RVS Kadernota Wet inburgering bijlage 4 reactie adviesraad
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein
Ons kenmerk Uw kenmerk
: :
Zaaknummer 486408
Behandeld door : Doorkiesnummer : Datum : Verzenddatum :
Uw brief van : Aantal bijlage(n):
29 oktober 2021
Onderwerp
Reactie op advies Kadernota Wet inburgering
:
Peter Kooijman 06 - 19197801
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein, Naar aanleiding van uw schrijven van 29 oktober jongstleden is het college verheugd dat u een positief advies heeft afgegeven op de uitgangspunten van de Kadernota en de uitwerking van de te onderscheiden thema’s binnen de nieuwe Wet inburgering. Gezien de breedte en complexiteit van de wet vormt de Kadernota een noodzakelijke tussenstap in de implementatie van de beschreven thema’s naar een daadwerkelijke uitvoering op operationeel niveau. Ook op dit moment vinden nog nadere gesprekken plaats tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op specifieke aspecten hiervan. Vanuit dit oogpunt staan wij voor de door u benoemde aandachtspunten hierbij van een reactie te voorzien en deze nader uit te werken in het implementatieplan van de Kadernota. 1. De nieuwe wet treedt op 1 januari 2022 in werking. De Kadernota wordt, na vaststelling door de Gemeenteraad, uitgewerkt in een implementatienota die pas in de 2e helft van 2022 zal worden gepresenteerd.
Waarom loopt de Gemeente SD hiermee achter en wat gaat er gebeuren in de periode die voorafgaat aan vaststelling van de implementatienota en waarin de huidige wet niet meer van kracht is? Reactie college: Zoals in de Kadernota is aangegeven vormt de Wet inburgering, zeker in combinatie met de flexibilisering van de asielketen, een zeer complex geheel dat raakvlakken heeft met alle aspecten van het Sociaal Domein, (beroeps)onderwijs en wonen en waarbij een breed scala aan uitvoeringsorganisaties betrokken zijn. De exacte rollen, verantwoordelijkheden en beoogde prestaties van deze uitvoerende partijen en de gemeente in de rol van regisseur worden gefaseerd vastgelegd en door het college bekrachtigd. Veelal gebeurt dit op basis van individuele overeenkomsten. De volgorde in de totstandkoming hiervan wordt enerzijds bepaald door het wettelijke werkproces en anderzijds de realisatie van de hiervoor noodzakelijke randvoorwaarden. Een voorbeeld hiervan betreft het streven van de wet om zo vroeg mogelijk, dus al in het AZC, te starten met het inburgeringsproces. In de praktijk is dit feitelijk pas mogelijk als de Regionale Opvanglocaties (ROL) zijn gerealiseerd. Naar verwachting kunnen deze pas op zijn vroegst in de tweede helft van 2022 operationeel zijn.
De implementatienota vormt daarbij het geheel aan overeenkomsten en afspraken, die in de voorafgaande periode binnen de hoofdlijnen van de Kadernota zijn uitgewerkt en in uitvoering zijn genomen.
Postadres: Postbus 5555, 4300 JA Zierikzee Bezoekadres: Laan van St. Hilaire 2, 4301 SH Zierikzee
T: (0111) 452 000 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl
BIC: BNGHNL2G IBAN: NL80BNGH0285076094
Ons kenmerk : Datum : Pagina : 2/4
Daarbij moet ook gerealiseerd worden dat de nieuwe Wet inburgering geldt voor die asielzoekers die vanaf 1 januari 2022 een status toegekend krijgen. Vanaf de statusverlening verblijven zij nog in een AZC en worden zij gekoppeld aan een gemeente door middel van de huisvestingstaakstelling. Daarbij geldt een termijn van maximaal 14 weken voor een daadwerkelijke huisvesting in de betreffende gemeente. Zeker gezien de huidige situatie bij de IND, het COA en de huizenmarkt wordt deze termijn vaak overschreden. De daadwerkelijke start van het inburgeringsproces wordt hierdoor niet eerder verwacht dan tegen het einde van het tweede kwartaal van 2022. De hiervoor geschetste ontwikkelingen spelen in heel Zeeland een rol bij de uitvoering van de Wet inburgering, waarbij de situatie van Schouwen – Duiveland vergelijkbaar is met de overige gemeenten. 2. Het is moeilijk om de voorgestelde maatregelen te wegen en te beoordelen of deze gedragen kunnen worden door de gemeente door het ontbreken in de nota van volumeprognoses. Met andere woorden, hoeveel inburgeraars zijn er momenteel op SD en hoeveel inburgeraars worden verwacht de komende 5 jaar. Nu ontbreekt er een perspectief op de ontwikkelingen en daarmee ook op de noodzaak en/of de mogelijkheden om regionaal samen te werken.
Reactie college: De asielopvang wordt al jarenlang gekenmerkt door een uiterst dynamisch verloop, die vaak veroorzaakt wordt door, onverwachte, mondiale ontwikkelingen. Via de huisvestingstaakstellingen werkt deze dynamiek door in de volumes van de inburgering. Deze taakstellingen worden ieder halfjaar door het Rijk vastgesteld en bieden derhalve geen perspectief op de langere termijn. Met de inzet op de flexibilisering van de asielketen wordt momenteel gewerkt aan een landelijke systematiek om de fluctuaties hierin zoveel mogelijk af te vlakken. Met het Plan van aanpak draagvlak opvang asielzoekers Zeeland is hieraan een provinciale invulling gegeven. Voordat dit plan tot uitvoering kon worden genomen is ons land echter geconfronteerd met een verhoogde instroom van asielzoekers. De taakstelling voor het eerste halfjaar van 2022 is voor Schouwen - Duiveland vastgesteld op 20 personen. De verwachting is echter wel dat deze taakstelling voor het tweede halfjaar opwaarts bijgesteld zal worden. De prognose voor het gehele jaar 2022 is dat deze uit gaat komen van een taakstelling tussen de 50 en 60 personen. Gezien de huidige situatie is de verwachting dat ook voor de komende jaren de taakstelling op dit relatief hoge niveau gehandhaafd blijft. 3. In vervolg op het vorige punt lijkt de financiële paragraaf te veel te berusten op aannames en veronderstellingen.
Bij vrijwel elk onderdeel van de begroting wordt nu al een negatief saldo geschetst tussen de Rijksbijdrage en de uitvoeringskosten. Dat zou geconcretiseerd moeten worden met het oog op verder besluitvorming en met het oog op het maken van afspraken met uitvoeringsorganisaties. Reactie college: In principe is een begroting altijd gebaseerd op aannames. Bij de opstelling van de financiële paragraaf is uitgegaan van een prognose van een taakstelling van 40 statushouders voor het jaar 2022. Die prognose bleek in lijn te zijn met de uiteindelijke taakstelling van 20 statushouders voor het eerste halfjaar van 2022. Ten aanzien van eventuele fluctuaties geldt echter dat de Rijksbijdrage deels gekoppeld is aan de gemeentelijke taakstellingen. De Rijksbijdrage beweegt in die zin als het ware mee met de fluctuaties voor de komende periode. Daarnaast speelt een rol dat de volumes van statushouders lager liggen dan in de rest van Nederland. Deze lage volumes veroorzaken een zekere mate van inefficiëntie bij de uitvoerende instellingen. De verdubbeling van de taakstelling per 2021, de te verwachten verhoging van de taakstelling voor het tweede halfjaar 2022 en de handhaving van dit niveau voor de komende jaren biedt ook kansen om de efficiëntie op uitvoerend niveau verder te verbeteren.
Tot slot wijzen wij er in dit verband op dat de onderhandelingen tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op specifieke onderdelen van de financiering van de wet nog voortduren waardoor pas in het voorjaar van 2022 duidelijkheid wordt verwacht over de structurele inbedding en financiering.
Ons kenmerk : Datum : Pagina : 3/4
4. Waarborgen van onafhankelijkheid van aanbieders en kwaliteit van de diensten is van groot belang. Er zijn erg veel organisaties actief in het inburgeringstraject. Aangezien al deze organisaties een belang hebben (bijvoorbeeld subsidies, salarissen, bestaansrecht) dient steeds weer zeer kritisch gekeken worden naar deze organisaties en de kwaliteit die zij bieden. Automatismen in het aangaan van samenwerkingscontracten en bij het toekennen van subsidies moeten ten enenmale vermeden worden. Zo lijkt het in de nota (pag. 14) een vanzelfsprekendheid dat leerroutes ingekocht gaan worden bij Scalda en PVT’s bij Vluchtelingenwerk. Reactie college: Juist in de aanloop naar de invoering van de Wet inburgering hebben wij kritisch gekeken naar de aanbieders binnen het speelveld. Zeker met het onderscheid dat met de nieuwe wet wordt gemaakt naar verschillende soorten inburgeringtrajecten heeft hierbij een rol gespeeld. Door dit onderscheid wordt het toch al lage volume aan statushouders nog verder versnipperd. Mede hierdoor is de uitvoering van dergelijke specifieke inburgeringstrajecten voor de aanbieders moeilijk rendabel te maken binnen de financiële randvoorwaarden van het Rijk en hebben een aantal aanbieders zich derhalve ook teruggetrokken van deze markt.
Daarnaast vraagt de invulling van de zogenaamde Onderwijsroute en in mindere mate de B1-route om een directe aansluiting op het reguliere beroepsonderwijs. Mede hierdoor is ervoor gekozen op dit moment als gemeente alle inburgeringstrajecten in te kopen bij Scalda. Op termijn kan ervoor gekozen worden om de trajecten in breder verband op basis van openbare aanbesteding in te kopen. Naast de inburgeringstrajecten is ook gekeken naar de uitvoering van andere verplichte onderdelen van het inburgeringsproces zoals de Participatieverklaringstrajecten (Vluchtelingenwerk), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (De Zuidhoek i.s.m. Scalda) en de training financiële zelfredzaamheid (SMWO i.s.m. Vluchtelingenwerk) en optionele onderdelen als b.v. opvoedingsondersteuning (Vluchtelingenwerk i.s.m. GGD, SMWO en gemeente) en vroegsignalering van ggz-problematiek (nog in ontwikkeling). Op termijn kan voor al deze onderdelen nog gekozen worden voor een andere onderbrenging al dan niet in een breder (regionaal) verband. 5. Beheersing van het Nederlands is belangrijk, zo niet de belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle inburgering. De combinatie van leren en werken, die mogelijk wordt in de nieuwe wet, zal de taalontwikkeling zeker ten goede komen. Echter, dat is geen vanzelfsprekendheid. De werkgever heeft een belangrijke rol in de begeleiding van dat leerproces.
Taalcoaches zouden daarbij ingezet kunnen worden. Daarnaast dient vermeden te worden dat de inburgeraars allemaal in één eenheid bij elkaar geplaatst worden. Werkcontacten met moedertaalsprekers van het Nederlands dienen gegarandeerd te worden. Dat zou overigens ook een aandachtspunt moeten zijn bij het toewijzen van woningen. Reactie college: Dit standpunt wordt door het college grotendeels onderschreven. Ervaringen vanuit diverse projecten in het land onderbouwen ook dit standpunt. Desondanks zijn er binnen het inburgeringsproces diverse onderdelen waarbij de inzet van intermediairs vanuit de eigen specifieke culturele achtergrond een duidelijke meerwaarde hebben voor de effectiviteit van het proces. Deze meerwaarde bevindt zich vooral in de eerste zes maanden van het inburgeringsproces, de inzet op gezondheidsaspecten (o.a. opvoedingsondersteuning en vroegsignalering ggz-problematiek) en de inzet op de Ondertussengroep. 6. De inburgeringsplichtigen zijn verantwoordelijk voor alle verplichtingen die overeengekomen zijn en die vastgelegd zijn in het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Indien de inburgeraar zich, verwijtbaar, niet houdt aan deze afspraken, zijn de gemeenten bevoegd om sancties op te leggen aan betrokkene. In de Kadernota ontbreekt een paragraaf met betrekking tot handhaving en sanctionering.
Wordt daar nog in voorzien? Reactie college: Bij de nieuwe rol van de gemeente hoort ook het stimuleren van naleving van wet- en regelgeving, toezicht houden op de naleving en waar nodig sanctioneren. Binnen het wettelijke handhavingskader wordt daarbij sanctionering nadrukkelijk als sluitstuk gezien van het handhaven van de verplichtingen op grond van de wet.
Ons kenmerk : Datum : Pagina : 4/4
De basis hiervoor wordt allereerst gelegd in de overeenkomsten tussen de uitvoerende partijen en de gemeente. Hiermee worden de onderlinge verantwoordelijkheden vastgelegd. Bij de brede intake en het hieruit voortvloeiende Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt de samenstelling van de verschillende onderdelen van de totale inburgeringsaanbod bepaald naar de situatie van de individuele statushouders. Dit is tevens bepalend voor de onderlinge verantwoordelijkheden tussen de gemeente en de individuele statushouder. Met de invulling van de PIP wordt momenteel door de klantmanagers in de praktijk proef gedraaid. Hiermee trachten wij op voorhand eventuele misverstanden, en daarmee tevens de verwijtbaarheid in het niet nakomen van de gemaakte afspraken, in de onderlinge communicatie uit te sluiten. Daarnaast sluiten wij bij het formuleren van het handhavingsbeleid voor de Wet inburgering zoveel mogelijk aan bij de het handhavingsbeleid voor de Participatiewet dat ook op dit moment in ontwikkeling is. Wij vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en danken u voor het uitgebrachte advies.
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland