CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjarenbegroting Obase 2022-2025 DEF

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meerjarenbegroting OBASE 2021-2025

Procedure: Voorgenomen besluit CvB Verstuurd naar RvT en GMR Auditcommissie GMR Auditcommissie RvT Advies GMR: positief Goedkeuring RvT

23-11-2020 23-11-2020 1-12-2020 10-12-2020 7-12-2020 10-12-2020

0

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1

Inleiding

2

Hoofdstuk 2

Opbouw meerjarenbegroting

3

Hoofdstuk 3

Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s

4

Hoofdstuk 4

Meerjarenbegroting 2021-2025

9

Hoofdstuk 5

Financiële positie

13

1

1.

Inleiding

Dit document bevat de meerjarenbegroting van OBASE voor de jaren 2021-2025. In deze meerjarenbegroting geeft het bestuur inzicht in de beleidskeuzes die er gemaakt zijn voor de komende jaren met inachtneming van de vastgestelde uitgangspunten en de geïdentificeerde risico’s. Eens in de vier jaar worden de uitgangspunten vastgesteld (op basis van het koersplan). Daarnaast worden jaarlijks de risico’s geanalyseerd en de bekostigingsgegevens, zoals leerlingprognoses, bijgesteld. Hierdoor kan jaarlijks een aangepaste meerjarenbegroting door het bestuur worden verstrekt. Deze meerjarenbegroting maakt onderdeel uit van de planning- en controlcyclus van OBASE en heeft in principe een levensduur van 4 jaar.

2

2.

Opbouw meerjarenbegroting

In deze meerjarenbegroting ligt de focus op de beleidskeuzes en de verdeling van de beschikbare middelen. In overleg met de directeuren van de scholen worden jaarlijks de begrotingen van de scholen opgesteld, rekening houdend met de beschikbare middelen. De schoolbegrotingen worden door het bestuurskantoor gecontroleerd en na bespreking als taakstellend budget met de schooldirectie overeengekomen. Ten grondslag aan deze meerjarenbegroting ligt een aantal documenten. Deze documenten zijn leidend geweest voor het opstellen van deze meerjarenbegroting. De gebruikte documenten zijn: • Koersplan “Samenscholen met Obase 2018-2026” • (Meerjaren) bestuursformatieplan OBASE 2020-2021 • Meerjareninvesteringen (ICT, Leer- en hulpmiddelen, meubilair) • Meerjarenonderhoudsplan gebouwen van april 2020 • De jaarrekening OBASE 2019 • Begroting OBASE 2020 en 2021

3

3.

Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s

Het bestuur wil met deze meerjarenbegroting duidelijk maken dat het verantwoord omgaat met de middelen die door de overheid (rijk en lokaal) beschikbaar worden gesteld. Verantwoord betekent dat wij enerzijds de beschikbare middelen niet (onnodig) oppotten en anderzijds trachten het weerstandsvermogen van OBASE (ook in deze tijd van bezuinigingen en leerlingdaling) binnen de toegestane marges te houden voor een goede toekomst. In dit hoofdstuk wordt een aantal uitgangspunten behandeld en toegelicht die zijn gebruikt bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Daar waar van toepassing zijn tevens de financiële risico’s benoemd.

3.1

Koersplan Obase

In het koersplan van Obase zijn vier speerpunten opgenomen. In de begroting is rekening gehouden met de uitvoering hiervan. Hieronder worden deze kort toegelicht. 3.1.1. Speerpunt 1: Hoe maken we ons onderwijs toekomstbestendig? 3.1.1.1. Domein kwalificatie Op alle Obase scholen wordt gepersonaliseerd onderwijs het uitgangspunt van ons handelen. We hebben in 2019 gekozen hier invulling aan te geven door gebruik te maken van de digitale platforms Gynzy en Snappet. Daarnaast zijn alle leerlingen van Obase uitgerust met een device in de vorm van een Chromebook of tablet. In 2021 zal een verdere verdieping in het gebruik van deze platformen plaatvinden om het gepersonaliseerd onderwijs verder vorm te geven. 3.1.1.2. Domein persoonsvorming In schooljaar 2019-2020 heeft een groot deel van het onderwijspersoneel deelgenomen aan een introductiescholing persoonsvorming (The Move). Deze scholing wordt in 20121 herhaald voor degenen die dit nog niet hebben gevolgd. Daarnaast komt er een vervolg op deze scholing: Persoonsvorming 2. Ook gaat een werkgroep/ontwikkelteam zich buigen over het ontwikkelen van een toolkit voor in de klas. Voor de scholing op het domein persoonsvorming zal externe inhuur worden ingezet. Het verder uitnutten van de platforms gepersonaliseerd onderwijs zal vanuit taakuren personeel tot stand komen. 3.1.2.

Speerpunt 2: Hoe zorgen we voor onze leerkrachten? De scholing en persoonlijke ontwikkeling op het domein persoonsvorming heeft een tweeledig effect, het is 1) toe te passen in de klas, maar vergroot 2) ook het werkgeluk, de passie en de weerbaarheid van de leerkracht zelf. Daarnaast worden extra middelen die binnenkomen (zoals extra kleine scholentoeslag, werkdrukmiddelen) structureel ingezet op schoolniveau om de werkdruk te verlagen. 3.1.3. Speerpunt 3: Wat doen we met onze schoolgebouwen? In 2021 lopen drie IHP-projecten, namelijk nieuwbouw de Meie, project Regioschool Cluster West en (nieuw) Regioschool Cluster Oost. Voor de twee regioschoolprojecten worden teambijeenkomsten gehouden over het inhoudelijke regioschoolconcept. Dit valt binnen de begroting van Obase door middel van taakuren. De werkzaamheden die buiten de onderwijsinhoud vallen, worden bekostigd uit het budget “Voorziening procesgelden huisvesting” van de gemeente Schouwen-Duiveland.

4

3.1.4. Speerpunt 4: Met welke organisaties kunnen we samenwerken? Voor samenwerking in de vorm van een Integraal Kind Centrum (IKC) wordt een werkgroep geformeerd die een plan van aanpak gaat opstellen over de invoering van een IKC binnen Obase. Deelname aan de werkgroep wordt gedaan vanuit de taakuren personeel.

3.2

Begroting 2021

De begroting 2021 wordt in december 2020 aan de Raad van Toezicht voorgelegd, waarbij de Raad van Toezicht goedkeuring geeft tot uitvoering van deze begroting door het bestuur.

3.3

Indexering

De meerjarenbegroting is opgesteld zonder indexering. Reden hiervoor is dat ervan uit wordt gegaan dat premiewijzigingen en wijziging in regelgeving worden gecompenseerd. Ook vindt jaarlijks indexering plaats op de rijksbijdrage materiële instandhouding.

3.4

Leerlingprognose

De leerlingaantallen vormen de basis van de bekostiging. Voor 2021 is uitgegaan van de gerealiseerde teldatum per 1-10-2020. De leerlingaantallen voor de jaren 2021 tot en met 2024 zijn geprognosticeerd op basis van het huidige leerlingenbestand en de leerlingprognoses ontvangen van de gemeente Schouwen-Duiveland (opgesteld door bureau Pronexus). Het leerlingaantal per t-1 geldt voor het schooljaar t. Daarom zijn de leerlingprognoses gemaakt tot en met 2024 omdat deze telling geldt voor het schooljaar 2025-2026. Realisatie: 1-10-2019 Obs Duiveland 102 Obs Theo Thijssen 245 Obs De Oosterburcht 82 Obs 't Kofschip 145 Obs De Schoener 40 Obs Binnen de Veste 195 Obs Stapelhof 71 Obs De Klimop 65 Obs De Kirreweie 109 Obs De Meerpaal 140 totaal basisscholen 1194 SBO De Meie 50 totaal Obase 1244 Mutatie

Prognose: 1-10-2020 108 257 79 137 42 186 67 68 107 138 1189 52 1241

1-10-2021 97 267 87 148 35 191 67 62 110 142 1206 50 1256

1-10-2022 91 264 87 142 39 183 62 56 103 137 1164 50 1214

1-10-2023 93 275 92 148 35 168 59 58 105 147 1180 50 1230

1-10-2024 88 280 98 154 40 168 61 59 106 143 1197 50 1247

-3

15

-42

16

17

Deze prognose is in de meerjarenbegroting 2021-2025 verwerkt.

Met de telling van 1-10-2022 wordt een forse daling verwacht, daarna gaat het leerlingaantal weer stabiliseren. Deze forse daling heeft pas effect op schooljaar 2023-2024, zijnde effect in de kalenderjaren 2023 en 2024.

5

3.5

Uitgangspunten ten aanzien van de baten

3.4.1 Rijksbijdrage Personele bekostiging De personele bekostiging is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021 gepubliceerd in de Staatscourant van oktober 2019. De personele bekostiging gaat naar de formatie van de scholen, waarbij een afdracht wordt gerekend voor frictie, duurzame inzetbaarheid, eigen rekening A-pool en bovenschoolse medewerkers.

3.4.2 Personeels- en arbeidsmarktbeleid De rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021 gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. In de rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is de bijdrage van € 251 per leerling voor het tegengaan van werkdruk opgenomen. Voor Sbo-school De Meie is deze bijdrage € 377 conform de Staatscourant. Met de formatieplanning bepalen de scholen hun inzet van deze middelen.

3.4.3 Materiële instandhouding De materiele instandhouding is berekend op basis van de normen van de materiële instandhouding over 2021.

3.4.4 Rijksbijdrage Prestatiebox De middelen van de prestatiebox moeten besteed worden voor het realiseren van de afspraken ten aanzien van de vier actielijnen uit het bestuursakkoord en in het kader van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Binnen Obase worden de middelen besteed aan versterking cultuureducatie, het hoogbegaafdheidsonderwijs, kwaliteit en opbrengstgericht werken, het eventuele restant voor de bekostiging van de personele lasten voorvloeiend uit de formatie.

3.4.5 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Op 1 augustus 2016 is basisschool ’t Stoofje te Ouwerkerk opgeheven en samengegaan met basisschool Duiveland te Nieuwerkerk. Vanwege deze samenvoeging heeft het ministerie een bijdrage toegekend van zes schooljaren. In schooljaar 2021-2022 zal voor de laatste keer deze bijzondere bekostiging ontvangen worden. Jaarlijks was dit een bedrag van circa € 180.000. Het wegvallen van deze inkomsten zal vanaf 2022 opgevangen moeten worden.

3.4.6 Bijzondere bekostiging wegens opvang vreemdelingen Bijzondere bekostiging kan aangevraagd worden bij het ministerie OCW als de stichting leerlingen heeft die korter dan 1 jaar in Nederland wonen en de vreemdelingenstatus hebben. Ook kan bekostiging aangevraagd worden voor leerlingen met een vreemdelingenstatus die tussen 1 en 2 jaar in Nederland wonen. Voor de aanvragen van de bekostiging zijn specifieke eisen gesteld. Indien deze middelen worden ontvangen, worden ze aangewend ter dekking van de kosten van het Taalexpertisecentrum.

3.4.7 Rijksbijdrage eenmalig In de meerjarenbegroting is geen rekening gehouden met eenmalige subsidies. Bij toekenning van dergelijke subsidies zal de verantwoording resultaatneutraal verlopen.

3.4.8 Bijdragen vanuit SWV Passend Onderwijs Obase ontvangt bijdragen vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 en bijdragen van de Stichting Auris.

6

Voor bijdrage in de interne zorgstructuur keert het samenwerkingsverband Kind op 1 een vergoeding van € 80 per leerling uit. Vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 kunnen zorgarrangementen worden ontvangen voor de cluster 3 en 4-leerlingen. Vanaf 2019-2020 is de bekostiging vanuit Kind op 1 veranderd. Er zal vooraf een bedrag per leerling worden toegekend waarmee de ondersteuning binnen de scholen geregeld dient te worden. Het samenwerkingsverband heeft een overgangsregeling opgesteld, waarbij de bijdrage per leerling uiteindelijk naar € 64 per leerling zal uitkomen. Aanvragen voor zware ondersteuning kunnen nog steeds op basis van open-einde-regeling bij het samenwerkingsverband gedaan worden. Vanaf 2021 zal vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 een bijdrage voor het hoogbegaafdheidsonderwijs verstrekt worden. Bij de organisatie Auris kunnen zorgarrangementen worden aangevraagd voor cluster 2-leerlingen.

3.4.9 Overige baten Vanaf 2018 heeft Obase een samenwerking met Stichting OcTHO op het gebied van de financiële administratie en de personeels- en salarisadministratie. Onderling zijn afspraken gemaakt over de verrekening van kosten. Onder de overige baten is de bijdrage van OcTHO opgenomen. De kosten van het Taalexpertisecentrum worden gezamenlijk gedragen door de scholen van Schouwen-Duiveland en de gemeente Schouwen-Duiveland. Obase ontvangt als penvoerder hiervoor de bijdragen van de andere scholen van het eiland.

3.5 Uitgangspunten ten aanzien van de lasten 3.5.1 Personele lasten In de begroting zijn de personele lasten gebaseerd op het huidige personeelsbestand. Verondersteld is dat eventuele premiestijgingen worden gecompenseerd door het ministerie door aanpassing van de lumpsumbedragen. Compensatie van de personele lasten gebeurt op basis van de referentiesystematiek. De referentiesystematiek houdt in dat de ontwikkeling van de arbeidskosten in de marktsector wordt door vertaald naar de collectieve sector, waar het primair onderwijs onder valt. Daarnaast is rekening gehouden met de jaarlijkse stijging in schaalindeling, zolang het maximum van het personeelslid niet is bereikt. In de begroting zijn de personele lasten gepresenteerd o.b.v. het formatieplan 2020-2021 en doorgetrokken naar de volgende begrotingsjaren. Hierbij wordt uitgegaan van de regel dat de personele inkomsten gelijk zijn aan de personele uitgaven. Indien dit niet het geval is, wordt gekeken naar het natuurlijk verloop en de grootte van de vervangingspool om de personele lasten te laten dalen. Gezien het lerarentekort is het streven om voldoende fte in de vervangingspool te houden, om zoveel mogelijk ziektegevallen op te kunnen vangen. Daarnaast is de verwachting dat het huidig personeel niet tot de AOW-datum doorwerkt, gemiddeld genomen gaan personeelsleden met 65 jaar met pensioen.

Om knelpunten gedurende het kalenderjaar op te kunnen vangen, is jaarlijks rekening gehouden met € 50.000 aan onvoorziene personele lasten.

3.5.2 Afschrijvingen Bij de afschrijvingen is rekening gehouden met vervangingsinvesteringen.

7

3.5.3 Huisvestingslasten Het buitenonderhoud en aanpassing van schoolgebouwen is vanaf 1 januari 2015 een taak van het schoolbestuur. Voor het buitenonderhoud vormt Obase een voorziening om de onderhoudslasten gelijkmatig in de exploitatie te laten verlopen. Hierbij is rekening gehouden met revitalisatie en nieuwbouw van schoolgebouwen zoals verwoord in het nieuwe Integraal Huisvestingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland van oktober 2017.

3.5.4 Overige instellingslasten Onder de overige instellingslast zijn onder andere de jaarlijkse verbruiksmaterialen voor leermiddelen opgenomen. In 2020 was een bedrag van € 16.000 voor het uitvoeren van een tevredenheidsonderzoek opgenomen. Dit is niet doorgegaan, en zal in 2021 plaatsvinden. Het tevredenheidsonderzoek wordt 2-jaarlijks uitgevoerd. Als deze cyclus gevolgd wordt, betekent dit extra kosten in de jaren 2021, 2023, 2025. Dit is zo in de meerjarenbegroting verwerkt.

3.5.5 Financiële baten Gezien het rentepercentage op uitstaande middelen een negatieve rente heeft voor middelen boven de € 500.000 zijn geen rentebaten opgenomen.

3.5.6 Financiële lasten Bij de financiële lasten zitten de rentelasten van de lease van de touchscreens.

3.6 Risico’s 3.6.1 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging De samenvoeging van ’t Meetje met De Schoener heeft per 1-8-2015 plaatsgevonden. In eerste instantie was een bijzondere bekostiging wegens samenvoeging vanaf schooljaar 2015-2016 toegekend. In juni 2018 was een terugvordering ingesteld door de inspectie OCW omdat de inspectie van mening was dat Obase deze gelden onterecht heeft gekregen. Na een gerechtelijke procedure heeft in november 2019 de rechtbank uitspraak gedaan, waarin Obase in het gelijk gesteld is. In Nederland dienden een aantal gelijksoortige procedures. In januari 2020 werd bekend dat bij een aantal besturen, die in een gelijksoortige situatie zitten als Obase, alsnog bij de Raad van State in het ongelijk werden gesteld. De zaak van Obase moet nog plaatsvinden, maar gezien de uitspraken bij de andere besturen, verwacht Obase dat de rijksbijdrage teruggevorderd zal worden. In de jaarrekening 2019 is deze post als schuld opgenomen en deze bedroeg toen € 586.000. Omdat de bekostiging nog steeds ontvangen wordt, is inmiddels deze schuld opgelopen naar € 768.000. De liquide middelen om deze schuld terug te betalen worden aangehouden, zodat aan de terugbetalingsverplichting kan worden voldaan.

8

4

Meerjarenbegroting 2021-2025

4.1. Meerjarenexploitatie 2021-2025 Op basis van de uitgangspunten is de volgende meerjarenbegroting opgesteld:

Stichting OBASE

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

Baten 1.1 . Rijksbijdrage OCW

9.319.168

9.220.934

9.051.952

9.033.292

9.217.668

1.2.

Overige overheidsbijdragen

53.264

53.264

53.264

53.264

53.264

1.3.

Overige baten

205.584

205.584

205.584

205.584

205.584

1.4.

Vrijval 1e activering mva

22.330

20.967

17.306

15.850

14.174

Totaal baten

9.600.346

9.500.749

9.328.106

9.307.990

9.490.690

2.1.

Personele lasten

7.973.051

7.791.895

7.685.348

7.620.340

7.669.133

2.2.

Afschrijvingen

184.118

190.935

202.006

200.296

187.829

2.3.

Huisvestingslasten

706.065

706.065

706.065

706.065

706.065

2.4.

Overige instellingslasten

764.612

766.174

787.174

766.174

787.174

9.627.846

9.455.069

9.380.593

9.292.875

9.350.201

-27.500

45.680

-52.488

15.115

140.489

Lasten

Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten 3.1.

Financiële baten

0

0

0

0

0

3.2.

Financiële lasten

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

Saldo financiële baten en lasten

-4.500

-4.500

-4.500

-4.500

-4.500

-32.000

41.180

-56.988

10.615

135.989

Exploitatieresultaat

De begroting 2021 heeft een verwacht negatief resultaat van € 32.000. Het bestuursformatieplan 2020-2021, welke in mei 2020 door de GMR is behandeld, resulteert in een tekort van € 55.000. Doordat dit voor een schooljaar besloten is, heeft dit effect op de eerste 7 maanden van 2021. Het 7/12 deel van het tekort is als negatief resultaat in de begroting 2021 opgenomen. In principe wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de inkomsten gelijk zijn aan de uitgaven. Door lagere leerlingaantallen en het aflopen van de regeling samenvoeging scholen zijn de lasten hierop aangepast. Door een grillig verloop in de inkomsten, en het aantrekken van het leerlingaantal in latere jaren, zal over de periode 2021-2025 het totale resultaat € 98.000 positief bedragen. Met name in de jaren 2024 en 2025 wordt dit gerealiseerd. Jaarlijks zal met voortschrijdend inzicht dit beoordeeld worden of de inkomsten en uitgaven nog in de pas lopen.

9

De aanpassingen zijn al verwerkt in de meerjarenbegroting op de personele lasten. Indien deze aanpassingen niet verwerkt worden, betekent dit de volgende resultaten voor de komende boekjaren:

Stichting OBASE Exploitatieresultaat zonder aanpassingen

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

-83.646

-72.862

251.530-

230.885-

55.489

51.646

80.500

80.500

80.500

80.500

33.542

80.500

80.500

80.500

33.542

80.500

80.500

Aanpassingen: Per 1-8-2021 1,0 fte Per 1-8-2022 1,0 fte Per 1-8-2023 1,0 fte Per 1-8-2024 0,0 fte

-

Per 1-1-2025 vacatureruimte 2,0 fte

-161.000

Effect aanpassingen:

51.646

114.042

194.542

241.500

80.500

Begroot exploitatieresultaat

-32.000

41.180

-56.988

10.615

135.989

In 2024 zijn minder inkomsten begroot. Dit heeft twee oorzaken, per 1-10-2022 is er een relatief grotere leerlingdaling (-/- 42) geprognotiseerd en in hetzelfde schooljaar 2021-2022 loopt de rijksbijdrage bijzondere bekostiging samenvoeging ’t Stoofje af. Het exploitatieresultaat zonder aanpassingen is het begrote resultaat op basis van het huidige personeelsbestand. Dit betekent dat personeel wat op natuurlijke wijze de komende jaren afvloeit (bijvoorbeeld door pensionering), aan de lastenkant nog is opgenomen. Dit geeft ten onrechte een indruk dat in de loop van de jaren huidig personeel gedwongen moet afvloeien. Dit gebeurt op basis van natuurlijk verloop. Jaarlijks wordt de formatie in evenwicht gebracht door het aantal groepen aan te passen op het leerlingaantal. Obase houdt de formatie op peil door natuurlijk verloop, het niet automatisch verlengen van tijdelijke aanstellingen en de inzet van de vervangingspool. Dit betekent dat in de jaren 2021 tot en 2023 3,0 fte zal dalen, terwijl in 2025 het personeelsbestand weer met 2,0 fte kan groeien. Met het bestuursformatieplan wordt dit jaarlijks gemonitord.

10

4.2. Meerjarenbalans 2021-2025 In onderstaande balans is de verwerking van de exploitatiebegroting van paragraaf 4.1 meegenomen.

Activa

Begroting 2021

Begroting 2022

Vaste activa

1.526.821

1.525.886

1.488.880

1.453.584

1.465.755

Vlottende activa

1.978.920

1.921.811

1.848.120

1.894.527

2.014.123

Totaal

3.505.741

3.447.697

3.337.000

3.348.111

3.479.878

Passiva

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023 Begroting 2024

Begroting 2025

Reserves

1.108.437

1.128.650

1.054.357

1.049.122

1.170.937

577.304

499.047

462.643

478.989

488.941

Kortlopende schulden

1.820.000

1.820.000

1.820.000

1.820.000

1.820.000

Totaal

3.505.741

3.447.697

3.337.000

3.348.111

3.479.878

Voorzieningen

Begroting 2023 Begroting 2024

Begroting 2025

Onder de materiële vaste activa zijn de verwachte investeringen verwerkt. In deze meerjarenbegroting zijn de volgende investeringen opgenomen. Per begrotingsjaar zal beoordeeld worden of de uitvoering van deze investeringen ook zal plaatsvinden. Vooralsnog zijn de volgende investeringen voor 2021-2025 begroot:

Investeringen

2021

2022

2023

2024

2025

Meubilair

23.000

30.000

10.000

10.000

10.000

Onderwijsmethoden

60.000

50.000

50.000

50.000

50.000

ICT

30.000

35.000

30.000

30.000

65.000

Inventaris en apparatuur

20.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Onderhoud

152.000

70.000

70.000

70.000

70.000

Totaal

285.000

190.000

165.000

165.000

200.000

In de meerjarenbalans zijn ook de dotaties ten laste van de voorzieningen begroot. Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

11

Personele

Voorziening

voorzieningen buitenonderhoud

Totaal voorzieningen

Stand per 1-1-2021

168.298

396.104

564.402

Dotaties

26.800

65.000

91.800

Onttrekkingen

18.300

60.598

78.898

Stand per 31-12-2022

176.798

400.506

577.304

Dotaties

13.500

65.000

78.500

Onttrekkingen

5.000

151.757

156.757

Stand per 31-12-2023

185.298

313.749

499.047

Dotaties

92.200

27.200

65.000

Onttrekkingen

25.800

102.804

128.604

Stand per 31-12-2024

186.698

275.945

462.643

Dotaties

20.900

65.000

85.900

Onttrekkingen

29.400

40.154

69.554

Stand per 31-12-2025

178.198

300.791

478.989

De personele voorzieningen bevatten een voorziening jubilea ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. En een voorziening vanwege sparen van duurzame inzetbaarheid. De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het buitenonderhoud. De voorziening is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplanning. Vierjaarlijks zal een nieuwe schouwing van de gebouwen plaatsvinden, waaruit een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan uit voort vloeit.

12

5

Financiële positie

5.1. Vermogensbeheer Het vermogensbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk solvabiliteit en weerstandsvermogen. De solvabiliteit is de mate waarin voldaan kan worden aan alle verplichtingen. M.a.w. het geeft inzicht in de vraag of Obase voldoende eigen vermogen heeft om op langere termijn voort te bestaan. Dit kengetal kan op twee manieren gezien worden exclusief voorzieningen (solvabiliteit 1) en inclusief voorzieningen (solvabiliteit 2). De streefwaarde die Obase hanteert is 0,50 voor solvabiliteit 2. Obase zit net onder deze streefwaarde. De Inspectie van het Onderwijs heeft als ondergrens 0,30 gesteld. Obase zit ruim boven deze grens. Het weerstandsvermogen wordt uitgerekend door het totaal aan vrij aanwendbare reserves uit te drukken als percentage van de totale exploitatie. Het weerstandsvermogen geeft aan het vermogen om niet-voorziene, tot de reguliere bedrijfsvoering behorende risico’s op te vangen. Bij toepassing en verankering van het risicomanagement in de organisatie en het goed functioneren van de planning & controlcyclus blijven altijd restrisico’s achter. Voor het opvangen van de mogelijke financiële effecten moet de stichting voldoende weerstandsvermogen hebben of opbouwen. In het financieel beleidsplan is een minimumgrens geformuleerd op basis van de risico-analyse van 0,15.

Obase voldoet hierbij niet aan de eigen gestelde norm. De inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringsgrens van kleiner dan 0,05. Obase blijft bij deze signaleringsgrens boven de gestelde norm. Jaarrekening 2019

Prognose 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

signaleringswaarde inspectie

0,41 0,57

0,33 0,49

0,32 0,48

0,33 0,47

0,32 0,45

0,31 0,46

0,34 0,48

nvt < 0,30

0,17

0,13

0,12

0,12

0,11

0,11

0,12

< 0,05

Sol vabi l i tei t 1 Sol vabi l i tei t 2 Weers tands vermogen

5.2. Budgetbeheer Het budgetbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk liquiditeit en rentabiliteit. Het kengetal liquiditeit geeft aan of het bevoegd gezag in staat is op korte termijn alle kortlopende schulden te kunnen betalen. Het kengetal (current ratio) wordt gedefinieerd als: vlottende activa t.o.v. kortlopende schulden. De onderwijsinspectie hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,75. De liquiditeit zal de komende jaren afnemen, maar blijft nog boven deze inspectiegrens. De rentabiliteit geeft de mate aan waarin het weerstandsvermogen op peil kan worden gehouden. Het kengetal wordt gedefinieerd als: resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering t.o.v. baten uit gewone bedrijfsuitvoering. Obase heeft als norm 0 als meer gesteld. De Inspectie van het Onderwijs hanteert voor 1-jarig resultaat een signaleringsgrens van kleiner dan -0,10. Op 2-jarig niveau een grens van kleiner dan -0,05 en op 3-jarig niveau een grens van kleiner dan 0. Obase voldoet aan deze normen.

Li qui di tei t Rentabi l i tei t

Jaarrekening 2019

Prognose 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

signaleringswaarde inspectie

1,44 -0,02

1,17 -0,04

1,09 0,00

1,06 0,00

1,02 0,00

1,04 0,00

1,11 0,01

< 0,75 < -0,10

13

5.3. Treasury

Het beleid rond het beleggen en belenen van middelen is vastgelegd in het treasurystatuut. Volgens dit statuut moet het treasuryplan deel uitmaken van de begrotingsstukken. Het plan bestaat uit de onderwerpen: liquiditeitsprognose, rentevisie van de bank, renterisico, geld- en marktpartijen. De liquiditeitsprognose behorend bij de meerjarenbegroting 2021-2025 is als volgt:

Stichting OBASE

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

9.217.668

Baten 1.1 .

Rijksbijdrage OCW

9.319.168

9.220.934

9.051.952

9.033.292

1.2.

Overige overheidsbijdragen

53.264

53.264

53.264

53.264

53.264

1.3.

Overige baten

205.584

205.584

205.584

205.584

205.584

1.4.

Vrijval 1e activering mva

0

0

0

0

0

Totale inkomsten

9.578.016

9.479.782

9.310.800

9.292.140

9.476.516

2.1.

Personele lasten

7.946.251

7.778.395

7.658.149

7.599.440

7.642.933

2.2.

Afschrijvingen

0

0

0

0

0

2.3.

Huisvestingslasten

641.065

641.065

641.065

641.065

641.065

2.4.

Overige instellingslasten

764.612

766.174

787.174

766.174

787.174

9.351.928

9.185.634

9.086.388

9.006.679

9.071.172

226.088

294.148

224.412

285.461

405.344

Lasten

Totale uitgaven Mutatie liquide middelen excl. financieel saldo Financiële baten en lasten 3.1.

Financiële inkomsten

0

0

0

0

0

3.2.

Financiële uitgaven

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

Saldo financiële inkomsten en uitgaven

-4.500

-4.500

-4.500

-4.500

-4.500

Mutatie liquide middelen nav exploitatie

221.588

289.648

219.912

280.961

400.844

Uitgaven als gevolg van investeringen

285.000

190.000

165.000

165.000

200.000

Uitgaven door onttrekking voorziening

78.898

156.757

128.604

69.554

81.248

-142.310

-57.109

-73.692

46.407

119.596

Mutatie liquide middelen (exploitatie en investeringen)

-

-

De hoofdrekening van Obase is de ABN-AMRO. Op korte termijn overtollige middelen worden op de ABN-AMRO spaarrekening gezet. De rentevisie van de bank is dat de rente over deze middelen 0.0% is, en zelfs een negatieve rente bij een banksaldo van meer dan € 500.000. Het renterisico is niet van toepassing. Er zijn geen leningen bij banken aanwezig. Obase zal middelen niet gaan beleggen in de begrotingsperiode, maar wegzetten op een zakelijke spaarrekening.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9768955/1