Noordzee Residence Renesse Toelichting
Tekst van het document
NOORDZEE RESIDENCE RENESSE Toelichting bestemmingsplan, vastgesteld
Noordzee Residence Renesse
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Planologisch kader
Inleiding Historische analyse Ruimtelijke analyse Functionele analyse Conclusie
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Beleidskader
Inleiding Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Planbeschrijving
Algemene omschrijving Situering Bebouwing Buitenruimte Duurzaamheidsladder
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Inleiding
Aanleiding Doel Ligging en plangrenzen Geldende bestemmingsregeling Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
5
Milieu- en duurzaamheidskader
Inleiding Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Geluid en stilte Externe veiligheid Bodem Water
6 6 6 6 7 7
8 8 9 9 11 12
15 15 15 15 15 19 19 25
26 26 26 35 39 40
41 41 41 46 49 51 53 56 58 62
3
5.10 5.11 5.12 5.13
Flora en fauna Licht en duisternis Energie en klimaat M.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
79 79 79 79 80
83 83 83 84
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
85
Inleiding Participatie Resultaten vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Resultaten ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
85 85 85 86
Bronvermelding
4
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Conclusie
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4
Juridische aspecten
Inleiding Plansystematiek Toelichting op de bestemmingen Handhaving
66 75 76 77
89
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 4 februari 2021 heeft de gemeente het verzoek ontvangen om medewerking te verlenen aan het realiseren van een recreatiepark met 285 recreatiewoningen op de voormalige terreinen van de campings Bona Fide en de Karavaan. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 29 juni 2021 besloten medewerking te verlenen. In het besluit is aangegeven dat het college een positieve grondhouding aanneemt voor de herontwikkeling van het kampeerterrein tot een recreatiewoningenterrein. De maximale maatvoering voor de recreatiewoningen bedraagt 75 m2. Eventuele afwijkingen daarop zijn bespreekbaar. Daarnaast wijst het college de initiatiefnemer op de stikstofproblematiek en verzoekt het college de initiatiefnemer mogelijke alternatieve plannen te bespreken.
1.2
Doel
De ontwikkeling van het recreatiepark met 285 recreatiewoningen past niet in het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, moet het bestemmingplan gewijzigd worden. Het doel van voorliggend bestemmingsplan Noordzee Residence Renesse is om een planologisch kader vast te stellen waarbinnen de gewenste ontwikkeling mogelijk is.
1.3
Ligging en plangrenzen
Het plangebied omvat de voormalige terreinen van de campings Bona Fide en de Karavaan aan weerszijden van de Hogezoom. Het plangebied is circa 14,5 ha groot en ligt ten westen van Renesse. De gronden liggen achter de lintbebouwing aan de Hogezoom. De begrenzing van het plangebied, dat is gelegen ten noorden van de Hogezoom wordt aan de zuidzijde gevormd door de woonpercelen langs de Hogezoom. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Kabbelaarsweg en aan de noordkant aan de Vroonweg. De noordgrens wordt gevormd door de gronden Hogezoom 135a. De begrenzing van het plangebied, dat is gelegen ten zuiden van de Hogezoom wordt aan de noordwestzijde gevormd door de woonpercelen en een bedrijfsperceel langs de Hogezoom. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Kooijmansweg. Ten zuiden van het plangebied liggen onbebouwde gronden met een uit te werken verblijfsrecreatieve bestemming. De noordoostgrens wordt gevormd door de gronden van de camping de Oase. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer inclusief de directe omgeving.
6
Figuur 1.1: Plangebied en directe omgeving
1.4
Geldende bestemmingsregeling
Voor de gronden die binnen het bestemmingsplangebied Noordzee Residence Renesse vallen, wordt de bestaande bestemmingsregeling herzien. Daarmee vervallen de voor het plangebied geldende bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende plannen: Naam plan Kop van Schouwen Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland
1.5
Vervalt geheel of gedeeltelijk vervalt geheel voor de gronden in het plangebied vervalt geheel voor de gronden in het plangebied
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling omschreven. In hoofdstuk 3, 4 en 5 worden achtereenvolgens het beleidskader, het planologisch kader en het milieu- en duurzaamheidskader beschreven. In hoofdstuk 6 wordt de visie op het plangebied toegelicht. Daarna volgt hoofdstuk 7 met daarin de juridische aspecten en hoofdstuk 8 met een onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid. De toelichting van dit bestemmingsplan wordt afgesloten met een hoofdstuk over de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Algemene omschrijving
De twee bestaande campings Bona Fide en de Karavaan worden heringericht en getransformeerd tot vakantiepark Noordzee Residence Renesse. Hiervoor heeft de initiatiefnemer een Notitie uitgangspunten kwaliteit opgesteld, zie bijlage 2. Uitgangspunt van het planconcept is dat verblijfsrecreatie méér is dan de invulling van een locatie. In de visie op het gebied gaat verblijfsrecreatie ook over verbindingen met de omgeving. Dit kan letterlijk de fysieke omgeving zijn, zoals het strand, de charme van de het dorp Renesse of de uitgestrekte natuur. Het gaat ook om verbindingen met evenementen en verbindingen met lokale ondernemers. In het plan en de exploitatie wordt gestreefd naar verbindingen met de ondernemers van Renesse. Denk daarbij aan het schoonmaken van de woningen, het onderhoud van het park en gebouwen en fietsenverhuur. Een hoog serviceniveau versterkt de kansen voor zowel de ontwikkeling als de omgeving in brede zin flink; bestedingen van de gasten vinden plaats over een groter gebied dan de locatie alleen en leiden tot een band met de samenleving van Renesse. De ambitie is een verblijfsrecreatieterrein dat een vanzelfsprekend en natuurlijk onderdeel is van de omgeving en de inwoners in plaats van een daarvan afgeschermde enclave. Er komen maximaal 285 recreatiewoningen. In figuur 2.1 is een schetsontwerp van het plan weergegeven.
8
Figuur 2.1: Schetsontwerp ‘noord’ en ‘zuid’
2.2
Situering
Het Recreatiepark Noordzee Residence is gesitueerd aan de Hogezoom op de voormalige terreinen van de campings Bona Fide en de Karavaan (zie figuur 2.1). Tussen het recreatieparkterrein en de Hogezoom ligt bestaande lintbebouwing in de vorm van overwegend woningen.
2.3
Bebouwing
Het planconcept gaat uit van 285 woningen. De verblijfsrecreatieve eenheden, die vrijstaand moeten worden bebouwd, bestaan uit 285 recreatiewoningen met in beginsel een oppervlakte van maximaal 75 m². De woningen van maximaal 75 m2 zijn bedoeld voor 2 tot 6 personen. Binnen die 285 recreatiewoningen zijn er ten hoogste 50 recreatiewoningen toegestaan voor 8 personen (maximaal 80 m2), ten hoogste 20 voor 10 personen (maximaal 100 m2) en ten hoogste 5 voor zestien personen (maximaal 150 m2) (zogenaamde themawoningen). Bij de 20 recreatiewoningen van ten hoogste 100 m2 mag de oppervlakte van de recreatiewoning zelf ten hoogste 80 m2 bedragen en de oppervlakte van een overdekte buitenruimte ten hoogste 20 m2. Voor de themawoningen is dat respectievelijk 125 m2 en 25 m2. Een deel van de recreatieverblijven mag onder de volgende voorwaarden aaneen (geschakeld) worden gebouwd. maximaal 30 recreatiewoning mogen twee aaneen worden gebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte van twee aaneen gebouwde woningen niet meer bedraagt dan 75 m2. maximaal 16 recreatiewoningen mogen vier aaneen worden gebouwd, mits de gezamenlijke
9
oppervlakte van vier aaneen gebouwde woningen niet meer bedraagt dan 150 m2. In de planregels is geborgd dat er niet meer dan 1.850 slaapplaatsen mogen worden gerealiseerd. Ook is er bebouwing voor centrale voorzieningen opgenomen in het plan. De totale oppervlakte van de recreatiewoningen blijft onder de 13% (exclusief centrale voorzieningen). Dit is in de planregels geborgd; geregeld is dat de totale oppervlakte van de recreatiewoningen inclusief bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 19.173 m2 (13% van 147.491 m2). De centrale voorzieningen worden maximaal 1.100 m2, waarbij in het noordelijk deel van het plangebied maximaal 150 m2 mag worden gebouwd. Hierbij wordt ruimte geboden voor een terras, speel- en vermaakelementen en de mogelijkheid om in de ‘tuin’ van de centrale voorzieningen gezamenlijk te eten. Hieronder is in figuur 2.2. een impressie gegeven van de kwaliteit van de beoogde recreatiewoningen. Figuur 2.3 geeft een impressie van de centrale voorzieningen.
Figuur 2.2.: Impressie kwaliteit recreatiewoningen
10
Figuur 2.3: Impressie van de centrale voorzieningen De ontsluiting van het noordelijk deel van het recreatiepark vindt plaats vanaf de Hogezoom. Het zuidelijk deel wordt ontsloten vanaf de Kooijmansweg, zie figuur 2.1.
2.4
Buitenruimte
In het plangebied worden bosschages en bomen aangeplant die worden afgewisseld met open ruimtes. Het plan is uitdrukkelijk geen geïsoleerde ontwikkeling, waarbij een recreatief ‘bedrijventerrein’ ontstaat. Om dat te voorkomen is weggebleven van dominerende bebouwing in een geordende verkavelingsstructuur. De randen van het plan dienen als de lamellen van de ontwikkeling. Slecht enkele woningen zijn zichtbaar vanaf de openbare weg. De collectieve ruimtes in het plan zijn gekoppeld aan de open plekken die worden gerealiseerd. De openheid en de gesloten groenbuffers zorgen voor een lamellen-structuur. Vanuit de woningen kun je verder kijken, maar van buiten zijn de woningen grotendeels aan het zicht onttrokken. Met de openheid tussen de bosschages en de afwisselende positionering van de woningen worden lange, interessante zichtlijnen gerealiseerd. De landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd door een 5 meter brede strook met een beplante grondwal van 2 meter hoog met daarop inheemse beplanting of een 10 meter brede strook met bosschages. Het streefbeeld van het interne landschap is informeel. De realisatie van de landschappelijke inpassing is voor het zuidelijk deel van het recreatiepark aan de oost- en zuidzijde niet verplicht, aangezien ze daar geen doel dienen, omdat het recreatiepark daar grenst aan een (uitbreiding van) het bestaande kampeerterrein Camping De Oase.
Dit sluit aan op de "Nota Kamperen 2013" waarin staat dat een landschappelijke inpassing tussen recreatiebedrijven niet in het bestemmingsplan wordt vastgelegd.
11
Figuur 2.4: Zichtlijnen Het aan te leggen landschap binnen de ontwikkeling kenmerkt zich door open en gesloten gebieden met gevarieerde kenmerken. Zo zijn er besloten clusters, woningen aan open weides. De weides zijn een koppeling van collectieve open ruimtes waardoor ook deze kwaliteit voor iedereen te ervaren en te gebruiken is. In het plan zijn geen zichtbare verkavelingsgrenzen aanwezig. In de rug van de woningen is altijd een brede groenzone aanwezig. Het gehele plan is autovrij. In het midden van de locatie, is een centrale ruimte voor het parkeren van auto’s. Voor wat betreft het aantal parkeerplaatsen wordt aangesloten bij de gemeentelijke parkeernormen. In het plan lopen wel enkele paden. Deze paden hebben een fundering (belasting en breedte) die voldoende is voor de bezoekers (koffers naar de woning brengen) en voor de voertuigen van de veiligheidsdiensten. De afwerking aan de bovenkant van de paden zal opgaan in het groen van de weiden. Bij de centrale voorzieningen is ruimte voor speelelementen opgenomen. De centrale voorzieningen zijn uitsluitend bedoeld voor gasten van het recreatieterrein.
2.5
Duurzaamheidsladder
Voor succesvol ruimtelijk beleid is het van belang dat vraag en aanbod van stedelijke functies goed op elkaar zijn afgestemd. Dit draagt bij aan economische dynamiek, zorgvuldig gebruik van ruimte en infrastructuur en behoud van de leefbaarheid van stedelijk en landelijk gebied. In het Bro is de ladder voor duurzame verstedelijking, ook wel de duurzaamheidsladder als centraal ruimtelijk toetsinstrument opgenomen. Artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt, dat de toelichting bij een
12
bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In het Bro wordt een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In de Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (Ministerie I&M, versie 2: november 2013) wordt onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Een recreatiepark wordt derhalve beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Toepassing van de ladder is alleen verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Hieronder is beoordeeld of de herinrichting van twee bestaande verblijfsrecreatieve kampeerterreinen naar een recreatiepark met recreatiewoningen als een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden beschouwd. De beoordeling is gebaseerd op de overzichtsuitspraak inzake de duurzaamheidsladder van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de raad van State d.d. 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724).
Ruimtebeslag Uit de overzichtsuitspraak volgt, dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, de ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Op grond van het bestemmingsplan is in het plangebied het volgende ruimtebeslag voor verblijfsrecreatie bebouwing toegestaan: 422 permanente standplaatsen toegestaan voor stacaravans en vrijstaande bijgebouwen met een maximum oppervlakte van respectievelijk 55 m2 en 9 m2. 1 recreatiewoning van maximaal 75 m2 met 13 m2 vrijstaande bijgebouwen; 1 bedrijfswoning van maximaal 200 m2 met 40 m2 aan vrijstaande bijgebouwen bouwwerken ten behoeve van dienstverlening, zwembaden en overige voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie, circa 2.500 m2. Het totale ruimtebeslag op basis van de geldende bestemming bedraagt daarmee circa 29.800 m2. In voorliggend bestemmingsplan met 285 recreatiewoningen is in de planregels opgenomen dat de totale oppervlakte van de recreatiewoningen inclusief bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 19.173 m2. De maximum oppervlakte van bebouwing voor de centrale voorzieningen bedraagt 1.100 m2. Daarmee is het ruimtebeslag ten hoogste 20.373 m2. Hiermee is er naast een afname van het aantal verblijfscreatieve eenheden ook een afname van het ruimtebeslag.
Op basis van het ruimtebeslag is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Functiewijziging Het voorliggende plan voorziet wel in een functiewijziging van een kampeerterrein waarop 422 stacaravans en 145 niet-permanente standplaatsen jaarrond zijn toegestaan naar een recreatiepark met maximaal 285 recreatiewoningen. Uit de overzichtsuitspraak volgt dat een bestemmingsplan, dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Onbenutte planologische mogelijkheden die in het voorgaande bestemmingsplan bij recht waren voorzien dienen hierbij te worden betrokken. Er is bij functiewijziging wel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1075 (Amersfoort)). Hierbij komt
13
betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was (uitspraak van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1503 (Zundert). Er zijn in het nieuwe plan veel minder verblijfsrecreatieve eenheden toegestaan. Ze zijn wel groter. Het geldende plan staat toe: 422 stacaravans van maximaal 55 m2 groot met een maximum bouwhoogte van 5 meter en 145 kampeerhuisjes van 75 m2 met een bouwhoogte van maximaal 5,5 meter hoog. Het nieuwe plan omvat ten hoogste 285 recreatiewoningen van in beginsel maximaal 75 m2 groot. Van de 285 recreatiewoningen zijn er maximaal 50 van 80 m2 en maximaal 20 van 100 m2 toegestaan. Voor alle recreatiewoningen geldt een bouwhoogte van maximaal 8 meter en een goothoogte van maximaal 4 meter. Het nieuwe plan leidt ten opzichte van een maximale planologische invulling van het geldende bestemmingsplan tot minder verkeersbewegingen. De impact op de ruimtelijke uitstraling is naar aard en omvang niet zodanig, dat het nieuwe bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt.
Nu met voorliggend plan net als in het geldende bestemmingsplan verblijfsrecreatie is toegestaan en alleen de aard van de verblijfsrecreatieve eenheden verandert van stacaravans van maximaal 55 m2 in recreatiewoningen van maximaal 75 m2 en het ruimtebeslag van het voorliggende plan beduidend kleiner is dan het geldende plan (circa 9.427 m2) kwalificeert deze ontwikkeling zich niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient te worden gemotiveerd dat de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte. In dat kader is een behoefte onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3. Uit het onderzoek volgt dat uit een analyse van de vraag en het planaanbod naar recreatiewoningen met de beoogde ontwikkeling van 285 recreatiewoningen in Renesse wordt ingespeeld op de toenemende vraag naar overnachtingen op huisjesterreinen. We concluderen dat er voldoende behoefte is aan de beoogde ontwikkeling. De vraag voor de komende tien jaar is groter dan het (plan)aanbod. Er is nog voldoende ruimte voor het optimaliseren van de normbezetting van de bestaande huisjesterreinen in de provincie.
Daarbij zijn recreatiewoningen die in de praktijk niet voor verblijfsrecreatie worden gebruikt, niet meegerekend in de behoefteraming. Dit betekent dat in theorie de marktvraag naar huisjesterreinen gunstiger zal uitvallen dan op basis van onze berekeningen. Kwalitatief concluderen we dat de beoogde ontwikkeling zorgt voor een kwaliteitsimpuls van het aanbod in de provincie en op Schouwen-Duiveland, onder meer door de hoogwaardige uitstraling van het park, moderne objecten, landschappelijke inpassing en lage dichtheden. Dit sluit aan bij de beleidsambities van Schouwen-Duiveland om de kwaliteit van de verblijfsrecreatie beter aan te laten sluiten bij de wens van de hedendaagse toerist.
14
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
De gemeente Schouwen-Duiveland heeft te maken met geldende beleidskaders van diverse overheden. Deze kaders zijn van invloed op de inhoud van een bestemmingsplan. Het gemeentelijke ruimtelijke beleid, zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, dient zich te bewegen binnen de marges van deze beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante beleidskaders en de wijze waarop deze in dit plan hun grondslag vinden, beschreven. Een uitgebreide beschrijving van geldende beleidskaders is opgenomen in bijlage 1 Beleidskader.
3.2
Europees beleid
Het bestemmingsplan sluit aan bij de verschillende Europese beleidskaders, waaronder de Kader Richtlijn Water. De voornaamste beleidsuitgangspunten richten zich op het verbeteren van milieu- en natuurlijke kwaliteiten. In dit bestemmingplan zijn deze kwaliteiten beschermd door zorgvuldig onderzoek naar de relevante omgevingsaspecten (zie hoofdstuk 5) en indien nodig daarop afgestemde bestemmingen.
3.3
Rijksbeleid
Het bestemmingsplan sluit aan bij de verschillende nationale beleidskaders, waaronder de Nationale omgevingsvisie, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de Nota Belvedère, de Modernisering Monumentenzorg (MoMo), en Nationaal Bestuursakkoord Water, het Nationaal Waterplan. De voornaamste beleidsuitgangspunten richten zich op het verbeteren van milieukwaliteiten/ cultuurhistorische waarden/ natuurlijke kwaliteiten. In dit bestemmingplan is het voornemen getoetst aan deze beleidsuitgangspunten in bijlage 1 en/of in hoofdstuk 4 en 5. Geconcludeerd wordt dat het plan past binnen het rijksbeleid.
3.4
Provinciaal beleid
Het bestemmingsplan sluit aan bij de verschillende provinciale beleidskaders, waaronder het Omgevingsplan Zeeland 2018, met de daarbij behorende Provinciale Omgevingsverordening 2018, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan Zeeland, de Zeeuwse Nota Waterkeringen en het Natuurbeheerplan Zeeland. Met name het Omgevingsplan en de VRPZ zijn voor dit bestemmingsplan van belang en worden hierna toegelicht. Daarbij is de inhoud van het Omgevingsplan sturend en de inhoud van de Verordening leidend. Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 Vrijetijdseconomie Het plangebied valt in het gebied 'kustzone'. Revitalisering vormt de belangrijkste opgave voor het verblijfsrecreatieve aanbod in de kustzone. Om dit te kunnen realiseren worden bestaande bedrijven de mogelijkheid geboden tot kwaliteitsverbetering en productinnovatie (of transformatie) al dan niet in combinatie met beperkte uitbreiding. Het plangebied ten noorden van de Hogezoom is bij het thema vrijetijdseconomie aangeduid als 'Groene Zeeuwse topkwaliteit'. De groene topkwaliteit van het Zeeuwse kustgebied wordt gevormd door een netwerk van beschermde natuurgebieden. Om de kwaliteiten van deze gebieden te beschermen, zijn nieuwe (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen uitgesloten. De gebieden van de Groene topkwaliteit zijn van
15
groot belang voor het beleven van de kust. De provincie stelt daarom een strategie op ten behoeve van voorzieningen voor het beleven van de meeste bezochte gebieden van de groene topkwaliteit. De gronden waarop zowel de noordelijke als de (voormalige) zuidelijke ontsluiting van het recreatieterrein zijn gelegen, zijn aangeduid als 'begrenzing badplaatsen' (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1: Ligging gronden Groene Zeeuwse topkwaliteit en Begrenzing badplaatsen (Kaart 2 Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018) De Zeeuwse badplaatsen zijn dé locaties waar het toerisme in Zeeland zich concentreert. De Zeeuwse badplaatsen zijn divers en hebben elk hun eigen kwaliteit en geschiedenis. Voor verblijfsrecreatieve ontwikkelingen binnen de grenzen van de badplaatsen wordt ingezet op herstructurering en kwaliteitsverbetering van het bestaande product. In alle gevallen wordt aansluiting gezocht bij het lokale DNA en de bijbehorende kwaliteiten. Belangrijke uitgangspunten voor de badplaatsen zijn ruimtelijke kwaliteit en het aspect leefbaarheid. Het is van belang dat het verblijfsrecreatieve aanbod zich in gelijke mate ontwikkelt met de behoefte daaraan, wat niet uitsluitend geldt voor de badplaatsen. Om dit te borgen wordt verkend op welke manier de balans tussen vraag en aanbod in evenwicht kan worden gebracht. Hierbij is oog voor de dynamiek in de recreatiesector, de veranderende wens van de gast en de steeds verdere vervaging van de scheiding tussen de woon- en recreatiefunctie in de badplaatsen. Tussen de natuurgebieden, badplaatsen en het open agrarische landschap liggen veel recreatiebedrijven. Deze bedrijven vormen samen met de badplaatsen het hart van de economische motor aan de Zeeuwse Kwaliteitskust.
Zeeland heeft de potentie om zich te ontwikkelen tot de kwaliteitskust van de toekomst en biedt een pakket aan mogelijkheden voor verschillende vormen van kustrecreatie en bijbehorende accommodaties; van strandplezier tot natuurrecreatie en cultuurtoerisme. De verblijfsrecreatieve sector richt zich daarom op onderscheidende kwaliteit, differentiatie en versterking van de identiteit van Zeeland. Om de potentie van Zeeland te benutten, wordt ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en regionaal onderscheidend vermogen in de recreatiesector. Nieuwvestiging van alle vormen van recreatie is toegestaan binnen bestaand stedelijk
16
gebied. Uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte van de bestaande verblijfrecreatiebedrijven binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied is mogelijk indien deze voldoet aan de hoofdlijnen van het ‘ontwikkelkader’ van de kustvisie. Samengevat betekent dit dat de uitbreiding integraal onderdeel uitmaakt van de omgeving (landschap en samenleving). Voorliggend plan omvat een transformatie van twee kampeerterreinen naar een vakantiepark met recreatiewoningen, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en het aantal verblijfsrecreatieve eenheden afneemt. De beoogde ontwikkeling met een gedifferentieerd programma zorgt voor een kwaliteitsimpuls van het aanbod in de provincie en op Schouwen-Duiveland, dat aansluit bij de beleidsambities van de provincie. Het noordelijk deel van het plan ligt in gebied van groene topkwaliteit, maar heeft daar geen significante negatief effect op (zie paragraaf 5.10). Waardevolle leefomgeving: Landschap en erfgoed Het plangebied is aangeduid als Landschappen. De kernkwaliteiten van Zeeland gaan verder dan het strand, de duinen en badplaatsen. Aansluitend hieraan liggen tal van gebieden met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Ook de karakteristieke openheid van het agrarische landschap draagt bij aan het ervaren van een gevoel van rust, stilte en ruimte.
De provincie geeft ruimte voor ontwikkelingen die tot een versterking van het Zeeuwse landschap leiden en biedt daarom ruime ontwikkelingsmogelijkheden voor bijzondere projecten op het vlak van wonen, recreatie en zorg op geschikte locaties in het landelijk gebied. In de praktijk zal per locatie en ontwikkeling maatwerk geleverd moeten worden, waarbij een vroegtijdige betrokkenheid van gemeente én provincie wenselijk is. Het plan wordt landschappelijk ingepast met een groene omzoming, waarvan de realisatie en instandhouding deels via een voorwaardelijke verplichting in de planregels is geborgd. Deze groene omzoming dient tevens om hinder op het nabij gelegen Natura 2000-gebied te voorkomen (zie paragraaf 5.10). De verdere inrichting van het plan wordt vastgelegd in de Notitie uitgangspunten kwaliteit (bijlage 2) en een door een landschapsarchitect opgesteld groenplan. Het opstellen van het groenplan is opgenomen in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Waardevolle leefomgeving: Archeologie In het Omgevingsplan zijn de gronden aangeduid als gronden met een hoge/middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Deze waarde zijn beschermd met een archeologische dubbelbestemming met een bijbehorend vergunningenstelsel voor bouwen en aanlegwerkzaamheden.
Toekomstbestendige en bereikbare woon- en verblijfsomgeving: stedenbeleid De gronden ten noorden en zuiden van de lintbebouwing aan de Hogezoom zijn aangeduid als landelijk gebied. Het provinciale beleid op deze gronden is gericht op de veranderende positie en functie van het landelijk gebied, waarin de woonfunctie een bijdrage kan leveren, doordat bijvoorbeeld voormalige boerderijen worden hergebruikt als woning. Dit beleid is niet van toepassing op het plangebied, waarin een verblijfsrecreatieve transformatie mogelijk wordt gemaakt. Milieukwaliteit licht en duisternis Duisternis is een kwaliteit die in Zeeland nog aanwezig is en door de recreant en bewoner heel erg wordt gewaardeerd, vooral in het buitengebied en de natuur. De provincie wil delen van Zeeland waar de donkerte een echte meerwaarde heeft beschermen tegen onnodige lichthinder zonder belemmerend te werken. Het plangebied is reeds bestemd voor verblijfsrecreatie. Daarnaast sluit het aan op de bestaande bebouwing van Renesse en liggen in de directe omgeving al bestaande recreatieparken, zoals camping De Oase, de Meidoornhoeve en de Pionier. In het gebied is daardoor in de bestaande situatie in beperkte mate sprake van duisternis. Duisternis is hier derhalve geen te beschermen kwaliteit.
Waardevolle leefomgeving: veilige omgeving We richten ons op het voorkomen van ongevallen door het zoveel mogelijk beperken van risico's waaraan burgers worden blootgesteld die verbonden zijn aan productie en verwerking van gevaarlijke stoffen.
17
In dit bestemmingplan zijn deze beleidsuitgangspunten geborgd door het recreatieve aanbod van het plan af te stemmen op een uitgebreid behoefte onderzoek, waarbij er geen sprake is van uitbreiding van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden en oppervlakte. Het plan is landschappelijk ingepast met openingen in de randen van het gebied die zijn opgenomen om zichtlijnen en verbinding met het achterliggende gebied te creëren. De landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd door een 10 meter brede groenstrook of een 5 meter brede strook met een beplante grondwal van 2 meter hoog. Het streefbeeld van het interne landschap is informeel. De archeologische waarden zijn beschermd met een archeologische dubbelbestemming voor het gehele plangebied. In het kader van een veilige omgeving is onderzoek gedaan naar externe veiligheid, waaruit volgt dat er geen risico's zijn op dat gebied. Daarnaast zijn de effecten op de natuur onderzocht met een natuurtoets en een voortoets. Provinciale Omgevingsverordening 2018 Het plan is getoetst aan de Provinciale Omgevingsverordening 2018 zoals vastgesteld op 21 september 2018 en de 7 wijzigingen die daarna tot en met 2021 zijn vastgesteld. Verblijfsrecreatie (kustzone) Het plangebied ligt op gronden met de aanduiding Verblijfsrecreatie (kustzone).
In artikel 2.10 van de verordening is bepaald dat een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein uitsluitend wordt toegelaten in de in verordening aangewezen badplaatsen en dat in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 1 opgenomen uitgangspunten. Voorliggend plan omvat een transformatie van een bestaand verblijfsrecreatieterrein. Er is geen sprake van nieuwvestiging of uitbreiding. In bijlage D is bepaald dat een kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven plaatsvindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Het plan breidt niet uit in oppervlakte en het aantal eenheden neemt af. Hierbij moet worden wel voldaan aan de gemeentelijke kwaliteitscriteria. Die zijn geformuleerd in de gemeentelijke Nota Recreatiewoningen (2011), zie paragraaf 3.6. Verblijfsrecreatie (Groene Zeeuwse topkwaliteit) Het plangebied ten noorden van de Hogezoom is bij het thema vrijetijdseconomie aangeduid als 'Groene Zeeuwse topkwaliteit'. Uitbreiding van verblijfsrecreatieterrein is op die gronden niet toegestaan tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de kenmerken en waarden van deze gebieden niet significant worden aangetast. De kenmerken en waarden van de beschermingsgebieden zijn vermeld in de Zeeuwse Kustvisie die is vertaald in de Provinciale Omgevingsvisie.
Er is geen sprake van een uitbreiding of nieuwvestiging. Zoals bij het Omgevingsplan Provincie Zeeland reeds is gemotiveerd is bij het planconcept rekening gehouden met de relevante waarden. Landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische elementen In de verordening is bepaald dat in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor landschappen, landschapselementen, cultuurhistorisch waardevolle boerderijen of cultuurhistorische elementen, inzicht wordt gegeven in de landschappelijke respectievelijk cultuurhistorische waarden van de gronden, boerderijen of elementen. Nieuwe bebouwing of nieuwe vormen van grondgebruik mogen niet leiden tot een significante aantasting van de waardevolle landschappen en cultuurhistorische elementen. Ook mag dit niet leiden tot een significante vermindering van oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen gebieden. Volgens de handreiking Landschap van provincie Zeeland zijn de gronden onderdeel van het duinlandschap. In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle boerderijen of cultuurhistorische elementen aanwezig (zie paragraaf 4.2.5 en 4.2.6).
18
3.5
Regionaal beleid
Het bestemmingsplan sluit aan bij de verschillende regionale beleidskaders, waaronder het Toetskader bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid, het Waterbeheerplan, de Keur watersysteem Waterschap Scheldestromen en de Regionale energie Strategie. De voornaamste beleidsuitgangspunten richten zich op het verbeteren van veiligheid en milieukwaliteit. In onderhavig bestemmingsplan zijn deze waarden beschermd door middel van conserverende bestemmingen. Met betrekking tot het toetskader bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid is het plan bij het overleg ex artikel 3.1.1. Bro voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zeeland. Het Waterbeheerplan en de Keur zijn meegenomen in het kader van de watertoets en de daaruit voortvloeiende waterparagraaf. Er zijn uitgangspunten geformuleerd voor de uitvoering van het plan, waarmee een goede waterhuishouding is geborgd. In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend is afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2o C moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5o C. In Nederland is deze internationale opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord dat op 10 juli 2019 is ondertekend. In het Nationale Klimaatakkoord is als doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990.
In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Om dit te bereiken zijn er in vijf sectortafels afspraken gemaakt om de CO2 uitstoot terug te dringen. Deze tafels zijn: Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Industrie, Landbouw & landgebruik en Elektriciteit. Omdat veel afspraken uit het Klimaatakkoord in de regio's moeten worden uitgevoerd is Nederland verdeeld in 30 Regionale Energie Strategie (RES) regio's). In de RES-regio's werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders (voor gas, elektriciteit en warmte), het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Zeeland is als gehele provincie één van de 30 RES-regio's. Samen met verschillende partijen in Zeeland is er een RES – Zeeland is er in september 2020 een Regionale energie Strategie Zeeland vastgesteld. Belangrijke thema's binnen de RES zijn: de Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. De ambitie voor de gebouwde omgeving is om 100 Kton CO2 te reduceren door het verminderen van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. De ambitie voor Elektriciteit is om als regio Zeeland 11 PJ aan opwekking hernieuwde energie te realiseren.
Binnen het thema Mobiliteit is de ambitie om door verduurzaming van personenmobiliteit, de logistieke sector, havens, binnenvaart, kust- en zeevaart, Grond- Weg – en Waterbouw (GWW) en het inkoopbeleid van overheden en het openbaar vervoer in totaal 836 Kton aan CO2 te reduceren. De verwachting is dat de Regionale Energie Strategie begin 2020 wordt vastgesteld. Eind 2021 moeten alle Zeeuwse gemeenten een Transitievisie Warmte klaar hebben met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de Zeeuwse Gebouwde Omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden. Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet. In dit bestemmingplan behoeve deze beleidsuitgangspunten geen nadere borging in de planregels.
3.6
Gemeentelijk beleid
Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' (2011) De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland
19
een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Hierna zijn de strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven. Strategische doelen: werken De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd; Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies; Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd; Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans; Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantie-eiland. Strategische doelen: wonen De gemeente heeft een kwalitatief goed en realistisch voorzieningenniveau; In de gemeente wordt prettig en naar behoefte gewoond; De leefbaarheid en sociale samenhang in de kernen is groot. Inwoners zijn actief en betrokken; Er is een goed en betaalbaar aanbod van zorg en welzijn dat vraaggestuurd tot stand komt. Strategische doelen: verblijven De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland; Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties; De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot.
We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt; Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen. Bij voorliggend plan worden twee kampeerterreinen, die in de huidige situatie niet in gebruik zijn getransformeerd tot een vakantiepark met recreatiewoningen. Door weer leven te blazen in een terrein dat niet in gebruik is, waarbij tevens sprake is van meer comfort in verblijfseenheden (recreatiewoningen in plaats van standplaatsen) is sprake van een kwaliteitsverbetering ten opzichte van de huidige situatie. Bij de herontwikkeling wordt met respect omgegaan met de bestaande natuurlijke en landschapswaarden zoals aanwezig in en rondom het plangebied. Zodoende past de herontwikkeling binnen de gemeentelijke strategische visie 'Tij van de Toekomst'. Nota Recreatiewoningen (2011) Om te komen tot een algemeen toetsingskader dat de gemeente kan gebruiken bij de toetsing van initiatieven tot het ontwikkelen en bouwen van recreatiewoningen, heeft de gemeente Schouwen-Duiveland in 2011 een 'Behoefteonderzoek recreatiewoningen Schouwen-Duiveland' laten uitvoeren.
Op basis van de belangrijkste conclusies uit het behoefteonderzoek zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: Herstructurering van recreatiewoningen(terreinen) gaat voor nieuwbouw; De gemeente en belangenorganisaties voor recreatie en toerisme stimuleren de herstructurering van bestaande recreatie(woningen)terreinen en maken hierover nader afspraken. Het toetsingskader bevat richtinggevende uitspraken, waaraan nieuwe initiatieven worden getoetst. Er wordt getoetst op kwantitatieve en kwalitatieve aspecten. Een plan moet een gedegen en complete ontwikkelingsvisie bevatten met niet alleen een focus op het terrein zelf, maar ook een beschrijving van de relatie met de omgeving. Indien noodzakelijk kan het Kwaliteitsteam Buitengebied om een (onafhankelijk) advies worden gevraagd over de ontwikkelingsvisie. Voorliggend initiatief behelst herstructurering van twee bestaande kampeerterreinen naar een
20
recreatiepark met recreatiewoningen. Bij voorliggend plan is ingespeeld op de wens om een uniek concept te realiseren (zie bijlage 2): het plangebied wordt voorzien van een groene omzoming met een aantal fraaie zichtlijnen. Daarmee wordt zicht geboden op het hoogwaardig verblijfsmilieu binnen het recreatiepark en ontstaat vanuit het recreatiepark verbinding met de omgeving. het gedifferentieerde aanbod in recreatiewoningen, variërend in het aantal personen dat in een recreatiewoning kan overnachten, maakt dat ook gezinsgroepen in dit park kunnen verblijven. Hiermee wordt ingespeeld op de marktvraag naar accommodatie voor deze groepen. De aanwezige landschappelijke waarden blijven behouden. Binnen voorliggend initiatief is sprake van verplichte verhuur, en wordt met regels in het bestemmingsplan, permanente bewoning tegengegaan. Tevens beschikt de initiatiefnemer over een (intentie)overeenkomst of andersoortig document, waaruit blijkt dat de grond in zijn eigendom is/wordt of op een andere wijze langdurige tot zijn beschikking staat/zal staan. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de Nota recreatiewoningen. Masterplan Renesse (2015) Het Masterplan Renesse is een visie op de ontwikkeling van Renesse voor de komende 20 tot 30 jaar.
Het geeft aan waar de belangrijkste kansen en opgaven liggen voor het dorp en levert zo een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van en samenhang tussen toekomstige initiatieven en ontwikkelingen in en om het dorp. Het Masterplan geeft de grote lijnen aan waarbinnen toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Ten eerste is er inzicht gegeven in de kwaliteiten van Renesse en de omgeving. De kernkwaliteiten van Renesse zijn: 1. Een veelzijdig en aantrekkelijk strand. 2. Een afwisselend landschap in en om het dorp. 3. Een bruisend centrum. 4. Een hechte en ondernemende gemeenschap. Daarna zijn de trends en ontwikkelingen beschreven. Uit deze eerste twee stappen is gebleken dat stilstaan geen optie is voor Renesse. Om te voorkomen dat Renesse stil komt te staan moet het zich blijven verbeteren. Er zijn daarom vijf strategieën opgesteld die belangrijk zijn voor de toekomst van Renesse: 1. Bouw verder op waar je sterk in bent (kernkwaliteiten als uitgangspunt); 2. Seizoens-verlenging (groei in schouderseizoenen); 3. Aantrekken divers publiek (kwaliteiten aantrekkelijk voor een breed publiek); 4. Kruisbestuiving (voorzieningen en attracties profiteren van elkaar); 5. Investeren in gemeenschapszin en samenwerking (gemeenschap en toerisme profiteren van elkaar).
Naast het uitstippelen van strategieën is het voor de toekomst van Renesse ook van belang dat er ambities voor het dorp worden opgesteld. De ambities zien op het strand en de beleving daarvan, het leven in het landschap, het bruisend centrum en het thuisgevoel. Bij al deze ambities zijn verschillende opgaven benoemd die moeten helpen Renesse te ontwikkelen. Nu inzicht is gekregen in de kernkwaliteiten, strategieën en de ambities en opgaven kunnen in het verlengde daarvan vier belangrijke ontwikkelgebieden worden geïdentificeerd. Dit zijn de plekken in Renesse waar de komende jaren veel verschillende opgaven samen komen en de grootste slag kan worden geslagen in het verder ontwikkelen van Renesse tot een aantrekkelijke, levendige en groene badplaats: Centrum Renesse Omgeving Transferium Jan van Renesseweg, Oude Moolweg en strandopgang Omgeving Vroonweg Voorliggend plan sluit aan bij de ambitie van het Masterplan Renesse. De transformatie van de twee
21
voormalige kampeerterreinen in een vakantiepark met hoogwaardige recreatiewoningen leidt tot een verlenging van het seizoen. Het plan kent een gedifferentieerd programma dat ruimte biedt aan diverse doelgroepen. De ligging nabij het centrum en de beperkte omvang van de centrale voorzieningen op het park stimuleert samenwerkingsverbanden tussen het recreatiepark en de lokale ondernemers. Het plan wordt landschappelijk ingepast mede met een groene omzoming gevormd door een 5 meter brede strook met een beplante grondwal van twee meter hoog of een 10 meter brede omzoming met bosschages. Agenda Toerisme 2018-2026 (2018) De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 25 oktober 2018 de ‘Agenda Toerisme 2018-2026' vastgesteld, inclusief bijbehorend uitvoeringsprogramma en regelgeving. De Agenda Toerisme 20182026 geeft de ambities voor Schouwen-Duiveland als toeristisch recreatieve bestemming voor de toekomst weer. De agenda bevat strategische keuzes voor de toekomst, doelstellingen en uitvoeringsthema’s aan de hand waarvan per thema beleidskeuzes worden gemaakt. De uitvoeringsthema’s van de Agenda Toerisme zijn: 1. Uitgekiende marketing van onze ‘Groen Blauwe Oase’. 2. Meer Beleving: ‘Schouwen-Duiveland als podium voor de beste natuurbeleving op de grens van land en water’. 3. Het hele eiland gastvrij en meer jaarrond bezoekers. 4. Voortdurend vernieuwen. 5.
Het mooiste strand als blijvende trekker. 6. Zorgeloos de unieke plekken op het eiland vinden. Voor de ontwikkelingen in het plangebied is met name het thema ‘Voortdurend vernieuwen’ van belang. De gemeente zet in op het behouden en versterken van belangrijke omgevingskwaliteiten voor de gasten en het stimuleren van meer bijzondere en gedifferentieerde vormen van verblijfsrecreatie in een natuurlijke omgeving. Kwaliteit is leidend. In brede zin geldt terughoudendheid met nieuwvestiging van verblijfsrecreatie. Maatwerk is het sleutelwoord. Innovatie en kwaliteitsverbetering wordt gestimuleerd, evenals de energietransitie en circulaire ontwikkelingen. In het thema 'Voortdurend vernieuwen' wordt uitgegaan van het belang van meebewegen met de markt en permanent investeren in vernieuwing en kwaliteit. Één van de keuzes daarbij is het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie en het creëren van schaarste door geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven toe te staan. De gemeente stelt een Adviesteam Toerisme in dat toeristisch-recreatieve plannen op kwaliteit beoordeelt. Consumptieve horeca (restaurantfunctie) en voorzieningen (zwembad, supermarkt) op recreatieterreinen, moeten dienend zijn aan het recreatieterrein en passend in omvang, maar mogen ook gericht zijn op inwoners en gasten anders dan van het recreatieterrein.
Bij een planologische procedure tot herstructurering en/of omvorming dan wel plaatsing van eenheden, moet een recreatieterrein op termijn volledig voldoen aan het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied, inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie. In het ontwikkelkader zijn de volgende eisen opgenomen: Onderdeel A: Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Onderdeel B: Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie (CBE) conform de 'Algemene kwaliteitscriteria bij uitponding op kampeerterreinen'. Onderdeel C: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd Zeeuws product. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Onderdeel D: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving.
22
Het voorliggende plan past binnen de ontwikkelingskaders. Het plan leidt tot een transformatie van twee voormalige recreatieterreinen bedoeld voor kampeermiddelen en stacaravans naar een hoogwaardig recreatiepark met onderscheidende recreatiewoningen met een bijzondere architectuur. Het plan past tevens binnen het algemene toetsingskader, dat de gemeente gebruikt bij de toetsing van initiatieven tot het ontwikkelen en bouwen van recreatiewoningen. Zo sluit het plan aan bij het beleidsuitgangspunt dat herstructurering van recreatiewoningen(terreinen) voor nieuwbouw gaat, vindt er geen uitbreiding plaats van de oppervlakte en het aantal verblijfsrecreatieve eenheden. Daarnaast blijkt uit het uitgevoerde behoefteonderzoek en het planconcept, dat er sprake is van een compleet ontwikkelingskader, dat zich niet alleen richt op het terrein zelf, maar ook samenhang heeft met de omgeving. Er wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van perceelsgrootte en bouweisen. Er wordt voldaan aan de eis dat de totale bebouwde oppervlakte niet meer mag bedragen dan 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden). Dit is in de planregels vastgelegd. De totale oppervlakte aan recreatiewoningen inclusief daarbij behorende bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 19.173 m2 (dat is 13% op een oppervlakte van 147.491 m2.
Tot slot is er sprake van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Voor wat betreft de sociaal maatschappelijke bijdrage geldt dat in het plan en de exploitatie wordt gestreefd naar verbindingen met de ondernemers van Renesse. Denk daarbij aan het schoonmaken van de woningen, het onderhoud van het park en gebouwen en fietsenverhuur. Een hoog serviceniveau versterkt de kansen voor zowel de ontwikkeling als de omgeving in brede zin flink; bestedingen van de gasten vinden plaats over een groter gebied dan de locatie alleen en leidt tot een band met de samenleving van Renesse. Het plan leidt tot een landschappelijke meerwaarde. Het plan is gebaseerd op het inrichten van een visueel deels open gebied waarbij de randen van het plan dienen als de lamellen van de ontwikkeling. De collectieve ruimtes in het plan zijn gekoppeld aan de open plekken die worden gerealiseerd. De openheid en de gesloten groenbuffers zorgen voor een lamellen-structuur. Vanuit de woningen kun je verder kijken, maar van buiten zijn de woningen grotendeels aan het zicht onttrokken. Met de openheid tussen de bosschages en de afwisselende positionering van de woningen worden lange, interessante zichtlijnen gerealiseerd. De landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd door een 5 meter brede strook met een beplante grondwal van 2 meter hoog.
Het streefbeeld van het interne landschap is informeel (zie ook paragraaf 2.4). Kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme (2020) In de raadsvergadering van de gemeente Schouwen-Duiveland is op 4 juni 2020 de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' vastgesteld door de gemeenteraad en daarmee onderdeel gemaakt van het parkeerbeleid van de gemeente. De kengetallen voor parkeren en verkeer uit de Agenda Toerisme komen daarmee te vervallen. Voor alle recreatieve eenheden wordt gerekend met 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen en een verkeersgeneratie van 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. Dit geldt voor alle verschillende typen verblijfsrecreatie m.u.v. hotels. Het voorliggende bestemmingsplan maakt maximaal 285 recreatiewoningen mogelijk. In de planregels is geborgd dat er sprake mag zijn van maximaal 1.850 slaapplekken. Dit leidt tot 617 parkeerplaatsen en 1.357 verkeersbewegingen per etmaal. Het bestaande bestemmingsplan staat 422 permanente standplaatsen voor stacaravans toe en één recreatiewoning. Daarnaast zijn er nog 125 toeristenplekken toegestaan. Indien wordt uitgegaan van 4 slaapplaatsen per recreatieverblijf leidt dat tot 729 parkeerplaatsen en 1.604 verkeersbewegingen per etmaal. Voorliggend plan leidt derhalve tot een afname met 247 verkeersbewegingen ten opzichte van wat nu planologisch acceptabel is geacht.
Het plan is derhalve voor wat betreft verkeer een verbetering ten opzicht van de nu toegestane invulling als kampeerterrein. Milieubeleidsplan 2008-2010 De gemeente heeft haar beleid omtrent milieukwaliteit en duurzaamheid vastgelegd in het
23
Milieubeleidsplan 2008-2010. Het milieubeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. De Energie-agenda 2018-2023 en de Klimaatadaptiestrategie vervangen de modules Energie en Klimaat uit het Milieubeleidsplan. De modules voor de milieuaspecten Geluid / Stilte, Licht en duisternis, Luchtkwaliteit en Bodem worden hieronder behandeld. Geluid en stilte Binnen het algemene streven naar zo veel mogelijk rust en stilte is voor het woonklimaat relevant, dat overlast wordt voorkomen. Dit betekent onder meer dat nieuwe wegen op voldoende afstand van woningen worden gesitueerd en dat geluidsoverlast door evenementen bijzondere aandacht heeft. Dit aspect is nader behandeld in paragraaf 5.6. Licht en duisternis De algemene doelstelling van de gemeente is om slechts te verlichten wanneer dit echt nodig is. Dit betekent onder meer dat openbare verlichting, terreinverlichting en veldverlichting zo gericht mogelijk worden ingezet. Dit aspect is nader behandeld in paragraaf 5.11. Luchtkwaliteit De regionale luchtkwaliteit is goed. Het streven is dit zo te houden door autoverkeer zo veel mogelijk te minimaliseren. Dit aspect is nader behandeld in paragraaf 5.4. Bodem Door de kwaliteit van de ondergrond bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium in beeld te brengen, worden toekomstige kosten vroegtijdig in beeld gebracht en kan deze onderdeel uitmaken van de afwegingen.
Dit aspect is nader behandeld in paragraaf 5.8. Uit de beoordeling in de genoemde paragrafen volgt dat het plan geen belemmeringen ondervindt vanuit de aspecten Geluid / Stilte, Licht en duisternis, Luchtkwaliteit en Bodem. Energie-agenda De algemene doelstelling van de Regionale Energie Strategie (RES – Zeeland), die met provincie, gemeenten en andere partijen binnen Zeeland is opgesteld, is een CO2 besparing van 100 Kton en een duurzame energieopwekking van 11 PJ. De algemene doelstelling binnen de gemeentelijke Energie-Agenda is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Specifieke doelstellingen voor 2023 zijn het realiseren van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het huidige gebruik (referentiejaar 2017) en 16% van het energieverbruik wordt duurzaam opgewekt. Stimuleren van duurzame mobiliteit behoort ook tot één van de doelstellingen van de Energie-Agenda. Klimaatadaptatiestrategie In het kader van het nationale deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. Inzet is dat overheden er samen met andere partijen voor gaan zorgen dat schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt.
De overheden gaan, in nauwe samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties, in drie stappen te werk: 'Weten': analyseren wat de gevolgen zijn van klimaatverandering voor de diverse functies in een gebied in de periode tot 2050 (met een doorkijk naar 2100) zijn; 'Willen': concrete doelen stellen voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in de periode tot 2050 en een daarbij passende strategie formuleren; 'Werken': de doelen en de strategie vastleggen in bijvoorbeeld beleidsplannen, wetten en regels en programma's voor uitvoering, beheer en 'groot' onderhoud. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Momenteel wordt er in samenspraak met andere partijen in Zeeland een klimaatadaptatiestrategie opgesteld.
24
Het wordt steeds belangrijker om het regenwater wat er valt te hergebruiken, omdat de kans op schaarste van zoet water steeds groter wordt in de toekomst. Zoetwater bergen voor de landbouw is dan een goede mogelijkheid, naast het gebruik van regenwater voor een grijswatercircuit (onder meer spoelen toiletten). Door klimaatverandering is de verwachting dat er steeds langere perioden van droogte en hitte ontstaan. Zorg voor voldoende opgaande beplanting. Beplanting kan voor schaduw zorgen, maar ook rond de beplanting is door water verdamping uit de plant de lucht koeler. Daarnaast kan beplanting zorgen dat wateroverlast minder wordt, doordat het water opgenomen wordt door de plant, en het water in de bodem opgenomen wordt, waardoor de bodem minder snel uitdroogt. In de buitenruimte worden door de aanplant van bomen en struweel voldoende schaduwrijke gebieden gecreëerd, zodat de recreanten de mogelijkheid hebben om in de schaduw te zitten of staan. Uit de waterparagraaf (zie paragraaf 5.9) volgt dat er sprake is van een goede waterhuishouding, waardoor wateroverlast wordt voorkomen. Kringloopeconomie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren.
Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. De landelijk doelstelling is om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is bij te dragen aan een economisch systeem waarbij geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. In dit bestemmingplan zijn de relevante beleidsuitgangspunten geborgd via de bouwregels. Ten aanzien van de parkeerbehoefte is een parkeernorm opgenomen die voldoet aan de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme', waarmee is geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
3.7
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het onderhavig plan aansluit bij het beleid zoals hierboven beschreven.
25
Hoofdstuk 4 4.1
Planologisch kader
Inleiding
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de huidige situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van de Kop van Schouwen, waarbinnen het plangebied is gelegen, de functionele en ruimtelijke opbouw ervan en eventuele concrete ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt met onderhavig bestemmingsplan. Hierbij is aangesloten op het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen.
4.2
Historische analyse
4.2.1 Ontstaansgeschiedenis Landschap Het fundament voor het huidige duinlandschap van de Kop van Schouwen is in de Vroege Middeleeuwen gelegd. Hier ontstond een cultuurlandschap, het zogenaamde haaimetenlandschap (een haaimeet is een vlak, begreppeld stuk land omringd door een houtwal), dat in historische bronnen wordt aangeduid als de Oosteren en Westeren Ban van Schouwen. Door een sterke aanvoer van zand vanuit de zee werden tussen 1000 en 1300 de aanwezige oude duinen overstoven, evenals het achterliggende zeekleilandschap. Er vormden zich grote paraboolduinen, die steeds verder naar het oosten schoven. Hierbij ging veel cultuurland van de Westeren Ban verloren. De restanten van deze paraboolduinen liggen nu ten westen van Haamstede. Vanaf de 17de tot en met de 19de eeuw is hier opnieuw zand overheen gestoven waarbij de hoge Meeuwenduinen zijn gevormd. De verstuivingen werden vanaf 1923 aan banden gelegd door de aanplant van Helm en duinbebossing. De boswachterij Westerschouwen, het grootste bosgebied in Zeeland, bestond oorspronkelijk helemaal uit naaldhout, maar vanaf de jaren '70 zijn delen van het bos omgevormd tot loofhout. In de Meeuwenduinen ten noorden van het bos is een gedeelte van het zand nooit vastgelegd, waardoor hier nog opvallend veel stuifplekken voorkomen.
Oostelijk van het bos ligt het kalkarme duingebied het Zeepe, waar door verstuiving tot op de grondwaterspiegel en door uitgraven nieuwe duinvalleien zijn ontstaan. Het noordelijke deel van de Kop van Schouwen heeft de status van een natuurmonument en bestaat uit een smalle zone jonge duinen en een brede strook oudere binnenduinen. Deze gronden werden vroeger als cultuurland (vroongronden) gebruikt voor graanteelt, hakhout en beweiding. De tekenen hiervan zijn nog te zien in de vorm van greppeltjes, walletjes en ploegsporen. Sterke verstuiving en agrarisch gebruik hebben geleid tot een licht geaccidenteerd landschap van lage duinkopjes en ondiepe laagten. Vooral in het oostelijke deel, langs de voormalige Vroonweg, is het natuurlijke reliëf goed behouden. De vroongronden zijn plaatselijk geheel ontkalkt en bestaan uit droge en vochtige graslanden, afgewisseld met wat bosjes. Op veel plaatsen bevindt zich op een diepte van 2-3 meter nog kalkhoudend materiaal in de ondergrond. De diepste valleien krijgen toestroom van grondwater dat in contact staat met deze kalkrijke lagen. Als gevolg van peilverlagingen in het polderland is de grondwaterstand in dit gedeelte van het gebied echter flink verlaagd, wat zijn uitwerking heeft gehad op de vegetatie. Een gedeelte van de vroongronden is afgeplagd om de vegetatie van de duinvalleien te herstellen.