RVS Uitgangspunten Ruimtelijk Beleid Duurzame Energievoorziening bijlage 2
Tekst van het document
UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKBELEID DUURZAME ENERGIEVOORZIENINGEN
INLEIDING Om opwarming van de aarde tegen te gaan is wereldwijd afgesproken dat de uitstoot van CO2 verminderd moet worden. Daarom gaan we over van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Ook op Schouwen-Duiveland zal er meer duurzame energie moeten worden opgewekt. Het opwekken van duurzame energie en de infrastructuur die daar bij hoort vragen ruimte. Het landschap is voor Schouwen-Duiveland een belangrijke kwaliteit. Deze kwaliteiten willen we behouden, misschien zelfs verbeteren maar het zal ook voorkomen dat deze kwaliteiten achteruitgaan. Daarom willen we ruimtelijk beleid ontwikkelen voor duurzame energievoorzieningen. We staan aan het begin van dit proces. We willen nu de uitgangspunten en randvoorwaarden gaan bepalen om daarna het concept beleid te kunnen formuleren.
BELEIDSUITGANGSPUNTEN THEMA ENERGIETRANSITIE
UITGANGSPUNTEN • SD in 2040 energieneutraal • Inzetten op energiebesparing en duurzame energieopwekking • Uitvoering in stappen van 5 jaar en rekening houden met ontwikkelingen. • Geen nieuwe grootschalige windlocaties • Inzetten op zonne-energie • Zoeken naar koppelkansen met andere grote opgaven als behoud van biodiversiteit, aanpassing aan klimaatverandering en kringloop economie
BELEIDSUITGANGSPUNTEN THEMA ONTWERP OMGEVINGSVISIE LANDELIJK GEBIED
UITGANGSPUNTEN Drie hoofdkeuzes • • •
Multifunctioneel landelijk gebied; Duurzaam landelijk gebied; Vitaal landelijk gebied.
Gebiedskwaliteiten zijn uitgangspunt • • • • • • •
Landschapsbeeld (weidsheid en diepte); Binnendijken; Acht verschillende polders; Erfgoed, waterkeringen; Grotere wateren; Deltawerken; Zeebeeld.
Bijdrage aan doelen • • • • • •
Groene uitstraling erven en randen; Behoud van waardevolle polders; Behoud van duisternis; Behoud waardevolle zichtlijnen; Behoud van natuur en biodiversiteit; Behoud van gezondheid.
ENERGIENETWERK THEMA NOODZAAK VOOR VERZWARING ELEKTRICITEITSNET
UITGANGSPUNTEN
THEMA 150 KV STATION
•
• Twee bestaande 50 kV stations (Zierikzee en Oosterland) niet meer toereikend • Noodzaak voor realiseren van 150 kV station en bijbehorende infrastructuur
•
Binnen beleid wordt zoekgebied voor 150 kV station vastgesteld Binnen zoekgebied worden randvoorwaarden gesteld voor landschappelijke inpassing afhankelijk van landschapstype
WINDENERGIE THEMA GROOTSCHALIGE WINDPARKEN
THEMA KLEINE WINDTURBINES
UITGANGSPUNTEN • Geen nieuwe grootschalige windenergieprojecten • Optimale invulling van bestaande locaties: Windpark Krammer, Windpark Roggenplaat en Windpark Zierikzee
• • • •
Eén windturbine per bouwvlak mogelijk in buitengebied Maximale tiphoogte 25 meter (in provinciaal beleid momenteel tiphoogte tot 20 meter mogelijk) Alleen op achtererf Geen kleine windturbines op bedrijventerreinen of in stedelijk gebied
ZONNE-ENERGIE THEMA ZON VOOR EIGEN EIGEN GEBRUIK
UITGANGSPUNTEN • •
In principe vergunningsvrij Binnen beschermd dorps- en stadsgezicht en monumenten niet zichtbaar vanuit openbare ruimte (advieswelstandcommissie)
TREDE 2: ZON-IN-TUIN
• • •
Beleidslijn zon-in-tuin Alleen op erf en binnen bouwvlak achter voorgevellijn Eisen aan bebouwd oppervlak, hoogte en afstand tot erfgrens
TREDE 3: ZON-OP-ERF
• • •
Goede landschappelijke inpassing Alleen binnen bouwvlak Goede landschappelijke inpassing
•
Bij bedrijven is realisatie van zonnepanelen buiten bouwvlak mogelijk indien daken en erven onvoldoende zijn om energieneutraal te worden Aansluitend aan bebouwingsblok en landschappelijke inpassing vereist
TREDE 1: ZON-OP-DAK
TREDE 4: ZON-ENERGIENEUTRAAL
•
ZONNE-ENERGIE THEMA ZON BIJ OPWEK VOOR DERDEN TREDE 5: ENERGIELANDSCHAP
UITGANGSPUNTEN • • • •
Grootschalige zonneparken bij bestaande windenergielocaties Alleen als niet wordt aangesloten op elektriciteitsnet SD Mag zichtbaar zijn in landschap maar wel aanvullende randvoorwaarden voor landschappelijke inpassing Meervoudig ruimtegebruik (combinatie met andere opgaven in het landelijk gebied zoals: landbouw, recreatie, biodiversiteit en klimaatadaptatie)
TREDE 6: ZON-OP-WATER
• •
Zonnepanelen op hoog- en laagbekken bij Krammer (kabel zie energielandschap) Pilots in bestaande watergangen
TREDE 7: ZON-NABIJBEBOUWINGSCONCENTRATIES
• • • •
Alleen mogelijk na 2025 (na verzwaring van elektriciteitsnet) Ruimte voor 50 hectare Landschappelijke inpassing op basis van landschapstype Meervoudig ruimtegebruik (zie energielandschap)
TREDE 8: ZON-IN OPENLANDSCHAP
• Zon-in-open-landschap wordt niet toegestaan
INNOVATIE THEMA TECHNIEKEN IN ONTWIKKELING
UITGANGSPUNTEN • •
Onderzoek door middel van pilots Aandachtspunt is monitoring en evaluatie
THEMA INNOVATIE OP HET GEBIED VAN ELEKTRICITEITOPWEKKING EN ALTERNATIEVEN VOOR AARDGAS
• • • •
Uitvoeren, monitoring en evaluatie huidige pilot Uitvoeren pilot getijdenenergie Uitvoeren pilot aquathermie Alternatieven voor aardgas verder uitwerken in de Transitievisie Warmte Opstellen van randvoorwaarden voor landschappelijke inpassing van noodzakelijke gebouwen ten behoeve van installaties
THEMA ENERGIEOPSLAG
• •
•
In onderzoek batterij en waterstof Randvoorwaarden voor locaties en landschappelijke inpassing
PARTICIPATIE THEMA PROCESPARTICIPATIE
UITGANGSPUNTEN
THEMA FINANCIËLE PARTICIPATIE
• Bij grootschalige duurzame energieopwekking wordt gestreefd naar 50% mede-eigenaarschap en / of financiële deelneming • Bijdrage voor een omgevingsfonds of omwonendenregeling is € 0,50 /MWh voor zonne-energie projecten en € 1.00 / MWh voor windenergieprojecten • Initiatiefnemer moet een haalbare business case kunnen halen
• MEDE-EIGENAARSCHAP • FINANCIËLE DEELNEMING • OMGEVINGSFONDS • OMWONENDEN REGELING
• Initiatiefnemer stelt participatieplan op • Goedkeuring participatieplan door gemeente • Initiatiefnemer doorloopt proces van participatie met omgeving