CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS bestemmingsplan Natuur Verkeersmaatregelen N57-N59 Serooskerke bijlage 1 regels

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Bestemmingsplan Natuur Verkeersmaatregelen N57-N59 Serooskerke (523350)1.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUUR VERKEERSMAATREGELEN N57-N59 SEROOSKERKE Regels bestemmingsplan, vastgesteld

Natuur verkeersmaatregelen N57-N59 Serooskerke

2

Inhoudsopgave

Regels

5

1

6

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

2

Begrippen Wijze van meten

6 8

Bestemmingsregels

9

Artikel 3

3

Natuur

9

Algemene regels

11

Artikel 4 Artikel 5

4

Algemene gebruiksregels Overige regels

Overgangs- en slotregels

Artikel 6 Artikel 7

Overgangsrecht Slotregel

11 12

13 13 14

3

4

Regels

5

1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Natuur verkeersmaatregelen N57-N59 Serooskerke met identificatienummer NL.IMRO.1676.00316BphSE-VA01 van de gemeente Schouwen-Duiveland. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.5 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond. 1.6 explosieve stoffen stoffen behorende tot klasse 1 van het Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route (ADR), met uitzondering van consumentenvuurwerk zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit. 1.7 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.8 kampeermiddelen tenten, tentwagen, campers, (sta)caravans of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.9 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein.

6

1.10 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie of waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, (riool)gemalen en inlaten. 1.11 weg voor het openbaar verkeer openstaande weg inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten.

7

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 centimeter, boven het afgewerkte maaiveld en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur. 2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

8

2 Bestemmingsregels Artikel 3

Natuur

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; b. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals water, taluds en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als opslagplaats voor bagger en grondspecie (uitgezonderd het deponeren van baggerspecie in het kader van normaal onderhoud van waterlopen) en als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is binnen deze bestemming verboden gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen. 3.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

9

c. bedoeld zijn voor realisatie van de bestemming. 3.4.3 Toelaatbaarheid a. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Hiertoe dient vooraf een inrichtingsplan te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag wordt betrokken bij haar besluit;

10

3 Algemene regels Artikel 4

Algemene gebruiksregels

4.1 Verbod Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te doen of laten gebruiken voor een doel of op een wijze, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming(en). 4.2 Strijdig gebruik Als een gebruik in strijd met het bestemmingsplan, geldt in ieder geval het gebruik van gronden en bouwwerken:

a. voor de opslag van aan hun gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, schroot- en afbraak- en bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grind of brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. voor de opslag en het be- en verwerken van explosieve stoffen.

11

Artikel 5

Overige regels

5.1 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 5.2 Wettelijke regelingen Wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan 5.3 Voorrangsregeling (dubbel)bestemmingen Voor zover gronden met een (enkelvoudige) bestemming samenvallen met een dubbelbestemming, geldt primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming.

12

4 Overgangs- en slotregels Artikel 6

Overgangsrecht

6.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 6.1, onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 2%; c. lid 6.1, onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 6.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 6.2, onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in lid 6.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. lid 6.2, onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

13

Artikel 7

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Natuur verkeersmaatregelen N57-N59 Serooskerke.

14

Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 F (0111) 452 452 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11124893/1