CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Mailwisseling provincie, bijlage 08.03.23

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststelling gebiedsvisie Rampweg (807797)5.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

1. Inleiding De ontwerp Gebiedsvisie Rampweg heeft van 28 november 2022 tot en met 9 januari 2023 ter inzage gelegen in het gemeentehuis en was digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl (planidentificatienummer NL.IMRO.1676.00355StvRC-ON01). Gedurende deze periode heeft iedereen schriftelijk of mondeling een inspraakreactie kenbaar kunnen maken op voornoemde gebiedsvisie. Er zijn 6 inspraakreacties ingekomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Evides Waterbedrijf, geregistreerd 19 december 2022 (zaaknummer 749592); Provincie Zeeland, geregistreerd 21 december 2022 (zaaknummer 752839); Waterschap Scheldestromen, geregistreerd 22 december 2022 (zaaknummer 752984); Reclamant, geregistreerd 27 december 2022 (zaaknummer 753922) Stichting Duinbehoud, geregistreerd 6 januari 2023 (zaaknummer 760382) Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland, geregistreerd 9 januari 2023 (zaaknummer 762161)

In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op de ontvankelijkheid. De binnengekomen inspraakreacties zijn na een complete beoordeling samengevat, beantwoord en van een conclusie voorzien in hoofdstuk 3. In de conclusie is opgenomen of en zo ja op welke wijze het gemeentebestuur de gebiedsvisie aanpast.

2. Ontvankelijkheid De inspraakreacties zijn allemaal tijdig ingediend en ontvankelijk.

3. Samenvatting en beoordeling 1. Evides Waterbedrijf, geregistreerd 19 december 2022 (zaaknummer 749592) a.

Samenvatting Evides geeft aan dat in het gebied, naast meerdere distributieleidingen, een vitale drinkwatertransportleiding is gelegen. In het plan zijn diverse ontwikkelingen opgenomen die niet verenigbaar zijn met de belangen van deze leiding. Verzocht wordt hier in de gebiedsvisie iets over op te nemen in de vorm van een randvoorwaarde om het belang van deze drinkwatervoorziening te borgen.

1

Beoordeling De drinkwatertransportleiding is aan de westzijde van het plangebied gelegen naast de Lange Moermondsweg. De leiding doorkruist de Helleweg en loopt zo richting Slot Moermond. In de gebiedsvisie zijn op deze plek met name doorgaande wandel- en fietsroutes met begeleidende laanbeplanting voorzien. Aan de oostzijde van het plangebied, richting de rotonde met de Kuijerdamseweg doorkruist de drinkwatertransportleiding voor een klein gedeelte een in de visie opgenomen ontwikkelzone voor verblijfsrecreatie. Uiteraard is het van

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

belang dat de belangen van Evides verenigbaar zijn met de uitgangspunten van de gebiedsvisie. In de gebiedsvisie is een streefbeeld opgenomen dat nader uitgewerkt wordt in concrete initiatieven die een planologische procedure doorlopen. Om te voorkomen dat pas op dat moment rekening gehouden wordt met de drinkwatertransportleiding zal hiervoor een overkoepelende regel worden opgenomen in de gebiedsvisie in hoofdstuk 2, meer specifiek paragraaf 2.1. Ook wordt de ligging van de drinkwatertransportleiding toegevoegd aan het integrale streefbeeld. De regel die wordt opgenomen in paragraaf 2.1 komt als volgt te luiden: In het plangebied ligt naast meerdere distributieleidingen ook een vitale drinkwatertransportleiding. Alle leidingen hebben een beschermingszone. De ligging van de hoofdwaterleiding is toegevoegd aan het integraal streefbeeld. Hier geldt een beschermingszone met een breedte van 10 meter (5 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding). In deze zone zijn activiteiten waarbij de grond wordt geroerd, opgehoogd of (bovengrondse) belemmeringen worden aangebracht, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van vijvers, het plaatsen van chalets en het aanbrengen van beplanting, zonder toestemming van de leidingbeheerder niet toelaatbaar.

Bij het opstellen van de individuele plannen is het noodzakelijk om rekening te houden met de ligging en belemmeringen van de aanwezige leidingen en te voldoen aan de WIBON (KLIC-melding). De aard van de regel is, zoals verzocht door Evides, informeel afgestemd met Evides voor vaststelling van de gebiedsvisie. CONCLUSIE: De drinkwatertransportleiding wordt weergegeven op figuur 1 in de gebiedsvisie (integraal streefbeeld) en in paragraaf 2.1 wordt een aanvullende algemene regel opgenomen ter bescherming van de belangen van de leidingbeheerder. 2. Provincie Zeeland, geregistreerd 21 december 2022 (zaaknummer 752839)

a.

Samenvatting Provincie verwijst naar de eenheden voor de maatwerklocaties (inleiding blz. 6 en tabel 1). Er is volgens provincie geen vast aantal eenheden besproken en verzocht wordt aan te geven waar deze afspraak is vastgelegd.

Beoordeling In de gebiedsvisie is op blz. 6 aangegeven dat het aantal eenheden is afgestemd met de provincie. Het is correct dat dit een tekstuele omissie is. Er zijn hierover geen afspraken vastgelegd met de provincie. Deze zin wordt aangepast in de gebiedsvisie.

2

Antwoordnotitie inspraakreacties b.

Gebiedsvisie Rampweg

Gesteld word dat de +15% regel (voor verduurzaming van initiatieven bovenop provinciale regels) in beginsel in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening. Bij ruimere uitbreidingsmogelijkheden binnen een aandachtsgebied moeten alle gebiedspartners het eens zijn met de plannen. Daarnaast blijft het gaan over een beperkte uitbreiding (volgens jurisprudentie wordt daarvoor 20% gehanteerd geeft de provincie aan), bij 30% is daarvan geen sprake. Hoe meer uitbreiding, hoe meer nieuw landschap er in verhouding moet worden gecreëerd. Wanneer het gaat over nieuwvestiging moet er (ook in een aandachtsgebied) sprake zijn van het oplossen van een recreatief knelpunt binnen of buiten het aandachtsgebied.

Maart 2023

Door de provincie Zeeland is per e-mail op 14 oktober 2022 aangegeven dat de maximering van 15% eenheden niet geldt voor een aandachtsgebied, omdat deel A (ruimtelijke kwaliteit) van het ontwikkelkader zoals opgenomen in bijlage D onder 1 niet van toepassing is. Ook in de Zeeuwse Kustvisie staat aangegeven dat alleen deel B t/m D van het ontwikkelkader van toepassing is. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is een normatief instrument. Net als een bestemmingsplan moet deze in beginsel heel tekstueel worden toegepast; wat er staat dat geldt. De gemeente is daarom van oordeel dat er op basis van provinciale regelgeving bij een uitbreiding in het aandachtsgebied geen maximum aantal eenheden geldt. Voorliggende gebiedsvisie is in een gezamenlijk proces met de recreatieondernemers en andere stakeholders (zoals Staatsbosbeheer en de Zeeuwse Milieufederatie) tot stand gekomen. Bij het opstellen van de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge was ook de provincie Zeeland betrokken. Naderhand is de provincie geïnformeerd. Continu is gekeken naar de balans tussen (recreatie)ontwikkelingen en de oprichting van natuur, passend in het gewenste toekomstig landschap. De bepaling uit de Zeeuwse Kustvisie dat er in het aandachtsgebied een verhouding van 30% recreatief ruimtebeslag en 70% landschapsontwikkeling moet zijn, wordt daarbij in de gebiedsvisie gerespecteerd.

Deze verdeling wordt per initiatief afgedwongen (zie paragraaf 2.1). Daarnaast wordt ook in totaliteit van het aandachtsgebied de 30%/70% verhouding gerespecteerd. Wanneer eenmaal 30% van de gronden in het aandachtsgebied ingevuld zijn met verblijfsrecreatie, zijn geen andere initiatieven of uitbreidingen meer mogelijk. Met de verruiming van het aantal eenheden van 30% kan voldaan worden aan andere provinciale uitgangspunten zoals de regeling dat er per recreatiebedrijf sprake is van een maximale invulling aan bebouwing (exclusief centrale voorzieningen) ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale recreatieterrein van 13%. Ter onderbouwing hiervan is een aanvullende notitie met de provincie gedeeld. Na het indienen van de inspraakreactie van de provincie heeft op 15 februari 2023 ambtelijk afstemming plaatsgevonden tussen de provincie

3

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

en de gemeente. De provincie heeft daarbij aangegeven dat het correct is dat deel A (ruimtelijke kwaliteit) van het ontwikkelkader zoals opgenomen in bijlage D onder 1 niet van toepassing is waardoor er in gezamenlijkheid bepaald moet worden hoeveel extra eenheden toelaatbaar zijn. De provincie heeft aangegeven dat het aandachtsgebied als zodanig is aangewezen omdat de ruimtelijke kwaliteit onder druk staat of al (deels) verdwenen is (Zeeuwse Kustvisie blz. 26). De aanleg van nieuw landschap moet in evenwicht zijn met recreatieontwikkeling, waarbij er sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering van het gehele aandachtsgebied. De provincie erkent daarbij dat er voldoende financiële middelen bij de initiatiefnemers moeten zijn om het landschap aan te leggen en te beheren, maar de provincie geeft ook aan dat het niet de bedoeling is dat er een verdienmodel voor de ondernemers ontstaat dat niet in wordt gezet voor de noodzakelijke integrale kwaliteitsverbetering in het aandachtsgebied. De gemeente is van mening dat juist door een extra 15% aan eenheden toe te staan, onder de voorwaarden van verduurzaming en circulariteit, er een extra slag wordt gemaakt die ook andere belangen van de gemeente en provincie ten goede komt (klimaatneutraliteit) zonder afbreuk te doen aan kwaliteit of overige provinciale uitgangspunten (zie vorige alinea).

Met de provincie is afgestemd dat de tekst op blz 6. van de gebiedsvisie wordt aangepast waarbij wordt aangegeven dat een tweede 15% aan eenheden (of een deel daarvan) enkel kan worden toegepast als dit passend is binnen de door de gemeenteraad vastgestelde criteria in de Uitvoeringsregeling Duurzaamheidsstaffel Agenda Toerisme. Tevens is het alleen toegestaan als initiatiefnemers met een onderbouwing komen waarin uiteen is gezet waarom met de toepassing van de extra eenheden er onverminderd sprake blijft van een bijdrage aan de integrale kwaliteitsverbetering in het aandachtsgebied. Onder paragraaf 6.1 is deze onderbouwing tevens aan het ‘proces’ toegevoegd. Tevens is in overeenstemming met de provincie in paragraaf 6.1 toegevoegd dat publiekrechtelijk (planologisch) wordt geborgd dat het landschap per initiatief eerst aangelegd moet zijn alvorens de eenheden behorend bij de uitbreiding in gebruik mogen worden genomen. Het uitgangspunt dat er bij nieuwvestiging in een aandachtsgebied sprake moet zijn van het oplossen van een recreatief knelpunt binnen of buiten het aandachtsgebied onderschrijft de gemeente. Dit zal tekstueel 4

Antwoordnotitie inspraakreacties

c.

Gebiedsvisie Rampweg

toegevoegd worden aan paragraaf 2.1 van de vast te stellen gebiedsvisie. Bij de locaties 2 en 5 betreft het kwaliteitsverbetering van het bestaande bedrijf. Er worden daarmee geen eenheden gesaneerd, wel deels uitgeplaatst naar de uitbreidingslocaties.

In tabel 1 staat vermeld wat het gewenste aantal eenheden is. Gevraagd wordt inzichtelijk te maken wat het aantal eenheden is dat wordt gesaneerd. Hier is artikel 5.12 Verblijfsrecreatie in de kustzone, lid 2 van de Omgevingsverordening van toepassing. Er moet aandacht worden besteed aan bijlage IV onder 2 Ontwikkeling aandachtsgebieden in de kustzone en daarbij aan de opgenomen uitgangspunten B t/m D uit het ontwikkelkader verblijfsrecreatie in en buiten de kustzone. Tevens moet er aandacht worden besteed aan de Kustvisie.

d.

Maart 2023

Locaties 3 en 4 zijn zogenaamde compensatielocaties. De ontwikkeling van beide locaties kent een lange historie, samenhangend met de uitplaatsing en sanering van vier campings, gelegen aan de Hogezoom in Burg-Haamstede en Renesse. Dit betreffen camping Cedrus, Beukenhorst, v/d Stel en Proeftuin met een totaal van 58 eenheden. De sanering van deze vier campings is geïnitieerd met als doel het verminderen van de recreatieve druk aan de Hogezoom in combinatie met het realiseren en versterken van natuur (gewenste uitbreiding Natuur Netwerk Nederland) aldaar en het realiseren van ecologische verbindingen tussen de bestaande natuur op de Kop van Schouwen met de nieuwe natuur in de polder. Een verblijfsrecreatief knelpunt is daarmee opgelost. De compensatielocatie in het aandachtsgebied Rampweg (waar deze twee ontwikkelingen zijn voorzien) is in 2014 met een wijzigingsbevoegdheid vastgelegd in het bestemmingsplan Kop van Schouwen (artikel 3.8.8). Bij de planontwikkeling wordt nadrukkelijk het ontwikkelkader in acht genomen. Locatie 1 betreft een locatie tot nieuwvestiging. De initiatiefnemer heeft in het verleden de totstandkoming van de Recreatieverdeelweg mee mogelijk gemaakt en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan het oplossen van een verkeersknelpunt. Voor de ontwikkeling van deze locatie dienen nog eenheden verkregen te worden.

In artikel 5.12 waarnaar de provincie verwijst is opgenomen dat langs wegen buiten de bebouwde kom een bebouwingsvrije zone van 40 meter aanwezig moet zijn. Uit de toelichting bij de verordening blijkt dat deze zone alleen van toepassing is bij provinciale wegen. Deze zone is dus alleen van toepassing op de Recreatieverdeelweg en moet gemeten worden vanuit de as van de weg. In het streefbeeld lijkt hier eerder al rekening mee gehouden te zijn. Bij de verschillende planologische procedures wordt hier later aan getoetst. Hiervoor wordt een algemene regel toegevoegd aan paragraaf 2.1. Het is correct dat er op basis van het integrale streefbeeld verblijfsrecreatieve ontwikkelingen bij locatie 2 mogelijk zijn binnen de

In de gebiedsvisie is sprake van een verblijfsrecreatieve ontwikkeling binnen bestaande natuur en dat is in strijd met artikel 2.23 van de 5

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

‘bestaande natuur’ zoals op dit moment opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. De gemeente erkent de strijdigheid met de provinciale regels. De gemeente zal in de vast te stellen gebiedsvisie een regel opnemen dat geen recreatieve ontwikkelingen mogen plaatsvinden in de op dat moment door de provincie aangewezen ‘bestaande natuur’. Ook wordt op figuur 1 (integrale streefbeeld) de huidige begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland opgenomen.

Provinciale Omgevingsverordening 2018. Voor bestaande natuur geldt dat dit deel van het aandachtsgebied niet onder de verdeling 30/70% kan worden gerekend. Voor het natuurgebied binnen het NNN geldt dat er een aparte uitwerking zou moeten worden opgesteld van de concrete en haalbare natuurdoelen, inclusief een inrichtingstekening. De aan de provincie overlegde toelichting geeft onvoldoende zicht op natuurwinst/kwaliteitsverbetering om een begrenzingswijziging te kunnen rechtvaardigen. e.

Zichtbaarheid van toeristische plaatsen vanuit het landschap betekent per definitie een negatief effect op de belevingswaarde. Duidelijker is om dit niet toe te staan, in plaats van te stellen dat dit alleen mogelijk is wanneer er geen negatieve invloed op het landschapsbeeld is.

f.

Ten aanzien van natuur en landschap kan er alleen grenzend aan Landschap B (dus binnen het recreatieterrein) ‘zichtbare’ verblijfsrecreatie plaatsvinden. De overige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen moeten worden voorzien van een adequate landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van de visie. Er is veel aandacht besteedt aan de consequenties van de visie voor de mobiliteit binnen het aandachtsgebied. De ontsluiting van de nieuwe verblijfsrecreatie op de bestaande wegen wordt gemist. Komen er nieuwe ontsluitingen of gaat het puur om een uitbreiding van het terrein?

g.

Maart 2023

6

Ieder initiatief binnen het aandachtsgebied moet voldoen aan de verdeling 30/70%. Bestaande natuur kan en wordt hier inderdaad niet in meegerekend. In of aan de landschappelijke structuren binnen het aandachtsgebied die onderdeel worden van het zogenaamde Landschap A zijn in principe geen verblijfsaccommodaties toegestaan en daarmee permanente bebouwing (blz 16). Toeristisch kamperen is wel direct toegestaan grenzend aan Landschap A, over maximaal 1/3 van de randen. Het is namelijk niet zo dat er per definitie een negatief effect op de belevingswaarde optreedt. Er ligt namelijk altijd een minimaal 5 meter zone van Landschap B tussen de verblijfsrecreatie en Landschap A. Deze heeft een gevarieerde inrichting en kan zorgdragen voor een adequate landschappelijke inpassing. Een aandachtsgebied is daarnaast een gebied waarin een balans gezocht wordt tussen recreatieontwikkelingen en de oprichting van natuur, waarbij het niet per definitie negatief is voor de belevingswaarde als vanuit bijvoorbeeld doorgaande fiets- en wandelroutes de recreatie beperkt beleefd kan worden. Zie hiervoor de beantwoording onder e. In het verblijfsrecreatieve gedeelte komt daarnaast ook beplanting (struiken en bomen) die voor een aantrekkelijk verblijfsklimaat en beeld zorgen en de landschappelijke inpassing kunnen versterken.

Nieuwe ontsluitingen worden niet uitgesloten en zijn in plannen ook te verwachten, al is het alleen maar voor de noodzaak tot een calamiteitenontsluiting. Bij de verdere uitwerking van locatie 2 wordt gedacht aan een extra ontsluiting op de Lange Moermondsweg. De locaties 3 en 4 zullen in de basis ontsloten worden via de bestaande aansluitingen die de landbouwvoertuigen nu gebruiken om op de percelen te komen. Er zullen geen ontsluitingen rechtstreeks op de

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

Recreatieverdeelweg (N652) komen. Hiervoor zal een aanvullende regel opgenomen worden in de gebiedsvisie. Naast ontsluitingen voor autoverkeer, komen er ook nieuwe fiets- en wandelverbindingen. Dit staat beschreven en verbeeld op blz. 13 van de gebiedsvisie. CONCLUSIE: Op blz. 6 van de gebiedsvisie wordt de zinsnede verwijderd die aangeeft dat de eenheden voor de maatwerklocaties zijn afgestemd met de provincie. Op blz. 6 wordt de tekst tevens aangepast voor wat betreft de onderbouwing die nodig is om gebruik te kunnen maken van (een deel van) de tweede 15% aan eenheden. Hiervoor zijn tevens in paragraaf 6.1 (blz. 22) tekstuele toevoegingen gedaan ter borging in het ‘proces’ en planologisch. In paragraaf 2.1 zijn vier extra regels voor wat betreft nieuwvestiging, de bebouwingsvrije zone van 40 meter langs de Recreatieverdeelweg, de bestaande natuur en ontsluitingen toegevoegd aan de gebiedsvisie. Op figuur 1 (integrale streefbeeld) wordt de huidige begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland opgenomen. 3. Waterschap Scheldestromen, geregistreerd 22 december 2022 (zaaknummer 752984)

a.

Samenvatting De activiteiten uit de visie hebben consequenties voor waterbeheer. Er is geen integraal waterhuishoudkundig plan gemaakt. Als elke ondernemer zijn eigen stukje waterpartij (op peilopzet) creëert ontstaat er voor de laatste(n) mogelijk een waterprobleem. Geadviseerd wordt initiatiefnemers in samenhang op te laten trekken bij de doorvertaling van de visie naar concrete aanvragen voor aanpassingen van het watersysteem.

Beoordeling Het klopt dat in het kader van voorliggende gebiedsvisie geen integraal waterhuishoudkundig plan gemaakt is. Wel is op blz.16 van de gebiedsvisie aangegeven dat bij elk inrichtingsplan voor een recreatiebedrijf de noodzakelijke maatregelen voor waterberging en droogte een randvoorwaarde voor de vormgeving van het waterbeheer zijn. Het indienen van een waterhuishoudkundig plan is per initiatief verplicht en heeft betrekking op zowel de gronden op het recreatieterrein als binnen Landschap A en B. Per deelgebied wordt gezocht wordt naar een gewenst en haalbaar peilbeheer. Vooroverleg met het waterschap Scheldestromen is in het proces ook een verplichting (zie paragraaf 6.1). De gemeente zal de initiatiefnemers adviseren onderling af te stemmen en op voorhand contact op te nemen met het waterschap Scheldestromen. De verschillende initiatiefnemers zal gewezen worden op deze vergunningplicht.

b.

Geattendeerd wordt op de watervergunning die nodig is voor graafwerkzaamheden in de invloedssfeer van waterkeringen en bestaand oppervlaktewater. CONCLUSIE: De gebiedsvisie wordt niet aangepast op basis van de ingekomen inspraakreactie.

7

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

4. Reclamant, geregistreerd 27 december 2022 (zaaknummer 753922)

a.

Samenvatting Onder 1.6 van de visie is een tekst opgenomen over stikstofdepositie. Reclamant stelt dat dit een tamelijk simplistische weergave van de huidige werkelijkheid is. De tekst stelt onvoldoende gerust, omdat nog altijd de nadelige effecten van de invulling van de Rampweg op de inwoners (en/of ondernemers) van de omliggende kernen kunnen worden afgewenteld. Het lijkt reclamant niet meer dan logisch dat de vervuiler betaalt, d.w.z. dat degenen die de locatie gaan ontwikkelen en hier geld aan verdienen ook dienen op te draaien voor de kosten en de nadelige gevolgen. Het kan dus ook zo zijn dat de locatie (voorlopig) niet ontwikkeld kan worden.

b.

Beoordeling Elk initiatief moet voldoen aan de bestaande wetgeving die geldt op het moment van het besluit. Op dit moment geeft de wet aan dat er geen sprake mag zijn van een toename van de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden. Dit betekent niet dat er geen ontwikkeling plaats kan vinden. Er kan onder andere gebruik worden gemaakt van interne saldering door middel van het inzetten van de huidige bemeste agrarische gronden (planologisch legale en feitelijke aanwezige situatie). Indien interne saldering niet mogelijk blijkt, kan onderzocht worden of externe saldering een optie is. Als niet aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie kan het inderdaad zo zijn dat een locatie (voorlopig) niet ontwikkeld wordt. De oplossing (met bijbehorende berekening) moet overlegd worden in het kader van de planologische procedure die ieder initiatief moet volgen. De verschillende inrichtings- en groenbeheerplannen zullen inderdaad met een voorwaardelijke verplichting (of gelijksoortige regeling onder de Omgevingswet) worden gekoppeld aan de diverse bestemmingsplannen (of wijzigingen van het Omgevingsplan). Hiervoor is een extra tekstpassage opgenomen in paragraaf 6.1.

Onder 2.1 van de visie is een tekst opgenomen over de landschappelijke inpassing. Reclamant geeft aan dat hij aanneemt dat het woord “tevens” inhoudt dat de landschappelijke inpassing ook in het toekomstige bestemmingsplan/omgevingsplan als voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen en niet alleen als bijlage wordt toegevoegd. Het enkel privaatrechtelijk regelen van een dergelijk aspect is niet voldoende. CONCLUSIE: In de gebiedsvisie wordt in paragraaf 6.1 een extra tekstpassage opgenomen om ook publiekrechtelijk te borgen dat de landschappelijke inpassing als zodanig wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. 5. Stichting Duinbehoud, geregistreerd 6 januari 2023 (zaaknummer 760382)

a.

Samenvatting Stichting Duinbehoud geeft in haar inspraakreactie een algemene inleiding waarin zij toelichting geeft op de huidige beleidskaders, Natura 2000-gebieden en de stikstofproblematiek en haar visie op de wijze waarop nu door diverse partijen gehandeld wordt. Daarna gaat zij in op de diverse concrete bezwaren.

8

Beoordeling De gemeente neemt de algemene inleiding zoals Stichting Duinbehoud schetst voor kennisgeving aan. Het uitgangspunt dat er bij nieuwvestiging in een aandachtsgebied sprake moet zijn van het oplossen van een recreatief knelpunt binnen of buiten het aandachtsgebied onderschrijft de gemeente. Dit zal tekstueel toegevoegd worden aan paragraaf 2.1 van de vast te stellen

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Stichting Duinbehoud stelt voor op blz. 6 toe te voegen: “In alle gevallen moet de ontwikkeling in een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (herstructurering, verplaatsing, sanering) (elders) in de betreffende regio van de Zeeuwse kust.” Dit betekent dat nieuwvestiging van een recreatiebedrijf in het aandachtsgebied Rampweg niet kan zonder 1 op 1 koppeling met een op te lossen verblijfsrecreatief knelpunt (elders) in de kustzone regio van Schouwen-Duiveland. b.

Stichting Duinbehoud stelt voor de passage over de duurzaamheidsstaffel uit de Agenda toerisme 2018-2026 te schrappen. De Stichting stelt dat deze 15% extra uitbreiding in eenheden niet geldt voor de kustzone vanwege strijdigheid met de Zeeuwse kustvisie/ Omgevingsverordening Zeeland 2018.

Maart 2023

gebiedsvisie. Bij de locaties 2 en 5 betreft het kwaliteitsverbetering van het bestaande bedrijf. Locaties 3 en 4 zijn zogenaamde compensatielocaties waarvoor in het verleden een recreatief knelpunt is opgelost (zie de beantwoording onder 2.c.). Locatie 1 betreft een locatie tot nieuwvestiging. De initiatiefnemer heeft in het verleden de totstandkoming van de Recreatieverdeelweg mee mogelijk gemaakt en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan het oplossen van een verkeersknelpunt. Voor de ontwikkeling van deze locatie dienen nog eenheden verkregen te worden. Zoals blijkt uit de beantwoording onder 2.b. heeft de provincie Zeeland tweemaal bevestigd dat de maximering van 15% eenheden niet geldt voor een aandachtsgebied, omdat deel A (ruimtelijke kwaliteit) van het ontwikkelkader zoals opgenomen in bijlage D onder 1 niet van toepassing is. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is een normatief instrument. Net als een bestemmingsplan moet deze in beginsel heel tekstueel worden toegepast; wat er staat dat geldt. Omdat er in de basis geen maximering in het aantal eenheden zit vanuit de Provinciale Omgevingsverordening 2018, ziet de gemeente niet in waarom de +15% in beginsel in strijd zou zijn met de Provinciale Omgevingsverordening.

Uit overleg met de provincie Zeeland blijkt dat het aantal eenheden in gezamenlijkheid (met de verschillende stakeholders) bepaald moet worden, waarbij het uitgangspunt blijft dat de aanleg van nieuw landschap in evenwicht moet zijn met recreatieontwikkeling. Er moet sprake zijn en blijven van een kwaliteitsverbetering van het gehele aandachtsgebied.

c.

De Stichting stelt voor in hoofdstuk 5, par. 5.1 een maximum hoogte van 6 meter vast te leggen voor recreatieve bouwwerken en gebouwen. 9

Met de provincie is afgestemd dat de tekst op blz 6. van de gebiedsvisie wordt aangepast waarbij wordt aangegeven dat een tweede 15% aan eenheden (of een deel daarvan) enkel kan worden toegepast als dit passend is binnen de door de gemeenteraad vastgestelde criteria in de Uitvoeringsregeling Duurzaamheidsstaffel Agenda Toerisme. Tevens is het alleen toegestaan als initiatiefnemers met een onderbouwing komen waarin uiteen is gezet waarom met de toepassing van de extra eenheden er geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteiten c.q. de beoogde kwaliteitsverbetering in het aandachtsgebied. In de gebiedsvisie wordt op blz. 10 verwezen naar reeds vastgesteld beleid. De bouwhoogten van accommodaties zijn vastgelegd in de

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Hierdoor blijft de weidsheid behouden en steken gebouwen niet boven de Rampweg/duinen uit. Het weglaten van een maximum bouwhoogte zou ruimte scheppen voor ideeën om torens te bouwen. d. De Stichting stelt voor in hoofdstuk 3, par. 3.1 toe te voegen dat versteende speelterreinen en golfterreinen in landschap A niet zijn toegestaan. Landschap A is uitdrukkelijk bestemd voor (toegankelijke) natuur/natuurbeleving en niet voor semi versteningen en golfterreinen. De Stichting stelt voor op blz. 13 toe te voegen dat de instandhouding van het afgesproken landschap via een kwalitatieve verplichting, ingeschreven bij het kadaster, vastgelegd moet worden. Het (enkel) privaatrechtelijk borgen geeft te weinig borging.

Maart 2023

Agenda Toerisme 2018-2026. De hoogte van bijvoorbeeld centrumvoorzieningen en bijzondere objecten worden per initiatief bepaald, passend bij de locatie en haar omgeving. In paragraaf 3.1 wordt een extra regel opgenomen om verstening tegen te gaan in Landschap A.

De verschillende inrichtings- en groenbeheerplannen zullen inderdaad met een voorwaardelijke verplichting (of gelijksoortige regeling onder de Omgevingswet) worden gekoppeld aan de diverse bestemmingsplannen (of wijzigingen van het Omgevingsplan). Het betreft zowel een plicht tot aanleg als tot instandhouding. Hiervoor is een extra tekstpassage opgenomen in paragraaf 6.1. De verplichting van circulair bouwen geldt voor de extra eenheden die f. De Stichting stelt voor milieu-/natuurmaatregelen als verplichting tot in het kader van duurzaamheid gerealiseerd worden (maximaal 15%). circulair bouwen en aanleg vleermuisvriendelijke inrichting in de regels Per initiatief wordt in het kader van de planologische procedure op blz. 19 en 20 op te nemen. onderzocht of en in hoeverre beschermde plant- en diersoorten verstoord of vernietigd worden door de voorgenomen ontwikkeling. Indien als mitigerende maatregel vleermuisvriendelijke verlichting noodzakelijk is, dan wordt dat gekoppeld aan de planologische procedure. g. De Stichting stelt voor een Aeriusberekening voor deze visie op te Ieder initiatief moet in de planologische procedure aantonen dat er geen stellen. Een verbod op stikstofemissie veroorzakende negatieve effecten zijn op kwetsbare Natura-2000 gebieden, waaronder apparatuur/installaties in de nieuwe te bouwen recreatieve eenheden stikstofdepositie.

Een berekening voor het hele plangebied is niet ontbreekt. Er moeten stikstofbeperkende regels opgesteld worden en mogelijk omdat de definitieve plannen niet bekend zijn en eventuele een Aeriusberekening voor de gebiedsvisie. maatregelen vragen om zeer gedetailleerde berekeningen. Daarbij dient de Aerius berekening gebaseerd te zijn op de meest actuele versie van Aerius en deze wijzigt geregeld. Indien stikstofbeperkende maatregelen voor het betreffende initiatief noodzakelijk zijn, worden deze geborgd in het bestemmingsplan/wijziging van het Omgevingsplan. CONCLUSIE: . In paragraaf 2.1 is een extra regel voor wat betreft nieuwvestiging opgenomen. In paragraaf 3.1 wordt een extra regel opgenomen om verstening tegen te gaan in Landschap A. In de gebiedsvisie wordt in paragraaf 6.1 een extra tekstpassage opgenomen om ook publiekrechtelijk te borgen dat de landschappelijke inpassing als zodanig wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. e.

10

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

6. Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland, geregistreerd 9 januari 2023 (zaaknummer 762161)

a.

b.

Samenvatting In grote lijnen kan de vereniging de gebiedsvisie ondersteunen. Daarbij wordt uitgegaan van afspraken over het plangebied zoals die in de jaren negentig gemaakt zijn in het kader van het Herinrichtingsplan Schouwen-West. Bepalend bij het standpunt is wel dat naderhand door het rijk en provincie nieuw beleid en regelgeving is vastgesteld voor de inrichting van het kustgebied. Deze dienen sturend te zijn voor de inrichting van het plangebied (Kustpact, NOVI, Zeeuwse Kustvisie, Provinciale Omgevingsverordening 2018 ed.). Daarnaast verschilt de situatie wat betreft verblijfsrecreatie in de Westhoek in de jaren negentig en het daaraan gerelateerde recreatie-compensatiegebied langs de Rampweg sterk van het thans geschetste beeld zoals dat in de concept Gebiedsvisie naar voren komt. Toen was er sprake van ‘klassieke’ vakantiebedrijven, waarvan alleen tijdens de zomermaanden gebruik werd gemaakt. Nu wordt sterk ingezet op huizenparken die jaarrond, dus in principe permanent gebruikt gaan worden. Hiermee is sprake van een zwaardere, ‘eeuwige’ inrichting, dan het beeld in de jaren negentig was. Dit betekent een ingrijpende verstening en een zwaardere stikstofbelasting dan eerst de bedoeling zou zijn.

Dit betekent dat de vereniging de komende jaren kritisch de planologische procedures voor de realisatie van inrichtingsprojecten in het plangebied zal volgen en al of niet van commentaar zal voorzien. Terecht wordt gewezen op mogelijk te hoge stikstofdepositie op het aangrenzend Natura 2000-gebied. Er is echter wat stikstofbelasting van het Natura 2000-gebied een veel groter probleem aan de orde, zeker in combinatie met de omvangrijke bouw- en inrichtingsprojecten die deze jaren overal in de Westhoek uitgevoerd worden of in voorbereiding zijn. Het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland dient op korte termijn, in samenwerking met gemeente, een herstelplan voor het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen in relatie tot de overmaat aan stikstofdepositie vast te stellen en uit te voeren. Hierbij moet worden gemotiveerd welke concrete maatregelen er zijn om binnen afzienbare termijn verslechtering van het aan de orde zijnde Natura 2000-gebied door stikstofdepositie te voorkomen. Bovendien moet een college van GS ook de effecten van die maatregelen inzichtelijk kunnen maken.

11

Beoordeling Het klopt dat de meest recente beleids- en regelgeving sturend moeten zijn voor de uitgangspunten van de gebiedsvisie. De gemeente is van mening dat zij met voorliggende gebiedsvisie aan vigerend beleid en regelgeving voldoet. Het klopt tevens dat de situatie zoals geschetst in voorliggende gebiedsvisie daarmee afwijkt van de uitgangspunten zoals in de jaren negentig gehanteerd. De initiatiefnemers sluiten qua recreatief product echter aan bij de vraag vanuit de huidige en toekomstige markt. Het is daarbij tevens zo dat verblijfsrecreatie een veel langer seizoen heeft dan de toeristische kampeerterreinen van destijds. Die seizoenverlenging was en is een van de doelen van de kwaliteitsverbetering. Er is geen sprake van een directe verstening. De bepaling uit de Zeeuwse Kustvisie dat er in het aandachtsgebied een verhouding van 30% recreatief ruimtebeslag en 70% landschapsontwikkeling moet zijn, wordt in de gebiedsvisie gerespecteerd. Voor wat betreft stikstof is de huidige wet- en regelgeving leidend, waarvan in de diverse planologische procedures aangetoond moet worden dat daar aan voldaan wordt.

De Zeeuwse gemeenten, en ook Schouwen-Duiveland, worden door de provincie betrokken bij het opstellen van het Zeeuwse gebiedsprogramma inzake het landelijk gebied en stikstof (Natura 2000). Iedere provincie heeft de opdracht vanuit het Rijk gekregen om een programma te maken waarin opgenomen is op welke manier de doelstellingen met betrekking tot o.a. natuurherstel en stikstofreductie, verbeteren waterkwaliteit, verbeteren biodiversiteit ed. voor de komende jaren (horizon ligt op 2030-2035) bereikt zullen gaan worden. Dit gebiedsprogramma moet voor 1 juli 2023 ter goedkeuring aan het Rijk worden aangeboden. Dit gebiedsprogramma omvat een herstelplan. Beiden vallen echter buiten het bereik van voorliggende gebiedsvisie.

Antwoordnotitie inspraakreacties

Gebiedsvisie Rampweg

Maart 2023

ZKA heeft de marktruimte voor nu berekend. In het kader van In de gebiedsvisie komt een duidelijk verschil naar voren in het door planologische procedures moet de actuele marktruimte op dat moment ZKA berekende mogelijke aantal vakantiehuizen, 92 en het door de aangetoond worden voor het type accommodatie wat op dat moment ondernemers gewenste aantal huizen in het plangebied, 159. De gewenst is. Mogelijk dat in de definitieve plannen er nog een naderhand noodzakelijk uit te voeren ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ zal gebaseerd moeten zijn op de al of niet juiste getallen verschuiving optreedt in het gewenste type accommodatie. van de ZKA-studie. Dit zal betekenen dat er aanzienlijk minder vakantiehuizen geplaatst kunnen worden dan de ondernemers wensen, hetgeen de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied ten goede zal komen. CONCLUSIE: De gebiedsvisie wordt niet aangepast op basis van de ingekomen inspraakreactie. c.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12620427/1