RVS Kadernota Wet inburgering bijlage 3 brief adviesraad
Tekst van het document
Aan: Het College van B&W van Schouwen-Duiveland
Betreft: Advies inzake zaaknr. [486408] Kadernota Wet Inburgering
Zierikzee, 29 oktober 2021
Geachte College , De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) heeft onlangs van u het verzoek ontvangen om een advies te verstrekken over de geschetste hoofdlijnen in de toegezonden Kadernota Wet Inburgering. Hieronder treft u de reactie aan van de ASD die bestaat uit een paar algemene opmerkingen, een voorlopig positief advies en aantal specifieke aandachtspunten. Evaluatie van de huidige Wet Inburgering heeft duidelijk gemaakt dat deze dringend aanpassing behoeft. Een te grote verantwoordelijkheid van de inburgeraar voor zijn/haar eigen inburgeringstraject in combinatie met te beperkte beleidsintegratie in andere aspecten van het sociaal domein en een te geringe regie- en controlefunctie van de overheid/gemeenten maken dat aanpassing van de wet noodzakelijk is. In de nieuwe Wet Inburgering zijn deze kritiekpunten grotendeels ondervangen. De ASD onderschrijft dan ook het doel van deze nieuwe wet om:
• • •
alle inburgeringsplichtigen snel en volwaardig mee te laten doen aan de Nederlandse samenleving (bij voorkeur door betaald werk); gemeenten regie en verantwoordelijkheid te geven over de uitvoering van de inburgering (tijdige start, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit); synergie aan te brengen in beleid en uitvoering door de inburgering te positioneren als onderdeel van de Participatiewet.
De Kadernota schetst overzichtelijk de uitgangspunten, de structuren en de handvatten om binnen de Gemeente SD te komen tot een succesvolle implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering. De ASD kan zich vinden in de daarbij gehanteerde uitgangspunten waarbij centraal staan:
• • •
structurele samenhang aanbrengen tussen asielbeleid en inburgering; voeren van integraal beleid binnen het gehele Sociaal Domein; structurele (en complementaire) regionale samenwerking.
De ASD is van oordeel dat de Kadernota Inburgering volstaat om verder te werken aan het implementatie- en uitvoeringstraject van de nieuwe wet. De nota biedt een goed overzicht van de veranderingen die op stapel staan. Daarnaast gaat de nota in op de veranderende rol van de gemeente en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden. Ten slotte schetst de nota overzichtelijk alle wettelijke kaders waarmee rekening moet worden gehouden in de implementatie van de wet en (regionale) partners waarmee samengewerkt kan worden in de uitvoering. Met inachtneming van onderstaande punten verstrekt de ASD dan ook een positief advies over de Kaderwet Inburgering van de gemeente SD. Graag ontvangt de ASD nog een reactie op deze punten:
1. De nieuwe wet treedt op 1 januari 2022 in werking. De Kadernota wordt, na vaststelling door de Gemeenteraad, uitgewerkt in een implementatienota die pas in de 2e helft van 2022 zal worden gepresenteerd. Waarom loopt de Gemeente SD hiermee achter en wat gaat er gebeuren in de periode die voorafgaat aan vaststelling van de implementatienota en waarin de huidige wet niet meer van kracht is? 2. Het is moeilijk om de voorgestelde maatregelen te wegen en te beoordelen of deze gedragen kunnen worden door de gemeente door het ontbreken in de nota van volumeprognoses. Met andere woorden, hoeveel inburgeraars zijn er momenteel op SD en hoeveel inburgeraars worden verwacht de komende 5 jaar. Nu ontbreekt er een perspectief op de ontwikkelingen en daarmee ook op de noodzaak en/of de mogelijkheden om regionaal samen te werken. 3. In vervolg op het vorige punt lijkt de financiële paragraaf te veel te berusten op aannames en veronderstellingen. Bij vrijwel elk onderdeel van de begroting wordt nu al een negatief saldo geschetst tussen de Rijksbijdrage en de uitvoeringskosten. Dat zou geconcretiseerd moeten worden met het oog op verder besluitvorming en met het oog op het maken van afspraken met uitvoeringsorganisaties. 4. Waarborgen van onafhankelijkheid van aanbieders en kwaliteit van de diensten is van groot belang. Er zijn erg veel organisaties actief in het inburgeringstraject.
Aangezien al deze organisaties een belang hebben (bijvoorbeeld subsidies, salarissen, bestaansrecht) dient steeds weer zeer kritisch gekeken worden naar deze organisaties en de kwaliteit die zij bieden. Automatismen in het aangaan van samenwerkingscontracten en bij het toekennen van subsidies moeten ten enenmale vermeden worden. Zo lijkt het in de nota (pag. 14) een vanzelfsprekendheid dat leerroutes ingekocht gaan worden bij Scalda en PVT’s bij Vluchtelingenwerk. 5. Beheersing van het Nederlands is belangrijk, zo niet de belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle inburgering. De combinatie van leren en werken, die mogelijk wordt in de nieuwe wet, zal de taalontwikkeling zeker ten goede komen. Echter, dat is geen vanzelfsprekendheid. De werkgever heeft een belangrijke rol in de begeleiding van dat leerproces. Taalcoaches zouden daarbij ingezet kunnen worden. Daarnaast dient vermeden te worden dat de inburgeraars allemaal in één eenheid bij elkaar geplaatst worden. Werkcontacten met moedertaalsprekers van het Nederlands dienen gegarandeerd te worden. Dat zou overigens ook een aandachtspunt moeten zijn bij het toewijzen van woningen.
6. De inburgeringsplichtigen zijn verantwoordelijk voor alle verplichtingen die overeengekomen zijn en die vastgelegd zijn in het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Indien de inburgeraar zich, verwijtbaar, niet houdt aan deze afspraken, zijn de gemeenten bevoegd om sancties op te leggen aan betrokkene. In de Kadernota ontbreekt een paragraaf met betrekking tot handhaving en sanctionering. Wordt daar nog in voorzien? Wij hopen u met dit advies van dienst te zijn geweest en zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet,
Antoine de Ceuster voorzitter
Coby van Haasteren secretaris