CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Kadernota programmabegroting 2023-2026 bijlage 1 kadernota

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Kadernota programmabegroting 2023-2026 (582050)7.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADERNOTA PROGRAMMABEGROTING 2023-2026

2

3

Inhoudsopgave KADERNOTA PROGRAMMABEGROTING 2023-2026 ...............................................................................................1 INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................................4 INLEIDING .............................................................................................................................................................5 COLLEGEPROGRAMMA 2022-2026 ........................................................................................................................6 PROVINCIALE BEGROTINGSCIRCULAIRE 2023 (BEGROTINGSTOEZICHT) ..................................................................7 INDEXERINGS- EN RENTEPERCENTAGES ...............................................................................................................10 ONTWIKKELINGEN DIE VAN INVLOED KUNNEN ZIJN OP DE BUDGETTAIRE RUIMTE..............................................13 TARIEF TOERISTEN- EN WATERTOERISTENBELASTING 2023 .................................................................................23 PROGNOSE BUDGETTAIRE RUIMTE 2023-2026.....................................................................................................24 FINANCIELE POSITIE EN

RISICO’S..........................................................................................................................28 OVERIGE ACTUELE ONTWIKKELINGEN .................................................................................................................29 AANVULLENDE SUGGESTIES RAAD.......................................................................................................................31 BIJLAGEN .............................................................................................................................................................32

4

Inleiding Voor u ligt de Kadernota Programmabegroting 2023-2026 (hierna genoemd Kadernota). Deze Kadernota gaat in op de financiële en beleidsmatige ontwikkelingen die relevant zijn voor het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026.

5

Collegeprogramma 2022-2026 Op het moment van vaststellen van de Kadernota door het college voor een tijdige behandeling door uw raad is nog geen sprake van een vastgesteld collegeprogramma 2022-2026. De besluitvormingsprocessen wat betreft Kadernota en het collegeprogramma kruisen elkaar. De onderhandelingen tussen de coalitievormende partijen lopen nog. De coalitievormende partijen hanteren bij de onderhandelingen op grond van alle huidige omstandigheden en factoren de volgende uitgangspunten: •

De onzekere financiële ontwikkelingen wat betreft afspraken met het Rijk, inflatie en

kostprijsontwikkeling worden in acht genomen; •

De ambities worden afgestemd op de provinciale en landelijke opgaven op het gebied van energie,

milieu en duurzaamheid; •

Het collegeprogramma wordt zodanig opgezet dat er voldoende flexibiliteit is om met de onzekere en

mogelijk veranderende omstandigheden om te gaan; •

De financiële consequenties moeten passen binnen de kaders voor een gezonde financiële positie van

de gemeente. Het opstellen van het nieuwe collegeprogramma is een proces van tekenen én rekenen, waarbij de voorgenomen ambities geen inbreuk opleveren voor het behoud van een gezonde en solide financiële positie van de gemeente. Na afronding van de formatie voegen wij de financiële gevolgen van het collegeprogramma via een addendum toe aan de Kadernota, zodat dit addendum betrokken kan worden bij de bespreking van de Kadernota in de raadscommissievergaderingen en de raadsvergadering.

6

Provinciale begrotingscirculaire 2023 (begrotingstoezicht) Gedeputeerde Staten (GS) van Zeeland hebben de wettelijke taak om financieel toezicht te houden op onze begroting. Hiertoe verstrekken zij ieder jaar een begrotingscirculaire met daarin relevante en actuele informatie over de wijze waarop zij onze begroting en meerjarenraming beoordelen. Op 5 april 2022 ontvingen wij de begrotingscirculaire 2023 (zie bijlage A). Ieder jaar is sprake van een aantal actuele onderwerpen waar GS bij haar beoordeling van onze begroting specifiek aandacht op vestigen. Voor de begroting 2023 – 2026 zijn de volgende onderwerpen van belang voor uw raad: Inzicht in de structurele begrotingspositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie blijft een belangrijk aandachtspunt voor GS. Zij dringen er wederom op aan het begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Dit houdt in dat de meerjarenbegroting inzicht moet geven in het structurele begrotingssaldo, nadat deze is gecorrigeerd met de incidentele baten en lasten. Zij adviseren het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel en de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen. Daarnaast adviseren zij inzicht te geven in structurele mutaties uit reserves en het verloop van de reserves inzichtelijk te maken.

Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Wij geven in de meerjarenbegroting inzicht in de incidentele baten en lasten, in de structurele begrotingspositie, de structurele mutaties uit reserves en in het meerjarig verloop van de reserves. Het advies van GS om het structurele begrotingssaldo nadrukkelijker te communiceren nemen wij mee met het opstellen van de begroting. Inzicht in de financiële positie Het financieel gezond houden van een gemeente gaat verder dan een sluitende begroting. Deze wordt ook beoordeeld aan de hand van financiële kengetallen. Hiertoe schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) een aantal verplicht op te nemen financiële kengetallen voor, inclusief een beoordeling van de onderlinge verhouding daartussen in relatie tot de financiële positie. GS adviseren de voorgeschreven beoordeling van de kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

7

Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: In de door de raad in juli 2019 vastgestelde Kadernota Risicomanagement & Rechtmatigheidsverantwoording liggen de streefwaarden vast voor financiële kengetallen aan de hand waarvan wij kunnen monitoren dat we als gemeente financieel gezond blijven. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting geven wij meerjarig inzicht in de ontwikkeling van deze kengetallen en aan de hand daarvan een beoordeling van onze financiële positie. Taakstellingen GS zien, behalve het benoemen van de stelposten en taakstellingen, ook het concreet toelichten van de wijze waarop de voorgenomen bezuinigingen en het nieuwe beleid voor de komende jaren zijn vertaald in de begroting, als noodzakelijke informatie voor uw en ons inzicht in en de beoordeling van de financiële positie. Zij adviseren een integraal beeld van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen, taakstellingen, stelposten en reserveringen en de voortgang hierop te presenteren in een paragraaf Taakstellingen en stelposten. Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Het advies van GS inzicht te geven in (de voortgang van) de bezuinigingsmaatregelen betrekken wij bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Wij bemerken bij uw raad ook behoefte aan inzicht hierin.

Over de voortgang van onze maatregelen op grond van de bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte wordt u, zoals toegezegd, via onze financiële rapportages in 2022 reeds geïnformeerd. Bezuinigingen op het onderhoud Een gemeente is verantwoordelijk voor een veilige en duurzame leefomgeving voor haar inwoners en geeft daarom ieder jaar grote bedragen uit aan het verkrijgen, vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen. Denk onder andere aan wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Indien er in de meerjarenbegroting bezuinigingen op het onderhoud worden opgenomen, worden deze door GS alleen onder de volgende voorwaarden als reëel beoordeeld: 

Het lagere kwaliteitsniveau van het onderhoud van de kapitaalgoederen leidt niet tot achterstallig onderhoud of onveilige situaties. Dit dient aannemelijk te worden gemaakt.

De raad stelt een actueel beheerplan vast op basis van het lagere kwaliteitsniveau.

Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Vanuit de bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte is vanaf 2021 een structurele bezuiniging van € 400.000 ingeboekt door het verlagen van het kwaliteitsniveau op het wegenonderhoud. Wij stellen in 2022 het wegenbeheerplan op, waarin de effecten van de verlaging van het kwaliteitsniveau op eventueel achterstallig onderhoud worden betrokken. 8

Overige actuele ontwikkelingen Daarnaast vermelden GS in hun begrotingscirculaire een aantal actuele ontwikkelingen. Hiervoor verwijzen wij u naar bijlage A.

9

Indexerings- en rentepercentages ALGEMENE INDEXERINGSPERCENTAGES Jaarlijks stelt uw raad via de kadernota vast met welke indexerings- en rentepercentages de budgetten in de begroting stijgen en met welk indexeringspercentage de tarieven voor de belastingen worden verhoogd. De basis voor deze percentages halen wij uit het Centraal Economisch Plan (CEP) dat het Centraal Planbureau ieder jaar in maart publiceert. Dit jaar brengen de gevolgen van de economische schokken van de coronapandemie als ook de Russische inval in Oekraïne veel onzekerheid met zich mee. Het belangrijkste economische gevolg voor Nederland is op dit moment een hoge energieprijs. De extra stijging van de energieprijzen komt boven op de al forse inflatie. Het Centraal Planbureau (CPB) raamde in maart in het CEP de inflatie (cpi) op 5,2%. Dit was gebaseerd op informatie tot en met januari 2022. Inmiddels is in april de inflatie opgelopen naar 9,6%, wat de grilligheid op dit moment al aangeeft. Onzeker is hoe het Rijk de gemeenten via het gemeentefonds gaat compenseren voor deze hoge inflatie. Hierover hopen we in de meicirculaire 2022 meer duidelijkheid te krijgen. Deze circulaire wordt begin juni verwacht. Dit is na de aanbieding van deze kadernota.

Gezien de onzekerheid van zowel de ontwikkeling van de inflatie, als ook de compensatie daarvoor van het Rijk via het gemeentefonds, stellen wij het volgende voor: a. In deze kadernota rekening te houden met het door het CPB geraamde inflatiepercentage in maart 2022 voor het jaar 2022 van 5,2% en dit te corrigeren op het in de programmabegroting voor 2022 opgenomen prijsindexeringspercentage van 1,4%; b. Deze verhoging van 3,8% via het prijsindexeringspercentage van 2023 te verwerken in de meerjarenbegroting; c. Voor de jaren 2024-2026 de ramingen vanuit het CEP van maart 2022 aan te houden; d. Bij het aanbieden van de programmabegroting 2023-2026 eind september 2022 uw raad scenario’s voor te leggen op basis van de dan actuele inflatiecijfers, de compensatie daarvan via de meicirculaire 2022, de invloed daarvan op de budgettaire ruimte en indien nodig de mogelijkheden qua dekking daartoe.

10

INDEXERINGSPERCENTAGES GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN In de algemene bestuursvergadering van 10 februari 2022 heeft de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) de richtlijn voor de begroting 2023 voor de gemeenschappelijke regelingen (GR) vastgesteld (zie bijlage C). De strikte richtlijn gaat uit van een toegestane inflatiecorrectie in de GR-begroting 2023 van 2,7%. Deze is vanaf 2020 gebaseerd op een gedifferentieerde index die voor 2/3e bestaat uit de indexering voor de lonen en voor 1/3e uit de indexering voor de prijzen. Bij het indienen van de begrotingen van de GR-en beoordelen de begeleidingscommissies de toepassing van deze richtlijn. Voor 2023 is de bezuinigingsrichtlijn vastgesteld op 0%. Deze richtlijn is aan de orde als twee jaar achter elkaar de algemene uitkering uit het gemeentefonds met gemiddeld 2% per jaar afneemt. De berekening vindt plaats op basis van het accres. De VZG heeft de Zeeuwse werkgroep gemeenschappelijke regelingen gevraagd onderzoek te doen naar de berekeningssystematiek van beide percentages. Hierbij vragen zij met name aandacht voor het naijleffect van het inflatiepercentage, indien deze in werkelijkheid substantieel afwijkt. Hiertoe komen zij in het 2e kwartaal van 2022 met een voorstel. Ook voor de GR-en is de ontwikkeling van de inflatie een onzekere factor.

Voor de meerjarenraming 2024-2026 gaan we voorlopig uit van 2/3e van de indexering voor de lonen en 1/3e van de indexering voor de prijzen.

RENTEPERCENTAGES De gevolgen van de pandemie zorgen voor een verstoring in de economie, waardoor er inflatie optreedt. Als de inflatie te hard oploopt, is het de taak van de Europese Centrale Bank om haar monetair beleid aan te passen. Zij kan de rentetarieven verhogen om de inflatie af te remmen. Door de oorlog in Oekraïne neemt de onzekerheid over de ontwikkeling van de economie in Europa en in Nederland verder toe. Daarnaast kijkt de Europese Centrale Bank naar wat de invloed is van de economie in Amerika op onze economie. Door het rente verhogende beleid van de Amerikaanse Centrale Bank de afgelopen periode komt de euro meer onder druk te staan. Voor Europa worden ingevoerde goederen en diensten duurder en hierdoor kan de inflatie verder toenemen. Al deze verschillende factoren en de keuzes in het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank kunnen van invloed zijn op de renteontwikkeling. De afgelopen periode (in 2022) hebben we al te maken gehad met rentestijgingen en we weten niet hoeveel de rente en wanneer deze nog verder zal stijgen. Dit betekent dat wij als gemeente met het oog op 2023 met een rentestijging rekening houden. Deze percentages vindt u terug in bijlage B. In deze bijlage nemen wij ook de rentepercentages op van de geldleningen die wij verstrekken op grond

11

van de Verordening Stimuleringslening Duurzaamheid Bedrijven en Verenigingen 2020 en de verordening Lening Duurzaam en Langer Thuis 2022.

VOORSTEL 1 In te stemmen met de in bijlage B opgenomen indexerings- en rentepercentages. Bij het aanbieden van de programmabegroting 2023-2026 uw raad scenario’s voor te leggen op basis van de dan actuele inflatiecijfers, de compensatie daarvan via de meicirculaire 2022, de invloed daarvan op de budgettaire ruimte en indien nodig de mogelijkheden qua dekking daartoe.

12

Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte ONTWIKKELINGEN Ontwikkelingen algemene uitkering Coalitieakkoord nieuwe kabinet Het kabinet heeft in haar nieuwe coalitieakkoord 2021-2025 “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” maatregelen opgenomen die betrekking hebben op het gemeentefonds. Eén van de maatregelen is dat het kabinet in de jaren 2023, 2024 en 2025 de opschalingskorting tijdelijk stopzet. Daarnaast heeft het kabinet voor 2022 tot en met 2025 een extra oplopende accresreeks opgenomen voor het gemeentefonds. In 2025 loopt dit accres op naar € 2 miljard. Voor 2026 en verder is het accres niet berekend, maar voor gemeenten gezamenlijk vastgezet op € 0,8 miljard. Dit accres komt boven op het accres van de septembercirculaire. Het kabinet heeft in haar coalitieakkoord opgenomen om vanaf 2025 € 511 miljoen extra korting in te boeken op Jeugd. Dit is een taakstellende korting, waarvan het kabinet verwacht dat deze met het introduceren van een inkomensafhankelijke eigen bijdragen en met efficiency kan worden gerealiseerd. Dit kwam in eerste instantie boven op de hervormingsagenda. Een maatregel die zwaar onder vuur lag. Medio mei 2022 informeerde de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Tweede Kamer dat het kabinet heeft besloten dat het realiseren van deze aanvullende besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.

Dat betekent dat het aan de Rijksoverheid is om maatregelen te nemen die tot deze besparing zullen leiden en dus dat deze verantwoordelijkheid niet meer bij de gemeenten ligt. Herijking gemeentefonds met ingang van 2023 Het Rijk is voornemens om het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds per 1 januari 2023 in te voeren. In de meicirculaire 2022 worden de uitkomsten hiervan definitief bekend gemaakt. De minister heeft besloten om het ingroeipad -het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien- te beperken tot 3 jaar. Hierbij wordt het effect van de herverdeling het eerste jaar gemaximeerd op € 7,50, het tweede jaar op € 22,20 en het laatste jaar op maximaal € 37,50 per inwoner. In de nu voorliggende uitkomst van het onderzoek naar dit nieuwe verdeelmodel is onze gemeente voordeelgemeente. Met dit voordeel is in onze begroting nog geen rekening gehouden.

Gevolgen COVID-19 De varianten van het coronavirus lijken, ondanks de besmettelijkheid, steeds minder effect op de publieke 13

gezondheid te hebben. Sinds het voorjaar van 2022 hebben we nauwelijks meer te maken met beperkende maatregelen. De samenleving, ook de lokale samenleving van Schouwen-Duiveland, veert in al zijn geledingen op. We volgen de ontwikkelingen in het kader van de publieke gezondheid uiteraard nauwgezet. We volgen ook de landelijke ontwikkelingen rondom coronaherstel en sluiten daar zoveel als mogelijk is op aan. Compenserende maatregelen zijn door het Rijk inmiddels afgebouwd. Dat betekent niet dat er geen schade of gevolgen meer zijn als gevolg van de coronacrisis. Het komende jaar geeft het college daarom uitvoering aan de besteding van de door de gemeenteraad binnen de algemene reserve geoormerkte middelen voor een herstelfonds coronacrisis. De wijze van aanwenden en besteden komt terug in het collegeprogramma voor de nieuwe bestuursperiode. Daarbij is het uitgangspunt een zo breed mogelijke aanwending met een zo groot mogelijk doelbereik. Daarbij proberen we ook middelen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn te betrekken.

Sociaal domein Jeugd Begroting Zorg in Natura (ZiN) en doorkijk naar de komende jaren In de GGD-begroting 2023 – 2026 zien we meerjarig een verhoging van de uitgaven op zorg in natura voor jeugdhulp van gemiddeld € 0,6 miljoen per jaar. Wij zien echter redenen om af te wijken van de ramingen van de GGD. We verwijzen u hiervoor naar het betreffende raadsvoorstel. In de GGD-begroting is geen rekening gehouden met de wijziging van het woonplaatsbeginsel. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet, die halverwege 2022 is afgerond, is duidelijk welke gemeente verantwoordelijk is voor de (financiering) als er sprake is van een verblijfscomponent. Als er sprake is van een verblijfcomponent wordt er gekeken waar de jeugdige ingeschreven stond direct voorafgaand aan de start van het zorgtraject. Deze gemeente blijft dan financieel verantwoordelijk voor de bekostiging van de verleende jeugdzorg tot het moment dat er geen sprake meer is van zorg met een verblijfscomponent. Het is nog niet duidelijk welk effect het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft op de totale uitgave voor Jeugdhulp. Wel weten we dat het Rijk de gemeente heeft aangemerkt als voordeelgemeente en om die reden een korting heeft doorgevoerd op de te ontvangen middelen.

Ontwikkelingen Hervormingsagenda Voor een vervolg op het actieplan jeugd ‘Een duurzaam perspectief’ wachten we de uitkomst van de gesprekken over de Hervormingsagenda af. De afgelopen maanden hebben zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers) en professionals verder gewerkt aan verbetervoorstellen voor het jeugdhulpstelsel. Daaruit is een nieuwe agenda voortgekomen. De nieuwe agenda met de naam ‘Onze 14

jeugd verdient beter’ is aan het Rijk en gemeenten aangeboden, met als doel om samen als ‘vijfhoek’ het gesprek te continueren om zo de nodige inhoudelijke verbeteringen te realiseren. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Abonnementstarief - Besluitvorming nieuw kabinet In het Regeerakkoord is de intentie opgenomen om het abonnementstarief voor Wmo voorzieningen op te heffen en de inkomensafhankelijke bijdrage weer in te voeren. Dit moet echter in een wet worden verankerd, zoals de minister al per kamerbrief aan de Tweede Kamer heeft laten weten (kamerbrief: ‘Hoofdlijnenbrief toekomst Wmo'). De termijn waarop het abonnementstarief wettelijk wordt opgeheven en de wijze waarop heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de meerjarenbegroting. Toezicht Om de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning aan (kwetsbare) cliënten voldoende te waarborgen, is toezicht op de uitvoering van groot belang. Het gaat hier om zowel het toezicht op de kwaliteit van dienstverlening of voorziening als op de rechtmatigheid van verstrekkingen. Onze gemeente is kartrekker van de Werkgroep Zorgfraude Zeeland die het initiatief heeft genomen voor een Zeeuws brede aanpak om onrechtmatigheid c.q. zorgfraude te voorkomen door de routekaart van VNG Naleving te volgen. Onderdeel van de routekaart is het aanstellen van enkele toezichthouders op Zeeuws breed niveau.

Deze kosten verdienen zich ruim terug door dat effectiever en tijdiger kan worden ingegrepen als er sprake is van onrechtmatigheid. In de meerjarenbegroting zal met kosten voor toezicht rekening worden gehouden. Dorpshuizen SMC Bruinisse SMC Bruinisse heeft een bouwkundig rapport laten opstellen voor het dorpshuis. Voor renovatie/verbouw is meer geld nodig dan SMC Bruinisse in de boeken en op de rekening heeft staan voor groot onderhoud. SMC Bruinisse heeft nog geen bouwkundig rapport voor de sporthal opgesteld. Op basis van een meerjarenonderhoudsprogramma is ook budget benodigd voor het meerjarig onderhoud en de vervanging van inventaris van het dorpshuis en de sporthal. Ook hiervoor zijn onvoldoende liquide middelen aanwezig. Om een mogelijke gemeentelijke investering in het dorpshuis en de sporthal (geen gemeentelijk eigendom) van SMC Bruinisse te rechtvaardigen, is het nodig inzicht te krijgen in de toekomstbestendigheid van de dorpshuisfunctie en de sporthal in Bruinisse. Een eerste stap in de verdere uitwerking is een analyse van de toekomstbestendigheid en een bouwkundige analyse van het dorpshuis en sporthal SMC Bruinisse om te komen tot scenario’s dan wel aanbevelingen, met mogelijk een voorstel voor de benodigde gemeentelijke investeringen. 15

Einde tweede kwartaal 2022 leveren wij de toekomstbestendige visie voor het geheel op. Vervolgens is een bouwkundige analyse nodig om de uiteindelijke kosten te bepalen. Deze analyse pakken wij vanaf het derde kwartaal 2022 op. Daarmee is het nu nog onbekend of en in hoeverre we budget nodig gaan hebben voor een uitvoering vanaf 2023. De Zuidhoek Het aantal Wsw’ers neemt af en dat maakt de Zuidhoek kwetsbaar. We hopen dat het Rijksbeleid wordt aangepast, zodat de mensen die tussen wal- en schip vallen toch weer een plek kunnen krijgen bij de Zuidhoek onder de Participatiewet. Uiteraard zitten we in de tussentijd niet stil. Mensen die nu nog niet werken kunnen gebruik maken van de infrastructuur van de Zuidhoek. Er loopt op dit moment een pilot om inwoners die een bijstandsuitkering krijgen via een re-integratietraject bij de Zuidhoek aan passend en zo regulier mogelijk werk te helpen. Op deze manier krijgen we een goed beeld hoe we de infrastructuur van de Zuidhoek breed in kunnen zetten. Gebundelde uitkering (BUIG) Via de financiële rapportage 2021 informeerden wij u over het stijgend aantal loonkostensubsidies (regulier en nieuw beschut werken) en dalend aantal uitkeringen wat voor 2022 naar verwachting zal resulteren in hogere baten dan lasten.

Op basis van de doorrekening van de uitkeringslasten en de loonkostensubsidies, die wij de komende maanden maken, kunnen wij beoordelen of het voorlopige BUIG budget 2022 toereikend zal zijn. Zo nodig betrekken wij een eventueel resterend saldo bij het opstellen van uw meerjarenbegroting 2023-2026. Schuldhulpverlening, vroegsignalering In augustus 2021 is gestart met de uitvoering van vroegsignalering van schulden in Schouwen-Duiveland onder de naam 'Vroeg Eropaf'. De regie ligt bij de gemeente, de uitvoering is belegd bij Startbloq. Hierbij is vooralsnog gekozen voor een pilotperiode van 2 jaar. In de praktijk zien we dat maandelijks het aantal signalen gestaag toeneemt (januari: 34, februari: 43 en maart: 52). Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de snel stijgende inflatie en daarmee de steeds hogere kosten van levensonderhoud. We zien verder dat bij het team Sociaal Juridische Dienstverlening van SMWO de werkzaamheden de afgelopen periode met ruim 30% zijn gestegen, met name op het gebied van financiële problematiek. Op korte termijn is de verwachting dan ook dat de kosten van ondersteuning bij financiële problemen – waaronder vroegsignalering – snel gaan stijgen. We reageren daarom al in 2022 op deze ontwikkelingen inclusief een (financiële) doorkijk naar 2023.

Nationaal Programma Onderwijs Vanaf 2022 zijn we met middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs gestart met BLOEI!, het naschoolse activiteitenprogramma voor jeugdigen in de gemeente Schouwen-Duiveland. Deze middelen 16

zijn begroot tot juli 2023 (einde schooljaar). Naschoolse activiteiten passen bij één van de vier pijlers van het Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. De ambitie is om het naschoolse activiteitenprogramma in te bedden in Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. Dit is afhankelijk van de evaluatie in juli 2023. Dit leidt tot investeringen verder dan juli 2023. Een voorstel hierover met financiële consequenties volgt voorafgaand aan de begroting 2023-2026. Eenmalig indexeren volledig Subsidieprogramma 2023 Bij behandeling van de Bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte, fase 2 besloot uw raad bij om subsidies boven de € 20.000 ook na 2021 niet meer te indexeren totdat het subsidieprogramma herijkt is. Op dit moment vindt de (technische) herijking van de Algemene Subsidieverordening 2013 plaats. Dit is een eerste stap in de herziening van het subsidieprogramma en deze leggen wij in de raadsvergadering van december 2022 ter besluitvorming aan uw raad voor. In de tussentijd gaan we ook aan de slag met de herziening van subsidieregelingen, hetgeen in 2023 nog doorloopt. Omdat maatschappelijke organisaties op dit moment ook worden geconfronteerd met economische ontwikkelingen, zoals loon- en kostenstijgingen, zien wij mogelijk aanleiding uw raad voor te stellen het niet indexeren van subsidies boven de € 20.000 voor 2023 eenmalig te herzien.

Hier komen wij in de Programmabegroting 2023-2026 op terug. Omgevingswet Algemeen De Omgevingswet brengt een forse wijziging met zich mee voor het stelsel van regels en instrumenten van de overheid op het terrein van de fysieke leefomgeving. Ook voor gemeenten betekent de invoering van de Omgevingswet een grote opgave. Het vraagt om aanpassing van gemeentelijke regels, niet alleen op het vlak van ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen), maar alle regels die raken aan het fysieke domein. Verder moet er op het vlak van digitalisering veel gebeuren. Tenslotte vraagt deze stelselwijziging een verandering in competenties van de mensen die op het terrein van de fysieke leefomgeving werkzaam zijn. De verandering van competenties hangt samen met de cultuurverandering waar het Rijk het over heeft. Deze cultuurverandering sluit overigens aan bij de organisatievisie van onze gemeente. Voorbereiding De voorbereiding en implementatie van de Omgevingswet lopen al langere tijd. Het maken van het omgevingsplan Landelijk Gebied leidde niet tot een vastgestelde versie, maar leverde wel verschillende inzichten op. De elementen die nodig zijn voor de implementatie zijn helder in beeld. We werken deze zoveel als mogelijk met eigen menskracht uit. Ook is er veel aandacht om de lopende ruimtelijke

17

procedures zoveel als mogelijk onder bestaande wetgeving in procedure te brengen en communiceren we met initiatiefnemers over de consequenties van de procedure in relatie tot de inwerkingtredingsdatum. Op het moment van schrijven (mei 2022) gaan we uit van implementatie van de Omgevingswet – op zijn vroegst- per 1 januari 2023. Hoewel rond de implementatie van de wet landelijk nog allerlei onzekerheden bestaan, met name over het digitale stuk, is op dit moment nog geen sprake van verder uitstel. Voor de voorbereiding op de wet volgt onze gemeente het door het college vastgesteld plan van aanpak. Dit plan van aanpak volgt het stappenplan (de routekaart) van de VNG. Periodiek wordt uw raad op de hoogte gebracht van de voortgang van de implementatie. Zo wordt uw raad ook verder geadviseerd over de onderwerpen participatie, delegatie en de financiële gevolgen van de inwerkingtreding. Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Door het invoeren van de Wkb vervalt er een aantal taken bij Vergunningverlening en Toezicht. Deze taken worden door de markt opgepakt in een ander stelsel van borgen van kwaliteit. Een gedeelte van de ambtelijke kosten die nu verbonden zijn aan een omgevingsvergunning (én gedekt zijn door de leges), kunnen we straks niet meer toerekenen aan een omgevingsvergunning (én dus ook niet meer dekken uit de leges).

Over het exacte bedrag kunnen we nog geen uitspraken doen, omdat de wet gefaseerd in gaat en er nog lopende bouwprojecten zijn. De invoering van de Wkb hangt samen met de implementatie van de Omgevingswet. Na de zomer van 2022 moet er meer duidelijkheid komen over de exacte invoeringsdatum. Vooralsnog richten wij ons op 1 januari 2023. Stikstof We zijn als gemeente omringd door natuurgebieden, die de speelruimte voor ontwikkelingen beperken. Stikstof speelt een steeds grotere rol in ruimtelijke ontwikkelingen op Schouwen-Duiveland in het algemeen en de Westhoek in het bijzonder. Het vergt steeds meer tijd, energie en (financiële) middelen om ontwikkelingen mogelijk te maken. Als gemeente doen we er alles aan een goede balans te vinden tussen ontwikkelen en natuurwaarden. Door middel van intern en extern salderen proberen we zoveel mogelijk (woning)bouw- en infraprojecten, zowel van onszelf als van ontwikkelaars, doorgang te laten vinden. Daarbij hebben we oog voor de meest recente jurisprudentie en stemmen we af met diverse deskundigen. Wonen De druk op de woningmarkt is groot. Daar waar gewenst en mogelijk voeren we een actief grondbeleid door inzet van gemeentelijke gronden. In diverse kernen zijn wij in gesprek met dorpsraden en andere

18

betrokkenen als bijvoorbeeld ondernemersverenigingen over welke typologieën woningen kunnen worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Agenda Toerisme 2023 en verder De Agenda Toerisme is vastgesteld in oktober 2018 en heeft een looptijd van 8 jaar (2019-2026). We zijn nu dus op de helft. Er is bewust gekozen voor een agenda die de mogelijkheid biedt mee te bewegen met actuele ontwikkelingen en in goed overleg bij te stellen waar nodig. In de afgelopen jaren is er veel gebeurd, waaronder het oprichten van een lokale organisatie voor eilandmarketing (SESD), het ontwikkelen van een Zeeuwsbrede visie op toerisme, verwoord in Bestemming Zeeland 2030 en, niet onbelangrijk, de coronapandemie die van grote invloed is op de verblijfsrecreatieve sector. Praktisch gezien is ook de uitvoeringsagenda die in 2018 aan de Agenda Toerisme is gekoppeld grotendeels opgepakt en uitgevoerd. In de komende periode werken we aan de actualisatie van de Agenda Toerisme, waarin we ook de voor Schouwen-Duiveland belangrijke thema’s uit Bestemming Zeeland 2030 meenemen. Dit gebeurt in samenwerking en afstemming met het Platform Agenda Toerisme. Vanuit de Provincie Zeeland en het HZ Kenniscentrum Kusttoerisme wordt gewerkt aan een nieuw meerjarig onderzoeksprogramma en een uitvoeringsagenda gekoppeld aan Bestemming Zeeland 2030.

Vanuit de Agenda Toerisme kijken we welke onderzoeken en projecten passen in de Agenda Toerisme en welke interessant zijn voor Schouwen-Duiveland. Op basis hiervan volgt een geactualiseerde uitvoeringsagenda voor de Agenda Toerisme. Hiervoor is voor de komende jaren nieuw budget nodig. Gekoppeld aan de Agenda Toerisme loopt het project Innovatievouchers van Impuls Zeeland. Dit project loopt eind 2022 af, we werken momenteel aan een nieuw voorstel voor de komende periode van drie jaar. Ook hiervoor is (aanvullend) budget nodig. Areaal buitenruimte Jaarlijks beoordelen we de groei en/of krimp (aantallen/volume) in relatie tot onze werkzaamheden in de buitenruimte. Deze werkzaamheden in de buitenruimte delen we hier in, in vier categorieën. Beheer van groen, grijs (bovengrondse infra) en het beheer ondergrondse infra en van objecten in de openbare ruimte. Voor de registratie en beheer van de buitenruimte maken wij gebruik van de applicatie Obsurv. Wegenbeheerplan Het wegenbeheerplan is momenteel in de maak. In het derde kwartaal van dit jaar zullen we het wegenbeheerplan aan uw raad voor kunnen leggen. Objecten in de buitenruimte Voor wat betreft objecten in de buitenruimte (bruggen, muren, trappen, fonteinen etc.) ligt er een nog een opgave. Ook voor de objecten gebruiken we Obsurv voor het vastleggen van ons aanwezige areaal en 19

een volledige doorrekening van de benodigde onderhoudskosten. Om deze doorrekening te kunnen doen, maken we een inventarisatie van alle objecten waar wij verantwoordelijk voor zijn. Die gegevens worden verwerkt in Obsurv. Wij zijn hier nu volop mee bezig. De verwachting is echter dat de meerjarenbegroting structureel te laag is om alle objecten te kunnen onderhouden. Wij komen hier separaat op terug omdat wij hier door personele capaciteitsproblemen nog onvoldoende aan toe zijn gekomen. We hebben nog tijd nodig om goed te inventariseren welke middelen hiervoor precies nodig zijn. We komen hier in 2023 op terug. Klimaatverandering in relatie tot investeringen in buitenruimte In onze areaalberekeningen zoals hierboven geschetst, geldt de kanttekening dat nog geen rekening is gehouden met de gevolgen van klimaatverandering voor onze buitenruimte. Zo wordt verwacht dat de klimaatveranderingen de vraag naar meer groen in de buitenruimte doen toenemen. Ook zal er steeds meer regenwater worden opgevangen in plaats van afgevoerd via de riolering. Deze ontwikkeling zit nog niet over de hele breedte in uw meerjarenbegroting. Zodra het mogelijk is (op basis van nog vast te stellen beleid) hier een doorrekening van te maken komen wij hierop bij u terug.

Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) De gemeentelijke bijdrage in de begroting VRZ 2023 is hoger dan wat op basis van de VZG-richtlijn is afgesproken. De afgelopen jaren heeft de Veiligheidsregio veel taakstelling opgelegd gekregen en verwerkt. Het zogenaamde 'vet op de botten' is er niet meer. Het is logisch dat onder andere kosten voor Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en meerkosten vanwege de aangepaste cao niet binnen de begroting gevonden kunnen worden. Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ) Ook bij het OLAZ zijn onzekere factoren aanwezig. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van de afvalstoffenbelasting, de CO2-heffing en de inflatie. Ook hebben zij de uitwerking van de nog te maken beleidskeuzes nog niet in hun begroting verwerkt. Voorbeelden zijn de invoering van toegangscontrole op de milieustraten en eventuele andere investeringen op diverse milieustraten. We betrekken deze ontwikkelingen bij het opstellen van de programmabegroting 2023-2026 Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD). In het advies van de Begeleidingscommissie van de RUD wordt aangegeven dat het noodzakelijk is om op basis van onder andere de toekomstvisie duidelijkheid te geven hoe de RUD zich wil ontwikkelen tot een robuuste organisatie en op welke manier ze het weerstandsvermogen op peil wil brengen of de risico's wil aanpakken.

Hiertoe diende uw raad in 2022 reeds een zienswijze in. Thans zijn er door RUD-

20

initiatieven ontwikkeld om tot nadere uitwerking en besluitvorming hiertoe te komen. Indien nodig betrekken wij deze bij het opstellen van de programmabegroting 2023-2026. Bedrijfsvoering Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) verplicht gemeenten om de (digitale) informatiehuishouding op orde te brengen en hun digitale overheidsinformatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden. De bepaling uit de Archiefwet dat gemeenten documenten in een goede, geordende en toegankelijke staat moeten bewaren, wordt herhaald in de Woo. De Woo verplicht de gemeenten om actief documenten openbaar te maken. Die verplichting gaat nog niet direct in. Medio juni/juli 2022 zal duidelijk worden wanneer die verplichting in zal gaan. Het managementteam stelde inmiddels een bestuursopdracht vast om de voorbereidingen te treffen, zodat de organisatie in staat is om de documenten actief openbaar te maken zoals voorgeschreven in de Woo. Wet Digitale Overheid De Wet Digitale Overheid (WDO) heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi)overheid. Per product/dienst moet een betrouwbaarheidsniveau voor DigiD en e-Herkenning ingesteld kunnen worden. Ook voor de nog nieuw in te richten machtigingsvoorziening geldt dat er verschillende betrouwbaarheidsniveaus ingesteld moeten kunnen worden.

Deze middelen kunnen zowel van de overheid als van private aanbieders afgenomen worden. Onderdeel van deze wet is ook dat de gemeente zelf de kosten draagt voor de aansluiting op de identificatiemiddelen en voor het gebruik van een middel naar rato van gebruik. De WDO gaat pas gelden als een instantie technisch en organisatorisch klaar is om aan te sluiten. De VNG heeft het Rijk gevraagd om compensatie van de meerkosten voor de gemeenten. Dat is nog niet geregeld. Het is nog onduidelijk wanneer de wet van kracht wordt. Herinrichting Burgerzaal In het tweede halfjaar 2022 pakken wij, samen met uw raad, de herinrichting van de burgerzaal weer op. Hierbij betrekken wij de opgedane ervaringen met de digitale vergaderingen tijdens de coronapandemie. Ook onderzoeken we samen met uw raad de wijze waarop inwoners en andere belanghebbenden bij de politieke besluitvormingsprocessen kunnen worden betrokken. Aan de hand van deze uitkomsten berekenen wij het nieuw benodigd budget.

21

VOORSTEL 2 Kennis nemen van de aangekondigde ontwikkelingen die mogelijk van invloed zijn op de financiële positie vanaf de begroting 2023.

22

Tarief toeristen- en watertoeristenbelasting 2023 Het is inmiddels gebruikelijk dat u via de Kadernota de tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting voor het volgende jaar vaststelt. Dit om de recreatiebranche tijdig daarover duidelijkheid te verschaffen. Vanaf het jaar 2022 gelden gedifferentieerde tarieven toeristenbelasting. Deze tarieven verhogen we zoals gebruikelijk met het indexeringspercentage voor belastingtarieven. Voor 2023 stellen we hiervoor via deze Kadernota een verhoging voor van 4,85% (zie bijlage B). De forfaitaire tarieven voor 2023 berekenen we analoog aan de hand van deze tarieven. De door u vast te stellen tarieven verwerken wij in het door u in december te behandelen voorstel tot het vaststellen van de belastingverordeningen 2023. De gedifferentieerde tarieven voor de toeristen- en watertoeristenbelasting 2023 bedragen met deze indexering: 

per persoon per overnachting/ etmaal in het hoogseizoen € 2,04

per persoon per overnachting/ etmaal in het laagseizoen € 1,83

per overnachting op een kleinschalig kampeerterrein € 1,57

VOORSTEL 3 In te stemmen met de voor het jaar 2023 geïndexeerde gedifferentieerde tarieven voor de toeristen- en watertoeristenbelasting.

23

Prognose budgettaire ruimte 2023-2026 Onderstaand overzicht laat de actuele budgettaire ruimte zien na vaststelling door uw raad van de programmabegroting 2022-2025, inclusief aangenomen amendementen, en de verwerking van de door uw raad tot en met 27 april 2022 vastgestelde begrotingswijzigingen vanuit de raadsvoorstellen. Ook het structurele saldo van de 1e financiële rapportage 2022, die uw raad behandelt in de raad van 24 juni 2022, is in het overzicht opgenomen. Tevens is de jaarschijf 2026 toegevoegd (x € 1.000): Onderwerp

2023

Budgettaire ruimte Programmabegroting 2022-2025

2024

2025

2026

0

277

1.778

1.686

Raadsbesluiten tot en met 29 april 2022

102

27

-14

135

Financiële rapportage 2022-1

-132

-111

-96

-79

Budgettaire ruimte

-30

193

1.666

1.742

In maart jl. stuurde het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties gemeenten de maartbrief over het gemeentefonds (zie bijlage D). Hierin maakte zij kenbaar wat de financiële gevolgen van het coalitieakkoord van het kabinet zijn voor het gemeentefonds. Deze gevolgen las u terug in de paragraaf Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte. In de meicirculaire 2022 maakt het ministerie definitief bekend wat de gevolgen voor onze algemene uitkering zijn naar aanleiding van de herverdeling van het gemeentefonds. In de budgettaire ruimte van de programmabegroting 2022-2025 is de raming van dit herverdeeleffect op nihil gezet. In de hier bovenstaande budgettaire ruimte is derhalve hier nog geen rekening mee gehouden. Zoals u in de paragraaf Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte kon lezen, is in de maartbrief het groeipad van de herverdeling beperkt tot 3 jaar en het maximale verdeeleffect vastgesteld op € 37,50: het eerste jaar € 7,50, het tweede jaar € 22,50, het derde jaar € 37,50 per inwoner. Voor de keuze die het kabinet maakt over het wel of niet instant houden van de opschalingskorting vanaf 2026 en voor de uitkomst van de herverdeling van het gemeentefonds voor onze gemeente is een aantal scenario’s te bedenken voor de ontwikkeling van budgettaire ruimte.

Hierbij is scenario 1 het worstcase scenario en scenario 4 het bestcase scenario:

24

Scenario 1 Opschalingskorting vanaf 2026

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

Blijft vanaf 2026

Blijft vanaf 2026

Terugdraaien 2e

Terugdraaien 1e en 2e

100% ingeboekt

100% ingeboekt

tranche van € 675

tranche van € 975 miljoen

miljoen Herijking gemeentefonds

50% maximaal

100% maximaal

100% maximaal

voordeel

voordeel

voordeel

2023

2024

2025

100% maximaal voordeel

Vanuit de reeds beschikbare budgettaire ruimte geven deze scenario’s het volgende beeld:

Scenario 1: (x € 1.000)

Budgettaire ruimte

2026

-30

193

1.666

1.742

1.250

2.500

2.850

1.100

750

1.000

1.275

125

383

638

638

-pm

-pm

-pm

-pm

2.095

4.076

6.429

3.480

Regeerakkoord: - Extra accres - Incidenteel terugdraaien opschalingskorting

Scenario’s: Opschalingskorting blijft vanaf 2026 volledig ingeboekt* Herverdeling gemeentefonds 50% van maximaal voordeel Inflatie/energieprijzen/rente Budgettaire ruimte scenario 1 * In onze begroting is de totale tranche van € 975 miljoen al ingeboekt in 2026

Scenario 2: (x € 1.000) 2023 Budgettaire ruimte

2024

2025

2026

-30

193

1.666

1.742

1.250

2.500

2.850

1.100

750

1.000

1.275

250

765

1.275

Regeerakkoord: - Extra accres - Incidenteel terugdraaien opschalingskorting

Scenario’s: Opschalingskorting blijft vanaf 2026 volledig ingeboekt* Herverdeling gemeentefonds 100% van maximaal voordeel

25

1.275

Inflatie/energieprijzen/rente Budgettaire ruimte scenario 2

-pm

-pm

-pm

-pm

2.220

4.458

7.066

4.117

* In onze begroting is de totale tranche van € 975 miljoen al ingeboekt in 2026

Scenario 3: (x € 1.000) 2023 Budgettaire ruimte

2024

2025

2026

-30

193

1.666

1.742

1.250

2.500

2.850

1.100

750

1.000

1.275

Regeerakkoord: - Extra accres - Incidenteel terugdraaien opschalingskorting

Scenario’s: Terugdraaien 2e tranche opschalingskorting vanaf

1.275

2026* Herverdeling gemeentefonds 100% van maximaal

250

765

1.275

1.275

-pm

-pm

-pm

-pm

2.220

4.458

7.066

5.392

voordeel Inflatie/energieprijzen/rente Budgettaire ruimte scenario 3 * In onze begroting is de totale tranche van € 975 miljoen al ingeboekt in 2026

Scenario 4: (x € 1.000) 2023 Budgettaire ruimte

2024

2025

2026

-30

193

1.666

1.742

1.250

2.500

2.850

1.100

750

1.000

1.275

Regeerakkoord: - Extra accres - Incidenteel terugdraaien opschalingskorting

Scenario’s: Terugdraaien1e en 2e tranche opschalingskorting

1.840

vanaf 2026* Herverdeling gemeentefonds 100% van maximaal

250

765

1.275

1.275

-pm

-pm

-pm

-pm

2.220

4.458

7.066

5.957

voordeel Inflatie/energieprijzen/rente Budgettaire ruimte scenario 4 * In onze begroting is de totale tranche van € 975 miljoen al ingeboekt in 2026

26

Samengevat is de budgettaire ruimte per scenario: 2023

2024

2025

2026

Scenario 1

2.095

4.076

6.429

3.480

Scenario 2

2.220

4.458

7.066

4.117

Scenario 3

2.220

4.458

7.066

5.392

Scenario 4

2.220

4.458

7.066

5.957

Uit bovenstaande scenario’s blijkt dat, afhankelijk van de keuze die het kabinet maakt over de opschalingskorting en de uitkomst van de herverdeling gemeentefonds, onze budgettaire ruimte vanaf 2026 enorm kan veranderen. Wat hierin nog niet is doorgerekend, zijn de financiële gevolgen van de gestegen inflatie, brandstofkosten, energie en de stijging van de rente. Daar staat tegenover dat nog niet bekend is wat het Rijk hiervan compenseert. Voor een duurzaam inzicht in onze budgettaire ruimte is het wenselijk dat het Rijk dit kenbaar maakt in de meicirculaire 2022. Uitgaande van het slechtste scenario (scenario 1) is er vanaf 2026 een beschikbare structurele budgettaire ruimte van € 3,5 miljoen om de stijging van onze lasten op te vangen. Gezien de tussentijdse uitkomst van de herverdeling van het gemeentefonds in december 2021 is echter minimaal scenario 2 waarschijnlijker. Dit omdat ons voordelige herverdeeleffect toen boven het maximale herverdeeleffect lag van € 37,50 per inwoner. Dit betekent dat een beschikbare structurele budgettaire ruimte van € 4,1 miljoen meer voor de hand ligt om de inflatie en prijsstijgingen op te vangen.

VOORSTEL 4 In afwachting van de meicirculaire 2022 kennis nemen van de scenario’s voor de mogelijke ontwikkeling van de budgettaire ruimte.

27

Financiele positie en risico’s Voor de huidige financiële positie van de gemeente en de risico’s verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de jaarrekening 2021.

28

Overige actuele ontwikkelingen In de Kadernota 2022 ging deze paragraaf vooral over onzekerheden in de nabije toekomst door de wereldwijde coronacrisis. Inmiddels zien de omstandigheden door geopolitieke oorzaken er heel anders uit. De coronacrisis is op wereldschaal nog niet tot een einde gekomen. De Aziatische landen kennen nog een streng beleid en dat is merkbaar in productie en logistiek. Verschillende mondiale ketens van grondstoffen, productie, logistiek en afzet zijn nog niet hersteld. Met als gevolg hoge prijzen voor grondstoffen en (internationaal) transport. Tegelijkertijd waren er tekenen van economisch herstel door een aanhoudende consumentenvraag en bleef de vraag naar arbeid onveranderd groot met als gevolg krapte op de arbeidsmarkt. De markt voor fossiele brandstoffen werd in het afgelopen jaar al iets minder stabiel maar is met de inval van Rusland in Oekraïne drastisch veranderd. Naast gevolgen voor de prijzen van gas en daarmee ook voor elektriciteit heeft dit op wereldschaal gevolgen voor de beschikbaarheid van grondstoffen voor voedsel en de productie daarvan. Het transport over water van granen en zonnebloemolie wordt door Rusland verhinderd. Dit heeft naar verwachting grote gevolgen voor andere continenten maar ook voor Europa. Alle ontwikkelingen samen zorgen voor oplopende kostprijzen en een hoge inflatie.

Met als gevolg dat huishoudens met een laag of middeninkomen de eindjes nauwelijks of niet meer aan elkaar weten te knopen. De Wereldbank, Federale Amerikaanse Bank en Europese Bank proberen met maatregelen de gevolgen te dempen. De Nederlands overheid heeft net als andere Europese overheden al maatregelen genomen om de inflatie iets in te dammen met het verlagen van de energiebelasting. Alle maatregelen tot nu toe leiden voor de Nederlandse overheid tot bezuinigingsopgaven om een sluitende meerjarenbegroting te behouden. De diepe zakken in de financiële buidel van minister Hoekstra zijn bij de in januari 2022 nieuw aangetreden minister Kaag inmiddels aanzienlijk minder diep. In de afgelopen periode zijn forse uitgaven gedaan vanwege corona, hulp aan Oekraïne, de vluchtelingenopvang en het dempen van de hoge inflatie. Dit leidt er toe dat er inmiddels ook in het kader van het Regeerakkoord door het Kabinet en Tweede Kamer keuzes moeten worden gemaakt voor een sluitende meerjarenbegroting

Er lijkt iets van stabilisatie te ontstaan op de energiemarkt die kan doorwerken naar de overige schakels in de productieketens. De ervaring leert dat eenmaal opgelopen prijzen als gevolg van hoge inflatie bij normalisatie hiervan niet snel meer dalen en in ieder geval niet meer terugkomen op het oorspronkelijke prijspeil. We zullen dus, naast lange levertijden, rekening moeten houden met blijvend hogere grondstofen materiaalprijzen. Daarnaast met een hogere inflatie en hoger rentepeil dan dat we afgelopen jaren 29

gewend waren. Een belangrijk element zijn de hogere energieprijzen. Hier hebben bedrijven last van en worden huishoudens direct geraakt. Een pluspunt is dat in veel nieuw af te sluiten cao's ruimte is voor behoorlijke loonsverhogingen.

De nabije toekomstige ontwikkelingen zijn zeer ongewis. We moeten vooralsnog rekening houden met onzekerheid als gevolg van de inval van Rusland in Oekraïne. Het risico bestaat dat dit een langslepend conflict wordt waar het hele Europese continent gevolgen van ondervindt. Maar mocht de oorlog snel tot een einde komen dan nog is er is sprake van sluimerend slechte verhoudingen en verstoorde diplomatieke betrekkingen die leiden tot allerlei vormen van (semi-)bedreigingen en verstoringen. Soms niet direct zichtbaar maar niet minder schadelijk zoals cyberaanvallen en andere vormen van cybercrime en manipulatie. Deze situatie pleit voor een voor de gemeente goed doordacht bestedingsbeleid. Bijvoorbeeld door vooraf goed te kijken naar de beschikbaarheid van materialen en de mate waarin de gewenste investering wel door de markt te leveren is. Daarnaast pleit deze situatie om vooral in te zetten op no-regret investeringen. Dit zijn de investeringen om zelfvoorzienend te worden met energie door isolatie, besparing en duurzame opwek. Tot deze categorie is ook het investeren in het verbeteren van de situatie op de arbeidsmarkt te rekenen. Door maatwerk op het gebied van scholing met een goede samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid.

Hetzelfde geldt voor het realiseren van een goed woon- en leefklimaat, ruimte voor productontwikkeling en innovatie en een goede, duurzame ontsluiting van voorzieningen.

30

Aanvullende suggesties Raad We stellen het uiteraard op prijs als u nog andere kaderstellende voorstellen aanreikt, die wij kunnen betrekken bij de voorbereiding op de aan te bieden programmabegroting 2023-2026. Wij wachten uw reactie met belangstelling af.

31

Bijlagen

32

33

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11547099/1