen doorgevoerd in verbeelding en regels: o opnemen van de bestemming Groen-Landschappelijk op de verbeelding langs de zuidzijde van het terrein, met de aanduidingen ‘specifieke vorm van groen – grondwal’ en ‘minimumhoogte 2 m’. o opnemen van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’, waarbij in de regels (art. 5.2.2 onder a) wordt bepaald dat geen recreatiewoningen zijn toegestaan. o opnemen ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende oppervlakte’ op de verbeelding, met uitzondering van een strook aan de zuidzijde van het terrein, waarbij de opgenomen regeling voor het toestaan van grotere recreatiewoningen dan algemeen toelaatbaar in de regels (in art. 5.2.2. onder e) wordt toegespitst op deze aanduiding. Soortenonderzoek: o in de regels wordt het behoud van een aantal bomen in verband met de betekenis in het kader van de vliegroutes en fourageergebied voor vleermuizen opgenomen. o in de regels wordt het oprichten van paalkasten voor vleermuizen en mussentillen mogelijk gemaakt.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10833303/3