CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport TU Delft 2nd opinion Oude Haven Zierikzee - definitief - 16 april 2021

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken10.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij nadere uitwerking van de oplossing Leenhouts B kan het verschil met de methode die is toegepast bij de Nieuwe Haven nog kleiner worden. De oplossing die destijds in 1981 uitgevoerd (Fig. 6) is, heeft als groot voordeel t.o.v. variant Leenhouts B dat de kade horizontaal verankerd is. In het algemeen is de TU Delft een voorstander van een verankerde oplossing. In dit project heeft de gemeente aangegeven dat een verankering onder de fundatie van nabijgelegen woningen ongewenst is. Verder konden in 1981 de bomen worden behouden, omdat de afstand tot de kruin van de bomen en de voorkant van de kade veel groter was. Met de ontwerpoplossing en uitvoeringswijze zoals gekozen in 1981 in de Nieuwe Haven zou de problematiek ten aanzien van de bomen in de Oude Haven niet opgelost zijn. Diverse takken reiken namelijk over de voorkant van de kade in de Oude Haven.

Fig. 6. Herstelmethode Nieuwe Haven 1981; herstellen metselwerk, aanbrengen schroefpalen en nieuwe verankering. Al deze methoden maken gebruik van palen waarbij de kademuur vertikaal gesteund wordt en de grond achter de kademuur kan inklinken. Dit principe verschilt niet van de huidige toestand van de kademuur omdat deze nu ook al steunt op funderingspalen, waarbij deze palen ook horizontale belasting op kunnen nemen.

25

6 Eindoordeel en advies In het beantwoorden van de vragen ligt een advies over de projectaanpak besloten. In dit hoofdstuk vatten wij dit advies en onze aanbevelingen samen. Dit advies is gebaseerd op de eerder beschreven herstelopties. Naar mening van de TU Delft is het handhaven van de bestaande funderingen in combinatie met alleen cosmetisch herstel van het metselwerk, oftewel hersteloptie 1, een korte termijn oplossing. Op lange termijn introduceert deze optie relatief veel risico’s en heeft derhalve niet de voorkeur. Verder is ons advies om in dit project geen gebruik te maken van de methode ‘bewezen sterkte’, maar in te zetten op het zorgvuldig definiëren van de uitgangspunten (o.a. waterstanden, belastingen en sterkte parameters van de grond). De TU Delft onderschrijft de keuze om voor de ontwerplevensduur 50 jaar aan te houden wanneer gekozen wordt voor het renoveren van de kademuur. De vereiste minimale ontwerplevensduur voor ‘Monumentale gebouwen’ van 100 jaar is vrij zwaar. Kadedeel I, III en V (Kademuren gebouwd voor 1815) Gezien de leeftijd van deze kademuren, mogelijk falen van de fundering in het verleden, het ontbreken van gegevens over de basis geometrie van deze kades en de kennis over degradatie van hout heeft het renoveren van deze kademuren de voorkeur (hersteloptie 3).

De TU Delft acht de kans namelijk erg groot dat nieuw onderzoek naar de 200 en mogelijk zelfs 300 jaar oude funderingspalen en overige houten constructie onderdelen zal uitwijzen dat restlevensduur van deze kade zeer beperkt is. Bovendien is het benodigde onderzoek, gezien de bereikbaarheid van de houten constructie onderdelen, relatief duur. Het lijkt de TU Delft dan ook beter te investeren in het renoveren van de kade. De methode Leenhouts B vormt hiervoor een goede basis en de bij deze aanpak behorende risico’s lijken beheersbaar. Aan de zuidzijde (kadedeel III) dient rekening gehouden te worden met belasting door bomen op de kade. Kadedeel II (Kopkade Kraanplein gebouwd in 1891) Hoewel deze fundering ook al circa 130 jaar oud is, verkeert deze niet in zorgwekkende staat. De onderzochte houten palen kunnen nog langer mee. Het kan overwogen worden deze kade opnieuw met een eindige elementen berekening (Plaxis) rekenkundig te toetsen, waarbij eerst kritisch naar de ontwerpuitgangspunten (o.a. waterstanden, belastingen, geotechnische parameters en constructiediepte) gekeken dient te worden. Op basis van deze rekenresultaten kan vastgesteld worden of het nodig is deze kade te renoveren. Er is een kans dat op basis van deze aanvullende analyse een restlevensduur van 50 jaar gegarandeerd kan worden.

De duikinspectie van Nebest geeft niettemin enige zorg ten aanzien van een vroegere instabiliteit van de fundering. De bovenbouw is lokaal enkele centimeters ten opzichte van de onderbouw verplaatst, mogelijk veroorzaakt door een overbelasting in het verleden [2]. Dat laatste kan een overweging zijn om de fundering van deze kademuur ook te vervangen (Hersteloptie 3). De methode Leenhouts B vormt hiervoor een goede basis en de bij deze aanpak behorende risico’s lijken beheersbaar. Kadedeel IV (Kade gebouwd in 1949) Deze kade is voorzien van een gewapende betonnen vloer en prefab betonnen fundatiepalen. Gezien de ervaringen met deze betonnen constructie onderdelen is de kans groot dat de levensduur van deze kade ongewijzigd verlengd kan worden. De restlevensduur van betonwerk is veel beter te bepalen dan van hout. Verder is veel informatie beschikbaar over de basis geometrie van de kademuur. Geadviseerd wordt om eerst een eindige elementen berekening te maken (Plaxis), gebaseerd op opnieuw vast te stellen belastingen en waterstanden. Hierbij dient aangenomen te worden dat het betonwerk in goede staat verkeert. Op basis van deze uitkomsten van deze berekening kan vastgesteld worden of een aanvullende inspectie nodig is om de veronderstelde goede toestand van het betonwerk te verifiëren. Een 26

aandachtspunt is wel dat verkeersbelasting op de kademuur - vooral daar waar een bocht gemaakt wordt nauwkeuriger gemodelleerd dient te worden. Verder dient ook de belasting door bomen meegenomen te worden. Voor deze kade adviseert de TU Delft hersteloptie 2. Mocht blijken dat deze kade alsnog gerenoveerd moet worden dan adviseert de TU Delft om voor een andere hersteloplossing te kiezen. De aangedragen hersteloplossing met schroefinjectiepalen achter de kade heeft een aantal nadelen ten opzichte van andere ontwerpoplossingen. Bomen nabij Oude Haven Zoals al eerder beschreven is het niet aan de TU Delft om een advies te geven over de restlevensduur van de bomen. Duidelijk is dat de bomen aan de zuidzijde (kadedeel III en IV) niet behouden kunnen worden binnen de voorgenomen wijze van uitvoering in plan Leenhouts B. Indien de gemeente alsnog overweegt om alle bomen rond de Oude Haven te willen behouden is dat een belangrijke scopewijziging van dit renovatieproject. Het gevolg hiervan is dat het bouwteam ‘terug moet naar de tekentafel’ om een aangepaste wijze van uitvoering vast te stellen. Technisch gezien ziet de TU Delft wel mogelijkheden, maar deze zijn naar verwachting duurder dan de voorliggende werkmethode en ontwerpoplossing. De financiële gevolgen zijn op dit moment onbekend. Geadviseerd wordt dit nader uit te zoeken.

Verder vraagt de TU Delft aandacht voor het volgende: in het ontwerp van de kade renovatie volgens Leenhouts B is nu een drainage systeem voorzien. Het effect hiervan op de grondwaterstand lijkt niet onderzocht, waardoor de invloed op bestaande als ook op nieuwe bomen en op nabijgelegen funderingen onbekend is. Geadviseerd wordt indien mogelijk de drainage achterwege te laten, of – indien dat niet mogelijk is - de effecten van de drainage nader te onderzoeken. Aanbevelingen Hierondervolgt een opsomming van overige aanbevelingen: • • •

• • • •

De gemeente wordt geadviseerd om de (uitvoerings)technische en financiële consequenties van het behouden van de bomen aan de zuidzijde te onderzoeken en inzichtelijk te maken. Te denken valt aan aanpassen palenplan, schoorstand, lengte paalsegmenten, positie boormachine, etc. Het wordt aanbevolen om enkele extra peilbuizen te plaatsen in de ondiepe grondlagen nabij de kademuur en de fundaties van de woningen. Er wordt geadviseerd om een geohydrologisch en/of bemalingsadvies op te stellen, waarbij in meer detail naar het beïnvloeden van de freatische grondwaterstand op de omgeving worden gekeken. Denk hierbij aan de fundaties van de gebouwen, maar ook aan de stabiliteit van het landhoofd van t’ Witte bruggetje. De studie kan uitsluitsel geven over de beïnvloeding tijdens de bouw, en ook in de gerede toestand. Het wordt aanbevolen om in het bouwteam samen met de ontwerper van de kademuren nogmaals kritisch naar de aan te houden waterstanden, grondwaterstanden, belastingen en waterbodemdieptes te kijken. Het wordt aanbevolen om daarna een ontwerp te maken zonder drainage systeem. Het opstellen en onderhouden van een integraal risicodossier is zeer aan te bevelen. Naast de risico’s die reeds gesignaleerd zijn in dit project wordt aanbevolen de input van de TU Delft alsmede de risico’s genoemd in het handboek Binnenstedelijke kademuren hierbij mee te nemen.

Indien besloten wordt de bomen te handhaven wordt aanbevolen een boomexpert toe te voegen aan het bouwteam.

27

Geciteerde stukken [1] BWZ adviseurs en architecten, 2020. Kademuren Oude Haven Zierikzee, samenvatting bouwhistorisch onderzoek. [2] Nebest, 2018. Zierikzee Oude Haven; onderzoek kademuren. Rapportnummer 34224. [3] Leenhouts, 29-04-2020. Memo met antwoorden op vragen advies zaak 143614 Gewijzigd plan Oude Haven [4] Waterland projecten. Notitie: Uitvoering versteviging kademuren Oude haven Zierikzee. [5] Uffelen, E. van, & Bijlsma, L., (2020). Bevindingen rapport. Een analyse van het in opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland uitgevoerde onderzoek voor de renovatie van de kademuur van de Oude Haven in Zierikzee. November 2020.

Gelezen stukken Alle ter beschikking gestelde stukken.

28

Bijlage A Extractie Hoofdstuk 6 handboek binnenstedelijke kademuren

29

30

31

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10052207/1