RVS Statutenwijziging Stichting Obase bijlage 2 toelichting
Tekst van het document
Bijlage 1: Toelichting statutenwijziging Stichting Obase Artikel 3 lid 1. Het bestuur van Obase heet nu directeur-bestuurder. De voorkeur gaat er in lijn met het koepelbegrip uit de code goed bestuur naar uit voortaan te spreken over een ‘schoolbestuur’ met een voorzitter en eventueel een lid. Dit spoort ook met de herijking van de directietaken die minder bij de bestuurder komen te liggen. Artikel 4 kan beknopt zijn omdat het verwijst naar artikel 46 WPO. Hier staat 1. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 2. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 3. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. In lijn met de door de staatssecretaris van OCW meegedeelde wijziging in de uitleg van artikel 48 WPO zijn aan de statutaire doelstelling de activiteiten toegevoegd die nauw zijn verbonden met het geven van openbaar onderwijs en die hieraan redelijkerwijs dienstbaar zijn. Denk aan het aanbieden van kinderopvang. Artikel 6 lid 1: Obase kiest voor een omvang van het schoolbestuur van maximaal twee leden.
Artikel 6.5 en 6.6: Met het oog op zorgvuldig werkgeverschap is onder meer vastgelegd dat er een gekwalificeerde 2/3 meerderheid nodig is voor een besluit tot schorsing of ontslag van een lid van het schoolbestuur door de raad van toezicht. Ook worden een redelijke grond en een gemotiveerd besluit voorgeschreven om te kunnen overgaan tot ontslag als lid van het schoolbestuur. Artikel 6.5 en 6.6: aanvullend is er de waarborg dat een besluit tot schorsing of ontslag wordt genomen ‘gehoord (een afvaardiging van) de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en (een afvaardiging van) het directieberaad’. Het gaat hier niet om een formeel advies, maar wel om de verplichting tevoren afstemming te zoeken met de werkvloer. Er wordt geen relatie gelegd tussen de duur van de arbeidsovereenkomst en de duur van de vennootschapsrechtelijke benoeming als statutair bestuurder. Artikel 6 lid 10 verwijst naar bepalingen van de WPO. Het gaat om artikel 29 lid 5 (bevoegdheid tot het benoemen van leden van het bestuur), 33 tot en met 34a (vaststellen rechtspositie, benoeming/schorsing/ontslag, benoeming in algemene dienst en het bewaren van afschriften van bewijsstukken rond de benoeming) en 38 (voeren van DGO over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand). Artikel 7 lid 2 creëert bevoegdheden.
De stichting is hierbij gebaat voor zover het gaat om het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. Overeenkomsten tot borgstelling en dergelijke worden hier niet opgenomen en komen bij Obase dus niet voor. Artikelen 7 lid 3 en 10 lid 2 bevatten de goedkeuringsrechten die de raad van toezicht hanteert in aanvulling op zijn wettelijke takenpakket. Dit is een vrije aangelegenheid. Obase kent nu anders dan de meeste schoolbesturen geen aanvullende goedkeuringsrechten. Geïntroduceerd worden onder meer een goedkeuring op duurzame samenwerking, afwijken van beleid met een financieel gevolg dat een drempelbedrag overstijgt en reorganisatie/ontslag van een aanmerkelijk aantal werknemers. Onder reorganisatie wordt verstaan: een ingrijpende verandering in de organisatie waarbij functies worden toegevoegd of verdwijnen, welke aanpassingen gepaard gaan met ingrijpende rechtspositionele consequenties.
We kiezen ervoor niet te regelen dat de raad van toezicht in een reglement andere besluiten van het schoolbestuur aan voorafgaande goedkeuring kan onderwerpen. Alle goedkeuringsrechten zijn dus in de statuten terug te vinden. Artikel 8 bevat regels voor de besluitvorming van bet schoolbestuur als dit uit meer dan 1 lid bestaat. Hierin wordt benadrukt dat het bestuur streeft naar besluitvorming in consensus. Artikel 8 lid 4 bepaalt dat vergaderingen van het bestuur openbaar zijn, tenzij. Artikel 11 lid 3 schrijft een streven voor naar een evenwichtige samenstelling van de raad van toezicht. Deze moet een afspiegeling zijn van de populatie (diversiteit). Artikel 48 lid 12 van de WPO vereist een overheersende overheidsinvloed. Hierom is het niet wenselijk dat de gemeenteraad bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt geconfronteerd met een bindende voordracht voor de meerderheid van de zetels. Hierom wordt in artikel 11 lid 6 volstaan met één (bij een RvT van drie leden) of twee (bij een RvT met vier of vijf leden) bindende voordrachten. Het voordrachtsrecht van de GMR wordt geacht te zijn geëffectueerd met de voordrachten van het ouderdeel van de GMR. Artikel 11 lid 7. De maximale zittingsduur van leden van de raad van toezicht is twee maal vier jaar, conform de code goed bestuur.
Nu kent Obase, in strijd met de nieuwe code goed bestuur, een maximum van twaalf jaar. Artikel 11 lid 15: De raad van toezicht bepaalt in een regeling de beloning van de leden. Het is niet wenselijk in de statuten gedetailleerd te bepalen welke beloning de leden van de raad van toezicht ontvangen. Artikel 12 lid 4. Hoewel de wet dit niet voorschrijft is het wenselijk dat de vergaderingen van de RvT -net als die van het bestuur- in beginsel openbaar zijn. Artikel 13 lid 2. We volstaan met de deadline van 1 januari voor het opstellen, goedkeuren en vaststellen van de begroting. Vóór 1 februari, de termijn die ook staat in artikel 48 lid 10 Wpo, informeert het bestuur de gemeenteraad over de goedkeuring. En voor het vervolgens toezenden van de begroting naar de gemeenteraad geldt 1 maart als deadline. Artikel 14 voorziet in vrijtekening (intern) en vrijwaring (extern) van de leden van RvT en CvB. Dit is geen verplichting, maar wel steeds meer gebruikelijk. Obase kent een dergelijke voorziening nu niet. In sommige sectoren (bij voorbeeld woningbouwcorporaties) is vrijtekening en vrijwaring niet toegestaan maar dat geldt niet voor de onderwijssector. Artikel 48 lid 12 onder h van de Wpo spreekt over overheersende invloed van de overheid.
Daarom staat in artikel 15 lid 1 ook dat de gemeenteraad zijn instemming aan een statutenwijziging slechts mag onthouden als deze overheersende overheidsinvloed niet langer is verzekerd als gevolg van de statutenwijziging.