Nota Kamperen
Tekst van het document
Nota kamperen 2013
Op 26 februari 2009 is de Nota Kamperen, naar aanleiding van diverse amendementen, door de raad gewijzigd. Belangrijkste wijziging was destijds het verruimen van de mogelijkheid om permanente standplaatsen te exploiteren en kampeerhuisjes te plaatsen. [opgenomen in regels] In 2012 heeft de provincie Zeeland het Omgevingsplan 2012-2018 en de Verordening Ruimte vastgesteld. In deze documenten geeft de provincie op diverse beleidsvelden, waaronder recreatie, meer beleidsruimte aan onze gemeente. In maart 2013 heeft de raad invulling gegeven aan deze beleidsruimte door: - toe te staan dat op kleinschalige kampeerterreinen maximaal 20 procent van de standplaatsen als permanente standplaats gebruikt mag worden. - het onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere kampeerterreinen (uitgezonderd kleinschalige kampeerterreinen) te laten vervallen, met dien verstande dat de specifieke kwaliteiten van de oorspronkelijke niet-reguliere kampeerterreinen planologisch vastgelegd moeten worden en het aantal standplaatsen op voormalige niet-reguliere terreinen niet mag toenemen. In deze Nota Kamperen zijn bovengenoemde beleidskeuzes verwerkt. [inleiding] Algemeen: • Het onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere kampeerterreinen is weliswaar niet langer aan de orde, maar uitgangspunt blijft borging van aanwezigheid van differentiatie met betrekking tot kampeerterreinen.
Om deze differentiatie planologisch vast te leggen, is een specifieke aanduiding op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan noodzakelijk. • Indien de huidige planologische invulling van een voormalig niet-regulier kampeerterrein ‘strengere’ voorwaarden hanteert met betrekking tot landschappelijke inpassing en minimale oppervlakte standplaats, dan zijn en blijven die voorwaarden van toepassing op dat kampeerterrein. Landschappelijke inpassing [allemaal opgenomen in agenda toerisme] • Voor bestaande terreinen zijn voor de landschappelijke inpassing de bepalingen van het bestemmingsplan leidend. • Voor nieuwe initiatieven of na het doorlopen van een planologische procedure (bijvoorbeeld ontheffing en wijziging) geldt dat het kampeerterrein rondom is voorzien van een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten met een breedte van ten minste 10 meter of 5 meter voorzien van een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van minimaal 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. • De gemeente werkt slechts mee aan een planologische procedure, indien een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing wordt ook planologisch geregeld.
• Randbeplanting tussen kampeerterreinen onderling en kampeerterreinen en recreatiewoningenterreinen worden niet in het bestemmingsplan opgenomen, tenzij deze groenstrook een landschappelijke waarde heeft. Standplaatsen • Een niet-permanente standplaats is minimaal 100 vierkante meter groot. • Een permanente standplaats is minimaal 150 vierkante meter groot. • Uitbreiding van het aantal standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen is mogelijk onder de in het bestemmingsplan Buitengebied gegeven voorwaarden. • Op een kampeerterrein (niet zijnde een kleinschalig kampeerterrein) kunnen standplaatsen worden gecreëerd voor huisvesting van op het kampeerterrein werkzaam recreatiepersoneel. Inventarisatie beleid Pagina 1
worden gecreëerd voor huisvesting van op het kampeerterrein werkzaam recreatiepersoneel. Hiervoor geldt het volgende: ○ Minder dan 100 niet-permanente standplaatsen = 1 extra niet permanente standplaats. ○ Tussen 100 en 250 niet permanente standplaatsen = 2 extra niet permanente standplaatsen. ○ Meer dan 250 niet permanente standplaatsen = 3 extra niet permanente standplaatsen ○ Meerdere kampeermiddelen moeten geclusterd geplaatst worden. ○ De standplaats(en) mag (mogen) zich niet bevinden op het terreingedeelte met de bestemming dienstverlening en beheer. ○ De standplaats(en) mag (mogen) alleen gedurende het zomerseizoen worden gebruikt en alleen door op het terrein werkzaam recreatiepersoneel; ○ De standplaats(en) mag (mogen) niet voor recreatief verblijf worden verhuurd. ○ De gebruiker(s) moet(en) in het nachtregister worden opgenomen en van iedere gebruiker moet een werkgeversverklaring kunnen worden overlegd. Bij controle moet de naam in het nachtregister hiermee overeenkomen. Bijgebouwen, bordes en bijzettenten • Een bijzettent op een permanente of niet-permanente standplaats mag maximaal 8 vierkante meter groot zijn. • Op een permanente standplaats mag één bijgebouw (schuurtje) worden geplaatst met een maximale oppervlakte van 9 vierkante meter 13 m2 en een totale hoogte van 3,5 meter, gemeten vanaf het maaiveld. [9 m2 = 13 m2 geworden].
• Het bijgebouw mag niet worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf en is momenteel omgevingsvergunningplichtig. • Indien bijgebouwen als inpandige schuur worden gerealiseerd, dan is via een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk om een inpandige berging in een stacaravan te realiseren, waarbij de totale oppervlakte van de stacaravan dan maximaal 64 m2 68 m2 mag bedragen . Dit kan slechts onder een aantal strikte voorwaarden. Ten eerste is het uitgesloten dat er (nog) een berging (ofwel bijgebouw) op de standplaats gerealiseerd wordt. Ten tweede ligt uitdrukkelijk vast dat het recreatieve nachtverblijf maximaal 55 m2 mag zijn en de inpandige berging van maximaal 9 m2 13 m2 in de praktijk ook een berging is en blijft. Ten derde geldt dan de verhouding 1:4 (stacaravan/standplaats). Per geval vindt een beoordeling plaats. [vervallen: de 13% regel geldt nu dus is de verhouding 1:4 niet meer relevant] • Aan de stacaravan mag een met twee wanden omgeven bordes met afdak worden gebouwd, met een maximale hoogte gelijk aan de goothoogte van de stacaravan. Met dien verstande dat de totale oppervlakte van stacaravan en bordes nooit meer dan 55 vierkante meter mag bedragen. • Voor illegale bouwwerken op kampeerterreinen is de overgangsregeling uit het betreffende bestemmingsplan van toepassing.
[vervallen: is al illegaal, voegt niks toe] Kampeermiddelen en stacaravans [regel overstekken verplaatsen naar gebouw voor recreatief nachtverblijf] • Kampeermiddelen en stacaravans zijn omgevingsvergunningvrij, maar moeten altijd voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. • Overstekken mogen niet groter zijn dan 40 centimeter [50 cm]. Kampeerhuisjes [vervangen door gebouw voor recreatief nachtverblijf) • Kampeerhuisjes Gebouwen tot maximaal 75 m2 zijn niet toegestaan op kleinschalige kampeerterreinen. • De minimale verhouding tussen de oppervlakte kampeerhuisje en oppervlakte standplaats is 1:4. • Op maximaal 30 procent van het totale aantal permanente standplaatsen mogen kampeerhuisjes worden geplaatst, met een maximum van 100. [staat in regeling gebouw voor recreatief nachtverblijf] • Kampeerhuisjes met een oppervlakte tussen 55 en 70 vierkante meter en een maximale hoogte van 5 meter (gemeten vanaf het maaiveld) zijn omgevingsvergunningvrij, maar moeten altijd voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Inventarisatie beleid Pagina 2
altijd voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. • Kampeerhuisjes met een oppervlakte tussen 70 en 75 vierkante meter zijn omgevingsvergunningplichtig. • Kampeerhuisjes met een hoogte tussen 5 en 5,5 meter (gemeten vanaf het maaiveld) zijn omgevingsvergunningplichtig. • Exploitatie uitsluitend via centrale bedrijfsmatige exploitatie. [onder apart kopje centraal bedrijfsmatige exploitatie] • Permanente bewoning is verboden. • Voor illegale bouwwerken op kampeerterreinen is de overgangsregeling uit het betreffende bestemmingsplan van toepassing. Privésanitair: [Bijgebouwen] • Privésanitair of berging Een bijgebouw mag op het volledige aantal niet-permanente standplaatsen worden geplaatst. Per standplaats is maximaal één unit bijgebouw voor privésanitair toegestaan; • Een unit bijgebouw voor privésanitair is maximaal 6 13 vierkante meter groot en heeft een maximale hoogte van 3.50 meter, gemeten vanaf het maaiveld. • Meerdere units bijgebouwen mogen geclusterd worden op het snijpunt van meerdere nietpermanente standplaatsen, met maximaal 4 gebouwen van 6 vierkante meter (24 vierkante meter). • Een unit bijgebouw is omgevingsvergunningplichtig. Centrale bedrijfsmatige exploitatie • Wij mogen in bestemmingsplannen in een aanzienlijk deel van de gevallen de eis van centrale bedrijfsmatige exploitatie opnemen.
Wel moeten gemeenten elke keer nagaan of de eis in het concrete geval kan worden opgelegd. Dit heeft onder meer te maken met de exploitatie, zoals die in het verleden heeft plaatsgevonden op het terrein. [Anders verwoord: centrale bedrijfsmatige exploitatie is verplicht] • Uitponding van kampeerterreinen staan we in beginsel slechts toe, indien de centrale bedrijfsmatige exploitatie voldoende gewaarborgd kan worden. [vervallen: evaluatie 1 juli 2021 nieuw stukje over uitponden] Winterstalling Winterstalling wordt onder de volgende voorwaarden toegestaan: • Winterstalling is niet toegestaan op kleinschalige kampeerterreinen. • Het stallen geschiedt op een apart gedeelte van het kampeerterrein en niet op de standplaatsen. Op dit terreingedeelte worden de kampeermiddelen gezamenlijk geplaatst, zodanig dat recreatief nachtverblijf in de kampeermiddelen op dat moment niet mogelijk is. • De kampeermiddelen worden gestald op een locatie, waarbij geen visuele hinder vanaf de openbare weg of vanuit het omringende landschap bestaat. Hieraan kan worden voldaan door middel van landschappelijke inpassing en/of een centrale ligging van de locatie op het kampeerterrein. • Maximaal 50 procent van het aantal niet-permanente standplaatsen mag worden gestald.
Winterkamperen Winterkamperen wordt onder de volgende voorwaarden toegestaan: • Winterkamperen vindt niet plaats op kleinschalige kampeerterreinen. • Adequate landschappelijke inpassing, inclusief privaatrechtelijke overeenkomst. • Bedrijven moeten beschikken over verwarmde en geopende (sanitaire) voorzieningen. • Een niet-permanente standplaats mag gedurende de periode van 16 november tot 1 maart uitsluitend worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Voorwaarden (planologische procedure) permanente standplaatsen kleinschalig kampeerterrein deels ook van toepassing voor uitbreiding np standplaatsen op minicampings [onderstaande regels zijn onder verschillende kopjes ondergebracht in H3 van de Nota] De volgende voorwaarden gelden in ieder geval bij realisatie van permanente standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen: • Maximaal 20% van de standplaatsen kan als permanente standplaats worden gebruikt. Inventarisatie beleid Pagina 3
• Maximaal 20% van de standplaatsen kan als permanente standplaats worden gebruikt. • Op de permanente standplaatsen mogen slechts stacaravans worden geplaatst en geen kampeerhuisjes. kampeermiddelen en gebouwen voor recreatief nachtverblijf tot 55 m2 worden geplaatst. • De permanente standplaatsen mogen, in tegenstelling tot de niet-permanente standplaatsen, jaarrond geëxploiteerd worden. [in begrippenlijst] • Adequate landschappelijke inpassing met een breedte van 10 meter voornamelijk streekeigen beplanting of aarden wal van 2 meter hoog met een 5 meter brede groenstrook. [evaluatie nieuw stukje over landschappelijke inpassing] • Een permanente standplaats heeft een netto oppervlakte van minimaal 150 vierkante meter. • Voldoende parkeerruimte op eigen terrein (per standplaats 1,2 parkeerplaatsen). [120%] • Bij een verzoek om uitbreiding van het aantal standplaatsen van 15 naar maximaal 25 geldt dat deze uitbreiding feitelijk uitgevoerd moet zijn, voordat de (extra) permanente standplaatsen in exploitatie genomen worden. [vervallen amendement] • Toevoegen: Bijgebouwen tot 13 m2 zijn toegestaan op permanente standplaatsen of inpandig. Indien totaal oppervlak 68 m2 is, mag er geen los bijgebouw bij.
Wijzigingsbevoegdheid standplaatsen Bij een verzoek tot uitbreiding of omvorming van een bestaand kampeerterrein, gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: [regels zijn onder verschillende kopjes opgenomen in de Nota] • De standplaatsgrootte voor een permanente standplaats bedraagt minimaal 150 m². • De standplaatsgrootte voor een niet-permanente standplaats bedraagt minimaal 100 m². • Het maximum aantal standplaatsen per hectare bedraagt gemiddeld 33. [13% regeling] • Het aantal permanente standplaatsen mag 100% van het totaal aantal standplaatsen op een kampeerterrein bedragen. • Van de totale oppervlakte van een kampeerterrein wordt minimaal 2% benut ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen. • Adequate landschappelijke inpassing, inclusief privaatrechtelijke overeenkomst. [evaluatie nieuw stukje over landschappelijke inpassing] • Voldoende parkeerruimte op eigen terrein (per standplaats 1,2 parkeerplaatsen, waarvan 0,2 op een centraal gelegen parkeerterrein) [parkeercijfers wijziging document Agenda Toerisme kengetallen parkeren en verkeer opnemen] Wijzigingsbevoegdheid kampeerhuisjes [gebouw voor recreatief nachtverblijf] • De minimale verhouding tussen de oppervlakte kampeerhuisje en oppervlakte standplaats is 1:4. • Op maximaal 30 procent van het totale aantal permanente standplaatsen mogen kampeerhuisjes worden geplaatst, met een maximum van 100.
[in regeling gebouw voor recreatief nachtverblijf] • Van de totale oppervlakte van een kampeerterrein wordt minimaal 2% benut ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen. • Adequate landschappelijke inpassing, inclusief privaatrechtelijke overeenkomst. [evaluatie nieuw stukje over landschappelijke inpassing] • Voldoende parkeerruimte op eigen terrein (per standplaats 1,2 parkeerplaatsen, waarvan 0,2 op een centraal gelegen parkeerterrein). [parkeercijfers wijziging document Agenda Toerisme kengetallen parkeren en verkeer opnemen] Samenvoeging kampeerterreinen Indien een exploitant van een kampeerterrein een ander kampeerterrein koopt, kan het om economische redenen wenselijk zijn deze twee terreinen gezamenlijk te exploiteren en dat ook bestemmingsplanmatig te verankeren. Kleinschalige kampeerterreinen mogen niet samengevoegd worden. Samenvoegen van kampeerterreinen staan we onder de volgende voorwaarden toe: • Kleinschalige kampeerterreinen mogen niet samengevoegd worden. • Bedrijven moeten minimaal één gemeenschappelijke grens hebben. • Het aantal standplaatsen mag niet meer dan 33 per hectare bedragen, maar wel over het nieuw ontstane terrein worden verdeeld. [13% regeling] • De bestemming en het toegestane gebruik van beide bedrijven moeten op dezelfde manier bestemmingsplanmatig zijn beschreven. Inventarisatie beleid Pagina 4
bestemmingsplanmatig zijn beschreven. • Bedrijven die aan elkaar grenzende terreinen als één terrein willen exploiteren moeten, indien van toepassing, aan de hand van een ingediend plan op termijn aan het bepaalde in het bestemmingsplan voldoen. Begrippen: [in nieuw document 1 begrippenlijst] - Bouwen : Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. - Bouwwerk : Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. - Centrale bedrijfsmatige exploitatie : Het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van een kampeerterrein en kampeermiddelen, gericht op het bieden van – permanent wisselend – recreatief nachtverblijf. - Gebouw : Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
- Groepskamperen : Het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten een kampeerterrein, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie, gerelateerd aan een evenement of activiteit in besloten kring en gedurende een in een ontheffing als bedoeld in artikel 4:18, lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv) aangegeven, al dan niet aaneengesloten periode. - Kampeerhuisje : Een eenvoudig gebouw of stacaravan met een oppervlakte van maximaal 75 m² en gemeten vanaf het maaiveld een hoogte van maximaal 5,5 meter, mits sprake is van een beperkte inhoud tot 250 m³, bestemd voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. - Kampeermiddelen : Tenten, tentwagens, tenthuisjes, caravans, campers, stacaravans of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. - Kampeerterrein : Een terrein bestemd voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen of kampeerhuisjes ten behoeve van recreatief nachtverblijf, waaronder begrepen dienstgebouwen en andere voorzieningen ten dienste van het kamperen.
We kennen daarbij de volgende indeling: - Kleinschalig kampeerterrein : Een kampeerterrein bij een (voormalig) agrarisch bedrijf met verblijfsrecreatie als neventak, waarbij minder intensief op het terrein wordt gerecreëerd en maximaal 25 standplaatsen geëxploiteerd mogen worden. - Privésanitair : Een sanitaire unit (voorzien van douche, toilet en wastafel) slechts voor gebruik door de huurder van een standplaats, waarbij de unit gedurende het gehele jaar op of bij een standplaats aanwezig is. - Stacaravan : Een kampeermiddel uit één niet samengesteld geheel, die in zijn geheel zelfstandig (over de weg) vervoerd kan worden met een maximale oppervlakte van 55 vierkante meter en gemeten vanaf het maaiveld een maximale hoogte van 5 meter.
- Standplaats : Het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in één of meerdere kampeermiddelen of een kampeerhuisje, waarbij de standplaatsen nader zijn te onderscheiden in: ○ permanente standplaats: standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal acht vierkante meter, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatief nachtverblijf; ○ niet-permanente standplaats: standplaats bestemd voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een stacaravan, gedurende het zomer en/of winterseizoen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, nader te onderscheiden in: - één kampeermiddel met maximaal twee bijzettentjes van maximaal acht vierkante meter of - maximaal drie tentjes van maximaal acht vierkante meter. - Uitponden : Het verkaveld verkopen of (eeuwigdurend) in erfpacht uitgeven van standplaatsen op kampeerterreinen aan derden. Inventarisatie beleid Pagina 5
op kampeerterreinen aan derden. - Verblijfsrecreatie : Recreatie in ruimten die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, logeergebouw, pension, kampeermiddel of kampeerhuisje, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. - Winterkamperen : Het gebruik van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf in de periode van 16 november tot 1 maart. - Winterseizoen : De jaarlijkse periode van 16 november tot 1 maart van enig jaar. - Winterstalling : Het stallen van kampeermiddelen in de open lucht op een aparte plaats op een kampeerterrein, zodanig dat daarin geen recreatief nachtverblijf kan plaatsvinden, in de periode van 16 november tot 1 maart. - Zomerseizoen : De jaarlijkse periode van 1 maart tot en met 15 november van enig jaar.
Inventarisatie beleid Pagina 6