RVS Uitgangspunten Ruimtelijk Beleid Duurzame Energievoorziening bijlage 5
Tekst van het document
Ruimtelijk Beleid Duurzame Energievoorziening Input op uitgangspunten naar aanleiding van stakeholdersbijeenkomsten op 9 december 2020. Datum: 21 januari 2021.
1. Inleiding Op 24 september 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met de bestuursopdracht voor het opstellen van het Ruimtelijk Beleid Duurzame Energievoorziening. Het beleid heeft de volgende doelstellingen: • Het bieden van een ruimtelijk kader voor de duurzame energievoorziening, bestaande uit duurzame energie opwekking en bijbehorende infrastructuur. • Opstellen van randvoorwaarden voor participatie (zowel proces als financiële participatie) Het beleid wordt opgesteld in de volgende stappen namelijk: 1. Opstellen uitgangspunten; 2. Opstellen ontwerp beleidskader; 3. Inspraak en 4. Opstellen definitief beleidskader. In september zijn de concept uitgangspunten (stap 1) opgesteld. Voor het opstellen van de uitgangspunten is gebruik gemaakt van het beschikbare materiaal van de ontwerp omgevingsvisie landelijk gebied (onder meer alle concepten, input, reacties, rapporten en leerervaringen). De concept uitgangspunten zijn op 12 oktober 2020 ter bespreking voorgelegd aan de raadscommissie. Op 9 december zijn twee stakeholdersbijeenkomsten georganiseerd voor koepelorganisaties en partijen die betrokken zijn geweest bij het opstellen van de omgevingsvisie landelijk gebied. Tijdens deze bijeenkomsten hebben de deelnemers input gegeven op de concept uitgangspunten. Ten behoeve van deze bijeenkomsten is een factsheet opgesteld met de concept uitgangspunten.
De factsheet is als bijlage 1 bijgevoegd. Deze notitie heeft tot doel om per thema op hoofdlijnen de belangrijkste input weer te geven. Een uitgebreid overzicht van de input en de beantwoording daarvan is weergegeven in bijlage 2.
2. Aandachtspunten per thema. 2.1. Algemeen. De deelnemers hebben de volgende algemene aandachtspunten meegegeven namelijk: Inzicht over opgave, energieverbruik, duurzame opwek en restopgave en nulmeting. Nulmeting met betrekking tot energiebesparing en duurzame energieopwekking en monitoring. Integraliteit van beleidsthema’s. Participatie en eigenaarschap van deelnemers in het proces. Aandacht voor veiligheid. Aandacht voor gezondheid. Inzicht opgave, energieverbruik, duurzame opwek en restopgave. Deelnemers vragen inzicht in de opgave in cijfers voor wat betreft doelstellingen, stand van zaken met betrekking tot energiebesparing en duurzame opwekking en de restopgave. Ook wordt gevraagd om een nulmeting. Beantwoording: In de uitgangspuntennotitie wordt globaal inzicht gegeven in de doelstellingen, de stand van zaken met betrekking tot energiebesparing en duurzame energieopwekking en de restopgave met betrekking van duurzame opwekking. In de verdere uitwerking van het beleid zal dit verder gedetailleerd worden”. Wat betreft de nulmeting wordt in de jaarlijkse energiebalans van de gemeente Schouwen-Duiveland jaarlijks inzicht gegeven in de stand van zaken met betrekking tot energiebesparing en duurzame energieopwekking. De energiebalans zal als input dienen voor de verdere uitwerking van de opgave voor duurzame energieopwekking.
Ook na het vaststellen van het ruimtelijk beleid zullen de doelstellingen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking jaarlijks worden gemonitord.
Rol van de provincie en regio in energieopgave. Door deelnemers wordt aangegeven dat de provincie en het rijk aan de lat staan voor de energieopwekking. Beantwoording: Het Rijk heeft de regio’s gevraagd aan te geven in een Regionale Energie Strategie (RES) wat de ambitie van iedere regio is. In de RES-Zeeland waar de gemeente onderdeel vanuit maakt zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt wat de opdracht per gemeente is voor duurzame energieopwekking. De RES-en worden landelijk afgestemd om te kijken of er aan de landelijke opgave wordt voldaan. Integraliteit van beleidsthema’s. Aandacht wordt gevraagd vanuit de deelnemers voor de integraliteit van beleidsthema’s als biodiversiteit, circulariteit en klimaatadaptatie. Beantwoording: Het ruimtelijk beleid duurzame energieopwekking is een ruimtelijke uitwerking van de Energie-Agenda. Het beleid moet antwoord geven op de vraag “Onder welke (ruimtelijke) randvoorwaarden werkt de gemeente Schouwen-Duiveland mee aan initiatieven met betrekking tot de duurzame energievoorziening?” Binnen dit beleid worden koppelkansen gezocht met andere opgaven als biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit. Integratie van de beleidsthema’s zal plaats vinden in de nog op te stellen Omgevingsvisie voor Schouwen-Duiveland. Participatie en mede-eigenaarschap.
Gevraagd wordt om een ander vorm van participatie met aandacht voor gelijkwaardigheid, regie over eigen initiatief bij de deelnemers, participeren van deelnemers in het opstellen van een participatieverordening en nieuwe participatiemethodiek. Beantwoording: Er zijn initiatieven van gemeentezijde en soms vanuit andere hoeken (inwoners, bedrijven, kennisinstelling). Participatie ziet er per traject anders uit. De gemeente heeft per traject ook een andere rol. De rollen en taken zijn verschillend en anders per initiatief of beleidsveld en niet per definitie gelijkwaardig. Het doel van het traject ruimtelijke beleid duurzame energievoorziening is om regels op te stellen voor initiatienemers voor initiatieven met betrekking tot duurzame energieopwekking. Participatie van stakeholders is hier met name bedoeld om mee te denken met de uitgangspunten en mee te denken bij de verder uitwerking van het beleid. Voor de concept uitgangspunten is gebruik gemaakt van de participatie die heeft plaats gevonden in het traject van de ontwerp omgevingsvisie landelijk gebied. Aandacht voor veiligheid. Door de Veiligheidsregio wordt aandacht gevraagd voor het vroegtijdig aandacht te hebben voor veiligheid. omdat daarmee: 1. slachtoffers en schade voorkomen kunnen worden, zowel in de omgeving als bij de hulpverleners; 2.
maar ook om ervoor te zorgen dat dit soort innovatieve en goede initiatieven niet on-hold komen te staan omdat er incidenten hebben plaatsgevonden. Door zorgvuldig na te denken over de inpassing en het ontwerp van duurzame energievormen kan dit worden voorkomen. Beantwoording: Veiligheid is een belangrijk thema bij duurzame energie-initiatieven. De Veiligheidsregio zal betrokken worden bij de uitwerking van het beleid en bij initiatieven op het gebied van duurzame energie voorziening. Aandacht voor gezondheid. De GGD vraagt aandacht voor gezondheid (geluid en schaduw windturbines). Beantwoording: Het aspect gezondheid zal meegenomen worden bij de realisatie van initiatieven Bij de realisatie van windturbines moet worden voldaan aan normering voor geluid en slagschaduw.
2.2. Energienetwerk. Vanuit de deelnemers zijn voor het thema energienetwerk de volgende aandachtspunten naar voren gekomen: Goede uitleg van nut en noodzaak. Voorkomen van overlast voor de omgeving en gezondheidsrisico’s voor mens en dier. Landschappelijke inpassing meenemen in de zoektocht naar een locatie en koppeling met andere opgaven. Bij locatiekeuze rekening houden met klimaatbestendigheid. Zorgvuldige communicatie met grondgebruikers, schade voorkomen en schade normaal vergoeden. Goede uitleg van nut en noodzaak. Er komen diverse vragen over de nut en noodzaak van het 150 kV station en wat er gebeurt met de bestaande 50 kV stations. Beantwoording: Het 150 kV-hoogspanningsstation en de 150 kV ondergrondse verbinding naar een aansluiting op het landelijk elektriciteitsnetwerk in West Brabant zijn noodzakelijk omdat de bestaande twee 50 kV-hoogspanningsstations (Zierikzee en Oosterland) onvoldoende capaciteit hebben voor duurzame energieopwekking (met vermogen groter dan 50 kW). Er is nu al geen ruimte voor duurzame energie initiatieven. De huidige stations in Oosterland en Zierikzee blijven in bedrijf als 50 kV stations. Deze kunnen niet worden opgewaardeerd naar een 150 kV station. Het 150 kV station is de basis en de 50 kV stations fungeren na plaatsing van het 150 kV station als noodzakelijke tussenstations.
Voorkomen van overlast en gezondheidsrisico’s voor mens en dier. Aandacht wordt gevraagd voor overlast en gezondheidsrisico’s voor mens en dier. Beantwoording: Bij de locatiekeuze en bouw van een hoogspanningsstation wordt voldaan aan de geldende normen en richtlijnen voor onder andere geluid en magneetvelden. De rijksoverheid, het ministerie van I&M, is verantwoordelijk voor beleid en regelgeving op het gebied van magneetvelden. Voor TenneT is dit overheidsbeleid leidend. In de uitgangspunten van de zoekcriteria wordt een minimale afstand tot woningen van 300 meter gehanteerd. Landschappelijke inpassing meenemen in de zoektocht naar een locatie en koppeling met andere opgaven. Aandacht wordt gevraagd voor landschappelijke inpassing en koppeling andere opgaven. Gezien het industriële karakter is er voorkeur voor een bedrijventerrein. Beantwoording: In de verdere uitwerking van het beleid worden de kaders voor landschappelijke inpassing per landschapstype door externe deskundigen en de stedenbouwkundige opgesteld en afgestemd met stakeholders. Bij de inpassing van het station zal gekeken worden naar goede koppeling met ander opgaven voor natuur, waterberging en bos. Of het mogelijk is om het 150 kV station op of aansluitend aan een bedrijventerrein te realiseren hangt af van technische randvoorwaarden waar het zoekgebied aan moet voldoen.
Bij locatie rekening houden met klimaatbestendigheid. Aangezien het gaat om vitale infrastructuur moet er aandacht zijn voor klimaatbestendigheid. Beantwoording. In de uitgangspunten is in de zoekcriteria opgenomen dat voor de locatie rekening moet worden gehouden worden met overstromingsgevaar. Zorgvuldige communicatie met grondgebruikers, schade voorkomen en schade normaal vergoeden. In het Ruimtelijk Beleid Duurzame Energievoorziening wordt, op basis van de door de netbeheerder gestelde randvoorwaarden, een zoekgebied geïdentificeerd waar het 150 kV station gerealiseerd kan worden en worden er randvoorwaarden gesteld voor landschappelijke inpassing. Voor wat betreft schadevergoedingen worden de daarvoor gebruikelijke regelingen gehanteerd door Enduris en Tennet. Communicatie daarover wordt gedaan in de komende omgevingsdialoog over station en kabeltracé's.
2.3. Windenergie. Voor het thema windenergie hebben de deelnemers de volgende punten meegegeven: Heroverweging standpunt voor geen nieuwe windenergielocaties. Voorkeur voor wind op zee in plaats van wind op land. Hoogte van kleine windturbines van 25 meter bij agrarische gebouwen in buitengebied. Heroverwegen standpunt voor geen nieuwe windenergielocaties. Door de gemeenteraad is het standpunt ingenomen dat er geen nieuwe windlocaties binnen SchouwenDuiveland zullen worden gerealiseerd maar alleen optimalisatie van de bestaande drie locaties. Diverse personen en organisaties vragen om een heroverweging van dit standpunt. Dit omdat zijn vinden dat grootschalige zonneparken veel meer impact hebben op het landschap dan één grote windlocaties. Beantwoording: Voorgesteld wordt om een eventuele heroverweging van dit standpunt mee te nemen in de actualisatie van de Energie-Agenda of Regionale Energie Strategie. Wind op zee. Vanuit de deelnemers wordt gevraagd waarom niet wind op zee in plaats van wind op land. Beantwoording: Als gemeente hebben wij daar weinig of geen invloed op. Wind op zee wordt landelijk opgepakt en valt niet onder de RES-en. Hoogte van kleine windturbines in buitengebied bij agrarische gebouwen. Vanuit de deelnemers komen verschillende opmerkingen dat zij de hoogte van de kleine windturbines van 25 meter te hoog vinden.
Beantwoording: We willen ondernemers de mogelijkheid geven om te verduurzamen door windturbines toe te staan van 25 meter mits de provincie daarmee akkoord gaat. Een 25-meter hoge windturbine heeft een hoger rendement dan de van nu toegestane windturbine van 20 meter en samen met zonne-energie (op dak) kan een agrarisch bedrijf jaarrond energie opwekken voor eigen gebruik en daardoor eventueel energieneutraal worden. In de verdere uitwerking van het beleid zal in samenspraak met een landschapsdeskundige en de stedenbouwkundige van de gemeente worden bekeken of er nog beperkingen in het toegestane aantal of mogelijke locaties moeten worden gesteld om onze landelijke kwaliteiten zoveel mogelijk te kunnen behouden.
2.4. Zonne-energie. Vanuit de deelnemers zijn de volgende aandachtspunten naar voren gekomen: Maatwerk voor monumentale panden. Bij zon in tuin en zon op erf is definiëring niet duidelijk (stedelijk gebied versus landelijk gebied). Zon-energieneutraal. Zon-op-dak voor opwek van derden. Nut en noodzaak voor grootschalige opwek voor zon. Landschappelijke inpassing van zonneparken. Meervoudig ruimte gebruik. Zon-in-open landschap. Maatwerk voor monumentale panden. Vanuit de deelnemers wordt aangegeven om monumenten niet per definitie vrij te houden van zonnepanelen en in te zetten op maatwerk. Beantwoording: Uitgangspunt is dat zonnepanelen bij monumenten kunnen worden toegestaan als ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en het monumentale karakter niet aantasten. Voor zonnepanelen op monumentale panden of panden in beschermd dorps en stads gezicht is altijd een omgevingsvergunning nodig en is advies van de welstandscommissie een vereiste. Dit zal verder uitgewerkt worden in het beleidskader in samenspraak met de welstandscommissie.
Definiëring zon in tuin en zon in erf. Er is bij de deelnemers onduidelijkheid of zon in tuin ook in het buitengebied is. Als dat zo is dan moet hier ook aandacht komen voor landschappelijke inpassing. Beantwoording: In de uitgangspunten en de verdere uitwerking van het beleid zal de definiëring worden verbeterd. Trede 2 is in stedelijk gebied en Trede 3 is landelijk gebied. Bij trede 3 is landschappelijke inpassing een voorwaarde. De bestaande beleidsregel moet na vaststelling van het beleid hierop worden aangepast. Zon-energieneutraal. Door de deelnemers wordt gevraagd om een definitie voor energieneutraal. Verder wordt aandacht gevraagd voor stimuleren van zon op dak bij gemeentelijke gebouwen, bedrijven, combinatie met recreatie, etc. Beantwoording: Energieneutraal op bedrijfsniveau is op jaarbasis evenveel energie duurzaam opwekken als dat er binnen een bedrijf nodig is. Zon op dak en erf wordt gestimuleerd. Als het dak en erf niet voldoende is voor bedrijven om energieneutraal te worden dan is het mogelijk om onder voorwaarden zonnepanelen op maaiveld buiten het bouwvlak (aangrenzend aan het bouwvlak) te plaatsen. Zon-op-dak voor opwek derden. Vanuit de deelnemers wordt gevraagd om zon-op-dak voor opwek derden te stimuleren. Nu is het voor bedrijven vaak niet rendabel om meer zonnepanelen op dak te leggen.
Beantwoording: Dit zal worden meegenomen in de verder uitwerking van het beleid. Nut en noodzaak voor grootschalige opwek voor zon. Door de deelnemers wordt diverse keren aandacht gevraagd voor de noodzaak voor grootschalige opwek voor zon op land. Is zon op dak niet voldoende? Waarom 50 hectare bij bebouwingsconcentraties? Beantwoording: Om de doelstellingen voor duurzame energieopwekking van de energie-agenda voor de eerste vijf jaar te halen hebben we, naast opwek voor eigen gebruik en energielandschappen, ongeveer 50 hectare zonneparken nodig. Dit zal verder onderbouwd worden in de uitwerking van het beleid. Aandacht voor landschappelijke inpassing. Door de deelnemers wordt aandacht gevraagd voor de landschappelijke inpassing van zonneparken. Beantwoording: Dit is de essentie van het opstellen van het ruimtelijk beleid duurzame energievoorziening. De kaders hiervoor wordt door externe deskundigen en de stedenbouwkundige opgesteld en afgestemd met stakeholders. Meervoudig ruimte gebruik. Aandacht wordt gevraagd voor koppelkansen met andere opgaven als biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit. Beantwoording: Bij meervoudig ruimtegebruik worden koppelkansen gezocht met de opgaven voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en recreatie. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de energielandschappen, zon-op-water en zon-nabij-bebouwingsconcentraties.
Bij zon-op-water is behoud van waterkwaliteit een belangrijk uitgangspunt. Zon-in-open landschap Gevraagd wordt waarom niet één groot zonnepark van 50 hectare of het benutten van dijken, duinen etc. Beantwoording: Wij willen in navolging van het provinciale beleid geen zonneparken in de open polder maar aansluitend aan bebouwingsconcentraties. Juist omdat we denken dat zonneparken kunnen bijdragen aan het energieneutraal worden van dorpen en wijken. Vaak zijn hier alleen maar kleine of middelgrote zonneparken mogelijk. Door versnippering worden lasten en lusten verdeeld. Wat betreft zon in duinen is het binnen natuurgebieden lastig zonnepanelen toe te staan in verband met wetgeving.
2.5. Innovatie Door deelnemers wordt de volgende input gegeven: Aandacht voor innovaties Betrekken van de juiste stakeholders bij innovaties. Aandacht voor innovaties. Door deelnemers wordt aandacht gevraagd voor innovaties als: energieopslag door batterijen, waterstof, flexibele zonnepanelen, pvt panelen, spiegelschotels, geconcentreerde puntwarmte, etc. Landschappelijke inpassing is hier nog niet aan de orde. Beantwoording: Deze innovaties zullen bij de uitwerking worden meegenomen. De kaders voor landschappelijke inpassing die meegenomen kunnen worden zullen in het beleid worden meegenomen. Betrekken van stakeholders bij innovaties. Opmerking van de deelnemers is om de juiste stakeholders en externe partijen te betrekken bij innovaties. Beantwoording: Bij innovaties zal vooraf bekeken worden welke stakeholders er betrokkenen moeten worden. Ook GGD, VRZ en RUD zullen we bij deze afweging betrekken.
2.6. Participatie. Met betrekking tot participatie zijn er vanuit de deelnemers de volgende opmerkingen aandachtspunten: 50 % mede-eigenaarschap of financiële deelneming. Positief over participatie. 50% mede-eigenaarschap of financiële deelneming. Vanuit de deelnemers wordt gevraagd wat wordt verstaan onder 50 % mede-eigenaarschap of financiële deelneming. Beantwoording: Bij duurzame energieprojecten (zonneparken en windlocaties) is het beleid om zoveel mogelijk in eigendom van direct betrokken inwoners te laten komen. Het streven is naar 50% medeeigenaarschap en / of financiële deelneming. Uitwerking is maatwerk. Positief over participatie. Veel deelnemers zijn positief over participatie en het betrekken en mee laten profiteren van de omgeving. Goed om kaders mee te geven. Vorm hoeft niet altijd in geld te zijn. Wel wordt door een aantal deelnemers aandacht gevraagd voor de business case. Ook wordt door een deelnemer aangegeven dat de eisen te hoog zijn. Beantwoording: In het beleid worden de kaders vastgelegd. Participatie kan van alles zijn. Dit hoeft dus niet alleen over geld te gaan. Uitwerking is iedere keer maatwerk. Een haalbare business case wordt daarbij betrokken.
3. Conclusies. In de bijlage 2 is een overzicht opgenomen van alle input en de beantwoording daarvan. Ook is aangegeven welke punten wel of niet worden meegenomen en waarom. Waar nodig worden de uitgangspunten aangepast en verwerking in de verdere uitwerking van het beleid. Ook bij de uitwerking zal er voor stakeholders de mogelijkheid zijn om te participeren.