RVS Beleidsplan schuldhulpverlening 2022-2025 bijlage 3 beleidsplan
Tekst van het document
BELEIDSPLAN SCHULDHULPVERLENING 2022–2025 GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND
Inhoud Samenvatting………………………………………………………………………………………………………... ..3 1. Inleiding……………………………………………………………………………………………………………..4 2. Achtergrond, landelijke ontwikkelingen en lokale ontwikkelingen……………………………………….……5 3. Visie, uitgangspunten en doelen………………………………………………………………………………..11 4. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering ……………………………… …….16 5. Ontzorgen en ondersteunen…………………………………………………………………………….……….18 6. Nazorg……………………………………………………………………………………………………………..21 7. Financiën…………………………………………………………………………………………………………..22 8. Bijlagen…………………………………………………………………………………………………………….23
2
Samenvatting Dit beleidsplan schuldhulpverlening richt zich op drie actielijnen: 1. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering 2. Ontzorgen en ondersteunen 3. Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso In een nader op te stellen uitvoeringsplan worden de uitvoeringsafspraken en bijbehorende werkprocessen opgenomen. Op 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) ingevoerd. Sindsdien is de zorgplicht van gemeenten op het gebied van integrale schuldhulpverlening wettelijk verankerd. Onder deze zorgplicht vallen preventie, vroegsignalering, hulp bij problematische schulden en het verlenen van nazorg. Eens in de 4 jaar dient een nieuw beleidsplan integrale schuldhulpverlening te worden opgesteld. In onze visie heeft ieder zijn eigen verantwoordelijkheid, maar als het niet meer lukt om rond te komen en problemen zelf op te lossen, dan is er een vangnet. Schuldhulpverlening is beschikbaar en toegankelijk voor alle inwoners van de gemeente van 18 jaar en ouder. Schuldhulpverlening is beschikbaar wanneer een inwoner moeilijk kan rondkomen, spanningen ervaart door geldzorgen of niet meer weet hoe hij schulden moet aflossen. De afgelopen jaren was zowel landelijk als lokaal sprake van een gestage afname van schulden.
Met de coronacrisis is echter een periode aangebroken van sociaal economische instabiliteit, waarbij vanuit inkomensperspectief voor zowel werknemers als werkgevers een onduidelijke situatie is ontstaan. Deze ontwikkelingen raken veel bredere geledingen binnen de samenleving dan alleen de traditionele risicogroepen. Ondanks het inmiddels ingezette economische herstel, zijn de sociaal economische gevolgen van de coronapandemie nog niet geheel duidelijk. Mede vanuit dit perspectief, pleiten wij voor een grondige analyse van de feitelijke situatie om te komen tot een gedegen toekomstig beleid. Uit de gegevens waarover wij op dit moment wel beschikken, komt naar voren dat onze lokale doelgroep op het gebied van schuldhulpverlening afwijkt van de landelijke doelgroep. Om meer inzicht te krijgen in de lokale doelgroep die in aanmerking komt voor schuldhulpverlening, gaan wij op korte termijn gegevens analyseren van de inwoners die gebruik maken van onze minimaregelingen. Ook gaan we onderzoeken in hoeverre lokaal sprake is van overlap tussen inwoners met problematische schulden en laaggeletterden. De wijzigingen in de Wgs per 1 januari 2021 bieden ons de mogelijkheid om in te zetten op vroegsignalering. Hierdoor kunnen we als gemeente beter acteren op het ontstaan van betalingsachterstanden bij vaste lasten partners.
Met de inzet van dit instrument verwachten wij gedetailleerder inzicht te krijgen in de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van schulden. Deze ontwikkelingen pleiten ervoor om de inzet op schuldhulpverlening steeds meer te richten op preventie en vroegsignalering en hiermee complexere schuldhulpverlening verder terug te dringen. Deze verschuiving heeft tot gevolg dat de rollen van de gemeente en de diverse uitvoerende ketenpartners onderling zullen verschuiven. We zien hierbij op verschillende aspecten in toenemende mate een rol weggelegd voor werkgevers. De communicatie wie welke rol op zich neemt, is van essentieel belang. Voor de ontwikkeling van dit beleid sluiten wij aan bij de uitgangspunten van de notitie Sturen op Maatschappelijk Resultaat. Daarbij maken wij een verbinding met de drie actielijnen die zijn geschetst in het landelijk actieplan Brede Schuldenaanpak: 1. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering 2. Ontzorgen en ondersteunen 3. Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso Op termijn gaan wij in dit kader beoordelen in hoeverre wij aansluiten bij het zogenaamde NVVKarrangement. Dit arrangement wordt gezien als nieuwe standaard wat betreft de wijze van het afhandelen van schulden in Nederland.
De vertaling naar concrete acties, die uit de geschetste ontwikkelingen volgen, zijn in een planning voor de komende beleidsperiode opgenomen (bijlage 1). Onderdeel hiervan is het lokale uitvoeringsplan, waarin de gewijzigde rollen van gemeente en ketenpartners op het vlak van uitvoering, werkprocessen en monitoring worden beschreven.
3
1. Inleiding Schulden en armoede leiden tot schaamte, stress en depressiviteit. Op langere termijn kunnen schulden leiden tot sociaal isolement. Dit beleidsplan is een open kader dat richting geeft, maar het biedt ook de ruimte om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. Het borduurt voort op het beleidsplan 2017-2020. Aangezien naast schulden vaak ook sprake is van andere problematiek, zetten we in op een integrale aanpak van deze multiproblematiek. 1.1. Gevolgen van schuldensituaties en armoede voor inwoner Mensen met schulden wachten vaak lang voor ze om hulp vragen, gemiddeld 5 jaar. Gemiddeld is de schuld dan opgelopen tot meer dan € 40.000 en zijn er 14 schuldeisers in het geding.1 Hoe langer men wacht met het vragen om hulp, hoe lastiger het wordt om een oplossing te vinden. Armoede en schulden zorgen voor gevoelens van schaamte en chronische stress; dit kan leiden tot onder meer depressiviteit. Door het niet of minder kunnen meedoen aan het maatschappelijke leven (zoals activiteiten, verenigingen en verjaardagen) kunnen gevoelens van eenzaamheid en sociaal isolement ontstaan. Daarnaast ontstaat er een negatief effect op opvoeding en relaties en het vermogen om problemen op te lossen. Ook is bekend dat hoe langer kinderen in armoede leven, hoe groter het risico wordt dat zij als volwassene ook in armoede terechtkomen (wat dan van generatie op generatie doorgaat).
Verder is er bij deze kinderen een verband met een lagere waardering voor hun leven, slechtere schoolprestaties en schaamte voor hun thuissituatie. 1.2. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Gemeenten hebben een zorgplicht op het gebied van schuldhulpverlening. De Wgs schrijft voor dat er een beleidsplan integrale schuldhulpverlening moet worden vastgesteld. De Wgs verplicht gemeenten een beleidsplan vast te stellen voor een periode van maximaal 4 jaar. In dit plan moet in ieder geval worden ingegaan op: a. de resultaten die de gemeente in deze vier jaar wenst te behalen; b. de maatregelen die genomen worden om de kwaliteit te borgen; c. de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan vroegsignalering; e. het maximaal aantal weken dat wordt nagestreefd totdat het eerste gesprek plaatsvindt; f. welke wijze schuldhulpverlening voor gezinnen met minderjarige kinderen wordt vormgegeven. Met dit beleidsplan willen we een open kader schetsen dat richting geeft, maar waarbinnen we ook de mogelijkheid hebben om tussentijds in te spelen op ontwikkelingen die ons de komende jaren te wachten staan, bijvoorbeeld op het gebied van Collectief Schuldregelen, het Schuldenknooppunt en het Saneringskrediet. 1.3.
Maatschappelijk kader De gemeenteraad heeft in het verleden een beleidsplan schuldhulpverlening vastgesteld voor de periode 2017-2020. Deze uitvoeringspraktijk is ongewijzigd voortgezet in 2021. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de wijziging van de Wgs, geven aanleiding tot het opstellen van een nieuw beleidsplan. Tevens wordt middels dit plan uitvoering gegeven aan het actiepunt ‘beleid schuldhulpverlening herijken’ uit de notitie Sturen op Maatschappelijk Resultaat. Dikwijls is sprake van multiproblematiek en is naast schulden ook sprake van verslaving, werkloosheid en/of psychische problemen. De aanpak van deze problematiek vraagt om een meer integrale aanpak dan waarvoor in het vorige beleidsplan is gekozen. De uitvoeringsafspraken met partners en organisaties – wie waar verantwoordelijk voor is en op welke wijze – worden in een nader op te stellen uitvoeringsplan en bijbehorende werkprocessen opgenomen. Binnen het sociaal domein is er in het “voorveld” een belangrijke rol weggelegd voor ketenpartners als het gaat om welzijn en preventie. 1.4. Opbouw beleidsplan/ leeswijzer In de inleiding is omschreven wat de aanleiding is voor dit beleidsplan schuldhulpverlening. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de achtergrond, de landelijke en lokale ontwikkelingen op het gebied van schuldhulpverlening.
In hoofdstuk 3 wordt de strategische visie op het sociale domein van onze gemeente vertaald naar de uitgangspunten en doelen. In de hoofdstukken 4 en 5 wordt ingegaan op preventie, vroegsignalering, ontzorgen en ondersteunen. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven hoe we vorm geven aan nazorg. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 het financiële plaatje uiteengezet. 1 Nibud.
4
2. Achtergrond, landelijke ontwikkelingen en lokale ontwikkelingen Landelijk is het percentage mensen dat te maken heeft met problematische schulden gedaald. Met ingang van de coronacrisis zijn het vaker zelfstandigen/zzp’ers die instromen als schuldenaar, in vergelijking met de periode ervoor. Op basis van het landelijke Actieplan Brede Schuldenaanpak zijn diverse maatregelen genomen en is de wetgeving op diverse punten aangepast. Lokaal hebben we te maken met afwijkende ontwikkelingen, met name op het gebied van demografie en arbeidsmarkt. In de aanloop naar het uitvoeringsplan, gaan we nader onderzoek doen naar het gebruik van de minimaregelingen en maken we een koppeling met de gegevens die gegenereerd gaan worden uit de vroegsignalering. In dit onderzoek nemen wij ook alle andere regelingen mee die gericht zijn op financiële ondersteuning. 2.1. Achtergrond Het ontstaan van schulden kan uiteenlopende oorzaken hebben. Vaak gaat het om een combinatie van factoren: omgeving, gedrag (bewust en onbewust), onverwachte gebeurtenissen en/of persoonsgebonden factoren. 2.2. Landelijke ontwikkelingen In 2020 hebben ruim 78.000 mensen gebruik gemaakt van schuldhulpverlening, vergeleken met ruim 86.000 in het jaar ervoor. Het aantal aanmeldingen is gedaald.
Uit de Monitor schuldhulpverlening gemeenten tijdens de coronacrisis (Divosa/NVVK) weten we dat er een causaal verband is met de coronacrisis en de sociale beperkingen. De gemiddelde schuld in 2020 betrof € 41.985 (2019: € 43.513), verdeeld over 14 schuldeisers (2019: 13). Dit blijkt uit de cijfers in het jaarverslag 2020 van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK). Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft huishoudens met geregistreerde problematische schulden in beeld gebracht over de periode 2015-2020. Hierbij is gebruik gemaakt van registraties over betalingsachterstanden bij de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), BKR, zorgverzekeraars, de WSNP en het Centraal Curatele en Bewind Register (CCBR). Deze informatie is weergegeven in een dashboard genaamd ‘Schuldenproblematiek in beeld’. Aantal huishoudens met schulden (% huishoudens) * 1 oktober 2020 8,8 8,6 8,4 8,2 8 7,8 7,6 7,4 7,2 7 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2020*
Aantal huishoudens met schulden (% huishoudens) * 1 oktober 2020
Bron: CBS Het aandeel particuliere huishoudens in Nederland dat te maken heeft met geregistreerde problematische schulden is in 2019 en 2020 iets gedaald; van 8,3% van de huishoudens op 1 januari 2018 naar 7,6% van de huishoudens op 1 oktober 2020. Ook tijdens de periode 1 januari - 1 oktober 2020, die grotendeels samenviel met de eerste en tweede golf van de coronacrisis, is een lichte daling in het aandeel
5
huishoudens met problematische schulden te zien (7,9% op 1 januari versus 7,6% op 1 oktober 2020). In bijlage 2 zijn alle landelijke ontwikkelingen op het gebied van problematische schulden nader uiteengezet. 2.2.1. Landelijk Actieplan Brede Schuldenaanpak Armoedebestrijding en schuldenaanpak staan de afgelopen jaren prominent op de politieke agenda, zowel landelijk als lokaal. Een grote groep huishoudens worstelt met schulden en daarmee samenhangende stress. Dit besef op landelijk niveau rondom schuldenproblematiek, heeft geleid tot het Actieplan Brede Schuldenaanpak. Op basis van het landelijke Actieplan Brede Schuldenaanpak van medio 2018 is een scala aan maatregelen genomen om het aantal mensen met problematische schulden terug te dringen en mensen met schulden beter te helpen. Het plan richt zich op drie actielijnen: 1. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering 2. Ontzorgen en ondersteunen 3. Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso Wij sluiten als gemeente wat betreft onze ambitie en visie op het gebied van schuldhulpverlening aan bij deze geformuleerde actielijnen. 2.2.2. Wettelijke maatregelen Op basis van het Actieplan Brede Schuldenaanpak is de wetgeving op diverse punten aangepast. Als gemeente geven wij invulling aan deze gewijzigde wetgeving.
Bijlage 3 bevat een opsomming van de wettelijke maatregelen op het gebied van schuldhulpverlening. 2.2.3. Coronacrisis De coronacrisis begon als een gezondheidscrisis, maar transformeerde in zeer korte tijd ook in een crisis op economisch en sociaal vlak. Door de instelling van de diverse elkaar opvolgende steun- en herstelpakketten met hierin ook een breed scala aan specifieke maatregelen (o.a. NOW, TOZO, TONK) werd door het Rijk grootschalig ingezet op het voorkomen van grote economische schade door het zoveel mogelijk voorkomen van faillissementen van bedrijven en een snel oplopende werkloosheid door gedwongen ontslagen. De uitvoering van deze regelingen vond plaats op alle niveaus van de overheid, waaronder ook de gemeenten. De schade die ondanks de inzet van de steun- en herstelpakketten is ontstaan, gaat naar verwachting nog veel langer doorwerken in de samenleving. Het gaat hierbij vooral om de schade toegebracht aan de Nederlandse economie en de sociaal economische positie van individuele inwoners. In de huidige crisis zien wij grote verschillen tussen specifieke bedrijfssectoren en categorieën inwoners. Juist door deze verschillen wordt de structurele kloof tussen arm en rijk nog groter. De branches horeca, recreatie, evenementen en cultuur zijn fors getroffen tijdens deze crisis. De horecaen recreatiebranche vormen een substantieel deel van de Zeeuwse economie.
Hoewel deze branches door de gefaseerde openstelling weer op korte termijn tot bloei kunnen komen, blijft hierbij de vraag in hoeverre zij in staat zullen zijn om de inmiddels opgebouwde schuldenlast tijdens de perioden van sluiting, kunnen verwerken. Ook in de branches die de afgelopen periode juist (veel) meer omzet hebben gerealiseerd, bevindt zich een sluimerend probleem. Juist bij sectoren als de supermarkten, webwinkels en afhaalrestaurants is vaak sprake van de inzet van laagbetaald en flexibel inzetbaar personeel (vakkenvullers, boodschappen-, maaltijd- en pakketbezorgers), waardoor zij zich in een kwetsbare positie bevinden. Deze ontwikkelingen in het bedrijfsleven zorgen ervoor dat de positie van reeds bestaande achterstandsgroepen als langdurig werklozen, mensen met een arbeidsbeperking, chronisch zieken en statushouders nog verder verslechtert. Daarnaast lijken er ‘nieuwe’ achterstandsgroepen te ontstaan, zoals jongeren (o.a. door het wegvallen van stages en bijbaantjes), zzp’ers, mensen met een flexibele arbeidsrelatie en werkende armen. 2.3. Lokale ontwikkelingen In paragraaf 2.2. is op basis van de meest recente gegevens van het CBS een beeld geschetst van de landelijke ontwikkelingen op het vlak van problematische schulden.
Op lokaal niveau is globaal gezien een soortgelijke ontwikkeling te zien, maar zijn er wel degelijk afwijkingen te zien in de achtergronden van de betrokken huishoudens. De belangrijkste verschillen zien we op het gebied van demografie en arbeidsmarkt. Een uitvoerige toelichting op de lokale ontwikkelingen is terug te vinden in bijlage 4.
6
2.3.1. Uitvoering van schuldhulpverlening Met ingang van 2020 ligt de uitvoering van de schuldhulpverlening op Schouwen-Duiveland in handen van Plangroep. Zowel in 2020 als 2021 zijn de coronamaatregelen en de lockdowns van invloed geweest op de uitvoering van de schuldhulpverlening in onze gemeente. In 2020 waren er 68 nieuwe aanmeldingen en een slagingspercentage van 92%. In 19% van de gevallen was sprake van (eenouder)gezinnen met kinderen. In 45% van de aanmeldingen was sprake van een inwoner met een uitkering en 43% ontving loon uit een dienstbetrekking. In 92% van de gevallen was het inkomen onder modaal. Onderstaande cirkeldiagrammen geven meer informatie over de 68 aanmeldingen.
Het slagingspercentage is relatief hoog in vergelijking tot vergelijkbare andere gemeenten in de provincie Zuid-Holland (bron: jaarverslagen 2020 Plangroep). We moeten ons daarbij realiseren dat de dienstverlening door Plangroep slechts een beperkt deel van het totale aantal huishoudens met problematische schulden betreft. Voor een bredere kijk op deze problematiek maken wij wederom gebruik van gegevens van het CBS. 2.3.2. Integrale toegang De gemeentelijke toegang tot maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, werk en inkomen ligt bij het Loket Samenleving en Zorg. Daar vindt vraagverheldering plaats. Als een inwoner om ondersteuning vraagt, verwijzen we naar onze partners in het voorliggende veld of onderzoeken we of een maatwerkvoorziening nodig is. We voeren dit proces van melding tot beschikking of verwijzing binnen het gemeentelijke loket uit. De afgelopen jaren hebben we ervoor gezorgd dat de processen goed zijn ingericht en worden beheerst, dat de teams integraal en oplossingsgericht werken en dat de inwoners zich goed geholpen voelen. In 2022 onderzoeken we of de vraagverheldering verder kan verbeteren door dit samen met verschillende partners in het voorliggende veld en dichter bij de inwoners te organiseren.
Hierbij willen we ook verschillende vormen van ondersteuning toegankelijker en bekender maken, zoals schuldhulpverlening en de mogelijkheden binnen het minimabeleid. 2.3.3. Minimabeleid Op 1 januari 2020 is het minimabeleid herijkt. Medio 2021 heeft de eerste evaluatie plaatsgevonden. Het was tijdens deze evaluatie niet mogelijk om een differentiatie te maken naar de doelgroepen, zoals deze in het Nibud onderzoek zijn benoemd. Daarnaast was het niet mogelijk om uit de gegenereerde gegevens conclusies te trekken. Hierbij speelde met name de invloed van de coronacrisis een rol. Wat wel duidelijk uit deze evaluatie naar voren kwam, was dat 80% van de aanvragers van de regeling Tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 50 jaar of ouder is. In de aanloop naar het uitvoeringsplan, gaan we de kwalitatieve aard van de gegevens nader verfijnen (o.a. leeftijd van de aanvragers en het gebruik van meerdere regelingen door dezelfde personen/huishoudens). Daarnaast gaan we een koppeling maken met de gegevens die gegenereerd gaan worden uit de vroegsignalering. Een andere recente ontwikkeling op dit vlak heeft betrekking op de toenemende inflatie. Hoewel hiervan al eerder sprake was, werd voorzien dat dit vooral een verschijnsel was van tijdelijke aard, dat vooral werd veroorzaakte door de verstoring van de (mondiale) economie door corona.
Inmiddels blijkt dat de inflatie zowel binnen de Eurozone als in Nederland nog steeds stijgt en naar verwachting langer doorzet dan eerder gedacht.2 Zeker gezien het feit dat de stijging ook betrekking heeft op fundamentele behoeften als energie en voedingsmiddelen is dit een factor om rekening mee te houden bij de verdere ontwikkeling van het minimabeleid. 2 CBS.
7
2.3.4. Andere regelingen Indien wij willen komen tot een integraal beleid is het van belang om ook alle andere regelingen gericht op financiële ondersteuning mee te nemen binnen het totaalbeeld. We denken daarbij aan o.a. de regelingen voor bijzondere bijstand, Besluit bijstandsverlening zelfstandigen en de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Daarnaast betrekken we hierbij ook de regelingen voorde jeugd, die worden uitgevoerd door de Stichting Leergeld. Tot slot kijken we ook naar de toegankelijkheid van Bereken uw recht, de instrumenten van het Nibud en het gebruik van de Voedselbank. 2.3.5. Laaggeletterdheid Op basis van het eindrapport van de RUG (2019) ‘Lezen ≠ Begrijpen’ is er landelijk een duidelijk verband gelegd tussen laaggeletterdheid en het ontstaan van financiële problematiek. Uit onderzoek onder de klanten van schuldhulpverleningsorganisaties bleek dat meer dan 50% hiervan de indicatie laaggeletterdheid kregen, terwijl landelijk gezien 18% van de populatie laaggeletterd is. Dit verschil wijst erop dat leesvaardigheidsproblemen veel vaker voorkomen onder mensen met financiële problemen. Het percentage laaggeletterden is in Zeeland relatief hoog. Gezien de samenhang tussen laaggeletterdheid en financiële problemen, is het wenselijk om de aanpak hiervan – met name in preventieve zin – nauw op elkaar af te stemmen.
Vanuit dit oogpunt zoeken wij nadrukkelijk de aansluiting bij het Regioplan Laaggeletterdheid 2020-2024. Op basis van het regioplan wordt nader onderzoek verricht naar de samenhang van laaggeletterdheid en andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein. Op regionaal en lokaal niveau kan daarbij gedacht worden aan nadere afstemming tussen de Taalhuizen, het Scalda en het welzijnswerk (o.a. SMWO 3). In de aanloop naar het uitvoeringsplan, gaan wij onderzoeken hoe wij als gemeente laaggeletterdheid kunnen aanpakken. 2.3.6. Overige terreinen voor samenhang Hoewel iedereen met schulden te maken kan krijgen, lijken bepaalde groepen op dit punt een groter risico te lopen. Zeker in het licht van een verdergaande inzet op de preventie van financiële problematiek is het van belang om dergelijke groepen nader in kaart te brengen. Hoewel de gemeente Schouwen-Duiveland onder het landelijke armoedepercentage blijft, gaan wij uit van de indicaties die het rapport Armoede in kaart (SCP, 2019) op dit punt biedt: • Autochtonen Gezien de bevolkingsopbouw van de gemeente gaat het hierbij naar verwachting met name om de doelgroep 50+. Het relatief hoge aandeel van 45 tot 65+’ers bij de huishoudens met problematische schulden in de cijfers van het CBS (50,4%) en bij de aanmeldingen voor de schuldhulpverlening bij Plangroep in 2020 (47%) vormt hiervoor een duidelijke aanwijzing.
• Westerse migranten Door het relatief hoge aandeel van seizoensgebonden arbeid in de gemeente, is de verwachting dat het hierbij vooral gaat om arbeidsmigranten. 11% van de huishoudens met problematische schulden op Schouwen-Duiveland betreft westerse migranten4 (CBS). Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan het aandeel van 6,6% binnen het totaal aantal inwoners. Deze doelgroep is nauwelijks bekend bij zowel de schuldhulpverlening als andere dienstverlenende organisaties op Schouwen-Duiveland. Gezien de kwetsbaarheid van deze doelgroep is het wenselijk om deze doelgroep beter in beeld te krijgen. Zeker gezien de ontwikkeling om het beleid meer te gaan richten in de richting van preventie en de vroegtijdige onderkenning van zowel financiële als maatschappelijke problematiek. • Niet-westerse migranten Bij deze doelgroep gaat het vooral om statushouders. 5,1% van de huishoudens met problematische schulden op Schouwen-Duiveland betreft niet-westerse migranten (CBS). Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan het aandeel van 3,3% binnen het totaal aantal inwoners. Vanaf 2022 (inwerkingtreding nieuwe Wet inburgering), moeten bijstandsgerechtigde asielstatushouders gedurende de eerste 6 maanden van de inburgering verplicht financieel ontzorgd worden door de gemeente waar zij gehuisvest worden.
Gedurende deze periode worden niet alleen de vaste lasten betaald, maar worden zij gelijktijdig geleerd om financieel zelfstandig te worden. Momenteel ontwikkelt SMWO in samenwerking met VluchtelingenWerk een leergang gericht op het bereiken van financiële zelfredzaamheid voor deze
3 Het postcafé en de Ruilwinkel maken onderdeel uit van SMWO. 4 Westerse migranten zijn mensen uit Europa (excl. Turkije), Noord-Amerika en Oceanië. Niet-westerse migranten betreft mensen uit
Afrika, Latijns-Amerika, Azië en Turkije.
8
doelgroep, waarbij rekening wordt gehouden met de diversiteit in culturele en maatschappelijke achtergronden. Na deze periode van ontzorgen van minimaal 6 maanden worden zij, net als alle andere inwoners, meegenomen in de uitvoering van de vroegsignalering schuldhulpverlening. Door deze aanpak wordt het risico op het ontstaan van financiële problematiek voor deze doelgroep verder voorkomen. Doordat de gemeente in het kader van de nieuwe Wet inburgering een veel grotere verantwoordelijkheid krijgt in het gehele inburgeringsproces, komt deze doelgroep eerder in beeld bij zowel de gemeente als een breder scala aan uitvoeringsorganisaties (o.a. Scalda, VluchtelingenWerk, SMWO en de Zuidhoek). • Gepensioneerden Ruim 27% van de inwoners van de gemeente Schouwen-Duiveland is 65+. Met name de inwoners zonder of met een relatief laag pensioen bovenop hun AOW-uitkering vallen in de risicogroep. Dit geldt zeker indien er sprake is van medische problematiek. In Schouwen-Duiveland geeft circa 44% van de inwoners van 65+ aan dat zij kampen met langdurige ziekte. Wij zien dit onder meer terug in het gebruik van de minimaregeling voor chronisch zieken en gehandicapten (zie paragraaf 2.3.3).
Daarnaast wijzen wij hierbij op de formulering uit de Minima-effectrapportage Schouwen-Duiveland 2018 van het Nibud: “Dus van alle AOW’ers in Schouwen-Duiveland heeft 19,3 % een inkomen tot 150% van de bijstandsnorm. Dit is meer dan van alle AOW’ers van Zeeland. Met andere woorden in SchouwenDuiveland is een hogere concentratie armere AOW’ers.” In dit rapport is ook al aandacht gevraagd voor de doelgroep werkende armen. Van deze doelgroep zijn echter geen spreidingsgegevens opgenomen. Gezien de specifieke arbeidsmarkt van de gemeente is echter aannemelijk dat deze doelgroep relatief groot is (zie paragraaf 2.2.3., 2.3.1. en 2.3.6.). Naast de hierboven beschreven doelgroepen op basis van de gegevens van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dient een verdere verfijning van gegevens over het huidige bereik van deze doelgroepen door de bestaande minimaregelingen gegenereerd te worden. Dit sluit aan op de inzet bij de herijking van het minimabeleid (zie paragraaf 2.3.3.). 2.3.7. De rol van ondernemers In de problematiek speelt het ondernemerschap een rol. Deze kan diverse vormen aannemen. De rol die daarbij het meeste voorkomt is die van de werkgever. Financiële problemen van personeel kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor het functioneren van de werknemer.
Veelal wordt getracht om deze invloed te maskeren en wordt de werkgever hiermee pas geconfronteerd op het moment dat loonbeslag wordt opgelegd. Op de websites van onder meer de Kamer van Koophandel en het Nibud staan een handreiking om signalen van financiële problematiek in een eerdere fase te leren herkennen. Vanuit de gemeente gaan we middels informatiebijeenkomsten inventariseren bij de werkgevers waar zij behoefte aan hebben en welke rol zij voor zichzelf zien weggelegd op het gebied van signalering. Deze informatie nemen wij mee in het uitvoeringsplan. Daarnaast willen we ook handvatten geven hoe zij hulp kunnen bieden. Het komt ook voor dat bestaande werkrelaties tussen werknemer en werkgever (mede) een basis vormen voor dergelijke problematiek. Met name in geval van flexibele arbeid of seizoensgebonden werk, doet het risico van het ontstaan van problematische schulden zich voor. Op Schouwen-Duiveland zijn dergelijke arbeidsvormen relatief veel vertegenwoordigd, aangezien veel inwoners werkzaam zijn in de recreatie en toerisme, horeca en de agrarische sector. De aanpak hiervan ligt buiten de strekking van dit beleidskader en ligt vooral op het terrein van economie en arbeidsmarkt en zal zeker een rol gaan spelen bij de invulling die een nieuw kabinet gaat geven aan de adviezen van de Commissie Borstlap. Daarnaast kunnen bedrijven ook de rol hebben van schuldeiser.
Bij de schuldhulpverlening dient daarbij niet alleen de rol van de schuldenaar, maar ook die van de schuldeiser bij bemiddeling in acht te worden genomen. Landelijk wordt op dit punt steeds meer aandacht gericht op het verkorten van het schuldenproces, zodat beide partijen tot een afronding kunnen komen. Een geëigend middel hierbij is de inzet van saneringskredieten. Momenteel wordt dit middel nog vaak op incidentele basis ingezet. Landelijk is inmiddels een versnelling ingezet om de toepassing van saneringskredieten te integreren binnen het algemene systeem van het Collectief Schuldenregelen, waarbij dergelijke processen nog verder verkort kunnen worden. De laatste rol van bedrijven binnen de problematiek is die, wanneer zij zelf in een schuldensituatie geraken. Zeker in de coronacrisis was dit een veel voorkomende situatie. Ook deze aanpak valt buiten de strekking van dit beleidskader en vormt onderdeel van de beleidsterreinen economie en arbeidsmarkt. Uitzondering hier wordt gevormd door de categorie Zelfstandigen zonder personeel (zzp), die formeel onderdeel uitmaken van de Wgs. Grofweg zijn binnen de zzp’ers twee categorieën te onderscheiden. Dit zijn de zelfgekozen zzp’ers, die bewust hebben gekozen om als zelfstandig ondernemer te functioneren,
9
en de ‘gedwongen’ zzp’ers, die feitelijk als zelfstandige opereren omdat de ondernemer de voorkeur geeft aan deze bijzondere flexibele vorm van een arbeidsrelatie. De zelfgekozen zzp’ers vormen vaak op basis van hun specifieke capaciteiten of vaardigheden een bedrijfsmatige eenheid en genereren hiermee een goed inkomen. Door de coronacrisis zijn binnen bepaalde bedrijfssectoren toch vormen van inkomensverlies ontstaan, waardoor zij in financiële problemen zijn geraakt. De oplossingsrichtingen voor deze categorie ligt vaak in het verlengde van die van het reguliere bedrijfsleven met soortgelijke problematiek. De ‘gedwongen’ zzp’ers zijn veelal ontstaan in de vorige periode van recessie, waarbij reguliere dienstverbanden beëindigd werden en vervangen werden door de inzet van zelfstandig ondernemer. Dergelijke arbeidsconstructies zijn in de praktijk vaak een verkapte vorm van een flexibele arbeidsconstructie, waarbij de prijs van de arbeidsinzet vooral wordt bepaald door de opdrachtgever. Tijdens de coronacrisis zien we dat de bedrijfssectoren waar dergelijke constructies vaak voorkomen (pakketbezorgers, maaltijdbezorgers, boodschappendiensten) een grote toevlucht hebben genomen. De aanpak van deze vorm van flexibele aanpak vormt ook onderdeel van de adviezen van de Commissie Borstlap en zal door een volgend kabinet verder worden uitgewerkt. 2.3.8.
Conclusies op basis van de lokale ontwikkelingen Uit alle ontwikkelingen die in de voorgaande paragrafen zijn geschetst, komen al enkele duidelijke indicaties voor trends op sociaal economisch gebied binnen deze gemeente naar voren. Dit beeld is echter nog niet scherp genoeg om al te kunnen komen tot een integrale sluitende aanpak. Hiervoor dient nog nadere aanvullende informatie gegenereerd te worden. In de aanloop naar het opstellen van het uitvoeringsplan richten wij ons o.a. op: * het verfijnen van de gegevens van de uitvoering door Plangroep; * het nader analyseren en verfijnen van de gegevens omtrent het gebruik van de minimaregelingen, de regelingen voor bijzondere bijstand, Besluit bijstandsverlening zelfstandigen en de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen; * het nader analyseren van laaggeletterdheid onder onze inwoners. Tevens zullen wij onderzoeken met welke hulpmiddelen wij financiële problemen onder laaggeletterden kunnen voorkomen; * het afbakenen van de (aanpak van de) doelgroep zelfstandigen zonder personeel tussen economische zaken en de schuldhulpverlening in het kader van de Wgs; * het genereren van gegevens van vroegsignalering schuldhulpverlening (start augustus 2021). Indien deze gegevens bekend zijn, kan een uitvoeringsplan worden opgesteld.
In dit uitvoeringsplan dienen de verschillende rollen van de gemeente en de diverse uitvoeringsorganisaties (o.a. Plangroep, SMWO, Schuldhulpmaatje) bepaald te worden. De invulling van deze rollen moeten vervolgens duidelijk en begrijpelijk gecommuniceerd worden naar alle bewoners, met bijzondere aandacht voor de specifieke risicogroepen, die momenteel niet in alle gevallen adequaat worden bereikt. Gezien de positie van risicogroepen als werkende armen, ‘gedwongen’ zzp’ers en arbeidsmigranten, is het tevens van belang om nader met werkgevers in overleg te treden. Dergelijk overleg kan plaatsvinden in het verlengde van de informatiebijeenkomsten met werkgevers in het kader van de vroegsignalering.
10
3. Visie, uitgangspunten en doelen In onze visie doet iedereen mee en draagt iedereen zijn steentje bij. De maatschappelijke resultaten zoals geformuleerd in de notitie ‘Sturen op Maatschappelijk Resultaat’ vormen hierbij het uitgangspunt. De gemeente is als regievoerder verantwoordelijk voor het uitzetten van de lijnen. Ons hoofddoel is dat onze inwoners ‘financieel in balans’ zijn. De drie actielijnen uit het landelijk actieplan Brede Schuldenaanpak vormen de subdoelen. Periodiek monitoren we of en in hoeverre de geformuleerde gewenste resultaten worden bereikt. 3.1. Visie Onze visie op de samenleving in één zin: “Iedereen doet mee en draagt een steentje bij.” Inwoners nemen verantwoordelijkheid voor zichzelf, voor elkaar en hun woon- en leefomgeving. Inwoners lossen hun eigen problemen op en als ondersteuning nodig is, dan vragen ze of bieden ze die eerst aan in hun eigen omgeving. Maatschappelijke netwerken voorkomen problemen en zorgen voor een goede signalering zodat problemen snel opgelost kunnen worden. Maatschappelijke organisaties sluiten hun dienstverlening aan op de vraag van hun klanten. Hiervoor werken ze op slimme en nieuwe manieren samen. Ondernemers voelen zich verbonden met de samenleving van Schouwen-Duiveland en vinden sociaal ondernemen vanzelfsprekend. De gemeente weet wat er speelt en biedt ondersteuning alleen daar waar het echt nodig is.
De gemeente geeft het goede voorbeeld en laat los als dat kan. Er wordt ingezet op het voorkomen van (nieuwe) schulden of – wanneer deze er zijn – het in een zo vroeg mogelijk stadium aanpakken van deze schulden. Wanneer het desondanks niet lukt om financieel rond te komen, biedt de gemeente Schouwen-Duiveland schuldhulp aan. Schuldhulpverlening is beschikbaar en toegankelijk voor alle inwoners en ondernemers en is breder dan alleen hulp bij problematische schulden. In de schuldhulpverlening wordt gekeken naar de eigen kracht van de inwoner en het eigen netwerk en er wordt maatwerk geboden waar dit nodig is. Bij het oplossen van de financiële problemen is er ook aandacht voor de oorzaken, die ook op hele andere leefgebieden kunnen liggen, om zo toekomstige schulden te voorkomen. 3.2. Uitgangspunten In 2017 is een notitie geschreven voor de gemeente Schouwen-Duiveland, genaamd ‘Sturen op Maatschappelijk Resultaat’. In deze notitie is aangegeven waar we inhoudelijk naar toe willen binnen het sociaal domein op Schouwen-Duiveland. Hierin zijn 5 maatschappelijke resultaten en 7 operationele doelen genoemd. Het zijn richtinggevende kaders voor de gemeente en samenwerkende ketenpartners. De basis voor de geformuleerde resultaten zijn de 12 kernwaarden die beschreven zijn in de ‘Visie Integraal Dienstverleningsmodel’. Deze kernwaarden zijn opgenomen in bijlage 5.
De maatschappelijke resultaten zijn als volgt geformuleerd: 1. Jongeren groeien gezond en veilig op binnen het eigen gezin en kunnen hun talenten ontwikkelen zodat zij (financieel) zelfredzaam worden. Met de jeugd bouwen we aan de toekomstige samenleving. Minder kinderen groeien op in armoede. Minder jongeren hebben problematische schulden. 2. Inwoners zitten fysiek en mentaal goed in hun vel, zij hebben veerkracht en voelen zich gezond. 3. Inwoners met en zonder een beperking wonen langer zelfstandig thuis in een veilige en toegankelijke omgeving, indien nodig met ondersteuning. 4. Inwoners voelen zich thuis in hun stad of dorp en hebben een sociaal netwerk dat zich kenmerkt door wederkerigheid waardoor ze zoveel mogelijk in staat zijn problemen zelf of binnen het eigen netwerk op te lossen. 5. Inwoners participeren naar vermogen, werken aan hun ontwikkeling en leveren een maatschappelijke bijdrage aan hun omgeving. Wij streven ernaar dat iedereen zoveel mogelijk financieel onafhankelijk wordt. Minder mensen hebben een uitkering. Minder mensen groeien op in armoede. Minder mensen hebben problematische schulden. Resultaat 1 en 5 houden verband met schuldhulpverlening en zijn dan ook richtinggevend voor onderhavig beleid. De gemeente is als regievoerder verantwoordelijk voor het uitzetten van de lijnen.
De gemeente Schouwen-Duiveland bepaalt als beleidsregisseur de kaders en formuleert beleidsdoelstellingen en houdt de uitvoeringsregie. De uitvoering draagt de gemeente waar mogelijk over aan partners. Het is juist van belang de taken en verantwoordelijkheden in het sociaal domein daar te beleggen waar de randvoorwaarden voor een succesvolle invulling het beste zijn en ruimte te geven aan de partijen die hier
11
het beste voor zijn toegerust. De doelen die de gemeente zich stelt, kunnen alleen samen met andere partijen behaald worden, mits deze integraal worden aangepakt. De toegang tot schuldhulpverlening staat open voor iedere inwoner vanaf 18 jaar met (dreigende) financiële problemen. Binnen schuldhulpverlening helpen we niet alleen inwoners mét schulden. We helpen ook mensen met financiële problemen die schulden willen voorkomen. Soms is een advies genoeg, maar soms is er meer ondersteuning nodig. Op dit moment hebben we op basis van de informatie vanuit Plangroep en het dashboard van het CBS een globaal beeld van de doelgroepen. Middels vroegsignalering halen we gedetailleerde kennis op betreffende de problematiek, maar ook de doelgroepen waarbinnen zich de schuldenproblematiek voordoet. In het uitvoeringsplan geven we hier richting aan. Tevens geven we in het uitvoeringsplan aan welke acties nodig zijn voor welke doelgroep. 3.3. Doelen In lijn met de notitie Sturen op Maatschappelijk Resultaat zal de gemeente Schouwen-Duiveland, daar waar mogelijk, problematische schulden zoveel mogelijk zien te voorkomen en zet daarom in op preventie en vroegtijdige signalering. We gaan samen met onze ketenpartners op zoek naar de diepere oorzaak van het probleem en bieden hier hulp voor.
Daarnaast blijven we inzetten op de kenbaarheid van onze gemeentelijke regelingen voor minima en bijstandsgerechtigden. Tevens zetten we in op samenwerking met ketenpartners op het gebied van schuldhulpverlening en armoedebestrijding om uitzicht in het oplossen van financiële problemen te bieden. We pakken de problemen integraal aan door ook te werken aan eventuele onderliggende problematiek. Financiële problemen kunnen een belemmering zijn voor het participeren in de maatschappij. In het rapport ‘Naar een inclusieve samenleving’ van de Rijksoverheid (april 2020) is hierover het volgende opgenomen: “Deelname aan de maatschappij bevordert de gezondheid, geeft structuur aan de dag, biedt sociale contacten, geeft zelfvertrouwen en het gevoel nuttig te zijn. Arbeidsparticipatie stelt mensen in staat om in hun eigen levensonderhoud te voorzien en is de basis voor onze welvaart. Participatie kan bovendien leiden tot binding binnen groepen en bevordert gelijkwaardige relaties tussen groepen. Als grotere groepen mensen stelselmatig minder participeren, gaat dit ten koste van de maatschappelijke samenhang en het functioneren van de democratie. En het leidt ook tot maatschappelijke kosten. Mensen die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, krijgen inkomensondersteuning.
Ongewenste inactiviteit kan het risico op gezondheidsklachten vergroten en is daarmee een determinant van zorggebruik. Armoede en schulden kunnen leiden tot een toename van het gebruik van (jeugd)zorg. Gebrek aan maatschappelijk perspectief kan ook leiden tot een verhoogde kans op crimineel gedrag, met alle gevolgen en kosten die daarmee gepaard gaan. Participatie heeft daarmee vele en sterke externe effecten. De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt ertoe dat een groep mensen, vooral jongeren, laagopgeleiden en mensen met een niet-westerse achtergrond, met veel werk- en inkomensonzekerheid te maken heeft. Zij hebben een grotere kans op armoede. Voor hen is het lastig om een stabiel bestaan op te bouwen en in de volle breedte te participeren.” Schulden staan vaak niet op zichzelf, maar maken deel uit van een bredere problematiek. Het is van belang om niet alleen te focussen op het oplossen of hanteerbaar maken van de schulden. Er dient ook gekeken te worden naar de achtergronden c.q. de oorzaak van de schulden en de eventuele belemmeringen voor het oplossen ervan. Schuldhulpverlening hangt nauw samen met de beleidsterreinen Wmo, Participatiewet, Minimabeleid en Jeugd. Er wordt vaak gesuggereerd dat problematische schulden en gezondheidsproblemen samenhangen.
Uit het onderzoek ‘When financials get tough, life gets rough?’ van het SCP (augustus 2021) blijkt dat financiële problemen negatief samenhangen met de (mentale) gezondheid van mensen. Ggz-kosten stijgen sterker nadat mensen in financiële problemen terechtkomen. Ook neemt de kans op gebruik van ggz en sociale en/of financiële hulpverlening toe. Verder laat de publicatie zien dat mensen met schulden al voordat zij in de schulden kwamen hogere gezondheidszorguitgaven hadden dan mensen zonder schulden. Als mentale problemen ontstaan door schulden, dan heeft beleid dat problematische schulden voorkomt een dubbel effect: minder schuldenproblematiek en lagere zorguitgaven. De gemeente en de ketenpartners zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een integrale aanpak. De gemeente stimuleert het maken van afspraken over de aanpak in geval van multiproblematiek door waar nodig nieuwe samenwerkingsafspraken te initiëren en faciliteren. Ons doel is om escalatie te voorkomen en financiële zelfredzaamheid te bevorderen.
12
In dit beleidsplan staat het integrale beleidsdoel ‘financieel in balans’ centraal. In lijn met het landelijk actieplan Brede Schuldenaanpak willen wij de volgende subdoelen formuleren: 1. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering 2. Ontzorgen en ondersteunen 3. Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso 3.4. Gewenste resultaten Hieronder wordt per subdoel aangegeven hoe we hier als gemeente invulling aan geven en wat dit precies betekent voor onze inwoners, onze gemeentelijke organisatie en ketenpartners. Tevens wordt hierna beschreven wat ervoor nodig is om dit te realiseren. De wijze waarop we dit als gemeente aanpakken wordt omschreven in het uitvoeringsplan. Aangezien we in de aanloop naar het opstellen van het uitvoeringsplan gedetailleerd onderzoek willen laten doen naar de doelgroep, het gebruik van de regelingen en de wijze waarop we deze doelgroep kunnen bereiken, wordt in het uitvoeringsplan nader ingegaan op meetbare doelstellingen en resultaten. Subdoelen 1. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering Preventie is het voorkomen van het ontstaan van (problematische) schulden door van tevoren in actie te komen. Daarnaast kunnen preventiemaatregelen ook worden ingezet om grotere problemen of herhaling te voorkomen.
Het voorkomen van schulden is een samenstel van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop zijn gericht dat onze inwoners, zowel jongeren als ouderen, financieel vaardig worden en blijven, zodat zij hun financiën onder controle hebben. Landelijk rust een taboe op het hebben van schulden. Mensen wachten vaak jaren voordat om hulp wordt gevraagd. Het is onze taak om met behulp van preventieve maatregelen het taboe te doorbreken en de mensen te helpen zodra zij dit nodig hebben. Dankzij de wijziging van de Wgs hebben we als gemeente sinds 1 januari 2021 meer mogelijkheden voor vroegsignalering. Vroegsignalering is het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen. Dat maakt vroegtijdige hulpverlening mogelijk, door gebruik te maken van concrete signalen en outreachende hulpverlening. Op basis van landelijke convenanten worden gegevens uitgewisseld tussen vaste lasten partners en de gemeente. De uitwerking hiervan heeft ook een grote preventieve werking. Inwoners komen (eerder) bij gemeenten in beeld bij betalingsachterstanden. Hierdoor kan in een eerder stadium contact met inwoners worden gelegd. Ons doel is voorkomen dat betalingsachterstanden oplopen tot een problematische schuld door vroegtijdig te signaleren en hulp aan te bieden.
Door direct op te treden met een ondersteuningsaanbod, kan escalatie tot complexe schuldensituaties en langdurige armoede worden voorkomen. Daarnaast willen we middels vroegsignalering de betrokken inwoner helpen bij het herstellen van het betaalritme van de vaste lasten. Naast een financieel rendement levert vroegsignalering ook een maatschappelijk rendement op. Indien schuldenproblemen eerder worden gesignaleerd en aangepakt, biedt dat voor alle betrokkenen een positief resultaat. In de eerste plaats voor de inwoner met schulden, die hierdoor perspectief heeft op een stabiele financiële situatie. Dit geeft ruimte voor andere zaken, zoals werk en/of opvoeding van de kinderen. Voor de crediteur betekent het dat achterstanden minder hoog oplopen en er eerder een oplossing komt. Voor de gemeente betekent het dat inwoners eerder hulp zoeken, waardoor schuldhulptrajecten minder complex zijn en sneller tot een succesvol resultaat leiden. Naast vroegsignalering, willen we de komende jaren pro-actieve voorlichting gaan geven aan werkgevers. Dit doen we door het organiseren van informatiemomenten voor werkgevers waarin wij ze informeren over het herkennen van en omgaan met werknemers met financiële problemen en de wijze waarop zij deze werknemers kunnen doorverwijzen naar schuldhulpverlening.
Uit Nibud-onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat werkgevers behoefte hebben om op deze punten te worden geïnformeerd. Werkgevers spelen een belangrijke rol bij het signaleren. Het duidelijkste signaal dat een werknemer schulden heeft, is loonbeslag. Maar er zijn meer signalen die hierop kunnen wijzen. Bijvoorbeeld de vraag van een werknemer om een voorschot of een lening. Ook een verzoek om meer uren te werken, het lenen van collega’s, diefstal, het bellen met schuldeisers, deurwaarders en incassobureaus tijdens werktijd zijn gerichte signalen. Afgeleide signalen zijn ziekteverzuim, concentratieproblemen en stressgevoeligheid. Subdoel 1 wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.
13
2. Ontzorgen en ondersteunen We zijn als gemeente verplicht om onze inwoners met schulden te helpen. Schuldhulpverlening richt zich op5: a. Een duurzame aanpak van schulden b. Een oplossing voor schulden c. Het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners We besteden als gemeente een deel van de hulpverlening uit aan Plangroep. Inwoners kunnen zich rechtstreeks melden bij Plangroep. De Wgs bepaalt dat de periode tussen aanmelding en het eerste gesprek niet langer mag zijn dan 4 weken en in crisissituaties 3 werkdagen. Voor wat betreft de uitvoering wordt gestreefd naar een kortere periode dan 4 weken om de dienstverlening aan de cliënt te optimaliseren. We willen onze inwoners de komende jaren duidelijker wijzen op het bestaan van gemeentelijke schuldhulpverlening. We gaan er via onze communicatiekanalen duidelijker op wijzen waar inwoners die niet kunnen voldoen aan betalingsverplichtingen of financiële problemen ondervinden meer informatie kunnen vinden. Onze inwoners moeten weten waar ze met financiële problemen terecht kunnen en op welke ondersteuning zij kunnen rekenen. Daarnaast willen we meer bekendheid geven aan onze minimaregelingen. Ten slotte willen we ervoor zorgen dat gemeentelijke regelingen als ook regelingen van het Rijk, stichtingen en lokale initiatieven makkelijker vindbaar zijn. Subdoel 2 wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 5. 3.
Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso Als gemeente willen het bestaansminimum van onze inwoners beter beschermen. De implementatie van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet geeft hier richting aan. Subdoel 3 wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 6. 3.5 Monitoring Door de verschuiving van de inzet van ondersteunen en ontzorgen naar preventie en vroegsignalering, willen wij de complexere schuldhulpverlening verder terugdringen. Met deze verschuiving gaan ook de verschillende rollen van zowel de gemeente als de diverse uitvoerende ketenpartners onderling verschuiven. In de toekomst zal meer worden samengewerkt tussen de verschillende instanties binnen de keten, waarbij het voor kan komen dat een inwoner – ten gevolge van de verdeling van taken en verantwoordelijkheden – van de ene instantie naar de andere dient te worden overgedragen. Naast een duidelijke afbakening van de taken en afspraken rond zo’n overdracht, verdient ook de registratie van gegevens en het kunnen volgen van de ontwikkeling van cliënten onze aandacht. Hoewel de verschillende spelers op dit veld hiervoor dikwijls eigen systemen hanteren, is in het geval van ketensamenwerking behoefte aan onderlinge afstemming en overdraagbaarheid. Hierbij speelt tevens een rol dat de landelijke overheid op dit vlak steeds meer een dwingende rol aanneemt.
We zagen dit al bij de invoering van vroegsignalering, waarbij het Rijk de te hanteren informatiesystemen uitdrukkelijk heeft voorgeschreven. Naar verwachting zet deze ontwikkeling verder door op het gebied van een landelijke norm voor de uitvoering van de schuldhulpverlening (zie ook paragraaf 5.2.). Artikel 2 lid 4 van de Wgs schrijft voor dat in het beleidsplan wordt opgenomen welke maatregelen worden genomen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd. Wij vinden het erg belangrijk dat ons beleidsplan praktisch uitvoerbaar is, dat er korte lijnen zijn met samenwerkingspartners en dat we waar nodig tijdig kunnen bijsturen. In de volgende paragrafen wordt beschreven hoe wij invulling geven aan de kwaliteitsborging. In bijlage 1 is de planning opgenomen en staat aangegeven in welk jaar wij de diverse onderdelen van schuldhulpverlening evalueren. 3.5.1. NVVK De NVVK is de koepelorganisatie van schuldhulpverlenende instanties in Nederland. De NVVK heeft gedragscodes ontwikkeld waarin richtlijnen voor goede schuldhulpverlening opgenomen zijn. De gedragscodes/richtlijnen van de NVVK zijn van toepassing. Door te werken volgens deze gedragscodes is de kwaliteit van de schuldhulpverlening geborgd. 3.5.2. Monitoring vroegsignalering De wijze waarop wij vroegsignalering gaan monitoren, wordt omschreven in bijlage 6.
5 https://vng.nl/artikelen/schuldhulpverlening-gemeenten
14
3.5.3. Werkprocessen Na de implementatie van dit beleidsplan zullen we alle werkprocessen schuldhulpverlening actualiseren en aanpassen op de nieuwe Wgs en de eisen op AVG-gebied. 3.5.4. Vakkundigheid schuldhulpverleners Alle medewerkers schuldhulp zijn ervaren, goed geschoolde medewerkers. Er vindt regelmatig bijscholing plaats, bijvoorbeeld in verband met schuldhulp voor ondernemers of preventie. Naast het actualiseren van kennis is er aandacht voor gespreksvaardigheden die passen bij een stress-sensitieve dienstverlening. Ook is er aandacht voor het (herkennen van) laaggeletterdheid en verstandelijke beperkingen. De plannen van aanpak worden getoetst op basis van het vier-ogen-principe en zijn transparant opgesteld, zodanig dat zij de aanvragers houvast geven om het schuldhulptraject succesvol te doorlopen. 3.5.5. Klachten Als gemeente blijven wij verantwoordelijk voor het behandelen van klachten. Deze worden afgehandeld volgens de gemeentelijke klachtenprocedure. 3.5.6. Privacy Wij zijn als gemeente verplicht om zorgvuldig om te gaan met de privacy van onze inwoners. Persoonsgegevens worden daarom alleen verzameld en verwerkt conform de geldende privacywetgeving, waaronder de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG).
Voor de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens tussen de gemeente en andere organisaties is het altijd noodzakelijk dat hiervoor een wettelijke grondslag bestaat en een gerechtvaardigd doel. De gewijzigde Wgs voorziet hierin. 3.5.7. Voortgangsrapportage aan de raad Dit beleidsplan vormt de basis voor de inrichting van schuldhulpverlening op Schouwen-Duiveland voor de periode 2022-2025. Er wordt jaarlijks aan de raad gerapporteerd over de voortgang van de beleidsvoornemens en relevante ontwikkelingen.
15
4. Problematische schulden voorkomen: preventie en vroegsignalering Door middel van preventie proberen we te voorkomen dat problematische schulden ontstaan. We geven hier op diverse manier invulling aan. In onze visie doet iedereen mee en draagt iedereen zijn steentje bij. De maatschappelijke resultaten zoals geformuleerd in de notitie ‘Sturen op Maatschappelijk Resultaat’ vormen hierbij het uitgangspunt. De gemeente is als regievoerder verantwoordelijk voor het uitzetten van de lijnen. Ons hoofddoel is dat onze inwoners ‘financieel in balans’ zijn. De drie actielijnen uit het landelijk actieplan Brede Schuldenaanpak vormen de subdoelen. Periodiek monitoren we of en in hoeverre de geformuleerde gewenste resultaten worden bereikt. 4.1 Preventie Preventie is het voorkomen van het ontstaan van (problematische) schulden door van tevoren in actie te komen. Preventieve maatregelen kunnen daarnaast worden ingezet om grotere problemen of herhaling te voorkomen. We proberen schulden te voorkomen door een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop gericht zijn de inwoners van Schouwen-Duiveland – jong en oud – financieel vaardig te maken en houden. Ons doel is dat inwoners van Schouwen-Duiveland in staat zijn om op tijd het risico op armoede in hun eigen situatie in te schatten, maar daarnaast ook over de vaardigheden beschikken om daarop te acteren.
Zelfstandig of door het inschakelen van hulp. Hulpverleners zijn toegerust om effectief om te gaan met deze doelgroep. Belangrijke aspecten zijn bewustwording, kennis en vaardigheden. In de eerste plaats bewustwording van de waarde die geld heeft. In de tweede plaats kennis en inzicht in de eigen inkomsten en uitgaven. En in de derde plaats bedreven om verantwoord om te gaan met geld. In het kader van leren omgaan met geld wordt landelijk jaarlijks de ‘Week van het geld’ georganiseerd. De Week van het geld is een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken. Onder het motto ‘jong geleerd is oud gedaan’ wil het platform kinderen en jongeren voorbereiden op financiële redzaamheid in de toekomst. De ‘Week van het geld’ is een belangrijke aanjager voor het structureel stimuleren van financiële vaardigheden van kinderen en jongeren, zowel op school als thuis. In de aanloop naar het schrijven van het uitvoeringsplan gaan we kijken of en zo ja in hoeverre we hier als gemeente actief aan kunnen deelnemen begin 2022. Landelijk rust een taboe op het hebben van schulden. Het is onze taak om met behulp van preventieve maatregelen het taboe te doorbreken en de mensen te helpen zodra zij dit nodig hebben. Al in het voorgaande beleidsplan Schuldhulpverlening 2017-2021 heeft de gemeente de ambitie uitgesproken om meer te willen inzetten op preventie.
Deze rol is met het Ambitiekader Welzijn en Preventie 2019 grotendeels belegd bij SMWO. De activiteiten gericht op ondersteuning van de financiële situatie van inwoners zijn daarbij ondergebracht bij de Sociaal Juridische afdeling van SMWO. Het bereik van deze activiteiten wordt daarbij verbreed in de richting van statushouders bij het ontwikkelen van de leergang voor financiële zelfredzaamheid voor statushouders in het kader van de nieuwe Wet inburgering. Voor uitbreiding van dergelijke activiteiten op de overige risicogroepen, zoals ouderen van 45 tot 65 jaar, gepensioneerden en arbeidsmigranten benoemd in paragraaf 2.3.6 dienen meegenomen te worden in nadere afspraken tussen gemeente en SMWO. Daarnaast speelt SMWO ook een rol in de aanpak van laaggeletterdheid (via o.a. het Taalcafé en het Taalhuis). 4.2. Vroegsignalering Met ingang van augustus 2021 is vroegsignalering een van de manieren waarop wij als gemeente uitvoering geven aan preventie. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat wij verstaan onder vroegsignalering en hoe wij hier uitvoering aan geven. Met behulp van vroegsignalering worden inwoners met betalingsproblemen vroegtijdig in beeld gebracht. Hierdoor is het mogelijk om in een vroeg stadium hulpverlening mogelijk te maken en erger te voorkomen.
Vroegsignalering is van belang zowel voor de betrokken burger, de schuldeiser, de gemeente en heeft een breder maatschappelijk belang. Het belang van de betrokken burger is dat de schuldenproblematiek in een zo vroeg mogelijk stadium wordt aangepakt. Hoe langer dat wordt uitgesteld, hoe hoger de schulden kunnen oplopen, hoe moeilijker het is om oplossingen te vinden en hoe ingrijpender de gevolgen kunnen zijn. Maar vroegsignalering is ook in het belang van de schuldeiser: hoe sneller wordt ingegrepen des te groter is de kans dat de schuld (deels) wordt voldaan. Daarnaast dient vroegsignalering ook een
16
maatschappelijk belang. De maatschappelijke kosten van schulden zijn per slot van rekening hoog: armoede, sociale uitsluiting, huisuitzetting, afsluitingen van gas en licht. Het proces vroegsignalering is nader omschreven in bijlage 6. 4.3. Vroegsignalering door de huisarts Mensen met geldzorgen hebben vaker te maken met een slechtere gezondheid, een ongezondere leefstijl, chronische ziekten en psychische klachten. Zij komen vaker dan gemiddeld bij de huisarts op het spreekuur met klachten waar niet altijd een medische oorzaak aan ten grondslag ligt. Ten gevolge van geldzorgen ervaren mensen vaak perioden van langdurige stress, wat een directe invloed heeft op de fysieke en mentale gezondheid. Armoede, schulden en gezondheid zijn nauw met elkaar verweven. In opdracht van de ministeries van VWS en SZW is in het project ‘Financiën in de spreekkamer’ gewerkt aan de ontwikkeling van een interventiepakket. Het doel van het pakket is huisartsen en praktijkondersteuners te helpen om alerter te zijn op geldzorgen, er vaker over in gesprek te gaan en patiënten adequaat door te verwijzen. Dit om een brug te slaan tussen de huisartsenzorg en de aanpak van schulden. Juist omdat de huisarts misschien de enige vertrouwenspersoon is die mensen zien in de periode waarin zij worstelen met hun schulden, is de huisartsenpraktijk een belangrijke vindplaats van mensen met schulden.
Vroegsignalering van schuldenproblematiek in de huisartsenpraktijk kan eraan bijdragen dat mensen sneller aan de slag gaan met financiële problematiek en schade aan de gezondheid en (extra) belasting van de gezondheidszorg wordt voorkomen. Oftewel: de juiste zorg op de juiste plek. Ook kunnen de huisarts en praktijkondersteuner mensen helpen over de drempel te stappen om hulp te zoeken. In de aanloop naar het schrijven van het uitvoeringsplan onderzoeken wij of wij dit interventiepakket kunnen inzetten in huisartsenpraktijken in onze gemeente. In de wachtkamers van huisartsen op Schouwen-Duiveland willen wij informatiebrochures neerleggen over gemeentelijke schuldhulpverlening.
17
5. Ontzorgen en ondersteunen Ondanks de inzet op preventie en vroegsignalering zullen er altijd mensen zijn die in armoede leven. Deze inwoners willen wij ontzorgen en ondersteunen. Ons doel is dat onze inwoners in staat zijn om voorzieningen aan te vragen waar ze recht op hebben, hetzij zelfstandig hetzij met hulp. Het bestaan van de voorzieningen wordt gecommuniceerd via diverse kanalen. 5.1. Weigeren van schuldhulpverlening Een gemeente kan schuldhulpverlening weigeren als een inwoner al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening. De achterliggende gedachte van de Wgs is echter voor iedere inwoner de schuldhulp ruimhartig en laagdrempelig te organiseren. Het is niet de bedoeling bij voorbaat inwoners uit te sluiten of de toegang te weigeren. Aan iedere weigering moet een gemeentelijke individuele afweging ten grondslag liggen. De voorliggende aanmelding dient eerst individueel en integraal te worden beoordeeld waarbij de persoonlijke omstandigheden van de schuldhulpvrager meewegen. De gemeente beoordeelt of schuldhulpverlening zinvol is voor het vergroten van de kans op participatie. Verder wordt gekeken wat mogelijk is in de toekomst en wordt in mindere mate gekeken naar het verleden. Er kunnen zich situaties voordoen waarin een inwoner de toegang tot schuldhulpverlening wordt geweigerd. Recidive kan een van deze redenen zijn.