RVS Kadernota Wet inburgering bijlage 1 kadernota
Tekst van het document
€ 110.000,--
Rijksbijdrage
€ 50.000,--
Tekort (uitbreidingsaanvraag)
€ 60.000,--
In de afgelopen jaren is het tekort van Vluchtelingenwerk jaarlijks op éénmalige wijze gedekt vanuit diverse mogelijkheden binnen de totale integratie-uitkering van het Rijk. Met de invoering van de Wet inburgering zijn deze alternatieve mogelijkheden (o.a. de middelen voor de Ondertussengroep) vrijwel volledig afgebouwd. Bij de uitvoering van de Wet inburgering in de praktijk kan op termijn overwogen worden of hierin de efficiency nog nader kan worden verhoogd. Daarnaast is huidige kostenopstelling is gebaseerd op een langzaam afnemende taakstelling. Indien de taakstelling gelijk blijft of weer gaat stijgen heeft dit gevolgen voor de verhoudingen tussen kosten en baten. Ontzorgen De inhoudingen vanuit de bijstandsuitkering en het verrichten van betalingen voor de huur, gas, water, stroom en ziektekostenverzekeringen aan de desbetreffende leveranciers wordt in de praktijk al uitgevoerd via de klantmanagers inkomen en vergt geen extra financiële middelen. De ontwikkelkosten van de cursus financiële zelfredzaamheid door SMWO in samenwerking met Vluchtelingenwerk zijn reeds gedekt vanuit de inzet van de Ondertussenmiddelen 2019 en 2020. Voor de uitvoering van de cursus is nog geen concrete kostenindicatie te maken.
De daadwerkelijke uitvoering is daarbij sterk afhankelijk van zowel het moment van huisvesting als de culturele achtergrond van de aan de gemeente gekoppelde statushouders. De daadwerkelijke invulling hiervan wordt nog nader afgestemd tussen SMWO en de gemeente. Deze afweging speelt niet alleen een rol binnen de Wet inburgering maar ook bij de uitvoering van het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2022 – 2025, waarin de statushouders ook als potentiële risicogroep zijn benoemd. Voor het jaar 2022 kunnen de uitvoeringskosten binnen het budget Schuldhulpverlening worden gedekt. Besluitvorming over een structurele dekking van de kosten voor 2023 en volgende jaren wordt op een later tijdstip genomen.
20
Inzet Ondertussengroep Gedurende 2021 zijn diverse trajecten uitgevoerd voor de Ondertussengroep (zie paragraaf 3.5.). De resultaten hiervan tonen aan dat deze trajecten aanzienlijk hebben bijgedragen aan zowel de maatschappelijke integratie als de toeleiding naar werk. Deze inzet werkt daarbij preventief naar het ontstaan van verdere maatschappelijke kosten, zoals de uitvoering van de Participatiewet. Naast deze argumenten speelt ook een organisatorische aspect een rol. Doordat de trajecten deels overeenkomen met de leerroutes kan nader worden bezien of zij in de toekomst gecombineerd met de leerroutes uitgevoerd kunnen worden. In 2021 zijn deze trajecten uitgevoerd met gebruikmaking van de AMIF-subsidie. Deze subsidiemogelijkheid is voor 2022 echter niet beschikbaar. Vanuit dit oogpunt is voorgesteld om de uitvoering van deze trajecten voor de jaren 2022 en 2023 te continueren vanuit gemeentelijke middelen voor een jaarlijks bedrag van € 50.000,--. Deze budgetten zijn opgevoerd in het kader van de Programmabegroting 2022 – 2025.
5.2 Implementatie In deze Kadernota worden vooral de hoofdlijnen geschetst voor de invulling van de Wet inburgering. Ondanks het herhaalde uitstel van de invoering van de wet is de voorbereiding hierop sterk beïnvloed door een aantal onverwachte factoren. De uitbraak van de coronacrisis had hierbij vooral een vertragende invloed die zich vooral manifesteerde bij het in kaart brengen van de problematieken bij inburgeraars via één-op-één gesprekken en bij de uitvoering van het geven van fysiek onderwijs volgens de geplande AMIF-trajecten. Vanuit inhoudelijk perspectief was vooral de koppeling tussen asielbeleid en inburgering daarbij een belangrijke factor. Hoewel deze aansluiting beleidsmatig niet als een verrassing kan worden beschouwd ligt de verstorende impact hierbij vooral bij de sterk wisselende huisvestingstaakstellingen aan de gemeenten en de huidige onduidelijkheid ten aanzien van het toekomstperspectief op dit vlak. Ook de toenemende krapte op de woningmarkt speelt hierbij een grote rol. Zijn hierdoor hogere huisvestingstaakstellingen überhaupt wel uitvoerbaar? Juist het relatief geringe volume aan statushouders is een belangrijke factor in de uiteindelijke organisatorische uitvoering van de wet.
Door het ontbreken van een duidelijk perspectief op de ontwikkeling van de taakstelling is er sprake van een situatie, waarbij de verhouding tussen lokale en regionale uitvoering onduidelijk blijft en waarbij het voor de uitvoerende instellingen niet zeker is dat een groepsgerichte invulling van hun aanbod wel haalbaar is of dat meer voor een individueel gerichte aanpak gekozen moet worden. Uiteraard hangen aan de verschillende uitvoeringsmogelijkheden ook andere prijskaartjes. Voor het verkrijgen van duidelijkheid op dit vlak is op de korte termijn de invulling van de regiodeals als onderdeel van het Plan van aanpak draagvlak opvang asielzoekers Zeeland en de vaststelling van de huisvestingstaakstelling voor het eerste halfjaar 2022 vanuit het Rijk van groot belang. Besluitvorming hierover vindt plaats in het vierde kwartaal van 2021. Vanuit dit oogpunt staan wij voor in de tweede helft van 2022 een nader uitgewerkt implementatieplan voor te leggen. In dit plan worden zaken als de onderlinge positionering, aansturing en monitoring van de verschillende taken (zowel intern als extern) binnen de Wet inburgering nader uitgewerkt en beschreven.
5.3 Communicatie Op landelijk niveau is een Klankbordgroep Communicatie van start gegaan waarin VNG, Divosa, SZW, gemeenten en deelnemers uit de doelgroep zelf participeren. In Zeeuws verband is afgesproken om eerst de landelijke communicatieproducten af te wachten. Naar verwachting gaat de communicatie in Zeeuws perspectief daarbij vooral gericht zijn op het 21
geheel aan ontwikkelingen rond asielopvang, huisvestingstaakstellingen en inburgering op zowel provinciaal, regionaal en lokaal niveau. De lokale communicatie inzet rond de Kadernota inburgering en het hieruit voortvloeiende implementatieplan dient hierop aan te sluiten.
22