CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Renesse - Regels

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Bestemmingsplan Renesse (498313)28.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

12 alinea's met “voorkomende”: 332 349 366 383 414 416 418 422 424 428 430 435

Bouwregels

12.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 12.2.2 Gebouwen en overkappingen a. de gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; b. het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage van dat gedeelte van het bouwperceel dat in een bouwvlak valt; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100%; c. de afstand tussen vrijstaande gebouwen bedraagt minimaal 5 meter; d. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; e. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter; f. de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bedragen ten hoogste de volgende maten: bouwwerk oppervlakte inhoud goothoogte bouwhoogte bedrijfswoningen zie onder b, met een maximum van 750 m³ 6 meter 10 meter 200 m² bijbehorend bouwwerk zie onder b, met een maximum van niet nader 3,3 meter 6 meter bij bedrijfswoningen 40 m² bepaald g.

bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een bedrijfswoning worden uitsluitend opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', waarbij vrijstaande bijbehorende bouwwerken en overkappingen achter de achtergevellijn worden gebouwd en overige bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten minste 3 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd; h. bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling maximaal 60°. 12.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk erfafscheidingen vóór de voorgevellijn erfafscheidingen elders

bouwhoogte 1 meter 2 meter

37

licht- en vlaggenmasten overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

8 meter 2 meter

12.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

12.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

38

buitenopslag van goederen; crematoria; dierenasiels en dierenpensions; het inrichten of gebruiken van een gebouw als zelfstandige woonruimte of als gastenverblijf.

Artikel 13

Natuur

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; b. aan de natuur- en landschapswaarden ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets, en wandel- en ruiterpaden en voorzieningen; c. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals water, taluds en waterhuishoudkundige voorzieningen. 13.2 Bouwregels Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 meter. 13.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als opslagplaats voor bagger en grondspecie (uitgezonderd het deponeren van baggerspecie in het kader van normaal onderhoud van waterlopen) en als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is binnen deze bestemming verboden gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen.

13.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 13.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. passen binnen het beheerplan Natura 2000 Kop van Schouwen.

39

13.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Hiertoe dient vooraf een inrichtingsplan te worden opgesteld, dat door bevoegd gezag wordt betrokken bij haar besluit.

40

Artikel 14

Recreatie - Dagrecreatie

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatie: activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel (uitgezonderd speelautomatenhallen en casino's) en educatie, waarbij geen sprake is van overnachting; b. dienstverlening ten behoeve van het toerisme; c. ter plaatse van de aanduiding 'casino': tevens voor een casino en speelautomatenhal; d. wegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 14.2

Bouwregels

14.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 14.2.2 Gebouwen en overkappingen a. De gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; b. het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage; c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; d. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter; e. bij toepassing van hellende dakvlakken mag bedraagt de dakhelling ten hoogste 60°. 14.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk speeltoestellen overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

bouwhoogte 4 meter 2 meter

14.3 Specifieke gebruiksregels a. Horeca is alleen toegestaan voor zover sprake is van ondergeschikte horeca-activiteiten, met inachtneming van het volgende: 1. de oppervlakte van de horeca-activiteiten in een gebouw bedraagt ten hoogste 10% van de voor het publiek toegankelijke delen van de bebouwing; 2. een terras aansluitend aan een gebouw is toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 10% van de voor het publiek toegankelijke delen van het gebouw waar het terras bij hoort; b. niet toegestaan is: 1. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, standplaats van kampeermiddelen; 2. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als winterstalling voor of ligplaats van kampeermiddelen; 3. het uitoefenen van verblijfsrecreatie.

41

Artikel 15

Recreatie - Kampeerterrein

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie': recreatief nachtverblijf in een groepsaccommodatie; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning; d. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': dienstverlening en overige voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein; e. ondersteunende horeca-activiteiten ten behoeve van het recreatiebedrijf gericht op het verstrekken van (hoofdzakelijk ter plaatse te nuttigen) etenswaren en dranken, met een maximum vloeroppervlakte van 150 m2; f. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en speelvoorzieningen. 15.2

Bouwregels

15.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 15.2.2 Gebouwen en overkappingen a. Gebouwen en overkappingen worden in het bouwvlak opgericht, met dien verstande dat: 1. stacaravans en bijgebouwen op een standplaats buiten het bouwvlak mogen worden opgericht; 2. logeergebouwen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie'; 3. per bestemmingsvlak maximaal 1 sanitairgebouw is toegestaan; 4. het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage van het bouwvlak bedraagt; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100%; b.

de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de navolgende maten: Gebouw Oppervlakte (m2) Inhoud (m3) Goothoogte (m) Bouwhoogte (m) sanitairgebouw zie onder a, met niet nader bepaald niet nader bepaald 4 meter een maximum van 50 m² stacaravan 55 m2 niet nader bepaald niet nader bepaald 5 meter (inclusief bordes) bijgebouw bij 9 m2 niet nader bepaald niet nader bepaald 3,50 meter permanente standplaats groepsaccommodat zie onder a niet nader bepaald zie aanduiding zie aanduiding ie 'maximum 'maximum goothoogte (m), goothoogte (m), maximum maximum bouwhoogte (m)' bouwhoogte (m)'

42

bedrijfswoning inclusief aangebouwde bijgebouwen

zie onder a, met een maximum van 200 m2

750 m3

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning overige gebouwen ten behoeve van dienstverlening en beheer

zie onder a, met een maximum van 40 m2 zie onder a

niet nader bepaald

zie aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' 3,50 meter

zie aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' 6 meter

niet nader bepaald

zie aanduiding zie aanduiding 'maximum 'maximum goothoogte (m), goothoogte (m), maximum maximum bouwhoogte (m)' bouwhoogte (m)' overkappingen zie onder a niet nader bepaald niet nader bepaald 3 meter c. stacaravans zijn uitsluitend toegestaan op een permanente standplaats, waarvan de netto standplaatsgrootte ten minste 150 m² bedraagt; d. uitsluitend op een permanente standplaats is een bijgebouwen bij een kampeermiddel toegestaan, met dien verstande dat: 1. alleen vrijstaande bijgebouwen zijn toegestaan; 2. ten hoogste één vrijstaand bijgebouw en één bordes per standplaats zijn toegestaan; 3. de afstand tussen een bijgebouw en de grens van een standplaatsen minste 1 meter bedraagt; e. de afstand tussen vrijstaande gebouwen bedraagt ten minste 5 meter.

15.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk, geen gebouw zijnde Bouwhoogte (m) bordes op permanente standplaats bij een de hoogte van op de standplaats aanwezige stacaravan stacaravan speelvoorzieningen 3 meter erf- en terreinafscheidingen op gronden die zijn 1 meter gekeerd naar de openbare weg en die liggen buiten een bouwvlak erf- en terreinafscheidingen elders 2 meter overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2 meter 15.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden in ieder geval de volgende regels: a. het gebruik van de gronden ten behoeve van recreatief nachtverblijf uitsluitend is toegestaan als sprake is van een centraal bedrijfsmatige exploitatie; a. per bestemmingsvlak is ten hoogste één recreatiebedrijf toegestaan; b. kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan op standplaatsen; c. het totaal aantal standplaatsen voor kampeermiddelen en het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen bedraagt ten hoogste het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduidingen 'maximum aantal standplaatsen' en 'maximum aantal permanente standplaatsen'; d. het aantal standplaatsen voor winterkamperen bedraagt 0; e. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van personen is één extra standplaats toegestaan; f.

recreatief nachtverblijf in bijgebouwen is niet toegestaan; g. de netto-standplaatsgrootte voor een permanente standplaats bedraagt ten minste 150 m²; h. de netto-standplaatsgrootte voor een niet-permanente standplaats bedraagt ten minste 100 m²;

43

i.

op een permanente standplaats mogen gedurende het gehele jaar ten hoogste worden geplaatst: 1. één kampeermiddel, en; 2. twee bijzettentjes van elk ten hoogste 8 m2; j. op een niet-permanente standplaats zijn kampeermiddelen uitsluitend gedurende het zomerseizoen toegestaan; k. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van ondersteunende detailhandel, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; l. een hotel is niet toegestaan; m. het gebruiken of te laten gebruiken van gronden en bouwwerken als seksinrichting of voor straatprostitutie is niet toegestaan; n. het gebruik van niet-permanente standplaatsen in het winterseizoen als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats is niet toegestaan; o. winterstalling van kampeermiddelen (uitgezonderd stacaravans) is niet toegestaan; p. ten minste 2% van de gronden met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein zijn bedoeld ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen; q. ten minste 20% van het aantal parkeerplaatsen wordt gesitueerd op een centrale parkeerplaats nabij de ingang van het kampeerterrein; r. het inrichten of gebruiken van bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning als zelfstandige woonruimte of als gastenverblijf is niet toegestaan.

44

Artikel 16

Recreatie - Verblijfsrecreatie

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatief nachtverblijf in recreatiewoningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': dienstverlening en beheer ten behoeve van het recreatiebedrijf; c. hierbij horende voorzieningen bij zoals speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wegen, parkeerruimte en groenvoorzieningen. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 16.2.2 Recreatiewoningen a. Gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; b. recreatiewoningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; c. per bouwvlak is ten hoogste één recreatiewoning toegestaan, tenzij op de verbeelding middels de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' een ander aantal is aangegeven; d. recreatiewoningen moeten met de voorgevel in de gevellijn worden gebouwd, daar waar op de verbeelding een gevellijn is opgenomen; e. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; f. de oppervlakte van een recreatiewoning bedraagt maximaal 75 m²; g. bij een recreatiewoning is één vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 13 m² en met een goothoogte van maximaal 3,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter, met dien verstande dat de hoogte van een overkapping maximaal 3 meter bedraagt; h. bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling van gebouwen maximaal 60°.

16.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen), bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk speeltoestellen erfafscheidingen voor de voorgevellijn overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

bouwhoogte 4 meter 1 meter 2 meter

16.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

45

16.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden in ieder geval de volgende regels: a. recreatief nachtverblijf in bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan; b. detailhandel en horeca is niet toegestaan.

46

Artikel 17

Sport

17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. veldsportcomplexen, tennisbanen en midgetgolfbanen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - sportieve recreatie': uitsluitend kleinschalige sportvoorzieningen (zoals een sportschool), sportieve recreatie (zoals fietsverhuur) en één bedrijfswoning; c. ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein': uitsluitend een speelterrein; d. ondergeschikte detailhandels- en horeca-activiteiten uitsluitend ten dienste van de toegestane sporten en sportvoorzieningen, bedoeld onder a en b; e. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals verhardingen, inritten, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen. 17.2

Bouwregels

17.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 17.2.2 Gebouwen en overkappingen a. de gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; b. de oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage van dat gedeelte van het bouwperceel dat in het maatvoeringsvlak valt, indien geen percentage is aangegeven bedraagt de te bebouwen oppervlakte maximaal 100; c. de afstand tussen vrijstaande gebouwen bedraagt minimaal 5 meter; d. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 4 meter, tenzij op de verbeelding middels een aanduiding de maximale goot- en bouwhoogte is opgenomen; e. overkappingen zijn toestaan tot een oppervlakte van maximaal 150 m² en een hoogte van maximaal 3 meter. 17.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk ballenvangers vlaggenmasten overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

bouwhoogte 6 meter 8 meter 4 meter

17.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

47

17.4

Afwijken van de bouwregels

17.4.1 Afwijkingsbevoegdheid lichtmasten Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2.3 ten behoeve van lichtmasten als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de hoogte van de lichtmasten bedraagt maximaal 15 meter; b. de afwijkingsbevoegdheid wordt niet toegepast ter plaatse van de aanduidingen 'speelterrein' en 'specifieke vorm van sport - sportieve recreatie'; c. indien de afstand van de lichtmasten tot de gevel van de dichtstbijzijnde woningen en/of andere lichten geluidsgevoelige functies zoals (recreatie)woningen, kampeerterreinen en mantelzorgwoningen minder dan 50 meter bedraagt, moet worden aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de betreffende functies. 17.4.2 Afwegingskader Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.4.1 kan slechts verleend worden als: a. dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; c. dit niet leidt tot substantiële aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. Aan de omgevingsvergunning kunnen ook nadere eisen als bedoeld in lid 17.3 gesteld worden. 17.5 Specifieke gebruiksregels De ondergeschikte horeca- en detailhandelsactiviteiten vinden alleen plaats vanuit het centrale gebouw op het betreffende complex.

48

Artikel 18

Tuin - Natuur en landschap

18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud en versterking van de landschappelijke en natuurlijke waarden zoals deze aanwezig zijn in de vorm van duinreliëf en duinbeplanting, houtwallen en bosbeplanting; b. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de onder a bedoelde waarden; c. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen, zoals inritten, parkeervoorzieningen, ondergeschikte mobiele speelvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Algemeen Op deze gronden zijn uitsluitend toegestaan erfafscheidingen tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter. 18.2.2 Vergunningvrij bouwen niet toegestaan De gronden met de bestemming Tuin - Natuur en landschap worden niet beschouwd als 'erf' in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 18.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, worden in elk geval gerekend speelvoorzieningen en zwembaden. 18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d.

het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; het beplanten van gronden met niet-gebiedseigen beplanting en bomen het afgraven of ophogen van gronden; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

18.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 18.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 18.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.4.1 wordt slechts verleend indien de werken of werkzaamheden, direct of indirect, geen onevenredige aantasting van de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden tot gevolg hebben.

49

Artikel 19

Verkeer

19.1 Bestemmingsomschrijving De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 rijstroken, voet- en fietspaden en voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer; b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend een parkeerterrein; c. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals uitvoegstroken, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair, abri's, bruggen, afvalverzamelvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen. 19.2

Bouwregels

19.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 19.2.2 Gebouwen a. uitsluitend gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzieningen zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 meter; c. de oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste 15 m². 19.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk antennes speeltoestellen licht- en vlaggenmasten openbare nutsvoorzieningen overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

bouwhoogte 5 meter 4 meter 8 meter 3,5 meter 2 meter

19.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

50

de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

Artikel 20

Verkeer - Verblijfsgebied

20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied voor voetgangers, voet- en fietspaden; b. ontsluitingswegen met ten hoogste 2 rijstroken; c. uitbouwen, erkers, luifels, loggia's, balkons en zonneschermen aangebouwd aan én gebruikt ten behoeve van hoofdgebouwen gelegen in bestemmingen aangrenzend aan Verkeer - Verblijfsgebied; d. ter plaatse van de aanduiding 'terras': een horecaterras; e. standplaatsen voor ambulante handel en informatieverstrekking en ten behoeve van de gezondheidszorg; f. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals uitvoegstroken, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair, bruggen, afvalverzamelvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 20.2.2 Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde a. gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzieningen zijn toegestaan, met een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter en een oppervlakte van maximaal 15 m²; b. uitbouwen, erkers, luifels, loggia's, balkons en zonneschermen zoals bedoeld in 20.1, onder c, zijn toegestaan voor zover: 1. deze vallen in de zonering voor uitbouwen aan voorgevels én opgenomen zijn als mogelijke uitbouwen op de betreffende menukaart in de bij deze regels horende Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan Renesse; 2. het hoogste deel van een uitbouw, erker, luifel, loggia, balkon of zonnescherm niet uitkomt boven de onderkant van de vloer van de tweede bouwlaag én met een maximum van 3,5 meter; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de volgende maten: bouwwerk bouwhoogte antennes 5 meter speeltoestellen 4 meter licht- en vlaggenmasten 8 meter openbare nutsvoorzieningen 3,5 meter uitval- of knikarmschermen om een horecaterras te kunnen overkappen, 4 meter waarbij de schermen onder een hellingshoek van 20° gemonteerd dienen te worden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras'.

horecaterrasschermen 1,5 meter parasols 5 meter overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2 meter 20.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

51

a. b. c. d.

de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

20.4

Specifieke gebruiksregels

20.4.1 Standplaatsen Een standplaats voor ambulante handel en informatieverstrekking en ten behoeve van de gezondheidszorg is uitsluitend toegestaan, indien a. niet meer dan 2 standplaatsen tegelijkertijd aanwezig zijn, b. de standplaats niet is gesitueerd op de openbare rijbaan, en c. de afstand tot percelen bestemd voor het wonen ten minste 10 meter bedraagt; 20.4.2 Uitsterfregeling standplaats In afwijking van artikel 20.4.1, onder c, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca standplaats' een standplaats op minder dan 10 meter tot percelen bestemd voor het wonen toegestaan, met dien verstande dat indien de gronden gedurende een jaar niet worden gebruikt als standplaats, een standplaats niet meer is toegestaan en het bepaalde 20.4.1, onder c, weer van toepassing is. 20.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een nieuw horecaterras toestaan, dan wel een bestaand terras verplaatsen door de aanduiding 'terras' toe te voegen dan wel te verplaatsen, met in achtneming van het volgende: a. het terras is in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders vastgesteld inrichtingsplan voor de openbare ruimte; b. het wijzigingsplan bevat bouwregels voor horecaterrasschermen, uitval- of knikarmschermen en terrasoverkappingen en parasols.

52

Artikel 21

Water

21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. taluds en oevers; c. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals duikers en bruggen ter ontsluiting van percelen, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen. 21.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter.

53

Artikel 22

Wonen

22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis': een bedrijf aan huis in de vorm van verhuur en verkoop van gemotoriseerde voertuigen als quads en scooters; c. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox': uitsluitend een huishoudelijke berg- of werkruimte of een opslagruimte ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis; d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': tevens voor recreatief nachtverblijf in een woning door personen die hun hoofdverblijf elders hebben, waarbij het aantal slaapplaatsen ten behoeve van recreatieve nachtverblijf maximaal 10 per woning bedraagt; e. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen, zoals inritten, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en tuinen. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Algemeen a. Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan; b. gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; c. woningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduidingen 'aaneengebouwd', 'twee-aaneen', 'gestapeld' en 'vrijstaand', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 1. 'aaneengebouwd': uitsluitend aaneen gebouwde woningen worden gebouwd; 2. 'twee-aaneen': uitsluitend twee-aaneen gebouwde woningen worden gebouwd; 3. 'vrijstaand': uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; 4. 'gestapeld': uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt de totale bebouwde oppervlakte van woningen, inclusief bijbehorende bouwwerken en overkappingen, per bouwperceel ten hoogste het aangegeven percentage, met dien verstande dat uitsluitend binnen het bouwvlak wordt gebouwd. 22.2.2 Woningen a. Het aantal woningen per aanduidingsvlak als bedoeld in art 22.2.1, onder c, bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; indien in een aanduidingsvlak geen aantal is aangegeven bedraagt het aantal woningen maximaal 1; b. de goot- en bouwhoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte.

Indien geen maatvoering is aangegeven geldt een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van maximaal 10 meter; c. woningen worden met de voorgevel in de gevellijn gebouwd, daar waar op de verbeelding een gevellijn is opgenomen; d. de breedte van een woning en de afstand tussen de woning en de zijdelingse bouwperceelgrens - in beide gevallen een bijbehorend bouwwerk niet meegerekend - bedraagt ter plaatse van de genoemde bouwaanduidingsvlakken: bouwaanduidingsvlak breedte woning afstand tot bouwperceelsgrens vrijstaand maximaal 20 meter minimaal 3 meter twee-aaneen maximaal 15 meter aan één zijde minimaal 3 meter aaneengebouwd maximaal 10 meter niet nader bepaald gestapeld niet nader bepaald niet nader bepaald e. in afwijking van het bepaalde onder d, bedraagt de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens

54

f.

slechts aan één zijde minimaal 3 meter voor de woningen aan de Constantijnweg 3, de Elzenmeet 6, de Eikenmeet 6, en de Duinweg 6, 8 en 10; bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling maximaal 60°.

22.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen a. Onverminderd het bepaalde in artikel 22.2.1, onder d, bedraagt de totale bebouwde oppervlakte van het zij- en achtererf gelegen buiten het bouwaanduidingsvlak, overkappingen meegerekend: 1. maximaal 50% met een maximum van 40 m²; 2. maximaal 1/6 deel met een maximum van 100 m² indien het zij- en achtererf, gelegen buiten het bouwaanduidingsvlak, groter is dan 240 m²; b. de hoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter; c. de goothoogte van overige bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,30 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter; d. vrijstaande bijbehorende bouwwerken en vrijstaande overkappingen worden achter (het verlengde van) de achtergevellijn gebouwd; e. overige bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden ten minste 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de woning aan de Oosterenbanweg 31 de overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw worden gebouwd; f.

de afstand tussen bijbehorende bouwwerken en de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt niet minder dan: bijbehorend bouwwerk aan vrijstaand bijbehorend de zij- of achtergevel bouwwerk bij vrijstaande woningen 3 meter 3 meter (aan één zijde) bij twee-aaneen gebouwde 3 meter (aan één zijde) niet nader bepaald woningen bij overige woningen niet nader bepaald niet nader bepaald g. in afwijking van het bepaalde onder f, bedraagt de afstand tussen bijbehorende bouwwerken aan de zij- of achtergevel van de woningen aan de Oosterenbanweg 31 en de Constantijnweg 3 en de zijdelingse bouwperceelsgrens slechts aan één zijde ten minste 3 meter; h. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met f van dit lid is ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een bijbehorend bouwwerk bij een woning toegestaan met een goothoogte van 3,30 meter en een bouwhoogte van 6 meter, tenzij op de verbeelding een afwijkende hoogtemaat is opgenomen. 22.2.4 Huishoudelijke berg- en werkruimten ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' Ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' gelden de volgende bouwregels: a. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter en de bouwhoogte van maximaal 6 meter; b.

bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling maximaal 60°; 22.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste: Bouwwerk vlaggenmasten en overige masten erfafscheidingen voor de voorgevellijn overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte 8 meter 1 meter 2 meter

22.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

55

a. b. c. d. e.

een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

22.4

Afwijken van de bouwregels

22.4.1 Woningcategorie Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 22.2 voor de bouw van een vrijstaande woning en voor twee-aaneen gebouwde woningen ter plaatse van de aanduidingen 'aaneengebouwd' en voor de bouw van een vrijstaande woning ter plaatse van de aanduidingen 'twee-aaneen', mits: a. dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. het aantal woningen niet toeneemt; c. dit niet leidt tot substantiële aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 22.4.2 Afstand en hoogte Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 22.2.2, onder c, voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter de gevellijn, indien ten minste 50% van de totale voorgevelbreedte van de woning wel in de voorgevellijn wordt gebouwd; b. lid 22.2.2, onder d, voor een kortere afstand van het hoofdgebouw tot minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens; c. lid 22.2.3, onder f, voor een kortere afstand van een bijbehorend bouwwerk tot minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens; d. lid 22.2.5, onder b, voor een grotere bouwhoogte van de in de tabel genoemde categorie 'overige bouwwerken geen gebouwen zijnde' tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 22.4.3 Afwegingskader Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.4.2 kan slechts worden verleend, indien: a.

dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; c. dit niet leidt tot substantiële aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. Aan de omgevingsvergunning kunnen ook nadere eisen als bedoeld in lid 3.3 gesteld worden. 22.5

Specifieke gebruiksregels

22.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in elk geval gerekend het inrichten of gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning of van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' als a. zelfstandige woonruimte; b. gastenverblijf. 22.5.2 Voorwaardelijke verplichting woningbouwcategorieën a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' zijn 100% van het aantal woningen bestemd voor sociale huurwoningen; b. het gebruik van woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' anders dan als sociale huurwoning, is niet toegestaan.

56

22.6

Wijzigingsbevoegdheid

22.6.1 Verwijderen onbenutte bouwmogelijkheid woning Burgemeester en wethouders kunnen met ingang van 22 oktober 2025 ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone – wijzigingsgebied - 1' het bestemmingsplan wijzigen door: a. het aantal wooneenheden zoals aangegeven met het maatvoeringsvlak 'maximum aantal wooneenheden' te verminderen, al dan niet in combinatie met het wijzigen van de aanduiding 'aaneengebouwd' in de aanduiding 'vrijstaand', of door b. het aanduidingsvlak 'vrijstaand' of 'aaneengebouwd', het maatvoeringsvlak 'aantal wooneenheden' en het bouwvlak van de verbeelding te verwijderen. 22.6.2 Voorwaarden wijzigingsbevoegdheid verwijderen onbenutte bouwmogelijkheid woning a. Het opstarten van een procedure is slechts toegestaan ten aanzien van een perceel(sgedeelte) waarvan geconstateerd kan worden dat er plaatse van de bouwaanduidings- dan wel maatvoeringsvlakken geen woning is opgericht, noch in oprichting is; b. het opstarten van een procedure is niet toegestaan indien een toegekende omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op het betreffende perceel(sgedeelte) niet is ingetrokken.

57

Artikel 23

Waarde - Archeologie - 4

23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelvoudige bestemmingen. 23.2

Bouwregels

23.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van maximaal 2 meter. 23.2.2 Andere bestemmingen a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 50 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden; b. het bepaalde onder a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 23.3

Afwijken van de bouwregels

23.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2.2, onder a, ten behoeve van het bouwen groter dan 50 m² en dieper dan 0,50 meter, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 23.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder lid 23.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

58

23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,50 meter, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 meter; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 0,50 meter; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 0,50 meter bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,50 meter; f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,50 meter; h.

het omzetten van grasland in bouwland; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,50 meter. 23.4.2 Uitzonderingen Het in lid 23.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 50 m²; b. het normale onderhoud of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 23.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 23.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b. voor zover de in lid 23.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. de vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;

59

d. alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te verlenen, vraagt het bevoegd gezag aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium, bedoeld in lid 23.4.3, onder a, b en c. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 23.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

23.5.1 Verbod Het is verboden bouwwerken die zich op gronden met deze dubbelbestemming bevinden zonder, of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk) te slopen. 23.5.2 Uitzondering Het verbod, bedoeld in lid 23.5.1 is niet van toepassing indien de sloopwerkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in lid 23.2.2, onder b, in acht is genomen; b. een oppervlakte hebben van minder dan 50 m² of de grondlagen dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld niet verstoren; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 23.5.3 Regels In het belang van de archeologische monumentenzorg kan het bevoegd gezag regels verbinden aan een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk op of in gronden ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie - 4'. 23.5.4 Voorschrift Aan een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk voor de gronden, als bedoeld in lid 23.5.1, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat de sloopwerken vanaf 0,30 meter boven het maaiveld en dieper worden begeleid door een gekwalificeerd archeologisch deskundige, indien de latere verstoringsoppervlakte groter is dan 50 m² en de verstoringsdiepte meer is dan 0,50 meter.

23.5.5 Melding Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende regels kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen. 23.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie - 4, bedoeld in lid 23.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

60

Artikel 24

Waarde - Archeologie - 5

24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelvoudige bestemmingen. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van maximaal 2 meter. 24.2.2 Andere bestemmingen a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 250 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden; b. het bepaalde onder a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 24.3

Afwijken van de bouwregels

24.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2.2, onder a, ten behoeve van het bouwen groter dan 250 m² en dieper dan 0,50 meter, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 24.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder lid 24.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

61

24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,50 meter, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 meter; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 0,50 meter; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 0,50 meter bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,50 meter; f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,50 meter; h.

het omzetten van grasland in bouwland; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,50 meter. 24.4.2 Uitzonderingen Het in lid 24.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; b. het normale onderhoud of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 24.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 24.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b. voor zover de in lid 24.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. de vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;

62

d. alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te verlenen, vraagt het bevoegd gezag aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium, bedoeld in lid 24.4.3, onder a, b en c. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 24.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

24.5.1 Verbod Het is verboden bouwwerken die zich op gronden met deze dubbelbestemming bevinden zonder, of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk) te slopen. 24.5.2 Uitzondering Het verbod, bedoeld in lid 24.5.1 is niet van toepassing indien de sloopwerkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in lid 24.2.2, onder b, in acht is genomen; b. een oppervlakte hebben van minder dan 250 m² of de grondlagen dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld niet verstoren; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 24.5.3 Regels In het belang van de archeologische monumentenzorg kan het bevoegd gezag regels verbinden aan een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk op of in gronden ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie - 5'. 24.5.4 Voorschrift Aan een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk voor de gronden, als bedoeld in lid 24.5.1, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat de sloopwerken vanaf 0,30 meter boven het maaiveld en dieper worden begeleid door een gekwalificeerd archeologisch deskundige, indien de latere verstoringsoppervlakte groter is dan 250 m² en de verstoringsdiepte meer is dan 0,50 meter.

24.5.5 Melding Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende regels kan verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen. 24.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie - 5 bedoeld in lid 24.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

63

Artikel 25

Waarde - Archeologie - 6

25.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelvoudige bestemmingen. 25.2

Bouwregels

25.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van maximaal 2 meter. 25.2.2 Andere bestemmingen a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden; b. het bepaalde onder a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 25.3

Afwijken van de bouwregels

25.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.2, onder a, ten behoeve van het bouwen groter dan 2500 m² en dieper dan 0,50 meter, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 25.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder lid 25.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

64

25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,50 meter, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 meter; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 0,50 meter; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 0,50 meter bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,50 meter; f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,50 meter; h.

het omzetten van grasland in bouwland; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,50 meter. 25.4.2 Uitzonderingen Het in lid 25.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m²; b. het normale onderhoud of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. worden uitgevoerd ten dienste van de bestemming Waterstaat - Waterkering op de gronden die mede zijn voorzien van de bestemming Waterstaat - Waterkering. 25.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 25.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring vanarcheologische waarden; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10832445/1