RVS Onderzoeksrapport proces vergunningverlening Laone 11-13 bijlage 1 Rapport Lysias
Tekst van het document
3.18, lid 2
Indien de aanvraag een zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het bestuursorgaan, alvorens een ontwerp ter inzage te leggen, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag de in het eerste lid bedoelde termijn met een redelijke termijn verlengen. Voordat het bestuursorgaan een besluit tot verlenging neemt, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen.
3.18, lid 3
In afwijking van het eerste lid [3.18, lid 1] neemt het bestuursorgaan het besluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, indien het een besluit betreft:
| 22
a. inzake intrekking van een besluit; b. inzake wijziging van een besluit en de aanvraag is gedaan door een ander dan degene tot wie het te wijzigen besluit is gericht.
3.16, lid 1-2
1.De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als bedoeld in afdeling 3.3, bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. 2.De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.
3.18, lid 4
Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, mededeling op de wijze, bedoeld in artikel 3:12, eerste en tweede lid. In afwijking van het eerste of derde lid neemt het bestuursorgaan het besluit in dat geval binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
Aanvullingen termijnen Wabo
3.1, lid 2 Het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend, zendt de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst van de aanvraag, waarin het de datum vermeldt, waarop het de aanvraag heeft ontvangen. In afwijking van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dienstenwet geldt de daarin gestelde verplichting voor zover deze betrekking heeft op het bewijs van ontvangst, bedoeld in de eerste volzin, voor het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend. Artikel 29 van de Dienstenwet is niet van toepassing.
3.1, lid 3 Het bevoegd gezag zendt de aanvrager nadat het de aanvraag heeft ontvangen, zo snel mogelijk een bericht waarin het vermeldt dat het bevoegd is op de aanvraag te beslissen en waarin tevens worden vermeld: •
a.de procedure die ter voorbereiding van de beslissing zal worden gevolgd,
•
b.welke beslistermijn van toepassing is, en
•
c.de beschikbare rechtsmiddelen om tegen de beschikking op te komen.
Indien op de voorbereiding van de beslissing paragraaf 3.2 van toepassing is, vermeldt het bevoegd gezag tevens dat de gevraagde beschikking van rechtswege is gegeven, indien niet tijdig op de aanvraag is beslist.
3.11, lid 3
Zienswijzen die overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren worden gebracht, en adviezen van de krachtens artikel 2.26 aangewezen adviseurs kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan het bestuursorgaan dat de verklaring geeft. Dit deelt zijn oordeel daarover mee aan het bevoegd gezag.
| 23
3.12, lid 8
De in artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn voor verlenging van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag op de aanvraag beslist, bedraagt ten hoogste zes weken. De termijn waarbinnen het bevoegd gezag op de aanvraag beslist, kan ten hoogste eenmaal worden verlengd. De verlenging en de duur daarvan wordt, met inachtneming van de in artikel 3:18, tweede lid, bedoelde termijn van acht weken, gemotiveerd aan de aanvrager medegedeeld. Artikel 31, vierde lid, van de Dienstenwet is niet van toepassing.
3.13, lid 1
In gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, en gedeputeerde staten of de inspecteur daaromtrent een zienswijze naar voren hebben gebracht, die niet is overgenomen, wordt de beschikking op de aanvraag hun onverwijld toegezonden en wordt zij eerst zes weken na die toezending bekendgemaakt.
3.13, lid 3
Indien toepassing is gegeven aan het eerste tot en met derde lid, wordt de beschikking op de aanvraag tegelijkertijd en op dezelfde wijze met het besluit, houdende de aanwijzing, bekendgemaakt. In afwijking van het eerste lid geschiedt die bekendmaking binnen zeven weken na de toezending, bedoeld in dat lid.
Wabo over VVGB Artikel
Omschrijving
2.27, lid 1
In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking heeft op de betrokken categorie activiteiten. Bij die maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist.
3.11, lid 3
Zienswijzen die overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren worden gebracht, en adviezen van de krachtens artikel 2.26 aangewezen adviseurs kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan het bestuursorgaan dat de verklaring geeft. Dit deelt zijn oordeel daarover mee aan het bevoegd gezag.
Besluit Omgevingsrecht over VVGB Artikel
Omschrijving
6.5, lid 1
1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, wordt de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet verleend dan
| 24
nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij artikel 3.2, aanhef en onder b, van dit besluit of artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is.
| 25
Bijlage II: Behoorlijkheidswijzer De Nationale Ombudsman kent sinds juni 2019 een behoorlijkheidswijzer. In deze wijzer staan de behoorlijkheidsvereisten die van de overheid verwacht mogen worden in de omgang met burgers en hun belangen. Deze behoorlijkheidsvereisten vormen in zekere zin een gedragscode voor de overheid. De essentie van behoorlijk overheidsoptreden wordt hierin opgesomd middels vier kernwaarden. In dit onderzoek reflecteren we op het optreden van college aangaande de communicat ie en omgang met wettelijke termijnen aan de hand van deze vier kernwaarden. Open en duidelijk Transparant. De overheid is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de overheid bepaalde dingen doet.
Bevindingen -
-
-
Goede informatieverstrekking. De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf.
-
-
Luisteren naar de burger. De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt.
-
College is bij eerste en tweede aanvraag voorspelbaar geweest: conform kaders is beschikking omgevingsvergunning niet afgegeven. College is niet voorspelbaar geweest in omgang met aanvragen bij aanvraag 3: afwijken van door raad vastgestelde kaders en een lange doorlooptijd van 16 maanden. In het afgeven van een VVGB bij aanvraag 3, voor een woningbouwplan dat strijdig is met door de raad vastgestelde kaders, is de raad niet transparant geweest in het omgaan met haar eigen kaders. Bij aanvraag 2 heeft het college te laat een verlenging van de behandeltermijn gecommuniceerd naar initiatiefnemer, waarna van rechtswege verlening volgde. Aanloop en instelling van transitiefonds met bijbehorende voorwaarden is met zorg gecommuniceerd naar initiatiefnemers. De planvorming van masterplan Renesse is participatief tot stand gekomen. College lijkt bij besluit tot medewerking aan vergunningaanvraag 3 zich weinig rekenschap te hebben gegeven aan omwonenden over de strijdigheid van de aanvraag Laône 11-13 met het masterplan en andere kaders, dit gebeurt enkel in de antwoordnotitie op de 43 zienswijzen. Dit roept de vraag op of in deze casus voldoende recht is gedaan aan het algemeen belang.
| 26
Goede motivering. De overheid legt haar handelen en haar besluiten duidelijk aan de burger uit. Daarbij geeft zij aan op welke wettelijke bepalingen de handeling of het besluit is gebaseerd, van welke feiten zij is uitgegaan en hoe zij rekening heeft gehouden met de belangen van de burgers. Deze motivering moet voor de burger begrijpelijk zijn.
Respectvol
-
College lijkt niet helder de verwachtingen te hebben gecommuniceerd naar initiatiefnemer en omwonenden, getuige de verschuiving van weigering van 6 appartementen bij aanvraag 1, vervolgens medewerking voor 2 onder 1 kap onder voorwaarden bij aanvraag 2, vervolgens weigering van de vergunning bij aanvraag 2, en vervolg medewerking aan de zes huurappartementen in aanvraag 3.
Bevindingen
Respecteren van grondrechten. De overheid respecteert de grondrechten van haar burgers. Fatsoenlijke bejegening. De overheid respecteert de burger, behandelt hem fatsoenlijk en is hulpvaardig
-
College en raad zijn beiden hulpvaardig geweest richting de initiatiefnemer. Uit de documentatie is niet op te maken hoe hulpvaardig College en raad zijn geweest naar omwonenden die tegen de bouwplannen waren.
Bevorderen van actieve deelname door de burger. De overheid betrekt de burger zoveel mogelijk actief bij haar handelen.
-
Bij het opstellen van Masterplan Renesse zijn inwoners actief betrokken. Bij aanvraag omgevingsvergunning 3 is het niet duidelijk in hoeverre omwonenden zijn betrokken bij het besluit van de gemeente om nonconform vastgestelde kaders medewerking te verlenen aan de vergunningaanvraag.
Fair play. De overheid geeft de burger de mogelijkheid om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken.
-
College heeft in de verschillende aanvragen ruim tijd gegeven aan initiatiefnemer om plannen aan te vullen of aan te passen. Hiermee heeft het college de procedurele kansen van de initiatiefnemer vergroot. Richting omwonenden lijkt sprake te zijn geweest van unfairplay bij aanvraag omgevingsvergunning 3; hun belangen lijken nauwelijks terug te komen in de afwegingen van het College om medewerking te verlenen aan de aanvraag omgevingsvergunning 3.
-
Evenredigheid. De overheid kiest om haar doel te bereiken een middel dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel.
| 27
Bijzondere zorg. De overheid verleent aan personen die onder haar hoede zijn geplaatst de zorg waarvoor deze personen, vanwege die afhankelijke positie, op die overheids instanties zijn aangewezen.
Betrokken en oplossingsgericht Maatwerk. De overheid is bereid om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen.
Bevindingen -
-
-
-
College heeft zich in dit geval ver ingespannen om mee te denken met initiatiefnemer. Maatwerk gaat erover als kaders onredelijk knellend zijn. Hier was geen sprake van onbedoelde of ongewenste consequenties, vanuit de gedachte achter de kaders die de raad heeft vastgesteld. Maatwerk betekent niet; maar alles mogelijk maken. Je moet door meer vrijheid aan de één, niet minder vrijheid aan de ander geven. Aanpassing van voorwaarden transitiefonds geschiedt (mede) op basis van de casus; voor sociale huurwoningen geen bijdrage transitiefonds.
Samenwerking. De overheid werkt op eigen initiatief in het belang van de burger met andere (overheids-)instanties samen en stuurt de burger niet van het kastje naar de muur. Coulante opstelling. De overheid stelt zich coulant op als zij fouten heeft gemaakt. Zij heeft oog voor claims die redelijkerwijs gehonoreerd moeten worden en belast de burger niet met onnodige en ingewikkelde bewijsproblemen en procedures. Voortvarendheid. De overheid handelt zo snel en slagvaardig mogelijk. De wettelijke termijnen zijn uiterste termijnen. De overheid streeft waar mogelijk kortere termijnen na. Als besluitvorming langer duurt, dan informeert de overheid de burger daarover tijdig. Als er geen termijn genoemd is, handelt de overheid binnen een redelijke -korte- termijn.
-
De-escalatie. De overheid probeert in haar contacten met de burger escalatie te voorkomen of te beperken. Communicatievaardigheden en een oplossingsgerichte houding zijn hierbij essentieel.
-
-
In zowel aanvraag 2 als (met name) aanvraag 3 is het college over wettelijke termijnen voor in behandeling name gegaan. Ook wanneer in aanvraag 3 de termijn van zes maanden overschreden werd, is niet formeel gecommuniceerd over redelijke termijn van besluitvorming.
Ontbreken formele communicatie wijst erop dat informeel is getracht te deescaleren. Maar informele wijze van handelen werkt ook weer escalatie in de hand.
| 28
-
Eerlijk en betrouwbaar
Oplossingsgericht; doelredeneringen. Richting omwonende niet oplossingsgericht
Bevindingen
Integriteit. De overheid handelt integer en gebruikt een bevoegdheid alleen voor het doel waarvoor deze is gegeven. Betrouwbaarheid. De overheid handelt binnen het wettelijk kader en eerlijk en oprecht, doet wat zij zegt en geeft gevolg aan rechterlijke uitspraken.
-
-
College heeft niet binnen alle geldende kaders besluiten genomen over het dossier College geeft geen gevolg aan alle aspecten die in rechterlijke uitspraken zijn benoemd, waarbij de strijdigheid van de besluitvorming met gemeentelijke kaders is benoemd
Onpartijdigheid. De overheid stelt zich onpartijdig op en handelt zonder vooroordelen. Redelijkheid. De overheid weegt de verschillende belangen tegen elkaar af voordat zij een beslissing neemt. De uitkomst hiervan mag niet onredelijk zijn
-
-
Constatering dat het college zich sterk heeft ingespannen om positief besluit mogelijk te maken voor initiatiefnemer en hiervoor bij aanvraag 3 ook de tijd heeft genomen, de vraag is of hierin ook redelijkheid is betracht naar omwonenden. Je kan alleen maar redelijk zijn wanneer je evenwichtig handelt, hier lijkt geen sprake te zijn van evenwichtig handelen.
Goede voorbereiding. De overheid verzamelt alle informatie die van belang is om een weloverwogen beslissing te nemen Goede organisatie. De overheid zorgt ervoor dat haar organisatie en haar administratie de dienstverlening aan de burger ten goede komt. Zij werkt secuur en vermijdt slordigheden. Eventuele fouten worden zo snel mogelijk hersteld.
-
Bij verlening van rechtswege moest initiatiefnemer dit zelf signaleren Communicatie met initiatiefnemer vindt vooral via de informele weg plaats. Dit vertroebelt de transparantie van het vergunningsproces.
| 29