CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Participatiewet, IOAW en IOAZ SD Bijlage

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Participatiewet, IOAW en IOAZ SD (676359)614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Met de inwerkingtreding van de Wet aanscherping handhaving- en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet) is de bevoegdheid tot terugvordering gedeeltelijk omgezet in een wettelijke verplichting. Vorderingen die ontstaan zijn vanwege ten onrechte ontvangen uitkering als gevolg van schending van de inlichtingenplicht (fraudevorderingen) moeten worden teruggevorderd. De verplichting tot terugvordering komt daarbij mede tot uiting in: a. een verplichting tot verrekening van deze vorderingen met een eventueel recht op algemene bijstand, een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ dan wel een Bbz-uitkering; en b. een wettelijk verbod om medewerking te verlenen aan een schuldregeling indien de medewerking leidt tot (gedeeltelijke) kwijtschelding van een vordering die is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd of aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht. De verplichting tot terugvordering geldt alleen voor fraudevorderingen die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de Fraudewet (1 januari 2013). Dat geldt ook voor de hierboven onder a en b genoemde verplichtingen. Is het besluit tot terugvordering voor 1 januari 2013 afgegeven dan blijft terugvordering, ook in het geval van een fraudevordering, een bevoegdheid.

Naast de bevoegdheid tot terugvordering is in de wet ook een drietal andere (gerelateerde) bevoegdheden opgenomen: a. de bevoegdheid tot intrekking of herziening van het recht op bijstand dan wel een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ (artikel 54, derde lid van de Pw en artikel 17, derde lid van de IOAW en IOAZ); b. de bevoegdheid om gebruik te maken van de in titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde mogelijkheden tot invordering van een schuld; en c. de bevoegdheid tot brutering van de vordering in het kader van te veel genoten uitkering (artikel 58, vijfde lid van de Pw en artikel 25, vijfde lid 5 van de IOAW en IOAZ). Ook deze bevoegdheden zijn gedeeltelijk omgezet in een wettelijke verplichting. In geval van schending van de inlichtingenplicht is het college verplicht tot herziening en/of intrekking van het besluit tot toekenning over te gaan. Met betrekking tot de wijze van invordering heeft het college in wezen volledige vrijheid in de keuze van middelen en de mate waarin zij – met inachtneming van de regelgeving rond de beslagvrije voet middelen bij de berekening van de draagkracht betrekt. De Fraudewet stelt enkel daar waar het een fraudevordering of de daarmee samenhangende boete betreft verrekening, indien mogelijk, verplicht (artikel 60, vierde lid van de Pw en artikel 28, tweede lid van de IOAW en IOAZ).

Met betrekking tot brutering is de Participatiewet (destijds WWB) na inwerkingtreding van de Fraudewet niet gewijzigd. Maar omdat artikel 58 lid 1 Pw het college in geval van fraude verplicht tot terugvordering van de kosten van bijstand, en tot deze kosten eveneens de reeds afgedragen belasting en premies behoren die niet meer kunnen worden verrekend, is het college op dit vlak verplicht tot brutering over te gaan. In hoofdstuk 2 van deze beleidsregels is opgenomen hoe met de bevoegdheden op het terrein van terugvordering, intrekking/herziening, brutering en invordering in het kader van de Pw, IOAW en IOAZ moet worden omgegaan. Alhoewel er op een gedeelte van dit terrein (fraudevorderingen ontstaan na 1 januari 2013) als hierboven uiteengezet geen sprake is van bevoegdheden maar van verplichtingen – en er wat dat betreft dus in deze beleidsregels niets behoeft te worden opgenomen – zijn deze verplichtingen met het oog op hantering van deze regels in de dagelijkse bijstandspraktijk toch gedeeltelijk in de bepalingen en de artikelsgewijze toelichting verwerkt. Hiermee is getracht een zo compleet mogelijke instructie te creëren die aangeeft hoe op het genoemde terrein dient te worden omgegaan met (alle soorten) vorderingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11997169/1