CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026

Gemeenteraad 21 juni 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Samengevoegde Nota Recreatiebeleid Schouwen-Duiveland (870634)2.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026

Algemeen: • We staan geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven, inclusief hotels en pensions, toe, die niet gekoppeld is aan herstructurering of omvorming. • Consumptieve horeca (restaurantfunctie) en voorzieningen (zwembad, supermarkt) op recreatieterreinen, moeten dienend zijn aan het recreatieterrein en passend in omvang, maar mogen ook gericht zijn op inwoners en gasten anders dan van het recreatieterrein. • De regels voor overige consumptieve horeca, ook bij NED’s, zijn opgenomen in de Horecavisie c.q. Omgevingsvisie Buitengebied [niet vastgesteld]. • Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen kunnen uitsluitend voortkomen uit herstructurering/omvorming, dus sanering en verplaatsing van eenheden in het kader van oplossen van knelpunten elders met koppeling bestaand product en gericht op landschapsontwikkeling. • We koppelen nieuwe verblijfsrecreatieve opgaven buiten bestaand bebouwd gebied aan landschaps- en natuurontwikkeling in specifieke daartoe aangewezen aandachtsgebieden. • We stellen het percentage invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie van maximaal 13 % zoals opgenomen in het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied in de plaats van de huidige gemeentelijke kwaliteitscriteria van maximaal 33 eenheden per hectare.

• Maatwerk is mogelijk in overleg en op advies van het Adviesteam Toerisme op basis van het uitgangspunt om te komen tot Zeeuwse kustkwaliteit. (bijvoorbeeld hoger percentage invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra landschapscompensatie). [Adviesteam Toerisme heeft nooit bestaan] • Toepassing van maatwerk op advies van het Adviesteam Toerisme is vooral gericht op het bieden van de mogelijkheid om met het geldende kader als basis de ruimte te vinden om de maximale potentie van een ontwikkellocatie te benutten. [Adviesteam Toerisme heeft nooit bestaan] Binnen begrenzing bestaand bebouwd gebied: • Ontwikkelingen van verblijfsrecreatie (inclusief hotels en pensions) binnen de begrenzing bestaand bebouwd gebied zijn mogelijk, komen voort uit herstructurering en moeten voldoen aan onderdeel A tot en met D van het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied. • Daarnaast moeten de aspecten waterveiligheid, duurzaamheid (wettelijke normen), parkeren, milieunormen en leefbaarheid worden geborgd. Buiten begrenzing bestaand bebouwd gebied: • Ontwikkelingen van verblijfsrecreatieve bedrijven, inclusief hotels en pensions, zijn mogelijk in specifiek daartoe aangewezen aandachtsgebieden conform de voorwaarden voor aandachtsgebieden en op basis van een gebiedsgerichte aanpak.

• Deze ontwikkelingen komen voort uit herstructurering en moeten voldoen aan onderdeel A tot en met D van het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied. • Daarnaast moeten de aspecten waterveiligheid, duurzaamheid (wettelijke normen), parkeren, milieunormen en leefbaarheid (voor zover van toepassing) worden geborgd. • We zetten in principe geen agrarische gronden in voor nieuwvestiging, met uitzondering van mini-campings.

• Bij een planologische procedure tot herstructurering en/of omvorming dan wel plaatsing van eenheden, moet een recreatieterrein op termijn volledig voldoen aan het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied, inclusief het maximum percentage van 13 % voor invulling verblijfsrecreatie. Inventarisatie beleid Pagina 1

verblijfsrecreatie. • Maatwerk is mogelijk in overleg en op advies van het Adviesteam Toerisme op basis van ‘communicerende vaten’ (bijvoorbeeld hoger percentage invulling verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra landschapscompensatie). Het Adviesteam Toerisme toetst aan de voorkant of omvorming van het gehele terrein mogelijk is. Afspraken hiertoe worden privaatrechtelijk vastgelegd. [Adviesteam Toerisme heeft nooit bestaan] • In beginsel geldt in overleg met de gemeente een overgangstermijn van maximaal 5 jaar vanaf het moment van aanvragen planologische procedure. Ook hier is maatwerk mogelijk. Dit geldt vanaf het moment van aanvragen van de planologische procedure. Om de investering tot kwaliteitsverbetering mogelijk te maken is binnen deze overgangstermijn een ‘overstand’ toegestaan van 20 % van het totaal aantal nieuwe eenheden (rekenvoorbeeld: uitbreiding van 100 naar 115 eenheden, dan 20 % overstand van 115 eenheden = 115+23). De noodzaak hiertoe dient in het businessplan te zijn aangegeven en onderbouwd. • We zetten in principe geen agrarische gronden in voor verblijfsrecreatieve ontwikkelingen.

• Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven is mogelijk, mits de kwaliteitsverbetering van deze bestaande bedrijven plaats vindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf en voldoet aan onderdeel A tot en met D van het ontwikkelkader ‘Verblijfsrecreatief gebied’. Daarnaast moeten de aspecten waterveiligheid, duurzaamheid (wettelijke normen) en leefbaarheid (voor zover van toepassing) worden geborgd (is eerder al benoemd). • Een beperkte uitbreiding in oppervlakte en eenheden is mogelijk indien: (Amendement 25 oktober 2018) ○ er sprake is van een (integrale) kwaliteitsimpuls van het bestaande en het toekomstige recreatiebedrijf; ○ er sprake is van maximaal 15 % uitbreiding van het bestaande aantal eenheden (eenmalig). ○ bovenop de 15 % uitbreiding zoals hiervoor genoemd kan, in overleg met en op advies van het Adviesteam Toerisme in overleg met de gemeente, op basis van het uitgangspunt om te komen tot een energie-neutraal eiland, maximaal 15 % uitbreiding van het bestaande aantal eenheden (eenmalig) worden toegekend (hoger percentage invulling verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra energie-neutraliteit en circulair bouwen); ○ totaal kan op basis van bovenstaande maximaal 30 % uitbreiding van het bestaande aantal eenheden (eenmalig) worden toegekend.

○ Ten aanzien van het kader als hierboven bedoeld stelt het college van burgemeester en wethouders voor 1 januari 2019 een uitvoeringsregeling op welke ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Deze uitvoeringsregeling voorziet ten minste in regels hoe kwaliteit, extra energie-neutraliteit en circulair bouwen wordt getoetst. [uitvoeringsregeling is opgenomen in de bijlage] Eisen randbeplanting: [nieuw stukje over landschappelijke inpassing Evaluatie Agenda Toerisme] • Randbeplanting vindt plaats op basis van een integraal omgevingskwaliteitsplan (soorten, diversiteit, streekeigen). Dit integrale omgevingskwaliteitsplan wordt planologisch en/of privaatrechtelijk vastgelegd. De huidige standaardeisen blijven van toepassing voor bestaande situaties. • Ontwikkelen in aandachtsgebieden moeten voldoen aan het landschapsbeeld zoals in de gebiedsvisie ontworpen voor het betreffende aandachtsgebied. Ook hier vindt toetsing door het Adviesteam Toerisme plaats. • Randbeplanting of landschapsontwikkeling moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Begrip eenheid en het gemiddeld aantal slaapplaatsen, parkeerplaatsen en verkeersbewegingen: [aangepast aan de nieuwe begrippen gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55 en 75 m2.

Parkeercijfers zijn ondergebracht in een aparte alinea per hoofdstuk] • Voor accommodaties waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist en die vallen onder het Besluit omgevingsrecht (maximaal 70 m² en maximaal 5 meter hoog, mits passend binnen het bestemmingsplan), gelden de volgende normen voor het bepalen van het aantal slaapplaatsen per accommodatie (eenheid) zoals opgenomen onder het begrip ‘eenheid’. Deze aantallen Inventarisatie beleid Pagina 2

per accommodatie (eenheid) zoals opgenomen onder het begrip ‘eenheid’. Deze aantallen slaapplaatsen zijn mede bepalend voor de bepaling van de parkeercapaciteit en de verkeersgeneratie (aangegeven per soort recreatie-eenheid) [nieuwe parkeercijfers] • Gelet op het gemiddeld aantal slaapplaatsen is een groter bijgebouw (berging) bij een kampeermiddel (stacaravan) op een permanente standplaats mogelijk tot maximaal 13 m2, gelijk aan een bijgebouw bij een recreatiewoning/kampeerhuis. [bijgebouwen] • Onder een ‘recreatie-eenheid’ verstaan we: ○ Op kampeerbedrijven: [Hoofdstuk Reguliere kampeerterreinen]  Permanente standplaatsen: kampeermiddel staat jaarrond. Kampeermiddelen en gebouwen mogen gedurende het hele jaar blijven staan en gebruikt worden. □ De oppervlakte van een stacaravan is maximaal 55 m2, inclusief een berging van 13 m2 = 68 m2. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld vier. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) Gebouwen van maximaal 55 m2 zijn toegestaan op permanente standplaatsen. [bijgebouwen onder apart kopje en slaapplaatsen/parkeerplaatsen onder kopje parkeren] □ De oppervlakte van een kampeerhuis is maximaal 75 m2 (inhoud maximaal 250 m3), inclusief een berging van 13 m2 = 88 m2. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld vier tot zes.

Vier tot zes slaapplaatsen is 1 eenheid (2 parkeerplaatsen en 8 verkeersbewegingen per eenheid) Gebouwen van maximaal 75 m2 zijn onder voorwaarden toegestaan op permanente standplaatsen. [bijgebouwen onder apart kopje en slaapplaatsen/parkeerplaatsen onder kopje parkeren] □ De oppervlakte van een kampeerlodge is maximaal 30 m2 (inhoud maximaal 130 m3), inclusief een berging van 9 m2 = 39 m2. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld twee. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) □ De oppervlakte van een trekkershut(+) is maximaal 20 m2, inclusief een berging van 9 m2 = 29 m2. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld twee. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid)  Toeristische standplaatsen Niet-permanente standplaats: kampeermiddelen staan er een seizoen en kunnen in principe per dag wisselen (tenten, vouwwagens, caravans, campers). Aantal slaapplaatsen is gemiddeld vier. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) [slaapplaatsen/parkeerplaatsen onder kopje parkeren] □ Toerplaats = 40 m2, inclusief privé sanitair van 6 m2 = 46 m2. Voor een nietpermanente standplaats wordt 40 m2 voor een eenheid aangehouden, inclusief privésanitair of een bijgebouw van 13 m2 = 53 m2.

□ Het is toegestaan om 3 kleine tentjes van maximaal 8 m2 op een standplaats te zetten. □ Het is toegestaan om een caravan met een bijzettentje te plaatsen. Het is toegestaan om een kampeermiddel met maximaal 2 bijzettentjes van maximaal 8 m2 te plaatsen.  Logies- c.q. logeergebouw: □ Omvang varieert in oppervlakte. Een logies of logeergebouw is altijd maatwerk en is omgevingsvergunningplichtig. □ Aantal slaapplaatsen is gemiddeld 12-16. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid)  Recreatiewoning: [= gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 75 m2] □ Oppervlakte is in basis 75 m². Aantal slaapplaatsen is gemiddeld vier tot zes. Vier tot zes slaapplaatsen is 1 eenheid (2 parkeerplaatsen en 8 verkeersbewegingen per eenheid □ Groter mag indien bijv. 3 generatie woningen. Voor gemiddeld aantal slaapplaatsen wordt de regeling voor logies- c.q. logeergebouw gehanteerd  Campinghotel: □ Aantal slaapplaatsen is gemiddeld 2 tot 4 per (hotel)kamer. Twee tot vier Inventarisatie beleid Pagina 3

□ Aantal slaapplaatsen is gemiddeld 2 tot 4 per (hotel)kamer. Twee tot vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) ○ Op recreatiewoningenterreinen: [Hoofdstuk recreatiewoningenterreinen]  Recreatiewoning: oppervlakte en regeling aantal slaapplaatsen zoals hierboven weergegeven. • De oppervlakte is in basis 75 m2, de goothoogte is 4 meter en de bouwhoogte is 8 meter. • Groter mag als er sprake is van een uniek concept/maatwerk.  Ecolodges (hiervoor gelden de volgende richtlijnen voor oppervlakte, bouwlagen en inhoud) □ minimummodel 20 m², 1 bouwlaag, inhoud 60 m³. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld twee. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) □ middenmodel 30 m², 1 bouwlaag, inhoud 90 m³ (een vide is toegestaan). Aantal slaapplaatsen is gemiddeld twee. Vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) □ luxemodel 40 m², 2 bouwlagen, inhoud 150 m³. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld twee tot vier. Twee tot vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid) [= gebouw voor recreatief nachtverblijf]  Logies- c.q. logeergebouw: omvang varieert in oppervlakte. Zie regeling logiesc.q. logeergebouw op kampeerbedrijven  Hotels/motel/pension: aantal slaapplaatsen is gemiddeld 2 tot 4 per (hotel) kamer.

Twee tot vier slaapplaatsen is 1 eenheid (1,3 parkeerplaats en 5,2 verkeersbewegingen per eenheid. [Hoofdstuk Verblijfsrecreatieve horeca] [Bed and Breakfast toevoegen]  Voor gebouwde accommodaties die uitsluitend kunnen worden gebouwd met een omgevingsvergunning, zijn voor de bepaling van het aantal slaapplaatsen per accommodatie, de overgelegde (bouw)tekeningen voor de omgevingsvergunning, leidend. Dit kan leiden tot aanpassing van de norm voor het aantal parkeerplaatsen en verkeersbewegingen. Begrip kampeermiddel: [= gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55 m2] • Stacaravans moeten standaard voorzien blijven van een chassis met wielen teneinde de consequenties van het feit dat (eventueel) daarmee sprake is van ‘bouwen’ (‘chalet’) en de eis van een omgevingsvergunning en daarbij behorende eisen van het bouwbesluit, te voorkomen. [gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55m2 = naar aard en constructie als 1 geheel verplaatsbaar] • De oppervlakte van een ‘chalet’ is maximaal 55 m2, inclusief een berging van 13 m2 = 68 m2. Aantal slaapplaatsen is gemiddeld vier tot zes.

Vier tot zes slaapplaatsen is 1 eenheid (2 parkeerplaatsen en 8 verkeersbewegingen per eenheid) [kopje bijgebouwen en nieuwe parkeercijfers Agenda Toerisme] • Alternatieve kampeermiddelen, zoals yurt tenten, glamping tenten, strand tenten, Afghaanse tenten et cetera, die op niet permanente standplaatsen staan op reguliere recreatieterreinen, mogen voortaan in de winterperiode blijven staan. Wel geldt hierbij het verbod om deze in de winterperiode te verhuren voor recreatief nachtverblijf. [winterstalling] • Ook op mini-campings mogen dergelijke alternatieve kampeermiddelen in de winterperiode blijven staan, op de tot 20% maximaal toegestane permanente eenheden. mits aan de provinciale regeling tot maximaal 20 % toegestane permanente eenheden wordt voldaan. Amendement gemeenteraad 25 oktober 2018: [opgenomen in nieuw beleid] Samenvoegen kampeerterreinen • Voor een minicamping die gekoppeld is aan een reguliere camping is planologische samenvoeging tot één reguliere camping mogelijk (eenmalig). In dit geval wordt planologisch vastgelegd dat na samenvoeging toevoeging van een minicamping niet meer mogelijk is. Er Inventarisatie beleid Pagina 4

vastgelegd dat na samenvoeging toevoeging van een minicamping niet meer mogelijk is. Er dient volledig voldaan te worden aan het ontwikkelkader. Overige kleinschalige verblijfsrecreatie buitengebied: [verwerkt in Agenda Toerisme] • Het bestaande beleidskader kleinschalig kamperen blijft behouden. Deze moeten voldoen aan de (kwaliteits-)criteria in de Omgevingsvisie Buitengebied. • Nieuwe Economische Dragers (NED’s) bij (voormalige) agrarische bestemmingen blijven mogelijk, maar zijn beperkt tot maximaal 25 slaapplaatsen. Eventuele verblijfsrecreatieve mogelijkheden bij NED’s vinden uitsluitend in bestaande bebouwing. Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied: [Bijlage 1] A. Ruimtelijke kwaliteit 1. Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf; 2.

Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: • integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; • de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; • het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; • er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale uitbreidingsoppervlakte van 13 % (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden); • maximaal 20 % van het totale terrein mag aan de openbaarheid worden onttrokken (deze maximale maat is vanwege het aspect veiligheid niet van toepassing bij kampeerterreinen); • de openbaar toegankelijke paden en routestructuren integraal onderdeel uitmaken van het landschap. 3. Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: • er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie; • er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale terrein van 13 % (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden); • er maximaal sprake is van 15 % uitbreiding van eenheden die daadwerkelijk op het terrein in exploitatie zijn. ○ ruimte voor maatwerkoplossingen is mogelijk als een specifieke situatie daarom vraagt.

Hierbij geldt als principe dat bovengenoemde uitgangspunten communicerende vaten zijn. Een hoger percentage landschapsontwikkeling kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een hoger percentage uitbreidingsoppervlakte. ○ In de bestaande bebouwde gebieden van de badplaatsen Renesse en Burgh-Haamstede dient het aspect ruimtelijke kwaliteit te worden geborgd. B. Economische haalbaarheid • Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie (CBE) conform de ‘Algemene kwaliteitscriteria bij uitponding op kampeerterreinen’. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: • Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd Zeeuws product. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: • Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. AANDACHTSGEBIEDEN [Bijlage 2] Aandachtsgebieden zijn gebieden waar de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan Inventarisatie beleid Pagina 5

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn. Juist in deze gebieden liggen er kansen om integraal de kwaliteitskust opnieuw te ontwikkelen. De ontwikkeling van aandachtsgebieden gebeurt op basis van een gezamenlijk streefbeeld, dat door gemeenschappelijke partijen wordt gedragen. Ook planvorming en realisatie gebeurt op basis van gelijkwaardigheid en samenwerking. Realisatie vindt alleen plaats als er ondernemers willen investeren en betrokken zijn. Naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Als de overheid partij is, richt zij haar aandacht in de eerste plaats op het proces en de publieke ruimte. Tegenwoordig ligt een groots opgezette gebiedsaanpak, zoals die in het verleden werd uitgevoerd, echter niet meer voor de hand. Gewenste ontwikkelingen zullen daarom met een kleinschalige projectaanpak in kleine stapjes gerealiseerd worden. In het streefbeeld voor de aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren), de regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur. Het landschap is in beheer bij één partij. Hiernaast wordt aansluiting gezocht met de omgeving door de verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur.

Hekken en afscheidingen worden vermeden en het gebied is zo veel als mogelijk openbaar toegankelijk. Ook wordt invulling gegeven aan de onderdelen B tot en met D van het Ontwikkelkader ‘Verblijfsrecreatief gebied’. De recreatieve ontwikkelingsruimte in aandachtsgebieden is geen ‘vrije’ ontwikkelingsruimte. In alle gevallen moet de ontwikkeling in een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (herstructurering, verplaatsing, sanering) (elders) in de betreffende regio van de Zeeuwse kust. De uitwerking van dit uitgangspunt is een zaak van partijen gezamenlijk en dient per aandachtsgebied ingevuld te worden. Combineren van een verscheidenheid aan instrumenten, exploitatie en ontwikkeling op gebiedsniveau kan mogelijkheden bieden om stappen te zetten in de aandachtsgebieden. Nieuwe solitaire recreatieve ontwikkelingen in aandachtsgebieden, los van of vooruitlopend op de gezamenlijke gebiedsaanpak en een ontwikkeld streefbeeld, dienen zich te houden aan onderdeel A tot en met D Ontwikkelkader ‘Verblijfsrecreatief gebied’. Concreet betekent dit een 1-op-1 koppeling met het bestaande product elders in de betreffende regio van de Zeeuwse kust. De inzet is om tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen.

Hierbij horen deze uitgangspunten: • Gebiedsontwikkeling vindt plaats op basis van een integrale gebiedsvisie; • De ontwikkeling in een aandachtsgebied moet bijdragen aan het oplossen van recreatieve knelpunten (elders) in de betreffende regio van de Zeeuwse kust. Begrippen [in nieuw document 1 begrippenlijst]: - Integrale kwaliteitsimpuls: het in samenhang met de omgeving creëren van toegevoegde waarde van een verblijfsrecreatief terrein voor de samenleving, gekoppeld aan de uitgangspunten van het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied. - Permanente standplaatsen: kampeermiddel staat jaarrond (c.q. mag jaarrond staan). Kampeermiddel mag jaarrond aanwezig zijn en jaarrond gebruikt worden. - Toeristische standplaatsen: kampeermiddelen staan er een seizoen en kunnen in principe per dag wisselen (tenten, vouwwagens, caravans, campers). - Aandachtsgebieden: gebieden waar de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn.

Inventarisatie beleid Pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12822316/1