CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Regel 1 en Regel 2 nader toegelicht

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regel 1 en regel 2, nadere toelichting (14 feb 2021) Economische groei en brede welvaart zijn bekende grootheden. De volgende is dat het aantal mensen van 2,5 miljard (1950) gestegen is naar 7,5 miljard en … de helft hiervan er nog bijkomt. Ook begint het besef door te dringen dat door het verlies van Biodiversiteit de aarde geen ‘safe operation place ‘meer is voor mensen. Ondanks al deze grootheden is in de aloude controverse tussen mens en natuur, de winnaar op voorhand al bekend: het systeem. Maar wat is nou systeemdenken? Het rapport van de Club van Rome (‘Grenzen aan de Groei’, 1972) over ‘uitputtingsproblematiek’ was de eerste kennismaking met ‘systeemdenken’. Inmiddels 50 jaar verder is de vraag nog steeds: hoeveel ‘bronnen’ hebben we tot onze beschikking / met hoeveel mensen moeten we die delen? Systeemdenken is dus vrij simpel. Het is de aarde als een bolletje zien, en omdat we er niet af kunnen, de wetmatigheden van systeem aarde eveneens betrekken op mensen. De moeilijkheid is echter dat hoewel we de bel al langer horen luiden, we absoluut niet meer weten waar de klepel hangt. Om het ‘Tij te keren’ gelden er slechts twee regels. Regel 1 is informatie. Informatie over de klepel. De klepel draait dit keer om duidelijke, heldere (systeem-) informatie. Want zolang we niet weten waar de klepel hangt - Regel 1, wordt het ook niks met CO2, Biodiversiteit.

Regel 2 is participatie. Participeren zonder informatie (Regel 1) is in hetzelfde kringetje blijven ronddraaien en dus: nutteloos. Het participatie-model aanpassen aan Regel 1 vraagt echter een ander/beter participatie-model. Het omgekeerde is ook waar. Als we Regel 2 fatsoenlijk oppakken zullen we Regel 1 steeds beter willen benutten en uitbreiden. Even zo plat ben als een dubbeltje: hoe kunnen we voor de gemeenteraadsverkiezingen Maart 2021, iets brengen waardoor participanten ‘stemmers’ worden. Op ‘inhoud’ (Regel 1) is vooralsnog een brug te ver; die inhoud is er of nog niet of anders, moet eerst beklijven. Wat daarentegen wel kan is stemvolk ‘scoren’ op basis van Regel 2 (participatie). Heel concreet: door Regel 2 in jaar ‘drie’ fatsoenlijk in de touwen te hijsen. ‘Anticiperen op participeren’ geldt natuurlijk voor alle politieke partijen. Als de beleidsvoorwaarden voortkomen uit Regel 1 en de praktische mogelijkheden worden bepaald door Regel 2, kunnen participanten middels Regel 1 wel mede-probleemeigenaar worden, en middels Regel 2 ook mede-eigenaar van de oplossing worden. Alleen zo kunnen nieuwe netwerken gevormd worden die praktisch bijdragen aan een volhoudbaar toekomst-scenario voor SchouweDuiveland. Systeemdenken lijkt op het kraken van een soort menselijke code.

Zolang mensen denken dat ze boven de natuur verheven zijn, is het vinden van de code nagenoeg onmogelijk. Het simpele verhaal is dit: de mens is geen exclusieve eenheid. Beter gezegd alles is een geheel. En dat geheel ziet er in het kort zo uit:

ABC-model Allesomvattend model waaraan spelregels ontleend kunnen worden om met de natuur mee te werken. A: abiotische processen (klimaat, energie, water, bodem) B: biotische processen (groei en differentiatie van planten- en dierenleven) C: cultureel, sociaal en economisch en technisch handelen en denkprocessen van mensen. De abiotische werkingen (A) vormen het veld waarbinnen de biotische werkingen (B) mogelijk zijn. Daarbinnen kunnen de culturele of conceptuele werkingen (C) tot uiting komen. (naar Ecologie van de stad, Koning en Tjallingii, 1991).

Mensen gaan echter niet verder dan de C als systeemgrens. Zelfs veel ‘groene lui’ denken vanuit C en zoeken naarstig nieuwe’ business-/verdienmodellen om B verder te kunnen helpen. B is zoiets als de groene schil op aarde, de biosfeer. Hierin zijn mensen organismen - letterlijk omdat zij zich als alle andere organismen kunnen voortplanten. A is echter de meest bepalende invloed. Louter omdat we deel zijn van een geheel, zijn we hier volkomen van afhankelijk. In omgekeerde denkrichting, dus vanuit C gezien, draait A nu om kil-fysische zaken als opwarming door CO2, om land-degradatie (onvruchtbare bodems) en om chemische overkill door Stikstof en Fosfor. Ondanks onze ‘verworvenheden’ veroorzaken we niet alleen verlies van Biodiversiteit, B dus, maar verstoren we ook het evenwicht in A. Het plaatje ‘planetaire grenzen’ geeft hiervan een overzicht. Hierbij past een opmerking. De volgorde is namelijk andersom dan we in C telkens bedenken. - Verlies van Biodiversiteit is namelijk het grootste probleem. - CO2 (opwarming) … is slechts het kleinste probleem. Mensen ‘denken’ dat ze binnen het ABC-model een (omgekeerde) CBA-route kunnen volgen. Einstein zei al dat je een probleem niet binnen de contour van datzelfde probleem kunt oplossen. Het echte probleem zit niet in welvaart (zelfbedacht comfort). Het probleem zit ook niet in “de” natuur.

Het probleem zit er ook niet in dat mensen deel zijn van een geheel; het enige probleem is dat we dat niet meer beseffen. Ons probleem zit zogezegd tussen de oren (wereldbeeld, attitude, gedrag). Systeemdenken is ons wensbeeld voegen naar de werkelijkheid moeder aarde. Waarom we dat niet doen? Het is enigszins uit te leggen. Mensen leven als het ware in twee werelden tegelijkertijd.

In de fysieke werkelijkheid van poepen, piesen, voortplanten. De andere werkelijkheid is slechts een gewenste, psychologische of conceptuele werkelijkheid. In deze wirwar hebben we het ABC-model, in een soort magisch move, omgetoverd tot een CBA-model. Vanuit dit wensbeeld komen we nu tot individueel en sociaal-cultureel handelen. Om onze eigen code te kraken zijn er slehts 2 Regels. Regel 1 draait om INFORMATIE. Om te kunnen weten waar de klepel hangt. Regel 1 is dus kijk naar de fysieke werkelijkheid, en vooral: voeg je naar de ecologische werkelijkheid. En plat op de grond: Dit is waar de kwaliteit van de fysieke leefomgeving om draait. En daarmee van de kwaliteit van al ons (verdere) sociaal-cultureel handelen.

Het fysieke probleem is ontstaan door onze onhandige wisselwerking met Regel 1. En omdat die onhandige wisselwerking weer veroorzaakt wordt door ons wereldbeeld, draait Regel 2 daarom om participatie. Een overall-plaatje van onze de fysieke werkelijkheid. Het focus ligt hier op de groene schil, op de biosfeer met leven en dood. Daarin zijn 3 hoofdstromen werkzaam: - energie - materiaal en - informatie

Energie is de motor van systeem aarde. Die energie komt van de zon. Iedere dag weer en voor aardlingen een constante. Wat er gebeurt met die energie is dat de energie van de zon slechts door het systeem heen looped. Het vreemde daarbij is dat er net zoveel energie (in Joules) ingaat als uitgaat .

naar: M. vd Pol, Min EZ, 2012

Wat er nou eigenlijk gebeurt is niet dat de hoeveelheid energie verandert, het aantal Joules blijft namelijk hetzelfde, maar dat de energiedichtheid verandert. Hoge energiedichtheid noem je ‘exergie’, lage energiedichtheid noem je ‘entropie’. Dat laatste woord kennen de meesten wel; het eerste woord meestal totaal niet. In dit plaatje hoe de energiedichtheid verandert: De energie van de zon (geel) heeft een hoge energie-dichtheid en is hoogexergetisch. Dat wil zeggen dat je er veel arbeid mee kan verrichten. Het groene deel is de groene schil op aarde, zijnde land en water met organisch leven, lees: alle Biodiversiteit (inclusief tweepoters).

Als je de procenten optelt, zie je dat er inderdaad net zoveel in- als uitgaat. Hoe meer naar rood, hoe meer entropie. Exergie staat dus tegenover entropie. Je kunt het zien als hoge energiedichtheid versus lage energiedichtheid. Zonlicht is hoog-exergetisch (korte golf) waardoor er veel arbeid mee verricht kan worden, bijv. fotosynthese bij planten. Na gedane arbeid gaat deze energie in dezelfde hoeveelheid (in Joules) via uitstraling terug naar het heelal . Alleen nu in de vorm van laag-exergetische warmte (lange golf). Slechts de kwaliteit van energie verandert, niet de hoeveelheid energie. Met die veranderende kwaliteit, verandert ook de benutbaarheid van energie. Het is maar een kleine stap verder om te denken in energie-efficiëntie. Het voorgaande maakt al duidelijk dat niet de hoeveelheid (Joules) van energie afneemt, maar ‘slechts’ de kwaliteit/energiedichtheid van energie afneemt. Tussen de hoog-exergetische zoninstraling en de entropische vorm als warmte, zitten tussenstadia van energie die je gerust alsnog kunt benutten. Je zou dit de ‘exergetische ruimte’ kunnen noemen. Juist daarin gaat de menselijke soort zeer slordig om met energie ; niet in hoeveelheid maar in handig te gebruiken energie – beter gezegd de alsnog te benutten (exergie van) energie. We richten wel duurzame bronnen op en proberen energie te besparen.

Maar energie-efficiënt ho maar! Het volgende plaatje laat zien hoe weinig energie-efficiënt we zijn.

Uit: Energie & Riumte, Dirk Sijmons c.s., 2017 De cascade van verliesfactoren in de fossiele keten: lekverliezen, opwekkings- en distributieverliezen, conversieverliezen en systeemverliezen die maken dat slechts een klein deel van de gebruikte bronnen omgezet wordt in zinvolle arbeid. Elektriciteit die duurzaam is opgewekt heeft alleen de laatste verliesposten in de keten te verwerken: een beetje transportverlies en het onvermijdelijke ‘systeem verlies’. Denk aan de warmte die een televisietoestel produceert, waar de rest van de elektriciteit is omgezet in beeld en geluid. Naar: Cullen & Allwood (2010).

Het licht-gearceerde is de input van primaire energie (olie etc, nog steeds plm 80%). Het donker gearceerde zijn verliezen in de opwekkingsketen. De uiteindelijke output in final services (eindgebruik) is amper een vijfde van de input. Met energie-efficiëntie zouden we bij gelijkblijvende input, minstens 5 keer zoveel output kunnen genereren; van dezelfde hoeveelheid energie die er in gaat. Waar het over gaat is dat we veel energie van alsnog benutbare kwaliteit, verloren laten gaan. Exergieverlies in moeilijke termen. Wat overigens net zo van toepassing is op materialen.

Materie. De tweede hoofdstroom op aarde is de materie stroom (materialen). In tegenstelling tot zonneenergie (die wordt dagelijks aangevuld), is moeder aarde met betrekking tot materialen een gesloten systeem. Dat wil zeggen dan dat er in principe geen materiaal bijkomt of afgaat. Materialen kennen ook een vorm van materiaaldichtheid (kwaliteit/bruikbaarheid in de zin van exergie).Net als wat entropie is bij energie, heb je ook niet veel aan materiaal in de verdunde vorm. Een makkelijk voorbeeld is altijd Zilver. In vaste vorm (hoge exergie) veel gebruikt in foto-labs; na uitspoeling aanwezig als Zilver-ionen in bijvoorbeeld een km3 zeewater. In verdunde (entropische) vorm is al het Zilver er nog (op aarde) maar niet herbruikbaar. Upgraden (naar hogere exergiegraad brengen) kan wel maar slechts met een hoge energie-input. Dergelijke verdunning is de kern van grondstofuitputting. Voorbeeld. Verzaag je een plank tot zaagsel, dan is de hoeveelheid cellulose/hout weliswaar hetzelfde maar de bruikbare vorm (exergie) van het hout (als plank) is dan verloren. En die krijg je ook niet zomaar terug! Om zaagsel te upgraden naar MDF-plaat of pellets, ) kun je de exergie ervan (bruikbaarheid) alleen verhogen door (veel) energie toe te voegen. Precies zo gaat het met Biomassa.

Oerbossen kappen, het gewonne hout verspanen en de spaanders tot pellets persen, die transporteren en vervolgens opstoken, gaat (CO2-uitstoot nog daargelaten) gepaard met een enorm verlies van exergie. Een oerbos beschouwen als een zekere hoeveelheid pellets, is daarom zo dom omdat de exergie van het oerbos verloren gaat. Zolang we het ABC-model omdraaien en vanuit het door mensen gepercipieerde CBA-model vertrekken, halen we wel (voor mensen) bruikbare pellets uit dat oerbos, maar gaan alle andere functies voor mensen ook verloren. Bij elkaar worden deze functies (ecosysteemdiensten) geleverd door wat we wat afstandelijk Biodiversiteit noemen. Juist deze ecosysteemdiensten maken het plekje onder de zon voor mensen mogelijk. Circulair zou moeten betekenen dat we hetzelfde materiaal telkens opnieuw kunnen gebruiken. Maar zodra je dat materiaal ‘verdund’, is die verdunde vorm of niet te ‘oogsten’ of kost het heel veel energie om die verdunde vorm naar een voor ons weer bruikbare vorm te maken. Daarom draait ‘volhoudbaar’ in principe om materialen en niet om energie. Die energie komt er iedere dag (zon) weer bij. Maar die materialen niet! Het IPBES (2019) schrijft dat in “In the past 50 years, the human population has doubled, the global economy has grown nearly fourfold and global trade has grown tenfold, together driving up the demand for energy and materials.”

Dit plaatje (NRC, 20 12 2020) laat zien hoe mensen zich ‘organiseren’. Inmiddels is het gewicht van door mensen structuren groter dan het gewicht van alle biomassa bij elkaar. In 40 jaar ruim 1100% extra materiaalverbruik! Bij de winning van grondstoffen, is het laaghangend fruit al langer op en neemt het percentage metaal in diverse ertsen zienderogen af. Het grote probleem zit in de exergie/benutbaarheid van materialen. Als ze er niet meer zijn of alleen nog in verdunde vorm, kun je er weinig tot niks mee. Of hooguit ten koste van een enorme input aan energie. En om die energie te genereren hebben we weer materialen nodig. Zo kun je blijven doorgaan.

Informatie Waar we om te beginnen op Schouwen-Duiveland, behoefte aan hebben is informatie over waar de klepel hangt (Regel1). En informatie in de zin van organisatie over hoe we participatie organiseren (Regel 2). Echter mensen leven in twee werelden tegelijk. Het ABC-model hierboven betreft de fysieke werkelijkheid. Omdat we er niet aan willen, hebben we het ABC-model omgedraaid en er dit van gemaakt: Hetzelfde bolletje (moeder aarde) maar nu vanuit het CBA-model. Over bevolkingsgroei hoef je niks te zeggen. Rechten van de Mens zijn onaantastbaar. En omdat de wereld redden anders onbetaalbaar wordt staat economische groei voorop. Onze hardware is misschien uitstekend maar de manier waarop we onze eigen software schrijven, bepaalt onze conceptuele werkelijkheid. Kortom, hiermee ‘organiseren’ we onze wensbeelden c.q. schrijven we onze eigen habitat-eisen weg. Even helemaal terug naar SD. SD heeft enkele opvallende eigenschappen. Volop toevoer van energie (zon), in wezen superbodems, we zijn een gemeente, als eiland een bioregio (natuurlijke systeemgrens) en met 34 duizend inwoners en gemiddeld 14 duizend toeristen erbij, een handig aantal om een redelijke vorm van economie te kunnen handhaven. Wat ook opvalt is het ‘ons bin zuunig’. In alle vrijblijvendheid vergelijk ik dat met een zekere vorm van Ecologisch Quotient.

Leven van de bronnen die het eiland biedt en daar ‘zuunig’ mee omgaan (als was het een stuk hout wat je niet weggooit maar bewaart), is namelijk net zoiets de nuttige vorm van energie en materialen bewaren (dus de exergie ervan). Daarom heb ik er in ‘ons bin zinnig’ van gemaakt. Mijn ding. Maar onze behoudende ‘logica’ volgt ten minste wel de natuurlijke logica van behoud van ‘kwaliteit’ (exergie). Dus: als er nou ergens een plek in Nederland is waar we gezond (normaal) omgaan met de bronnen van bestaan, is het SD! Daarom denk ik dat op SD het noodzakelijke consuminderen, meer in vruchtbare aarde valt, dan elders. Anders gezegd dat als we mede-probleem-eigenaar worden, we op SD veel sneller tot medeeigenaren van de oplossing worden. Door onze inherente zinnigheid zal ook onze basis-heemkunde bijspijkeren Regel 1, hier beter kunnen ‘landen’ dan elders. Regel 2 (participatie) zal daarom ook in vruchtbare aarde ‘landen’. Om te snappen hoe nieuwe netwerken vorm kunnen krijgen, is het goed nogmaals te onderstrepen dat die nieuwe netwerken bepaalde kenmerken hebben. Beter gezegd, conform het ABC-model moet er een systeem-benadering in zitten. Tweede is dat die nieuwe netwerken per definitie een

integraal karakter hebben. Het laatste vraagt dat mens en natuur niet tegenover elkaar staan. Maar samen opgaan. En dan zo praktisch mogelijk. Een methode om tot nieuwe (geïntegreerde) netwerken te komen is dit 5 stappenplan (overigens ook maar een model).

Stap 1 en 2 gaan over de opname van wat er is (fysieke werkelijkheid). Stap 3 en 4 gaan over het uitwerken van vier verschillende toekomstscenario’s. Dit voorbeeld stond vandaag in de krant (NRC, 14 feb 20210). Zelf bedenken we natuurlijk hoe het eiland er in 4 verschillende toekomst-scenario’s uit zou kunnen zien. In stap 5 worden de uitkomsten van de 4 toekomst-scenario’s samengebracht in een plan. Regel 1 is al geborgd (informatie mbt fysieke werkelijkheid). Regel 2 wordt geborgd door te zorgen dat participanten in alle stadia en evenwaardig zijn/worden betrokken. Regel 2 vraagt om een transdisciplinair proces (leek en expert samen) zoals in de Groene Vierhoek. Voor bijvoorbeeld een Omgevingsvisie. Of voor de uitwerking van een energielandschap (waar het oorspronkelijk voor bedoeld is). Of je er nou een circulariteits-landschap of biodiversiteits-landschap, een mobiliteits-landschap, Klimaat adaptatie landschap bij aan laat haken of niet: het 5-stappenplan is een methodiek om visie en participatie daadwerkelijk te verbinden De crux van het 5-stappenplan als van de Groene Vierhoek is dat iedere participant zich uiteindelijk betrokken weet of voelt.

Verder denk ik iedereen gaat scoren als we participanten volwaardig betrekken. A la de Groene Vierhoek of anders. Zolang participatie maar tot doel heeft dat uiteindelijk zich betrokken weet of voelt. Over de hoofden van participanten heen, participanten trakteren op de betrekkelijk merkwaardige keuzes die politici (namens en voor hen) denken te moeten maken … ik zou het anders doen! Regel 1 is lever afdoende informatie (zeg waar de klepel hangt) Regel 2 is organiseer een nieuw participatie-model. A) Omdat de inhoud nieuw is. En B) buiten alle regels om, iedereen het er over eens is dat we het samen moeten doen. Zodra we Regel 1 en Regel 2 lees: visie en participatie laten samengaan, en de stip op de horizon overeenkomt met het ABC-model, is het onontkoombaar dat we als resultaat daarvan, in nieuwe netwerken kunnen gaan denken.

Ik vertrek vanuit het ABC-model. Misschien kom ik daarom ‘ingewikkeld’ over. En is dat eigenlijk alles. Maar ervan uitgaand dat ‘ons zinnig bin’ klopt, onderscheid ik toch me van niemand. Op Schouwen-Duiveland. Eric

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9760280/1