CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Noordzee Residence Renesse Bijlagen bij toelichting Bijlage 9 Natuurtoets - Voortoets

Commissie Ruimte en Economie 9 oktober 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststelling bestemmingsplan Noordzee Residence Renesse (967042)25.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Geluidsverstoring als gevolg van landrecreatie kan optreden wanneer recreanten voor geluidsoverlast zorgen in Natura 2000-gebied. Voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ is gevoeligheid voor verstoring door geluid niet van toepassing, evenals voor de aangewezen habitatsoort groenknolorchis. Gevoeligheid voor geluidsverstoring is voor de noordse woelmuis onbekend en de nauwe korfslak is niet gevoelig voor dit type verstoring. Optische verstoring Optische verstoring als gevolg van het gebruik van de vakantiehuisjes (lees: op de locatie zelf) speelt een rol voor het noordelijke deel van het plangebied dat dichtbij de ‘Kop van Schouwen’ ligt. Op basis van de aanwezigheid van tussenliggende elementen tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ namelijk de Kabbelaarsweg en opgaande vegetatie met houtopstanden kan optische verstoring als gevolg van het gebruik van de vakantiehuisjes worden uitgesloten. Optische verstoring als gevolg van afgeleid recreatief gebruik kan optreden wanneer recreanten zich in de directe omgeving van gevoelige natuurwaarden begeven, bijvoorbeeld door het gebruik van de faciliteiten op het te realiseren recreatiepark zelf of door het maken van een tocht langs gevoelige natuurwaarden. Alle aangewezen habitattypen van het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn gevoelig voor optische verstoring.

De gevoeligheid voor optische verstoring is onbekend voor de noordse woelmuis, de nauwe korfslak is niet gevoelig voor dit type verstoring en voor de groenknolorchis is gevoeligheid voor optische verstoring niet van toepassing. Vermesting en verzuring door stikstofdepositie Met het oog op de mogelijke effecten van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie in de gebruiksfase is een stikstofberekening uitgevoerd met behulp van de meest actuele versie van AERIUS (AERIUS Calculator 2022). De resultaten van deze berekeningen zijn opgenomen in een afzonderlijke rapportage (Antea Group, 2022 in prep.). De berekeningen laten zien dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie (depositie maximaal 0,00 mol N/ha/jaar) in het naastgelegen Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’. Op basis van de resultaten van deze berekening kunnen effecten van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in de gebruiksfase worden

7

https://www.schouwen-duiveland.nl/over-schouwen-duiveland/genieten-met-uw-hond

Blad 48 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

uitgesloten. Aangezien er op dit Natura 2000-gebied geen depositietoename als gevolg van de gebruiksfase van het voornemen is berekend, kunnen effecten op verder weg gelegen Natura 2000-gebieden ook worden uitgesloten.

7.4.2

Effectbepaling: Afbakening relevante natuurwaarden Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de ligging van de habitattypen van het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ in de (directe) omgeving van het plangebied.

Figuur 7.2: Weergave van de ligging van de habitattypen van Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ in de directe omgeving van het plangebied (AERIUS Calculator en PDOK in QGIS). Rood omlijnd indicatie van de ligging van het plangebied.

Figuur 7.3: Weergave van de ligging van habitattypen in de omgeving van het plangebied (AERIUS Calculator en PDOK in QGIS). Rood omlijnd indicatie van de ligging van het plangebied.

Voor het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ is op het moment van schrijven (nog) geen beheerplan opgesteld. Daarom is voor informatie over de aangewezen habitatsoorten in het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ de PAS-gebiedsanalyse (Provincie Zeeland, 2017) gebruikt. Hierin is het volgende opgenomen:

Blad 49 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Nauwe korfslak In de PAS-gebiedsanalyse wordt aangegeven dat de nauwe korfslak in Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ stikstofgevoelig leefgebied heeft in de vorm van H2160 Duindoornstruwelen, H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) en mogelijk ook in de vorm van Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen. Alleen is vooralsnog onduidelijk of Lg12 in het gebied voorkomt en zo ja, waar het is gelegen (in PAS-gebiedsanalyse Provincie Zeeland (2017) wordt aangegeven dat het volgens Sierdsma et al (2016; in PAS-gebiedsanalyse) aannemelijk is dat het leefgebied Lg12 aanwezig is). De soort is binnen het Natura 2000-gebied op twee locaties aangetroffen, echter heeft nauwelijks bemonstering plaatsgevonden. Belangrijk voor de soort zijn kalk, bodemstrooisel, overgangen van nat naar droog en mos of grasachtige vegetatie. De soort wordt vooral in de strooisellaag in de overgangszone van duindoornstruwelen naar kalkrijke vochtige duinvalleien aangetroffen. Met name plaggen, ten behoeve van grijze duinen (kalkarm) en vochtige duinvalleien, waarbij de strooisellaag wordt verwijderd, kan lokaal een negatief effect hebben op het voorkomen van de nauwe korfslak. Het plaggen gebeurt echter steeds pluksgewijs, zodat dit geen effect op de instandhoudingsdoelstelling voor de nauwe korfslak zal hebben.

Overigens zou afplaggen op lange termijn ook gunstig kunnen zijn voor deze soort omdat hierbij nieuwe overgangszones worden gecreëerd. Daarnaast wordt gestreefd naar functioneel herstel van het systeem, wat gunstig is voor het leefgebied van de nauwe korfslak. Op basis van de habitattypen H2160 en H2190 is in de PAS-gebiedsanalyse een kaart gemaakt van de ligging van potentieel leefgebied van de nauwe korfslak (zie figuur 7.4).

Figuur 7.4: Potentieel leefgebied nauwe korfslak (op basis van de habitattypen H2160 en H2190B) (figuur 31 uit de PAS-gebiedsanalyse Provincie Zeeland, 2017) en inzet figuur 30 uit de PAS-gebiedsanalyse (Provincie Zeeland 2017): Actuele verspreiding van de nauwe korfslak op basis van km-hokken (gebaseerd op waarnemingen uit de periode 2004 – 2010). Grijs: nog niet onderzocht, felgroen: nauwe korfslak aangetroffen (Boesveld et al., 2010). Beide locaties zijn tevens opgenomen in de NDFF) (Provincie Zeeland, 2017).

Groenknolorchis De groenknolorchis komt lokaal in het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen voor. De soort komt alleen voor in de ‘Buiten Verklikker’ in het habitattype H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) (Provincie Zeeland, 2017) (zie figuur 7.5).

Blad 50 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 7.5: Locatie groeiplaats groenknolorchis (figuur 29 uit de PAS-gebiedsanalyse Provincie Zeeland, 2017).

Noordse woelmuis Leefgebied van de noordse woelmuis komt voornamelijk voor op natte ruigere delen van de vochtige duinvalleien. Op drie van de vijf locaties waar potentiële leefgebieden van de soort aanwezig zijn worden geen maatregelen uitgevoerd. Op plaatsen waar maatregelen worden uitgevoerd is sprake van een tijdelijk negatief effect van verstoring, maar dat heeft geen negatieve effecten voor de populatie (Provincie Zeeland, 2017). Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ In het beheerplan van het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ worden de volgende knelpunten en aandachtspunten voor de aangewezen natuurwaarden in het gebied benoemd (RWS, 2016): Habitattypen Voor de habitattypen Permanent overstroomde zandbanken, zilte pionierbegroeiingen, zeevetmuur; embryonale duinen en schorren en zilte graslanden worden in het beheerplan de volgende knelpunten en/of aandachtspunten benoemd: Tabel 7.6: Overzicht knelpunten en aandachtspunten habitattypen uit het beheerplan ‘Voordelta’ (tabel 4.2 uit RWS, 2016).

Tabel 7.7: Overzicht knelpunten en aandachtspunten habitattypen uit het beheerplan ‘Voordelta’ (tabel 4.4 uit RWS, 2016).

Knelpunten en aandachtspunten voor de aangewezen habitattypen hebben slechts deels samenhang met recreatie. Alleen voor het habitattype embryonale duinen (H2110) is een gebrek aan rust een knelpunt of aandachtspunt waardoor de kwaliteit van het habitattype niet optimaal is. Het habitattype embryonale duinen (H2110 en zoekgebied embryonale duinen ZGH2110) van Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ komt niet voor langs de kustlijn ter hoogte van Renesse (habitattypenkaart uit AERIUS Calculator 2022). Langs deze kustlijn komen ook geen zilte

Blad 51 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

pionierbegroeiingen (H1310A en H1310B), slijkgrasvelden (H1320), buitendijkse schorren en zilte graslanden (H1330A) voor. Effecten van verstoring door landrecreatie op deze habitattypen van Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ kunnen zodoende worden uitgesloten. Viseters Viseters bevinden zich met name op de zandplaten en komen slechts in beperkte mate direct langs de kustlijn van Renesse voor. Tabel 7.8: Overzicht knelpunten en aandachtspunten viseters uit het beheerplan Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (tabel 4.10 uit RWS, 2016).

Figuur 7.6: Actuele verspreiding viseters (2009-2011) uit het beheerplan Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (Figuur 4.13 uit RWS, 2016).

Bodemdiereters (op zee) De bodemdiereters op zee bevinden zich ook veelal op de slikken en platen en komen slechts in beperkte mate direct langs de kustlijn van Renesse voor.

Blad 52 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Tabel 7.9: Overzicht knelpunten bodemdiereters (op zee) uit het beheerplan Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (tabel 4.12 uit RWS, 2016).

Figuur 7.7: Actuele verspreiding bodemdiereters (op zee, 2009-2011) uit het beheerplan Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (Figuur 4.14 uit RWS, 2016).

Bodemdiereters (op slikken) De aangewezen soorten bodemdiereters (op slikken) ondervinden problemen van onvoldoende rust wat slechts ten dele direct gerelateerd is aan verstoring. Het onvoldoende naleefgedrag vormt één van de knelpunten, naast dat het rustgebied te klein is en niet optimaal is ingericht. De steenloper loopt het risico op verlies van foerageergebied door zandsuppleties op strekdammen (RWS, 2016). Vooral bij de Brouwersdam zijn bodemdiereters (op slikken) veel waargenomen. Deze locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van het plangebied.

Blad 53 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Tabel 7.10: Overzicht knelpunten bodemdiereters (op slikken) uit het beheerplan Natura 2000gebied ‘Voordelta’ (tabel 4.14 uit RWS, 2016).

Figuur 7.8: Actuele verspreiding bodemdiereters (op de slikken, 2009-2011) uit het beheerplan Natura 2000gebied ‘Voordelta’ (Figuur 4.15 uit RWS, 2016).

Planteters en alleseters De soorten planteters en alleseters in het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ bevinden zich voornamelijk in de buurt van de Brouwersdam. Aandachtspunt voor de soorten smient, wintertaling en slobeend is dat de aantallen ruim onder het doelaantal liggen (RWS, 2016). Tabel 7.11: Overzicht knelpunten bodemdiereters (op slikken) uit het beheerplan Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (tabel 4.16 uit RWS, 2016).

Figuur 7.9: Actuele verspreiding planteters en alleseters (op de slikken, 2009-2011) uit het beheerplan Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (Figuur 4.16 uit RWS, 2016).

Blad 54 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Zeehonden en trekvissen Zeehonden en trekvissen zijn watergebonden soorten. Zeehonden maken gebruik van de zandplaten bij Middelplaat, Bollen van de Ooster en Hinderplaat als vaste rustplaatsen. Deze locaties ondervinden geen hinder van landrecreatie en de landrecreatie heeft ook geen invloed op de trekvissen. Effecten op deze soorten kunnen worden uitgesloten.

7.4.3

Effectbeoordeling Aanlegfase en gebruik vakantiehuisjes Optische verstoring, geluidsverstoring en verstoring door trilling Optische verstoring en geluidsverstoring kunnen optreden in de aanlegfase en in de gebruiksfase. Verstoring door trilling kan optreden in de aanlegfase. Effecten van deze storingsfactoren zijn specifiek van toepassing op het noordelijke deel van het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’. De effecten in de aanlegfase zijn slechts eenmalig en tijdelijk van aard en worden reeds beperkt door de bestaande afscherming langs de Kabbelaarsweg. Om effecten in de gebruiksfase te voorkomen is het belangrijk dat bij de aanleg van de vakantiehuisjes een bufferzone tussen de te realiseren vakantiehuisjes en het Natura 2000gebied ‘Kop van Schouwen’ wordt gehanteerd en ingericht. Deze bufferzone wordt gerealiseerd in aanvulling op de reeds bestaande afscherming langs de Kabbelaarsweg. Deze bufferzone heeft een breedte van 20 à 30 meter en is voorzien van een afschermende wintergroene beplanting van tenminste 5 meter breed en 3 meter hoog. Verdroging De habitattypen duindoornstruwelen, kruipwilgstruwelen, duinbossen en blauwgraslanden van het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn gevoelig voor verdroging. De habitattypen vochtige duinvalleien en de habitatsoorten noordse woelmuis, groenknolorchis en nauwe korfslak zijn zeer gevoelig voor verdroging.

In figuur 7.12 is de ligging van de volgens de effectenindicator verdrogingsgevoelige habitattypen weergegeven. Het habitattype H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos ligt dichtbij het plangebied (op ca. 25 meter afstand). Het habitattype H2180C Duinbossen (binnenduinrand) ligt op een afstand van ca. 85 meter. Het meest dichtbij gelegen habitattype H2190A Vochtige duinvalleien (open water) ligt op een afstand van omstreeks 255 meter. Vochtige duinvalleien, welke geschikt habitat vormen voor de noordse woelmuis en de groenknolorchis, zijn zeer gevoelig voor verdroging. De noordse woelmuis en groenknolorchis welke gebruik maken van dit habitattype zijn daarom ook zeer gevoelig voor effecten van verdroging. Aangezien er in de aanlegfase geen bemaling wordt toegepast en bij de inrichting geen drainage wordt aangebracht, worden geen effecten van verdroging verwacht. De definitieve beoordeling van mogelijke effecten van verdroging worden beoordeeld in de watertoets.

Blad 55 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 7.10: Weergave van verdrogingsgevoelige habitattypen in de directe omgeving van het plangebied (AERIUS Calculator en PDOK in QGIS). Rood omlijnd indicatie van de ligging van het plangebied.

Recreatie Huidig recreatief gebruik In de directe omgeving van het plangebied zijn verscheidene campings en hotels aanwezig, zoals: • • • • • • • • • • • • •

Camping de Brem Renesse Zeeland Camping de Toekomst Wijde Blick Renesse Molecaten Park Wijde Blick Camping de Oase Fletcher Strandhotel Renesse Urlaub in Renesse Valk 1514 Roompot Vakantiepark Klein Poelland Camping Agri Nova Camping & Beachresort Julianahoeve Beachhouse Renesse Badhotel Renesse Fletcher Landgoed Hotel Renesse

In de huidige situatie is sprake van een verscheidenheid aan campings en hotels in de omgeving van het plangebied (zie figuur 7.11). Naar verwachting zullen de afgeleide recreatieve activiteiten van het nieuwe vakantiepark zich mengen met de bestaande recreatie en niet wezenlijk anders zijn dan de bestaande recreatieve activiteiten.

Blad 56 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 7.11: Impressie van campings en hotels in de omgeving (bron: Google Maps).

Daarnaast zijn er regels omtrent (loslopende) honden op het strand8 welke voor heel SchouwenDuiveland zijn opgesteld: • Buiten de bebouwde kom mag uw hond loslopen tenzij dit voor een gebied anders is bepaald en er rekening wordt gehouden met de Wet Natuurbescherming; • Uw hond mag los op het strand en in zee van oktober tot en met april. Van 1 mei tot 1 oktober mag dat beperkt: tussen 19.00 uur en 10.00 uur. Specifiek op het Verklikkerstrand geldt vanaf 1 april tot en met 15 september een aanlijngebod gedurende de hele dag en nacht. Ook in de zomermaanden is uw hond welkom op het strand echter wel aangelijnd. Voor het Natura 2000-gebied Voordelta is een beheerplan opgesteld en een toegangsbeperkingsbesluit (TBB) vastgesteld. Door middel van het TBB zijn rustgebieden aangewezen en zijn activiteiten gedurende het jaar of bepaalde perioden verboden. De ‘Middelplaat’ en ‘Bollen van de Ooster’ zijn uitgaande van het plangebied de dichtstbijzijnde platen van Natura 2000-gebied ‘Voordelta’. Voor deze platen zijn restricties vastgesteld (zie figuur 7.11). Landrecreatie heeft geen invloed op deze platen. Daarnaast gelden bovengenoemde regels omtrent (loslopende) honden op het strand.

8

https://www.schouwen-duiveland.nl/over-schouwen-duiveland/genieten-met-uw-hond.

Blad 57 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 7.12: Kaart Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ (via Documenten Voordelta - Natura 2000 Rijkswaterstaat (rwsnatura2000.nl) https://www.rwsnatura2000.nl/gebieden/voordelta/vd_documenten/default.aspx#folder=1618127).

Oppervlakteverlies, verstoring door mechanische effecten, optische verstoring, geluidsverstoring en verontreiniging Indien recreanten in de gebruiksfase buiten de paden treden, kan sprake zijn van verstoring door mechanische effecten. De natuurwaarden van Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ bevinden zich met name op slikken en platen en in de buurt van de Brouwersdam (zie paragraaf 7.4.2). De gebieden met beschermde natuurwaarden zijn gedurende het jaar of een bepaalde periode van het jaar afgesloten voor recreanten ofwel mogen bepaalde activiteiten in specifieke gebieden niet worden uitgeoefend. Wat betreft landrecreatie zijn er geen habitattypen aanwezig langs de kustlijn van Renesse die directe effecten van een strandwandeling zouden kunnen ondervinden. In de huidige situatie is reeds sprake van intensief recreatief medegebruik in verband met de aanwezigheid van hotels en campings in de omgeving van het plangebied. Het planvoornemen zal niet leiden tot een wezenlijke verandering of toename van het recreatief gebruik in het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’.

Ervan uitgaande dat de toekomstige recreanten zich houden aan de regels en zich niet wezenlijk anders zullen gedragen dan de recreanten in de bestaande situatie, kunnen significante effecten in de vorm van oppervlakteverlies, verstoring door mechanische effecten, optische verstoring, geluidsverstoring en verontreiniging worden uitgesloten.

7.5

Conclusie toetsing Natura 2000 In de Voortoets zijn de effecten van het planvoornemen bepaald en beoordeeld. De aanlegfase van het planvoornemen leidt mogelijk tot effecten op het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’. De gebruiksfase van het planvoornemen leidt mogelijk tot effecten op het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’.

Blad 58 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Aanlegfase In de aanlegfase is mogelijk sprake van effecten van stikstofdepositie, optische verstoring, verstoring door trillingen, geluidsverstoring en verdroging. Op basis van de resultaten van de stikstofberekening kunnen effecten van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase van het planvoornemen worden uitgesloten. Wat betreft optische verstoring, verstoring door trillingen en geluidsverstoring worden effecten van de aanleg van de vakantiehuisjes reeds beperkt door de bestaande afscherming langs de Kabbelaarsweg. Bovendien zijn de effecten slechts eenmalig en tijdelijk van aard. Significante effecten van deze storingsfactoren kunnen worden uitgesloten. Effecten van verdroging zijn onwaarschijnlijk maar worden definitief beoordeeld in de watertoets. Gebruiksfase In de gebruiksfase is mogelijk sprake van effecten van stikstofdepositie, oppervlakteverlies, verstoring door mechanische effecten, optische verstoring, geluidsverstoring, verontreiniging en verdroging. Op basis van de resultaten van de stikstofberekening kunnen effecten van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van het planvoornemen worden uitgesloten.

Effecten van oppervlakteverlies, verstoring door mechanische effecten, optische verstoring, geluidsverstoring en verontreiniging kunnen worden uitgesloten, omdat het voornemen niet zal leiden tot een wezenlijke toename of verandering van recreatief medegebruik ten opzichte van de huidige recreatie in het gebied. Directe effecten van het gebruik van de vakantiehuisjes langs de rand van Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ kunnen worden uitgesloten door het hanteren en inrichten van een bufferzone. Effecten van verdroging zijn onwaarschijnlijk maar worden definitief beoordeeld in de watertoets.

Blad 59 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

8

Bronnen Antea Group, 2022 in prep. Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017. Kennisdocument XX Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Provincie Zeeland, 2017. Gebiedsanalyse Kop van Schouwen. 15-12-2017. RWS, 2016. Beheerplan Natura 2000 Voordelta 2015-2021. Beheerplan februari 2016.

Overig: AERIUS Calculator 2022 NDFF PDOK in QGIS Website LNV www.natura2000.nl https://www.rwsnatura2000.nl/gebieden/voordelta/vd_documenten/default.aspx#folder=16181 27 Effectenindicator via: https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 https://www.schouwen-duiveland.nl/over-schouwen-duiveland/genieten-met-uw-hond Aequator Groen & Ruimte, Stichting Probos, Geofoxx milieu expertise. (2019). Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen. Ede: Aequator Groen & Ruimte, Stichting Probos, Geofoxx milieu expertise. Opgehaald van https://bestrijdingduizendknoop.nl/protocol/ BIJ12. (2017). Kennisdocument heikikker. Leidseveer: BIJ12. BIJ12. (2017a). Kennisdocument Huismus. Leidseveer: BIJ12. BIJ12. (2017b). Kennisdocument Gierzwaluw. Leidseveer: BIJ12. BIJ12. (2017c). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Leidseveer: BIJ12 . BIJ12. (2017e). Kennisdocument Noordse woelmuis. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2017g). Kennisdocument rugstreeppad. Utrecht: BIJ12. Opgehaald van BIJ12.nl. Buro ruimte & groen. (2009). BOMENBELEIDSPLAN GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND. Borselle: Buro ruimte & groen. Gemeente Schouwen-Duiveland. (2021). BOMEN OP SCHOUWEN-DUIVELAND DIE OPGENOMEN ZIJN IN HET LANDELIJK REGISTER VAN. Opgehaald van https://www.schouwen-

Blad 60 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

duiveland.nl: file:///C:/Users/d17891/Downloads/overzicht_monumentale_bomen_PDF-A%20(1).pdf Zoogdierenvereniging. (2021). Noordse woelmuis. Opgehaald van Zoogdierenvereniging.nl: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/noordse-woelmuis

Blad 61 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Bijlagen

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam

Amfibieën

Dagvlinders

Haften

boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

bever

kamsalamander

Zoogdieren

knoflookpad

landzoogdieren lynx

rugstreeppad

noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Libellen

Nachtvlinders

Reptielen

ingekorven vleermuis

gestreepte waterroofkever

Zoogdieren

kleine dwergvleermuis

juchtleerkever

vleermuizen

kleine hoefijzerneus

vermiljoenkever

laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

grijze dolfijn

Sporenplanten tonghaarmuts kleine vlotvaren

Vissen Weekdieren

Zaadplanten

hazelmuis

steur

kleine zwaardwalvis

Zoogdieren zeezoogdieren

narwal orka

houting

tuimelaar

bataafse stroommossel

witflankdolfijn, witsnuitdolfijn

platte schijfhoren

noordse vinvis, potvis

liggende raket, zomerschroeforchis

butskop

drijvende waterweegbree

dwergvinvis

groenknolorchis

griend, witte dolfijn

kruipend moerasscherm

spitsdolfijn van gray

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep

Amfibieën

Nederlandse naam

Soortgroep

Nederlandse naam

Alpenwatersalamander

Beekdonderpad

Bruine kikker*

Beekprik

Gewone pad*

Elrits

Kleine watersalamander*

Europese rivierkreeft

Meerkikker*

Vissen

Gestippelde alver

Middelste groene kikker*

Grote modderkruiper

Vinpootsalamander

Kwabaal

Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder

Aardmuis*

Bruin dikkopje

Boommarter

Bruine eikenpage

Bosmuis*

Donker pimpernelblauwtje

Bunzing**

Duinparelmoervlinder

Damhert

Gentiaanblauwtje

Das

Grote parelmoervlinder

Dwergmuis*

Grote vos

Dwergspitsmuis*

Grote vuurvlinder

Edelhert

Grote weerschijnvlinder

Eekhoorn

Iepenpage

Egel*

Dagvlinders Kleine heivlinder

Eikelmuis

Kleine ijsvogelvlinder

Gewone bosspitsmuis*

Kommavlinder

Gewone zeehond

Pimpernelblauwtje

Grote bosmuis

Sleedoornpage Spiegeldikkopje

Reptielen

Libellen

Grijze zeehond

Zoogdieren

Haas*

Veenbesblauwtje

Hermelijn**

Veenbesparelmoervlinder

Huisspitsmuis*

Veenhooibeestje

Konijn*

Veldparelmoervlinder

Molmuis

Zilveren maan Adder

Ondergrondse woelmuis*

Hazelworm

Rosse woelmuis*

Levendbarende hagedis

Steenmarter

Ringslang

Tweekleurige bosspitsmuis*

Beekkrombout

Veldmuis*

Bosbeekjuffer

Veldspitsmuis*

Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel

Vos* Waterspitsmuis

Gewone bronlibel

Wezel**

Hoogveenglanslibel

Wild zwijn

Kempense heidelibel

Woelrat*

Speerwaterjuffer

Ree*

Kevers

Vliegend hert

Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort

Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht

Noord- ZuidNoordFlevoland Zeeland Limburg Holland Holland Brabant

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

x

x

x

x

x

x

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x x

Eekhoorn

(*)

Egel

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Hazelworm

(**)

Hermelijn

x

x

x

x

x

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Levendbarende hagedis Meerkikker

x (***)

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Molmuis

x

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

(****)

x

x

Wild zwijn Woelrat

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

(*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017)

x

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep

Planten

Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk

Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.

Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).

Ontheffingsgronden

1 2

3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.

Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.

Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.

Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.

Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen).

Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM T. +31 6 22990312 E. stephan.hammink@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13029402/1