CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Nationaal Isolatie Programma Bijlage 2 Advies uitvoering NIP en organisatorische inbedding

Gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Nationaal isolatieprogramma (669164)3.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kleine Koppel 26 3812 PH Amersfoort +31 (0)33 3036800 info@overmorgen.nl overmorgen.nl IBAN NL48RABO0145534111 BIC RABONL2U BTW 8145.82.035.B01 KVK 27243218

Memo

AAN

:

Carola Helmendach

VAN

:

Ingrid Giebels, Rob Geldhof

KOPIE

:

Tonny Drijdijk

DATUM

:

4 juli 2022

ONDERWERP

:

Uitvoering NIP en organisatorische inbedding

Geachte mevrouw Helmendach, beste Carola In dit memo geven wij richting aan jullie vraag hoe in Zeeland uitvoering te geven aan het NIP en de besteding van alle gelden daarvoor. Ook geven we richting aan de organisatorische inbedding van dit onderdeel van het programma gebouwde omgeving binnen de RES samenwerking. Hierbij moet opgemerkt worden dat dit niet getoetst is met juristen.

Met vriendelijke groet, Over Morgen B.V.

Ingrid Giebels Adviseur

Landelijk beleid Het kabinet heeft haar Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde omgeving gepubliceerd 1, en daarvoor het Nationaal Isolatieprogramma2, welke een onderdeel is van eerstgenoemde programma. In het beleidsprogramma zet het kabinet de prioriteiten van het Rijksbeleid voor de komende jaren uiteen, gericht op doelstellingen in 2030.

Figuur 1: Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving

Voor uitvoering van het beleidsprogramma is deze kabinetsperiode ca. 11 miljard euro gereserveerd, waarvan 3,3 miljard voor het Nationaal Isolatieprogramma. Het Nationaal Isolatieprogramma heeft als doel om voor 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren aan de hand van vier actielijnen: 1. 750 duizend koopwoningen met EFG-labels isoleren richting de Standaard door middel van een lokale aanpak door gemeenten. Die lokale aanpak dienen gemeenten uit te werken in een meerjarig plan welke aansluit bij bewonerscollectieven en de transitievisie warmte. De ‘spelregels’ en eisen voor die meerjarige plannen zijn bij schrijven nog niet bekend. Het geld in deze lokale aanpak is echt bedoeld als dekkingsbijdrage in de kosten van huiseigenaren om te isoleren. 2. 1 miljoen huurwoningen isoleren naar de Standaard door middel van prestatieafspraken met de woningcorporaties en de vrijgave van de verhuurdersheffing voor verduurzaming van huurwoningen. Daarnaast richt deze actielijn zich ook op isolatie van particuliere huurwoningen door middel van normering en een nieuwe financiële regeling. 3. 750 duizend koopwoningen ‘op eigen initiatief’ door woningeigenaren te ontzorgen en financieel te steunen met landelijke informatievoorziening en regelingen. Bestaande regelingen zoals de ISDE en Energiebespaarhypotheek zijn of worden uitgebreid en versoepeld. Ook komt er een regeling voor de doe-het-zelvers.

4. Energie besparen met laagdrempelige maatregelen met een lokale coalitie: deze actielijn richt is op het treffen van kleine maatregelen zoals radiatorfolie en tochtstrippen bij de meest kwetsbare huishoudens (koop en huur). Voorheen was voor deze doelstelling de RRE en RREW-regelingen, welke verdwijnen per 2023. Er is aan deze actielijn geen geld gekoppeld. De gedachte is dat gemeentes deze actielijn betalen uit geld voor de lokale aanpak (actielijn 1).

2

1

Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnelling-verduurzaming-gebouwde-omgeving

2

Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/04/02/nationaal-isolatieprogramma

Van deze actielijnen is het Rijk aan zet voor actielijnen 2 en 3, samen met landelijke koepels en branches. De gemeente krijgt de regie over actielijnen 1 en 4.

Uitvoeringsgelden Vanaf 2022 komt er via alle gemeenten extra geld beschikbaar voor isolerende maatregelen bij huishoudens. Ook is er geld voorzien voor tegemoetkoming in de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord. Geldstroom

Beschikbaar (landelijk)

Nationaal Isolatieprogramma (2022)

Specifieke uitkering  (SPUK) 20223:  68,5 mln voor lokale aanpak koopwoningen met slechte labels

Nationaal Isolatieprogramma (2023 en verder)

Geld voor de lokale Ca. 2,7 mln/jaar5 aanpak koopwoningen met EFG-labels op basis van meerjarige plannen: Ca. 107 mln/jaar

Isolatiemaatregelen voor kopers (à max. 1250 euro/woning naar verwachting)

Uitvoeringskosten klimaatakkoord

   

Na 2022 onvoldoende in te schatten omdat verdeelsleutels nog niet bekend zijn.

Alle medeoverheden en planbureaus

Uitvoeringskosten RES

Nog niet bekend

Nog niet bekend

Uitvoeringsorganisatie RES

153 mln in 20226 300 mln in 2023 500 mln in 2024 800 mlb in 2025 en 2026

Voor Zeeland 1,75 mln voor lokale aanpak koopwoningen met slechte labels

Bestedingsdoel 

Isolatiemaatregelen voor kopers (à max. 1250 euro4/woning naar verwachting)

We zien dat er in 2022 een geldstroom naar Zeeuwse gemeentes voorzien is van in totaal 1,75 miljoen euro voor de uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma. Vanaf 2023 is dit bedrag gemiddeld 2,7 miljoen euro per jaar. Dit geld is dan bedoeld voor de lokale aanpak van gemeentes om koopwoningen met slechte energielabels te isoleren. Ook zijn er nog gelden voor de uitvoeringskosten voorzien, waarvan planning en verdeelsleutels nog niet bekend zijn (zie tabel). Uitvoeringstermijnen De precieze uitvoeringsvoorwaarden en vormvereisten voor de meerjarige plannen voor de lokale aanpak (actielijn 1, p.2) zijn bij schrijven nog niet bekend. Naar verwachting gaat de regeling open per 2023. 7 De gelden die al in 2022 beschikbaar komen, zullen waarschijnlijk een vrijere invulling kunnen krijgen. Relevant hierbij is ook de termijn waarbinnen de gelden uitgegeven moeten zijn. Een uitvoeringstermijn van anderhalf tot twee jaar verwachten wij hiervoor. Over de uitvoeringstermijn van de gelden die uit de meerjarige plannen voor de lokale aanpak komen vanaf 2023 durven wij nu geen uitspraak te doen.

3

Ministerie van Financiën: https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2022/1SUPP/VII/onderdeel/1339425

4

De bedragen per woning uit het Nationaal Isolatieprogramma is nog nergens officieel gecommuniceerd. 1.250 euro per woning hebben wij uit

informele kanalen vernomen. Het gaat hier echt om een tegemoetkoming in de kosten van de woningeigenaar, uit te keren door de gemeente. 5

Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/11/12/kamerbrief-over-hoofdlijnen-nationaal-isolatieprogramma.

Ervan uitgaande dat de verdeelsleutel hetzelfde blijft komende jaren als in 2022.

3

6

De uitvoeringskosten voor 2022 zijn reeds uitgekeerd in de meicirculaire. Voor gemeentes ging het in totaal om 113 miljoen euro.

7

Tweede Kamer: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2022D22445&did=2022D22445

Lokale aanpak Nationaal Isolatieprogramma Hoewel de uitvoeringsvoorwaarden en vormvereisten van de meerjarige plannen voor de lokale aanpak nog niet bekend zijn, kunnen wij wel een redelijke inschatting maken van wat er nodig is om in regionaal verband een lokale uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma in Zeeland mogelijk te maken. Wij baseren ons hierbij op de eerste ervaringen met het opstellen van lokale isolatieprogramma’s in andere gemeentes en onze ervaring met het opzetten van provinciale uitvoeringsorganisaties, met name in Noord-Holland. Afbakening en relatie met de wijkgerichte aanpak Bij onze raming van de capaciteit gaan wij enkel uit van de uitvoering van de meerjarige plannen in het kader van het NIP. Dit gaat dus om de isolatie van koopwoningen met EFG-labels, aansluitend bij bewonerscollectieven en de transitievisies warmte. Als we de doelstelling van het Nationaal Isolatieprogramma (750 duizend koopwoningen met EFG-labels in 2030) naar rato vertalen naar een Zeeuwse doelstelling, is dat ca. 20 duizend woningen. We gaan uit van het principe dat we zaken regionaal doen wanneer dat regionaal effectiever en efficiënter georganiseerd kan worden dan lokaal. Zaken die lokaal moeten of die lokaal effectiever en efficiënter georganiseerd kunnen worden blijven lokaal.

De lokale aanpak voor woningisolatie is zowel doelgroepgericht als wijkgericht, waarbij wij verwachten dat in Zeeland het zwaartepunt echt ligt op doelgroepgericht. De reden hiervoor is dat er in Zeeland weinig warmtenetten zijn voorzien en er relatief veel particulier woningbezit is in relatief dun bebouwde gebieden. Dit spreekt niet tegen dat we weldegelijk synergie voorzien tussen de wijkgerichte aanpak en een lokale isolatieaanpak in gemeentes als Terneuzen, Vlissingen en Middelburg, waarbij het tijdig en wijkgericht isoleren van woningen zelfs randvoorwaardelijk kan zijn voor het ontwikkelen van een warmtenet. Inventarisatie van werkzaamheden voor de lokale aanpak Voor de capaciteitsraming ontkomen wij er niet aan enkele aannames te doen over het type activiteiten dat Zeeuwse gemeentes zullen organiseren in het kader van de lokale aanpak: 1. Eenmalige inspanning voor het opstarten van het programma: hieronder valt o.a. het (laten) opstellen van het programma, het analyseren en prioriteren van (sub)doelgroepen, aanvragen van landelijke gelden voor de Lokale Aanpak, bestuurlijke borging en afstemming met stakeholders organiseren en het in uitvoering geven van het programma aan uitvoerders. 2.

Wij nemen aan dat meerjarige, collectieve acties voor inkoop en installatie van isolatie het hoofdonderdeel zullen zijn van de Zeeuwse lokale aanpak, omdat daarmee veel schaal kan worden georganiseerd en ook omdat daarmee de schaarse marktcapaciteit optimaal kan worden ingezet. 3. Ondersteunend aan een collectieve actie is een activeringscampagne, om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen meedoen aan de actie. Dit is met name belangrijke voor de kwetsbare doelgroepen die lastig te bereiken zijn en voor wie ook de bijdrage uit de lokale aanpak bedoeld is à maximaal 1.250 euro per woning4. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft onderzocht8 wat de benodigde uitvoeringscapaciteit is voor het Klimaatakkoord bij gemeenten. Helaas was een lokale aanpak voor isolatie niet voorzien in het Klimaatakkoord, en is dit dus ook niet meegenomen in het ROB-onderzoek. 1. Eenmalige inspanning voor het opstarten van het isolatieprogramma Het gaat hier om de rol van projectleider en opdrachtgever van een adviserende partij die het isolatieprogramma op gaat stellen en een proces begeleidt om tot dit programma te komen. Ook ondersteunde werkzaamheden zoals de Doelgroepentool die nu wordt opgesteld vallen hieronder.

8

Raad voor het Openbaar Bestuur: https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2020/09/24/aef--onderzoeksrapport-

uitvoeringskosten-klimaatakkoord

4

Daarnaast valt hieronder ook het aanvragen van landelijke gelden voor de Lokale Aanpak en het aanbesteden van het isolatieprogramma wanneer deze eenmaal gereed is, aan uitvoerders zoals Duurzaam Bouwloket, Regionaal Energieloket, Energiek Zeeland, Woonwijzerwinkel en Winst Uit Je Woning. Wij verwachten dat het regionaal aanbesteden van de collectieve inkoopactie efficiënter is dan een aanbesteding per gemeente. Dit omdat de maximale omvang van een collectieve inkoopactie (gericht op een doelgroep) ca. 10 duizend woningen betreft en dus gemeenteoverstijgend kan zijn. Bij een grotere omvang wordt er vaak gewerkt in percelen. Aangezien de doelstelling voor Zeeland (naar rato omgerekend van het NIP) ca. 20 duizend woningen betreft zou dat neerkomen op 2 à 3 percelen, die door één of meerdere partijen kunnen worden ingevuld in Zeeland. Deze cijfers baseren wij op informatie uit ons netwerk onder uitvoerders. De uitvoerders benadrukken echter dat er met het Nationaal Isolatieprogramma een schaalsprong komt waarvan ook zij de effecten nog moeilijk kunnen overzien. Daarom adviseren wij dat een marktconsultatie onderdeel is van de aanbestedingsprocedure voor de uitvoerende partij(en).

Daarnaast zal de start van het isolatieprogramma ook aandacht vragen van de programmamanager gebouwde omgeving voor bestuurlijke afstemming en borging, en het organiseren van een bijdrage vanuit de gemeenten naar het samenwerkingsverband voor de uitvoeringskosten van het op te zetten isolatieprogramma. 2. Uitvoering van de meerjarige, collectieve acties voor isolatie Het gros van deze werkzaamheden is belegd bij de uitvoeringspartij(en) die de gemeente contracteert of namens de gemeente(n) wordt gecontracteerd. Wel voorzien we vier rollen die ambtelijk ingevuld dienen te worden, regionaal dan wel lokaal:  Programmamanagement van het totale programma gebouwde omgeving waar het isolatieprogramma onderdeel van is, o.a. voor bestuurlijke afstemming en borging  Projectleider van het isolatieprogramma: een overkoepelende rol om alle activiteiten in samenhang te sturen, te monitoren, kennisuitwisseling te organiseren en om regionale aangelegenheden te coördineren. Ook het regionaal afstemmen van de hoogte van de subsidie per huishouden uit de Lokale Aanpak valt hieronder, waar gemeentes waarschijnlijk wel enige vrijheid in krijgen, zoals het bedrag per woning en de afwegingsregels wie wel en geen aanspraak mag maken.9  Opdrachtgever: uitgaande van regionale aanbesteding van een of meerdere partijen is regionaal opdrachtgeverschap logisch.

Eventueel kan dit vanuit één gemeente worden opgepakt namens alle gemeenten als er sprake is van gemeente-overstijgende percelen (‘penvoerder’, vergelijkbaar met huidige rol van gemeente Goes).  Lokale coördinator: er is bij collectieve acties doorgaans input nodig van verschillende gemeentelijke domeinen, zoals burgerzaken (brieven sturen), geodata (lijsten genereren), duurzaamheid (voor afstemming beleid en wijkgerichte aanpak), wonen (voor afstemming met woonbeleid), communicatie etc. Het is logisch dat deze rol bij de individuele gemeenten belegd is. 3. Activeringscampagne De activeringscampagne is feitelijk een communicatiecampagne, gericht op het verhogen van de conversie (deelname) van de collectieve inkoopactie voor isolatie. Wij verwachten dat er bij de activeringscampagne schaalvoordeel is te behalen door dit regionaal uit te voeren. Het gaat dan bijvoorbeeld over het regionaal inkopen van buitenruimtecampagnes, campagnemateriaal, warmtescans of andere ‘producten’. Maar ook afstemming en samenwerking met partijen als Zeeuwind en het bedenken en vormgeven van uniforme uitingen. Dit zal belegd worden bij een communicatiemedewerker in afstemming met de projectleider en lokale coördinatoren. Ook zal er naar verwachting afstemming plaats moeten vinden met de communicatieafdelingen van gemeentes omdat gemeentes parallel eigen, aanpalende activiteiten ontplooien.

Wij verwachten dat dit deel past in de bestaande formatie van de gemeente.

9

Aandachtspunt bij de samenwerking is dus ook dat elke gemeente mogelijk andere ideeën heeft voor de hoogte van dit bedrag en aan welke

doelgroepen dit te besteden. Op dit moment zijn de voorwaarden helaas nog niet bekend.

5

Inschatting benodigde fte’s Op basis van de geschetste aanpak komen wij op een benodigde totale capaciteit van 1,4 tot 1,8 fte op regionaal niveau (zie ook onderstaande tabel) voor het isolatieprogramma. Hiervoor zal budget beschikbaar moeten worden gesteld door de gemeenten. Op gemeentelijk niveau zien we een benodigde capaciteit van 0,2 tot 0,3 fte voor uitvoering van het isolatieprogramma. Rol

Fte

Opmerking

Regionaal Programmamanagement Projectleider isolatieprogramma Communicatie

0,2 In opstartfase zal dit tijdelijk wat meer inzet vragen 0,8 – 1,0 Bandbreedte van de inzet voor projectleiding en communcatie is afhankelijk van de hoeveelheid regionale afstemming die nodig is 0,4 – 0,6 in de uitvoering.

Lokaal Coördinatie collectieve actie

6

0,2 – 0,3 Per gemeente. Indien een gemeente optreedt als opdrachtgever c.q. penvoerder voor uitvoerende partijen zal van die gemeente nog wat meer inzet gevraagd worden.

Passende organisatievorm voor uitvoering Lokale Aanpak Om het isolatieprogramma de komende jaren goed te kunnen laten draaien en efficiënt uit te kunnen voeren, is regionale samenwerking gewenst. Zoals hiervoor geschetst zullen hiertoe bij het Rijk gelden worden aangevraagd voor de Lokale Aanpak. En er zullen één of meerdere partijen via een aanbesteding geselecteerd gaan worden voor de uitvoering. Dit is een groot en complex project waarvoor het aan te raden is om de huidige samenwerking binnen het programma RES te verstevigen. Hieronder verkennen wij hoe dit zou kunnen. Financiering formatie Momenteel wordt de formatie van het programma gebouwde omgeving gefinancierd vanuit de RES-gelden. Binnenkort zal naar verwachting structurele financiering voor de RES’sen beschikbaar komen. 10 Dat loopt dan door tot 2030 gelijk aan de doorlooptijd van de RES. Hoeveel hier precies voor wordt vrijgemaakt zal binnenkort bekend worden. Onbekend is echter nog waaraan deze gelden precies besteed mogen worden. Mogelijk kan gekozen worden om de huidige financiering van de formatie binnen het programma gebouwde omgeving op de huidige manier door te laten lopen. Het is nog niet bekend of dit dekkend is voor de gewenste formatie.

Een andere afweging is om de specifieke uitvoeringskosten voor het isolatieprogramma geheel te dekken uit de uitvoeringsgelden voor het Klimaatakkoord die vanaf 2022 extra ter beschikking komen van gemeenten. Dit zou de meest zuivere vorm zijn aangezien het hier gaat om het uitvoeren van een gemeentelijke taak. De uitvoeringskosten voor het Klimaatakkoord hebben gemeentes al ontvangen bij de meicirculaire. Dit gaat om 113 miljoen euro in Nederland totaal. Aanbesteding Om het op te stellen isolatieprogramma tot uitvoering te brengen is een marktconsultatie en aanbesteding voorzien waarbij gemeentes gezamenlijk één of meerdere uitvoerders selecteren voor uitvoering van het isolatieprogramma. Dit kan naar verwachting regionaal worden opgepakt waarbij één gemeente als opdrachtgever optreedt (bij gemeenteoverstijgende percelen). Hoe de precieze geldstromen gaan lopen, zal nader uitgewerkt moeten worden zodra meer bekend is over de regeling Lokale Aanpak van het Rijk. Verkenning geschikte samenwerkingsvorm Naar wij hebben begrepen ligt er aan de huidige samenwerking binnen de RES in Zeeland geen overeenkomst ten grondslag. Dat betekent dat als je intensiever wilt samenwerken op gebied van isolatie het aan te raden is om een nieuwe overeenkomst op te stellen. Er zijn diverse mogelijkheden waarop de huidige regionale samenwerking verankerd kan worden.

En dat kan zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk. De keuze voor een vorm hangt samen met het doel van de samenwerking. Hieronder wordt kort geschetst hoe de samenwerking voor het programma gebouwde omgeving getypeerd kan worden:  Doel: het isoleren van woningen van particuliere woningeigenaren met energielabels EFG, aansluitend op de transitievisies warmte en bewonerscollectieven;  Beleidsterrein: duurzaamheid;  Type taak: uitvoeringstaak;  Type samenwerking: hierbij is uitvoering in samenwerking tussen de Zeeuwse gemeenten gewenst om zo schaalvoordelen te behalen, de gemeentelijke organisaties te ontlasten en bovengemeentelijke leereffecten te bereiken. Onderdeel hiervan zal zijn om ook onderdelen uit te besteden aan marktpartijen (bv. via aanbestedingen);  Samenwerkingsvorm: naar ons idee gaat het hier over afstemming. Er worden over en weer geen taken uitgevoerd of (structurele) betalingen aan elkaar gedaan. Afstemming kan gecombineerd worden met gezamenlijke uitbesteding.

10

Uit de wandelgangen hebben wij vernomen dat alleen de besturen van de betrokken koepelorganisaties binnen NPRES hier nog akkoord op

moeten geven. Als dat rond is, komt de financiering tot 2030 beschikbaar.

7

De mogelijke passende rechtsvormen hierbij zijn11: - Publiekrechtelijk: regeling zonder meer; - Privaatrechtelijk: bestuursovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst. Als gekozen wordt voor een regeling zonder meer (publiekrechtelijk) dan is toestemming van alle betrokken gemeenteraden nodig. Bij privaatrechtelijke samenwerking via een bestuursovereenkomst of een samenwerkingsovereenkomst zijn de colleges van B&W aan zet. Uiteraard is het daarbij verstandig de raden te informeren. Advies Wij adviseren om de samenwerking te verankeren via een zo licht mogelijke constructie. Daarvoor lijkt een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende gemeenten de best passende vorm. Hierin leg je onder andere het doel van de samenwerking vast, de samenwerkende partijen, hoe de samenwerking en projectorganisatie eruit ziet, hoe lang de overeenkomst geldt, wat ieders bijdrage in de kosten is, of en hoe je werkt met opdrachtgeverschap m.b.t. een regionale aanbesteding en dergelijke. Wij raden aan dit met een jurist nader uit te werken.

11

8

Op basis van literatuurstudie (zie bronnen) en interviews van een aantal collega’s. Hiervoor zijn geen juristen geraadpleegd.

Bijlage Publiekrechtelijke samenwerkingsvormen Samenwerking binnen de Wgr Binnen de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn er vijf vormen van samenwerking mogelijk. Van licht naar zwaar zijn dat: - Regeling zonder meer - Centrumgemeente - Gemeenschappelijk orgaan - Bedrijfsvoeringsorganisatie - Openbaar lichaam Vorm van intergemeentelijke samenwerking Regeling zonder meer

Lichtste vorm van samenwerking via bestuursafspraken waarin intentie tot samenwerking met doel, aard en wijze wordt vastgelegd.

Geen nieuwe organisatie nodig. Verandert niets aan bevoegdheden, verantwoordelijkheden en budgetrecht van gemeenten

Centrumgemeente

Mandatering van bestuursbevoegdheden aan een andere gemeente

Nieuwe organisatie opzetten is niet nodig

Gemeenschappelijk orgaan

Voor enkelvoudige samenwerking of afstemming. Bijv. voor één bepaald beleidsterrein Uitsluitend bij collegeregelingen. Dus beperkt tot uitvoering of bedrijfsvoering, een intergemeentelijke uitvoeringsdienst Taken en bevoegdheden vanuit gemeenten kunnen overgedragen worden aan openbaar lichaam. Zowel raadstaken als collegetaken

Heeft alleen een dagelijks bestuur. En dus sterkere sturing vanuit de afzonderlijke gemeenten Rechtspersoonlijkheid met 1 bestuur

Bedrijfsvoeringsorganisatie

Openbaar lichaam

Rechtspersoonlijkheid met algemeen en dagelijks bestuur en voorzitter

Moet door raden worden bekrachtigd, ook waar het gaat om opnemen van budgetten in de meerjarenbegroting. En voortgang moet aan raden worden verantwoord Een mandaterende gemeente kan een besluit opnieuw nemen als de gemeente het er niet mee eens is Kan geen eigen personeel in dienst nemen.

Kan zelfstandig opereren, met eigen contracten, convenanten, eigen personeel, beheer van fondsen etc.

Gemeenteraden kunnen een samenwerking op basis van de Wgr over het algemeen beter controleren dan een private vorm van samenwerking.

9

Andere publiekrechtelijke samenwerkingsvormen Convenant Een bevoegdhedenovereenkomst tussen bestuursorganen is een publiekrechtelijke overeenkomst waarbij die bestuursorganen een bepaald beleidsdoel nastreven, en waarbij voorwerp van de overeenkomst afstemming over een publiekrechtelijke bevoegdheid is. De bevoegdhedenovereenkomst is een alternatief voor een beleidsregel (art. 1:3 lid 4 Awb). Bij een beleidsregel geeft een bestuursorgaan eenzijdig aan hoe het met zijn bevoegdheden wenst om te gaan, bij een bevoegdhedenovereenkomst wordt door middel van een overeenkomst met de betrokken partij gedaan jegens wie een bevoegdheid zal worden toegepast. Een bevoegdhedenovereenkomst wordt ook wel convenant genoemd. Het publiekrecht, zoals de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, is onverkort van toepassing. Geraadpleegde bronnen: - Samenwerking tussen gemeenten op basis van de Wgr, praktijkvoorbeelden, dilemma’s en kansen, VNG - Intergemeentelijke samenwerking toegepast. Handreiking voor toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, VNG, juni 2015 - Verzelfstandiging en samenwerking bij decentrale overheden. Afwegingskader voor de keuze tussen publiekrechtelijke of privaatrechtelijke vormgeving. Ministerie van BZK, december 2015 - Rijksoverheid: website intergemeentelijke samenwerking - Interviews van diverse collega’s

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11880438/1