RVS Berging Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk Gemeente Schouwen- Duiveland
November 2021
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk
Kenmerk
: 2021.191. 01
Bij omgevingsvergunningaanvraag
: 493685
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 24 november 2021
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
-INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................. 6
1.1
AANLEIDING EN DOEL ............................................................................... 6
1.2
LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ...................................................... 6
1.3
GEBIEDSOMSCHRIJVING ........................................................................... 8
1.4
BESTAANDE SITUATIE............................................................................... 9
1.5
BEOOGDE SITUATIE ................................................................................. 9
2.
BELEIDSKADER ......................................................................................... 11
2.1
RIJKSBELEID ..........................................................................................11
2.2
PROVINCIAAL BELEID ..............................................................................12
2.3
GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................13
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN .......................................... 16
3.1
BODEM ..................................................................................................16
3.2
ARCHEOLOGIE ........................................................................................17
3.3
CULTUURHISTORIE ..................................................................................18
3.4
AKOESTIEK ............................................................................................19
3.5
FLORA EN FAUNA ....................................................................................20
3.6
MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................21
3.7
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ..............................................................22
3.8
LUCHTKWALITEIT ....................................................................................23
3.9
LICHT EN DUISTERNIS .............................................................................23
3.10
EXTERNE VEILIGHEID ..............................................................................24
3.11
VORMVRIJE MER -BEOORDELING ...............................................................25
3.12
WATER...................................................................................................26
4.
UITVOERBAARHEID .................................................................................. 29
4.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ...........................................................29
4.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.....................................................29
4.3
PROCEDURE ...........................................................................................29
BIJLAGEN ............................................................................................................ 30 1.
INRICHTINGSPLAN
2.
BEHEERPLAN BOSTUIN
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Aan de Oude Nieuwlandseweg 3, 4306 NN te Nieuwerkerk is in de huidige situatie een woning aanwezig. De locatie bevindt zich in een wooncluster, ten zuiden van de bebouwde kom van de kern Nieuwerkerk en direct ten zuiden van de Rijksweg N59. Op het perceel is een woning aanwezig met bijbehorende bouwwerken. De initiatiefnemer is voornemens om bij de woning een nieuwe schuur op te richten met een grondoppervlak van 100m2. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld 26 maart 2009) van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Wonen’ met (deels) een bouwvlak. Het deel van het perceel zonder bouwvlak beschikt over de aanduiding ‘zg’ (‘Zonder gebouwen’) op basis waarvan het oprichten van gebouwen en overkappingen is uitgesloten. De eerder genoemde aanduiding is onder meer toegekend ter bescherming van de op het perceel aanwezige houtopstanden. Aangezien het beoogde bijgebouw buiten het bouwvlak en binnen de aanduiding ‘zg’ is voorzien, voorziet het geldende bestemmingsplan niet in een rechtstreekse mogelijkheid om de beoogde schuur op te richten. Om de bouw van de schuur mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten
worden
afgeweken.
Binnen
het
geldende
bestemmingsplan
zijn
geen
afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om in afwijking van de aanduiding ‘zg’ bebouwing toe te laten. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Op 25 oktober 2021 is een omgevingsvergunningaanvraag ingediend. Per brief (registratienummer 6466109) heeft de gemeente om aanvullende gegevens verzocht in de vorm van een ruimtelijke onderbouwing en een borging van de lange termijn bescherming van de houtopstanden binnen het perceel op basis van een groenbeheerplan.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt zich in het buitengebied van Nieuwerkerk, binnen de gemeente SchouwenDuiveland. Kadastraal is de locatie bekend als Duiveland, sectie G, nummer 532. Het kadastraal perceel heeft een oppervlakte van ca. 2 ha. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
6
Figuur 1
Perceel besluitgebied Kadastraal aangeduid als: Duiveland, perceel G532
Figuur 2
Perceel besluitgebied Oude Nieuwlandseweg 3 (ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
7
1.3
Gebiedsomschrijving
Het besluitgebied bevindt zich in het buitengebied van Nieuwerkerk, aangrenzend aan de bebouwde kom binnen een historisch bebouwingscluster. Binnen het bebouwingsclusters zijn in de huidige situatie voornamelijk voormalige agrarische bedrijfswoningen aanwezig. Tussen de bebouwde kom van Nieuwerkerk en de projectlocatie bevindt zich de N59 (Rijksweg). De locatie is aan drie zijden omgeven door open agrarisch productiegebied. De projectlocatie wordt ontsloten via de Oude Nieuwlandseweg. De weg sluit in noordelijke richting aan op de regionale en nationale infrastructuur via een paralelweg naar de N59 (Rijksweg). In zuidelijke richting wordt aangesloten op de lokale infrastructuur en de kern Nieuwerkerk. Binnen het wooncluster waar het plangebied onderdeel van uitmaakt bevindt zich van oudsher (agrarische) bebouwing. De mate waarin in de afgelopen decennia verdichting van het lint heeft plaatsgevonden is beperkt gebleven. Binnen de projectlocatie is in de jaren ’70 een woning opgericht en een bostuin aangelegd. In de uitgangssituatie is een deel van deze houtopstanden nog aanwezig. De bomen hebben een afschermende werking en benadrukken het gewenste contrast tussen besloten bebouwd gebied en open agrarisch gebied.
2020
1985
1950
1925
Figuur 3
Historische ontwikkeling besluitgebied (topotijdreis.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
8
1.4 -
-
-
Bestaande situatie De projectlocatie bevindt zich in het buitengebied van Nieuwerkerk in een kernrandgebied; Het kadastrale perceel is ruim en heeft een oppervlakte van ca 2 ha; Binnen het perceel is sinds de jaren ’70 een vrijstaande woning met aanbouw aanwezig op een ruim perceel met bijgebouwen (18m2 en 15,75m2), vrijetijdsvoorzieningen (tuin en privétennisbaan) een inrit naar de Oude Nieuwlandseweg en terreinverharding; Binnen het perceel zijn met name aan de noordzijde omstreeks eind jaren ’70 bomen aangeplant. De bomen zijn sindsdien beperkt onderhouden. Uitgevallen en gevelde bomen in de resterende bostuin zijn in de loop der tijd aangevuld met struiken en heesters; Omstreeks 2009 is het terrein heringericht. Ter hoogte van de huidige tennisbaan en de beoogde schuur is destijds terreinverharding aangebracht; De situatie uit 2009 is vastgelegd in het huidige bestemmingsplan Buitengebied uit 2009. Aan de locatie is de bestemming ‘Wonen’ toegekend met deels de aanduiding ‘zg’ (‘Zonder gebouwen’). Met deze aanduiding worden de bouwmogelijkheden beperkt en worden de bestaande houtopstanden indirect beschermd.
Figuur 4
1.5 -
-
Uitgangssituatie
Beoogde situatie In de nieuwe situatie wordt naast de huidige tennisbaan een nieuwe schuur opgericht; De beoogde schuur heeft een grondoppervlak van ca 100m2, een bouwhoogte van ca 8m, een goothoogte van ca 4m en zal worden voorzien van een kap; In de beoogde situatie zal er een totaaloppervlakte van ca 134m2 aan bijgebouwen op het perceel aanwezig zijn; De tennisbaan wordt reeds omsloten door houtopstanden. De schuur en de tennisbaan blijven ook in de nieuwe situatie afgeschermd door opgaande beplanting. Het inrichtingsplan voor de toekomstige situatie is opgenomen in bijlage 1; Op basis van de maatregelen uit het beheerplan voor de bostuin wordt het aanwezige areaal aan houtopstanden met de bijbehorende natuurwaarden voor onbepaalde tijd geborgd. Voor nieuwe aanplant is een plantlijst opgesteld met toegestane inheemse soorten. Het beheerplan is opgenomen in bijlage 2;
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
9
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2009 op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In de volgende hoofdstukken wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Figuur 5
Impressie nieuwe situatie (Erik van den Bos Architect B.V. d.d. 25 oktober 2021)
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
10
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een integraal kader voor de Rijksdoelen en de nationale belangen op het gebied van ruimte en mobiliteit en vervangt onder meer de Nota Ruimte. Het beleidskader schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt van de SVIR is om de ruimtelijke ordening te decentraliseren en regelgeving zo veel mogelijk te vereenvoudigen. De SVIR benoemt 13 nationale belangen die worden weergegeven in de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De SVIR benoemd hierbij drie hoofddoelen: -
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door versterking van de ruimtelijkeconomische structuur;
-
Het verbeteren en behouden van de bereikbaarheid;
-
Waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving.
De nationale belangen uit het SVIR-belangen worden juridisch beschermd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Conclusie Het besluitgebied maakt geen onderdeel uit van de Rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen nadere regels gesteld moeten worden. Voor de bescherming van deze nationale belangen zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) door de minister regels gesteld aan de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (via provinciaal beleid) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van de SVIR. Doelstelling van de ladder is het optimaal benutten van de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan duurzaam ruimtegebruik.
Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Besluitgebied In de beoogde situatie wordt een schuur gerealiseerd binnen een bestaand woonperceel. In de nieuwe situatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Met de beoogde uitbreiding van bebouwing is sprake van een zeer kleinschalige ontwikkeling waarbij wordt aangesloten op de bestaande hoofdfunctie. De kleinschalige uitbreiding past binnen de landschappelijke karakteristiek van de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
11
Conclusie Met het oprichten van bebouwing ter plaatse zijn er geen nationale belangen in het geding. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing. Een nadere afweging ten opzichte van de landschappelijke kernkwaliteiten vindt plaats in het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid Provincie Zeeland 2018 De
juridische
vertaling
van
het
ruimtelijke
provinciale
beleid
vindt
plaats
in
de
Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 29 juni 2021. In het Omgevingsplan is de taakverdeling vastgelegd tussen de verschillende overheidslagen op basis van de uitgangspunten van de Wro. De Provincie geeft de kernwaarden weer, deze werken vervolgens via het bestemmingsplan door in het gemeentelijk beleid. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De vier strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van duurzame landbouw en het stellen van kaders voor nieuwe economische dragers in het landelijk gebied. Doelstelling van de Provincie voor het landelijke gebied is om de karakteristieke openheid van het landschap te behouden en te versterken. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk plaats te vinden binnen de begrenzing van de bestaande stedelijke structuur;
-
Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie);
-
Waardevolle leefomgeving: hierin staan de ambities van de provincie wat betreft het behoud en de versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik. Gebieden met landschappelijke kwaliteiten van provinciaal belang worden beschermd via de omgevingsverordening. Lokale en regionale kwaliteiten worden beschermd door middel van de structuurvisie en het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied dienen zich te voegen binnen de bestaande karakteristiek van het landschap. Per ontwikkeling worden (maatwerk)afspraken gemaakt over realisatie en lange termijn beheer van de landschapsversterkende maatregelen. De afspraken worden geborgd in een anterieure overeenkomst.;
-
Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften. De regionale woningbouwafspraken richten zich in hoofdzaak op het herstructureren van de bestaande
voorraad
en
inbreiding
binnen
bestaand
stedelijk
gebied.
Tevens
zijn
doelstellingen opgenomen ter behoud van het voorzieningenniveau en het vestigingsklimaat. Met de Omgevingsverordening wordt tevens nader invulling gegeven aan de ‘Ladder voor duurzame
verstedelijking’.
Het
behoud
van
voldoende
ruimtelijke
buffers
tussen
verschillende functies alsmede het voorkomen van lichthinder maken onderdeel uit van het beleid voor het buitengebied.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
12
Besluitgebied Er is sprake van een beperkte uitbreiding van bergruimte binnen de grenzen van een bestaande woonfunctie. De locatie ligt binnen een wooncluster in een kernrandgebied. Op het perceel zijn thans bouwbeperkingen opgelegd mede vanwege de bescherming van een bostuin. De op het perceel aanwezige bomen maken geen onderdeel uit van een landschapselement met een provinciaal belang. Tevens is er geen sprake van natuurwaarden van provinciaal belang. Als gevolg van de ontwikkeling zullen geen bomen worden gerooid, wel zal het areaal bebouwing ter plaatse beperkt toenemen. De aanwezige houtopstanden worden als onderdeel van de ontwikkeling voor de lange termijn behouden en geborgd op basis van een groenbeheerplan. Conclusie De beoogde ontwikkeling is kleinschalig en past binnen de strategische opgaven uit de Omgevingsverordening. De aanwezige houtopstanden blijven onaangetast en worden binnen de beoogde ontwikkeling voor de lange termijn planologisch geborgd door middel van een beheerplan.
Figuur 6
2.3
Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018: kaart 19 ‘Overige steden en dorpen’
Gemeentelijk beleid
Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland de doelstelling centraal om als vakantieeiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen op basis van een duurzame verbinding tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Het water wordt hierin gezien als bron en drijfveer voor economische ontwikkeling. Actuele thema’s binnen het ruimtelijke beleid kunnen op hoofdlijnen als volgt worden samengevat. De bevolkingssamenstelling verandert als gevolg van sociaal maatschappelijke processen waaronder Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
13
vergrijzing
en ontgroening.
Dit brengt uitdagingen met
zich mee voor de beschikbare
beroepsbevolking, de woningvoorraad en het voorzieningenaanbod. Het ruimtelijk beleid wat het aspect wonen betreft richt zich op de volgende doelstellingen: - het ontwikkelen van een volwaardig voorzieningenniveau; - het behouden van een prettig woonklimaat dat aansluit bij de woonbehoeften; - het behoud van de sociale samenhang en de leefbaarheid in de kernen; - het behoud van een betaalbaar en goed zorgaanbod dat aansluit bij de behoefte. Om het karakteristieke open agrarische landschap te kunnen behouden, worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk in de bebouwde kom geconcentreerd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bebouwde kom worden terughoudend toegelaten. Een belangrijke voorwaarde voor ontwikkelingen in het buitengebied is dat deze tevens een bijdrage leveren aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Besluitgebied Het besluitgebied is gelegen in het buitengebied, binnen een wooncluster in het kernrandgebied van Nieuwerkerk. Het bestaande wooncluster heeft een besloten bebouwingsstructuur en wordt in de uitgangssituatie begrensd door opgaande beplanting. In landschappelijk opzicht is sprake van een herkenbaar contrast tussen de kern met het kernrandgebied en het omliggende open agrarische landschap. Ter plaatse van de projectlocatie is een woonbestemming aanwezig met een bouwvlak.
De op het perceel aanwezige bostuin heeft landschappelijke waarde als afschermende beplanting en enige (algemene) ecologische waarde. Behalve de bostuin aan de noordzijde wordt het perceel ook aan de zuidzijde en de westzijde begrensd met beplanting en kavelsloten. De beoogde uitbreiding van bebouwing binnen de bestaande woonfunctie is kleinschalig. De nieuwe schuur
wordt
geconcentreerd
gerealiseerd
aansluitend
aan
de
bestaande
bebouwing
en
voorzieningen binnen het woonperceel. Ter plaatse van de beoogde schuur was reeds terreinverharding aanwezig. De aard en schaal van de ontwikkeling sluit aan op het karakter van het bestaande wooncluster. Het bestaande contrast tussen kernrandgebied en open agrarisch gebied blijft behouden. In de huidige planologische regeling zijn de op het perceel aanwezige bosopstanden indirect beschermd door middel van een verbod op het oprichten van gebouwen. In de beoogde situatie wordt de lange termijn instandhouding en het beheer van de bostuin direct geborgd door middel van een beheerplan. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan het lange termijn behoud van de bestaande omgevingskwaliteit. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de lange termijn strategische doelstellingen. Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie zijn het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van toepassing (vastgesteld op 26 maart 2009), de ‘verzamelde wijzigingen regels Buitengebied SchouwenDuiveland tot en met juni 2021’, het ‘Parapluplan wonen’ (vastgesteld 9 juli 2020) en het ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen- Duiveland’ (vastgesteld 27 september 2018). Op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is aan de locatie een ruim woonperceel toegekend met de gebiedsbestemming ‘Wonen’ (artikel 17) en met plaatselijk de aanduiding ‘zg’ (‘zonder gebouwen’).
Gedeeltelijk is aan de woonbestemming een bouwvlak toegekend. Het noordelijk deel van het woonperceel is in de jaren ’70 beplant met bomen. Binnen dit deel is het oprichten van gebouwen en overkappingen uitgesloten op basis van de aanduiding ‘zg’. Op basis van de bestaande regeling worden de aanwezige bomen indirect beschermd. Door het beperken van de bouwmogelijkheden op het perceel wordt tevens geborgd dat bebouwing wordt geconcentreerd en het extensieve karakter van buffergebieden (kernrandgebieden) behouden blijft.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
14
Ter hoogte van het besluitgebied is tevens de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch Onderzoeksgebied B’ van kracht ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige waardevolle archeologische relicten (zie tevens paragraaf 3.2). Met het bestemmingsplan Parapluplan
parkeernormen
Schouwen-Duiveland
worden
de
parkeernormen
uit
het
beleidsdocument Parkeerbeleid 2017-2020 planologisch verankerd. Zie tevens paragraaf 3.6. Op basis van het ‘Parapluplan Wonen’ wordt binnen de gemeente door middel van algemene regels geborgd dat een woning uitsluitend door één huishouden mag worden bewoond. Het woonperceel is zeer ruim en heeft een oppervlak van circa 2 ha. Met het realiseren van een schuur van 100m2 bevindt zich ter plaatse ca 134 m2 aan bijgebouwen bij de woning. Deze oppervlakte sluit aan bij de maximale bebouwingsoppervlakte van 150 m2 die via vergunningvrij bouwen voor ruime woonpercelen mogelijk wordt gemaakt.
Figuur 7
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ 2009 (besluitgebied rood omcirkeld).
Conclusie Het
bestemmingsplan
voorziet
niet
in
een
afwijkingsbevoegdheid
op
basis
waarvan
de
bouwbeperking kan worden gewijzigd. Om de beoogde bouwactiviteiten mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Aan de beoogde ontwikkeling wordt medewerking verleend door het College onder voorwaarde dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe vindt in hoofdstuk 3 een nadere afweging plaats.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
15
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Milieuhygiënische bodemkwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. De Woningwet staat niet
toe
dat
er
gebouwd
wordt
op
verontreinigde
grond.
Een
eventueel
aanwezige
bodemverontreiniging kan bovendien van belang zijn voor de toepassingsmogelijkheid van bepaalde bestemmingen en voor de uitvoerbaarheid van het project. Ter hoogte van het projectgebied geldt op basis van de gemeentelijke Nota bodembeheer en de bijbehorende
bodemkwaliteitskaart
landbodem
(actualisatie
2018)
de
kwaliteitsklasse
‘achtergrondwaarde’. Er wordt op basis van het historisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de bodemkwaliteitskaart geen historische verontreiniging verwacht. Uit de bodematlas van de Provincie Zeeland blijkt geen aangetroffen verontreiniging of bodemsanering in de omgeving van het projectgebied. Het besluitgebied is in gebruik als woonlocatie. Een woonfunctie is geen gebruik met een verhoogd risico op bodemverontreiniging. In de nieuwe schuur zullen geen mensen verblijven of gedurende lange tijd aanwezig zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond een belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Aardkundige waarden Ter hoogte van het besluitgebied zijn geen bijzondere aardkundige waarden van nationaal of provinciaal belang aangewezen op basis van de Cultuurhistorische atlas van de Provincie. De ondergrond bestaat uit getijafzettingen met plaatselijk kleiig dekzand. De bodem heeft hierdoor beperkte tot geen infiltratiemogelijkheden. Zie tevens paragraaf 3.12. Niet gesprongen explosieven De gemeente beschikt over een beleidsnota Conventionele explosieven met een bijbehorende signaleringskaart voor niet-gesprongen explosieven in de ondergrond (versie mei 2020). Hieruit blijkt dat ter hoogte van de projectlocatie geen sprake is van een verhoogde trefkans op explosieven in de ondergrond op basis van historisch vooronderzoek.
Het aantreffen explosieven is nooit geheel uit te sluiten, voor de locaties geldt het protocol ‘Toevalstreffer CE uit de Tweede Wereldoorlog’. In dit geval wordt de politie geïnformeerd, omstanders gewaarschuwd en eventuele werkzaamheden ter plaatse stilgelegd.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
16
Figuur 8
Uitsnede ‘Kaart NGE-beleid’ versie mei 2020 (besluitgebied rood omcirkeld).
Conclusie Er zijn op voorhand geen redenen om aan te nemen dat de (milieuhygiënische) gesteldheid van de ondergrond tot belemmeringen voor de beoogde functiewijziging zal leiden.
3.2
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Sinds het Verdrag van Malta (1992) zijn overheden verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch onderzoek uit te voeren. Deze verplichting is vastgelegd in de huidige Erfgoedwet (2016). Op basis van het gemeentelijk ‘Beleidsplan Archeologie’ uit 2008 zijn de archeologische verwachtingswaarden per gebiedstypologie vertaald in vrijstellingsgrenzen ten aanzien van de oppervlakte en bewerkingsdiepte van bodemingrepen.
Figuur 9
Uitsnede Beleidskaart Archeologie: beleidsgebieden
Besluitgebied Ter hoogte van het besluitgebied is een archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologisch Onderzoeksgebied B’ toegekend. Voor deze gebieden geldt een lage of onbekende archeologische verwachtingswaarde. Op basis van de beleidskaart archeologie uit 2008 is voor deze gebieden een Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
17
onderzoeksplicht opgenomen naar archeologische waarden bij bodemingrepen vanaf 5000m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 50 cm-mv. Er vinden op het perceel geen grondwerkzaamheden plaats met een
dergelijke
bewerkingsoppervlakte
en
bewerkingsdiepte.
In
de
voorbereiding
van
de
planologische procedure is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
Figuur 10
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ 2009: Dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch
onderzoeksgebied B’ (besluitgebied rood omcirkeld)
Conclusie Er vinden door uitvoering van het project geen grootschalige grondbewerkingen plaats. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot bodemingrepen boven de vrijstellingsgrens. Er is geen sprake van belemmering voor de ontwikkeling van het projectgebied op basis van de archeologische verwachtingswaarde. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.3
Cultuurhistorie
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Rijksbelang Volgens het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (geconsolideerde versie 1 jan 2017) is het besluitgebied niet gelegen in een gebied waarvoor een bijzonder cultuurhistorisch Rijksbelang geldt.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
18
Provinciale belangen De cultuurhistorische belangen van de Provincie Zeeland zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Het besluitgebied is niet gelegen in een gebied met bijzondere cultuurhistorische objecten of landschappelijke structuren van provinciaal belang. Er is geen sprake van een molenbiotoop ter hoogte van het plangebied. Het projectgebied bevindt zich in een dijkenlandschap. Kenmerkend voor deze gebieden zijn de binnendijken met beplanting, rechte wegstructuren in een regelmatig patroon en kreken. Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in 2012 de nota Integraal erfgoedbeleid 2012-2018 vastgesteld. In deze nota is het erfgoedbeleid op hoofdlijnen vastgelegd. De erfgoednota vormt een uitwerking van de strategische visie ‘Tij van de Toekomst’. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden de cultuurhistorische waarden van het gebied beleidsmatig meegewogen. Het uitgangspunt van de erfgoednota is behouden, beleven en benutten. In het bestemmingsplan Buitengebied is het kernrandgebied ten zuiden van de kern Nieuwerkerk gekarakteriseerd als landschappelijk buffergebied tussen bebouwde kom en buitengebied. Binnen het plangebied zijn geen objecten aanwezig met een bijzondere cultuurhistorische waarde. De bebouwing binnen het plangebied is opgericht omstreeks eind jaren ’70 en heeft geen status als cultuurhistorisch waardevol object.
Het besluitgebied maakt onderdeel uit van een groen omzoomd wooncluster aan de grens van de bebouwde kom van Nieuwerkerk. Het bestaande landschappelijke contrast tussen het besloten bewoonde gebied en het open agrarische buitengebied blijft ook in de nieuwe situatie bestaan. De kleinschalige ontwikkeling heeft geen invloed op de landschappelijke structuur van het aanliggende open dijkenlandschap. De bostuin met een landschappelijke waarde als afschermende beplanting blijft ook in de nieuwe situatie behouden en het beheer wordt planologisch geborgd. De schaal en de aard van de ontwikkeling is passend bij het gebruik van een ruim woonperceel. Conclusie De beoogde situatie past binnen het erfgoedbeleid en de landschappelijke karakteristiek ter plaatse.
3.4
Akoestiek
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones: Tabel 1: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte
Stedelijk
1 of 2 3 of meer
350
Buitenstedelijk
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
geluidzone
in
meters 200
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
19
De geluidsbelasting op gevels van voor geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. De locatie wordt ontsloten via de Oude Nieuwlandseweg. In de omgeving bevindt de Rijksweg N59 waarvoor een geluidszone is vastgesteld. Een schuur bij een woning is geen geluidsgevoelig object volgens de Wet Geluidhinder. Nader akoestisch onderzoek is op basis van de Wet geluidhinder niet nodig. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling ten aanzien van het milieuaspect geluid.
3.5
Flora en fauna
De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. In de directe omgeving van het project bevinden zich de Natura 2000- gebieden ‘Grevelingen’ (ca. 3 km afstand) en de ‘Oosterschelde’ (ca. 1,5 km afstand).
Figuur 11
Natura-2000 gebieden omgeving plangebied (besluitgebied gemarkeerd met ster. Bron:
Ministerie LNV)
De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden. Een uitzondering kan Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
20
worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee- tenzij’ toets. Indien schade ontstaat,
moet
deze
worden
gemitigeerd
en/of
gecompenseerd.
Bij
nieuwe
ruimtelijke
ontwikkelingen dient tevens te worden onderzoeken of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het project bevindt zich niet binnen, of aangrenzend aan het Natuur Netwerk Zeeland. De meest nabij gelegen gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk is de ecologische verbindingszone langs de Rampertsedijk tussen de Natura-2000 gebieden ‘Oosterschelde’ en de ‘Grevelingen’ ten oosten van het besluitgebied op een afstand van ca. 700 meter. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het project mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. De uitvoering van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen plaats te vinden (ca half maart tot ca half juli). Besluitgebied De projectlocatie bevindt zich in een wooncluster langs de Rijksweg N59. In de huidige situatie is het projectgebied in gebruik als woonlocatie. Ter hoogte van de beoogde schuur is in de uitgangssituatie reeds terreinverharding aanwezig.
In samenhang met de bouw van de schuur worden geen bomen gekapt of overige opgaande beplantingsstructuren gerooid. Als gevolg van het oprichten van een schuur binnen een woonperceel zal het gebruik ter plaatse niet intensiveren ten opzichte van de uitgangssituatie. De bouw van de schuur zal leiden tot een tijdelijke geringe toename van stikstofuitstoot. Op basis van het wetsvoorstel ’Stikstofreductie en natuurverbetering’ van 1 juli 2021 kunnen tijdelijke depositie-effecten als gevolg van bouwactiviteiten buiten beschouwing worden gelaten. In samenhang met de mogelijkheden voor het oprichten van de beoogde schuur wordt de instandhouding en het beheer van bestaande houtopstanden zoals opgenomen in het beheerplan in bijlage voor de lange termijn geborgd. Conclusie Nadelige effecten op beschermde natuurgebieden in de omgeving of op beschermde soorten binnen het plangebied zijn door de beperkte schaal en de aard van het project en de kenmerken van de omgeving niet te verwachten.
3.6
Mobiliteit en parkeren
De gemeente Schouwen- Duiveland heeft in 2018 het Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland vastgesteld. Middels het parapluplan is bij het vestigen van een nieuwe functie de parkeernormering uit de nota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ van toepassing. De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317) op basis van een weinig stedelijk gebied. Op basis van bovenstaande nota dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling aangetoond te worden dat op eigen perceel kan worden voldaan aan de parkeernormering. Er is sprake van het oprichten van een bijbehorend bouwwerk bij een bestaande woonfunctie. Als gevolg van de toename van bebouwing verandert de parkeervraag niet. Het besluitgebied beschikt over een voldoende ruim perceel om invulling te kunnen geven aan de parkeervraag. Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
21
De locatie wordt ontsloten via de Oude Nieuwlandseweg. Deze sluit via de lokale en regionale wegenstructuur (N59) aan op de rijkswegen zoals A29, A59 en A4. Door de oprichting van een berging binnen een bestaand woonperceel zal de verkeersintensiteit ter plaatse niet toenemen. De bestaande verkeersbewegingen zijn inpasbaar in het heersende verkeersbeeld.
3.7
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken
wanneer
milieuonderzoek
naar
de
specifieke
situatie
een
andere
mate
van
milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2 Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype
tot rustige
Richtafstand omgevingstype
woonwijk in meters
gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
tot gemengd
Besluitgebied De locatie bevindt zich binnen een bebouwingscluster met woonfuncties. Ten zuiden van de woning aan de Oude Nieuwlandseweg 5 en 10 bevinden zich een tweetal agrarische bedrijven. De afstand tussen de woning en de perceelgrenzen van de bedrijven bedraagt meer dan 50 meter. Deze afstand is voldoende ruim om een goed woon- en leefklimaat binnen het besluitgebied te kunnen waarborgen. De omliggende bedrijfsactiviteiten hebben geen (nieuwe) invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Een schuur bij een woning is geen milieugevoelige functie. De activiteiten binnen het besluitgebied hebben geen effect op het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies. Omliggende activiteiten ondervinden geen (nieuwe) hinder als gevolg van het oprichten van de beoogde schuur. Conclusie De te verwachten milieubelasting vormt op basis van het toetsingskader milieuzonering geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
22
3.8
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2. Uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit zijn voor het jaar 2020 de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen onderzocht. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het projectgebied de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden (40 µg/ m3 lucht) liggen. Het aantal overschrijdingsdagen per jaar voor de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 ligt eveneens onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 µg/ m3 lucht meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt niet overschreden.
De concentratie aan elementair koolstof (EC) ter plaatse ligt ruim onder de norm van 1,5 µg/ m3 lucht. Conclusie De beoogde oprichting van een schuur bij een woning leidt niet tot een significant verschil in verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
3.9
Licht en duisternis
De gemeente beoogt negatieve effecten van lichthinder door kunstmatige verlichting te voorkomen. Negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting in relatie tot de blootstelling. Via de gemeentelijke Module Licht en Duisternis (2009) streeft de gemeente naar het zo goed mogelijk borgen van de duisternis. In de beleidsnota zijn uitgangspunten opgesteld voor het toepassen van buitenverlichting aan gevels en op percelen. In de uitgangspunten is tevens een prioriteitsvolgorde opgenomen: -
Verlichting alleen plaatsen wanneer dit noodzakelijk is;
-
Alleen verlichten wanneer dit noodzakelijk is;
-
Alleen de plaats verlichten waar licht nodig is;
-
Geen onnodig fel licht toepassen;
-
Alle buitenverlichting dynamisch op basis van bewegingssensoren en neerwaarts gericht zodat er buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron;
-
Paardenbakken worden niet verlicht.
Besluitgebied Voor het gebruik van buitenverlichting is in algemene zin van belang dat deze doelmatig wordt ingezet en de uitstraling van de verlichting naar de omgeving wordt geminimaliseerd. Binnen het woonperceel is reeds terreinverlichting aanwezig onder meer langs bestaande terreinverharding. Om het terrein is grotendeels opgaande beplanting aanwezig welke een deel van de lichtuitstoot afschermt. Eventuele nieuwe verlichting dient eveneens doelmatig te worden ingezet en naar beneden gericht te zijn. Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
23
3.10 Externe veiligheid Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Besluitgebied Een berging bij een woning is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een bestaande woonfunctie is binnen het externe veiligheidsbeleid aangemerkt als een kwetsbaar object. Een berging bij een woning betreft geen kwetsbaar object.
Figuur 12
Uitsnede Nationale risicokaart (www.nederland.risicokaart.nl)
In de directe omgeving van het project zijn geen inrichtingen gevestigd die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het agrarische bedrijf aan de Oude Nieuwlandseweg 5 direct ten zuiden van het besluitgebied beschikt over een omgevingsvergunning milieu op basis van het Bor. Binnen het terrein bevindt zich een installatie met een extern veiligheidsrisico in de vorm van een bovengrondse propaangastank met een inhoud van 5 m3. Voor de installatie is een risicocontour PR-6 vastgesteld met een veiligheidsafstand van 20 meter ten opzichte van de installatie. De veiligheidsafstand ten opzichte van de installatie bevindt zich binnen de grens van de inrichting. Er is voldoende afstand tussen de bestaande en de nieuwe bebouwing tot de tank. Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
24
Op een afstand van circa 125 meter ten noorden van de locatie bevindt zich de Rijksweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Over de Rijksweg vindt vervoer plaats van gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. Ten aanzien van het groepsrisico geldt op basis van de Regeling basisnet dat voor de bepaling van het groepsrisico uitgegaan dient te worden van 1500 tankauto’s in stofcategorie GF3 (brandbaar gas). Het groepsrisico wordt mede bepaald op basis van het aantal personen dat in de omgeving van een risicobron verblijft. Met de beoogde ontwikkeling vindt geen toename plaats van de personendichtheid in de omgeving waardoor de ontwikkeling geen invloed heeft op de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Voor de weg geldt geen plasbrandaandachtsgebied. Beoordeling groepsrisico N59 De beoogde ontwikkeling bevindt zich binnen een afstand van 200 meter van een transportas. De beoogde ontwikkeling betreft een oprichting van een schuur waarbinnen geen mensen verblijven. De ontwikkeling heeft geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Conclusie Er is geen sprake van een kwetsbaar object. De afstand van het project tot omliggende activiteiten is voldoende groot. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De veiligheidsparagraaf wordt beoordeeld door de veiligheidsregio.
3.11 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit-mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een bestemmingsplan.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Plangebied Onderliggende ruimtelijke onderbouwing maakt de oprichting van een schuur bij een woning mogelijk, aangrenzend aan het bestaande bouwvlak. De aard van de functie en de gebruiksintensiteit blijft in de beoogde situatie ongewijzigd. Met de ontwikkeling is geen sprake van een activiteit zoals benoemd
in
categorie
D11.2:
‘de
aanleg,
wijziging
of
uitbreiding
van
een
stedelijk
ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
25
voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject of van een verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. De beoogde situatie is hiermee ruimtelijk en milieukundig inpasbaar. Alle relevante omgevingsaspecten zijn onderzocht in hoofdstuk 3. Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.
3.12 Water Het projectgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterbeheerplan 2016-2021 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water in en nabij de kernen zijn:
Voorkomen van wateroverlast;
Waterpeil afstemmen op het grondgebruik en de functies landbouw, natuur en wonen;
Gezond oppervlaktewater;
Faciliteren van verantwoord gebruik van zoetwater;
Duurzaam en efficiënte afvalwaterzuivering.
Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het besluitgebied deels verhard met bebouwing. Ter hoogte van de beoogde schuur is in de uitgangssituatie reeds oppervlakteverharding aanwezig. In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlak niet toe. Het overtollige regenwater wordt afgevoerd naar omliggende kavelsloten zoals in de bestaande situatie het geval is. De nieuwe schuur wordt aansluitend aan het bestaande bouwvlak opgericht, aangrenzend aan bestaande voorzieningen. Er verdwijnt geen open water door de bouw van de schuur. Omliggende watergangen blijven ongewijzigd. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater De locatie bevindt zich in het afvoergebied van Ouwerkerk. Overtollig hemelwater wordt via watergangen afgevoerd in de richting van het gemaal bij Ouwerkerk. In de huidige situatie is de locatie reeds aangesloten op de gemeentelijke riolering. Het afvalwater van de woning wordt via de bestaande aansluiting afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel. Voor de schuur hoeft geen nieuwe aansluiting te worden aangevraagd. Grondwaterkwaliteit en verdroging Er is geen sprake van grondwateroverlast in de omgeving. Er wordt in de nieuwe situatie geen grondwater
onttrokken.
De
locatie
of
de
directe
omgeving
zijn
niet
aangemerkt
als
grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. De omgeving van het project betreft geen kwetsbaar waterhuishoudkundig gebied. De locatie bevindt zich volgens de waterkansenkaart van de provincie Zeeland binnen een gebied met een beperkte doorlaatbaarheid voor hemelwater door de aanwezigheid van een kleiige deklaag. Ter hoogte van de planlocatie zijn derhalve geen infiltratiemogelijkheden. De omgeving van het plangebied is niet kwelgevoelig.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
26
Oppervlaktewaterkwaliteit In de directe omgeving van de locatie is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van kavelsloten. Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen. Volksgezondheid De nieuwe bebouwing heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het project heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Er is geen natte natuur aanwezig in de omgeving. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde nieuwe bebouwing bij een bestaande functie. Tevens zijn er geen mogelijkheden om natte natuur te ontwikkelen. Onderhoud oppervlaktewater Op een aantal perceelsgrenzen bevinden zich watergangen met een secundair belang voor het waterhuishoudkundig systeem die worden beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. Voor de watergangen geldt een beschermingszone van 7 meter. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op beschermde watergangen. Belangen waterbeheerder De locatie is niet gelegen binnen de beschermingszone van een waterkering. De Oude Nieuwlandseweg ten westen van het projectgebied is in beheer bij het waterschap. De weg is aangeduid
als
Erftoegangsweg-B.
De
nieuwe
schuur
heeft
geen
invloed
op
de
onderhoudsmogelijkheden aan de weg. De nieuwe bebouwing heeft eveneens geen effect op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
27
Figuur 13
Uitsnede Legger oppervlaktewaterlichamen (Legger 2012)
Conclusie Het oprichten van een schuur bij een woning heeft geen invloed op omliggende watergangen. Het bebouwingsoppervlak blijft gelijk aan de uitgangssituatie. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. In het kader van het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro van de planologische procedure zal de waterparagraaf worden beoordeeld door Waterschap Scheldestromen.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
28
4.
UITVOERBAARHEID
4.1
Economische uitvoerbaarheid
Indien een bestemmingsplan of projectafwijkingsbesluit de oprichting van woningen of andere hoofdgebouwen, of omvangrijke verbouwingen of functiewijzigingen mogelijk maakt, dan is op basis van de Wet ruimtelijke ordening tevens het vaststellen van een exploitatieplan noodzakelijk. Met de beoogde ontwikkeling is sprake van een kleinschalige uitbreiding van de bijbehorende bebouwing bij een bestaande woonfunctie. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Het verhalen van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst aangegaan. Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro
gevoerd.
Reacties
van
de
wettelijke
overlegpartners
(Waterschap
Scheldestromen,
Veiligheidsregio) worden weergegeven in paragraaf 4.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat de oprichting van een schuur ten behoeve van een bestaande woning geen maatschappelijk draagvlak heeft.
4.3
Procedure
De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
29
BIJLAGEN 1.
Inrichtingsplan Erik van den Bos Architecten, oktober 2021
2.
Beheerplan bostuin Januari 2021
Ruimtelijke onderbouwing- Oude Nieuwlandseweg 3 Nieuwerkerk - 2021
30