CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Financiering overdracht Intervence bijgewerkt

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Financiering overdracht Intervence (368971) Thema Wonen1.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Portefeuillehouder Afdeling Ambtelijk opdrachtgever Behandelaar Datum Nummer Onderwerp

P. Schot Werken, Wonen en Leven (WWL) Afdelingshoofd WWL Juliette Waasdorp 15 december 2020 368971 Financiering overdracht Intervence

Voorstel 1. Een bedrag beschikbaar te stellen van in totaal € 94.430 voor de overdracht van de jeugdige en hun gezinnen en de professionals werkzaam bij Intervence naar de 3 overblijvende GI's in Zeeland; 2. In te stemmen met het aangaan van een achtergestelde geldlening door de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland aan Intervence voor de tijdelijke instandhouding gedurende het proces van overdracht; 3. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe een budget te reserveren van € 148.200 ter dekking van het risico dat wij als gemeente lopen dat de achtergestelde lening door Intervence uiteindelijk niet wordt terugbetaald; 4. Het totaal benodigde bedrag van € 242.630 te dekken uit de algemene reserve.

Inleiding Contract Intervence wordt niet verlengd Op 26 november 2020 heeft de Bestuurscommissie inkoop jeugdhulp besloten om het contract met stichting Intervence niet te verlengen. Hierover bent u vorige week geïnformeerd (zaaknummer 364376). Op 14 december heeft de bestuurscommissie besloten om een overbruggingsovereenkomst op te stellen met Intervence. Gedurende deze overbruggingsperiode wordt een transitieplan opgesteld. In het transitieplan staat beschreven hoe de overdracht van jeugdigen en hun gezinnen en de medewerkers, op een verantwoorde manier kan plaatsvinden. Zorg en ondersteuning gaat door Gedurende het proces zal de ondersteuning vanuit Intervence aan de Zeeuwse jongeren en gezinnen doorgang vinden. Vanaf uiterlijk 1 april 2021 zullen nieuw door de rechtbank opgelegde maatregelen niet worden ondergebracht bij Intervence. Alle jeugdigen en hun ouders in zorg worden overgedragen aan de 3 gecontracteerde GI's in Zeeland. Verwacht wordt dat voor deze periode ongeveer 6-9 maanden nodig is. De Zeeuwse gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor voldoende beschikbaarheid (aanbod) van de GI-functie, Intervence is contractueel verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de jeugdigen en hun gezinnen op een verantwoorde manier worden overgedragen aan de overige gecontracteerde GI's.

Zorgvuldige overdracht Intervence heeft onvoldoende middelen om het proces vorm te geven. Om een zorgvuldige overdracht mogelijk te maken zijn extra middelen nodig. Met dit voorstel wordt u hierover geadviseerd. Beoogd resultaat Met het bovenstaande besluit wordt beoogd om gedurende de overdracht naar de drie GI's Briedis, Leger des Heils en de William Schrikker Stichting, 1. de continuïteit van zorg in de actieve (lopende) maatregelen en; 2. de continuïteit van de werkgelegenheid voor de professionals van Intervence te waarborgen. Tevens wordt beoogd om de GI-functie bij landelijk georganiseerde organisaties duurzaam te borgen. Zij zijn minder kwetsbaar voor het gebrek aan schaalgrootte waarvan sprake is in Zeeland. Argumenten 1.1Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van de GI-functie in Zeeland.

Al lange tijd zijn de Zeeuwse gemeenten en Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de diensten. In februari 2019 is daarvoor een bestuursakkoord gesloten met de Raad van Toezicht (RvT), de Zeeuwse gemeenten en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V). In het bestuursakkoord is afgesproken dat Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage krijgt, waarna de organisatie de zorg binnen de gestelde kaders (reguliere p x q bekostiging) zelfstandig zou moeten uitvoeren. Totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten in twee jaar een instandhoudingsbijdrage van € 1.442.000 (€ 838.000 over 2019 en € 604.000 over 2020). De afgelopen maanden is er opnieuw intensief over de zorgen rondom Intervence gesproken met de RvT en de directeur-bestuurder van Intervence. Er is onderzoek gedaan naar een drietal scenario's. Ook het Ministerie van J&V is daarbij betrokken geweest, evenals het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZJ) van de VNG voor procesbegeleiding. U bent daar op verschillende momenten over geïnformeerd.

Omdat uit het onderzoek van de scenario's blijkt dat Intervence niet zonder instandhoudingsbijdrage zelfstandig kan functioneren en scenario 2, overdracht naar 1 landelijke GI niet mogelijk is, heeft de Bestuurscommissie inkoop jeugdhulp op 26 november 2020 besloten om het contract met stichting Intervence niet te verlengen (scenario 3). De andere 3 gecontracteerde GI's zullen de taak van Intervence overnemen. Hiermee blijft het GI-aanbod in voldoende mate beschikbaar in Zeeland. 1.2 Een achtergestelde lening is noodzakelijk om continuïteit van de bestaande hulpverlening te borgen. Het opzeggen van het contract betekent het einde voor Intervence als organisatie omdat de Zeeuwse gemeenten de enige opdrachtgever zijn. Er zijn 2 vormen: a. faillissement b. liquidatie Formeel ligt de verantwoordelijkheid van uitvoering van scenario 3 bij Intervence. Voor Intervence is het van belang om vooraf te weten welke ondersteuning de organisatie van de gemeenten ontvangen om uitvoering te geven aan de keuze. De uitkomst van een faillissement is minder voorspelbaar, omdat een curator de regie krijgt. Volgens de landsadvocaat zijn met een curator op zich goede (inspannings) afspraken te maken over continuïteit van zorg maar zullen de gemeenten minder controle over het proces hebben en richt de curator zich primair op opbrengstmaximalisatie voor de gezamenlijke schuldeisers.

Bij liquidatie kan het proces van overdracht van jeugdigen en hun gezinnen (en medewerkers) meer geleidelijk en in onderlinge afstemming plaatsvinden. Hierdoor wordt de continuïteit van zorg en de continuïteit van werkgelegenheid geborgd. De afbouw van Intervence middels liquidatie vraagt om aanvullende financiële middelen. Voor de bekostiging van de aanvullende middelen zijn er drie mogelijkheden: Lening; het verstrekken van een lening kan leiden tot het benadelen van bestaande crediteuren, waardoor Intervence in de positie kan komen te besluiten tot het direct aanvragen van een faillissement. Faillissement kan een verhoogd risico geven voor de continuïteit van zorg. Achtergestelde lening; dit is een krediet waarbij de verlener in het geval van faillissement van de lener wordt achtergesteld in zijn positie als schuldeiser: de achtergestelde schuldeiser komt in een faillissement in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente ('gewone') schuldeisers zoals de werknemers en de banken. Door deze voorwaarden loopt de schuldeiser een hoger risico dat hij een deel van zijn verstrekte krediet niet terugbetaald krijgt. Subsidie; het verstekken van een subsidie zou een langer traject met openstelling voor meerdere partijen betekenen. Het is verder belangrijk dat gemeenten in de afbouwperiode grip houden op de uitgaven van Intervence.

Als voorwaarde voor de steun bij liquidatie dient daarom een vertegenwoordiging namens gemeenten mee te kijken naar de uitvoering van de plannen. Kanttekeningen Er is een groot risico dat gemeenten de toegekende middelen middels een achtergestelde lening niet terug krijgen. Desondanks worden de colleges geadviseerd om Intervence te financieren en zo te zorgen voor een zorgvuldige overdracht van jeugdigen en hun gezinnen, samen met de professionals.

Aanvullend op het bovenstaande is het risico bij liquidatie dat er sprake kan zijn van overgang van onderneming voor de 3 andere gecontracteerde GI’s. Een overgang van onderneming vindt plaats als sprake is van overgang van een economische eenheid die haar identiteit behoudt en de ‘exploitatie’ van de onderneming in feite wordt voortgezet. Als sprake is van overgang van onderneming, gaat al het personeel mee over. Ook personeel dat een overnemende partij mogelijk niet over wil nemen. Ter voorkoming van dit risico zijn in de huidige intentieovereenkomsten expliciet bepaling opgenomen waarbij partijen streven naar een liquidatie van Stichting Intervence zonder dat sprake is van een overgang van onderneming maar is ook opgenomen dat indien desondanks sprake is van overgang van onderneming dat de Inkooporganisatie (lees Gemeenten) waar mogelijk garant staat voor de gevolgen. Liquidatie is alleen een mogelijkheid indien alle 13 gemeenten instemmen met het beschikbaar stellen van de gevraagde bedragen. Indien dat niet gebeurt, belandt Intervence uiteindelijk in een faillissement. Ook hieraan zijn voor onze gemeente kosten verbonden; een bedrag van € 1.275.000 in de overgangsperiode voor de (incidentele) kosten voor de drie GI’s en een bedrag van tussen de € 1,2 en 1,5 miljoen voor de instandhouding van Intervence. Dit komt boven op de bekostiging van de opgepakte maatregelen.

De totale extra kosten komen dan in 2021 op maximaal € 2.775.000. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland komt dit op basis van verdeelsleutel neer op een bedrag van € 205.628,-. Financiën Vanuit het scenario van liquidatie gaan we voor de overgangsperiode uit van een bedrag van € 1.275.000 voor de (incidentele) kosten voor de drie GI’s en een bedrag tussen € 1,9 miljoen en € 2 miljoen voor de instandhouding van Intervence, middels een achtergestelde lening. Totale kosten komen dan in 2021 op max € 3.275.000. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland komt dat op basis van verdeelsleutel neer op € 242.630,Dit bedrag kan als volgt worden onderverdeeld: • een bedrag van € 94.430 te dekken uit de algemene reserve voor de overdracht van jeugdigen en hun gezinnen en de professionals werkzaam bij Intervence naar de 3 overblijvende GI's in Zeeland; • een bedrag van € 148.200 vanuit de liquide middelen van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland beschikbaar te stellen als achtergestelde lening voor de tijdelijke instandhouding gedurende het proces van overdracht. In dit voorstel is al eerder aangegeven dat het risico groot is dat Intervence de achtergestelde lening niet kan aflossen. Om die reden stellen wij u vanuit het voorzichtigheidsprincipe voor om een bedrag gelijk aan de achtergestelde lening te reserveren voor een te verwachten begrotingswijziging van de GGD / IJZ.

Op het moment dat duidelijk wordt dat Intervence de lening niet kan aflossen zal de gemeenschappelijke regeling deze last begrotingstechnisch dienen te verwerken. Wij reserveren hiervoor een bedrag van € 148.200 uit de algemene reserve. Het totale beslag op de algemene reserve bedraagt daarmee € 242.630. Communicatie De definitieve besluitvorming op Zeeuws niveau wordt mondeling gecommuniceerd door de voorzitter van de Bestuurscommissie aan GI Intervence en daarna bevestigt via een brief van de directeur van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Uitvoering In samenwerking met Intervence en de 3 GI's zal onder leiding van een nog te benoemen procesbegeleider uitvoering gegeven worden aan de overdracht van de actieve casuïstiek en begeleiding van de professionals. Bijlagen Advies gemeenteraden besluitvorming Intervence 14-12-2020 Memo gemeenteraden 15-12-2020 Oplegger besluitvorming toekomst GI functie in Zeeland Matrix kansen en bedreigingen Matrix vergelijking scenario's o.b.v. indicatoren Memo raden situatie Intervence 8-12-2020 Advies landsadvocaat

Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel

J.Chr. van der Hoek MBA

Secretaris

Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9567101/4