RVS Beleid huisvesting tijdelijke werknemers bijlage 2 antwoordnota reacties beleid
Tekst van het document
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
20 mei 2021
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
20 mei 2021
Samenvatting en beoordeling reacties consultatie conceptbeleid huisvesting tijdelijke werknemers. Op 5 januari 2021 heeft het college ingestemd met het conceptbeleid voor huisvesting van tijdelijke werknemers. Voordat hierover besluitvorming door de gemeenteraad plaatsvindt zijn belangenorganisaties, dorpsraden en initiatiefnemers van concrete plannen in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven. Er zijn 7 reacties ontvangen. Deze reacties zijn in deze notitie samengevat en beantwoord. De reacties leiden tot een aantal aanpassingen. Aan het eind is daarnaast nog een ambtshalve wijziging beschreven. 1. Dorpsraad Bruinisse De dorpsraad kan instemmen met het concept behalve waar het gaat om vestiging in bestaande bebouwing. Die kan ook geschikt gemaakt worden voor permanente vestiging (regulier wonen) en daar geven zij gelet op de krapte op de woonmarkt de voorkeur aan. Beantwoording De behoefte aan extra reguliere woningen is binnen de gemeente Schouwen-Duiveland beperkt. Bruinisse is uiteraard nog wel een groeikern, zoals ook aangegeven in de Woonvisie 2018-2027, maar realisatie van grote aantallen woningen is ook daar niet aan de orde. Het conceptbeleid sluit het realiseren van reguliere woningen in bestaande bebouwing niet uit, maar geeft alleen de mogelijkheid om op die locaties ook te kijken naar een functie voor tijdelijke werknemers.
Voor die doelgroep is er ook een duidelijke behoefte aan huisvesting. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het voorgestelde beleid. 2. Dorpsraad Renesse a. De dorpsraad vraagt of er ooit handhavend is opgetreden b. Huisvesting in reguliere woningen (kamerverhuur): aanbevolen wordt om ook een maximum aantal of percentage per straat op te nemen om clustering te voorkomen. Zo wordt overlast beperkt c. Huisvesting in bestaande hotels en pensions: bij recreatiewoningen wordt gesteld dat vermenging conflicterend kan werken. Is dat hier anders? Waarom geen maximum aantal dat in een kern in hotels gehuisvest mag worden? d. Huisvesting in bed&breakfast: waarom geen maximum zoals bij kamerverhuur? Op grond van artikel 28.3.1 van het bestemmingsplan Renesse kan iedereen die aan de voorwaarden voor een B&B voldoet een huis met 5 slaapplaatsen realiseren. Er kunnen zodoende heel veel meer werknemers in een kern gehuisvest worden. e. In 4.10 onder 2 ontbreken de aantallen f. In 4.11 zou het de leesbaarheid ten goede komen als daar al een maximum aantal wordt genoemd. Dit blijkt nu alleen uit de bijlage. Het is de vraag of deze variant gewenst is. Dit zal veel weerstand in een omgeving oproepen en er is geen maximum aantal per kern opgenomen. g. Wat houdt ‘in beginsel’ 50 personen per locatie in? Een maximum of kan het ook hoger zijn. Beantwoording a.
Er zijn inderdaad meerdere handhavingszaken (geweest). Op meerdere adressen is er gecontroleerd en opgetreden naar aanleiding van klachten, maar bijvoorbeeld ook naar aanleiding van het inschrijven van meerdere personen met verschillende achternamen op 1 adres. b. Deze suggestie wordt overgenomen. Er wordt maximaal 1 kamerverhuurpand per ‘postcode 6’ (bijvoorbeeld 1234 AB) toegestaan. Voor bestaande situaties die vergund zijn zal overgangsrecht gelden. c. Het gebruik van hotels en pensions is vaak kortdurender dan bij recreatiewoningen. Er zijn in hotels en pensions ook geen (kook)voorzieningen om deze als volwaardige woonvorm te gebruiken. Van belang is dat een hotel of pension nog steeds als zodanig aangemerkt kan blijven worden. Zakelijke klanten of tijdelijke werknemers kunnen in hotels en pensions niet worden geweerd, de aard van het verblijf (zakelijk of toeristisch) is namelijk niet bepalend voor de vraag of er sprake is van een hotelbedrijf. Het gaat immers om
2
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
20 mei 2021
nachtverblijf dat kortdurend van aard is. Het opnemen van een maximum aantal is om die reden niet mogelijk. Op welk moment gebruik niet meer als hotel/pensionverblijf kan worden aangemerkt hangt sterk af van de omvang van het hotel en de omvang van het verblijf van werknemers voor een langere periode. Belangrijk is dat er sprake is van een gezamenlijk entree, receptie, keuken en dat er personeel aanwezig is ter plaatse. Bij een hotelbedrijf passende voorzieningen zoals roomservice, dagelijkse schoonmaak en beddenopmaak dienen daarnaast in stand te zijn. Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 14 maart 2018 omtrent dit onderwerp (ECLI:NL:RVS:2018:823) De genoemde voorwaarden worden toegevoegd in de beleidsnotitie. d. In het bestemmingsplan Renesse dat wordt aangehaald is in de definities aangegeven dat het om toeristisch verblijf moet gaan. We koppelen zakelijk verblijf in een bed & breakfast aan een vergunningplicht. In de vergunningsvoorwaarden zijn waarborgen opgenomen om ongewenste situaties te voorkomen. Nu er aan reguliere (toeristische) B&B’s geen maximum is gesteld achten wij het niet nodig om dat voor B&B’s voor de zakelijke markt wel te doen. In situaties waar het bestemmingsplan in een B&B zakelijk gebruik nog rechtstreeks toestaat (oudere bestemmingsplannen) kan er overigens op dit moment geen vergunningplicht worden gekoppeld.
Zodra die bestemmingsplannen worden herzien wordt dit aangepast. e. Per abuis zijn de aantallen inderdaad weggevallen. Bij a. moet zijn 1 woning, bij b. 2 woningen en bij c. 3 woningen. f. Onder sub 13 was reeds het aantal (50) genoemd. Dit is echter sterk afhankelijk van de locatie en draagkracht van het gebied. Aan de voorwaarden wordt toegevoegd maximum 1 locatie per kern en in de grote kernen is er sprake van maatwerk. g. Een aantal van 50 personen lijkt redelijk in een wat kleinere kern. In grote kernen, of waar de situatie het toelaat, kan het inderdaad meer zijn. In alle gevallen is er sprake van maatwerk. Conclusie De beleidsnotitie wordt aangepast. Er wordt maximaal 1 kamerverhuurpand per ‘postcode 6’ toegestaan (paragraaf 4.7). Bij de mogelijkheden voor verblijf in een hotel (paragraaf 4.8) wordt toegevoegd dat er sprake moet blijven van een hotel/pensionfunctie en waaruit dat moet blijken. In 4.10 worden onder 2 a, b en c de aantallen opgenomen. In paragraaf 4.11 wordt toegevoegd maximum 1 locatie per kern en voor de grotere kernen maatwerk. 3. Dorpsraad Scharendijke a. De dorpsraad is content met het voorstel. Wel wordt een verbinding van short- naar longstay gemist. Bijvoorbeeld wordt gedacht aan een stappenplan waarin aangegeven wordt waar je terecht kan om van short naar longstay te ‘verhuizen’. b.
Verzocht wordt te heroverwegen om ook starters en studenten mee te nemen binnen de scope. c. Ziet huisvesting in vrijkomende bebouwing eerder als longstay oplossing. Dergelijke leegstand wordt gezien als invlechting voor nieuw ingezetenen. Een aparte conceptnota wordt aanbevolen waarin ook starters en studenten een plaats krijgen. Ziet ook bouw voor ouderen om doorstroming te bevorderen als mogelijkheid. Zou hier graag meer aandacht voor zien. Beantwoording a. De beleidsnota biedt vooral een ruimtelijk kader waarbinnen mogelijkheden worden geboden voor tijdelijke huisvesting. Zodra duidelijk is dat er geen sprake meer is van short- of midstay dient men de reguliere woningmarkt te betreden conform de daarvoor beschikbare reguliere kanalen, bijvoorbeeld via de woningcorporaties. Long stay verblijf betreft regulier wonen en valt niet onder de mogelijkheden zoals genoemd in de beleidsnota. In het kader van de jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporatie Zeeuwland en de beschikbaarheid van huurwoningen is hier echter wel aandacht voor. b. Het samenbrengen van meerdere doelgroepen op een locatie wordt met deze beleidsnota zeker niet uitgesloten. Voor andere doelgroepen geldt wel een andere problematiek, die niet 1 op 1 is in te passen in deze beleidsnota.
In de uitvoering van projecten kan het echter, zoals het voorbeeld van de tiny houses in Renesse, wel zo zijn dat doelgroepen worden samengebracht. Met de woningcorporatie zijn hier ook concrete prestatie-afspraken over
3
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
c.
20 mei 2021
gemaakt, zodat experimenten op dit gebied kunnen worden uitgevoerd. Dit zal vermeld worden in de beleidsnota. De behoefte aan extra reguliere woningen is binnen de gemeente Schouwen-Duiveland beperkt, waardoor het realiseren van grote aantallen nieuwe woningen binnen de kernen niet aan de orde is. Het conceptbeleid sluit het realiseren van reguliere woningen (waaronder ook longstay verblijf) in bestaande bebouwing niet uit, maar geeft alleen de mogelijkheid om op die locaties ook te kijken naar een functie voor tijdelijke werknemers. Voor die doelgroep is er ook een duidelijke behoefte aan huisvesting. In de Woonvisie 2018-2027 is het beleid ten aanzien van reguliere huisvesting voor onder meer starters en ouderen reeds opgenomen. In de motie ‘Versterken vestigingsklimaat voor behoud jongeren’ van november 2020 wordt door de raad ook aandacht gevraagd om bij nieuwe bouwprojecten jongeren actief uit te nodigen om mee te denken, waarbij nadrukkelijk rekening gehouden wordt met hun behoeften. Om dit uit te voeren zal aansluiting worden gezocht bij het jongerenwerk.
d. Conclusie De reactie leidt tot aanpassing van paragraaf 4.1. Hieraan wordt toegevoegd de mogelijkheid tot nieuwbouw in geval van huisvesting voor verschillende doelgroepen. 4. Zeeuwland a. De mogelijkheid om oplossingen zoals de tiny houses in Renesse te realiseren wordt in het stuk gemist. Als onderdeel van de prestatieafspraken is opgenomen het samen werken aan experimenten voor het huisvesten van jongeren en tijdelijke werknemers in tijdelijk verhuurbare huisvesting. b. Van belang is ook te kijken naar de maatregelen die getroffen moeten worden door werkgevers en gemeente om te zorgen dat mensen zich ook welkom voelen. Een goede landing kan ervoor zorgen dat mensen zich ook permanent willen vestigen in de gemeente. Beantwoording a. Terecht wordt opgemerkt dat het uitvoeren van experimenten zoals het project met de tiny houses in Renesse niet is opgenomen in het conceptbeleid. Daarom passen we de beleidsnota op dit punt aan. Voor dergelijke experimenten, waarbij meerdere doelgroepen op één locatie worden gevestigd is altijd maatwerk nodig, waardoor er voor deze huisvestingsmogelijkheid geen specifieke randvoorwaarden aan de voorkant kunnen worden opgenomen. Bij de algemene uitgangspunten in paragraaf 4.1 van de beleidsnota wordt de mogelijkheid voor deze experimenten toegevoegd. b. In dit beleid worden de ruimtelijke kaders benoemd waaronder huisvesting kan plaatsvinden.
Nadrukkelijk is daarin het uitgangspunt dat er sprake moet zijn van kwalitatief goede huisvesting: voldoende ruimte voor iedere werknemer en een goed woon- en leefklimaat. Het bieden van kwalitatief goede huisvesting maakt deel uit van de ‘zachte landing’ en bepaalt mede het ‘welkom’gevoel. Het sociale aspect van de ‘zachte landing’, waaronder ook de mogelijkheden voor participatie in de samenleving, valt buiten de scope van deze beleidsnota. De gemeente heeft een regierol bij de wet Inburgering die op 1 januari 2022 in werking treedt. Het doel is om nieuwkomers zo snel mogelijk te laten meedoen in de Nederlandse samenleving. Hierbij is het van belang om zo vroeg mogelijk te beginnen met activiteiten gericht op integratie en participatie. Conclusie De reactie leidt tot aanpassing van paragraaf 4.1. Hieraan wordt toegevoegd de mogelijkheid tot nieuwbouw in geval van huisvesting voor verschillende doelgroepen. 5. Recron a. Gestimuleerd wordt om jaarrond open te mogen zijn. Verzocht wordt om het gebruik van standplaatsen ook jaarrond toe te staan voor tijdelijke werknemers. b. Waarom zou een omgevingsvergunning nodig zijn voor huisvesting van tijdelijke werknemers op het kampeerterrein? c. In paragraaf 2.3 is aangegeven dat in een huis meerdere werknemers mogen. Waarom minimaal een half jaar? Bij 4.10 wordt wel gesproken over 4 personen.
4
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
20 mei 2021
d. De uitnodiging voor overleg als vertegenwoordiging van de sector is gemist. De behoefte zoals omschreven in paragraaf 3.3. is er voor personeel van de exploitatie maar ook voor de exploitanten zelf. e. Paragraaf .6: standplaatsen zouden het gehele jaar gebruikt mogen worden indien bedrijven jaarrond open zijn. f. 4.6: geen toeristenbelasting is verschuldigd, het kan ook personeel zijn voor het eigen horecabedrijf. Bij exploitatie door derden is het een gevestigd bedrijf op SchouwenDuiveland. Zeker als er voor het verblijf geen kosten in rekening worden gebracht aan het personeel. g. Wat wordt precies bedoeld met huisvesting op niet-permanente standplaatsen. Kwaliteitsverbetering van bedrijven begint bij goed personeel die een comfortabel onderdak aangeboden moet worden. Waarom onderscheid tussen regulier bedrijf en minicamping? h. Aantal is gemaximaliseerd op 3 niet permanente standplaatsen bij meer dan 250 eenheden. Dit staat haaks op de tekst die aangeeft dat medewerkers het liefst een eigen slaapkamer willen. Per meerderheid van eenheden gaat het aantal evenredig mee omhoog, zodat een groot bedrijf geen nadeel ervan heeft dat ze veel eenheden hebben. i. Door de crisis kunnen veel minder personeelsleden veilig geplaatst worden dan normaal in een vaste standplaats.
Gezocht wordt naar andere vormen, men wil hierin graag gezamenlijk optrekken met de gemeente en andere stakeholders (bijv. KHN, TOZ) Dit om ruimte te bieden en jaarrond meer banen te creëren en jongeren aan de recreatiesector te kunnen verbinden. Gedacht wordt aan pilots als tiny houses. Beantwoording a. Inderdaad moet het mogelijk zijn om op kampeerterreinen die feitelijk jaarrond open zijn ook de werknemers jaarrond te huisvesten gedurende de openingsperiode van de camping. Dit wordt aangepast. Paragraaf 4.6 onder 6 wordt gewijzigd. b. Geldende bestemmingsplannen bieden in de meeste gevallen alleen de mogelijkheid om huisvesting van eigen medewerkers van het kampeerterrein rechtstreeks toe te staan. Voor huisvesting van tijdelijke medewerkers van lokaal gevestigde horecabedrijven is geen rechtstreekse mogelijkheid in bestemmingsplannen aanwezig. Om inzicht te verkrijgen in de omvang waarin van een dergelijke mogelijkheid gebruik wordt gemaakt en daarop grip te houden wordt voor deze mogelijkheid gebruik gemaakt van het systeem van tijdelijke omgevingsvergunningen. c. In paragraaf 2.3 is het geldende beleid beschreven, in paragraaf 4.10 is ingegaan op de nieuwe regels die we voor deze categorie stellen. Inderdaad mogen er 4 personen maximaal en is er geen minimum verblijfstijd aan gekoppeld, uitsluitend een maximum verblijfsperiode van 2 jaar. d.
Uit ons dossier blijkt dat er op 17 april 2019 contact is geweest met de voorzitter van uw organisatie. Aan paragraaf 3.3. voegen we toe dat het niet alleen om werknemers gaat, maar ook om huisvesting van de exploitanten zelf. e. Dat klopt, zie ook het antwoord onder a. f. De regeling wordt aangepast naar aanleiding van de opmerking. In 4.6 onder punt 8 wordt toegevoegd dat alleen toeristenbelasting is verschuldigd als het om personen van buiten de gemeente gaat en ook wordt toegevoegd dat medewerkers van de horeca-exploitatie van het eigen bedrijf daartoe behoren. g. Bedoeld wordt dat de huisvesting niet mag plaatsvinden in permanente voorzieningen. Bij nader inzien lijkt dat inderdaad achterhaald door de tijd waarin kwaliteit van huisvesting zeer belangrijk is. Een eigenaar mag de keuze maken om huisvesting in permanente eenheden toe te staan, echter daarvoor worden geen extra standplaatsen beschikbaar gesteld op het kampeerterrein. De huisvesting moet dus binnen de eenheden die beleids- of bestemmingsplanmatig mogelijk zijn worden gefaciliteerd. h. De wens om kwalitatief betere huisvesting te realiseren voor werknemers wordt onderschreven.
Om die reden wordt aan de beleidsnota toegevoegd de mogelijkheid om – in plaats van huisvesting op niet-permanente standplaatsen - binnen het vlak ‘dienstverlening en beheer’ huisvesting te realiseren voor de eigen werknemers of de werknemers/exploitant van de horecafaciliteit van het eigen bedrijf. Deze huisvesting vindt geclusterd plaats in een bestaand gebouw of binnen de bestaande bouwmogelijkheden van het recreatiebedrijf. Voldaan moet worden aan de eisen uit het Bouwbesluit (o.a. brandveiligheid). Een volwaardige
5
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
i.
20 mei 2021
kookgelegenheid is niet toegestaan. Daarvoor is aangesloten bij de mogelijkheden die ook in een Bed & Breakfast worden gegeven. We voegen, mede ook naar aanleiding van een andere reactie, aan het conceptbeleid toe dat het uitvoeren van experimenten waarbij meerdere doelgroepen kunnen worden bediend in de vorm van maatwerk kan worden toegestaan. Voor dergelijke experimenten, waarbij meerdere doelgroepen op één locatie worden gevestigd is altijd maatwerk nodig, waardoor er voor deze huisvestingsmogelijkheid geen specifieke randvoorwaarden aan de voorkant kunnen worden opgenomen. Bij de algemene uitgangspunten in paragraaf 4.1 van de beleidsnota wordt de mogelijkheid voor deze experimenten toegevoegd.
Conclusie Paragraaf 4.6 onder 1, 2, 3, 6 en 8 worden gewijzigd. Paragraaf 3.3 wordt aangevuld. 6. Van Noord (reactie ziet op glastuinbouw) a. 2.1.3: Er is wel sprake van seizoensarbeid met grote fluctuaties in arbeidsbehoefte en de teelt en productie is seizoensgebonden. b. Werkgeversverklaring: tijdelijke huisvesting wordt geregeld voor uitzendkrachten. Een werkgeversverklaring is niet van toepassing. c. Huisvesting wordt voor maximaal 2 jaar toegestaan. De kanttekening wordt gemaakt dat er wel voldoende betaalbare woningen beschikbaar moeten zijn op Schouwen-Duiveland. d. In bijlage 1 is aangegeven dat bij agrarische bedrijven toeristenbelasting wordt ingehouden, terwijl dit gelijk zou moeten zijn aan de huisvesting bij glastuinbouwbedrijven. Beantwoording a. De zinsnede in paragraaf 2.1 onder 3 wordt aangepast. b. In geval een werkgeversverklaring niet rechtstreeks kan worden gegeven kan de uitzendorganisatie wel een verklaring afgeven dat de betrokken persoon op het bedrijf te werk gesteld is, al dan niet tegen een vergoeding. In verband met de handhaving dient duidelijk te zijn wie er aanwezig is, of er een werkrelatie is met het desbetreffende bedrijf en of er een vergoeding tegenover het nachtverblijf staat. c. Permanente huisvesting vindt plaats op de reguliere woningmarkt. De wachttijd na inschrijving bij de woningcorporatie bedraagt momenteel ca. 0,5-1 jaar.
Dit is een acceptabele wachttijd en daar moet tijdig rekening mee worden gehouden. Hoewel er in dat geval niet altijd een keuze is in de exacte vestigingslocatie is er dan wel een woning beschikbaar. Reguliere huisvesting valt buiten de scope van dit beleid. Hiervoor zijn in de Woonvisie de randvoorwaarden en mogelijkheden opgenomen. d. Dit is inderdaad niet correct. Beiden zijn gelijk. Indien er geen enkele vorm van vergoeding tegenover het nachtverblijf staat dan is toeristenbelasting verschuldigd. Conclusie In paragraaf 4.4 en 4.5 is verduidelijkt in dat toeristenbelasting is verschuldigd in beide gevallen. Verder is de tabel in bijlage 1 aangepast. 7. Stadsraad Brouwershaven a. Ziet het voorstel positief, maar merkt tegenstellingen op. Het recent vastgestelde paraplubestemmingsplan gaat huisvesting van meerdere huishoudens in een woning juist tegen. Maar men beseft zicht dat het om tijdelijke situaties gaat. b. Er wordt ‘een beetje van dit en een beetje van dat’ toegestaan. Is het wellicht wenselijk 2 of 3 grote locaties voor huisvesting toe te staan waarbij clustering plaatsvindt? c. Gewaarschuwd wordt voor het ontstaan van ‘polenhotels’. Dit is mogelijk volgens het voorstel en niet wenselijk. Beantwoording a. Dat de vaststelling van het parapluplan tegenstrijdig lijkt met dit beleidsvoorstel kunnen wij ons voorstellen.
Het doel van het parapluplan is te voorkomen dat zich meerdere huishoudens in een woning kunnen vestigen zonder nadere voorwaarden. In meerdere bestemmingsplannen was dit voor de vaststelling van het parapluplan rechtstreeks toegestaan. In het opgestelde beleid worden regels gesteld aan de manier waarop het wel mogelijk is om dergelijke huisvesting toe te staan. Er zijn dan waarborgen aanwezig via een (tijdelijke) vergunning voor
6
Antwoordnota reacties beleid huisvesting tijdelijke werknemers
20 mei 2021
de kwaliteit van de leefomgeving, die er in het verleden niet waren. Deze regels zijn opgenomen in paragraaf 4.7 van het beleid. b. Gekozen is om de verschillende bestaande vormen van huisvesting te faciliteren onder voorwaarden. Door enerzijds huisvestingsmogelijkheden te bieden bij bedrijven waar ook het werk plaatsvindt en anderzijds in de kernen verspreid mogelijkheden te bieden is er sprake van een spreiding. Daarbij is integratie in de samenleving op het eiland eenvoudiger te realiseren dan wanneer grootschalige locaties worden gerealiseerd. Kleinschalige voorzieningen kunnen aantrekkelijker zijn voor de medewerkers en de kans op permanente vestiging vergroten. c. Ten aanzien van hotels passen we de regeling iets aan. In paragraaf 4.8 vindt een toevoeging plaats. Belangrijk bij hotels is dat er sprake is van een gezamenlijk entree, receptie, keuken en dat er personeel aanwezig is ter plaatse. Bij een hotelbedrijf passende voorzieningen zoals roomservice, dagelijkse schoonmaak en beddenopmaak dienen daarnaast in stand te zijn. Verder biedt paragraaf 4.11 (huisvesting in vrijkomende bebouwing) voldoende waarborgen om kwalitatief goede huisvesting tot stand te brengen. Conclusie Paragraaf 4.8 wordt aangevuld. Ambtshalve wijziging: In paragraaf 4.4 was per abuis de voorwaarde in verband met beheer en toezicht bij huisvesting op agrarische bedrijven niet opgenomen.
Dit is alsnog gedaan conform de regeling in paragraaf 4.5. Daarnaast is op enkele plaatsen de tekst verduidelijkt.
7