RVS Aanleg parkeerterrein Dijkstraat Scharendijke bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
PM: pdf VOORBLAD
Gemeente Schouwen-Duiveland
PARKEERTERREIN DIJKSTRAAT SCHARENDIJKE Ruimtelijke onderbouwing (omgevingsvergunning)
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing projectgebied Procedure omgevingsvergunning Leeswijzer
2 2 2 3 3
2 2.1 2.2
Beschrijving project Huidige situatie Beoogde situatie
4 4 6
3 3.1 3.2
Beleid Rijks-, provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijke beleid
8 8 8
4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.2.10 4.2.11 4.3 4.4 4.5
Omgevings- en milieuaspecten Verkeer en parkeren Milieu- en duurzaamheidaspecten Milieuzonering Geluidhinder Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Ecologie Bodem Water Lichthinder Duurzaamheid en klimaat(adaptatie) (vormvrije) M.e.r.-beoordeling Leidingen en telecommunicatieverbindingen Archeologie en cultuurhistorie Conclusie
10 10 10 10 11 12 13 14 14 15 15 17 18 19 19 20 21
5 5.1 5.2
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
22 22 22
6
Samenvatting en conclusie
23
Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Akoestisch onderzoek Rekenresultaten geluidwering gevels Dijkstraat 19 AERIUS berekening Bodemonderzoek Wateradvies Waterschap Scheldestromen Verlichtingsplan Parkeerterrein Dijkstraat
25 30 35 40 46 151 153
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
De gemeente Schouwen-Duiveland is voornemens op het voormalige gemeentewerfterrein aan de Dijkstraat in Scharendijke een openbaar parkeerterrein te realiseren om de in deze omgeving aanwezige parkeerdruk te verlagen. Dit project is een zijdelingse uitwerking van het sleutelproject “Een levendige Dorpsstraat”, zoals vastgelegd in de Dorpsvisie Scharendijke (2019). Doel van deze ruimtelijke onderbouwing is het bieden van een planologisch-juridisch kader voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de realisatie van dit parkeerterrein.
1.2
Ligging en begrenzing projectgebied
De ligging van het projectgebied is globaal weergegeven in figuur 1. Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Dorpsstraat, aan de oostzijde door de Platteweg en aan de westzijde door de Dijkstraat. Aan de zuidzijde ligt een voormalige kerkgebouw. De kadastrale gegevens van de locatie zijn gemeente Middenschouwen, sectie A, nummer 827.
Figuur 1: Globale ligging projectgebied
2
1.3
Procedure omgevingsvergunning
Op het projectgebied is het bestemmingsplan “Kerkwerve, Noordwelle, Ellemeet, Serooskerke en Scharendijke” (2017) van toepassing. Hierin hebben de gronden een bedrijfsbestemming, welke geen mogelijkheid biedt voor het realiseren van een parkeerterrein (zie figuur 2).
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Kerkwerve, Noordwelle, Ellemeet, Serooskerke en Scharendijke (2017). Om de realisatie van het beoogde parkeerterrein mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de uitgebreide procedure voor de omgevingsvergunning ‘afwijken bestemmingsplan’ op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het vroegere projectbesluit. Dit artikel regelt dat een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik kan worden verleend, indien aangetoond wordt dat deze niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daartoe wordt in deze ruimtelijke onderbouwing, met het inzichtelijk maken van de ruimtelijke relevante aspecten van dit project, aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het project omschreven. In de hoofdstukken 3 en 4 wordt het project achtereenvolgens getoetst aan het beleidskader en relevante omgevings- en milieuaspecten. Op de uitvoerbaarheid van het project wordt in hoofdstuk 5 ingegaan. Tenslotte is in hoofdstuk 6 een samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing genomen.
3
2
Beschrijving project
2.1
Huidige situatie
In het verleden was het gebruikelijk dat er in elke dorpskern een werkplaats van het uitvoeringsbedrijf van de gemeente was gevestigd. Hier werden diverse materialen opgeslagen, die nodig waren voor het onderhoud aan de openbare ruimte en panden van de gemeente. In Scharendijke lag deze werkplaats centraal in het dorp, aan de achterzijde van de Dijkstraat – Platteweg. De werkplaats was toegankelijk via een inrit aan de Dijkstraat, tussen de voormalige gereformeerde kerk en de woning behorende bij het aannemersbedrijf.
Figuur 3:
Projectgebied en omgeving
Sinds 2010 is de werkplaats opgeheven en ligt het terrein er ongebruikt bij. De opslag en bijbehorende gebouwen zijn gesloopt en het terrein is ingezaaid met gras. Aanvankelijk leek het terrein (inclusief de overige gronden aan de achterzijde van de kerk) interessant voor de bouw van enkele nieuwe woningen in de dorpskern. Dit idee is echter (nog) nooit tot ontwikkeling gekomen. De gemeente is nog steeds eigenaar van het gebied en het gras wordt enkele keren per jaar gemaaid om overlast voor de omgeving te voorkomen. 4
Aan de randen van het plangebied bevinden zich voornamelijk schuttingen van de aanliggende tuinen behorend bij de woningen aan de Platteweg en Dorpsstraat. Aan de zijde van de Dijkstraat wordt het gebied begrenst door de achterzijde van het aannemingsbedrijf met bijbehorende woning. De loods van het bedrijf staat op de erfgrens, maar heeft geen uitweg via het terrein van de gemeente. Ten zuiden van de inrit staat het voormalige kerkje. Het kerkje (particulier eigendom) is geen monument en inmiddels in een erbarmelijke toestand. Aan de achterzijde is de aanbouw ingestort. Vanwege de veiligheid is het kerkje rondom afgezet met bouwhekken. Nog verder zuidelijk grenst het gebied aan een groengebiedje wat op dit moment geen duidelijke functie heeft. Dit gebied zou mogelijk nog kunnen worden aangewend voor een toekomstige uitbreiding van het parkeren (zie Dorpsvisie). Het is beperkt mogelijk om via de paden het gebiedje te betreden. Deze gronden zijn in eigendom van een ontwikkelaar.
Figuur 4:
Situatie voor en na 2011 5
2.2
Beoogde situatie
In 2019 is er samen met de inwoners en ondernemers in Scharendijke gewerkt aan een toekomstvisie voor het dorp. Deze Dorpsvisie Scharendijke geeft duidelijkheid over de gewenste identiteit van het dorp en over de aanpak van diverse knelpunten. In de dorpsvisie komt de omgeving van de Dorpsstraat naar voren als één van de sleutelprojecten. Na het vertrek van de supermarkt uit het centrum willen de inwoners de Dorpsstraat graag nieuw leven inblazen. In de Dorpsvisie staat het als volgt omschreven: “Nu in de Dorpsstraat de nadruk op horeca en verblijven is komen te liggen moet de openbare ruimte worden heringericht tot een gezellige ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers van Scharendijke. Autoluw, met ruimte voor terrassenactiviteiten, evenementen en meer groen” (pagina 25). “We maken de openbare ruimte autoluw, groen en aantrekkelijk. De paar parkeerplaatsen verplaatsen we zoveel mogelijk naar het Zwarte Plein en later naar de locatie van de voormalige gemeentewerf. Zo komt er in de Dorpsstraat meer ruimte voor groen, wandelen, terrassen en evenementen. Op die manier kunnen de horecaondernemers meer organiseren en kan de Dorpsstraat haar levendigheid terugkrijgen. Want mensen trekken mensen” (pagina 47).
“Het verplaatsen van het parkeren naar de locatie van de voormalige gemeentewerkplaats maakt ruimte in de openbare ruimte, maar biedt ook ondernemers de kans om verder te ontwikkelen. Er lopen verschillende initiatieven voor vernieuwing van bestaande horeca en kleinschalige verblijfsrecreatie (B&B en familiehotelletje), maar uitbreiding van parkeren is vaak lastig te realiseren in deze hoek. Door een doorsteek te maken naar de voormalige gemeentewerf blijft de Dorpsstraat ook met de auto goed bereikbaar, zonder dat de auto’s allemaal in de straat hoeven te staan” (pagina 47). In figuur 5 is een uitsnede van de kaart uit de Dorpsvisie opgenomen, waarop het parkeerterrein op de voormalige gemeentewerkplaats is ingetekend.
Figuur 5:
Uitsnede kaart dorpsvisie Scharendijke
De uitwerking van de parkeeropgave in relatie tot het verdwijnen van parkeerplaatsen in de Dorpsstraat is nu door de gemeente opgepakt en is weergegeven in figuur 6.
6
Indeling en opzet De uitwerking van het nieuwe, openbare parkeerterrein gaat uit van in totaal 21 parkeerplaatsen. De parkeervakken worden dermate breed uitgevoerd (2.70 meter), dat deze voldoen aan de nieuwe door de gemeente zelf gehanteerde normen. Met de indeling wordt rekening gehouden dat het mogelijk moet blijven om het terrein naar de zuidzijde te koppelen aan de aangrenzende gronden. De toegang tot het terrein blijft via de Dijkstraat verlopen. Voor het uitdraaien uit de vakken is een rijbaanbreedte van minimaal 6.00 meter aangehouden. Aan de zijde van de tuinen Platteweg wordt een haag aangeplant, zodat er een aangenaam en uniform groen beeld ontstaat, in plaats van het zicht op diverse schuttingen. Voor de bewoners aan die zijde wordt de mogelijkheid geboden om een toegang tot de tuin te realiseren (looppoort), die aansluit op het nieuwe voetpad aan die zijde.
Figuur 6: Indeling/opzet openbaar parkeerterrein Dijkstraat Het nieuwe voetpad zal in de toekomst worden gekoppeld aan een doorgang naar de Dorpsstraat en mogelijk ook naar de paden aan de zuidzijde. Aan de zijde van het kerkje wordt ook een haag geplant. Aansluitend aan deze haag kunnen nog 5 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De situatie bij de woning van het aannemingsbedrijf is aangepast. Daar wordt ervoor gekozen om geen extra parkeervakken tegen de erfafscheiding te plaatsen, omdat dit onevenredig veel geluidhinder kan opleveren voor de bewoners. In plaats daarvan is er gekozen voor een brede beplantingsstrook waarin een kokosscherm is opgenomen, die tot de noodzakelijke geluidsreductie moet leiden. Zie hiervoor verder onder “Milieu”. In het middengebied is er nog plaats voor enkele bomen. Aan de randen van het nieuwe parkeerterrein worden enkele (energiezuinige) lichtmasten geplaatst. Dit is nodig vanwege de veiligheid. Materialen De rijloper en de inrit van het nieuwe terrein worden uitgevoerd in klinkers. De kleurstelling wordt afgestemd met de klinkers die in de Dorpsstraat worden toegepast. De parkeervakken zelf worden uitgevoerd in doorgroeiroosters met gras, om zodoende het hemelwater in de bodem te kunnen laten infiltreren en de hoeveelheid verharding tot een minimum te beperken. Dit is ook gunstig bij het voorkomen van hittestress.
Op de foto hiernaast is een voorbeeld van de doorgroeimatten te zien. Het voetpad aan de zijde van de Platteweg wordt uitgevoerd in grote betontegels van 1.00 x 2.00 meter. Deze tegels worden in Scharendijke in belangrijke voetgangersverbindingen toegepast. Waar mogelijk hergebruiken we bestaand materiaal. 7
3
Beleid
3.1
Rijks-, provinciaal en regionaal beleid
Gezien de kleinschaligheid en aard van het project tast het de nationale, provinciale en regionale belangen niet aan. Omgekeerd stellen het Rijks- provinciaal en regionaal beleid geen beperkende bepalingen die voor onderhavig project van belang zijn of belemmerend zijn.
3.2
Gemeentelijke beleid
Voor de realisering van het beoogde parkeerterrein is de dorpsvisie voor Scharendijke het meest relevante algemene gemeentelijke beleidskader. In deze paragraaf wordt hierop ingegaan. Voor overig voor de planontwikkeling relevant (meer) sectoraal beleid wordt kortheidshalve verwezen naar hoofdstuk 4. Dorpsvisie Scharendijke (2019) In de op 14 november 2019 vastgestelde dorpsvisie zijn de ambities en meest gewenste ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingsrichtingen voor de toekomst van Scharendijke vastgelegd.
Figuur 7:
Overzichtskaart dorpsvisie Scharendijke
In deze visie zijn enkele kansrijke sleutelprojecten vastgelegd met bijbehorende gemeentelijke investeringen, die als vliegwiel dienen om tot tastbare resultaten te komen voor de gewenste opwaardering van het dorp, zoals bijvoorbeeld voor herinrichting van de openbare ruimte, verkeersmaatregelen of sociaal-maatschappelijke initiatieven. Relevant voor het voorliggende project is het in deze dorpsvisie opgenomen sleutelproject “een levendige Dorpsstraat” en het deelproject “Parkeren op de voormalige gemeentewerf”. Doel van dit sleutelproject is de Dorpsstraat te transformeren naar een charmante ontmoetingsplek en verblijfsruimte voor het dorp door de openbare ruimte autoluw, groen en aantrekkelijk te maken. Het realiseren van een parkeerterrein op het terrein van de voormalige gemeentewerf aan de Dijkstraat is een van de deelprojecten om ruimte te maken in de openbare ruimte, maar biedt ook ondernemers de kans om verder te ontwikkelen. Er lopen verschillende initiatieven voor vernieuwing van bestaande horeca en kleinschalige verblijfsrecreatie (B&B en familiehotelletje), maar uitbreiding van parkeren is vaak lastig te 8
realiseren in deze hoek. Door een doorsteek te maken naar de voormalige gemeentewerf blijft de Dorpsstraat ook met de auto goed bereikbaar, zonder dat de auto’s allemaal in de straat hoeven te staan. Voorliggend project is geheel in overeenstemming met de Dorpsvisie Scharendijke. Het betreft een nadere uitwerking van het sleutelproject “een levendige Dorpsstraat” en het daar deel van uitmakende deelproject “Parkeren op de voormalige gemeentewerf”.
9
4
Omgevings- en milieuaspecten
4.1
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Integraal verkeer- en vervoersplan (2017) De IVVP 2017 is een mobiliteitsplan waarin hoofdlijnen is vastgesteld wat we op het gebied van verkeer en vervoer willen bereiken. Het verkeersbeleid is vastgelegd en is aan de hand van een aantal thema's vertaald in een aantal concrete doelen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. De thema's uit het IVVP zijn: Wegencategorisering; fiets; openbaar vervoer; vrachtverkeer; landbouw; toegankelijkheid; voorzieningen; kustgebied. In het IVVP 2017 zijn geen uitspraken opgenomen over te hanteren parkeernormen. Parkeerbeleid 2017-2020 In het Parkeerbeleid 2017-2020 worden diverse aspecten rondom het parkeren in Schouwen-Duiveland behandeld, zoals parkeerregulering en de toegankelijkheid en het kwaliteitsniveau van parkeerplaatsen. Bewust zijn geen parkeernormen opgenomen, omdat situaties vaak erg specifiek zijn en maatwerk vaak nodig is. Daarvoor kan prima worden gebruik worden gemaakt van de landelijke CROW-richtlijnen, welke zijn vastgelegd in de CROW publicatie nummer 317 “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. In deze publicatie zijn parkeerkencijfers voor verschillende functies opgenomen. Per functie is het kencijfer te bepalen op stedelijkheidsgraad en locatie.
In de beleidsnota wordt voor de gemeente Schouwen-Duiveland de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' aangehouden. Als locatie wordt voor de gehele gemeente, met uitzondering van Zierikzee, 'rest bebouwde kom' (wanneer gelegen binnen de bebouwde kom) en 'buitengebied' (wanneer gelegen buiten de bebouwde kom) gehanteerd. Het aspect verkeer en parkeren geeft geen belemmeringen voor de ontwikkelingen. De extra aantallen dragen juist bij aan het verlichten van de parkeerdruk in de directe omgeving.
4.2 4.2.1
Milieu- en duurzaamheidaspecten Milieuzonering
Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de Handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: Handreiking) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Toetsing Een parkeerterrein is een milieubelastende functie. Op grond van de Handreiking heeft een parkeerterrein een richtafstand van 30 meter tot milieugevoelige functies in het omgevingstype “rustige woonwijk”. De richtafstand geldt tussen de bestemmingsgrens en de gevel van de milieugevoelige functies. De richtafstand heeft betrekking op het aspect geluid (30 meter) en geur (10 meter). De locatie van het parkeerterrein wordt aan drie zijden omgeven door een milieugevoelige functie, namelijk aan de Dorpsstraat, Platteweg en Dijkstraat. De milieugevoelige functie, in dit geval wonen, ligt in het omgevingstype “gemengd gebied.
Zowel aan de Dorpsstraat, Platteweg als aan de Dijkstraat zijn namelijk, naast wonen, ook andere functies toegestaan zoals bedrijven en horeca. De richtafstand mag dan met één afstandsstap worden teruggebracht en bedraagt dan 10 meter. 10
Platteweg en Dorpsstraat De afstand tussen het parkeerterrein en de gevels van de woningen aan de Platteweg en Dorpsstraat bedraagt meer dan 10 meter. Er wordt aan de richtafstand voldaan en een goed woon- en leefklimaat is hiermee gewaarborgd. Dijkstraat Voor de woning aan de Dijkstraat 19 geldt, dat niet voldaan wordt aan de richtafstand van 10 meter. Op basis van de systematiek van de Handreiking moet uit onderzoek blijken of sprake is van een goed woonen leefklimaat. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat, met het plaatsen van een geluidsscherm, sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Een nadere onderbouwing hiervan wordt gegeven in paragraaf 4.2.2. Conclusie Voor voorliggende ontwikkeling zijn er uit oogpunt van milieuzonering geen belemmeringen.
4.2.2
Geluidhinder
Toetsingskader Een belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging in het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet biedt geluidgevoelige functies (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van o.a. wegverkeerlawaai en industrielawaai door middel van zonering. Industrielawaai In de Wgh wordt verhoudingsgewijs slechts een klein gedeelte van het industrielawaai gereguleerd, namelijk alleen voor bedrijven gelegen op een gezoneerd industrieterrein. De geluidsruimte is voor een deel van de bedrijven vastgelegd in de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu. Een groot deel van de bedrijven valt onder een algemene maatregel van bestuur, het Activiteitenbesluit. Hierin zijn o.a. voor geluid voorschriften opgenomen. Deze voorschriften kunnen bepalend zijn voor de benodigde afstand tussen het bedrijf en gevoelige functies in de omgeving. Daarnaast moet bij de afweging in het kader van het bestemmingsplan ook rekening worden gehouden met geluidsemissies die niet geregeld zijn in het kader van de milieuwetgeving zoals laden en lossen, verkeer aantrekkende werking of menselijk stemgeluid. Wegverkeerslawaai Ingevolge artikel 74 Wgh zijn in principe alle wegen gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt en woonerven.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden echter ook 30-km wegen meegenomen in de beoordeling. Tevens zijn in de Wgh onderzoekszones opgenomen, waarbinnen onderzoek moet worden uitgevoerd naar de gevolgen van wegverkeerslawaai op een geluidsgevoelige bestemming. Deze onderzoekszones bedragen voor het stedelijk gebied voor wegen met 1 of 2 rijstroken 200 meter en voor het buitenstedelijk gebied 250 meter voor wegen met 1 of 2 rijstroken. Voor gezoneerde wegen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De grenswaarde ligt tussen de 53 dB en 68 dB, afhankelijk van de ligging en of het een nieuwe of bestaande situatie betreft. Een geluidsbelasting hoger dan deze grenswaarde is niet toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de grenswaarde is de geluidbelasting alleen toepasbaar na een afwegingsproces in de vorm van een procedure hogere grenswaarde. Toetsing Door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing is een akoestisch onderzoek (d.d. 26 maart 2021, referte 2020006/No.05) uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 2. In het akoestisch onderzoek is de geluidsbelasting als gevolg van het gebruik van het parkeerterrein berekend op de achter- en rechter zijgevel van de woning Dijkstraat 19. Hierbij zijn de stappen gevolgd zoals opgenomen in de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (hierna: Handreiking).
Er is getoetst aan de richtwaarden behorende bij het omgevingstype “gemengd gebied”. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Uit de onderzoek blijkt dat ter plaatse van de achtergevel een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is berekend van maximaal 42 dB(A). Ter plaatse van de rechter zijgevel van de woning Dijkstraat 19 is een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau berekend van ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde.
11
De berekende geluidsbelasting van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet hiermee aan de richtwaarde van 50 dB(A) volgens stap 2 van de Handreiking. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Maximaal geluidsniveau Ter plaatse van de achtergevel van de woning Dijkstraat 19 is een maximaal geluidniveau berekend van ten hoogste 67 dB(A) in elke etmaalperiode. De berekende waarde voor het maximaal geluidniveau is hoger dan de richtwaarde van 60 dB(A) voor de avondperiode conform stap 2 van de Handreiking. Ter plaatse van de rechter zijgevel van de woning Dijkstraat 19 is een maximaal geluidniveau berekend van ten hoogste 59 dB(A) in elke etmaalperiode. De berekende waarde van het maximaal geluidniveau is lager dan de richtwaarde van 60 dB(A) voor de avondperiode conform stap 2 van de Handreiking. Beoordeling maatregelen Vervolgens is onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn om het geluidsniveau ter plaatse van de achtergevel te beperken. Daarbij is gekeken naar maatregelen bij de bron en in het overdrachtsgebied. Maatregelen bij de ontvanger gelden als laatste optie. De geluidsbelasting wordt met name veroorzaakt door het dichtslaan van portieren (bron). Er kunnen geen maatregelen worden genomen om het bronniveau te verlagen. Er zijn wel maatregelen mogelijk in het overdrachtsgebied in de vorm van een geluidsscherm.
In het akoestisch onderzoek is berekend wat het effect is van een geluidscherm op het maximale geluidsniveau op de achtergevel. Hierbij is aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit (binnenwaarden voor in- en aanpandige gevoelige gebouwen). Er is uitgegaan van de grenswaarde van 65 dB(A) als etmaalwaarde. Daarbij moet dan wel een binnenniveau van 45 dB(A) worden gegarandeerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat met een scherm aan de achterzijde van de woning met een lengte van 25 meter en een hoogte van 2,5 meter, wordt voldaan aan de grenswaarde van 65 dB(A) als etmaalwaarde. Voor de bouw van de woning aan de Dijkstraat 19 is op 4 april 1973 een bouwvergunning verleend door de toenmalige gemeente Middenschouwen. In de destijds geldende Bouwverordening was geen voorschrift opgenomen die de minimale geluidwerendheid van gevels regelde. Om die reden is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een berekening gemaakt van de geluidwerking van de relevante geluidsgevoelige ruimtes in de woning Dijkstraat 19. De uitkomsten van de berekening zijn bijgevoegd in bijlage 3. Uit de berekening blijkt dat de achtergevel ter plaatse van de geluidsgevoelige ruimtes in de woning een geluidwerendheid heeft van 20-21 dB(A). Dit betekent dat een binnenwaarde van 45 dB(A) gegarandeerd is.
Aan beide grenswaarden in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit wordt voldaan: - De berekende maximale geluidsbelasting is 65 dB(A) etmaalwaarde; - Het geluidsniveau in geluidgevoelige ruimtes in de woning bedraagt voor het maximaal geluidsniveau 65 dB(A)- 20 dB(A)= 45 dB(A). Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. De locatie van het geluidsscherm is vastgelegd in de regels behorende bij deze vergunning. Conclusie Voor voorliggende ontwikkeling zijn er uit oogpunt van geluidhinder geen belemmeringen.
4.2.3
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. In het algemeen geldt dat als aan de richtafstand op grond van de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering behorende bij de van toepassing zijnde bedrijfscategorie wordt voldaan, het aspect stof niet zorgt voor een aantasting van het woon- en leefklimaat. Dit aspect hoeft in dit geval niet nader te worden onderzocht. 12
De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk vijf (luchtkwaliteitseisen) van de Wet milieubeheer (hierna Wm), ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd (hierna Wlk). Het doel van de Wlk is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De in de Wlk vastgestelde normen voor luchtkwaliteit mogen niet overschreden of, in geval van een bestaande overschrijding, mag een eventuele toename niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteitsnormen vormen geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; of een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; of een project slechts in 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; of een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Toetsing en conclusie Op het parkeerterrein worden 21 parkeerplaatsen aangelegd. Ervan uitgaande dat elke parkeerplaats drie keer per dag wordtberekening bezet, genereertvoor de parkeerplaats 126 verkeersbewegingen per etmaal. Worst-case de bijdrage van het extra verkeer alsDit aantal is ingevuld in de NIBM-tool (zie figuur 8).
Hieruit blijkt dat het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan gevolg van een plan op de luchtkwaliteit de luchtverontreiniging.
Jaar van planrealisatie
2021
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
126
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
3
NO2 in μg/m
0,09
3
0,02
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m 3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 8:
NIBM-Tool – Worst-case berekening bijdrage extra verkeer project op luchtkwaliteit
Daarnaast worden de grenswaarden uit de Wlk ter plaatse niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.
4.2.4
Geur
Toetsingskader In het algemeen geldt dat geurgevoelige objecten moeten worden beschermd tegen geuroverlast. Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken. Bij geur gaat het om de geuruitstoot (emissie) van bedrijven die zich verspreidt via de lucht en een geurbelasting (immissie) veroorzaakt op de woon- en leefomgeving. De afstand tussen geur emitterende bedrijven en geurgevoelige bestemmingen is daarbij van grote invloed. Geur heeft dus gevolgen voor het leefklimaat van mensen en voor het gebruik van de ruimte. In het algemeen geldt verder dat als aan de richtafstand op grond van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering behorende bij de van toepassing zijn de bedrijfscategorie wordt voldaan, het aspect geur niet zorgt voor een aantasting van het woon- en leefklimaat. Dit aspect hoeft in dit geval niet nader te worden onderzocht. Toetsing en conclusie Op grond van de Handreiking geldt voor het aspect geur een richtafstand van 10 meter tot het omgevingstype “rustige woonwijk”. Omdat hier sprake is van het omgevingstype “gemengd gebied” (zie paragraaf 4.2.1) mag één afstandsstap terug worden gedaan. De richtafstand is dan 0 meter en hieraan wordt voldaan. Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling. 13
4.2.5
Externe veiligheid
Toetsingskader In de landelijke regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en / of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen: het plaatsgebonden risico(PR): de kans dat per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien deze onafgebroken (24 uur per dag en gedurende het gehele jaar) en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas; en het groepsrisico (GR): de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.
Toetsing en conclusie Het parkeerterrein zelf is geen (beperkt) kwetsbaar object. Het aspect externe veiligheid is niet relevant.
4.2.6
Ecologie
Toetsingskader Op grond van de Wet natuurbescherming (2017, hierna Wnb) moet bij elk ruimtelijk plan, met het oog op beschermwaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een plan mag niet zorgen voor een significant nadelig effect op omliggende Natura2000-gebieden. De leefomgeving van beschermde soorten mag niet worden aangetast (artikel 3.1,3.5 en 3.10 Wnb). Daarnaast geldt altijd de zorgplicht, ook voor onbeschermde soorten (artikel 1.11 Wnb) Toetsing Gebiedsbescherming Het parkeerterrein ligt op een afstand van ongeveer 150 meter van het Natura2000-gebied Grevelingen. Tussen het parkeerterrein en het Natura2000-gebied ligt bebouwing en een dijk. Een nadelig effect op het Natura2000-gebied wordt uitgesloten. Voor het aspect vermesting (stikstof) is een berekening gedaan middels het rekenprogramma AERIUS2019a. Deze berekening is opgenomen in bijlage 4. In de berekening is geen rekening gehouden met de aanlegfase. Door het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurherstel geldt er een vrijstellingsregeling voor de aanlegfase. Uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase er geen stikstofdepositie plaatsvindt op een (bijna) overbelast habitattype. Significant nadelige effecten als gevolg van de stikstofdepositie zijn dan ook uitgesloten.
Soortbescherming De locatie voor het parkeerterrein is op dit moment niet in gebruik. Het perceel is in beheer bij de gemeente en wordt regelmatig gemaaid. Er is geen bebouwing aanwezig of opgaande beplanting zoals bomen en struiken. Beschermde soorten worden dan ook niet verwacht. Wel moet te allen tijde rekening worden gehouden met de zorgplicht. NatuurNetwerkZeeland (NNZ) De locatie van het parkeerterrein ligt niet in of nabij het NNZ. Er is geen sprake van mogelijke aantasting van natuurwaarden. Conclusie Er zijn geen ecologische belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
14
4.2.7
Bodem
Toetsingskader Milieuhygiënische bodemkwaliteit Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Een belangrijk basis vormt de Wet bodembescherming (Wbb) en daarnaast zijn het Besluit bodemkwaliteit en de Waterwet van toepassing. Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het Besluit bodemkwaliteit omvat de regels rond grondverzet, bouwstoffen en een stuk kwaliteitsboring. Niet gesprongen explosieven De potentiële aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE's) kan een bedreiging zijn bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging in de planvorming en - uitvoering leiden. De gemeente heeft beleid opgesteld over de omgang met NGE's.
Op basis van historisch onderzoek is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart geeft aan in welk gebied er meer of minder risico is op het aantreffen van niet gesprongen explosieven. Per gebied gelden verschillende voorwaarden. Wanneer een gebied bestemd wordt in een risicogebied, worden ontwikkelingen in dit gebied aan het beleid getoetst. Toetsing In het kader van de ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, welke als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de voormalige brandstoftank geen verontreinigingen met minerale olie en aromaten zijn aangetoond. Het overige terrein is licht verontreinigd met diverse zware metalen en minerale olie. Vanwege het aantreffen van een matige verontreiniging met PAK heeft uitsplitsing plaatsgevonden. Alleen in de bovengrond van boring 3.09 is hierbij een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. De overige separaat geanalyseerde grondmonsters zijn niet verontreinigd met PAK. Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De ontwikkeling vindt plaats in een gebied met verhoogd risico op het aantreffen van niet gesprongen explosieven. Omdat op de locatie na de oorlog bouw en grondwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, is echter de kans op het aantreffen klein.
Om de kans op aantreffen van NGE's niet uit te sluiten wordt het protocol “Toevalstreffer CE uit de Tweede Wereldoorlog” uit de nota CE beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland gevolgd. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Bij grondverzet en werkzaamheden dient wel rekening te worden gehouden met de (beperkte) sterk PAK verontreiniging in de bodem. Protocol “Toevalstreffer CE uit de Tweede Wereldoorlog” uit de nota CE beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland volgen.
4.2.8
Water
Toetsingskader In ruimtelijke plannen moet voldoende aandacht besteed worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. In de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw tussen rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten (d.d. 14 februari 2001) is overeengekomen dat vanaf de ondertekening van deze overeenkomst op alle voor de waterhuishouding relevante nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets uitgevoerd dient te worden. Concreet betekent de invoering van de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.6 lid 1, sub b Bro. 15
In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. Bij voorkeur in de initiatieffase. Watertoets De watertoets geeft inzicht in de waterhuishoudkundige consequenties van uw plan. Aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets en de watertoetstabel van het Waterschap Scheldestromen is nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. In onderstaande watertoetstabel wordt per thema ingegaan op de aan de realisering van het parkeerterrein aan de Dijkstraat verbonden wateraspecten. Watertoetstabel Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen
Het beoogde parkeerterrein ligt niet binnen de invloedsfeer van een primaire of regionale waterkering en een daarbij behorende beschermingszone.
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Totale oppervlakken (in m2) van: huidige situatie
na realisati e
0
0
1
0
695
2
0
280
3
0
0
4
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
dakoppervlak Dichte bodemverhardi ng doorlatende bodemverhardi ng wateroppervlak
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Hemelwater wordt afgevoerd via het gemeentelijk hemelwaterriool in de Dijkstraat en geloosd op oppervlaktewater
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Grondwater wordt aangevuld door toepassing van de grasroosters in de parkeervakken.
Het parkeerterrein leidt niet tot een nieuwe of grotere milieubelasting en heeft geen effect op de grondwaterkwaliteit
In het plangebied worden geen materialen toegepast die leiden tot een achteruitgang van de oppervlaktewaterkwaliteit.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Het parkeerterrein heeft geen nadelige water gerelateerde consequenties oor de volksgezondheid.
16
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Bodemdaling is, bij deze ontwikkeling geen aandachtspunt.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Ter plaatse zijn geen natuurwaarden aanwezig
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Het parkeerterrein heeft gelet op de situering geen gevolgen voor het onderhoud van het oppervlaktewater
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Niet van toepassing
Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
Niet van toepassing
Conclusie Vanuit het aspect water bestaan er geen belemmeringen voor onderhavig plan. Het Waterschap Scheldestromen heeft met het op 8 juli 2021 uitgebrachte wateradvies ingestemd met de realisering van het parkeerterrein aan de Dijkstraat (zie bijlage 6). Aangegeven is dat er geen watercompensatie hoeft plaats te vinden en er geen belangen voor het waterschap in het geding zijn.
4.2.9
Lichthinder
Toetsingskader De gemeentelijke beleidsmodule Licht en Duisternis (2009) schrijft voor dat aandacht dient te worden besteed aan kunstmatige verlichting, teneinde te voorkomen dat negatieve effecten van lichthinder optreden. Mogelijk negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door enerzijds de aard, intensiteit en duur en plaats van de verlichting en anderzijds door de kans op blootstelling, die gerelateerd is aan de omgeving en de leefwijze van mens en dier. De gemeente Schouwen-Duiveland wil duisternis zo goed mogelijk borgen zodat deze kwaliteit behouden kan blijven. Ze heeft daarvoor een aantal uitgangspunten gesteld ten behoeve van buitenverlichting (aan gevels en op de percelen) en daarbij een prioriteringsvolgorde bepaalt die daarbij gehanteerd moet worden:
alleen licht plaatsen als het echt noodzakelijk is; alleen dan verlichten als het licht noodzakelijk is; alleen die plaats verlichten waar licht nodig is; daarbij geen onnodig fel licht gebruiken; alle buitenverlichting dynamisch (bewegingssensors), alleen neerwaarts gericht en zodanig aangebracht dat er van buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron.
Toetsing Het parkeerterrein en ook de toegangsweg zullen worden verlicht. Verlichting is nodig vanuit verkeersveiligheid, sociale en persoonlijke veiligheid en visuele geleiding. Er wordt niet gekozen voor dynamische verlichting. Het parkeerterrein zal ook gebruikt worden voor bezoekers van de horecagelegenheden aan de Dorpsstraat. Deze bezoekers zullen ook later op de avond danwel in de nacht vanaf het parkeerterrein vertrekken. Het aan- en uitgaan van de verlichting levert dan hinder op voor omwonenden. Gekozen is voor permanente verlichting, zodanig geplaatst dat het gehele parkeerterrein verlicht is en ook de toegangsweg verkeersveilig kan worden gebruikt. Daarbij is rekening gehouden met de locatie van de lichtmast aan de toegangsweg ter hoogte van de woning Dijkstraat 19. De lichtmast is zodanig gepositioneerd dat het licht niet rechtstreeks in het slaapkamerraam schijnt. 17
In bijlage 7 is een lichtplan opgenomen. Maatgevend is het ontwerp zoals opgenomen op pagina 5 van het lichtplan. Dit ontwerp is tevens in overeenstemming met het stedenbouwkundig plan. Voor de beoordeling van het aspect lichthinder is aangesloten bij de Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. In bijlage 8 van de Richtlijn wordt het gebruik van de Richtlijn voor openbare verlichting toegelicht. Uit het lichtplan blijkt dat de verlichtingssterkte maximaal 5 lx bedraagt. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarden genoemd in tabel B8.1 voor de verlichtingssterkte in stedelijk gebied (E3) in de dag- en nachtperiode voor te verlichten gebieden met een toegestane snelheid < 30 km/h (P-klasse). Hiermee wordt lichthinder door openbare verlichting voorkomen. De maximale hoogte van de lichtmasten (6,13 meter) en de locatie van de verlichting (pg 5 van het lichtplan) worden als voorwaarde verbonden aan de vergunning. Conclusie Het aspect lichthinder vormt daarmee geen belemmering voor voorliggend project.
4.2.10 Duurzaamheid en klimaat(adaptatie) Toetsingskader Energie-agenda De algemene doelstelling binnen de gemeentelijke Energie-Agenda is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Specifieke doelstellingen voor 2023 zijn het realiseren van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het huidige gebruik (referentiejaar 2017) en 16% van het energieverbruik wordt duurzaam opgewekt. Overige doelstelling is het stimuleren van duurzame mobiliteit door middel van het realiseren van een dekkende laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Kringloopeconomie / circulaire economie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. De landelijk doelstelling is om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is bij te dragen aan een economisch systeem waarbij geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem.
Klimaat(adaptatie) In het kader van het nationale deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. Inzet is dat overheden er samen met andere partijen voor gaan zorgen dat schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. De overheden gaan, in nauwe samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties, in drie stappen te werk: • 'Weten': analyseren wat de gevolgen zijn van klimaatverandering voor de diverse functies in een gebied in de periode tot 2050 (met een doorkijk naar 2100) zijn; • 'Willen': concrete doelen stellen voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in de periode tot 2050 en een daarbij passende strategie formuleren; • 'Werken': de doelen en de strategie vastleggen in bijvoorbeeld beleidsplannen, wetten en regels en programma's voor uitvoering, beheer en 'groot' onderhoud. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Momenteel wordt er in samenspraak met andere partijen in Zeeland een klimaatadaptatiestrategie opgesteld. Het wordt steeds belangrijker om het regenwater wat er valt te hergebruiken, omdat de kans op schaarste van zoet water steeds groter wordt in de toekomst.
Zoetwater bergen voor de landbouw is dan een goede mogelijkheid, naast het gebruik van regenwater voor een grijswatercircuit (onder meer spoelen toiletten). Door klimaatverandering is de verwachting dat er steeds langere perioden van droogte en hitte ontstaan. Zorg voor voldoende opgaande beplanting. Beplanting kan voor schaduw zorgen, maar ook rond de beplanting is door water verdamping uit de plant de lucht koeler. Daarnaast kan beplanting zorgen dat wateroverlast minder wordt, doordat het water opgenomen wordt door de plant, en het water in de bodem opgenomen wordt, waardoor de bodem minder snel uitdroogt. Toetsing en conclusie Hoewel er ten opzichte van de huidige situatie verharding wordt toegevoegd, wordt er in het plan wel rekening gehouden met duurzaamheid en klimaatadaptatie. De parkeervakken worden uitgevoerd in doorgroeiroosters, waardoor het hemelwater in de bodem kan infiltreren. Ook wordt er aan de randen van 18
het plangebied een aanzienlijke hoeveelheid groen toegevoegd. Dit heeft een gunstig effect op mogelijke wateroverlast (absorptie) en voorkomt hittestress (schaduw en verdamping). Voor wat betreft energie zullen de lichtmasten met energiezuinige ledverlichting moeten worden uitgevoerd. Hergebruik van materialen of de toepassing van duurzame materialen wordt in het kader van circulaire economie onderzocht en gestimuleerd in de uitvoering. Klinkers zijn herbruikbaar en duurzaam. Bij betontegels moet onderzocht worden of gebruikte betontegels kunnen worden gebruikt. Uit oogpunt van duurzaamheid en klimaat(adaptatie) zijn er geen belemmeringen voor het voorliggende project.
4.2.11 (vormvrije) M.e.r.-beoordeling In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd (kolom 2). Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project belangrijke nadelige gevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D.11.2).
De bijbehorende drempelwaarde is: a) een oppervlakte van 100 hectare of meer, b) een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer, of c) 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte of meer. Toetsing en conclusie De realisatie van het parkeerterrein kan worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in onderdeel D van bijlage I van het Besluit milieueffectrapportage, categorie D 11.2. De drempelwaarden uit kolom 2 worden niet overschreden. Een formele m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde, maar een vormvrije m.e.r.- beoordeling wel. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 1. Op 3 augustus 2021 heeft het college op basis van de aanmeldnotitie besloten dat belangrijke gevolgen kunnen worden uitgesloten en dat voor het project geen MER hoeft te worden opgesteld. Er zijn dienaangaande dan ook geen belemmeringen voor het voorliggende project.
4.3
Leidingen en telecommunicatieverbindingen
Het aspect leidingen en telecommunicatieverbindingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Het projectgebied wordt doorkruist door een (hoofd)transport afvalwaterleiding. In het geldende bestemmingsplan is deze leiding voorzien van een gebiedsaanduiding “vrijwaringszone -leiding” c.q. zijn de belangen van deze leiding gewaarborgd. Bij voorliggende ontwikkeling wordt met deze leiding rekening gehouden bij graafwerkzaamheden en door er geen diep wortelende bomen op te planten. De aanwezige trafo aan de voorzijde bij de inrit van het parkeerterrein blijft behouden. De voorliggende ontwikkeling heeft geen consequenties voor de daarnaar toe lopende leidingen.
19
Figuur 9.: Gebiedsaanduiding “vrijwaringszone -leiding” (bron bestemmingsplan Kerkwerve, Noordwelle, Ellemeet, Serooskerke en Scharendijke (2017).
In en in de directe omgeving van het projectgebied zijn geen hoogspanningsverbindingen en optisch vrije Wel wordt het gebied door een belangrijke (hoofd) transport afvalwaterleiding doorkruist. In he paden voor telecommunicatieverbindingen aanwezig, waarmee rekening moet worden gehouden. vigerende bestemmingsplan is deze zone ook apart aangeduid. In het plan wordt met deze leid Met betrekking tot eventueel (planologischebomen niet relevante) (zoals rekening gehouden dooraanwezige er geenoverige diepwortelende op teleidingen planten. De aanwezige trafo aan rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het projectgebied voorzijde bij de inrit van het parkeerterrein blijft behouden. Het plan heeft geen consequenties zal op het moment van daadwerkelijke realisering van de voorgenomen ontwikkeling tenminste drie trafo en de voor leidingen die van daar naartoe lopen. door Niels werkdagen de aanvang graafwerkzaamheden degene die de graafwerkzaamheden uitvoert contact (moeten) worden opgenomen met het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC), waarbij gemeld zal (moeten) worden waar en wanneer wordt gegraven.
4.4
Archeologie en cultuurhistorie
Toetsingskader In het gemeentelijke Beleidsplan Archeologie is voor het gehele eiland vastgelegd welke archeologische verwachtingswaarden er zijn. Hieraan zijn beleidsadviezen gekoppeld die als basis dienen voor de voorwaarden bij op te stellen bestemmingsplannen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in verschillende gebiedstypen, van archeologische monumenten tot gebieden waar geen enkele archeologische verwachtingswaarde is. Voor ieder gebiedstype gelden eigen uitgangspunten, randvoorwaarden en drempelwaarden. Dit beleidsplan is verwerkt in het bestemmingsplan “Kerkwerve, Noordwelle, Ellemeet, Serooskerke en Scharendijke”. Voor het projectgebied geldt op basis van artikel 24 van de regels van het bestemmingsplan “Kerkwerve, Noordwelle, Ellemeet, Serooskerke en Scharendijke” de dubbelbestemming waarde archeologie- 6. Ter bescherming van de archeologische waarden is bouwen hier alleen toegestaan indien: -
het bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk met een oppervlakte die niet groter is dan 2.500 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden of; met een archeologisch onderzoek(srapport) wordt aangetoond dat hier geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn of worden veiliggesteld. Verder geldt een meldingsplicht voor eventuele archeologische (toevals)vondsten en/of waarnemingen. Het is niet uit te sluiten dat in het projectgebied toch relevante archeologische sporen en vondsten in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van eventuele graafwerkzaamheden aan het licht komen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister 20
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Om er voor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, worden de aannemer(s) / degenen die de graafwerkzaamheden uitvoeren verplicht attent te zijn op eventuele archeologisch vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en worden zij ook langs deze weg verplicht dergelijke vondsten onverwijld te melden conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook moeten deze vondsten gemeld worden bij het bevoegd gezag, de gemeente (Schouwen-Duiveland) en bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Toetsing en conclusie Archeologisch zijn er geen belemmeringen voor het project. Het project voorziet immers alleen in de aanleg van een parkeerterrein op gronden met een totale omvang van circa 1.250m2. Het omvat daarmee ook geen bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden. Het project blijft dan ook ruimschoots binnen de geldende vrijstellingsgrenzen, zoals die zijn vastgelegd in .
Verder geldt voor eventuele vondsten een meldingsplicht, waaraan in voorkomend geval invulling zal worden gegeven.
4.5
Conclusie
Uit de in voorgaande paragrafen uitgevoerde integrale toetsing van aan de voor het project relevante Omgevings- en milieuaspecten blijkt dat er geen belemmering is voor de ontwikkeling van het beoogde parkeerterrein. Sprake is en blijft van een goed woon- en leefklimaat.
21
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Toetsing / toepassing Grondexploitatiewet Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, moet ook de financieel-economische uitvoerbaarheid van een planontwikkeling worden aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet opgenomen. Doelstelling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie de overheid een stelsel te bieden om te kunnen komen tot kostenverhaal en regie bij locatieontwikkeling. Op basis van deze wetgeving is het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw met een planologische procedure mogelijk wordt gemaakt.
De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en betreffen: - de bouw van een of meer woningen; - de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; - de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1.000 m² bedraagt; - de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is én er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld.
Tevens is wettelijk geregeld dat voor onbenutte bouwruimte die al opgenomen was in een bestemmingsplan dat nog op basis van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening was opgesteld en vastgesteld en bij de herziening van dat bestemmingsplan na 1 juli 2008 geen andere bestemmingsregeling is vastgesteld, geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. Toetsing en conclusie Voor voorliggende ontwikkeling is een exploitatieplan niet nodig. Het betreft geen bouwplan en ook geen particuliere ontwikkeling / grondexploitatie. De gemeente is eigenaar van de gronden, initiatiefnemer en is verantwoordelijk voor de realisering, beheer en het onderhoud van het parkeerterrein. De economische uitvoerbaarheid is daarmee voldoende verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor dit project wordt de uitgebreide procedure doorlopen voor de omgevingsvergunning ‘afwijken bestemmingsplan’ (zie paragraaf 1.3). Deze procedure biedt voor een ieder de mogelijkheid door middel van een zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Conclusie Met bovenstaande procedure wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
22
6 Samenvatting en conclusie De gemeente Schouwen-Duiveland wil op het voormalige gemeentewerfterrein aan de Dijkstraat in Scharendijke een parkeerterrein realiseren om de in deze omgeving aanwezige parkeerdruk te verlagen.. Om deze gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van (uitgebreide procedure voor) de omgevingsvergunning ‘afwijken bestemmingsplan’ op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggende rapportage voorziet in de daarvoor noodzakelijke ruimtelijke onderbouwing. Alle relevante aspecten zijn hierin aangehaald en gemotiveerd. Aangetoond is dat er geen planologische belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling. - Het project past binnen het geldende beleid. Het is geheel in overeenstemming met de Dorpsvisie Scharendijke. Het betreft een nadere uitwerking van het daarin opgenomen sleutelproject “een levendige Dorpsstraat” en het daar deel van uitmakende deelproject “Parkeren op de voormalige gemeentewerf”. - Sprake is en blijft van een goed woon- en leefklimaat. Uit uitgevoerde integrale toetsing van het project aan relevante Omgevings- en milieuaspecten blijkt dat er geen belemmering is voor de ontwikkeling van het beoogde parkeerterrein. - Ook de economisch en maatschappelijk uitvoerbaarheid is aangetoond.
De gemeente is eigenaar van de gronden, initiatiefnemer en is verantwoordelijk voor de realisering, beheer en het onderhoud van het parkeerterrein Op basis van deze ruimtelijke onderbouwing kan worden geconcludeerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de voor het project benodigde vergunningen kunnen worden verleend.
23
Gemeente Schouwen-Duiveland
PARKEERTERREIN DIJKSTRAAT SCHARENDIJKE BIJLAGEN ruimtelijke onderbouwing (omgevingsvergunning) 24