CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS 202204026 verkenning naar mogelijkheden voor aanpak MIRT-Verkenning S-D bijlage (aangepast)

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Uitvoering amendement Vooronderzoek MIRT verkenningen (541869)1.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel verkenning naar mogelijkheden voor aanpak MIRT-Verkenning Schouwen-Duiveland Opgesteld door: Rebel en TAUW 26-04-2022

Aanleiding Eind 2020 heeft de gemeenteraad Schouwen-Duiveland bij de programmabegroting 2021-2024 een amendement aangenomen waarin ingezet wordt op het starten van een MIRT-Verkenning getrokken door de gemeente ten aanzien van: 1. 2.

Het Poldertracé N57 bij Burgh-Haamstede Een veilige oversteekplaats over de N59 nabij Bruinisse en het verbeteren van de verkeersveiligheid op de rotonde.

De gemeenteraad heeft reeds eind 2018 een motie aangenomen waarmee het college verzocht werd tot het voeren van een aantal gesprekken met Rijkswaterstaat om de mogelijkheden voor de MIRTVerkenning te bespreken. Gesprekken met Rijkswaterstaat en ook met de provincie Zeeland hebben tot op heden niet geleid tot voldoende draagvlak voor het initiëren van de start van een MIRTVerkenning; de benoemde infrastructurele knelpunten komen niet voor in de NMCA/IMA, tevens hebben de beide partijen aangegeven geen middelen vrij te kunnen/willen maken voor het starten van een MIRT-Verkenning. De gemeente heeft met het amendement eind 2020 vervolgens aangegeven zelf de MIRT-Verkenning te willen trekken zodat op basis van de uitkomsten van deze MIRTVerkenning het voorstel met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan worden besproken. Het college komt met een kredietvoorstel naar de raad voor de onderzoekskosten van de MIRTVerkenning.

Uw vraag: inzicht in het handelingsperspectief van de gemeente Schouwen-Duiveland U heeft Rebel gevraagd om voor beide infrastructurele opgaven / knelpunten (rotonde/oversteek Bruinisse en Poldertracé) in beeld te brengen wat de mogelijkheden zijn voor het starten van een MIRT-Verkenning, wat een alternatief bestuurlijk en planologisch traject kan zijn en wat de bijbehorende kosten en implicaties kunnen zijn om hier als gemeente mee aan de slag te gaan. Oftewel; wat is het handelingsperspectief van de gemeente? U bent daarbij op zoek naar een inschatting van de proceskosten voor de MIRT-Verkenning dan wel een alternatief bestuurlijk en planologisch traject. Bovendien wilt u inzicht in de kosten van de toekomstige aanleg- en beheer van beide ingrepen. Zodat op basis van beide inzichten de gemeente een besluit kan nemen of zij zelf aan de slag gaat met de voorbereiding van een of beide ruimtelijke ingrepen (rotonde/oversteek Bruinisse en Poldertracé) en daarvoor zelf de kosten draagt.

Onze visie op uw vraag Om in aanmerking te komen voor rijksgeld uit het Mobiliteitsfonds (voorheen: Infrafonds) is het in het algemeen noodzakelijk om een MIRT-procedure te doorlopen. Dit is een meerjarige procedure met een aantal vaste stappen. Via het opstellen van een gebiedsagenda, een startbeslissing, een onderzoek en verkenning wordt toegewerkt naar een planuitwerking en de realisatie. Voor veel stappen is

1

vastgelegd wat voor (deel)producten moeten worden opgeleverd en aan welke eisen die moeten voldoen. Het is in elk geval noodzakelijk dat het rijk – naast regionale partijen – ook betrokken is. Ook Rijkswaterstaat speelt een rol, het gaat vaak om ingrepen in infrastructuur waarvan Rijkswaterstaat de beheerder is. Dit is ook het geval bij de N57/N59. Nu Rijkswaterstaat heeft aangegeven op dit moment geen rol te willen / kunnen spelen bij de verkenning is het allereerst de vraag of de gemeente op eigen kracht een verkenning met uiteindelijk een fysieke ingreep op het wegennet kan uitvoeren. De gemeente is immers geen eigenaar of beheerder van de betreffende infrastructuur. Het staat de gemeente vrij om onderzoek te doen, maar het gaat uiteindelijk om realisatie van de aanpassingen. Draagvlak bij het Ministerie van IenW en Rijkswaterstaat is dus sowieso noodzakelijk. Ten tweede is het – als een rijksbijdrage wordt gevraagd – noodzakelijk om via het BO-MIRT draagvlak te creëren en toe te werken naar een formele Startbeslissing. Op basis van die beslissing kan een verkenning worden gestart. Op basis van onderzoek naar o.a.. nut en noodzaak, verkeers- en externe effecten, investeringskosten bepaalt het Ministerie van IenW of een rijksbijdrage aan de orde is. De kosten van een MIRT-Verkenning hangen nauw samen met de complexiteit van de opgave.

Hierbij moeten onder andere ontwerp tracés, verkeerseffecten, milieu-effecten, een MKBA in kaart gebracht worden en dat voor meerdere alternatieven. Daarnaast is een omgevingsproces van belang. Het is de vraag of in deze fase het starten van een MIRT-Verkenning op eigen kracht leidt tot een gewenste uitkomst, namelijk opname van de beide projecten in het MIRT – projectenboek en (mede)financiering door het rijk. Wellicht zijn er andere mogelijkheden. Wij gaan hier voor beide projecten onderstaand verder op in.

Onze aanpak Voor deze vraag heeft Rebel contact gezocht met het advies- en ingenieursbureau TAUW, waarmee zij regelmatig samenwerkt - onder andere momenteel bij de MIRT-Verkenning A15 PapendrechtGorinchem. We stellen voor ook hier de krachten te bundelen zodat we uw vraag zo goed mogelijk kunnen oppakken, zowel vanuit procesmatig, financieel-economisch als (kosten)technisch opzicht. We knippen de vraag die u ons heeft gesteld op in vier vragen; twee per infrastructureel knelpunt. Dit leidt tot vier aanpakken voor vier vragen. De vragen kunnen los van elkaar of parallel worden opgepakt en de aanbieding kan dan ook gezien worden als een ‘menukaart’ waaruit een keuze gemaakt kan worden voor het oppakken van een of meer vragen.

2

Knelpunt 1: Veilige oversteekplaats van N59 nabij Bruinisse De gemeente voorziet de oversteekbaarheid van de N59 te verbeteren door beter te faciliteren in de oversteekbaarheid bijvoorbeeld door het ondertunnelen van de N59 voor fietsers en voetgangers. Momenteel weten we dat er onveilige oversteekbewegingen over de N59 plaatsvinden ter hoogte van de Molenweg en mogelijk ook ter plaatse van de turborotonde Rijksstraatweg. NB: Het aanpassen van de turborotonde zelf valt buiten de scope van deze vraag. Vraag 1: Is voor deze maatregel een MIRT-Verkenning noodzakelijk of kan deze maatregel op een andere manier worden geïnitieerd, gefinancierd en gerealiseerd en wat is daar globaal voor nodig?

Vraag 2: Hoe is de oversteekbaarheid te verbeteren (afweging enkele varianten) en welke aanleg- en beheerkosten zijn hiermee gemoeid?

Aanpak: We stellen een advies op over de te volgen procedure inclusief planning, de bijbehorende rol van de gemeente en de mogelijkheden voor bekostiging. Hierbij kijken we breder dan de MIRT-Verkenning aangezien dat op dit moment in onze optiek niet de aangewezen route is.

aanpassing van de turborotonde valt buiten de scope

Aanpak: We stellen in nauwe samenwerking met de gemeente en Rijkswaterstaat een voorlopig ontwerp op voor het verbeteren van de oversteekbaarheid. De van deze uitwerking. Voorafgaand leggen we gezamenlijk de uitgangspunten vast. Dit ontwerp stemmen we inhoudelijk ambtelijk af. Op basis van dit voorlopig ontwerp maken we een grove kostenraming. De aanpak die wij voor ons zien, omvat de volgende stappen:

Gesprekken met Rijkswaterstaat en gemeente zijn onderdeel van de aanpak.

-

Resultaat: Notitie over de procedure, stappenplan en planning voor het realiseren van een ongelijkvloerse oversteek van de N59 voor het verbeteren van de oversteekbaarheid, met inachtneming dat de N59 in beheer is bij Rijkswaterstaat.

-

Inschatting kosten: €7.500,- €10.000,exclusief BTW

-

Opstellen van de probleemanalyse Ophalen eisen en wensen bij de gemeente en Rijkswaterstaat Opstellen scenario’s / varianten (uitgangspunt maximaal 3, waarvan 1 variant in ieder geval de ondertunneling betreft) Bepalen voorkeursvariant (TOM) Uitwerken voorkeursvariant tot voorlopig ontwerp (VO) Opstellen SSK kostenraming van het uitgewerkte VO (investeringskosten)

Resultaat: Ambtelijk afgestemd voorlopig ontwerp met bijhorende grove kostenraming voor de voorkeursvariant voor verbeteren oversteekbaarheid fietsers en voetgangers van de N59. Inschatting kosten: €15.000,- exclusief BTW

3

Knelpunt 2: Het Poldertracé De gemeente wil graag de N57 ter hoogte van Burgh-Haamstede (huidige tracé) verleggen naar de polder (Poldertracé). Vraag 3: Wat heeft de gemeente nodig om een dialoog te starten om met de betrokken overheden (Rijkswaterstaat, Ministerie van IenW en provincie Zeeland) nogmaals te verkennen wat de (on)mogelijkheden zijn voor het Poldertracé? Aanpak: We verkennen middels een ronde interviews met de betrokken overheden en op basis van reeds uitgevoerde (probleem)analyses wat er nodig is om de dialoog aan te gaan (c.q. de partijen aan tafel te krijgen). Na deze verkenningsronde stellen we een procesaanpak op en ramen we bijbehorende proceskosten. Deze aanpak werken we uit in een conceptnotitie. We

Vraag 4: Welke doorlooptijd, onderzoekskosten en doorkijk investerings- en exploitatiekosten zijn er grofweg gemoeid met het aanleggen van het Poldertracé uitgaande van de afwaardering van het huidige tracé waarbij de aanname is dat de regio (gemeente of provincie) zorg gaat dragen voor het beheer en onderhoud van het huidige tracé? NB: over het afwaarderen en overdragen van het huidige tracé naar de regio is nog geen besluit genomen, dit nemen wij in de uitwerking mee als uitgangspunt om de mogelijke implicaties voor regio/gemeente inzichtelijk te maken

Aanpak: vraag 4 delen we op in twee delen die op de volgende pagina worden uitgewerkt:

toetsen bij de betrokken partijen hoe zij in de

Vraag 4 deel A: Dossier doorgronden en doorkijk procedurele stappen

Vraag 4 deel B*: Kostenraming aanleg, beheer- en onderhoudskosten

aanpak voor deze dialoog staan op basis van de conceptnotitie, we voeren daarvoor met alle partijen nogmaals het gesprek. De uitkomst van deze gesprekken nemen we tevens mee in de notitie. Resultaat: De notitie bestaat uit een startfoto van de huidige situatie, de standpunten van de betrokken overheden en een schets van de mogelijke aanpak voor het vervolg. Inschatting kosten: €10.000,- €15.000,-

Inschatting kosten deel A: €40.000,- €50.000,exclusief BTW Inschatting kosten deel B*: €10.000,- €12.500,exclusief BTW *Deel B kan niet los van Deel A worden uitgevoerd.

exclusief BTW

4

Knelpunt 2: Het Poldertracé De gemeente wil graag de N57 ter hoogte van Burgh-Haamstede (huidige tracé) verleggen naar de polder (Poldertracé). Vraag 4 deel A: Dossier doorgronden en doorkijk procedurele stappen

Vraag 4 deel B: Kostenraming aanleg, beheer- en onderhoudskosten

Aanpak: Op basis van bestaande informatie die reeds bij de gemeente beschikbaar is vanuit eerdere onderzoeken en uitwerkingen maken we een beeld van de belangrijkste bevindingen in relatie tot de nut en noodzaak van het Poldertracé en afwaarderen van het huidige tracé, de positieve en negatieve effecten voor zover nu bekend en de te verwachten reacties vanuit de omgeving. We gaan in detail in op de volgende onderdelen (op basis van beschikbare informatie):

Aanpak: Het opstellen van en kostenraming van de

- Planologisch / procedureel - Verkeerskundig en verkeersveiligheid - Geluid, lucht, gezondheid, etc. - Landschap, ecologie, water, etc. - Technisch / ontwerp / kosten - Omgeving / draagvlak / publieke opinie Middels expertsessies over de bovenstaande onderdelen bepalen we indicatief welke onderzoeksvragen en

uitwerkingsvragen nog open liggen en op welk moment in de procedure deze openstaande vragen uitgewerkt moeten zijn. Tevens bekijken we of bestaande onderzoeken houdbaar/actueel (genoeg) zijn. Hierbij nodigen we experts uit vanuit de betrokken publieke partijen (rijk en regio) aangevuld met onze eigen experts. Resultaat: Notitie met inschatting van procedure vervolgstappen, benodigde onderzoeks- en uitwerkingsopgave en de daarbij behorende planning en onderzoekskosten voor een MIRTVerkenning.

aanleg, beheer- en onderhoudskosten van het bestaande af te waarderen tracé en van het nieuwe Poldertracé. Op basis van de informatie die is verkregen in deel A (dossier doorgronden) schatten we deze kosten in. Dit doen we door het verifiëren en aanvullen van de reeds beschikbare ramingen, uitgangspunten kengetallen, expert judgement en twee werksessies. Waar nodig en mogelijk actualiseren we de reeds beschikbare ramingen (bijvoorbeeld middels indexatie) en nemen we aanvullende technische uitgangspunten (bijvoorbeeld voor het af te waarderen bestaande tracé) op:

- Opstellen SSK raming LCC (investering + instandhouding = levensduurkosten)1 - Opstellen kosten uitgangspuntennotitie (o.b.v. beschikbare informatie) - Opstellen concept kostenraming met een kostenrapportage - Beoordeling raming gemeente en Rijkswaterstaat - Opstellen definitief kostenraming met een kostenrapportage Wij stellen de SSK raming op voor de twee benoemde tracés (afwaarderen huidig tracé en het nieuwe Poldertracé). De gemeente stelt benodigde informatie beschikbaar en stelt capaciteit beschikbaar voor het beoordelen van de opgestelde raming. Resultaat: Kostenraming met kostenrapportage, voor het Poldertracé met de aanname van afwaardering van het huidige tracé waarbij de regio (gemeente of provincie) zorg gaat dragen voor het beheer en onderhoud van het afgewaardeerde tracé.

1 Dit betreffen de SSK-systematiek termen

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11329169/2