CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme (444881)3.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Urgentie Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever

Hoog, De portefeuillehouder heeft toegezegd voor het zomerreces met een voorstel te komen aan de raad. Gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme 444881 1 juni 2021 Externe communicatie Ruimte en Milieu (RenM) D.P.W. Joppe Afdelingshoofd RenM

Voorstel 1. Kennis nemen van situaties waarbij discrepantie bestaat tussen de praktijk en het recreatief beleid. 2. Kennis nemen van de reacties van betrokken partijen. 3. Instemmen met een nieuwe definitie ter vervanging van stacaravans en kampeerhuisjes op kampeerterreinen. 4. Instemmen met een aangepaste regeling voor een kleinschalige omvorming van kampeerterreinen waarbij de eis van 13% invulling verblijfsrecreatie voor het totale terrein niet geldt. 5. De aangepaste regeling en definities verwerken in het document Regelgeving van de Agenda Toerisme en de Nota Kamperen 2013. 6. Toestaan van uitponden onder voorwaarden. 7. De aangepaste regeling en definities verwerken in een paraplu bestemmingsplan voor SchouwenDuiveland. 8. In het beleid een overgangsbepaling opnemen voor lopende plannen en procedures. Inleiding Op 25 oktober 2018 heeft de raad de Agenda Toerisme 2018-2026 vastgesteld. In dit beleidsdocument zijn keuzes gemaakt op basis van onder andere de Zeeuwse Kustvisie. Wat betreft kwaliteitsverbetering is in de agenda opgenomen dat recreatiebedrijven die middels een planologische procedure aan herstructurering en/ of omvorming dan wel plaatsing van eenheden doen, op termijn volledig moeten voldoen aan het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied, inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie.

Onder deze 13% moet gerekend worden met de oppervlakte van eenheden per standplaats. De oppervlakte van een eenheid op een permanente standplaats is bijvoorbeeld (maximaal) 68m2. In de Agenda Toerisme wordt voor een stacaravan uitgegaan van 55m2 plus een berging van 13m2. Centrale voorzieningen vallen niet onder het percentage van 13%. Deze regeling geldt niet alleen voor de kustzone maar met vaststelling van de Agenda Toerisme voor het gehele eiland. We willen immers eilandbreed inzetten op (landschappelijke) kwaliteit. In de afgelopen periode zijn er verschillende gesprekken met ondernemers en ontwikkelaars geweest die in meer of mindere mate in het kader van kwaliteitsverbetering willen herstructureren op hun terrein. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wijzigen van niet-permanente standplaatsen naar permanente standplaatsen. Op de permanente standplaatsen worden (veelal) stacaravans geplaatst. Deze omzettingsmogelijkheid is opgenomen in de Nota Kamperen 2013. De praktijk leert dat er regelmatig concepten bij ons aangeleverd worden die niet voldoen aan het ontwikkelkader verblijfsrecreatie en verzoeken voor realisering permanente kampeermiddelen onder de noemer van een stacaravan die niet voldoen aan de definitie. Wij constateren dat het ontwikkelkader verblijfsrecreatie en de definitie van een stacaravan kennelijk onduidelijk is voor de ondernemers.

Dit leidt tot discussies op details in plaats van een opbouwende uitwisseling over kwalitatief goede plannen. Recente voorbeelden zijn de Julianahoeve, de Vliedberg, de Brem, Bonafide en de Karavaan. Op de Julianahoeve en de Brem zijn al eenheden met een verdieping geplaatst. Tot slot worden in dit voorstel ook de mogelijkheid van uitponden op kampeerterreinen behandeld. In de huidige Nota Kamperen is uitponden toegestaan. Pagina 1 van 7

Met dit voorstel informeren wij u over verschillende vraagstukken en leggen wij u een aangepaste regeling en definitie voor die verwerkt kan worden in de geldende beleidskaders. Eerder heeft het presidium het voorstel terug gegeven aan het college omdat eerst afstemming met belangenorganisaties nodig was. De afgelopen periode is daarvoor gebruikt. De reacties van de verschillende belangenorganisaties zijn als bijlage toegevoegd. Beoogd resultaat Door de raadscommissie gedragen uitgangspunten voor het gedeeltelijk aanpassen van de regelgeving Agenda Toerisme. Argumenten 1.1 De gemeenteraad is op de hoogte van de praktijksituaties waar ondernemers en gemeente tegenaan lopen. In het document Regelgeving van de Agenda Toerisme is beschreven dat bedrijven die herstructurering en omvorming willen doorvoeren waarbij een planologische procedure nodig is, volledig moeten voldoen aan het ontwikkelkader, waaronder de 13% regeling voor invulling van verblijfsrecreatie. De afgelopen periode zijn er verschillende gesprekken geweest met bedrijven die in het kader van kwaliteitsverbetering alleen beperkte wijzigingen willen doorvoeren op hun kampeerterrein. In die gesprekken is aangegeven dat het terrein bij een planologische procedure (op termijn) in zijn geheel moet voldoen aan onder andere de 13% regeling. Dit blijkt een groot struikelblok voor ondernemers om plannen uit te kunnen voeren.

Het betekent immers dat voor bijvoorbeeld het omzetten van niet-permanente standplaatsen naar permanente standplaatsen (op termijn) het totale terrein aangepast moet worden waarbij ook standplaatsen moeten worden ingeleverd ter versterking van de landschappelijke kwaliteit. Het versterken van de landschappelijke kwaliteit is een belangrijke basis van zowel de Kustvisie als de Agenda Toerisme. Bedrijven zien echter door de omvang van de opgave, het herstructureren van het totale terrein in plaats van een deel, af van het uitvoeren van plannen waardoor de gewenste kwaliteitsverbetering en productvernieuwing niet wordt gerealiseerd. Daarnaast bestaat er onduidelijkheid over het begrip stacaravan. De afgelopen periode hebben wij plannen ter beoordeling voorgelegd gekregen van eenheden die een oppervlakte hebben van 55m2 en een hoogte van 5 meter. De plannen die worden aangeleverd voldoen niet aan de definities. Om eenduidigheid te krijgen over dit type kampeermiddel adviseren we de definitie aan te passen. Tot slot staat in de huidige definitie van een kampeerhuisje dat dit een eenvoudig gebouw moet zijn. De praktijk toont echter aan dat de kampeerhuisjes al lang niet meer eenvoudig zijn. De term eenvoudig staat ook haaks op ons beleid waarin we juist kwaliteitsverbetering en jaarrond recreatie nastreven.

Om deze reden stellen we voor om ook de definitie van kampeerhuisje aan te passen. Onder argument 3.3 staat een voorstel voor een nieuwe definitie. 2.1 Afstemming met betrokken partijen heeft plaatsgevonden Naar aanleiding van de vorige commissievergadering waarin de commissie wensen en bedenkingen heeft kunnen inbrengen heeft afstemming plaatsgevonden met de betrokken externe partijen. Het commissievoorstel is nogmaals doorgenomen door de externe partijen. In mei heeft een gezamenlijk overleg plaatsgevonden tussen de samenwerkende natuurorganisaties, HISWA-Recron en de gemeente. Tijdens dit overleg is de inhoud van het voorstel besproken en zijn standpunten uitgewisseld. De samenwerkende natuurorganisaties en HISWA-Recron hebben een gezamenlijke schriftelijke reactie op het voorstel kenbaar gemaakt. De volledige reactie is in de bijlage opgenomen. Hieronder gaan we op de hoofdlijn in. De belangrijkste punten van de reactie zijn: de hoogte van gebouwen voor recreatief nachtverblijf aan de randen van terreinen en het verbieden van een kelder bij een gebouw tot 75m2. Voor het overige is er overeenstemming tussen de externe partijen over het voorstel. In de gezamenlijke reactie komen de partijen met voorstel voor de definities. Daarbij bestaat wel een verschil van inzicht over de standaard maximale bouwhoogte en de hoogte aan de rand van kampeerterreinen.

Deze luiden als volgt: Pagina 2 van 7

Gebouw voor recreatiefnachtverblijf tot maximaal 55m2 • Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot max. 55 m2: • Naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar; • Max. 4 m. hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld (natuur/landschap organisaties.); • Max. 5 m. hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld (hiswa-recron) • In afwijking van de hiervoor maximale genoemde hoogte geldt binnen een zone van 30 meter vanaf de erfgrens van een kampeerterrein een maximale hoogte van 4 meter (natuur/landschap organisaties.); • Binnen de zone van 30 meter is ook geen dakterras toegestaan (natuur/landschap organisaties.); • Geen bouwlaag onder het maaiveld Gebouw voor recreatiefnachtverblijf tot maximaal 75m2: • Maximaal 30% van aantal permanente standplaatsen, met maximum van 100; • Mag aard en nagelvast duurzaam met de grond verbonden zijn; • Maximaal 5,5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • In afwijking van de hiervoor maximale genoemde hoogte geldt binnen een zone van 30 meter vanaf de erfgrens van een kampeerterrein een maximale hoogte van 4 meter (natuur/landschap organisaties.); • Binnen de zone van 30 meter is ook geen dakterras toegestaan (natuur/landschap organisaties.); • Bouwlaag onder het maaiveld (kelder): Alleen mogelijk na een hydrologisch onderzoek, naast de mogelijke verplichte aanvraag voor een natuurvergunning (provincie) en een verplichte

watervergunning in het kader van de waterwet (waterschap). Hydrologisch onderzoek opnemen in het paraplubestemmingsplan. • Maximaal 250m3. De Hiswa-Recron is van mening dat zowel in de Wet Natuurbescherming, de Omgevingsvisie, als in de Kustvisie, situaties als hierboven zijn omschreven en afgekaderd. Hierbij zijn maatwerk en preventief zorgdragen dat zaken aan de voorkant goed geregeld zijn, van groter belang én de oplossing om tot het gezamenlijke gewenste doel te komen. In het kader van deregulering en het niet willen ‘stapelen met regelgeving’ zien we niet in dit nu nogmaals extra toe te voegen aan de regelgeving Agenda Toerisme (Hiswa-Recron). Een conclusie van het overleg is ook dat er verkend gaat worden op welke manieren er kan worden samengewerkt. In het volgende beslispunten werkt ons college toe naar een voorstel voor een nieuwe definitie waarbij ook de gezamenlijke reactie wordt betrokken. 3.1 Voorgeschiedenis stacaravan In januari 2008 heeft de raad een besluit genomen over de aanpassingen van de Nota Kamperen. Eén van de punten in het voorstel was de hoogte van een stacaravan vast te stellen op 4 meter. De reden hiervoor is dat de Recron van mening is dat de hoogte van 3,50 meter te beperkend is gelet op de standaard modellen van diverse leveranciers.

Maar ook heeft de Recron bedenkingen bij de hoogte van 3,50 meter gelet op de wens om tot kwaliteitsverbetering te komen. De raad heeft echter niet ingestemd met de voorgestelde hoogte van 4 meter. Middels een amendement van het CDA en Leefbaar Schouwen-Duiveland is het raadsvoorstel gewijzigd en is een maximale hoogte van 5 meter toegestaan. Als argumentatie is toen gebruikt dat het vergunningvrij bouwen in het Besluit Omgevingsrecht (BOR) maximaal 5 meter zonder vergunning mogelijk maakt. Van deze BOR mogelijkheid kan gebruik gemaakt worden als de bouwhoogte van 5 meter ook is toegestaan in het vigerende bestemmingsplan. In de huidige vigerende bestemmingsplannen is hier rekening mee gehouden. 3.2 De huidige definitie stacaravan en kampeerhuisje is op verschillende manieren interpreteren De huidige definitie van een stacaravan luidt als volgt:

Pagina 3 van 7

'een kampeermiddel uit één niet-samengesteld geheel, die in zijn geheel zelfstandig (over de weg) vervoerd kan worden met een maximale oppervlakte van 55m2 en maximaal 5 meter hoog, gemeten vanaf het afgewerkt bouwterrein.' De definitie is zo opgesteld dat bedoeld wordt dat een stacaravan in één geheel vanuit een willekeurige locatie zelfstandig over de weg (op een dieplader) vervoerd kan worden. De hoogte van het transport moet onder viaducten en Verkeer Regel Installaties (VRI's) door kunnen. Een stacaravan van 5 meter + chassis met wielen + de dieplader, kan dit naar onze mening niet. Een stacaravan moet tevens een mobiel kampeermiddel blijven met een dissel en een chassis voorzien van wielen. Voldoet het object hier niet aan dan is er nu sprake van een kampeerhuisje. Voorbeelden van een kampeerhuisje zijn een L-vorm, een verblijf met verdieping of andere samengestelde constructies. Ondernemers interpreteren de definitie op een andere manier. In de praktijk worden eenheden op een dieplader naar het terrein gebracht en met een kraan op de juiste plek gezet. Er zijn ook voorbeelden waarbij de eenheden vanwege de hoogte per schip naar de Brouwersdam worden gebracht en daarna per dieplader naar het kampeerterrein worden vervoerd. Deze eenheden hebben een chassis en zijn tijdens het transport voorzien van een stalen frame.

Het stalen frame is voorzien van wielen om plaatsing te vergemakkelijken. Eenmaal geplaatst wordt het stalen frame verwijderd. Volgens de ondernemers staat namelijk nergens beschreven dat de stacaravans volledig zelfstandig over de weg moeten kunnen rijden. Echter deze eenheden zijn niet voorzien van een dissel en een chassis voorzien van wielen. Daarmee voldoen dit type eenheden aan de huidige vastgestelde definitie van stacaravan. Ondernemers verbazen zich over het feit dat de definitie een hoogte toestaat waarvan wij zeggen dat het in de praktijk niet voldoet. Dit leidt tot discussies op details en geen gesprekken over kwalitatief goede plannen. 3.3 De nieuwe definitie is duidelijk en in de praktijk uitvoerbaar Om te komen tot een duidelijk kader voor de ondernemers en op het gebied van een goede ruimtelijke ordening en handhaving stellen we voor de definities van een stacaravan en kampeerhuisje aan te passen. In het beleid wordt een nieuw overzicht opgenomen voor het vergunningvrij bouwen en vergunningplicht. De nieuwe definities komen als volgt te luiden: Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot max.

55m2: • Naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar; • Maximaal 5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • Maximaal twee bouwlagen gemeten vanaf het maaiveld; • In afwijking van de hiervoor maximale genoemde hoogte geldt binnen een zone van 20 meter vanaf de erfgrens van een kampeerterrein, grenzend aan een natuurgebied, een maximale hoogte van 4 meter; • Geen bouwlaag onder het maaiveld. Deze definitie gaat ook gelden voor op een mini-camping aangezien daar ook permanente standplaatsen met zijn toegestaan. Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot max. 75m2: • Maximaal 30% van aantal permanente standplaatsen, met maximum van 100; • Mag aard en nagelvast duurzaam met de grond verbonden zijn; • Maximaal 5,5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • In afwijking van de hiervoor maximale genoemde hoogte geldt binnen een zone van 20 meter vanaf de erfgrens van een kampeerterrein grenzend aan een natuurgebied, een maximale hoogte van 4 meter • Maximaal 250m3. Zoals uit het bovenstaande blijkt wijken de voorgestelde definities af van hetgeen is aangegeven door de externe partijen. Het college begrijpt dat hogere eenheden aan de rand van een kampeerterrein impact kunnen hebben op het achterliggende gebied. Het college begrijpt echter ook het standpunt van de brancheorganisatie dat zorgvuldig moet worden omgegaan met het opleggen van regels.

De natuurwetgeving is echter niet zo specifiek geregeld dat er regels zijn opgenomen die expliciet een hoogte verbieden. In de wet is bepaald dat geen sprake mag zijn van significant negatieve effecten. Verstoring kan optreden door verschillende aspecten als licht, geluid enzovoort. Uit natuuronderzoek moet

Pagina 4 van 7

blijken of het achterliggende natuurgebied wordt aangetast. Om deze reden is in de Provinciale verordening ook een een afwegingszone opgenomen. Met een zone van 20 meter vanaf de grens komt het in de praktijk over het algemeen op neer dat de 1e rij kampeermiddelen een lagere maximale hoogte heeft. Immers is aan de rand van een kampeerterrein, grenzend aan een natuurgebied, is eerst een strook landschappelijke inpassing aanwezig. De hoogte van de recreatieve eenheden wordt gemeten vanaf het maaiveld waarbij 6-8 meetpunten worden gebruikt. Het maaiveld is de hoogte (ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan) van de direct omliggende grond van het recreatieobject, kunstmatige ophogingen of verlagingen niet meegerekend. Met deze definities komen de termen stacaravan en kampeerhuisje te vervallen. Hieronder gaan wij in op de achterliggende motivatie. Aangepaste definitie stacaravan (gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55m2) De nieuwe definitie impliceert dat de verplichting bij een stacaravan van chassis, wielen en een dissel komt te vervallen. Dit kan ook. Ruimtelijk maakt het voor de impact, uitstraling en beleving namelijk niet uit of een recreatieobject is voorzien van een chassis met wielen en een dissel.

Door behoud van de eis dat een gebouw tot 55m2 in één geheel verplaatsbaar moet zijn, blijft in het kader van het bestemmingsplan sprake van een mobiel recreatieobject dat gemakkelijk van de standplaats is te verwijderen/verplaatsen. De onduidelijkheden in de huidige definitie worden in de nieuwe definitie weggenomen. Met deze nieuwe definitie sluiten ook aan bij de regels die gelden in de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). Door te stellen dat een gebouw tot 55m2 naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar is, is geen sprake van een pand in de zin van de BAG. In de BAG wordt dezelfde regeling gebruikt. Per geval moet wel beoordeeld worden of het object aansluit bij de BAG. De situatie veranderd niet ten opzichte van de huidige situatie. Gebouwen tot 75m2 (kampeerhuisje) zijn net als in de huidige situatie wel een BAG pand. Wanneer de nieuwe definitie is opgenomen in het bestemmingsplan dan is een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55m2 (de voormalige stacaravan), dat past in het bestemmingsplan, vergunningvrij. Wel kan het zo zijn dat een vergunning op grond van de wet Natuurbescherming nodig is. De provincie is hierin bevoegd gezag. Aangepast definitie Kampeerhuisje (gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 75m2) In de huidige definitie van een kampeerhuisje is nu nog opgenomen dat sprake moet zijn van een eenvoudig gebouw.

De praktijk wijst echter uit dat geen sprake is van eenvoudige gebouwen. Kampeerhuisjes zijn voor het merendeel luxe recreatieobjecten van alle gemakken voorzien en gemaakt van hoogwaardige materialen. Een reden om de term eenvoudig te laten vervallen. Anders dan een gebouw tot 55m2 hoeft een gebouw tot 75m2 niet in één geheel verplaatsbaar te zijn. Dit komt overeen met de huidige definitie. Gebouwen tot 75m2 mogen anders dan bij de gebouwen tot 55m2 aard en nagelvast duurzaam verbonden met de grond gebouwd worden. Dit wil zeggen dat de gebouwen op een fundering ter plaatse gebouwd mogen worden. In veel gevallen is voor een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 75m2 een omgevingsvergunning nodig. Deze passen namelijk niet rechtstreeks in het bestemmingsplan. Er moet eerst een wijzigingsprocedure worden doorlopen. In de bijlage is een totaal overzicht opgenomen waarin is aangegeven wanneer een planologische procedure nodig is of een omgevingsvergunning nodig is voor het plaatsen. 3.4 Er is sprake van differentiatie Door in de definitie van de stacaravans vast te houden aan een hoogte van maximaal 5 meter, wordt de differentiatie in omvang en verschijningsvorm ten opzichte van de gebouwen tot 75m2 geborgd. Binnen een kampeerterrein zijn dus verschillende type eenheden mogelijk die qua maatvoering, uitstraling en beleving anders zijn.

Daarnaast is er ook differentiatie tussen kampeerterreinen en recreatiewoningenterreinen aangezien recreatiewoningen niet beperkt worden door het aantal m3. De gebouwen tot 75m2 (de huidige kampeerhuisjes) op een kampeerterrein mogen maximaal 250m3 zijn. Daarnaast mag een recreatiewoning een hogere maximale hoogte hebben. De maximale goot- en bouwhoogte van recreatiewoningen variëren Pagina 5 van 7

van een goothoogte van 4 en een bouwhoogte van 8 terwijl een kampeerhuisje maximaal 5,5m hoog mag zijn. 4.1 Ondernemers krijgen de mogelijkheid om kleinschalige aanpassing door te voeren Om het voor bedrijven mogelijk te maken om aan kwaliteitsverbetering te doen en jaarrond exploitatie door te voeren, stellen we voor om per kampeerterrein éénmalig een kleinschalige aanpassing en/of omvorming op toe te staan, zonder toepassing van het volledige ontwikkelkader. Deze voorgestelde regeling ziet er als volgt uit: Kampeerterreinen mogen éénmalig maximaal 10% van het aantal standplaatsen met een maximum van 25 eenheden omvormen naar een permanente standplaats of een kampeerhuisje. De 13% regeling voor invulling van verblijfsrecreatie geldt voor deze eenmalige aanpassing niet voor het totale terrein, maar slechts voor het gedeelte waar planologisch de eenmalige aanpassing van toepassing is. De overige aspecten uit de Nota Kamperen voor het totale terrein zoals landschappelijke inpassing, standplaatsgrootte, parkeren en overige ruimtelijke aspecten gelden wel. We stellen voor een maximum van 25 standplaatsen aan te houden omdat dit aansluit bij de regeling kleinschalig kamperen. Wil een bedrijf meer dan 10% of 25 eenheden dan geldt het beleid zoals vastgesteld in het document Regelgeving van de Agenda Toerisme wel.

Ook wanneer een bedrijf meer dan eenmalig een kleinschalige aanpassing wil doen dan geldt dit beleid. 4.2 De 13% regeling blijft gelden voor niet-kleinschalige omvorming of herstructurering Voor bedrijven met plannen die volledig willen omvormen of herstructureren blijft het beleid zoals vastgesteld dus gelden. Hiermee waarborgen we dat bij grootschalige omvorming en herstructurering de algehele kwaliteit van het recreatief product op dat terrein gaat voldoen aan de Zeeuwse Kustkwaliteit die we willen bereiken zoals opgenomen in de Zeeuwse Kustvisie en Agenda Toerisme. 5.1 Verwerking in het beleid is noodzakelijk In het huidige beleid zijn de oude definities nog opgenomen. De nieuwe definities moeten verwerkt worden in het beleid zodat duidelijk is wat het beleidskader is voor het opstellen van bestemmingsplannen en het toetsen van ontwikkelingsplannen. Tevens is de regeling voor kleinschalige ontwikkeling op reguliere kampeerterreinen volledig nieuw. Deze regeling moet daarom worden opgenomen in het beleid. 6.1 Uitponden blijft onder voorwaarden mogelijk Het uitponden van kampeerterreinen wordt gezien als een mogelijkheid om geld te genereren waarmee uitvoering wordt gegeven aan plannen of gegenereerde gelden worden anders aangewend.

De praktijk laat zien dat op kampeerterreinen waarbij sprake is van uitgeponde percelen problemen ontstaan wanneer een ondernemer wil herstructureren. Indien een kampeerterrein niet meer voldoet aan de vraag en wensen van de gast is het zeer lastig, zo niet onmogelijk, om te komen tot een volledige herstructurering. Als een en ander juridisch niet goed is geborgd, kan iedere eigenaar van een perceel immers zelf bepalen wat hij of zij met het eigendom doet binnen de grenzen van het bestemmingsplan. Het gevolg is dat individuele eigenaren niet meegaan in een herstructurering met als gevolg dat de kwaliteit van het recreatief product niet meer aansluit bij de wens van de gast en de doelstellingen van de gemeente, vooral wat betreft de kwaliteit van de openbare ruimte op het kampeerterrein. Aan het uitponden van kampeerterreinen moeten dus wel voorwaarden wel gesteld. Het belangrijkste hierbij is dat het eigendom van het totaal na een maximale termijn de eigenaar van het campingterrein weer de zeggenschap heeft over alle uitgeponde percelen. Dit in verband met het aansluiten van het recreatieve product op de marktvraag. Hier wordt dus ook een maximale termijn bij gesteld. De termijn bedraagt maximaal 30 jaar waarbij alle overeenkomsten (ook bij tussentijdse overdracht) allemaal dezelfde einddatum hebben.

Bijvoorbeeld :als in juni 2021 een terrein wordt uitgepond dan lopen alle overeenkomsten op juni 2051 af. Wanneer iemand tussentijds overdracht is ook voor deze nieuwe overeenkomst de einddatum juni 2051. Mogelijkheden om op deze manier uit te ponden is bijvoorbeeld een huur gebonden opstalrecht. Pagina 6 van 7

7.1 Planologische vertaling van het beleid is noodzakelijk Naast de vertaling in het beleid is het ook noodzakelijk om een planologische vertaling in een bestemmingsplan te maken. Dit kan door middel van een paraplu bestemmingsplan die voor heel Schouwen-Duiveland geldt. Uw raad ontvangt een apart voorstel over een bestemmingsplan zodra de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de beleidslijn en het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld. 8.1 Er zijn plannen en verzoeken ingediend voordat er een besluit wordt genomen Zolang een paraplu bestemmingsplan voor de planologische vertaling niet in werking is getreden, blijft het toetsingskader uit het huidige beleid en bestemmingsplannen gelden. Het is dus mogelijk dat ondernemers plannen opstellen die passen binnen de huidige planologische regeling. Op dit moment zijn ook al plannen ingediend waarbij aansluiting wordt gezocht bij het huidige beleid en planologische regime. Dit wil zeggen dat de stacaravans een chassis met wielen en een dissel moeten hebben en in zijn geheel zelfstandig over de weg te vervoeren zijn. We stellen voor om hiervoor een overgangsbepaling op te nemen. Deze luidt als volgt: Voor deze projecten geldt dat het toetsingskader wel ingezet kan worden voor een nadere toetsing, maar niet als belemmering kan optreden in het verdere proces. Het gaat om projecten waarbij: • Er voor d.d.

raadsbesluit een principeverzoek is ingediend en het college (onder voorwaarden) besloten een positieve grondhouding aan te nemen op basis waarvan de initiatiefnemer het plan verder kan uitwerken. • Er voor d.d. raadsbesluit een planologische procedure is gestart. • Er voor d.d. raadsbesluit door de initiatiefnemer kan worden aangetoond dat eenheden vergunningvrij gerealiseerd kunnen worden.

Communicatie Het besluit wordt eerst kenbaar gemaakt aan de partijen die mee hebben gereageerd op dit voorstel dit voorstel. Daarna zal op onze gemeentelijke website een bericht over het besluit worden geplaatst. Bij de uitvoering van het besluit worden de andere communicatiemiddelen gebruikt zoals een publicatie in de Wereldregio. Uitvoering Na een besluit op dit raadsvoorstel wordt het beleid aangepast. Tegelijkertijd wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Bijlagen 1. Totaal overzicht benodigde toestemmingen; 2. Gezamenlijke reactie natuurorganisaties en HISWA-Recron

Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel

J.Chr. van der Hoek MBA

Secretaris

Burgemeester

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10211901/1