RVS Beleidsplan schuldhulpverlening 2022-2025 bijlage 4 beleidsplan met wijzigingen
Tekst van het document
In geval van recidive of een andere weigeringsgrond, kijken we of de betreffende inwoner in contact kan worden gebracht met een van onze ketenpartners, zodat op een andere wijze toch begeleiding wordt geboden en de (multi)problematiek kan worden aangepakt. We streven ernaar de cirkel van schuldhulpverlening rond te maken, zodat er geen inwoners buiten de boot vallen. We zetten in op vroegsignalering en stemmen ons hulpaanbod tijdig af op de situatie van de inwoner. We monitoren het traject en sturen waar nodig tussentijds bij. Ons streven is dat de betreffende inwoner aan het einde van het traject financieel zelfredzaam is. We bieden nazorg die afgestemd is op de individuele behoefte en doen er alles aan om te voorkomen dat een inwoner opnieuw in financiële problemen raakt. Het volledig uitsluiten van inwoners voor schuldhulpverlening, kan negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld hoge maatschappelijke kosten en langduriger gebruik van uitkeringen. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen. 5.2. Gezinnen met minderjarige kinderen Kinderen die opgroeien in een schuldensituatie lopen het risico dat zij zelf daardoor ook gemakkelijker schulden gaan maken. Daarnaast lopen deze kinderen een vergrote kans op uitsluiting. Er is vaak geen financiële ruimte aanwezig voor sport en cultuur of cadeautjes voor kinderfeestjes.
Kinderen moeten niet worden opgezadeld met de gevolgen van de financiële keuzes van de ouders, want jongeren met schulden maken een valse start in het leven. We zijn zeer terughoudend in het weigeren van of beëindigen van schuldhulpverlening aan ouders met minderjarige kinderen. Op individuele basis wordt gekeken welke andere vorm van hulp geboden kan worden in het belang van de kinderen. 5.3. Ontwikkelingen van het ondersteuningsaanbod Met de wijzigingen op het vlak van de Wgs en de Wet inburgering worden duidelijke stappen gezet in de verbetering van het huidige aanbod van ontzorgen en ondersteunen. Deze ontwikkelingen zullen op de korte termijn consequenties gaan hebben voor zowel de rol van de gemeente als de diverse uitvoerende organisaties. De gemeente gaat hierbij meer regie voeren over het gehele proces, terwijl de uitvoerende partijen hun specifieke onderlinge aanbod meer moeten gaan aanpassen aan de verschuiving van schuldhulpverlening naar preventie en vroegsignalering. Hoewel hiermee zeker een hogere mate van efficiency en effectiviteit kan worden bereikt, moeten we ons tevens realiseren dat hiermee nog niet de eindfase van het landelijke actieplan Brede Schuldenaanpak is bereikt.
Voor de verdere verbetering van de (complexere) schuldhulpverlening is door de VNG een kwaliteitskader vastgesteld dat in samenwerking met de NVVK is uitgewerkt en vertaald in een basisnorm voor de uitvoering. De inzet hierbij is gericht op de ontwikkeling van een landelijke methodiek met mogelijkheden tot regionale en lokale invulling. Deze landelijke methodiek wordt het NVVK-arrangement genoemd en wordt gezien als de nieuwe standaard in de wijze waarop schulden in Nederland worden afgehandeld. Het NVVK-arrangement omvat o.a. initiatieven als het Collectief Schuldregelen, de inzet van meer saneringskredieten en het Schuldenknooppunt. Zie bijlage 7.
18
Door een collectieve afhandeling wordt de doorlooptijd van het proces versneld en zijn er minder administratieve handelingen. Dit betekent winst voor de schuldeiser en de schuldhulpverlener. De schuldenaar kan sneller geholpen worden en ervaart daardoor eerder schuldenrust. Door de NVVK worden samenwerkingsafspraken gemaakt met landelijke schuldeisers. Schuldeisers worden gevraagd op gestandaardiseerde wijze verzoeken van schuldhulpverleners af te handelen, in plaats van een geïndividualiseerde beoordeling per klant. Op deze verzoeken staan gegevens als NAW, het klantnummer en eventuele bijzonderheden. Hiermee wordt het saldo opgevraagd bij de schuldeiser. Daarnaast wordt de schuldeisers gevraagd vooraf akkoord te gaan met aangeboden regelingen, waardoor je het schuldregelingsvoorstel niet meer voor akkoord hoeft voor te leggen. De gestandaardiseerde verzoeken en het vooraf akkoord vormen samen de kern van Collectief Schuldregelen. Als voorwaarde voor schuldhulpverleners wordt gesteld dat als schuldregelingsvorm in principe een saneringskrediet wordt ingezet en dat daarnaast budgetbegeleiding wordt geboden aan de schuldenaar zodat betaalverplichtingen worden nagekomen. Door het inzetten van Collectief Schuldregelen verandert er wat methodiek betreft niets in het schuldregeldossier.
Net zoals dat tot nu gebeurt, wordt het dossier afgehandeld met dezelfde afwegingen en berekeningen en dergelijke. Wat wel verandert is dat gegevens digitaal worden uitgewisseld via lijstenwerk of via het Schuldenknooppunt. Er wordt bovendien geen betaalvoorstel meer gestuurd naar de schuldeisers die meedoen aan Collectief Schuldregelen. Als schuldeisers zich aansluiten bij Collectief Schuldregelen stemmen ze in met vooraf akkoord op het betaalvoorstel, tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn om dit vooraf akkoord niet te geven. De verwachting is dat eind 2023 zoveel schuldhulpverleners en schuldeisers zijn aangesloten op het Schuldenknooppunt en dat het werken via lijsten niet langer nodig is. Tot die tijd worden beide werkwijzen naast elkaar gebruikt. 5.4. Implementatie van ontwikkelingen In hoofdstuk 2 van dit beleidsplan is een eerste aanzet gegeven voor het in kaart brengen van de feitelijke situatie rond schuldhulpverlening en armoede in onze gemeente. Hoewel de huidige gegevens nog zeker niet compleet zijn, wordt wel duidelijk dat de lokale situatie op onderdelen afwijkingen vertoont ten opzichte van het landelijke beeld. Momenteel wekt dit vooralsnog de indruk dat de inwoners van SchouwenDuiveland qua zwaarte en complexiteit van de problematiek zich vooral onder het landelijke gemiddelde bevinden.
Vanuit deze optiek is er op dit moment nog geen urgentie om op korte termijn in te zetten op aanhaking op de landelijke aanpak van het Collectief Schuldregelen. Dit standpunt wordt versterkt door het feit dat de NVVK nog volop bezig is om bindende afspraken met schuldeisers te maken. De ambitie is om eind 2021 de 50 meest belangrijke landelijke schuldeisers aangesloten te hebben op Collectief Schuldregelen. Des te meer schuldeisers aansluiten, des te groter het effect. Daarnaast is op dit moment ook nog niet precies bekend in hoeverre grote landelijke schuldeisers een aandeel hebben in de schuldenproblematiek bij inwoners van onze gemeente. De komende periode dient daarom nader inzicht te worden verkregen in de samenstelling van de voorkomende schuldeisers. Indien er sprake is van regionale of lokaal opererende schuldeisers ligt de benadering hiervan onder de verantwoordelijkheid van de schuldhulpverlenende organisatie. Vanuit de NVVK kan hierbij worden geadviseerd over de aanpak om deze schuldeisers te benaderen en aan te sluiten. Om het Collectief Schuldregelen goed te laten functioneren is het van belang dat schuldhulpverleners en schuldeisers op een uniforme wijze berichten en gegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Het Schuldenknooppunt is het beoogde platform hiervoor.
Hiervoor dienen voldoende schuldhulpverleners en schuldeisers deel te nemen om een dergelijk platform adequaat te laten werken. Naar verwachting is een dergelijke mate van deelname pas eind 2023 bereikt. Op lokaal niveau wordt op dit moment slechts beperkt gebruik gemaakt van saneringskredieten. Nu landelijk de inzet van saneringskredieten wordt bevorderd, moet lokaal nader worden onderzocht in hoeverre dit landelijke uitgangspunt aansluit bij de lokale behoefte. Ten aanzien van de saneringskredieten wordt momenteel door de NVVK in samenwerking met andere betrokken partijen gewerkt aan de invulling van een Landelijk Waarborgfonds Saneringskredieten. Met de middelen uit dit fonds kunnen gemeenten de risico’s van saneringskredieten afdekken. Het ministerie van
19
SZW heeft hier inmiddels geld voor vrijgemaakt in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van corona. Gezien het streven om de aanpak via het NVVK-arrangement tot landelijke norm te verheffen, is het van belang dat onze gemeente bij deze werkwijze gaat aanhaken. Het NVVK-arrangement is op diverse onderdelen landelijk nog volop in ontwikkeling zijn. Lokaal willen wij een nadere verdiepingsslag maken in de analyse van de feitelijke situatie rondom schuldenproblematiek en armoede. Wij verwachten dan ook dat concrete stappen op het gebied van aanhaking bij het NVVK-arrangement dan ook pas in de laatste fase van dit beleidsplan tot stand gebracht gaan worden.
20
6. Nazorg Nazorg is onderdeel van het fundament van schuldhulpverlening. Doel: de inwoner zo goed en lang mogelijk schuldenvrij houden en voorkomen dat deze in herhaling valt. 6.1. Het belang van nazorg De schuldhulp in Nederland moet - met het oog op de gewijzigde Wgs - aan een aantal voorwaarden voldoen. Samen met de VNG heeft de NVVK het afgelopen jaar gewerkt aan zogeheten bestuurlijke uitgangspunten. Onderdeel hiervan is de nazorg: de inwoner zo goed en lang mogelijk schuldenvrij houden. Kortom: nazorg hoort bij het fundament van de schuldhulp. Na succesvolle afronding van een schuldhulptraject verdwijnt een inwoner vaak snel uit beeld, blij dat hij niet meer in een afhankelijke positie zit. De module Nazorg – die in ieder geval voorschrijft dat de schuldhulpverlener na een paar maanden nog een keer contact opneemt om te vragen of het nog goed gaat – wordt als summier beschouwd. De roep om versteviging van dit deel van het schuldhulpverleningstraject is steeds luider. Daarbij constateren we ook dat het geen losstaand element is, maar dat goede nazorg bij voorkeur al bij de intake en het opstellen van een plan van aanpak aandacht krijgt met als doel duurzame hulpverlening. 6.2. Voorkomen van herhaling Niet alleen hulpverleners, gemeenten én schuldeisers pleiten voor duurzame schuldhulp. Het is bovenal de inwoner zelf die nooit meer in hetzelfde schuitje terecht wil komen.
Zeker na het afronden van een langdurig en vaak zwaar schuldhulpverleningstraject droomt iedere persoon van een schuldenvrij leven. Maar weten is nog geen doen: de Nederlandse samenleving is complex, financiële zelfredzaamheid ingewikkeld en de verleiding om je hetzelfde te kunnen permitteren als de buren blijft groot. Professionals in de schuldhulp weten hoe hobbelig de weg naar een schuldenvrij leven is en erkennen toenemend het belang van een goede begeleiding tijdens en ná een schuldhulpverleningstraject. We zien in toenemende mate dat ook schuldeisers – zeker in het kader van Collectief Schuldregelen eisen stellen aan duurzame schuldhulp én nazorg. Zij willen best een groot deel van de schuld kwijtschelden, maar willen niet elk jaar dezelfde inwoners terugzien met nieuwe achterstanden. Zij vragen van de schuldhulpverlening dan ook een inspanning om terugval te voorkomen. Bij een dergelijke aanpak is er ook zeker behoefte aan maatwerk. De groeiende groep mensen die met schulden kampt, is enorm divers. Van een inwoner die niet goed kan lezen of kampt met een verslaving, een gezin waar een inkomen is weggevallen door ziekte of een sterfgeval tot de groeiende groep ondernemers die door corona in de problemen zijn gekomen. Goede en passende hulp voor alle inwoners hoort bij hét fundament van de schuldhulp.
Daarbij is het noodzakelijk om ook een eventuele onderliggende oorzaak voor schulden aan te pakken en in de nazorg een laagdrempelig vangnet te blijven bieden mocht het onverhoopt toch weer mis gaan. En tegelijkertijd: iemand die prima zelfredzaam is, maar door pech in de schuldhulpverlening terechtgekomen is, wenst niet betutteld te worden in een budgetcursus. Vanuit eerder landelijk onderzoek is hiervoor onderscheid gemaakt in verschillende klantprofielen, die ieder voor zich een basis vormen voor de invulling van de begeleiding en de nazorg. De mogelijkheden van toepassing van dergelijke profielen bij zowel de begeleiding als de nazorg worden meegenomen in de dienstverlening van de verschillende uitvoerende partijen.
21
7. Financiën In dit hoofdstuk wordt de dekking voor het nieuwe beleid omschreven. De gemeenteraad heeft vanaf 2022 een structureel budget beschikbaar gesteld voor schuldhulpverlening van € 119.342. De totale kosten voor vroegsignalering inclusief kosten inclusief overhead zijn vanaf 2022 structureel geraamd op € 114.800. Dit beleidsplan heeft geen financiële consequenties. Begroting -
preventie vroegsignalering ontzorgen en ondersteunen nazorg nieuwe ontwikkelingen
€ 14.342 € 114.800 € 100.000 € 5.000 n.n.t.b.
In de eerste fase van de uitvoering van dit beleidsplan richten wij ons vooral op de nadere analyse van gegevens en de invulling van instrumenten op het vlak van preventie en vroegsignalering. Naar verwachting gaat deze inzet op termijn zorgen voor een afname van de complexere vormen van schuldhulpverlening. Hierdoor zullen ook de onderlinge rollen van zowel de gemeente als de diverse uitvoerende partijen verschuiven. De wijzigingen binnen dit speelveld worden beschreven in een uitvoeringsplan dat in Q2 van 2023 dient te worden vastgesteld, waarin ook een eventueel gewijzigde begroting wordt opgenomen. Tot de vaststelling van dit uitvoeringplan worden de huidige begrotingsposten gehandhaafd.
22
8. Bijlagen Bijlage 1: planning Actiepunt
Omschrijving
Planning
Rapportage
1.
Analyse gegevens van:
2022
2023 Q1
2023 Q1
• • •
Minimaregelingen Uitvoerende organisaties Analyse specifieke doelgroepen
2.
Evaluatie en analyse vroegsignalering
2022
3.
Inzet gericht op ondernemers: • Voorlichting vroegsignalering en ophalen input van werkgevers • Afbakening SHV en EZ t.b.v. schuldafhandeling zzp’ers
2021 2022
Afstemming SHV, EZ en Arbeidsmarktbeleid t.a.v. de doelgroep werkende armen en ZZP’ers
2023
2023 Q1
Lokale uitvoering en communicatie: • Inventarisatie huidige aanbod en extra inzet op communicatie • Uitvoeringsplan incl. monitoring van interne en externe gegevens, communicatieplan en begroting (op basis van deelopdrachten 1 en 2)
2022
2022 Q2
2023
2023 Q2
5.
Start analyse aansluiting op landelijke systematiek NVVK (lokaal/regionaal)
2023
Q3
6.
Onderzoek naar de mogelijkheden rondom gratis openbaar vervoer op het eiland
2022
4.
23
Bijlage 2: landelijke ontwikkelingen Huishoudens met problematische schulden tellen vaker één of meer thuiswonende kinderen. Op 1 oktober 2020 had 45,3% van de huishoudens met problematische schulden één of meer kinderen. Het duurt vaak enige tijd voordat schulden als problematisch worden gekenmerkt. Ook zijn niet alle schulden in een registratie te vinden, bijvoorbeeld schulden bij familieleden of kennissen. Het kan dus zijn dat huishoudens die door de coronacrisis in de financiële problemen kwamen op het rapportagemoment als zodanig niet zichtbaar waren als geregistreerde problematische schulden. De huishoudens die nieuw instroomden in de problematische schulden in 2019 en 2020 zijn in het dashboard uitgebreid in kaart gebracht. Het aandeel instromers schommelt rond de 1%. Dit wil zeggen dat ongeveer 1% van de huishoudens zonder probleemschulden op een later peilmoment wel geregistreerde problematische schulden heeft. Het gemiddelde aantal instromers per maand is niet afgenomen in 2020 maar juist stabiel gebleven. Met ingang van de coronacrisis vindt er een kleine verschuiving plaats ten aanzien van het soort instromers met geregistreerde problematische schulden. Instromers in 2020, vergeleken met instromers voor 2020, hebben iets vaker een zelfstandige en/of ZZP-er in het huishouden (28% vs. 25% en 18% versus 16%) of iemand met een flexibel contract (35% versus 33%).
Onder instromers komen in alle jaren relatief veel huishoudens voor met een bijstandsuitkering, een laag inkomen, en/of laag vermogen, maar na 1 januari 2020 ligt het aandeel van groepen met deze kenmerken wel een fractie lager (zo’n 2%-punt). Door het CBS is bekeken welke kenmerken samenhangen met instroom in de geregistreerde problematische schulden. Groepen personen of huishoudens met deze kenmerken worden gezien als kwetsbare groepen. Net zoals in eerdere jaren zijn in 2020 gebruikers van een re-integratievoorziening bij de gemeente, ontvangers van uitkeringen, maar ook zelfstandigen, ZZP-ers en flexwerkers in huishoudens met daarnaast een laag inkomen extra kwetsbaar. In 2020 komen ook huishoudens met een combinatie van laag inkomen en kinderen – zowel eenouderhuishoudens als paren met kinderen – als kwetsbare groep naar voren. Verder valt op dat met name zelfstandigen en ZZP-ers onder de 35 jaar, en in mindere mate ook zelfstandigen en ZZP’ers onder de 45 jaar, kwetsbaarder zijn voor probleemschulden dan hogere leeftijdsgroepen. Het aandeel onder instromers in deze groepen neemt ook iets toe in 2020 (8,5% versus 8,2% voor jonge zelfstandigen en 6% versus 5,6% voor jonge ZZP-ers). Daarnaast komen huishoudens met Tozo-ontvangers vaker voor onder instromers vergeleken met niet-instromers (3,9% versus 0,8%).
Voor verschillende life events (gebeurtenissen) is nagegaan of ze hebben plaatsgevonden in de 3 jaar voor instroom in de geregistreerde problematische schulden. Vervolgens is gekeken naar de kans dat personen instromen in de problematische schulden na het optreden van een life event. De resultaten zeggen iets over de mate waarin personen wel en niet instromen na het meemaken van een specifiek life event, maar het is niet bekend of de problematische schulden van personen een direct gevolg zijn van de life events. Voor de life events van werk naar WW of bijstand geldt dat de instroomkans in de problematische schulden hoger is wanneer een persoon of een lid van het huishouden het life event heeft meegemaakt. Bij werk naar bijstand is de instroomkans het hoogst; 5,8% ten opzichte van 0,9% voor een persoon die dit life event niet meemaakt. De instroomkans voor personen met de life events van werk naar bijstand of WW neemt nog verder toe wanneer er geen partner met baan in het huishouden aanwezig is. Voor personen die een diploma hebben behaald (MBO-2 t/m 4, HBO of WO) in de afgelopen 3 jaar ligt de instroomkans juist lager dan voor personen die geen diploma hebben behaald. Dit effect is ook te zien bij personen tussen de 16 en 35 jaar.
24
Bijlage 3: wettelijke maatregelen Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Om invulling te geven aan de actielijnen uit het Actieplan Brede Schuldenaanpak, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een wijziging van de Wgs ingediend om gegevensuitwisseling voor schuldhulpverlening te faciliteren. De wetswijziging faciliteert de uitwisseling van persoonsgegevens op twee onderdelen van schuldhulpverlening, namelijk bij6: a. de gegevensuitwisseling met als doel vroegsignalering van schulden; b. de gegevensuitwisseling voor het besluit over toegang tot en het plan van aanpak voor schuldhulpverlening. Als gevolg van deze wetswijziging moeten gemeenten actief afspraken maken met schuldeisers. Daarnaast is het sinds 2021 mogelijk om gegevens uit te wisselen tussen schuldhulpverleners en schuldeisers, met als doel vroegsignalering van schulden. De gegevens die mogen worden uitgewisseld met als doel vroegsignalering van schulden, zijn opgenomen in het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs). Het gaat hierbij om betalingsachterstanden op de vaste lasten: huur, energie, water en zorgverzekering. Als gemeente geven wij hier met ingang van augustus 2021 invulling aan. In hoofdstuk 4 van dit beleidsplan wordt uiteengezet hoe vroegsignalering binnen onze gemeente is weergegeven.
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet Op 1 januari 2021 is de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking getreden. Met deze wetswijziging is een standaard rekenwijze geïntroduceerd waarbij de beslagvrije voet op basis van broninformatie wordt berekend. Alle gemeenten maken gebruik van dezelfde uniforme rekentool. Met deze nieuwe rekenwijze wordt voorkomen dat de beslagvrije voet te laag wordt vastgesteld. Het gevolg van een te lage beslagvrije voet is dat een inwoner niet meer in zijn/haar levensonderhoud kan voorzien, wat ook effect kan hebben op schulden. Vanaf januari 2021 is er een vernieuwd rekenmodel, waarbij de informatie niet aan de inwoner wordt uitgevraagd, maar geautomatiseerd wordt opgehaald. Tevens is de rol van coördinerend deurwaarder toegevoegd, een vaste beslagvolgorde toegepast en is de afloscapaciteit ten minste 5% van de bijstandsnorm. Hierdoor ontstaat een realistischere beslagvrije voet en het is voor de inwoner minder ingewikkeld omdat zij minder informatie hoeven aan te leveren. Wij voldoen met ingang van 1 januari 2021 als gemeente aan de eisen die deze wet aan ons stelt. Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind Op 1 januari 2021 is de wet in werking getreden die regelt dat gemeenten mogen adviseren bij schuldenbewind. Tot dat moment waren gemeenten niet op de hoogte wanneer de rechter werd verzocht om schuldenbewind uit te spreken.
Hierdoor konden gemeenten onvoldoende regie voeren. Met ingang van 2021 kunnen gemeenten rechters adviseren over de vraag of iemand met problematische schulden hulp moet krijgen van een beschermingsbewindvoerder. Verder biedt het adviesrecht de rechter de mogelijkheid om alternatieve vormen van ondersteuning af te wegen bij de beoordeling van het verzoek tot instelling van schuldenbewind. Schuldenbewind kan alleen voor bepaalde tijd worden ingesteld. Het adviesrecht stelt gemeenten beter in staat invulling te geven aan hun regierol. Hiermee is tegemoetgekomen aan de wens van gemeenten om meer grip te krijgen op de instroom in schuldenbewind. Wij voldoen met ingang van 1 januari 2021 als gemeente aan de eisen die deze wet aan ons stelt. Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein Het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) beoogt gemeenten in staat te stellen om integrale ondersteuning aan hun burgers te kunnen bieden voor de uitvoering van Jeugdwet, Participatiewet, Wmo 2015 en Wgs. De wet geeft gemeenten de taak en bevoegdheid voor een integrale aanpak en coördinatie bij meervoudige of ernstige problematiek. Daarbij regelt de wet ook het juridische kader voor gegevensverwerking bij samenwerking tussen meer dan twee partijen. De beoogde datum voor inwerkingtreding is eind 2022. Als gemeente passen wij deze werkwijze al toe.
Wanneer sprake is van meervoudige of ernstige problematiek, wordt rondom een inwoner een team gecreëerd, waarin alle specialisaties vertegenwoordigd zijn, om zo tot een doeltreffende oplossing te komen voor het probleem. Vanaf het moment dat deze wet in werking treedt, vindt onze werkwijze haar grondslag in de wet. 6 Kamerstukken II (2019-2020), 35 316, nr. 3.
25
Bijlage 4: lokale ontwikkelingen Op basis van onderzoek van het CBS (zie paragraaf 2.2.) zijn ook een aantal lokale cijfers te genereren. Zo zien wij een duidelijke daling van het aantal geregistreerde problematische schulden in SchouwenDuiveland van 6,4% (980 huishoudens) in 2015 tot 5% (780 huishoudens) in oktober 2020. Onze gemeente vertoond hiermee een iets sterkere daling dan het landelijke gemiddelde (van 8,6% in 2015 tot 7,6% in oktober 2020).
Bron: CBS Bij de huishoudens met geregistreerde problematische schulden in oktober 2020 heeft 60,3% wel werk en 39,7% geen werk. Opvallend is dat het percentage werkenden met een schuld groter is dan het percentage werkenden zonder schulden (54,5%). Hoewel het CBS hiervoor geen verklaring biedt, is het aannemelijk dat de samenstelling van de Zeeuwse arbeidsmarkt (o.a. veel seizoensarbeid, dus veel flexibele arbeid) hierin een rol speelt.
Bron: CBS Wanneer we kijken naar de belangrijkste inkomensbron van het geselecteerde huishoudlid met geregistreerde problematische schulden, dan zien we dat op 1 oktober 2020 in 40,4% van de gevallen sprake was van loon als werknemer en in 16,8% van de gevallen van een inkomen als zelfstandige. Deze
26
percentages liggen een fractie hoger dan bij de huishoudens zonder schulden in Schouwen-Duiveland, maar liggen aanzienlijk hoger in vergelijking met het landelijke beeld. Belangrijkste inkomensbron van geselecteerd huishoudlid* per 1 oktober 2020 *Per huishouden is één persoon geselecteerd over wiens persoonskenmerken wordt gerapporteerd. Binnen huishoudens met een instromer is de instromer geselecteerd (of in het geval van meerdere instromers één van de instromers). Loon/ Loon winst Overig als als AO- of Studenten/ zonder werknemer zelfstandige WW Bijstand ziektewet Pensioen scholieren inkomen Met geregistreerde problematische schulden 40,4% 16,8% 1,7% 12,5% 7,6% 13,2% 0% 7,3% Zonder geregistreerde problematische schulden 40,2% 14,7% 0,8% 2,5% 2,7% 37,2% 0,3% 1,7%
Bron: CBS De werkenden met schulden zijn daarbij vooral werkzaam in de volgende sectoren: • Landbouw en nijverheid 11,8% • Zakelijke dienstverlening 7,8% • Handel 6,2% • Horeca 6,0% • Overheid en Zorg 6,0% • Vervoer en opslag 3,0% • Overige bedrijfstakken 2,3% In onderstaande tabel is te zien hoe hoog het besteedbare jaarinkomen was van inwoners met geregistreerde problematische schulden op 1 oktober 2020. Gestandaardiseerd besteedbaar jaarinkomen van het huishouden per 1 oktober 2020 7 € 10.000- € 15.000- € 20.000€ 30.000- € 40.000< € 10.000 € 15.000 € 20.000 € 30.000 € 40.000 € 50.000 Met geregistreerde problematische schulden 4,8% 12,3% 22,2% 32,9% 15,5% 5,2% Zonder geregistreerde problematische schulden 1,4% 3,9% 13% 32,5% 25,8% 12%
€ 50.000€ 75.000
> €75.000
2,5%
0%
7,9%
2,5%
Bron: CBS Wanneer we deze cijfers vergelijken met de cijfers van Plangroep over het jaar 2020, dan kunnen we concluderen dat met name huishoudens met een inkomen beneden modaal zich bij Plangroep melden met problematische schulden. In 2020 had slechts 8% van de aanmeldingen bij Plangroep een inkomen boven modaal. Dit terwijl uit de cijfers van het CBS naar voren komt dat circa 20% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden een inkomen boven modaal had. Deze vergelijking lijkt er op te wijzen dat een gedeelte van deze specifieke groep huishoudens in onze gemeente niet aanklopt voor schuldhulpverlening. De reden hierachter is op dit moment onbekend. Ruim 43% van de huishoudens op Schouwen-Duiveland met geregistreerde problematische schulden betreft een huishouden met 1 of meer thuiswonende kinderen. Dit is vergelijkbaar met het landelijke cijfer. Een thuiswonend kind is een persoon, ongeacht leeftijd of burgerlijke staat, die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders. In tweederde van de gevallen gaat het om een paar met kinderen. In een derde van de gevallen betreft het een eenouderhuishouden. Wanneer we dit 7 Ter verduidelijking een voorbeeld: 4% van onze inwoners zonder problematische schulden, valt in de inkomensgroep € 10.000 - €
15.000. Kijken we naar de groep inwoners die wél problematische schulden heeft, dan blijkt dat 12% daarvan een inkomen heeft van € 10.000 - € 15.000.
27
percentage vergelijken met het percentage aanmeldingen van gezinnen met kinderen bij Plangroep in 2020, dan zien we dat slechts de helft van deze gezinnen zich heeft aangemeld voor schuldhulpverlening door de gemeente. In circa 84% van de huishoudens op Schouwen-Duiveland met geregistreerde problematische schulden had het geselecteerde huishoudlid een Nederlandse achtergrond. Landelijk gezien ligt dit percentage veel lager, namelijk 53,7%. Dit komt doordat het percentage inwoners op Schouwen-Duiveland met een nietNederlandse achtergrond veel lager is dan landelijk gezien. Migratieachtergrond* geselecteerd huishoudlid per 1 oktober 2020 * Er is niet gecorrigeerd voor kenmerken zoals leeftijd en opleidingsniveau. Nederlandse Niet-westerse achtergrond migratieachtergrond Met geregistreerde problematische schulden 83,9% 5,1% Zonder geregistreerde problematische schulden 91,2% 2,2%
Westerse migratieachtergrond 11% 6,5%
Lokaal valt de grootste groep met geregistreerde problematische schulden in de leeftijdscategorie 45-65 jaar. Vergeleken met de landelijke cijfers blijkt duidelijk dat de categorie tot 45 jaar op Schouwen-Duiveland flink ondervertegenwoordigd is, terwijl de categorie boven de 45 jaar een flinke oververtegenwoordiging kent ten opzichte van het landelijke beeld. Deze verschillen zijn grotendeels terug te voeren op de demografische samenstelling van de inwoners van onze gemeente, maar heeft ook te maken met de risicoprofielen van de specieke doelgroepen voor het ontstaan van armoedesituaties (zie ook paragraaf 2.3.6.). Wanneer we de lokale kwetsbare groepen met geregistreerde problematische schulden vergelijken met de landelijke kwetsbare groep, dan valt op dat op 1 oktober 2020 het percentage ZPP-ers dat instroomde in geregistreerde problematische schulden landelijk gezien een stuk lager lag dan lokaal (18,2% versus 23%). In onze gemeente betrof het ZZP-ers boven bijstandsniveau. Het percentage zelfstandigen onder de 35 jaar dat per 1 oktober 2020 instroomde in de geregistreerde problematische schulden, was overigens twee keer zo hoog als landelijk (14% versus 6%). Op dit moment is de verklaring hiervoor onbekend, maar in de aanloop naar het uitvoeringsplan wordt hier onderzoek naar gedaan.
Net voor de coronapandemie – op 1 januari 2020 – was dit percentage lokaal vergelijkbaar met landelijk (18,3% versus 15,9%). Wanneer we deze cijfers vergelijken met de cijfers van Plangroep over het jaar 2020, dan kunnen we concluderen dat met name huishoudens een inkomen beneden modaal zich bij Plangroep melden met problematische schulden. In 2020 had slechts 8% van de aanmeldingen bij Plangroep een inkomen boven modaal. Dit terwijl uit de cijfers van het CBS naar voren komt dat circa 20% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden een inkomen boven modaal had. Vermogen van het huishouden per 1 oktober 2020 €0– € 1.000 <€0 € 1.000 € 10.000 Met geregistreerde problematische schulden 31% 17,5% 14,5% Zonder geregistreerde problematische schulden 9% 3,2% 8,3%
€ 10.000 € 50.000
> € 50.000
Vermogen onbekend
9,5%
23,9%
3,5%
15,3%
63,2%
0,9%
Bron: CBS Ruim 30% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden heeft een negatief vermogen (saldo bezittingen minus schulden). Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. 32% van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden heeft een vermogen heeft een vermogen tussen de € 1.000 en € 10.000. Ruim 43% van de huishoudens op Schouwen-Duiveland met geregistreerde problematische schulden betreft een huishouden met 1 of meer thuiswonende kinderen. Dit is vergelijkbaar met het landelijke cijfer.
28
Een thuiswonend kind is een persoon, ongeacht leeftijd of burgerlijke staat, die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders. In tweederde van de gevallen gaat het om een paar met kinderen. Een derde van de gevallen betreft het een eenouderhuishouden. Wanneer we dit percentage vergelijken met het percentage aanmeldingen van gezinnen met kinderen bij Plangroep in 2020, dan zien we dat slechts de helft van deze gezinnen zich heeft aangemeld voor schuldhulpverlening door de gemeente. Lokaal valt de grootste groep met geregistreerde problematische schulden in de leeftijdscategorie 45-65 jaar. Leeftijd geselecteerd huishoudlid per 1 oktober 2020 16-25 jaar 25-35 jaar 35-45 jaar Met geregistreerde problematische schulden 1,8% 14,2% 18,4% Zonder geregistreerde problematische schulden 1,6% 9,8% 11,5%
45-55 jaar
55-65 jaar
> 65 jaar
25,2%
25,2%
15,2%
16,9%
19,5%
40,6%
29
Bijlage 5: de twaalf kernwaarden
30
Bijlage 6: proces vroegsignalering en monitoring Voor het signaleren wordt gebruik gemaakt van significante indicatoren voor financiële problemen. Deze signalen duiden op het ontstaan van schulden. Het betreft betalingsachterstanden bij woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven. Betalingsachterstanden op primaire voorzieningen (kunnen) leiden tot ingrijpende gevolgen voor de betrokken inwoner. De gevolgen rechtvaardigen dan ook het bieden van outreachende hulp (hulp zonder dat de betrokken inwoner daartoe een verzoek heeft gedaan). Bij vroegsignalering is sprake van een korte interventie: het proces heeft een duidelijk start- en eindpunt en onderscheid hiermee van de reguliere schuldhulpverlening. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft de uitvoering van vroegsignalering als pilotproject belegd bij het team Vroeg Eropaf, dat momenteel in ondergebracht bij Startbloq. Bij dit gemeentelijk onderdeel is al ruime deskundigheid aanwezig met betrekking tot schuldhulp en inburgering. De crediteuren melden elke 25e van de maanden de betalingsachterstand aan in het vroegsignalering systeem. Het betreft betalingsachterstanden tussen de 30-100 dagen. Elke 26e van de maand worden de binnengekomen signalen door een medewerker van het team Vroeg Eropaf bekeken en beoordeeld.
Wanneer het aantal personen op de signaallijst groter is dan het team in die maand kan behandelen, wordt geprioriteerd. Wanneer sprake is van een enkelvoudige melding (1 betalingsachterstand), wordt contact opgenomen met de betrokken inwoner middels telefoon, WhatsApp, email, brief of flyer. Wanneer sprake is van twee of meer achterstanden, dan wordt de inwoner onaangekondigd fysiek/telefonisch benaderd en wordt geprobeerd het gesprek over de betalingsachterstanden tot stand te brengen. Bij weigering, geen gehoor of herhaaldelijk niet thuis wordt een folder achtergelaten. De reden van het niet tot stand komen van het contact wordt vastgelegd in het systeem. Dit gegeven maakt onderdeel uit van de monitoring en evaluatie. Wanneer wel een gesprek tot stand komt, legt de hulpverlener uit wie hij is, wat de reden is en hoe hij aan het signaal over de betalingsachterstanden komt. Hij vraagt toestemming om de financiële positie in kaart te brengen. Indien de inwoner daarmee instemt, wordt bepaald of de betalingsachterstand kan worden opgelost door een quick fix (bijvoorbeeld het aanvragen van bijzondere bijstand, toeslagen, teruggave belastingen of andere regelingen). Tijdens het gesprek wordt de basis gelegd om deze oplossingen te realiseren. Daarnaast wordt afgesproken wanneer de betaling kan worden hervat, zo nodig na ruggenspraak met de crediteur.
Wanneer tijdens het gesprek grotere en/of andere (financiële) problemen worden gesignaleerd, wordt toestemming gevraagd om reguliere (schuld)hulpverlening in te zetten en vindt een ‘warme’ overdracht plaats aan de andere hulpverlener. Een medewerker van het team Vroeg Eropaf legt alle gemaakte afspraken digitaal vast in een gesprekverslag. De betrokken inwoner ontvangt hiervan een afschrift. Als besloten wordt om contact met een inwoner op te nemen stopt de gemeente met het verwerken van nieuwe meldingen, voor een periode van zes maanden. Als de inwoner geen hulp wil, wordt dat zes maanden gerespecteerd. Als er geen contact geweest is omdat deze persoon onbereikbaar was, dan start de gemeente weer met het verwerken van meldingen. Als het resultaat van de interventie vast staat, eindigt het proces vroegsignalering en wordt de gegevensverwerking afgesloten. De zaak wordt op afgesloten gezet in het systeem. Alle op de zaken betrekking hebbende papieren en digitale dossiers en de persoonsgegevens inclusief de gegevens die tijdens het proces zijn verzameld, worden overeenkomstig de daarvoor geldende regelgeving gearchiveerd en tijdig vernietigd. Het doel van de vroegsignalering ligt vooral in het voorkomen van complex(er)e schuldensituaties en hiervan afgeleide sociaal-maatschappelijke problematiek.
Door deze verschuiving van zwaardere naar lichtere vormen van dienstverlening krijgt het team Vroeg Eropaf ook een rol in de doorverwijzing (regie) van de inwoner naar de op dat moment meest geëigende wijze van dienstverlening. Hiervoor is het noodzakelijk dat het precieze aanbod van de diverse uitvoerende instanties (Plangroep, SMWO, Schuldhulpmaatje en anderen) duidelijk in kaart wordt gebracht, afgebakend en kan worden gemonitord, zodat gericht maatwerk kan worden geleverd. Vanuit deze rol is het van belang om een duidelijk verbinding te leggen tussen het team Vroeg Eropaf en de gemeentelijke loketfunctie.
31
Het intakeproces en het proces vroegsignalering zijn ingericht conform de Wgs en het Landelijks Convenant Vroegsignalering. De gegevensuitwisseling geschiedt op basis van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening van 6 juli 2020. Het resultaat van een geslaagde interventie is dat: 1. Er inzicht is in de oorzaken van de achterstand(en) en of er sprake is van problematische schulden; 2. Duidelijk is welke schulden/betalingsachterstanden er zijn (wat zijn de eerste signalen dat het niet goed gaat); 3. Er een plan van aanpak ligt, waarin: a) Er (indien mogelijk) een basis is gelegd voor het herstel van de regelmatige betaling van de vaste lasten; b) Duidelijk is of er ruimte is, en zo ja welke om de achterstand in te lopen, indien er geen sprake is van problematische schulden; c) Duidelijk is of er problematische schulden zijn en of er een aanmelding schulddienstverlening is of wordt gedaan en welke andere dienstverlening binnen schulddienstverlening nodig is; d) Duidelijk is welke andere flankerende hulp nodig is. Tijdens de evaluatie vroegsignalering begin 2023 zal de nadruk liggen op het evalueren van de werkwijze en oplossen van knelpunten. Het college en de raad wordt hierover geïnformeerd.
32
Bijlage 7: NVVK-arrangement Om in vertrouwen met elkaar te kunnen werken waarbij schuldeisers vooraf akkoord kunnen geven zijn er vier voorwaarden gesteld om mee te doen aan Collectief Schuldregelen: 1. Saneringskrediet, tenzij 2. Budgetbegeleiding 3. Werken volgens de NVVK-gedragscode 4. Monitoring Saneringskrediet Er zijn twee vormen van schuldregelingen waarbij de schuld gesaneerd wordt: via bemiddeling of via een saneringskrediet. Bij een saneringskrediet wordt door middel van een krediet (een percentage van) de totale schuldenlast afgekocht tegen finale kwijting. Bij saneringskredieten krijgen schuldeisers eenzelfde deel van de vordering als bij schuldbemiddeling vooraf wordt geprognotiseerd, alleen krijgen ze dit vooraf en niet achteraf. Het restant wordt - net zoals bij schuldbemiddeling - kwijtgescholden en de vordering op de klant komt daarmee te vervallen. De klant heeft vanaf dat moment nog maar één schuld die bovendien aanzienlijk lager is dan zijn vorige schulden. Een groot deel is immers al kwijtgescholden. Vanaf dat moment lost de klant drie jaar lang maandelijks af op deze ene schuld. Tenzij… Soms is een saneringskrediet niet de beste oplossing. Bijvoorbeeld wanneer de verwachting is dat een klant een flinke inkomensstijging tegemoet kan zien. Hierdoor stijgt de afloscapaciteit namelijk.
Daarom wordt bij Collectief Schuldregelen gesproken van een saneringskrediet tenzij. De schuldregelaar werkt volgens de richtlijnen van de NVVK. Wanneer de inschatting is dat schuldbemiddeling beter passend is dan wordt dat de route. De richtlijn is dat schuldhulpverleners toewerken naar het inzetten van saneringskrediet in minimaal 80% van de schuldregelingen. Budgetbegeleiding Bij Collectief Schuldregelen wordt altijd een vorm van budgetbeheer of budgetbegeleiding toegepast. Dit biedt de schuldeiser zekerheid voor het voldoen van lopende en toekomstige betalingen. Met deze waarborg kan vooraf akkoord worden gegeven. Budgetbegeleiding kan in verschillende vormen. Uitgangspunt is dat de vorm en de zwaarte past bij wat de klant wel en niet kan om ervoor te zorgen dat er aan de betalingsverplichtingen kan worden voldaan. NVVK-gedragscode Schuldeisers worden gevraagd vooraf akkoord te gaan. Om dat te kunnen doen, moet de schuldeiser erop kunnen vertrouwen dat het schuldendossier professioneel wordt afgehandeld. Daarom dienen alle deelnemende schuldhulpverleners zich te conformeren aan de gedragscode schuldhulpverlening van de NVVK. De gedragscode bestaat sinds 1979 en wordt breed geaccepteerd als de basis voor schuldregelingen in Nederland. De gedragscode regelt onder meer het 120 dagen model.
Monitoring Het effect van Collectief Schuldregelen kan worden afgemeten aan de doorlooptijd van het schuldendossier. Dit is het moment van saldo opvragen tot het moment dat het krediet wordt uitbetaald. De verwachting is dat de doorlooptijd bij gebruikmaking van Collectief Schuldregelen aanzienlijk korter wordt. Bij de start wordt een nulmeting gedaan (de norm voor de doorlooptijd is 120 dagen). Een half jaar, één jaar en twee jaar na implementatie wordt de schuldhulpverlenende organisatie gevraagd deze meting te herhalen. De versnelling die door Collectief Schuldregelen wordt gerealiseerd levert voor zowel schuldhulpverleners als schuldeisers aanzienlijk tijdsbesparingen in werkzaamheden op, afhankelijk van de wijze waarop processen zijn ingericht. Door de snellere doorlooptijden en het verminderen van het aantal administratieve handelingen kunnen meer mensen geholpen worden. Doordat de procedure van het schuldregelen sneller gaat, hebben klanten sneller perspectief. Hierdoor zullen er minder klanten uitvallen. Door het saneringskrediet is er nog maar 1 schuldeiser over die betaald moet worden en dat geeft de klant overzicht en ruimte om aan (andere) problemen te werken.
33