RVS Decembercirculaire gemeentefonds 2020 en decemberbrief coronacompensatie
Tekst van het document
Raadsvoorstel Portefeuillehouder
D.P.W. Joppe
Afdeling
Bedrijfsvoering 2 (BV2)
Ambtelijk opdrachtgever
Afdelingshoofd BV2
Behandelaar
Jacqueline Martijn
Datum
26 januari 2021
Nummer
381622
Onderwerp
Decembercirculaire gemeentefonds 2020 en decemberbrief coronacompensatie
Voorstel 1. Kennisnemen van de mutaties op de algemene uitkering; 2. Kennisnemen van de stand van zaken compensatie corona; 3. Kennisnemen van de actuele stand van zaken herijking gemeentefonds 4. Instemmen met het ophogen van het plafond egalisatiereserve algemene uitkering; 5. Instemmen met de financiële verwerking van de mutaties van dit voorstel in de programmarekening 2020 en uw meerjarenbegroting 2021 tot en met 2024; 6. Kennisnemen van de overige risico’s en ontwikkelingen. Inleiding Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen per jaar circulaires met informatie van het Rijk over de gemeentefondsuitkeringen: · · ·
in mei op basis van de voorjaarsnota; in september op basis van de miljoenennota; in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de najaarsnota.
In de decembercirculaire (bijlage 1) kijkt het Rijk doorgaans alleen terug en kan vaak worden volstaan met verwerking in uw programmarekening wegens beperkt financieel gevolg. 2020 en 2021 echter zijn bijzondere jaren wegens de impact van het coronavirus. Het Rijk heeft in december een derde steunpakket voor de gevolgen van corona voor gemeenten bekend gemaakt. Deze brief wordt daarom gemakshalve verder decemberbrief (bijlage 2) genoemd. Via de decembercirculaire is een deel van deze compensaties toegekend. De overige delen volgen separaat via specifieke uitkeringen (bv Tozo) en volgen via dealgemene uitkering in 2021. De in december toegekende compensaties voor 2020 én 2021, het formele besluit in de decembercirculaire over uitstel herijking van 2022 naar 2023 en een aanzienlijk structureel hoeveelheidsverschil in een afrekening over 2019 zijn aanleiding voor het wijzigen van uw meerjarenbegroting en daarmee dit raadsvoorstel. Beoogd resultaat Met dit raadsvoorstel beogen we u op de hoogte te brengen van: · de financiële gevolgen van de decembercirculaire 2020; · de financiële gevolgen van de compensatie gevolgen corona voor onze gemeente; · actuele ramingen inschatting herverdeeleffect herverdeling gemeentefonds; · de ontwikkelingen gemeentefonds. Samenvatting Kernboodschap De financiële impact van corona is groot.
In 2020 en 2021 ontvangt u daarom compensatie voor meerkosten en inkomstenderving. Hiernaast speelt er een herverdeling gemeentefonds en een onderzoek naar de tekorten jeugd. En zijn er zorgen over de financiële positie van gemeenten. De VNG voert het
gesprek met het Rijk over eerlijke(re) financiële verhoudingen. Besluitvorming over dit alles wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit betekent dat via deze decembercirculaire formeel is besloten de herverdeling gemeentefonds uit te stellen naar ingangsdatum 2023. Deze beslissing heeft voor ons in de jaren 2022 en 2023 een positief gevolg. In deze decembercirculaire 2020 zijn geen accressen gewijzigd. In de jaren 2020 en 2021 komt dit door de afspraak accressen te bevriezen in verband met de pandemie. Voor de jaren erna komt dat omdat de normeringssystematiek mogelijk wordt aangepast; dat besluit neemt een nieuw kabinet. Indien de huidige spelregels niet wijzigen, verwachten wij in 2022 een nadelig accres en in de jaren vanaf 2023 een voordelig accres. Verder hopen wij dat een nieuw kabinet structureel iets doet aan de tekorten jeugdzorg en de benarde financiële positie van gemeenten door het terugdraaien van de zogeheten opschalingskorting van € 975 miljoen (ook wel korting apparaatskosten genoemd). Wij constateren een structureel positief hoeveelheidsverschil. Via dit voorstel brengen wij dit ter begroting. De vele onzekerheden over dealgemene uitkering maken het lastig een goede structurele doorkijk te maken. Na de besluitvorming van dit voorstel heeft u uw algemene uitkering geraamd op het niveau van de decembercirculaire 2020.
En heeft u daarnaast in uw meerjarenbegroting 2021-2024 geanticipeerd op de herverdeling 2023 door voorlopig rekening te houden met een negatief herverdeeleffect oplopend naar 59 euro per inwoner (vanaf 2024 structureel). Verder wordt voorgesteld het plafond van de egalisatiereserve algemene uitkering op te hogen wegens de grote risico’s die een breder takenpakket en een groter gemeentefonds met zich mee brengen. Via de dotatie aan de reserve in dit voorstel verbetert bovendien onze financiële positie. Voorgesteld wordt het structurele voordeel op hoeveelheidsverschillen tijdelijk op een stelpost te reserveren voor eventuele volumegroei in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Deze stelpost wordt betrokken bij de besluitvorming van de meerjarenbegroting Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio 2022-2025. Via uw programmarekening 2020 wordt een hogere algemene uitkering van € 504.000 verantwoord, die onderdeel zal uitmaken van het jaarrekeningsaldo 2020. Via dit voorstel stellen wij voor in 2021 € 77.000 toe te voegen aan de post onvoorzien. In 2022 stellen we een dotatie aan uw algemene reserve voor van € 975.000. In 2023 wordt voorgesteld € 825.000 toe te voegen aan uw egalisatiereserve algemene uitkering. Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen vanaf 2024.
Argumenten 1.1 Door de aanpassing van de verdeelmaatstaven 2019-2024 en enkele taakmutaties 2020 wijzigt de omvang van uw algemene uitkering. Hieronder worden de reguliere mutaties nader toegelicht:
Mutaties gemeentefonds 2019 De maatstaven zijn gewijzigd. Vooral het doorzetten van de vergrijzing geeft een positief hoeveelheidsverschil. Totaal is de algemene uitkering 2019 hierdoor opwaarts bijgesteld met € 294.000. Accressen 2020 en 2021 De accressen 2020 en 2021 zijn bevroren in verband met de onzekere situatie door de pandemie.
Accressen vanaf 2022 In afwachting van besluitvorming van een nieuw kabinet over de normeringssystematiek blijven de accressen vanaf 2022 ongewijzigd. Een werkgroep heeft de periode 2015-2020 geëvalueerd (zie bijlage 3) en voor de toekomst drie varianten uitgewerkt. Deze varianten zijn: a) een vaste volume afspraak bij regeerakkoord; b) accres vertragen of bevriezen; c) herinvoeren behoedzaamheidsreserve. Het accres 2021 is bevroren. De rijksbegroting is vanaf 2022 wel gewijzigd. Zie voor een inschatting (stand septembercirculaire) accressen argument 6.5. De hoeveelheidsverschillen verdeelmaatstaven zijn positief De trend van de vergrijzing is vanuit deze definitieve maatstaven 2019 structureel doorgetrokken. Dit geeft een positief hoeveelheidsverschil van € 95.000 in 2020 oplopend naar € 249.000 structureel vanaf 2024. De ontwikkeling uitkeringsfactor is positief. De algemene uitkering wordt verdeeld aan de hand van zogeheten maatstaven. Dit zijn aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen etcetera. Na de verdeling van maatstaven keer een vast bedrag per maatstaf blijft er een te verdelen bedrag over. Dit bedrag wordt verdeeld via de zogeheten uitkeringsfactor. In 2020 is de uitkeringsfactor iets toegenomen doordat de aantallen maatstaven lager uitvallen dan begroot.
Taakmutatie mobiliteitsvoorzieningen naar WLZ Vanuit de wmo middelen is eerder een uitname gedaan voor mobiliteitsvoorzieningen in verpleeghuizen. Op basis van nacalculatie vindt nu opnieuw een uitname plaats van € 37.000 in 2020. Via de meicirculaire 2021 wordt dit opnieuw berekend inclusief onderhoudskosten en vindt de structurele afrekening plaats. Overige taakmutaties Voor diverse landelijke voorzieningen, zoals basisregistratie personen, mijn overheid en DigiD, en generieke digitale infrastructuur zijn, in overleg met de VNG, uitnames gedaan uit het gemeentefonds ter financiering van deze voorzieningen. In totaal is onze algemene uitkering in 2020 door taakmutaties verlaagd met € 22.000 euro. 1.2 Door mutaties in de decentralisatie en integratie-uitkeringen wijzigt uw algemene uitkering De algemene uitkering bestaat voor een deel ook uit decentralisatie en integratie-uitkeringen. Deze hebben qua besteding een specifiek doel. De verdeling van de decentralisatie en integratie-uitkering volgen niet de regels van de verdeling van de algemene uitkering. Deze worden afzonderlijk gemuteerd:
Bij de overheveling van de wmo en jeugd middelen naar de algemene uitkering is een suppletie uitkering integratie sociaal domein gevormd. Omdat onze aantallen ouderen en daarmee de algemene uitkering structureel is gestegen wordt de suppletie uitkering structureel verlaagd met € 13.000. 2.1 Door compensatie kosten pandemie als gevolg van Covid-19 wijzigt uw algemene uitkering Hieronder worden de coronacompensaties nader toegelicht
Compensatie flankeren beleid re-integratie (aanvullend pakket en impuls) Als onderdeel van het steun en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen beschikbaar. Wij ontvangen deze middelen om onze dienstverlening op peil te houden nu de instroom
toeneemt. Hiernaast ontvangen wij een impuls voor re-integratie om ons in staat te stellen de dienstverlening te intensiveren. Hierbij wordt het belang van persoonlijk contact onderstreept om mensen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden. Compensatie meerkosten schuldhulpverlening en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen beschikbaar voor schuldhulpverlening. Er wordt een toename van schulden en armoedeproblematiek voorzien. Deze middelen stellen gemeenten in staat inwoners waar nodig dichtbij te blijven ondersteunen. Continuïteit van zorg Er is € 45.000 toegekend voor het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan zorgorganisaties en zorgprofessionals voor het zo goed mogelijk organiseren van continuïteit van zorg en borgen van het zorgstelsel op lange termijn. Compensatie quarantainekosten Met de VNG is afgesproken dat gemeenten hun vrijwilligersorganisaties en toegang/informatiepunten voorbereiden om de mensen die in quarantaine het zelf niet redden, ondersteuning te bieden. Het gaat om inwoners die niet al in beeld zijn bij de gemeente. In 2020 ontvangen we hiervoor € 5.000. Compensatie meerkosten cultuur Naar rato van de uitgaven 2019 aan cultuur is de compensatie van € 149,7 miljoen voor cultuur verdeeld.
Dit bedrag is bestemd ter ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. Wij hebben € 313.000 ontvangen voor 2021. Compensatie meerkosten verkiezingen In verband met de extra maatregelen die vanwege Covid-19 getroffen moeten worden om de tweede kamer verkiezingen te organiseren is € 52.000 toegekend. 3.1 De herijking is uitgesteld naar 2023. Daarom stellen wij voor de stelposten in 2022 te laten vervallen en in 2023 te verlagen. Omdat er nog onderzoeken lopen naar de tekorten jeugd en er zorgen zijn over de financiële positie van gemeenten heeft het Rijk de besluitvorming herijking gemeentefonds uitgesteld, zodat een nieuw kabinet deze onderwerpen in samenhang kan bezien en hier een integraal besluit over kan nemen. U heeft in uw meerjarenbegroting 2021-2024 geanticipeerd op een negatief herverdeel effect van € 59 euro per inwoner. Uw huidige begroting ziet er als volgt uit:
Door uitstel van de herijking stellen wij voor deze stelposten te verlagen met de volgende bedragen:
4.1 Plafond egalisatiereserve van € 2 miljoen past niet meer bij huidige omvang algemene uitkering Daarom stellen we voor het plafond te verhogen naar € 3,5 miljoen. Het plafond van de egalisatiereserve algemene uitkering is € 2 miljoen. In 2014 was dit 5,8% van de omvang van uw algemene uitkering (€ 34 miljoen). In 2024 is dit plafond slechts 3,4% van de omvang van de algemene uitkering (€ 58 miljoen). Voorgesteld wordt het plafond op te hogen naar 6% van de omvang van de algemene uitkering in laatste begrotingsjaar (2024), zodat de maximale omvang van de egalisatiereserve meegroeit met de omvang van
uw algemene uitkering. In 2024 komt dit neer op een plafond van € 3,5 miljoen ten opzichte van de huidige € 2 miljoen. Wij achten dit noodzakelijk door toegenomen risico’s waaronder omvang van de uitkering zelf, generieke kortingen, vooralsnog uitblijven structurele compensatie tekorten jeugdzorg, herverdeling, invoering objectieve verdeling, verdere decentralisaties centrumgemeentetaken, onzekerheden over de voortzetting van de normeringssystematiek (accressen) en ook de financiële gevolgen van de pandemie voor de meerjarige rijksbegroting. 4.2 Een verhoogd plafond kan ons eigen vermogen verbeteren en onze ratio’s positief beïnvloeden. Het verbeteren van ons eigen vermogen is in lijn met onze kadernota risicomanagement.
5.1 De mutaties op de algemene uitkering 2018, 2019 en 2020 kunnen niet meer via de programmabegroting 2020 worden verwerkt en maken daardoor onderdeel uit van het saldo van de programmarekening 2020. De totale reguliere mutaties van 2020 ad € 388.000 worden verwerkt in de programmarekening 2020. Omdat er over 2020 geen begrotingswijzigingen meer kunnen plaatsvinden zal dit onderdeel gaan uitmaken van het jaarrekeningsaldo. Indien het totale jaarrekeningsaldo positief is kan worden overwogen een extra dotatie aan de egalisatie reserve algemene uitkering te doen. Wij komen hier bij het raadsvoorstel over de programmarekening 2020 op terug. 5.2 De structurele verhoging van de algemene uitkering als gevolg van hoeveelheidsverschillen vanaf 2022 reserveren voor het opvangen van volumegroei WMO
Door hoeveelheidsverschillen oudere inwoners neemt de algemene uitkering de komende jaren toe. Wij stellen voor, in afwachting van de meerjarenbegroting Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio 2022-2024 deze middelen tijdelijk op een stelpost te reserveren voor eventuele meerlasten Wet Maatschappelijke Ondersteuning. 5.3 De mutaties op de decentralisatie en integratie-uitkering 2020 verwerken via uw programmarekening 2020 en vanaf 2021 via uw programmabegroting 2021-2024;
De mutaties op de decentralisatie en integratie-uitkeringen betreffen hoofdzakelijk de aanpassing van de suppletie uitkering overheveling middelen sociaal domein. Omdat meerjarig de ramingen reëel zijn komt dit structurele nadeel ten laste van de budgettaire ruimte. 5.4 De coronacompensaties 2020 toe te voegen aan het saldo van de programmarekening 2020 en voor 2021 aan het daarvoor bestemde doel
Coronacompensaties 2020 De coronacompensaties 2020 kunnen niet meer worden gealloceerd in uw begroting 2020. Hierdoor valt dit vrij ten gunste van het jaarrekeningsaldo. € 52.000 hiervan wordt in 2021 alsnog ingezet via een dekking uit de algemene reserve. Het betreft de middelen voor re-integratie en schuldhulpverlening. Van het overige deel, plus het saldo coronacompensatie programmarapportage 2020, blijkt via de monitoring van de meerkosten corona 2020 of er in 2021 na aftrek van de meerkosten 2020 een saldo overblijft. Via de besluitvorming programmarekening 2020 komen wij hierop terug. Coronacompensaties 2021 Compensatie flankeren beleid re-integratie Voorgesteld wordt in 2021 € 156.000 te alloceren voor deze doelen. Compensatie meerkosten schuldhulpverlening en bijzondere bijstand Voorgesteld wordt in 2021 € 54.000 respectievelijk € 12.000 te alloceren voor dit doel. Compensatie meerkosten cultuur Voorgesteld wordt via een stelpost bij cultuur het steunfonds covid te voeden met € 313.000. Compensatie meerkosten verkiezingen Voorgesteld wordt € 52.000 toe te voegen aan het verkiezingsbudget. 6.1 Reële coronacompensatie eerste kwartaal 2021 toegezegd In de decemberbrief 2020 (bijlage 2) zegt het Rijk toe de reële compensatie voort te zetten voor het eerste kwartaal 2021 voor de extra uitgaven en de inkomstenderving van gemeenten voor de reeds in kaart gebrachte dossiers.
6.2 Herijking is uitgesteld naar 2023, tempo kabinetsformatie bepaalt of 2023 wordt gehaald In een FAMO bijeenkomst op 8 januari heeft BZK gewaarschuwd dat of de herijking daadwerkelijk in 2023 wordt doorgevoerd afhankelijk is van hoe snel een nieuw kabinet wordt gevormd. 6.3. Herijking gemeentefonds maakt deel uit van bredere discussie In december stuurde het ministerie een brief aan gemeenten over de stand van zaken van de herijking (zie bijlage 4). Hierin legt zij de relatie tussen herijking en de onderzoeken over de financiële verhouding. Zie ook bijlagen 5 tot en met 9 voor de rapporten herverdeling en onderzoeken naar krimp en centrumfunctie. Hiernaast is het Rijk al jaren de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied aan het onderzoeken (bijlage 10). De financiële positie van gemeenten is de afgelopen jaren verslechterd. Mede door tekorten jeugdzorg. Hierover is nu een onderzoeksrapport verschenen (bijlage 11). Of een nieuw kabinet de normeringssystematiek (koppeling aan rijksbegroting en samen trap op trap af) weer aan zet is onzeker. Hier komt bij dat gemeenten de korting apparaatskosten volledig van tafel willen. De huidige meerkosten van het Rijk door coronacompensaties zullen een keer terugverdiend moeten worden. De vraag is of en zo ja voor welk deel van deze toekomstige bezuinigingen in uw algemene uitkering gaan doorwerken.
In de genoemde rapporten springt het volgende eruit: 1. Herverdeeleffect sociaal domein is fors, herverdeeleffect van kleinere (nadeel) naar grote gemeenten (voordeel); 2. Grote gemeenten zijn op klassiek domein verliezer, felle lobby G4 wordt verwacht; 3. Kosten bestuur en ondersteuning zijn gestegen van € 12 naar € 17 miljard. 4. Krimpgemeenten krijgen momenteel onvoldoende compensatie (krijgen nu jaarlijks € 11,2 miljoen ten opzichte van de structureel benodigde € 75 miljoen). 6.4 Zeeuws breed doen we onderzoek naar herijking In regioverband wordt er samen met onderzoeksbureau Significant onderzoek gedaan naar de kostenstructuur van Zeeuwse gemeenten. Wij gaan na of de beoogde verdeling gemeentefonds voldoende rekening houdt met deze kostenstructuur vanuit de specifieke kenmerken van Zeeuwse gemeenten.
De resultaten van dit onderzoek kunnen leiden tot een Zeeuwse lobby. Via Ozo overleg worden de portefeuillehouders financiën én sociaal domein in het eerste kwartaal van 2021 verder geïnformeerd via een (digitale) bijeenkomst. 6.5 Besluitvorming over de normeringssystematiek is aan nieuw kabinet Gebruikelijk is dat u in voorliggende circulaire de mutaties op de accressen ziet in relatie tot de mutaties op de rijksbegroting. Echter omdat, ook vanuit gemeenten zelf, de oproep is gedaan naar meer stabiliteit en minder fluctuaties, ligt de normeringssystematiek onder de loep. Ook de Raad van openbaar Bestuur heeft hier naar gekeken. En een nieuw kabinet gaat hier een besluit over nemen. Dat betekent nu geen wijziging in de accressen vanaf 2022 omdat besluitvorming door een nieuw kabinet wordt afgewacht. Als de normeringssystematiek, ook bij een nieuw kabinet, in de huidige vorm wordt doorgezet, is de inschatting voor uw algemene uitkering (bron: Frontinfo ten tijde van septembercirculaire) van de mutatie van deze fictieve accressen als volgt:
Hierbij wordt een voorbehoud gemaakt voor het zogeheten ‘instapmoment’. Na een vorige crisis gaf de overgang van bevriezen naar instappen een behoorlijke nadelige fluctuatie. Op basis van die ervaring wordt getracht deze landing zachter te gaan maken c.q. te dempen. Wij brengen deze accressen echter niet ter begroting omdat dit dagkoersen zijn. Een besluit van een nieuw kabinet hierover dient te worden afgewacht. De rijksbegroting is, mede door de structurele gevolgen van de pandemie, ook aan wijzigingen onderhevig. Daar komt bij dat na investeringen om de economie draaiende te houden, dit ook een keer moet worden terugverdiend en bezuinigd. 6.6. Compensatie tekorten jeugdhulp structureel nog onduidelijk Het is aan een nieuw kabinet om besluiten te nemen over de toekomstige financiering van de Jeugdwet. Voor 2022 is via deze circulaire opnieuw incidenteel € 300 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Of en zo ja hoeveel extra geld er vanaf 2023 komt, is nog onduidelijk. 6.7 Doordecentralisatie van beschermd wonen brengt risico’s met zich mee De doordecentralisatie van beschermd wonen staat gepland vanaf 2023. Hierbij gaan tevens de middelen gefaseerd over van een historisch naar een objectief verdeelmodel. Dit geeft risico’s, zowel op de prijs als op volume. Een evaluatie vindt plaats in 2026. Mogelijk volgt ook een doordecentralisatie van maatschappelijke opvang.
U wordt de komende jaren dus lokaal nog meer verantwoordelijk voor (en daarmee risicodrager van) het sociaal domein. Mede in relatie tot het aanpassen van de normeringssystematiek is alertheid geboden. 6.8 Woonplaatsbeginsel jeugd Met ingang van 2022 wordt het woonplaatsbeginsel jeugd doorgevoerd. Vooralsnog is onduidelijk is welke financiële consequenties dit voor onze gemeente heeft. Kanttekeningen 1.3 Taakmutatie uitname Wet langdurige Zorg De structurele uitname is niet bekend, echter de nacalculatie van 2020 was nadelig. We lopen vanaf 2021 het risico op een structureel grotere uitname op basis van jaarlijkse nacalculatie. 2.1 Alleen reële kosten in verband met corona worden vergoed In de gesprekken met het Rijk is de VNG namens ons overeengekomen dat de reële kosten door het Rijk worden vergoed. Indien uit gemeentelijk beleid, in afwijking op de gemiddelde uitgaven en
inkomstendervingen andere gemeentelijke keuzes zijn gemaakt die kostenverhogend werken, is dekking niet gegarandeerd. Financiën In onderstaande tabel worden de financiële gevolgen van dit voorstel samengevat.
Budgettaire gevolgen exclusief coronacompensatie Door de mutaties uit dit voorstel neemt het saldo van de programmarekening 2020 toe met € 396.000. Wij stellen voor de budgettaire gevolgen in 2021 toe te voegen aan de post onvoorzien. , in 2022 aan de algemene reserve en in 2023 aan de egalisatiereserve algemene uitkering. Vanaf 2024 heeft dit voorstel geen budgettaire gevolgen. Het volgende peiljaar van de herijking van de algemene uitkering is mogelijk 2022. Dat betekent dat de herijking wordt gedaan op basis van de daadwerkelijke lasten die gemeenten in dat jaar maken. Wij stellen daarom voor de totale budgettaire gevolgen in 2022 voorlopig toe te voegen aan de algemene reserve. Via de kadernota bij de programmabegroting 2022-2025 komen we hierop terug.
Uw algemene reserve neemt toe met € 975.000 in 2022. In 2023 neemt de egalisatiereserve algemene uitkering toe met € 825.000. Wij stellen deze dotaties aan u voor gezien alle risico’s en ontwikkelingen zoals eerder genoemd in dit voorstel. Coronacompensatie De coronacompensatie 2020 ad € 108.000 verwerken wij in de programmarekening 2020. Via de mutaties in uw programmarekening 2020 worden deze baten verrekend met de meerkosten corona. Over het verschil rapporteren wij u in de programmarekening. In 2021 wordt € 52.000 onttrokken aan de algemene reserve ten behoeve van de in 2020 ontvangen compensatie voor de meerkosten van de 2e Kamerverkiezingen in maart 2021 als gevolg van de coronamaatregelen. Communicatie Raadsvoorstellen gaan eerst naar de raad, nog niet naar pers. Het college behoudt zich het recht voor om zaken waarvan zij van mening is dat er meteen gecommuniceerd moet worden, naar buiten te brengen ook als dit een raads- of commissievoorstel betreft. In dit geval adviseer ik de pers niet meteen benaderen, maar eerst de raad informeren.
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester