CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Mailwisseling provincie, bijlage 28.02.23

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststelling gebiedsvisie Rampweg (807797)2.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2. Provincie Zeeland, geregistreerd 21 december 2022 (zaaknummer 752839)

a.

b.

Samenvatting Provincie verwijst naar de eenheden voor de maatwerklocaties (inleiding blz. 6 en tabel 1). Er is volgens provincie geen vast aantal eenheden besproken en verzocht wordt aan te geven waar deze afspraak is vastgelegd. Gesteld word dat de +15% regel (voor verduurzaming van initiatieven bovenop provinciale regels) in beginsel in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening. Bij ruimere uitbreidingsmogelijkheden binnen een aandachtsgebied moeten alle gebiedspartners het eens zijn met de plannen. Daarnaast blijft het gaan over een beperkte uitbreiding (volgens jurisprudentie wordt daarvoor 20% gehanteerd geeft de provincie aan), bij 30% is daarvan geen sprake. Hoe meer uitbreiding, hoe meer nieuw landschap er in verhouding moet worden gecreëerd. Wanneer het gaat over nieuwvestiging moet er (ook in een aandachtsgebied) sprake zijn van het oplossen van een recreatief knelpunt binnen of buiten het aandachtsgebied.

Beoordeling In de gebiedsvisie is op blz. 6 aangegeven dat het aantal eenheden is afgestemd met de provincie. Het is correct dat dit een tekstuele omissie is. Er zijn hierover geen afspraken vastgelegd met de provincie. Deze zin wordt aangepast in de gebiedsvisie. Door de provincie Zeeland is per e-mail op 14 oktober 2022 aangegeven dat de maximering van 15% eenheden niet geldt voor een aandachtsgebied, omdat deel A (ruimtelijke kwaliteit) van het ontwikkelkader zoals opgenomen in bijlage D onder 1 niet van toepassing is. Ook in de Zeeuwse Kustvisie staat aangegeven dat alleen deel B t/m D van het ontwikkelkader van toepassing is. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is een normatief instrument. Net als een bestemmingsplan moet deze in beginsel heel tekstueel worden toegepast; wat er staat dat geldt. Omdat er in de basis geen maximering in het aantal eenheden zit vanuit de Provinciale Omgevingsverordening 2018, ziet de gemeente niet in waarom de +15% in beginsel in strijd zou zijn met de Provinciale Omgevingsverordening. In deel B t/m D van het ontwikkelkader staat nergens de term ‘beperkte uitbreiding’. Ook in bijlage D onder 2 wordt deze term (of een term of zinsnede die daarop lijkt) niet genoemd. Er wordt daarnaast in de algemeenheid door de provincie Zeeland naar jurisprudentie verwezen, niet naar bepaalde zaaknummers.

De gemeente kan de aard en inhoud van deze jurisprudentie dan ook niet bepalen. In bijlage D onder 2 staat wel het volgende:

‘’Aandachtsgebieden zoals benoemd in artikel 2.10, derde lid zijn gebieden waar de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn. Juist in deze gebieden liggen er kansen om integraal de kwaliteitskust opnieuw te ontwikkelen. De ontwikkeling van aandachtsgebieden gebeurt op basis van een gezamenlijk streefbeeld, dat door gemeenschappelijke partijen wordt gedragen. Ook planvorming en realisatie gebeurt op basis van

gelijkwaardigheid en samenwerking. Realisatie vindt alleen plaats als er ondernemers willen investeren en betrokken zijn. Naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Als de overheid partij is, richt zij haar aandacht in de eerste plaats op het proces en de publieke ruimte’’ Voorliggende gebiedsvisie is in een gezamenlijk proces met de recreatieondernemers en andere stakeholders (zoals Staatsbosbeheer en de Zeeuwse Milieufederatie) tot stand gekomen. Bij het opstellen van de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge was ook de provincie Zeeland betrokken. ; naderhand niet meer. Continu is gekeken naar de balans tussen (recreatie)ontwikkelingen en de oprichting van natuur, passend in het gewenste toekomstig landschap. De bepaling uit de Zeeuwse Kustvisie dat er in het aandachtsgebied een verhouding van 30% recreatief ruimtebeslag en 70% landschapsontwikkeling moet zijn, wordt daarbij in de gebiedsvisie gerespecteerd. Deze verdeling wordt per initiatief afgedwongen (zie paragraaf 2.1). Ook kan met de verruiming van het aantal eenheden van 30% voldaan worden aan andere provinciale uitgangspunten zoals de regeling dat er per recreatiebedrijf sprake is van een maximale invulling aan bebouwing (exclusief centrale voorzieningen) ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale recreatieterrein van 13%.

Daarnaast wordt ook in totaliteit van het gebied de 30/70 verhouding gerespecteerd. Eénmaal 30% verblijfsrecreatief is ingevuld, zijn geen andere initiatieven en uitbreidingen meer mogelijk. Na het indienen van de inspraakreactie van de provincie heeft op 15

februari 2023 ambtelijk afstemming plaatsgevonden tussen de provincie en de gemeente. De provincie heeft daarbij nogmaals aangegeven dat het correct is dat deel A (ruimtelijke kwaliteit) van het ontwikkelkader zoals opgenomen in bijlage D onder 1 niet van toepassing is waardoor er in gezamenlijkheid bepaald moet worden hoeveel extra eenheden toelaatbaar zijn. De provincie heeft aangegeven dat het aandachtsgebied als zodanig is aangewezen omdat de ruimtelijke kwaliteit onder druk staat of al (deels) verdwenen is (Zeeuwse Kustvisie blz. 26). De aanleg van nieuw landschap moet in evenwicht zijn met recreatieontwikkeling, waarbij er sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering van het gehele aandachtsgebied. De provincie erkent daarbij dat er voldoende financiële middelen bij de initiatiefnemers moeten zijn om het landschap aan te leggen en te beheren, maar de provincie geeft ook aan dat het niet de bedoeling is

dat een aandachtsgebied niet als verdienmodel voor ondernemers an sich is bedoeld; wel ten behoeve van een integrale ruimtelijke kwaliteitsverbetering d.m.v. o.m. landschapsontwikkeling. Er kunnen dan ook niet zomaar (onbeperkt) aantallen eenheden worden toegevoegd. Ook bij uitbreiding van bestaande bedrijven is een goede onderbouwing nodig waarom die extra ruimte er moet komen. Is dat voor nieuwe landschapsontwikeling? voor het beheer van het gebied op langere termijn? voor herstructurering van het gebied? Het surplus moet noodzakelijk zijn voor de integrale realisatie van het aandachtsgebied.

dat er een verdienmodel voor de ondernemers ontstaat, mogelijk ten koste van de kwaliteitsslag. De gemeente is van mening dat juist door een extra 15% aan eenheden toe te staan, onder de voorwaarden van verduurzaming en circulariteit, er een extra slag wordt gemaakt die ook andere belangen van de gemeente en provincie ten goede komt (klimaatneutraliteit) zonder afbreuk te doen aan kwaliteit of overige provinciale uitgangspunten (zie vorige alinea). Met de provincie is afgestemd dat de tekst op blz 6. van de gebiedsvisie wordt aangepast waarbij wordt aangegeven dat een tweede 15% aan eenheden (of een deel daarvan) enkel kan worden toegepast als dit passend is binnen de door de gemeenteraad vastgestelde criteria in de Uitvoeringsregeling Duurzaamheidsstaffel Agenda Toerisme. Tevens is het alleen toegestaan als initiatiefnemers met een onderbouwing komen waarin uiteen is gezet waarom met de toepassing van de extra eenheden er geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteiten c.q. de beoogde kwaliteitsverbetering in het aandachtsgebied. Onder paragraaf 6.1 is deze onderbouwing tevens aan het ‘proces’ toegevoegd. Tevens is in overeenstemming met de provincie in paragraaf 6.1 toegevoegd dat publiekrechtelijk (planologisch) wordt geborgd dat het landschap per initiatief eerst aangelegd moet zijn alvorens de eenheden behorend bij de uitbreiding in gebruik mogen worden genomen.

c.

In tabel 1 staat vermeld wat het gewenste aantal eenheden is. Gevraagd wordt inzichtelijk te maken wat het aantal eenheden is dat wordt gesaneerd. Hier is artikel 5.12 Verblijfsrecreatie in de kustzone, lid 2 van de Omgevingsverordening van toepassing. Er moet aandacht worden besteed aan bijlage IV onder 2 Ontwikkeling aandachtsgebieden in de kustzone en daarbij aan de opgenomen uitgangspunten B t/m D uit het ontwikkelkader verblijfsrecreatie in en buiten de kustzone. Tevens moet er aandacht worden besteed aan de Kustvisie.

Het uitgangspunt dat er bij nieuwvestiging in een aandachtsgebied sprake moet zijn van het oplossen van een recreatief knelpunt binnen of buiten het aandachtsgebied onderschrijft de gemeente. Dit zal tekstueel toegevoegd worden aan paragraaf 2.1 van de vast te stellen gebiedsvisie. Bij de locaties 2 en 5 betreft het kwaliteitsverbetering van het bestaande bedrijf. Er worden daarmee geen eenheden gesaneerd, wel deels uitgeplaatst naar de uitbreidingslocaties. Locaties 3 en 4 zijn zogenaamde compensatielocaties. De ontwikkeling van beide locaties kent een lange historie, samenhangend met de uitplaatsing en sanering van vier campings, gelegen aan de Hogezoom in Burg-Haamstede en Renesse. Dit betreffen camping Cedrus, Beukenhorst, v/d Stel en Proeftuin met een totaal van 58 eenheden. De sanering van deze vier campings is geïnitieerd met als doel het verminderen van de recreatieve druk aan de Hogezoom in combinatie met het realiseren en versterken van natuur (gewenste uitbreiding

Natuur Netwerk Nederland) aldaar en het realiseren van ecologische verbindingen tussen de bestaande natuur op de Kop van Schouwen met de nieuwe natuur in de polder. Een verblijfsrecreatief knelpunt is daarmee opgelost. De compensatielocatie in het aandachtsgebied Rampweg (waar deze twee ontwikkelingen zijn voorzien) is in 2014 met een wijzigingsbevoegdheid vastgelegd in het bestemmingsplan Kop van Schouwen (artikel 3.8.8). Bij de planontwikkeling wordt nadrukkelijk het ontwikkelkader in acht genomen. Locatie 1 betreft een locatie tot nieuwvestiging. De initiatiefnemer heeft in het verleden de totstandkoming van de Recreatieverdeelweg mee mogelijk gemaakt en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan het oplossen van een verkeersknelpunt. Voor de ontwikkeling van deze locatie dienen nog eenheden verkregen te worden.

d.

In de gebiedsvisie is sprake van een verblijfsrecreatieve ontwikkeling binnen bestaande natuur en dat is in strijd met artikel 2.23 van de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Voor bestaande natuur geldt dat dit deel van het aandachtsgebied niet onder de verdeling 30/70% kan worden gerekend. Voor het natuurgebied binnen het NNN geldt dat er een aparte uitwerking zou moeten worden opgesteld van de concrete en haalbare natuurdoelen, inclusief een inrichtingstekening. De aan de provincie overlegde toelichting geeft onvoldoende zicht op natuurwinst/kwaliteitsverbetering om een begrenzingswijziging te kunnen rechtvaardigen.

e.

Zichtbaarheid van toeristische plaatsen vanuit het landschap betekent per definitie een negatief effect op de belevingswaarde. Duidelijker is

In artikel 5.12 waarnaar de provincie verwijst is opgenomen dat langs wegen buiten de bebouwde kom een bebouwingsvrije zone van 40 meter aanwezig moet zijn. Uit de toelichting bij de verordening blijkt dat deze zone alleen van toepassing is bij provinciale wegen. Deze zone is dus alleen van toepassing op de Recreatieverdeelweg en moet gemeten worden vanuit de as van de weg. In het streefbeeld lijkt hier eerder al rekening mee gehouden te zijn. Bij de verschillende planologische procedures wordt hier later aan getoetst. Hiervoor wordt een algemene regel toegevoegd aan paragraaf 2.1. Het is correct dat er op basis van het integrale streefbeeld verblijfsrecreatieve ontwikkelingen bij locatie 2 mogelijk zijn binnen de ‘bestaande natuur’ zoals op dit moment opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. De gemeente erkent de strijdigheid met de provinciale regels. De gemeente zal in de vast te stellen gebiedsvisie een regel opnemen dat geen recreatieve ontwikkelingen mogen plaatsvinden in de op dat moment door de provincie aangewezen ‘bestaande natuur’. Ook wordt op figuur 1 (integrale streefbeeld) de huidige begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland opgenomen. Ieder initiatief binnen het aandachtsgebied moet voldoen aan de verdeling 30/70%. Bestaande natuur kan en wordt hier inderdaad niet in meegerekend.

In of aan de landschappelijke structuren binnen het aandachtsgebied die onderdeel worden van het zogenaamde Landschap A zijn in principe geen verblijfsaccommodaties toegestaan en daarmee

om dit niet toe te staan, in plaats van te stellen dat dit alleen mogelijk is wanneer er geen negatieve invloed op het landschapsbeeld is.

f.

g.

Ten aanzien van natuur en landschap kan er alleen grenzend aan Landschap B (dus binnen het recreatieterrein) ‘zichtbare’ verblijfsrecreatie plaatsvinden. De overige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen moeten worden voorzien van een adequate landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van de visie. Er is veel aandacht besteedt aan de consequenties van de visie voor de mobiliteit binnen het aandachtsgebied. De ontsluiting van de nieuwe verblijfsrecreatie op de bestaande wegen wordt gemist. Komen er nieuwe ontsluitingen of gaat het puur om een uitbreiding van het terrein?

permanente bebouwing (blz 16). Toeristisch kamperen is wel direct toegestaan grenzend aan Landschap A, over maximaal 1/3 van de randen. Het is namelijk niet zo dat er per definitie een negatief effect op de belevingswaarde optreedt. Er ligt namelijk altijd een minimaal 5 meter zone van Landschap B tussen de verblijfsrecreatie en Landschap A. Deze heeft een gevarieerde inrichting en kan zorgdragen voor een adequate landschappelijke inpassing. Een aandachtsgebied is daarnaast een gebied waarin een balans gezocht wordt tussen recreatieontwikkelingen en de oprichting van natuur, waarbij het niet per definitie negatief is voor de belevingswaarde als vanuit bijvoorbeeld doorgaande fiets- en wandelroutes de recreatie beperkt beleefd kan worden. Zie hiervoor de beantwoording onder e. In het verblijfsrecreatieve gedeelte komt daarnaast ook beplanting (struiken en bomen) die voor een aantrekkelijk verblijfsklimaat en beeld zorgen en de landschappelijke inpassing kunnen versterken. Nieuwe ontsluitingen worden niet uitgesloten en zijn in plannen ook te verwachten, al is het alleen maar voor de noodzaak tot een calamiteitenontsluiting. Bij de verdere uitwerking van locatie 2 wordt gedacht aan een extra ontsluiting op de Lange Moermondsweg. De locaties 3 en 4 zullen in de basis ontsloten worden via de bestaande aansluitingen die de landbouwvoertuigen nu gebruiken om op de percelen te komen.

Er zullen geen ontsluitingen rechtstreeks op de Recreatieverdeelweg (N652) komen. Hiervoor zal een aanvullende regel opgenomen worden in de gebiedsvisie.

Naast ontsluitingen voor autoverkeer, komen er ook nieuwe fiets- en wandelverbindingen. Dit staat beschreven en verbeeld op blz. 13 van de gebiedsvisie. CONCLUSIE: Op blz. 6 van de gebiedsvisie wordt de zinsnede verwijderd die aangeeft dat de eenheden voor de maatwerklocaties zijn afgestemd met de provincie. Op blz. 6 wordt de tekst tevens aangepast voor wat betreft de onderbouwing die nodig is om gebruik te kunnen maken van (een deel van) de tweede 15% aan eenheden. Hiervoor zijn tevens in paragraaf 6.1 (blz. 21) tekstuele toevoegingen gedaan ter borging in het ‘proces’ en planologisch. In paragraaf 2.1 zijn vier extra regels voor wat betreft nieuwvestiging, de bebouwingsvrije zone van 40 meter langs de Recreatieverdeelweg, de bestaande natuur en ontsluitingen toegevoegd aan de gebiedsvisie. Op figuur 1 (integrale streefbeeld) wordt de huidige begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12620429/1