RVS Project Eultje in Ouwerkerk Bijlage 3 Aanvraag haalbaarheidsonderzoek
Tekst van het document
Sportpark ‘t Eultje:
Biodiversiteit & Energietransitie Aanvraag Haalbaarheidsonderzoek
8 oktober 2021 (versie 5)
INITIATIEFNEMERS Dorpsraad Ouwerkerk Imkersvereniging Schouwen-Duiveland Gemeente Schouwen-Duiveland
1
Sportpark ’t Eultje: Biodiversiteit & Energietransitie 1. Inleiding Midden in Ouwerkerk op het eiland Schouwen-Duiveland ligt “Sportpark ’t Eultje”. Tot halverwege 2018 was SV Ouwerkerk daar actief maar sedertdien liggen het terrein en de voetbalkantine er verlaten bij. De dorpsraad Ouwerkerk heeft in samenspraak met bewoners de afgelopen jaren gekeken naar mogelijkheden om het terrein een nieuwe bestemming te geven en daarmee de leefbaarheid van het dorp te verbeteren. In de zomerperiode van 2020 wordt aan deze zoektocht een nieuwe dimensie gegeven. De imkersvereniging Schouwen-Duiveland is vanwege het groeiend ledental en vele activiteiten op zoek naar een verenigingsgebouw. Door beide partijen wordt besloten om gezamenlijk een toekomstplan voor sportpark ’t Eultje op te stellen. Een plan dat in samenspraak met de gemeente Schouwen-Duiveland inmiddels is geëvolueerd tot een project met de ambitie om op ’t Eultje een educatiecentrum biodiversiteit te stichten en Ouwerkerk e.o. om te vormen tot het eerste energie neutrale dorp van Schouwen-Duiveland. In samenwerking met burgers, het nabijgelegen Watersnoodmuseum (WNM), natuureducatie organisaties, waterschap en bedrijfsleven wordt een innovatief demonstratieproject gerealiseerd dat ver buiten Ouwerkerk zijn uitstraling en invloed zal hebben. Het plan met betrekking tot de energietransitie van Ouwerkerk e.o.
is op conceptueel niveau uitgewerkt en houdt rekening met de lokale situatie op Schouwen-Duiveland. Het plan is de afgelopen periode met externe partijen besproken en getoetst. Vanwege enerzijds het innovatieve karakter en anderzijds de relatief kleine schaal van het demonstratieproject wordt door deze partijen het belang voor de toekomst in brede zin erkend. Mede daardoor hebben zij belangstelling getoond voor hun betrokkenheid en de inzet van eigen expertise. Ook de invulling van het educatiecentrum heeft conceptueel vorm gekregen. Met diverse natuureducatie organisaties is gesproken over een samenwerking om vanuit het educatiecentrum biodiversiteit gezamenlijk activiteiten te organiseren en hiermee een “toeristisch product” aan te bieden. De link tussen beide thema’s biodiversiteit en energietransitie, alsmede de diverse samenwerkingen met lokaal bedrijfsleven en het WNM leiden tot interessante verdienmodellen, waarmee naar verwachting het demonstratieproject financieel toekomstbestendig kan functioneren. Om de volgende stappen te kunnen zetten wordt het door de initiatiefnemers van belang geacht om in een onafhankelijk onderzoek de haalbaarheid van het project aan te tonen. Hierbij zal het niet alleen gaan om de inhoudelijke en financiële aspecten, maar zeker ook om de sociale haalbaarheid.
De publieke acceptatie van de voorgestelde energietransitie en activiteiten op ’t Eultje vormt waarschijnlijk de grootste uitdaging. Met burgerparticipatie zal dan ook zeer zorgvuldig en professioneel moeten worden omgegaan. In voorliggend document wordt het haalbaarheidsonderzoek beschreven en aangeboden ter financiële ondersteuning. De inzet van het kernteam en een breed gedragen klankbordgroep dienen in dit stadium als tegenfinanciering van de bij Stichting Zeeuwse Publieke Belangen aangevraagde subsidie. In hoofdstuk 2 wordt het conceptueel project verder toegelicht en bezien in het kader van nationaal, provinciaal en lokaal beleid. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de opzet van het haalbaarheidsonderzoek gepresenteerd en de daarbij beoogde projectresultaten. Tevens wordt ingegaan op de projectorganisatie. In hoofdstuk 4 worden de financiën en planning verwoord en is de vraagstelling richting de Stichting Zeeuwse Publieke Belangen geconcretiseerd.
2
2. Concept en kader
Figuur 1 - Ouwerkerk met centraal gelegen sportpark 't Eultje (oranje cirkel)
Sportpark ’t Eultje ligt tegen het centrum van Ouwerkerk en heeft een netto oppervlak van circa 1 ha. Tegen de groene omzoming van het terrein ligt een aantal geschenkwoningen van de Watersnoodramp en ten oosten ligt camping De Kreekoever. De voetbalkantine is circa 220 m2 groot, niet meer in gebruik en heeft regelmatig te maken met vandalisme. Het voorgelegen parkeerterrein biedt aan tientallen auto’s ruimte om te parkeren. Op ongeveer 1 km afstand ligt het WNM en het 5e Caisson. De eerder genoemde koppeling tussen de thema’s biodiversiteit en energietransitie biedt op de locatie Ouwerkerk een aantal unieke mogelijkheden, waarbij tevens invulling kan worden gegeven aan de wensen vanuit de direct betrokken stakeholders.
De afgelopen periode is in dat kader gekeken naar een samenwerking met het WNM. In het beleidsplan van het WNM wordt onder meer gesproken over duurzaamheidsmaatregelen die het nationaal museum energieneutraal moeten maken. Door de koppeling aan plan ’t Eultje kan de haalbaarheid van het betreffende project nadrukkelijk worden vergroot. Zo is het WNM onder meer gebaat bij een “levering” van overtollige elektrische energie aan project ’t Eultje. Met betrekking tot ambities op het vlak van biodiversiteit kan ’t Eultje weer profiteren van de “aantrekkingskracht” van het museum. Op meerdere vlakken kunnen de beide projecten elkaar dus aanvullen en versterken met positieve consequenties voor onderliggende verdienmodellen.
2.1. Energietransitie ’t Eultje biedt Schouwen-Duiveland een unieke kans om het thema energietransitie verder vorm te geven. Er is behoefte aan demonstratieprojecten waarmee gefaseerd en op kleine(re) schaal ervaring kan worden opgedaan met de weg richting energieneutraliteit. Het is de ambitie van de initiatiefnemers om sportpark ’t Eultje en het dorp Ouwerkerk e.o. hiervoor op een innovatieve manier in te zetten. In een aantal fasen en te beginnen bij sportpark ’t Eultje wordt Ouwerkerk e.o. energieneutraal. Dit vindt plaats op een vergelijkbare wijze zoals eerder in Nederland bij de drinkwaterwinning is toegepast. Door de inzet van innovatieve software (optimizers) wordt opgewekte energie (zon, wind en andere bronnen) op meerdere schaalniveaus zo optimaal mogelijk afgestemd op de lokale energievraag. Hierdoor kan relatief dure capaciteit van energieopslag beperkt blijven. Door het (deels) benutten van de beschikbare dakoppervlakken van ’t Eultje en de agrarische bedrijven in de omgeving van Ouwerkerk, alsmede de koppeling met het duurzaamheidsproject van het WNM (14.000 m2 zonnepanelen), kan voldoende energie voor Ouwerkerk e.o. worden opgewekt. Daarbij kan op de agrarische bedrijven mogelijk tevens gebruik worden gemaakt van de plaatsing van “hoog-rendement” windmolens met een geringe as-hoogte. Dit zal in het haalbaarheidsonderzoek worden meegenomen.
De locatie van de energieopslag kan mogelijk plaatsvinden in een nog niet gebruikt “caisson” (Watersnood 1953) nabij Ouwerkerk. Hierbij wordt gedacht aan de inzet van 2e hands accu’s uit de auto industrie, waarmee het kernteam ’t Eultje via een van zijn deelnemers inmiddels praktische ervaring heeft opgedaan. Het is tevens de bedoeling om de caisson op te nemen in een “educatieve” fietsroute.
3
De koppeling met het bestaande E-netwerk blijft gehandhaafd zodat de inwoners en bedrijven van Ouwerkerk e.o. het “comfort” van een zekere energievoorziening kan worden gegeven. Door de aanwezigheid van een energieopslag kan ook gebruik worden gemaakt van stroominkoop op het moment dat deze aantrekkelijk is geprijsd. Met het oog op de positionering van SchouwenDuiveland als voorbeeld gemeente van energietransitie, kan dit “microgrid” systeem ook worden benut om partijen met innovatieve E-opwekkingssystemen ruimte te bieden voor verder onderzoek en opschaling van hun technologie. Deze kan bij succes mogelijk in een later stadium lokaal verder worden opgeschaald. In Figuur 2 is dit microgrid voor Ouwerkerk e.o. schematisch voorgesteld. Het haalbaarheidsonderzoek beperkt zich tot bovenstaand concept en zal de consequenties in beeld brengen van de ambitie om Ouwerkerk e.o. energieneutraal te maken. Figuur 2 - Lokaal microgrid Ouwerkerk e.o.
Vanzelfsprekend kunnen de resultaten van het onderzoek betekenis krijgen voor de toekomstige energievoorziening op Schouwen-Duiveland. Er zijn op het eiland meerdere type microgrids te onderscheiden. Zo kan naast het “agrarisch” microgrid van Ouwerkerk e.o. bijvoorbeeld worden gedacht aan een microgrid “toerisme” in de Westhoek, et cetera. De karakteristieken van deze microgrids m.b.t. energiegebruik zijn totaal verschillend en daarmee juist aanvullend. Door de koppeling van de diverse microgrids over Schouwen-Duiveland heen ontstaan er extra optimalisatiemogelijkheden. Figuur 3 - Koppeling microgrids nabij Ouwerkerk
Een dergelijke uitwerking kan in meerdere fasen plaatsvinden, zoals schematisch weergegeven in Figuur 3 en Figuur 4. Daarbij wordt het microgrid van Ouwerkerk e.o. eerst gekoppeld aan microgrids van nabijgelegen plaatsen, zoals Oosterland en Nieuwerkerk (zie Figuur 3). Daarna kan het systeem over Schouwen-Duiveland worden uitgerold en zijn met het nog te realiseren 150 kVA station als buffer ook grotere (alternatieve) E-opwekkingsprojecten weer mogelijk. Innovatieve energieopwekkingssystemen hebben de kans gekregen verder te worden ontwikkeld en kunnen dan ook worden aangesloten op het net (zie Figuur 4). Figuur 4 - Microgrids op Schouwen-Duiveland
4
Vanzelfsprekend dient de energietransitie vanuit ’t Eultje via Ouwerkerk e.o. richting Schouwen-Duiveland gefaseerd te verlopen, enerzijds om lering te trekken uit opgedane ervaringen en anderzijds om optimaal gebruik te kunnen maken van relevante innovatieve ontwikkelingen op dit gebied. Hiermee kan deze lokale ontwikkeling als voorbeeld dienen voor andere wijken en gemeenten in de provincie Zeeland. In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend, is een maximale temperatuurstijging op aarde afgesproken. Op grond daarvan is in Nederland het Klimaatakkoord opgesteld en hebben de Zeeuwse partners in 2020 de Regionale Energie Strategie Zeeland vastgesteld. Met betrekking tot de opwekking van hernieuwbare elektriciteit is voor windenergie in 2030 uitgegaan van een indicatief doel van 700 MW op concentratielocaties die in het provinciaal Omgevingsplan 2018 zijn aangewezen. Het provinciaal beleid voor zon op land en water is een regeling op hoofdlijnen, waarvan de uitwerking op projectniveau plaatsvindt door de lokale overheid. Gezamenlijke doelstelling is om 1000 MW in 2030 bij voorkeur op dak en aanvullend met projecten op land en water te realiseren. Buiten wind- en zonne-energie dient ook te worden gekeken naar andere vormen van energieopwekking, zoals aquathermie, geothermie of WKO.
De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft eind 2017 de Energie-Agenda 2018 – 2023 vastgesteld met ambities op het gebied van energie, energiegebruik, energiebesparing en de omschakeling naar duurzame energie. In 2040 wil men een energieneutraal Schouwen-Duiveland hebben gerealiseerd. De ontwikkeling van ’t Eultje sluit aan bij de doelstellingen van de RES-Zeeland en de Energie Agenda Schouwen-Duiveland. Verder dient de gemeente vanuit haar regierol in de warmtetransitie de overstap naar aardgasvrij wonen in goede banen te leiden. Samen met vastgoedeigenaren, bewoners, bedrijven, netbeheerders en medeoverheden moet de gemeente eind 2021 een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Deze visie zal per wijk of buurt moeten leiden tot een wijkuitvoeringsplan. In 2022 zal project ’t Eultje worden opgenomen in het wijkuitvoeringsplan voor Ouwerkerk. Energietransitie Ouwerkerk e.o. is echter meer dan hetgeen momenteel vanuit de landelijke, provinciale en gemeentelijke kaders wordt geschetst. Het biedt namelijk een lokaal en kleinschalig alternatief waarmee (deels) in de sterk stijgende toekomstige elektriciteitsbehoefte van duurzame samenlevingen kan worden voorzien. Naast het benutten van de specifiek lokale mogelijkheden van microgrids, biedt een dergelijke benadering ook een kans om mensen bewuster te maken van hun energiebehoefte en de manier waarop deze wordt ingevuld.
Met de onderliggende klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor het leven op aarde zal dit onderwerp in de nabije toekomst meer en meer op de agenda komen te staan.
2.2. Biodiversiteit Het gaat in de toekomst om duurzaamheid in brede zin: naast energietransitie en klimaatverandering gaat het ook om biodiversiteit en circulaire economie. Deze thema’s hangen nauw met elkaar samen maar worden nog (te) vaak sectoraal benaderd. Het is inmiddels duidelijk dat ons energiegebruik het klimaat veranderd en dat dit (grote) consequenties heeft voor de biodiversiteit. De afgelopen decennia is wereldwijd de diversiteit aan leven of de “bio-rijkdom” in termen van zowel aantallen als soorten drastisch gereduceerd. Project ’t Eultje biedt Schouwen-Duiveland een unieke kans om het thema biodiversiteit in samenhang met het thema energietransitie nadrukkelijk te etaleren. Er bestaat een behoefte aan een educatiecentrum biodiversiteit waar de diverse stakeholders samenwerken. Vanuit een centrale locatie wordt voorlichting en educatie aan de diverse doelgroepen (scholieren, burgers, bedrijven en toeristen) vormgegeven. Nu nog wordt dat door teveel (natuur)organisaties separaat ingevuld. Bovendien worden mogelijkheden niet benut om van deze voorlichting & educatie activiteiten een “toeristisch” product te maken. Hier liggen kansen die inmiddels met diverse partijen (NMe en IVN) zijn verkend.
Het is daarbij belangrijk op te merken dat naast het thema biodiversiteit ook voorlichting & educatie over andere maatschappelijke thema’s, waaronder energietransitie voor ogen staat. Het educatiecentrum zal worden gerealiseerd in de voormalige sportkantine, die daarvoor volledig duurzaam zal worden herbouwd. Het gebouw zal multifunctioneel worden ingezet waarbij tevens bewust aandacht zal worden gegeven aan de verbetering van de leefbaarheid van Ouwerkerk e.o.
5
In dit kader wordt ook gedacht aan een “ontmoetingsplaats” die wordt overkapt met multifunctionele zonnepanelen. Ten behoeve van de energieneutraliteit van ’t Eultje worden deze panelen tevens ingezet boven het parkeerterrein en het educatiecentrum en wordt een connectie naar de naastgelegen te verduurzamen camping snel gemaakt. Interessant in het concept is de multifunctionele inzet van de zonnepanelen, waarbij deze niet alleen worden ingezet voor energieopwekking, maar bijvoorbeeld ook voor zoetwaterinzameling en als kunstobject(en). Door de speciale vormgeving zullen bezoekers worden aangetrokken. Het thema biodiversiteit komt ook volledig terug in de indeling van het terrein ’t Eultje. In het kader van het project “Ieder dorp zijn eigen hoogstamfruitboomgaard” werken de gemeente, Stichting Landschapsbeheer Zeeland, Rotary afdeling Zierikzee en de imkersvereniging samen om in twee jaar tijd op Schouwen-Duiveland 16 unieke boomgaarden te realiseren. In nauwe samenwerking met de dorpsraden en het lokale bedrijfsleven wordt hierbij concreet invulling gegeven aan het onderwerp burgerparticipatie. Op het terrein van ’t Eultje wordt de dorpsboomgaard van Ouwerkerk vormgegeven. Figuur 5 - Conceptuele invulling sportpark 't Eultje
Op het terrein wordt tevens een bijentuin met bijenstal gerealiseerd, waar imkers worden opgeleid en voor de eerder genoemde doelgroepen voorlichting wordt verzorgd. Streekproducten op basis van bijenproducten worden lokaal geproduceerd. Naast de boomgaard en de bijentuin wordt op het terrein ook een theetuin gerealiseerd. Hier kunnen inwoners en toeristen neerstrijken om in een prachtige natuurlijke omgeving even bij te komen. Terwijl de elektrische fietsen worden opgeladen en de kleine kinderen in een veilige omgeving spelen, kunnen zij in de buitenlucht genieten van lokale producten van (onbespoten) hoge kwaliteit. Lokale partijen kunnen de exploitatie van een dergelijke theetuin op zich nemen. Door de productie van BD-kruiden en groenten op ’t Eultje, alsmede de levering van lokale honing en andere bijenproducten kan een kwaliteitsimpuls worden gegeven aan het culinair niveau van het 5e Caisson van het WNM. De genoemde samenwerking met het museum kan uitmonden in een verbreding van de activiteiten. Mogelijkheden hiertoe zijn een (georganiseerd) bezoek langs de geschenkwoningen in Ouwerkerk en extra aandacht voor specifieke aspecten van de Watersnoodramp op ’t Eultje. Ook is een toeristische fiets- of wandeltocht rondom Ouwerkerk voorzien langs de plaatsen waar de Watersnoodramp visueel nog zichtbaar is. De caisson voor de energie-opslag maakt hier onderdeel van uit.
In Figuur 5 is schematisch een conceptuele invulling van het terrein aangegeven. Met de beleidsnota ‘Natuurwetgeving’ 2018 wordt in Zeeland steeds meer prioriteit gegeven aan biodiversiteit. Op grond van aanwijzingsbesluiten van het Rijk zijn binnen de provincie Zeeland Natura 2000-gebieden aangewezen, waaronder het krekengebied bij Ouwerkerk. De gemeente Schouwen-Duiveland werkt samen met burgers, het bedrijfsleven en natuureducatie organisaties om gebieds- en soortbescherming te verbeteren. In dat kader is de afgelopen paar jaar rondom het thema biodiversiteit een aantal “eiland-brede” projecten gestart.
6
Het gaat hierbij om het ontwikkelen van succesvolle samenwerkingen rondom burgerparticipatie, alternatieve verdienmodellen en educatie in het basis- en voortgezet onderwijs. Mede door deze projecten is de politieke interesse voor het thema biodiversiteit in de gemeente Schouwen-Duiveland duidelijk aan het groeien.
2.3. Samenvatting ’t Eultje heeft de ambitie om op Schouwen-Duiveland een demonstratieproject te worden voor de thema’s biodiversiteit en energietransitie. Ouwerkerk e.o kan het eerste energie neutrale dorp van Schouwen-Duiveland worden en het centrum van educatie rondom biodiversiteit (en andere maatschappelijke thema’s). Door het combineren van functies en het verbinden van beide thema’s ontstaan er unieke samenwerkingen en verdienmodellen, waardoor het project toekomstbestendig wordt en een bredere betekenis kan krijgen. Het Ouwerkerk e.o. van morgen kan daarmee een belangrijk toeristisch “stoppunt” van Schouwen-Duiveland worden. Tien jaar geleden werd door de gemeenteraad Schouwen-Duiveland de strategische visie “Tij van de Toekomst” vastgesteld als richtinggevend kader voor een duurzaam economisch en sociaal evenwichtige toekomst van Schouwen-Duiveland. Deze visie is vertaald naar het collegeprogramma “Verbindend Verder” 2018 – 2022. De ontwikkeling van ’t Eultje sluit op onderstaande punten volledig aan bij de strategische visie en het collegeprogramma.
Zorgvuldig omgegaan met landschap, natuur, cultuur, monumenten en milieu en investeren in het verbeteren van deze kwaliteiten, dit met het oog op het behouden en versterken van (bio)diversiteit en het afronden van de ecologische hoofdstructuur Ruimte geven aan duurzame energieopwekking Faciliteren van sociaal maatschappelijke en culturele initiatieven van burgers die de leefbaarheid bevorderen Stimuleren activiteiten waaruit veel zelfsturing, eigen initiatief en bestuurskracht van lokale instellingen en verenigingen blijkt Realiseren van een goede relatie met het onderwijs, waarbij het belang van onderwijs voor de ontwikkeling van actief burgerschap onderdeel uitmaakt van de lokaal educatieve agenda Ondersteunen van samenwerkingsstructuren
7
3. Haalbaarheidsonderzoek 3.1. Doel en uitgangspunten ’t Eultje heeft de ambitie om op Schouwen-Duiveland een demonstratieproject te worden voor de thema’s biodiversiteit en energietransitie. Daarmee kan het als voorbeeld gaan dienen voor andere wijken en gemeenten in de provincie Zeeland. Zoals eerder aangegeven is het noodzakelijk om de haalbaarheid van het conceptuele plan ’t Eultje onafhankelijk te laten onderzoeken voordat volgende stappen kunnen worden gezet. In dit haalbaarheidsonderzoek worden de volgende doelstellingen onderscheiden; de inhoudelijke (technische), financiële en sociale haalbaarheid. In de afgelopen periode van conceptuele planvorming en voorbereidend overleg is onomstotelijk gebleken dat participatie door en communicatie met de inwoners en bedrijven van Ouwerkerk van cruciaal belang is voor het slagen van het onderhavige project. Dat is dan ook de reden dat door de drie initiatiefnemers is besloten om burgerparticipatie zo goed mogelijk in het onderzoek te integreren. Om die reden wordt een klankbordgroep met gerespecteerde en capabele mensen van de betrokken stakeholders samengesteld, die gedurende de uitvoering van het onderzoek een belangrijke toetsende rol zullen vervullen. Een tweede belangrijk uitgangspunt betreft de inzet van de leden van het kernteam ’t Eultje.
Vanuit de verschillende rollen hebben zij het afgelopen jaar samengewerkt en zijn gezamenlijk tot het in hoofdstuk 2 besproken conceptuele ontwerp gekomen. Zij zijn zodanig intensief bij het project betrokken dat het onverstandig is de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek door hen te laten managen. Daarmee zou de noodzakelijke onafhankelijkheid in het geding komen en repercussies kunnen hebben voor de uiteindelijke acceptatie van de uitkomsten. Dat zijn redenen die hebben geleid tot het besluit om een extern bureau in de arm te nemen dat namens het kernteam het proces- en projectmanagement van het haalbaarheidsonderzoek op zich neemt. Een bureau dat aantoonbare en uitgebreide ervaring heeft met burgerparticipatie processen en in staat is om partijen met expertise op het gebied van biodiversiteit en energietransitie te laten samenwerken. Een bureau dat bovendien het unieke en innovatieve karakter van het project herkent, zich daarmee wil profileren en hier dus ook in de toekomst bij betrokken wil zijn. Met diverse bureaus heeft het kernteam hierover van gedachten gewisseld. Hierbij is vooralsnog gekozen voor AddVision dat inmiddels ruime expertise heeft opgedaan met burgerparticipatie op Schouwen-Duiveland en betrokken is bij meerdere energietransitie projecten in Zeeland.
Met AddVision is door het kernteam uitgebreid gesproken over de opzet van het haalbaarheidsonderzoek en zij hebben zich aan deze aanvraag gecommitteerd. Definitieve contractuele afspraken moeten echter nog worden gemaakt. Door de ondersteuning van AddVision zal de bijdrage van de leden van het kernteam (tijdelijk) veranderen. Zij zullen echter AddVision blijven monitoren en aansturen waar nodig. Diverse leden van het kernteam zullen mogelijk een tweede-rol gaan oppakken in een stuurgroep, de eerder genoemde klankbordgroep of als specialist in een van de expertgroepen. Een stuurgroep vanuit de drie initiatiefnemers zal worden opgericht om tijdens het onderzoek de (tussentijdse) resultaten te beoordelen, te verifiëren en mogelijk al te kunnen vertalen naar concrete bestuurlijke vervolgstappen. Het toont het belang aan dat de initiatiefnemers aan het voorliggende project ’t Eultje hechten en zorgt op bestuurlijk niveau voor aansluiting en communicatie. Gezien de interesse van de Provincie Zeeland voor het project kan in deze stuurgroep mogelijk ook een lid van de Provincie deelnemen. Als Projectmanager zal AddVision op de twee thema’s een aantal experts c.q. gespecialiseerde bureaus gaan inzetten.
Het zal hierbij vooral van belang zijn de resultaten zodanig samen te laten komen, dat de meerwaarde van de “koppeling” tussen biodiversiteit en energietransitie optimaal naar voren komt. Ook de potentiële samenwerking met het WNM dient hierin betrokken te worden, waarbij het WNM ten aanzien van deze eerder genoemde onderwerpen al diverse opdrachten bij externe bureaus (Mothership en Nicole van Hoven) heeft uitgezet. Met deze partijen heeft het kernteam ’t Eultje overigens al uitgebreid gesprekken gevoerd. Verder is het van belang om de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek ook op een creatieve en innovatieve wijze te kunnen verbeelden. Zeker met het oog op de communicatie die aan het project zal worden gekoppeld, is een goede presentatie van groot belang. De inzet van de Kunstacademie St. Joost te Breda is hierbij dan ook voorzien. Ook zij zullen door AddVision worden aangestuurd, zodanig dat de resultaten van de diverse activiteiten goed op elkaar zullen aansluiten. In Figuur 6 is de hiervoor beschreven structuur schematisch weergegeven.
8
Figuur 6 - Structuur haalbaarheidsonderzoek 't Eultje
Tenslotte wordt snelheid van handelen door de initiatiefnemers van belang geacht met het oog op de lokale communicatie rondom het project. Doordat besloten is tot de aanvraag van een haalbaarheidsonderzoek is er sprake van een “pauze” die in Ouwerkerk e.o. snel kan leiden tot onzekerheid. Dat is niet ten gunste van het project en is de reden dat de Stichting Zeeuwse Publieke Belangen als enige de aanvraag voor het haalbaarheidsonderzoek krijgt aangeboden. In dat verband committeert het kernteam zich om samen met de stuurgroep en de klankbordgroep via een significante eigen inzet zorg te dragen voor een aanzienlijke tegenfinanciering (50%). Hiermee wordt de sterke betrokkenheid van de initiatiefnemers richting de Stichting Zeeuwse Publieke Belangen duidelijk gemaakt. Met het oog op de aangegeven uitgangspunten worden verder in dit hoofdstuk chronologisch de diverse activiteiten binnen het onderzoek toegelicht, waarmee de opzet en uitvoering goed voor het voetlicht kunnen worden gebracht.
3.2. Activiteiten 3.2.1. Algemeen Het haalbaarheidsonderzoek wordt opgedeeld in een drietal fasen, te weten het opstellen van de uitgangspunten, het concretiseren van het concept en het opstellen van de businesscase. In de businesscase dienen, mogelijke toekomstige rollen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden, aansprakelijkheden en eigendomsverhoudingen van alle participanten in de “BD en NRG coöperatie Ouwerkerk’ te worden beschreven. Met name in de energieketen is dit van belang. In Figuur 7 is het onderzoek in een stroomschema schematisch weergegeven. In de volgende deelparagrafen zijn de diverse stappen beschreven.
3.2.2. Opstellen uitgangspunten en voorwaarden uitvoering onderzoek Om tot een effectieve en efficiënte uitvoering te komen van het haalbaarheidsonderzoek dient op basis van de voorliggende aanvraag AddVision als proces- en projectmanagementbureau door het kernteam “in stelling” te worden gebracht. Dit dient te leiden tot een Overall Plan van Aanpak (PvA) waarin de doelstellingen, activiteiten, planning en kosten eenduidig zijn weergegeven. Het PvA zal leidend zijn voor de te leveren bijdrage van de andere te betrekken partijen en zal het kader moeten bieden voor een goede afstemming en communicatie.
9
Figuur 7 - Stroomschema haalbaarheidsonderzoek 't Eultje
Op basis van keuzecriteria zal in overleg met een aantal marktpartijen overleg moeten worden gevoerd om op basis daarvan een keuze te kunnen maken voor de meest geschikte partijen met expertise op het gebied van biodiversiteit en energietransitie. Voor het leveren van input t.a.v. de duurzame herbouw van de kantine zal tevens een lokale aannemer bij het project worden betrokken. AddVision zal worden geïntroduceerd bij de directie en het bestuur van het WNM om in samenspraak met de betrokken adviseurs van het WNM tot afspraken te komen over de Scope of Work. Deze zullen schriftelijk worden vastgelegd. Het bespreken van de inzet van de kunstacademie om de resultaten van het onderzoek optimaal te kunnen “verbeelden”, behoort ook in deze eerste fase van het onderzoek. De contacten van het kernteam met de directie van de betreffende academie worden hierbij ingezet. Vervolgens zal in deze fase ook de klankbordgroep worden samengesteld. Dit vraagt om een zorgvuldige benadering waarbij lokale kennis en netwerken noodzakelijk zijn om te komen tot een evenwichtige en capabele groep van mensen. Belangrijk hierbij is dat de betreffende leden een goede afspiegeling vormen van de stakeholders en worden gezien als representant van de betreffende groep. Ook de stuurgroep wordt in deze fase samengesteld waarbij de initiatiefnemers op bestuurlijk niveau zijn vertegenwoordigd.
Op deze wijze kunnen resultaten van het onderzoek direct worden vertaald naar de eigen organisatie en eventuele vervolgstappen. Tenslotte zal in deze fase oriënterend worden gekeken naar de mogelijke (toekomstige) juridische structuren waar het project ’t Eultje kan worden ondergebracht en de partnerships die vanuit de gevoerde gesprekken en expertise hierbij naar voren komen.
10
3.2.3. Concretiseren conceptueel ontwerp Om tot een door de omgeving geaccepteerde uitvoering te komen van het haalbaarheidsonderzoek zal op basis van de voorliggende activiteiten allereerst een brainstormsessie (I) plaatsvinden met de klankbordgroep. In een door AddVision gefaciliteerde sessie wordt op basis van het conceptuele ontwerp en een gedegen voorbereiding onder meer gesproken over de wensen, randvoorwaarden, aandachtspunten en oplossingsrichtingen van het project. De resultaten worden vastgelegd in een overzichtelijk verslag dat de deelnemers ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Voorafgaande aan het verder concretiseren van het conceptuele ontwerp zal ook de gemeente als huidige eigenaar van ’t Eultje haar randvoorwaarden en uitgangspunten schriftelijk vastleggen. Deze twee activiteiten leiden tot een kader dat door AddVision zal worden vertaald in een Scope of Work voor de diverse partijen. De expertisegroepen stellen op basis hiervan vervolgens projectvoorstellen op, die door AddVision worden beoordeeld en waarbij wordt gezorgd voor een goede onderlinge afstemming van activiteiten, planning en kosten. Het conceptueel ontwerp wordt onderscheiden naar sportpark ’t Eultje (terrein), het multifunctionele duurzame gebouw, de energietransitie Ouwerkerk e.o. en de kunst / expositie.
De vier onderwerpen worden uitgewerkt tot het niveau van een schetsontwerp waarbij AddVision zal faciliteren in de afstemming van de activiteiten tussen de betrokken partijen. Alleen op die wijze kan de toegevoegde waarde van de koppeling tussen biodiversiteit en energietransitie tot stand worden gebracht. De diverse schetsontwerpen worden vanzelfsprekend eerst opgesteld nadat een gedegen analyse van de situatie is uitgevoerd, de (inhoudelijke) uitgangspunten zijn opgesteld en, indien nodig zijn getoetst bij belangrijke stakeholders, ook bij diegene die niet direct in het haalbaarheidsonderzoek zijn betrokken (bv. waterschap, Natuurmonumenten). Vanzelfsprekend vormt een kostenberekening (investeringen, exploitatie) onderdeel van deze fase. Dit zal plaatsvinden voor de vier genoemde onderdelen van het conceptueel ontwerp. De nauwkeurigheid hiervan zal passen bij de fase van de (schets)ontwerpen, maar wel zodanig moeten zijn dat op basis hiervan betrouwbare businessmodellen moeten kunnen worden opgesteld. AddVision zal op basis van de door partijen in deelrapporten gepresenteerde resultaten een overall (concept) rapportage opstellen. Deze zal aan het kernteam in aanwezigheid van een vertegenwoordiging van de expertisegroepen, aannemer en kunstacademie worden gepresenteerd.
De opmerkingen en suggesties van partijen zullen worden verwerkt, zodat vervolgens een presentatie kan plaatsvinden aan de klankbordgroep (II). Laatstgenoemde groep zal de resultaten beoordelen en mede toetsen aan het eerder opgestelde kader. Hiervan zal een verslag worden opgesteld. Tenslotte zal in deze fase de stuurgroep bijeenkomen om kennis te nemen van het conceptuele ontwerp, zodat toetsing aan vigerend beleid kan plaatsvinden en eventuele vervolgstappen c.q. communicatie binnen de eigen organisatie kan worden georganiseerd.
3.2.4. Opstellen business case en projectplan burgerparticipatie Op basis van de resultaten van de voorgaande fase wordt door AddVision in samenspraak met het kernteam en de expertisegroepen een businesscase opgesteld. Het financieel economisch deelonderzoek is bedoeld om de financiële haalbaarheid van het overall project te onderzoeken en te onderbouwen. Er zal een aantal verdienmodellen moeten worden geformuleerd waarmee de diverse onderdelen van het project zich op lange termijn kunnen “bedruipen”. Naast verdienmodellen op basis van toerisme, educatie en energie, dienen in dit verband met name de samenwerkingsverbanden, zoals die bv. met het WNM te worden onderzocht en geanalyseerd. Het onderzoeken van de interesse van financiers in het project (Nederlandse Waterschap Bank, NPM XVII, Triodos en Meewind zijn al benaderd) dient vanzelfsprekend ook te worden meegenomen, evenals de mogelijkheid van (eenmalige) subsidies en andere vormen van geldverstrekking. Dit laatste dient mede te worden gezien als mogelijkheid van sociale participatie waarmee burgers en lokale bedrijven kunnen investeren in de toekomst van hun eigen dorp.
11
Zoals eerder aangegeven is met name de sociale haalbaarheid van het plan de uitdaging. Op grond van de resultaten van de twee gehouden klankbordgroep sessies en de voorliggende uitwerking van het conceptuele ontwerp en de daarbij behorende businesscase, zal AddVision een integraal projectplan burgerparticipatie opstellen. Dit plan dient invulling te geven aan de wijze waarop burgerparticipatie in het vervolg van het project dient te worden vormgegeven, teneinde het plan ’t Eultje in Ouwerkerk e.o. succesvol te kunnen concretiseren. In dit kader zal al gedurende het haalbaarheidsonderzoek door de klankbordgroep in samenspraak met AddVision en het kernteam een aantal inloopsessies (3) worden georganiseerd om burgers van Ouwerkerk op de hoogte te stellen van de activiteiten. Deze sessies dienen informatief te zijn en zodanig motiverend te werken, dat burgers en bedrijfsleven van Ouwerkerk zich constructief en positief gaan opstellen. De eventuele inzet van een lokale communicatie expert kan hierbij worden overwogen. Voor degenen die niet bij de inloopsessies aanwezig kunnen zijn, worden onder begeleiding van AddVision en het kernteam door de klankbordgroep nieuwsbrieven opgesteld en gedistribueerd, alsmede een website opgezet zodat het proces en de resultaten op een eenduidige en zorgvuldige manier worden uiteengezet.
De resultaten van de businesscase en het projectplan burgerparticipatie worden door AddVision met het kernteam besproken. Na het verwerken van de opmerkingen zullen aan de klankbordgroep (III) de resultaten worden gepresenteerd en wordt ook de stuurgroep geïnformeerd. Met de opmerkingen van zowel klankbordgroep als stuurgroep zal AddVision een overall eindrapportage opstellen, waarmee de inhoudelijke kant van het haalbaarheidsonderzoek wordt afgerond. Uitgaande van de haalbaarheid van het project, is het tenslotte van belang om op basis van de resultaten en opgedane ervaringen de vervolgstappen te definiëren. Deze zullen door AddVision in samenspraak met het kernteam en de stuurgroep worden opgesteld. Er zal een aanzet worden geformuleerd om te komen tot een operationeel plan, waarin vervolgstappen (contracten, juridische entiteit, et cetera) concreet worden ingevuld.
3.2.5. Communicatie Zoals hiervoor opgemerkt is een goede communicatie tussen deelnemende partijen en stakeholders, waaronder de stuurgroep van groot belang. Dit is noodzakelijk om de toegevoegde waarde tussen de twee thema’s biodiversiteit en energietransitie te maximaliseren, maar ook om zorg te dragen voor de betrokkenheid van de omgeving. Hiervoor is al aangegeven dat m.b.t. het laatste tijdens de uitvoering van de studie inloopsessies zullen worden gehouden en een website zal worden opgezet. Onder communicatie is het tevens van belang om ervaringen uit soortgelijke projecten mee te nemen en hiervoor enig (voor)onderzoek te verrichten. Het inzicht in succes- en faalfactoren kan helpen om het haalbaarheidsonderzoek en met name de resultaten te optimaliseren.
12
4. Begroting en planning 4.1. Begroting In Bijlage 1 zijn de activiteiten en bijbehorende financiële begroting opgenomen. Deze zijn aangegeven naar de diverse deelnemende partijen en voor de verschillende fasen onderscheiden naar uren en bijkomende kosten. In de kleuren grijs en wit is de begroting gesplitst naar extern (grijs) en intern (wit) te beschouwen uren en kosten. Een post algemeen is in de begroting opgenomen om het project volgens TGKIO (Tijd, Geld, Kwaliteit, Informatie en Organisatie) te laten verlopen en tevens op transparante wijze verslag te kunnen doen aan de Stichting Zeeuwse Publieke Belangen. Zoals eerder aangegeven wordt voorgesteld om t.b.v. de voorliggende aanvraag de interne kosten van het kernteam, de klankbordgroep, de lokale aannemer en de beide adviesbureaus van het WNM als tegenfinanciering te laten gelden. Met een totale begroting van het onderzoek van € 343.890 exclusief BTW bedraagt de berekende eigen financiering 50% en daarmee de aanvraag richting Stichting Zeeuwse Publieke Belangen € 173.500 exclusief BTW. De bij toekenning van de subsidie op te zetten financiële administratie en afwikkeling zal door AddVision worden verzorgd.
4.2. Planning Onderstaand is de planning van het haalbaarheidsonderzoek schematisch weergegeven. Hierin is uitgegaan van een periode van circa 2 maanden voor de beoordeling van de aanvraag door Stichting Zeeuwse Publieke Belangen. Met het oog op de complexiteit van het onderzoek is een periode tot aan de zomervakantie van 2022 uitgetrokken voor de uitvoering van het onderzoek. Dit is vanzelfsprekend een ambitieuze planning en vraagt van alle betrokken partijen een proactieve en professionele opstelling. Met het oog op deze planning wordt een aantal voorbereidende activiteiten door het kernteam voortgezet (zie “oranje vakjes in onderstaande planning).
4.3. Vraagstelling Zoals hiervoor reeds aangegeven wordt de Stichting Zeeuwse Publieke Belangen een bijdrage gevraagd van € 173.500 exclusief BTW voor de uitvoering van het beschreven haalbaarheidsonderzoek. De drie initiatiefnemers zullen zich onverminderd inzetten om project ’t Eultje tot een succes te maken en zouden de Stichting zeer erkentelijk zijn als hun aanvraag wordt gehonoreerd.
13
BIJLAGE 1 – ACTIVITEITEN, BEGROTING EN RESULTAAT
1