RVS Belastingverordeningen Bijlage 5c. Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023
Tekst van het document
Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023 Geldend vanaf 01-01-2023 Gelet op: Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023; Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Schouwen-Duiveland 2023; de Regels voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning Schouwen-Duiveland 2023; artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2022; De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland. Besluit: Vast te stellen de: Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023
AFDELING I: DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b.
motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
c.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
d.
houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;
e.
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
f.
centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Schouwen-Duiveland een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon, RFID-kaart (kaart met technologie op gebied van Radio Frequency Indentification) of een ander communicatiemiddel;
g.
belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die: 1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
h. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;
i.
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
j.
ontheffing: Een door het college verleende ontheffing op basis van RVV1990, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren buiten reguliere parkeerplaatsen of een object te plaatsen op reguliere parkeerplaatsen, zonder daarbij de toegankelijkheid van de openbare ruimte te belemmeren;
k.
jaar: een kalenderjaar;
l.
mantelzorger: iemand die vrijwillig, onbetaald en vaak langdurige zorg geeft aan hulpbehoevende, bijvoorbeeld aan een partner, ouder, vriend, kennis of kind;
m. gehandicaptenparkeerkaart: een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart van 2 juli 2001 (nummer CDJZ/WBI/2001-829, Staatscourant 130);
AFDELING II: PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGSBEWIJZEN Artikel 2. Aanwijzen en plaatsen tijdstippen 1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten of gebieden aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid. 2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan. 3. Indien het verkeersbelang of andere dringende omstandigheden zulks noodzakelijk maken, is het college bevoegd tijdelijke, van in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten, afwijkende maatregelen te treffen. Artikel 3. De vergunningverlening Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op een belanghebbendenplaats en/of parkeerapparatuur plaatsen. Artikel 4. Soorten vergunningen 1. Bewonersvergunning: een vergunning voor een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. 2.
Bezoekersvergunning: een vergunning voor een bewoner van een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn bezoekers. 3. Ondernemersvergunning: een vergunning voor een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent en gevestigd is in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van bezoekers. 4. Servicevergunning: een vergunning voor een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent en gevestigd is buiten een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren. 5. Parkeervignet: een vignet, aan te vragen door personen die als ingezetene in de gemeentelijke Basisregistratie Personen (BRP) zijn in geschreven en waarvan er per huishouden twee worden verstrekt. Het vignet is gekoppeld aan maximaal één kenteken, welke recht geeft om te parkeren op die plaatsen waar parkeerbelasting wordt geheven op basis van deze verordening. Lokaal kunnen op dit recht restricties bestaan om parkeerregulering mogelijk te maken.
6. Mantelzorgvergunning: een vergunning voor een bewoner van een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn mantelzorger. 7. Eerstelijnszorgvergunning: een vergunning voor een natuurlijke persoon die in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, in de uitoefening van zijn of haar beroep regelmatig werkzaamheden verricht op het gebied van eerstelijns medische dienstverlening, met dien verstande dat de vergunning slechts geldt gedurende de uitvoering van de werkzaamheden. 8. Doelgroepenvergunning: een vergunning voor personen en/of ondernemingen die door het college als belanghebbenden zijn aangemerkt voor het gebruik van een gebied waar belanghebbendeplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur aanwezig is. Artikel 5. Beperkingen aan vergunningverlening 1. Het college kan nadere regels stellen omtrent het maximum aantal vergunningen dat kan worden verleend en omtrent de vergunningengebied of de vergunningengebieden waarvoor de vergunning geldig is. 2. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in artikel 4 genoemde vereisten. 3.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied, per categorie of per adres vaststellen en voorschriften over wachtlijsten geven. 4. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 5. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 6. Afgegeven vergunningen, met uitzondering van de parkeervergunning gehandicapten, zijn niet geldig op specifieke aangewezen kort parkeerplaatsen (Parkeerschijfzone). Artikel 6. Afhandelingstermijn vergunningaanvraag 1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel 7. Geldigheid vergunningen 1. Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend. 2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a.
de periode waarvoor de vergunning geldt;
b.
het gebied, weg of weggedeelte waarvoor de vergunning geldt;
c.
de naam van de vergunninghouder, de naam van het bedrijf of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt de naam van de vergunninghouder, de naam van het bedrijf of het kenteken van het motorvoertuig niet vermeld op een vergunning als bedoeld in artikel 4 lid 2 (bezoekersvergunning). 4. Afwijkingen op de bepalingen in lid 2 en 3 geldt op vergunningen na registratie van het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt gebruikt in de centrale computer. 5. Een parkeervergunning gehandicapten is alleen geldig na registratie van het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt gebruikt in de centrale computer en in combinatie met een geldige gehandicaptenparkeerkaart, die tijdens het parkeren duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig ligt waarmee wordt geparkeerd. Artikel 8. Intrekken en wijzigen vergunningen 1. Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b.
wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;
c.
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
d.
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
e.
wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
f.
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
g.
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
h. om redenen van openbaar belang; i.
wanneer wijzigingen optreden voor een vergunninghouder door een besluit van het college krachtens artikel 5 lid 3 van deze parkeerverordening;
j.
wanneer het college om een andere reden dan in dit artikel genoemde bepalen een besluit neemt om een vergunning in te trekken.
2. De vergunninghouder wordt van het besluit tot intrekking of wijziging in kennis gesteld.
AFDELING III: VERBODSBEPALINGEN Artikel 9. Verbodsbepaling anders dan motorvoertuigen 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan: a.
op een parkeerapparatuurplaats;
b.
op een belanghebbendenplaats.
2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Artikel 10. Verbodsbepaling op parkeerplaatsen met betaald parkeren
1. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. 2. Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijd waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan: a.
een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld;
b.
een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken.
3. Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet indien aan de eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het parkeren op de betreffende categorie parkeerapparatuurplaatsen en indien voorts het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning, tenzij een elektronische vergunning is verleend en niet wordt gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel. Artikel 11. Verbodsbepaling vergunninghoudersparkeerplaatsen 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder vergunning; b.
zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning tenzij de vergunning elektronisch is verleend;
c.
in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. 3. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een ontheffing. 4. Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing.
AFDELING IV: STRAFBEPALING Artikel 12. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.
AFDELING V: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 13. Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast de door het college aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het wetboek strafvordering. Artikel 14. Naam besluit Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023.
Artikel 15. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023; 2. Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010. 3. Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening Schouwen-Duiveland 2010 worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. Ondertekening Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn vergadering van 22 december 2022,
P.M.W. Goossens-Smits Griffier
J. Chr. van der Hoek Voorzitter