RVS Omgevingsvergunning Hoogenboomlaan 34 te Renesse Bijlage 9 Stikstofdepositieonderzoek
Tekst van het document
HOOGENBOOMLAAN 34 RENESSE Stikstofdepositieonderzoek 15 juli 2022
1/21
DATUM KENMERK
15 juli 2022 _0002
PROJECT PROJECTLEIDER
Hoogenboomlaan 34 Renesse D.J.E.M. Gooijers MSc
OPDRACHTGEVER familie Krijger PROJECTNUMMER 20190368.001
AUTEUR STATUS
2/21
Definitief
INHOUD 1.
2.
3.
4.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 5 6
Stikstofdepositie referentiesituatie
8
2.1 2.2
8 10
Invoergegevens meelfabriek Invoergegevens bestaande bedrijfswoningen
stikstofdepositie toekomstige situatie
11
3.1 3.2 3.3
11 11 11
Invoergegevens recreatiewoningen Invoergegevens burgerwoningen Invoergegevens pony’s
Resultaten en conclusie
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
3/21
Aanleiding Referentiedatum Uitgangspunten invoergegevens
Overzicht vergunningen AERIUS Verschilberekening gebruiksfase – 24 juni 2022 Delta Energie B.V. – Jaaroverzicht 2002 Verkeersgegevens gemeente Overeenkomst mede-beweiding Landgoed Watergat
13 14 15 16 17 18
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De eigenaren van de locatie aan de Hoogenboomlaan 34 in Renesse zijn voornemens de locatie een nieuwe toekomstbestendige invulling te geven. De familie Krijger heeft het voornemen de bedrijfsactiviteiten van de meelfabriek definitief te beëindigen en de fabriek te slopen. De dan beschikbare gronden worden herontwikkeld ten behoeve van 11 grote, kwalitatief hoogwaardige en levensloopbestendige vakantiewoningen op ruime percelen. Op het recreatieterrein komen geen centrale voorzieningen zoals een restaurant of een zwembad. Daarnaast is het voornemen om de twee bestaande bedrijfswoningen aan de Hoogenboomlaan 32 en 36 om te zetten naar burgerwoningen en een ponystal voor eigen gebruik te realiseren bij de woning aan de Hoogenboomlaan 36. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.
Figuur 1. Luchtfoto huidige situatie Hoogenboomlaan 34 (bron: Basisviewer Rho).
4/21
Figuur 2. Streetview bedrijfsvoering aan de Hoogenboomlaan 34 (bron: Google Street View, augustus 2018) Aangezien het gaat om een wijziging van stikstofemissies op de locatie is het van belang om inzichtelijk te maken of dit een toename of afname zal betekenen. Een toename van stikstofemissies kan namelijk depositie van stikstof op stikstofgevoelige Natura 2000 tot gevolg hebben. Hierdoor kan sprake zijn van vermesting of verzuring en daarmee aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen. Met berekeningen in Aerius calculator kan de depositie bepaald worden aan de hand van de verschillende stikstofbronnen. Als de depositie onder de 0,00 mol/ha/jaar blijft kan met zekerheid gesteld worden dat geen sprake zal zijn van significante effecten en is geen vergunning noodzakelijk. Bij resultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan om uit te sluiten dat er significante effecten optreden als gevolg van de ontwikkeling. Met het programma Aerius calculator is een interne salderingsberekening uitgevoerd om de gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of een eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om een verschilberekening voor de gebruiksfase.
De aanlegfase wordt hier buiten beschouwing gelaten gelet op de in juli 2021 in werking getreden Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn).
1.2
Referentiedatum
De meelfabriek heeft zijn werkzaamheden beëindigd en maakt ruimte voor de nieuwe recreatiewoningen waardoor er een direct verband is, zoals benodigd is om intern te kunnen salderen. Het toetsingskader bij het doorlopen van een procedure omgevingsvergunning is anders dan bij een bestemmingsplan. Bij een omgevingsvergunning geldt het volgende kader: • de vergunde situatie (milieutoestemming of natuurvergunning) ten tijde van aanwijzing van het Natura 2000-gebied; of • een verleende natuurvergunning na de aanwijzingsdatum van het Natura 2000-gebied; of • een milieutoestemming na aanwijzing van het Natura 2000-gebied die minder stikstofemissie toestaat dan ten tijde van de aanwijzingsdatum toegestaan was.
5/21
In onderhavig geval is sprake van een vergunde situatie ten tijde van aanwijzing van het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De referentiesituatie is bepaald op basis van de vergunde situatie zoals ingekomen op 22 februari 1993 en ondertekend/verleend op 22 juni 1994 (hierna: de vergunning). In 1995 en 1996 zijn vervolgens enkele meldingen uitgevoerd ten behoeve van (beperkte) wijzigingen in de bedrijfsvoering, zie bijlage 1 voor het totaaloverzicht en relevante vergunningen los bijgevoegd. De vergunning inclusief de meldingen betrof de vergunde situatie ten tijde van het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen op 7 december 2004. In 2005 is een melding uitgevoerd ten behoeve van (beperkte) wijzigingen in de bedrijfsvoering. Op 6 februari 2007 is de milieuvergunning voor de bedrijfsactiviteiten van de meelfabriek door de gemeente Schouwen-Duiveland voor onbepaalde tijd verlengd. Deze vergunning is echter verleend na 7 december 2004 en kan dan ook niet toegepast worden in onderhavige situatie. Enkel indien middels de vergunning minder ‘stikstofruimte’ is vergund, dient met de betreffende activiteit rekening gehouden te worden. De toe te passen referentiesituatie betreft de op 7 december 2004 vergunde activiteiten, bestaande uit de in bijlage 1 opgenomen vergunningen en meldingen.
1.3
Uitgangspunten invoergegevens
In de huidige situatie zijn de twee bedrijfswoningen gasgestookt en zijn er verkeersbewegingen als gevolg van bewoners van deze bedrijfswoningen. De momenteel op het perceel aanwezige pony’s worden vanwege de strijdigheid met het planologische regime niet meegerekend in de referentiesituatie. Op basis van de milieuvergunning wordt er materieel ingezet, inclusief verkeersbewegingen, ten behoeve van de bedrijfsvoering en is er gasgestookte bedrijfsruimte aanwezig. Daarnaast is er sprak van verkeersbewegingen van werknemers. In de toekomstige situatie worden de twee bedrijfswoningen reguliere woningen, zijn er verkeersbewegingen als gevolg van recreatie en komt er het hobbymatig houden van pony’s bij. De ligging van de locatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergegeven in figuur 3. Het plangebied is gelegen nabij Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’.
6/21
Figuur 3. Locatie beoogde ontwikkeling (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: https://calculator.aerius.nl/calculator/) Deze memo gaat eerst in de op de uitgangspunten voor de berekende referentiesituatie, dan de uitgangspunten voor de nieuwe gebruiksfase met vervolgens de resultaten van de verschilberekening gevolgd door de conclusie.
7/21
2. STIKSTOFDEPOSITIE REFERENTIESITUATIE 2.1
Invoergegevens meelfabriek
In de vergunning wordt geen beperking van het aantal draaiuren van de meelfabriek opgelegd. Derhalve wordt voor de referentiesituatie gebruik gemaakt van de door de eigenaar bekende gegevens. De meelfabriek draaide volgens de familie Krijger in 2004 6,3 dagen per week. In de weekenddagen draaide de fabriek volautomatisch en was nauwelijks sprake van aanwezigheid van personeel. Ook was in de weekenddagen geen sprake van aan- en afvoer van grondstoffen. Derhalve worden de weekenddagen buiten beschouwing gelaten en wordt worst-case uitgegaan van 250 werkdagen1. Gebouwen en bedrijfsvoering Het gebruik van de installaties van de meelfabriek is elektrisch. Het kantoor, kantine, douches, bakkerij en laboratorium wordt gasgestookt verwarmd. Derhalve is er sprake van gebouwemissie. De CV-ketel voor de benoemde voorzieningen is in de vergunning opgenomen. In de vergunning wordt echter geen melding gedaan van de omvang van het gasverbruik. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de gegevens van de familie Krijger. Het jaarlijks gasverbruik is voor Hoogenboomlaan 34 Renesse 4.277 m³ per jaar (bron: Krijger, gebruik 2002, zie bijlage 3, Delta Energie B.V. - Jaaroverzicht 2002, Hoogenboomlaan 34 Renesse) omgerekend is dit 3,46 kg NOx/jaar. Dit is als volgt berekend: • 11,55 m3 rookgas per m3 aardgas betekent 11,55 *4.277 = 49.399 m3 rookgas.
• De emissieconcentratie per m³ is 70 mg NOx per NM3 rookgas. = 49.399 * 0,00007= 3,46 kg NOx. De uittreedhoogte van rookgas afkomstig van de bedrijfsbebouwing is op 7 december 2004 op basis van de dan geldende vergunningen niet bekend. In de aanvraag van de vergunning uit 2007 wordt de hoogte van het afvoerkanaal voor rookgas vermeld. Dit bedraagt een hoogte van 3 meter voor het kantoor en 8 meter voor de kantine. Als invoergegeven voor de berekeningen wordt de gemiddelde uittreedhoogte van 5,5 meter toegepast met een naar boven afgeronde spreiding van 3 meter. Vorkheftruck Op het terrein wordt voor de werkzaamheden gebruik gemaakt van vorkheftrucks. Volgens de vergunning is sprake van twee dieselheftrucks. In de melding uit 1996 is aangegeven dat één van deze heftrucks vervangen wordt door een elektrische vorkheftruck. In de vergunning van 2007 wordt de laatste diesel aangedreven vorkheftruck vervangen door een vorkheftruck op LPG. De overige in gebruik zijnde vorkheftrucks in 2007 zijn allen elektrisch. Volgens de vergunning uit 2007 is sprake van een heftruck met een laadvermogen van 2 ton en een vermogen van 40-50 KW. Deze heftruck is volgens de vergunning 2 uur per dag in gebruik. Ingeschat wordt dat de heftruck 500 uren per jaar in gebruik is. Hierbij is uitgegaan van 250 werkbare dagen.
Het type heftruck is in de vergunning bekend als een Manitou gas heftruck MSI 30.G2. Voor LPG aangedreven werktuigen is door CBS geen verschoning berekend sinds 1990. Daarom wordt voor de emissieschatting van de LPG aangedreven heftruck gebruik gemaakt van de Richtlijn 2005/13/EG. Hierin staat aangegeven dat de emissiefactor 3,3 g NOX/kWh is. Verder gelden vanuit de vergunning geen beperkingen ten aanzien van de belasting van de vorkheftruck. Met een belasting van 100% is sprake van 74,25 kg/j NOx, zie figuur 4. De LPG vorkheftruck kent geen emissie NH3. De heftruck is als vlakbron ingevoerd, aangezien deze verspreid over het terrein ingezet wordt.
1 52 weken x 5 werkdagen, met aftrek van 10 feest-/verzuimdagen
2 Overzicht installaties en materieel, Renvooi HT-02 484 - Aanvraag milieuvergunning 2006, pagina 40
8/21
Figuur 4 Invoergegevens heftruck
Verkeer Verder is er stikstofemissie afkomstig van het verkeer, zijnde werknemers en vrachtverkeer. In de vergunning wordt geen aantal werknemers of aantal verkeersbewegingen van werknemers benoemd. Derhalve volgt uit de vergunning geen beperking aangaande de verkeersbewegingen van werknemers en wordt een worst-case aanname toegepast. Op basis van gegevens van de familie Krijger waren in 2004 dagelijkse 24 werknemers in dienst. Elke werknemer arriveert en vertrekt in zijn eigen voertuig van het terrein, dit resulteert in 48 motorvoertuigbewegingen per werkdag (lichte verkeersbewegingen) en 12.000 mvt/jaar (48 * 250 werkdagen). Op basis van de gegevens van de familie Krijger zijn op jaarbasis aanvullend op de personeelsbewegingen circa 3.000-3.500 lichte verkeersbewegingen aanwezig, van vertegenwoordigers, ingehuurd personeel, koeriers, pakketdiensten, bezoekers, relaties, adviseurs etc. Deze verkeersbewegingen zijn in deze AERIUS berekening buiten beschouwing gelaten. Voor de zware verkeersbewegingen is in het akoestisch onderzoek uit 1992 bij de vergunning aangegeven dat elke dag maximaal 7 vrachtwagens arriveren. Dit resulteert in 14 motorvoertuigbewegingen per werkdag (zware verkeersbewegingen) en 3.500 mvt/jaar (14 * 250 werkdagen).
Hoewel op basis van de inrichting een hogere productie mogelijk is en de productie in de periode van 1993 tot 2004 is toegenomen, met de bijkomende extra vrachtwagenbewegingen, is in de AERIUS berekening uitgegaan van het lagere aantal van 7 vrachtwagens per dag. Daarnaast is gedurende een periode van minimaal 2 weken en maximaal 6 weken sprake van de aanvoer van grondstoffen met dagelijks maximaal 150 tractoren3. Volgens de vergunning zijn zodoende toegestaan minimaal 1.500 en maximaal 4.500 tractoren. De familie Krijger geeft aan dat tractoren, met een laadvermogen van 8 ton, jaarlijks gemiddeld 4.000 ton aanleveren. Voor deze hoeveelheid zijn slechts 500 tractoren (4.000/8) voor nodig zijn. Dat resulteert in maximaal 1.000 motorvoertuigbewegingen (middel verkeersbewegingen). Voor de referentiesituatie wordt worst-case uitgegaan van het reële, lagere, aantal mvt/jaar in plaats van wat op basis van de vergunning mogelijk is. Dit betekent op jaarbasis het volgende: • Licht verkeer (werknemers) = 12.000 mvt/jaar. • Zwaar verkeer (aan-/afvoer) = 3.500 mvt/jaar. • Middel verkeer (aan-/afvoer) = 1.000 mvt/jaar. Het verkeer zal zich vanaf de inrichting over de Hoogenboomlaan naar het oosten en naar westen verspreiden.
Omdat ten westen van de inrichting slechts een beperkt aantal functies (met name recreatieve functies) zijn gelegen en de weg uiteindelijk uitkomt bij het strand, zal slechts een beperkt deel van het woon-werkverkeer zich deze richting op begeven. Voor het lichte woon-werkverkeer wordt derhalve uitgegaan van 10% richting het westen en 90% naar het oosten. Daarbij is er vanuit gegaan dat het lichte verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op de Hoogenboomlaan nabij de eerste kruising, de Luieweg in westelijke richting en de kruising met de Kabbelaarsweg richting het oosten. Dit is het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer qua snelheid opgaat in het heersende verkeersbeeld. Conform de Instructieregels voor Aerius, heeft het verkeer zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Hierbij is uitgegaan van maximaal 5% van het reeds aanwezige verkeer. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af‐ en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen. Volgens verkeerscijfers van de gemeente (bijlage 5) gaat het hier om 1.968 lichte verkeersbewegingen per etmaal. De toevoeging van 48 mvt/etmaal bedraagt daarmee slechts 2,5% van het totale verkeersbeeld. De Hoogenboomlaan loopt richting het (noord)westen uiteindelijk dood.
Al het zware en middelzware verkeer gaat derhalve naar verwachting via de Hoogenboomlaan richting het oosten naar de Vroonweg/Roelandsweg op de Lage Zoom (N652) op in het heersend verkeersbeeld. Het aantal zware verkeersbewegingen op de verschillende wegvakken is niet opgenomen in de ons bekende verkeersgegevens. Daarom is uitgegaan van de meest nabije provinciale weg, namelijk de N652. 3 Akoestisch onderzoek bedrijfsactiviteiten, Cauberg Huygen 920632-1/12-10-1992, pagina 8
9/21
2.2
Invoergegevens bestaande bedrijfswoningen
Gebouwen en gebruik De twee bestaande vrijstaande bedrijfswoningen worden gasgestookt. Derhalve is er sprake van gebouwemissie. De bedrijfswoningen aan de Hoogenboomlaan 32 en 36 dateren volgens de gegevens uit de BAG uit respectievelijk het jaar 1990 en 1950. Het gasgebruik van deze bedrijfswoningen ten tijde van het verlenen van de vergunning in 1994 is niet bekend. De gegevens van de jaren 2016-2019 zijn wel bekend zijn, deze zijn lager dan de uitgangspunten van BIJ12. Het verbruik tijdens het meest recente jaar 2019 ligt lager dan het gemiddelde over de benoemde jaren. Daarom is worst-case gerekend met de uitgangspunten van het verbruik in 2019. Het jaarlijks gasverbruik is voor Hoogenboomlaan 32 Renesse 4.261 m³ per jaar (bron: H.Krijger, gebruik 2019, Delta Energie B.V. - Jaaroverzicht 2019, Hoogenboomlaan 32 Renesse) omgerekend is dit 3,44 kg NOx/jaar. Dit is als volgt berekend: • 11,55 m3 rookgas per m3 aardgas betekent 11,55 *4.261 = 49.214 m3 rookgas. • De emissieconcentratie per m³ is 70 mg NOx per NM3 rookgas. = 49.214 * 0,00007= 3,44 kg NOx. Het jaarlijks gasverbruik is voor Hoogenboomlaan 36 Renesse 980 m³ per jaar (bron: R.J.Krijger gebruik 2019, Delta Energie B.V. - Jaaroverzicht 2019, Hoogenboomlaan 36 Renesse) omgerekend is dit 0,8 kg NOx/jaar. Dit is als volgt berekend: • 11,55 m3 rookgas per m3 aardgas betekent 11,55 * 980 = 11.319 m3 rookgas.
• De emissieconcentratie per m³ is 70mg NOx per NM3 rookgas. = 11.319 * 0,00007= 0,8 kg NOx. Verkeer Daarnaast is sprake van stikstofemissies afkomstig van het verkeer. Het gemeentelijk Parkeerbeleid 2017-2020, verankerd via het paraplubestemmingsplan ‘parkeernormen Schouwen-Duiveland’, bevat geen concrete verkeersgeneratienormen. De verkeersgeneratie is gebaseerd op basis van de normen zoals opgenomen in de CROW publicatie nummer 381 ‘kencij‐ fers parkeren en verkeersgeneratie’. De twee bedrijfswoningen betreffen vrijstaande koopwoningen. Het kengetal voor de verkeersgeneratie voor bedraagt maximaal 8,6 mvt/etmaal per bedrijfswoning. De maximale verkeersgeneratie bedraagt zodoende 2 * 8,6 = 17,2 mvt/etmaal. Omdat ten westen van de inrichting met name recreatieve functies zijn gelegen en de Hoogenboomlaan uiteindelijk uitkomt bij het strand, zal een groter deel dan het woonverkeer van de bedrijfswoningen zich richting het oosten begeven. Voor de spreiding van het verkeer wordt uitgegaan van 25% richting het westen en 75% naar het oosten. Daarbij is er vanuit gegaan dat het lichte verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op de Hoogenboomlaan nabij de eerste kruising, de Luieweg in westelijke richting en de kruising met de Kabbelaarsweg richting het oosten. Volgens de eerder genoemde verkeerscijfers gaat het hier om 1.968 lichte verkeersbewegingen per etmaal.
De toevoeging van 17,2 mvt/etmaal bedraagt daarmee slechts 0,9% van het totale verkeersbeeld. De cumulatieve (werknemers en bewoners) lichte verkeersbewegingen (67,2) vormen 3,4% van het totale verkeersbeeld.
10/21
3. STIKSTOFDEPOSITIE TOEKOMSTIGE SITUATIE 3.1
Invoergegevens recreatiewoningen
De 11 nieuwe recreatiewoningen worden niet gasgestookt. Andere stikstofemissie veroorzakende installaties, zoals gasgestookte kookinstallaties, open haarden en/of palletkachels worden niet toegepast. Dit wordt in de voorschriften bij de vergunning geborgd. Derhalve is er in de toekomstige situatie voor de recreatiewoningen uitsluitend sprake van stikstofemissies afkomstig van het verkeer. Voor recreatieverblijven zoals recreatiewoningen is conform de ‘Memo kengetallen verkeer en parkeren Agenda Toerisme’ (20 mei 2020, gemeente Schouwen-Duiveland) de verkeersgeneratie gekoppeld aan het aantal parkeerplaatsen. De parkeernorm betreft 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen en het kengetal voor de verkeersgeneratie betreft 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. Het aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van het aantal slaapplaatsen. Het totaal aantal slaapplaatsen bedraagt 66 (11 recreatiewoningen * 6 slaapplaatsen). De parkeerbehoefte bedraagt op basis van 1 per 3 slaapplaatsen (66/3) = 22 parkeerplaatsen. De verkeersgeneratie wordt berekend op basis van 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. De verkeersgeneratie in de toekomstige situatie bedraagt 22 * 2,2 = 48,4 mvt/etmaal. Naar boven afgerond is sprake van een verkeersgeneratie van 49 mvt/etmaal. Voor de spreiding van het verkeer wordt wederom uitgegaan van 25% richting het westen en 75% naar het oosten.
Daarbij is er vanuit gegaan dat het lichte verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op de Hoogenboomlaan nabij de eerste kruising, de Luieweg in westelijke richting en de kruising met de Kabbelaarsweg richting het oosten. Het gaat hier wederom om die 1.968 lichte verkeersbewegingen per etmaal. De toevoeging van 48,4 mvt/etmaal bedraagt daarmee 2,4% van het totale verkeersbeeld.
3.2
Invoergegevens burgerwoningen
Gebouwen en gebruik De prognose voor het toekomstige gasverbruik is worst-case gebaseerd op de uitgangspunten van BIJ12 en is daarmee in de toekomstige situatie hoger dan het toegepaste daadwerkelijke gasverbruik uit de referentiesituatie. Hoewel de woningen mogelijk in de toekomst verduurzamen of zelfs gasloos worden, is dat moment nog niet te overzien en is in deze berekening uitgegaan van het worst-case scenario. De emissie bedraagt op basis van de uitgangspunten van BIJ12 voor de Hoogenboomlaan 32 en 36 elk 3,59 kg/j NOx, en 0,47 kg/j NH3. Verkeer Het feitelijk gebruik van de burgerwoningen ten opzichte van het gebruik als bedrijfswoningen wijzigt niet. De burgerwoningen Hoogenboomlaan 32 en Hoogenboomlaan 36 hebben geen aanvullende verkeersgeneratie ten opzichte van bestaande verkeersgeneratie en blijft daarmee op 17,2 mvt/etmaal. Ook dit aandeel gaat ter hoogte van de Hoogenboomlaan bij de kruisingen met de Luieweg en de Kabbelaarsweg op in het heersende verkeersbeeld.
3.3
Invoergegevens pony’s
Bij het houden van pony’s is er sprake van emissies. Een volwassen pony behoort tot de categorie K3.100. Een overzicht van de planning en de NH3-emissie wordt weergegeven in figuur 5. In de toekomstige situatie is sprake van maximaal 5 volwassen dieren. Deze 5 dieren zijn 4 van de 52 weken per jaar op de inrichting aanwezig. De overige tijd van het jaar staan de pony’s op het Landgoed Het Watergat, zie figuur 6. In de huidige situatie verblijven deze pony’s hier ook al en maken onderdeel uit van het natuurbeheerplan. Dit is vastgelegd in de overeenkomst met de grondbeheerder van Landgoed het Watergat, zie bijlage 5. Daarmee leveren de pony’s een bijdrage aan het beheer van het Natura-2000 gebied en het
11/21
verbeteren van de staat van instandhouding van dit gebied. De pony’s zijn in de periode dat ze in het Natura 2000-gebied zijn op voorhand niet vergunningplichtig. De pony’s zijn een ‘maatregel die nodig is voor het beheer van het gebied’. De pony’s worden te voet van het landgoed naar de stal vervoerd en terug. Hierdoor is geen sprake van een aanvullende emissie, vanuit bijvoorbeeld verkeer. Voor de beoordeling van de emissies van de pony’s resteert enkel de periode dat de pony’s op stal staan, de stalemissie. In de voorschriften bij de vergunning wordt geborgd dat de pony’s maximaal 4 weken per jaar binnen de inrichting aanwezig mogen zijn. Bij onvoorziene omstandigheden zou het echter voor kunnen komen dat één of meerdere pony’s langer dan 4 weken per jaar binnen de inrichting aanwezig zijn. Ten behoeve van de berekening wordt worst-case met een aanwezigheid van 5 weken voor 5 volwassen pony’s rekening gehouden. De ingevoerde worst-case stalemissie van de pony’s is voortgekomen uit de berekening (15,5 / 52) x 5 = 1,49 kg/jr.
Figuur 5. Planning en overzicht NH3-emissie ponystal 2022 (bron: familie Krijger)
Figuur 6. Landgoed Het Watergat globaal aangegeven ten opzichte van het projectgebied (bron: familie Krijger)
12/21
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE De verschilberekening om de depositie als gevolg van het huidige gebruik met het toekomstige gebruik te vergelijken toont een afname van stikstofdepositie in de beoogde situatie. Uit de verschilberekening blijkt dat in de beoogde gebruiksfase op alle hexagonen geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. Significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten. Omdat voor het aspect van de stikstofdepositie gebruik wordt gemaakt van interne saldering, is voor dat aspect op basis van recente jurisprudentie geen vergunning op basis van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
13/21
Bijlage 1 Overzicht vergunningen Onderstaande vergunningen en onderzoek bevatten belangen die bijdragen aan de stikstofemissie in de referentiesituatie. Deze stukken zijn separaat als onderdeel van bijlage 1 opgenomen. • 1994 juni 22, Verlening Revisievergunning en vergunning Wet geluidhinder, Provincie Zeeland, kenmerk: 891 • • •
1993 februari 22, Aanvraag milieuvergunning, Krijger Meelfabriek Renesse B.V., zaaknummer 891, 931993 o Renvooi (o.a. 2 heftrucks, CV-Ketel) + toelichting werkzaamheden. 1992 Akoestisch onderzoek bedrijfsactiviteiten, Cauberg Huygen 920632-1/12-10-1992 o Een overzicht van de bedrijfsactiviteiten (gedurende en buiten oogstseizoen), aantallen tractorbewegingen en vrachtwagenbewegingen. 2006 juni 26, Aanvraag milieuvergunning, Krijger Molenaars B.V. o Uiteenzetting bedrijfsactiviteiten o O.a. diesel heftruck wordt vervangen voor LPG heftruck.
Onderstaande meldingen en onderzoeken bevatten geen belangen die bijdragen aan een toename van de stikstofemissie in de referentiesituatie. Deze stukken zijn dan ook niet separaat als bijlage opgenomen. • 1993 Akoestisch onderzoek bedrijfsactiviteiten, Cauberg Huygen 930842/08-09-1993 o Voor de bedrijfsactiviteiten in dit onderzoek wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek uit 1992. • 1995 september 6, Melding + Akoestisch onderzoek wijzigingen bedrijfsactiviteiten, Cauberg Huygen 951025-1/04-091995/c2 o O.a. vermindering van transport- en heftruckbewegingen. • 1996 Melding + Akoestisch onderzoek wijzigingen bedrijfsactiviteiten, Cauberg Huygen 960206-1/15-03-1996/c1 o O.a. diesel heftruck wordt vervangen voor elektrische heftruck. • 2005 december 19, Melding verandering inrichting o Vervanging silo’s, uitbreiding kantoor en blowerruimte zonder uitbreiding machinaal vermogen. • 2007 februari 6, Verlening Revisievergunning, gemeente Schouwen-Duiveland
14/21