Reactie op de Uitgangspunten ruimtelijk beleid duurzame energievoorz
Tekst van het document
Uitgangspunten ruimtelijk beleid duurzame energievoorzieningen Reactie op de uitgangspunten, versie 9 december 2020 Op 23 december 2020 stuurde u ons twee presentaties van de bijeenkomst op 9 december 2020 over het ‘ruimtelijk beleid duurzame energievoorzieningen’. Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid om aanvullingen, suggesties en wijzigingen die wij niet kwijt konden tijdens de bespreking op 9 december 2020 aan u over te brengen. Ook de reacties die wij die avond wel over het voetlicht hebben kunnen brengen, voegen wij daar graag aan toe. Wij volgen daartoe de presentatie paginagewijs. Pagina 4, Beleidsuitgangspunten (1) Inzetten op energiebesparing en duurzame energieopwekking Dit onderwerp wordt niet verder uitgewerkt, maar is voor het ruimtelijk beleid van cruciaal belang. Immers, hoe meer aan energiebesparing wordt gedaan, hoe minder energie duurzaam hoeft te worden opgewekt en hoe minder ruimtebeslag deze duurzame energievoorzieningen zullen hebben. Vanuit een oogpunt van ruimtelijk beleid dringen wij er sterk op aan om meer aandacht aan het onderwerp energiebesparing te besteden, vooruitlopend op de energietransitie zelf. Pagina 5, Beleidsuitgangspunten (2) De reeks uitgangspunten op deze pagina heeft meer het karakter van een inhoudsopgave dan van uitgangspunten.
Het lijstje wordt gevormd door onderwerpen die naar onze mening eerst dienen te worden uitgewerkt, alvorens ze kunnen fungeren als uitgangspunten waaraan het op te stellen beleid getoetst kan worden. Aan deze inhoudsopgave zouden we graag onder de kop ‘Bijdrage aan doelen’ nog het volgende doel toegevoegd zien: ‘Behoud van de openheid van het landschap’ aangezien het open landschap een van de meest karakteristieke eigenschappen van het eiland is die het waard is om behouden te blijven. Ook achten wij het van belang om als algemeen beleidsuitgangspunt op te nemen: “Het vinden van een juiste balans tussen enerzijds de verduurzaming van ons energiegebruik en anderzijds de negatieve neveneffecten die dat ontegenzeggelijk op onze omgeving zal hebben”. Immers, het nadenken over de opties voor verduurzaming bevindt zich nu nog in een verkennende fase, waarbij nog niet bekend is welke vormen van alternatieve energiewinning, waar en op welke schaal gaan worden toegepast. Pas wanneer daar zicht op is, is het mogelijk de doorwerking daarvan op onder meer ons landschap in te schatten en te kunnen vaststellen of deze effecten aanvaardbaar zijn dan wel er een andere invulling van de verduurzamingsagenda meer passend is.
Pagina 6, Energienetwerk Binnen beleid wordt zoekgebied voor een 150 kV station vastgesteld Gezien de afmetingen en het industriële karakter van een 150 kV station stellen wij voor dat een plek te laten krijgen op een van de industrieterreinen van Bruinisse, Nieuwerkerk of Zierikzee. Hoewel het woord anders doet vermoeden 1
past een 150 kV station naar onze mening niet in een energielandschap, zoals dat is bedoeld in de zonneladder, trede 5. Dus ook niet bij de huidige windturbines aan de Gouweveerse Zeedyk. Pagina 7, Windenergie Thema Grootschalige windparken Het uitgangspunt “Geen nieuwe grootschalige windenergieprojecten” ware naar onze mening aan te vullen met “……. op land, maar wel sterke ondersteuning van meer wind op zee”. Immers, grootschalige vormen van windenergie op zee zijn effectiever in de energieopwekking – het waait er harder – en ze kunnen op meer draagvlak rekenen dan grootschalige windparken op land. Op dit punt pleiten wij er ook voor om de rode signaallampen boven op de windturbines te laten vervallen, en als dat niet mogelijk is, alleen te laten branden op momenten dat het nuttig is voor trekvogels en vliegverkeer. Dat kan met behulp van detectieapparatuur, zoals dat naar wij begrepen hebben op het complex bij de Krammersluizen toegepast gaat worden. Thema Kleine windturbines Eén windturbine per bouwvlak mogelijk in het buitengebied Dit uitgangspunt kan gemakkelijk leiden tot een wildgroei aan turbines en versnippering. Op dit punt is eerst een ruimtelijke visie nodig, waarbij ook duidelijk is hoe de winst aan windenergie opweegt tegen de versnippering van het landschap door windmolens dat met deze werkwijze ontstaat.
Zoals wij er nu tegenaan kijken is vanuit landschappelijk oogpunt concentratie van windenergieopwekking te verkiezen. Te denken valt aan verdere uitbreiding van de bestaande grootschalige windparken Krammer en Roggenplaat, maar niet het park aan de Gouweveerse Zeedyk. Wij vragen ons af waarom de maximale tiphoogte toegestaan door de provincie van 20 meter zou kunnen worden verhoogd naar 25 meter. Wij zien geen enkele aanleiding om de maximale tiphoogte van 20 meter te vergroten. In het verlengde van onze opmerkingen hiervoor hechten wij er aan de provinciale richtlijn vast te houden. Kleine windturbines zouden ruimtelijk gezien misschien wel kunnen passen op bedrijventerreinen, maar ook daar voorzien van een onderbouwd ruimtelijk plan. Pagina 8, Zonne-energie (1) Thema Zon voor eigen gebruik Trede 1: Zon-op-dak Bij deze trede ware toe te voegen: ‘Maatwerk bij monumenten’. Nieuwe ontwikkelingen zoals energieopwekking uit vensterglas, zonnepanelen als dakpannen, of gebruik van platte daken maken ook bij monumenten opwekking van zonne-energie mogelijk zonder dat dat ten koste hoeft te gaan van het uiterlijk van het monument. Trede 2: Zon-in-tuin Met deze trede wordt iedereen de gelegenheid geboden om zonnepanelen te plaatsen in eigen tuin. In het stedelijk gebied is dat niet storend, maar in het buitengebied ligt dat anders.
Om dat te illustreren is in de bijlage het voorbeeld toegevoegd van de zonnepanelen aan de Boogerdweg 6 te Kerkwerve. Zoals 2
daaruit blijkt hebben zonnepanelen in het buitengebied een verstorende werking op het landschap. Om die reden lijkt het ons noodzakelijk dat bij trede 2: zon-intuin wordt toegevoegd: ‘• In het buitengebied met een goede landschappelijke inpassing’ Trede 4: Zon-energieneutraal Om misverstanden te voorkomen lijkt het ons nuttig om het begrip 'energieneutraal’ te definiëren als energieneutraal op jaarbasis, aangezien het saldo van opwekking en verbruik in de zomer positief is en in de winter negatief. Pagina 9, Zonne-energie (2) Thema Zon bij opwek voor derden Trede 5: Energielandschap Grootschalige zonneparken bij bestaande windenergielocaties mogen zichtbaar zijn in het landschap. Wij vinden dat die stelling opgaat voor de windparken Krammer en Roggenplaat. Het landschap van de Gouweveerse polder is veel kwetsbaarder zodat daar geen zonneparken gepland moeten worden. Ook is hier de vraag hoe zichtbaar grootschalige zonneparken bij bestaande windenergielocaties mogen zijn, vooral van grotere afstand. Ook bij grote zonneparken is wat ons betreft uitgangspunt dat zij zo goed mogelijk in het landschap worden ingepast met bijvoorbeeld groensingels of lage dijkjes en kades. Trede 6: Zon op water Pilots in bestaande watergangen lijken ons geen goed idee.
Nog afgezien van de vraag of dergelijke zonnepanelen ooit rendabel kunnen worden, verstoren ze als lintvormige structuren het landschap uitermate veel. De schittering in het zonlicht wekt ergernis over de verstoring van het landschap. Naar analogie van de hangculturen voor de mosselkweek zou een pilot van een zonnepark op grote buitenwateren overwogen kunnen worden, bijvoorbeeld op de Grevelingen. Trede 7: Zon nabij bebouwingsconcentraties Vooralsnog wordt ruimte geboden aan 50 ha zonneparken. Afhankelijk van de ontwikkeling van nieuwe technologie voor duurzame energieopwekking die minder of niet verstorend werkt op het landschap, moeten deze 50 hectares eventueel uitgebreid worden in volgende fasen van 50 ha. Eerdere verkenningen van de gemeente gaven aan dat de ruimtebehoefte aan zonneparken kan oplopen tot wel 250 ha wanneer nieuwe technologieën te weinig of te laat beschikbaar komen om het ruimtebeslag van de huidige duurzame vormen van energievoorziening te kunnen beperken. Zonneparken realiseren nabij bebouwingsconcentraties betekent versnippering van de opwekking en evenzovele landschappelijke inpassingsproblemen. Dat geldt temeer naarmate de behoefte aan zonneparken in de toekomst groter blijkt te zijn dan waar nu vanuit gegaan wordt.
Om een haast organisch proces van versnippering tegen te gaan en de landschappelijke inpassing zo effectief en efficiënt mogelijk te laten zijn, pleiten wij daarom voor een energiepolder c.q. zonnepark van 50 ha (eventueel twee 3
parken van 25 ha) op een locatie waar een substantiële uitbreiding, wanneer nodig, onder dezelfde voorwaarden mogelijk is. Zo’n locatie zou overal op het eiland kunnen liggen met als uitgangspunt dat die locatie van de aanvang af landschappelijk goed is ingepast - ook bij eventuele uitbreiding - bijvoorbeeld met een dijk met dichte begroeiing daarop. Te overwegen valt om bij deze nieuwe ontwikkelingen in het landschap, zoals de aanleg van zonneparken, zo mogelijk het landschap van voor de ramp te reconstrueren. Afgegraven dijken zouden teruggebracht kunnen worden als landschapselementen om deze nieuwe functies in te passen. Het herstel van dijken van voor de ruilverkaveling is uit cultuur-historisch oogpunt te zien als een kans. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke polders daarvoor het meest in aanmerking komen. Pagina 10, Innovatie De gemeente Schouwen-Duiveland is te klein om zelf pilots uit te voeren met nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking zoals aquathermie, geothermie, zonnecollectorweiden, kleine kerncentrales of waterstof. Het is wel van belang dat de gemeente de ontwikkelingen op dit gebied in binnen- en buitenland goed volgt. Zodra dergelijke technieken zich bewezen hebben, kunnen ze ook worden toegepast op Schouwen-Duiveland.
Het oogmerk van de toepassing van die nieuwe technologieën is dat ze een substantiële bijdrage leveren aan de lokale energietransitie en tegelijkertijd het toenemend ruimtebeslag van zon- en windenergie zo veel mogelijk beperken en het ruimtebeslag op termijn wellicht weer kan verminderen ten gunste van het nu nog mooie open landschap van ons eiland. Ten slotte Maar niet alleen het open landschap van Schouwen-Duiveland wordt bedreigd. Dit probleem speelt in heel Nederland. De PZC van 9 januari 2021 ziet in diverse artikelen, zoals de krant het omschrijft, “… de verloedering van het landschap en veel weerstand bij de burgers”. Wij hebben de artikelen als bijlagen bij onze reactie gevoegd. Al ligt het beleid voor grote windturbines voor SchouwenDuiveland grotendeels vast, de inhoud van de artikelen is mutatis mutandis ook van toepassing op kleine windturbines en zonneparken en hun effecten op het landschap. De kern van de artikelen wordt goed weergegeven door landschapsarchitect en Rijksadviseur Berno Strootman. De PZC schrijft: “Over de schade die de energietransitie aan het landschap toebrengt, bestaan grote zorgen. Zoals bij landschapsarchitect en Rijksadviseur Berno Strootman, tot vorige week lid van het College van Rijksadviseurs - een invloedrijk orgaan dat de regering adviseert over de ruimtelijke kwaliteit van ons land.
Met lede ogen ziet hij aan hoe industriële installaties, zoals hij windturbines en zonne-energiecentrales noemt, lukraak als hagelslag over het land worden uitgestrooid. […] De voormalig Rijksadviseur spreekt van een 'doemscenario dat zich voltrekt'. Hij ziet dat iedere regio op zijn eigen postzegel plannen maakt om energieneutraal te worden, met als gevolg een lappendeken over het land aan windmolens en zonneparken. ,,Ik vrees dat er over een paar jaar geen plek meer is waar je om je heen kijkt en géén windmolens boven alles ziet uittorenen. We zijn voor decennia de boel aan het verpesten." 4
Laten we zorgen dat het niet zover zal komen, op zijn minst niet op SchouwenDuiveland. Was getekend, 10 januari 2021, Piet van Beveren, Zierikzee Ria Geluk, Capelle Marnix van Stralen, Scharendijke Huib Tieleman, Noordgouwe Jack de Vos, Noordgouwe
Bijlagen 1. Zonnepanelen aan de Boogerdweg 6 te Kerkwerve 2. Experts vrezen overal turbines, PZC 9 januari 2021 3. Omarm die molens niet, PZC 9 januari 2021 4. Energie van de toekomst, deel 1 Windturbines domineren het landschap; zegen voor het milieu, maar nergens welkom, PZC 9 januari 2021
5
Bijlage 1. Zonnepanelen aan de Boogerdweg 6 te Kerkwerve Aanvragers hebben toestemming gekregen voor de plaatsing van 2 rijen van 16 grondgebonden zonnepanelen. De aanvraag voldoet aan alle eisen van het bestemmingsplan Buitengebied en kon daarom dus niet worden geweigerd. De gevolgen voor het landschap van het Prunje zijn zichtbaar in onderstaande foto’s. Situatie zonder zonnepanelen:
en met zonnepanelen in de schittering van de zon:
6