CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Behandeling zienswijzen omgevingsvergunning Noordstraat 31-39 te Burgh-Haamstede bijlage zienswijzen

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Behandeling zienswijzen omgevingsvergunning Noordstraat 31-39 te Burgh-Haamstede (577990)4.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoordnotitie Noordstraat 31-39 te Burgh-Haamstede

Vanwege toepassing van een afwijking van het bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3º Wabo is sprake van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure en is het plan voor zienswijzen ter inzage gelegd. Er zijn in totaal 5 zienswijzen ingediend. Deze zijn binnen de termijn ingediend en ontvankelijk.

Zienswijze 1 (= groep van 40 bewoners Burgh-Haamstede) Inhoud van de zienswijze 1. Indieners van de zienswijze zijn van oordeel dat in het Gat van de Noordstraat uitsluitend bebouwing dient plaats te vinden in overeenstemming met bestemming “Centrum” (geen recreatie, dus geen hotelsuites), conform de conserverende werking van het vigerende bestemmingsplan als vastgesteld op 28 april 2016. 2. Het nu voorliggende plan voldoet niet aan het afweegkader art. 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo en Awb (zorgvuldige belangenafweging): Er wordt ten onrechte zo voorgesteld dat alleen de bouwondernemer recht heeft op een betrouwbare overheid, terwijl ook de burger daar recht op heeft en mocht aannemen dat de conserverende werking van het bestemmingsplan niet al binnen een maand zou worden geschonden door een buitenplanse ontwikkeling (onzorgvuldige belangenafweging). Ten onrechte wordt voor de ruimtelijke onderbouwing de ‘dorpsvisie” aangehaald en als motivering gebruikt voor een buitenplanse ontwikkeling, terwijl de dorpsvisie juist uitging en gaat van een binnenplanse ontwikkeling op basis van de functie/bestemming “centrum”. De ambitie in de dorpsvisie was en is om het centrum van Haamstede (Noordstraat en Ring) een kwaliteitsimpuls te geven.

In het ontwerp is de keuze gemaakt om het accent te leggen op winkelen en verblijven (een autoluwe straat met overwegend winkels, horeca en terrasjes, qua sfeer wordt gerefereerd aan een groene omgeving, authentiek, allure, zoals bv. Veere). 3. Er valt veel over het voorliggende ontwerp te zeggen, maar de uitstraling van Veere heeft het niet bepaald. De massieve gevel torent uit boven de buurpanden en de panden aan de overzijde Noordstraat. Met de ‘parcellering’ in de gevels wordt getracht de massaliteit en met name de hoogte te verbloemen. Over de volle breedte van de invulling is de hoogte minimaal één verdieping hoger dan naastgelegen of tegenoverliggende panden. De bebouwing in Haamstede is divers van karakter. Verschillen in bouwhoogte, nokrichting, bouwjaar en -stijl, functie en gevelindeling zorgen voor veel variatie. Toch is er ook een sterke samenhang. Bindende factoren zijn gebruik van roodbruine bakstenen of grijs of wit stucwerk, rode of zwarte dakpannen, witte gevellijsten en witgeschilderd houtwerk. Dankzij de afwisseling in geveltypes en nokrichting ontstaat een prettig ritme in het gevelbeeld. Afwijkingen vallen direct op en hebben een negatieve invloed op het algemene beeld van de dorpskern. 4.

De Noordstraat zit niet te wachten op de “levendigheid” van 17 investeerders in een beleggingsobject in de vorm van een verhuurbare hotelsuite, die als enige in het centrum Haamstede beschikken over een particuliere parkeerplaats. Binnen de centrumfunctie van het bestemmingsplan is een heleboel mogelijk, een twintigtal appartementen rond een binnentuin voor 1- en 2-

persoonshuishoudens met aan de straatkant winkeltjes, pop-up-stores van het Living Lab Retail, ateliers van creatief ontwerpers, galerietjes etc. De binnen het project Beeldkwaliteits- en Stedenbouwkundig plan uit te voeren bebouwingsstudie voor de hele westrand van de Noordstraat moet uitmaken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. 5. Het karakteristieke karakter van de bebouwing aan de Dorpsas dient behouden te blijven en daar waar mogelijk versterkt te worden. Aanpassingen en toevoegingen van bebouwing aan de Dorpsas, moeten ontwikkeld worden passend bij de karakteristieke bebouwingsvorm van het betreffende deel Dorpsas, dus ook in de Noordstraat. Hiervoor dient nieuw (welstand-) beleid opgesteld te worden. In de projectgroep Beeldkwaliteits- en Stedenbouwkundig plan is dan ook unaniem het voorstel aangenomen een integrale “bebouwingsstudie” uit te voeren voor de hele “Westwand” van de Noordstraat, van de Kloosterweg tot aan de Ring. Omdat alleen dan de mogelijkheden en onmogelijkheden in beeld kunnen worden gebracht. Een voortijdige besluitvorming over het Gat van de Noordstraat is dan ook een uitholling van het mandaat van het project. Het kan niet zo zijn dat er straks wordt gebouwd, terwijl een beeldkwaliteitsplan wordt ontwikkeld dat echt een volstrekt andere richting opgaat, de richting van de visie……..authentiek, kleinschalig, dorps karakter…..enz.

(verklaring dorpsraad 22 juni 2020).

Beantwoording zienswijze 1 1. Het is niet relevant of er na recente vaststelling van een bestemmingsplan vervolgens spoedig een principeverzoek (of een aanvraag omgevingsvergunning) wordt ingediend dat niet binnen het bestemmingsplan past. Er kan ten allen tijde van het bestemmingsplan worden afgeweken. Er wordt namelijk in het principeverzoek of bij de aanvraag omgevingsvergunning getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, of het plan voldoet aan het beleid en onder welke voorwaarden er medewerking kan worden verleend. In dit geval blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2. Uit het digitale archief blijkt dat er principeverzoeken zijn uit november 2014 en februari 2017. Die verzoeken hadden beide betrekking op een aparthotel met commerciële ruimtes in de plint. De uitkomst van een principeverzoek is slechts 2 jaar geldig en als er binnen die tijd geen aanvraag is ingediend, dan vervalt de uitkomst. Op het principeverzoek uit 2014 heeft het college in februari 2015 een positief besluit genomen en op het principeverzoek uit 2017 in mei 2017.

In de uitkomst van beide principeverzoeken heeft het college destijds dus een positief besluit genomen en geadviseerd een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen en middels een goede ruimtelijke onderbouwing (de procedure is een buitenplanse afwijking ex artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo) aan te tonen dat het plan uitvoerbaar is. De uitkomst van het principeverzoek van 2017 heeft geleid tot het ingediende bouwplan in november 2018. Ofwel, ruim binnen de 2 jaar. De (voorlopige) mening van een projectgroep die anno 2022 een beeldkwaliteitsplan opstelt, betekent nog geen besluit en dus ook geen toetsingskader. En zeker niet op het moment dat het plan werd ingediend. Aan diezelfde projectgroep is bovendien diverse malen kenbaar gemaakt dat de ontwikkeling van deze locatie geen deel uitmaakt van de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan, nu er sprake is van een ‘lopend project’. De dorpsvisie wil levendigheid in de vorm van onder meer horeca. Een aparthotel betreft juist horeca en de (horeca)activiteiten in de plint kunnen een bijdrage leveren aan de beoogde levendigheid.

3. Het overgrote deel van de Noordstraat is één bouwlaag met kap, incidenteel is er een pand met twee bouwlagen en een kap. Het voorliggende ontwerp zoekt dan ook aansluiting op deze incidentele panden. Tevens is het profiel van de Noordstraat vrij breed en daarom is dit bouwvolume acceptabel. Ook het ontbreken van de hoge kastanjes aan deze zijde van de straat, waardoor de ritmiek van de lijnbeplanting is doorbroken, zorgt dat dit bouwvolume acceptabel is. Dit geeft als het ware ruimte voor een steviger volume. Het vigerende bestemmingsplan staat een totale hoogte van 10 meter toe. Het voorliggende ontwerp blijft binnen deze totale hoogte en past daarmee qua hoogte binnen het bestemmingplan. De afwijking zit in de overschrijding van de goothoogte daardoor is het mogelijk om twee bouwlagen en kap te creëren. De diversiteit in het bouwplan is dus niet gezocht in verschillende bouwhoogtes maar met name doormiddel van het toepassen van diverse kleuren metselwerk en verschillende beukmaten, maar ook het toepassen van rode en zwarte dakpannen zorgen voor variëteit. Bovenstaande argumenten maken het bouwplan acceptabel binnen het algemene beeld van de dorpskern. 4. Initiatiefnemer heeft voor het huidige plan gekozen en dat is dan ook wat er beoordeeld wordt. De eigenaar van het perceel is niet voornemens woningen te realiseren dan wel andere functies toe te voegen.

De principe uitspraak van het college uit 2018 maakt dat de ontwikkelaar ook mag uitgaan van de beoogde functie. De ontwikkeling van een hotel in het leisure-gebied Burgh-Haamstede sluit aan op de actuele trends en ontwikkelingen. De verwachting is dat het aantal bezoekers dat wil overnachten zal toenemen. Gelet op de economische groeiverwachting en de trend van meer genieten in eigen land, zal de toeristische vraag en daarmee de bezettingsgraad toenemen. 5. Het klopt dat de projectgroep tijdens de sessie van 24 maart heeft gesproken over het opstellen van een bebouwingsstudie voor de westkant van de Noordstraat. Er is geen sprake van uitholling van het mandaat van de projectgroep, omdat al tijden duidelijk is dat het Gat van de Noordstraat geen onderdeel is van de uitwerking van het beeldkwaliteit- en stedenbouwkundig plan door de projectgroep (met input van de werkgroep).

Zienswijze 2 Inhoud van de zienswijze 1. De functie van het voorgenomen bouwwerk, een hotel, gaat lijnrecht in tegen het bestemmingsplan aldaar, dat alleen ruimte biedt voor centrumfunctie met eventuele bewoning. Het vigerend bestemmingsplan, is op 21 april 2016 goedgekeurd en bindend verklaard. Op 28 april heeft projectontwikkelaar Boogert het pand, dat in september 2015 is afgebrand, gekocht van Goudswaard. De projectontwikkelaar kende het oude, en het nieuwe bestemmingsplan, en wilde in de loop van de planontwikkeling, afwijken van de toegestane functie, die nota bene nog maar net daarvoor was vastgelegd. Van de overheid mag verwacht worden dat zij een consequent beleid voert, en een bestemmingsplan, dat in overleg en inspraak met gemeenteraad en bewoners tot stand is gekomen, ook daadwerkelijk nastreeft en uitvoert. Het vigerend bestemmingsplan aldaar biedt alleen ruimte biedt voor centrumfunctie met eventuele bewoning. Dus geen hotel of verblijfsrecreatie.

2. Het voorgestelde bouwvolume past niet in het beeldkwaliteitsplan. Voor de Noordstraat gold en geldt, dat de bebouwing beeld- en sfeerbepalend is voor Haamstede. inmiddels wordt er door een projectgroep, waarin ik ook zelf zit, momenteel een nieuwe beeldkwaliteitsplan (en stedebouwkundigplan) vastgesteld waarin de bouw van een dergelijk volumineus gebouw, -ook dan niet als passend wordt ervaren. Het oude culturele karakter wil men, en wil ik, juist behouden. Afwijken van de huidige én toekomstige beeldkwaliteit is daarom nu niet gewenst. 3. Er staan meer panden in Haamstede te koop. Goedkeuring aan dit plan zou een precedentwerking zijn voor nog meer groot volumineuze bouwwerken en hotelaccommodatie. Er staat op dit moment, op enkele tientallen meters afstand van het beoogde bouwwerk, nog een pand/perceel te koop (voormalig chinees restaurant, Noordstraat 19), waarvoor zeer waarschijnlijk dan een gelijke ontwikkeling zal plaatsvinden, hetgeen zeer zeker niet de bedoeling kan zijn. 4. De dorpsgemeenschap heeft zich in de afgelopen jaren, herhaaldelijk via diverse kanalen en dorpsvergaderingen, alsmede door participatie bij de totstandkoming van de nieuwe dorpsvisie, duidelijk uitgesproken dat wat hen betreft er meer dan voldoende verblijfsrecreatie is en dat er juist veel meer behoefte is aan woningbouw in het algemeen, en voor jongeren/ starters in het bijzonder.

Ik deel die mening ook en ook de gemeente zelf heeft diverse malen aangeven dat het maximum aantal verblijfsaccommodatie wel is bereikt. Ondanks dat de gemeenschap en de gemeente zich de afgelopen jaren heeft uitgelaten dat wat hen betreft het aantal verblijfsrecreanten zachtjes aan wel meer dan voldoende zijn, zijn er in de af gelopen 2-3 jaar toch diverse hotelaccommodaties bijgekomen en om van de enorme uitbreiding van het aantal Bed&Breakfast faciliteiten nog maar te zwijgen. ln mijn ogen past nog verdere uitbreiding van hotelaccommodatie dan ook niet, en zeker niet hier in de kern van Haamstede. 5. Er wordt gesproken dat de projectontwikkelaar door de gemeente op een verkeerd spoor is gezet. Echter, de projectontwikkelaar wist, dat het vigerend, en toen gloednieuwe bestemmingsplan, hotelaccommodatie niet toestond. En daar waar hij eerst nog woningbouw met centrumfunctie wilden ontwikkelen, werd het later, heel bewust, een hotel in 3 woonlagen. ln 2006 werd mij/ mijn bedrijf, door de gemeente een dwangsom opgelegd omdat één van de activiteiten die mijn onderneming daar uitoefende, niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan (incidenteel bedrijven\ terrein Duinzoom te Renesse) was nota bene vlak daarvoor door de gemeente in samenspraak met ons als betrokken eigenaren ingevuld en vastgesteld.

Echter, doordat de ambtenaren een "verkeerd beeld", -ik noem het incompetentie- hadden van wat mijn plannen waren, moest ik mijn bedrijfsactiviteit al na 2 weken stoppen, op straffen van een dwangsom van €25.000,= per week. Het verlies voor mijn bedrijf bedroeg daardoor meer dan €2.500.000,=. De gemeente wilde onder geen beding meewerken aan een buitenplanse oplossing, hoewel de gemeente zelf de fout in het bestemmingsplan had gemaakt (en niet ik de kantlijn op zocht). Er werd dus niet door mij afgeweken van de ingeslagen weg, maar interpretatie van het bestemmingsplan naderhand in de ogen van de ambtenaren lag anders. In het oog van de provincie waren er echter goede en terechte mogelijkheden voor aanpassingen van het bestemmingsplan, maar de gemeente wilde niet meewerken. (Raad van State 20 februari 2008 nr. 200704524/ 1, ) Mijns inziens zou goedkeuring van de voorgenomen beslissing, in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel, één van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Beantwoording zienswijze 2 1. Het is niet relevant of er na recente vaststelling van een bestemmingsplan vervolgens spoedig een principeverzoek (of een aanvraag omgevingsvergunning) wordt ingediend dat niet binnen het bestemmingsplan past. Er kan ten allen tijde van het bestemmingsplan worden afgeweken. Er wordt namelijk in het principeverzoek of bij de aanvraag omgevingsvergunning getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, of het plan voldoet aan het beleid en onder welke voorwaarden er medewerking kan worden verleend. In dit geval blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2. De (voorlopige) mening van een projectgroep die anno 2022 een beeldkwaliteitsplan opstelt, betekent nog geen besluit en dus ook geen toetsingskader. En zeker niet op het moment dat het plan werd ingediend. Aan diezelfde projectgroep is bovendien diverse malen kenbaar gemaakt dat de ontwikkeling van deze locatie geen deel uitmaakt van de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan, nu er sprake is van een ‘lopend project’. 3. Er kan op voorhand niet worden bepaald of er precedentwerking zal plaatsvinden.

Het nog vast te stellen stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan (de verwachting is eind 2022, begin 2023) zal het (nieuwe) toetsingskader aangeven voor plannen die worden ingediend na datum vaststelling van deze plannen 4. Voor dit plan is al in 2017 een principeverzoek ingediend en destijds was er ruimte voor de huidige ontwikkeling. Volgens is daar ook de aanvraag omgevingsvergunning voor ingediend en beoordeeld aan het beleid. De eigenaar van het perceel is niet voornemens woningen te realiseren dan wel andere functies toe te voegen. De principe uitspraak van het college uit 2018 maakt dat de ontwikkelaar ook mag uitgaan van de beoogde functie. 5. Er zijn enorm veel verschillen tussen het destijds lopende project en het verzoek dat nu voorligt. Het gelijkheidsbeginsel speelt niet. De huidige casus speelt in het centrum van Burgh-Haamstede, de zaak destijds in Renesse op een bedrijventerrein. Daarnaast zijn we 14 jaar verder, met alle beleidswijzigingen van dien.

Zienswijze 3 (Stichting Duinbehoud) Inhoud van de zienswijze 1. De stikstofemissie moet door de provincie worden beoordeeld. Er moet een natuurvergunning worden aangevraagd. Er is door de gemeente onvoldoende gemotiveerd waarom geen natuurvergunning nodig is. 2. Onduidelijk is op grond van welke regels het college van BenW tot de slotsom is gekomen dat intern salderen nu wel mogelijk is. De provincie kwam eerder tot de conclusie dat intern salderen niet mogelijk was. Het plan zelf is met betrekking tot de stikstofemissie niet gewijzigd. 3. Er is geen gemeentelijk stikstofbeleid en gebiedsprocessen hebben nog geen concrete maatregelen opgeleverd. Dit is een duidelijk voorbeeld van de gevolgen van het ontbreken van gemeentelijk stikstofbeleid: het plan dat door de provincie als schadelijk wordt beoordeeld, wordt door de gemeente gefaciliteerd zonder zich om de negatieve gevolgen ervan op het naastgelegen

Natura2000-gebied te bekommeren. Natuur, als het maar groen is, is voor de gemeente blijkbaar alleen een verdienmodel voor toerisme. 4. Op 24 februari 2022 heeft de raad besloten dat het plan eerst aan de provincie moet worden voorgelegd alvorens de raad een verklaring van geen bedenkingen zal afgeven. Het is niet bekend of dat al is gebeurd. 5. Onduidelijk is of ook de bouwfase betrokken is in de berekening. 6. De procedure rond de ontwikkeling is verre van transparant. 7. Voor de berekening is een onjuiste referentiedatum aangehouden. Dit moet 4 juli 2013 zijn, de datum van het aanwijzingsbesluit, in plaats van 7 december 2004. 8. Onduidelijk is of de bouwvrijstelling, zoals op genomen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, houdbaar is. 9. Het project leidt tot onnodige extra stikstofdepositie door de planning van de parkeerplaats en ontsluitingsweg daar naartoe direct grenzend aan het Natura2000-gebied Kop van Schouwen. Dit had anders gekund door het reserveren van parkeerplaatsen voor hotelgasten elders, verder weg van het Natura2000-gebied. 10. Er kan gekozen worden voor een alternatief dat minder stikstofdepositie oplevert dan het huidige plan en een maatschappelijke meerwaarde heeft, zoals nieuwe woningen. Er is geen dwingende reden om een hotel te ontwikkelen of extra parkeerplaatsen aan te leggen.

Beantwoording zienswijze 3 1: Bij de beoordeling van het effect van de stikstofemissie als gevolg van het gebruik van het hotel is gebruik gemaakt van intern salderen. De stikstofemissie als gevolg van het in gebruik zijn van het warenhuis is afgezet tegen de stikstofemissie die ontstaat door het gebruik van het hotel. Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat voor intern salderen geen vergunningplicht meer geldt op grond van de sinds 1 januari 2020 gewijzigde Wet natuurbescherming. Nu uit de AERIUS berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie plaatsvindt, is er geen sprake van een significant effect op het achterliggende Natura2000-gebied. Er is geen natuurvergunning nodig van de provincie Zeeland. 2: De provincie heeft de aanvraag om natuurvergunning destijds getoetst aan de Beleidsregels voor in- en extern salderen (10 december 2019). Uit de toetsing blijkt dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 5 van de Beleidsregels. Om die reden is de natuurvergunning door de provincie geweigerd. Echter, de provinciale beleidsregels zijn alleen van toepassing als het gaat om een provinciaal besluit, niet om een gemeentelijk besluit. Nu bij het toepassen van intern salderen geen natuurvergunning (of verklaring van geen bedenkingen) nodig is, zijn de provinciale beleidsregels niet van toepassing.

De referentiesituatie is bepaald volgens de geldende juridische kaders. 3: Bij brief van 8 februari 2022 heeft het college aangegeven dat de gemeente op dit moment geen rol voor zichzelf om eigen stikstofbeleid op te stellen. In het provinciaal overleg over de gebiedsgerichte aanpak wordt gesproken over maatregelen om de stikstofdepositie terug te dringen. Daarnaast moet de provincie voor 1 juli 2023 een gebiedsplan vaststellen, waarin maatregelen worden opgenomen om de omgevingswaarden zoals opgenomen in de Wet stikstofreductie en

natuurverbetering te realiseren. Verder geldt er een streng wettelijk kader. Als het gebiedsplan is vastgesteld en er duidelijkheid is over het maatregelenpakket kan opnieuw worden overwogen of een eigen stikstofbeleid een toegevoegde waarde heeft. Het overleg met de provincie heeft plaatsgevonden op 10 mei 2022. De uitkomst van het overleg is als bijlage bij het besluit gevoegd. 5: Op grond van de vrijstellingsregeling voor de bouwfase zoals opgenomen is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is de aanlegfase niet verder beoordeeld. Die mag, gelet op artikel 2.9a Wet natuurbescherming en artikel 2.5 Besluit natuurbescherming, niet meer betrokken worden bij de vraag of een natuurvergunning nodig is. 6: De procedure is bij wet bepaalt en voldoet tot nu toe aan die regels. Het betreft een uitgebreide voorbereidingsprocedure ex artikel 3.3 Wabo. De aanvraag van het plan is gepubliceerd. Na beoordeling en besluit van het college van B&W is het plan vervolgens voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. 7: De referentiedatum is de datum waarop het Natura2000-gebied is aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn. De Kop van Schouwen is, volgens de informatie op BIJ12, op 7 december 2004 aangewezen op grond van de Habitatrichtlijn.

8: De bouwvrijstelling is opgenomen in de Wet natuurbescherming (artikel 2.9a) en het Besluit natuurbescherming (artikel 2.5). Hiermee ligt het wettelijk kader vast. Er is op dit moment geen jurisprudentie die erop wijst dat de bouwvrijstelling niet van toepassing zou zijn. 9: Uit de AERIUS berekening en de onderbouwing blijkt dat, door het intern salderen, er geen toename is van de stikstofdepositie op het Natura2000-gebied Kop van Schouwen. Daarmee is een significant effect op het Natura2000-gebied op voorhand uitgesloten. Er is geen reden om zowel het parkeren als de ontsluitingsweg naar een andere locatie te verplaatsen. 10: De stikstofonderbouwing ziet op het de aanvraag zoals voorligt. De aanvrager bepaalt uiteindelijk welk bouwplan wordt ingediend en vervolgens beoordelen wij dat plan. Vanuit de stikstofonderbouwing is er geen reden om van het huidige plan af te zien. Significante effecten zijn immers op voorhand uitgesloten.

Zienswijze 4 (namens 247 inwoners van Burgh-Haamstede) 1. Wij zijn van oordeel dat in het Gat van de Noordstraat uitsluitend bebouwing dient plaats te vinden in overeenstemming met bestemming "Centrum" (geen recreatie, dus geen hotelsuites). De bestemming "Centrum" is door de gemeente vastgelegd in haar bestemmingsplan. 2. Het karakteristieke karakter van de bebouwing aan de Dorpsas dient behouden te blijven en daar waar mogelijk versterkt te worden. 3. Het onderwerp "het Gat van Goudzwaard" dient weer onderdeel te worden van de Projectgroep Beeldkwaliteits- en Stedenbouwkundig plan, zoals in oorsprong vastgelegd was.

Beantwoording zienswijze 4 1. Het is mogelijk om van een vigerend bestemmingsplan af te wijken om medewerking te verlenen aan een aanvraag omgevingsvergunning. Dat gaat dan door middel van een afwijkingsprocedure, in

dit geval de procedure ex artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo. Er moet dan worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is dan ook een ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag ingediend. Uit de ruimtelijke onderbouwing is gebleken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2. Het overgrote deel van de Noordstraat is één bouwlaag met kap, incidenteel is er een pand met twee bouwlagen en een kap. Het voorliggende ontwerp zoekt dan ook aansluiting op deze incidentele panden. Tevens is het profiel van de Noordstraat vrij breed en daarom is dit bouwvolume acceptabel. Ook het ontbreken van de hoge kastanjes aan deze zijde van de straat, waardoor de ritmiek van de lijnbeplanting is doorbroken, zorgt dat dit bouwvolume acceptabel is. Dit geeft als het ware ruimte voor een steviger volume. Het vigerende bestemmingsplan staat een totale hoogte van 10 meter toe. Het voorliggende ontwerp blijft binnen deze totale hoogte en past daarmee qua hoogte binnen het bestemmingplan. De afwijking zit in de overschrijding van de goothoogte daardoor is het mogelijk om twee bouwlagen en kap te creëren.

De diversiteit in het bouwplan is dus niet gezocht in verschillende bouwhoogtes maar met name doormiddel van het toepassen van diverse kleuren metselwerk en verschillende beukmaten, maar ook het toepassen van rode en zwarte dakpannen zorgen voor variëteit. Bovenstaande argumenten maken het bouwplan acceptabel binnen het algemene beeld van de dorpskern. 3. Het bouwplan is stedenbouwkundig als passend in de omgeving beoordeeld. Het beeldkwaliteitsplan was en is op het moment van indienen van de aanvraag nog geen toetsingskader. Verder is aangetoond dat het plan voldoet aan het vigerende beleid en is er geen reden om het bouwplan langer aan te houden op basis van dit punt.

Zienswijze 5 1. Wij betreuren het voornemen op de locatie Noordstraat 31-39 ('zgn. Gat van Goudswaard') tot een hotelontwikkeling (hotelappartementen) met 17 hotelkamers, commerciële ruimten op de begane grond en 14 parkeerplaatsen. ln het vigerende bestemmingsplan 'Burgh-Haamstede' (2016) heeft de locatie de bestemming 'centrum', een hotelontwikkeling past daarin niet. Bovendien lenen hotelappartementen zich als beleggingsobjecten. Dit komt de levendigheid in de Noordstraat niet ten goede. 2. Zoals bekend is er een enorme behoefte aan woningbouw, met name in het huursegment voor starters. Wij geven u nadrukkelijk in overweging een plan te ontwikkelen voor sociale woningbouw en enkele commerciële ruimten, die passen in de bestaande bebouwing. Het karakteristieke beeld van de bebouwing aan de dorpsas dient daarbij behouden te blijven. Verder vinden wij het een gemiste kans dat de herontwikkeling van de locatie niet wordt afgestemd op het in voorbereiding zijnde beeldkwaliteitsplan. ln dit plan wordt conform de verklaring van de Dorpsraad (22-06-2020) uitgegaan van kwalificaties als authentiek, kleinschalig, dorps karakter.

Beantwoording zienswijze 5 1. Het is mogelijk om van een vigerend bestemmingsplan af te wijken om medewerking te verlenen aan een aanvraag omgevingsvergunning. Dat gaat dan door middel van een afwijkingsprocedure, in

dit geval de procedure ex artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo. Er moet dan worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is dan ook een ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag ingediend. Uit de ruimtelijke onderbouwing is gebleken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Verder is dienen de hotelappartementen centraal bedrijfsmatig geëxploiteerd worden, waardoor er dus wel degelijk het hele jaar door levendigheid zal zijn ter plaatse. 2. Het bouwplan, zoals ingediend, is beoordeeld en akkoord bevonden. Dat er nog andere mogelijkheden zijn voor die locatie, is geen toetsingskader. Het beeldkwaliteitsplan was en is op het moment van indienen van de aanvraag nog geen toetsingskader. Daarnaast is al tijden duidelijk dat het Gat van de Noordstraat geen onderdeel is van de uitwerking van het beeldkwaliteit- en stedenbouwkundig plan door de projectgroep (met input van de werkgroep).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11547162/1