GRO Bijlage 4 Rapport nee tenzij toets
Tekst van het document
RAPPORTAGE Nee, tenzij toets Diverse straten Burgh-Haamstede
Rapport Nee, tenzij toets Diverse straten, Burgh-Haamstede Opdrachtgever
Gemeente Schouwen-Duiveland Laan van St. Hilaire 4301 SH Zierikzee
Rapportnummer
21428.003
Versienummer
D2
Status
Definitief
Datum
6 juni 2023
Opsteller1
De heer L. Golterman, MSc
Kwaliteitscontrole
Mevrouw A.M. Vergeer, MSc
1
AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een onderzoek geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van het onderzoek opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
PROJECTGEBIED EN VOORGENOMEN PLANNEN ....................................................................................... 2 2.1 2.2
Beschrijving planlocatie ................................................................................................................. 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 4
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 5
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ............................................................................ 6
5
NEE, TENZIJ TOETS NATUURNETWERK NEDERLAND ................................................................................. 8 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
6
Inleiding .......................................................................................................................................... 8 Bestaande en potentiële waarden van het NNZ ............................................................................ 8 Robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ...................................................................... 10 De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen ......................................... 10 De aanwezigheid van beschermde soorten ................................................................................. 10 De aanwezigheid van doelsoorten voor het NNZ ........................................................................ 11 Rust en stilte ................................................................................................................................ 13
SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 14
21428.003
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Gemeente Schouwen-Duiveland opdracht gekregen voor het uitvoeren van een Nee, tenzij toets in de Noordstraat, Ring en Weststraat te Burgh-Haamstede. De Nee, tenzij toets wordt uitgevoerd in het kader van het renoveren van de dorpskern en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in februari 2023 op de planlocatie heeft uitgevoerd (rapport 21428.001, versie D2, d.d. 10 maart 2023). Daarnaast wordt in het kader van soortbescherming een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de heikikker, rugstreeppad, boomkikker en kleine marterachtigen op de planlocatie (verwachte oplevering rapport najaar 2023). Het doel van de Nee, tenzij toets is het in kaart brengen of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland significant (negatief) beïnvloed worden. Een ingreep binnen de invloedssfeer van het Natuurnetwerk Nederland wordt in principe (tenzij onder specifieke voorwaarden) niet toegestaan ‘tenzij’ er aangetoond kan worden dat het Natuurnetwerk Nederland hier niet significant negatief door wordt beïnvloed. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
21428.003 versie D1
1 / 15
2
PROJECTGEBIED EN VOORGENOMEN PLANNEN
2.1 Beschrijving planlocatie De onderzoekslocatie bestaat uit twee deelgebieden, gelegen aan diverse straten te Burgh-Haamstede. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied 1 betreft verschillende straten in de kern van Burgh-Haamstede. De voornaamste straat is de Noordstraat, welke verhard is met klinkers en waar aan beide zijden bomenrijen aanwezig zijn. De Noordstraat loopt uit op de Ring: het plein rondom de Johannes de Doperkerk. Dit plein is eveneens belegd met klinkers. Er zijn verschillende bomen aanwezig en rondom de kerk is een onderhouden grasveld gelegen. De ring loopt richting het westen uit in de Weststraat. Deelgebied 2 bestaat uit een weide die begraasd wordt door vee. Rondom de weide zijn sloten en ruigtes gelegen. Twee toegangswegen naar de weide lopen langs watergangen en langs de brandweerkazerne.
21428.003 versie D1
2 / 15
Ten oosten van de onderzoekslocatie is het Natura 2000-gebied De Kop van Schouwen gelegen. Ten westen liggen agrarische percelen. Ten noorden en zuiden van de onderzoekslocatie loopt de bebouwing van het dorp verder. Op 2,5 kilometer afstand ligt de Oosterschelde. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
Figuur 2.2 Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.
Figuur 2.3 Zuidkant Ring (plein) in deelgebied 1.
21428.003 versie D1
Figuur 2.4 Noordstraat gezien vanaf Ring (deelgebied 1).
Figuur 2.5 Noordstraat gezien vanaf het noorden (deelgebied 1).
3 / 15
Figuur 2.6 Parkeerplaats aan het einde van Noordstraat (deelgebied 1).
Figuur 2.7 Aanloopweg naar deelgebied 2.
Figuur 2.8 Weide op deelgebied 2.
2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de dorpsas van Burgh-Haamstede her in te richtingen volgens het Stedenbouwkundig plan Dorpsas Burgh-Haamstede (Gemeente Schouwen-Duiveland, 09 februari 2023). Hierbij is de visie om de dorpskern levendiger te maken en meer uitstraling te geven. Dit houdt beknopt in dat de straten en weide worden heringericht. Bij dit plan worden zo veel mogelijk bomen behouden en verdwijnen er geen waterwegen. De beoogde situatie is weergegeven in figuur 2.9:
Figuur 2.9
Nieuwe situatie Haamstede.
21428.003 versie D1
4 / 15
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Een Nee, tenzij toets is in de Provincie Zeeland benodigd op het moment dat werkzaamheden in het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) of binnen een straal van 100 meter van het NNZ mogelijk significant negatieve effecten kunnen hebben op het functioneren van het Natuurnetwerk Nederland. Enkel deelgebied 1 ligt binnen de straal van 100 meter van Natuurnetwerk Zeeland. De Nee, tenzij toets heeft dus slechts betrekking op deelgebied 1. De Nee, tenzij toets bestaat uit een bureauonderzoek. Aan de hand van de voorafgaande quickscan Wet natuurbescherming die plaatsvond op de planlocatie (rapport 21428.001, versie D2, d.d. 10 maart 2023) en een literatuurstudie is er een toetsing aan de Omgevingsordening Zeeland 2018 uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van de ‘spelregels EHS1’ opgesteld door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer en de provincies. Het effect van de ingreep op de natuurlijke kenmerken en waarden van het NNZ dient conform de Omgevingsverordening Zeeland 2018 op een aantal aspecten getoetst te worden. In onderhavig onderzoek is het effect van de voorgenomen ingreep op het NNZ op onderstaande criteria getoetst: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
bestaande en potentiële waarden van het NNZ; robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ; de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; de aanwezigheid van beschermde soorten; de aanwezigheid van doelsoorten voor het NNZ; rust en stilte.
21428.003 versie D1
5 / 15
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING
Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de planlocatie wordt getoetst. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de planlocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. Het Natuurnetwerk is gericht op: • • •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.
De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor Natuurnetwerk Nederland (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Initiatiefnemers van ingrepen binnen of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. De omgevingscondities zullen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie mogelijk veranderen. Dit zal middels een zogenaamd “Nee, tenzij onderzoek” nader moeten worden onderzocht.
21428.003 versie D1
6 / 15
Ingrepen die de natuur significant aantasten, mogen niet worden toegestaan in het bestemmingsplan (“nee”), tenzij ze een groot openbaar belang dienen én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen).
21428.003 versie D1
7 / 15
5
NEE, TENZIJ TOETS NATUURNETWERK NEDERLAND
In onderstaand hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de wetgeving ten aanzien van gebiedsbescherming aangaande het Natuurnetwerk Nederland. Voor de provincie Zeeland spreekt men verder van Natuurnetwerk Zeeland of kortweg NNZ. In onderhavige Nee, tenzij toets worden de (mogelijke) effecten op het NNZ in kaart gebracht.
5.1 Inleiding Het Natuurnetwerk Zeeland is planologisch beschermd. Dit betekent dat de provincie Zeeland nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNZ niet toestaat. De regels hiervoor zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (hierna: OVZ 2018). Initiatiefnemers van ingrepen binnen het NNZ dienen de effecten van de ingreep te onderzoeken middels een Nee, tenzij toets. Dit is tevens van toepassing voor ontwikkelingen binnen 100 meter van het NNZ OZV 2018 art. 2.27, hetgeen in dit geval aan de orde is. Het doel van het “Nee, tenzij beleid” is het beperken/voorkomen van de aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden en dat de oppervlakte van het Natuurnetwerk Zeeland tenminste gelijk blijft. Het effect van de ingreep op de natuurlijke kenmerken en waarden van het NNZ dient conform de Omgevingsverordening Zeeland 2018 op een aantal aspecten getoetst te worden. In onderhavig onderzoek is dit vertaald naar onderstaande criteria waarop het effect van de voorgenomen herontwikkeling op het NNZ is getoetst: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
bestaande en potentiële waarden van het NNZ; robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ; de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; de aanwezigheid van beschermde soorten; de aanwezigheid van doelsoorten voor het NNZ; rust en stilte.
Op basis van een toetsing aan deze criteria zijn de volgende oordelen mogelijk: ▪ ▪ ▪
Op één van de aspecten is het oordeel: significante aantasting; Op geen aspect is het oordeel significante aantasting, maar als alle aspecten in combinatie overzien worden is het oordeel: significante aantasting; Op geen aspect is het oordeel significante aantasting, ook niet bij combinatie van de aspecten.
5.2 Bestaande en potentiële waarden van het NNZ De onderzoekslocatie is gelegen buiten het NNZ gebied, maar binnen een straal van 100 meter. Deze straal van 100 meter wordt gezien als een maximale invloedssfeer waarin ingrepen effect kunnen hebben op het NNZ. De onderzoekslocatie is direct gelegen aan het NNZ (zie figuur 5.1). Het natuurnetwerk Zeeland bestaat uit losse beheertypes, die het huidige natuurgebied omschrijven. Ook hebben sommige delen van het NNZ ambitietypes. Dat wil zeggen dat er een ambitie is om het gebied op middellange termijn te veranderen.
21428.003 versie D1
8 / 15
Figuur 5.1
NNZ gebied met verschillende beheertypes.
De beheertypen die binnen een straal van 100 meter van de werkzaamheden zijn: Beheertype N04.02: “Zoete plas”, met gelijk ambitietype, beheertype N17.03: “Park- en stinzenbos”, met gelijk ambitietype, beheertype L01.07: “Laan”, met ambitietype N17.03: “Park- en stinzenbos” en beheertype N12.02: “Kruiden- en faunarijk grasland”, met gelijk ambitietype. Kortgezegd betekent dit dat alle types binnen de invloedssfeer gelijk zullen blijven, behalve het beheertype Laan, waarvoor de ambitie is dat het wordt omgevormd tot Park- en stinzebos. De locaties van de beheertypes zijn aangegeven met labels in figuur 5.1. De werkzaamheden aan de onderzoekslocatie betreffen het renoveren van de straat als onderdeel van het herinrichten van de dorpskern van Burgh-Haamstede. De werkzaamheden zijn tijdelijk van aard. Bij deze werkzaamheden zal er geen areaal van het NNZ beroerd worden of verloren gaan. Alle werkzaamheden vinden plaats buiten het NNZ gebied. Er kan wel sprake zijn van externe effecten op de huidige natuurwaarden van het NNZ rondom de onderzoekslocatie als gevolg van de voorgenomen plannen. Deze externe effecten worden verderop in onderhavig rapport besproken. Conclusie Door de werkzaamheden zal er geen areaal van het NNZ beroerd worden of verdwijnen. Er is geen sprake van invloed op bepaalde beheertypes. Ambitietypes behorende bij het NNZ komen ook niet in het geding.
In het kader van bestaande en potentiële waarden van het NNZ zijn geen vervolgstappen benodigd.
21428.003 versie D1
9 / 15
5.3 Robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ Er mag volgens de Omgevingsverordening Zeeland (2018) geen oppervlakteverlies of versnippering van deelgebieden ontstaan door voorgenomen werkzaamheden binnen of in de buurt van het NNZ. Omdat de werkzaamheden buiten het NNZ plaatsvinden wordt de aaneengeslotenheid van het NNZ niet aangetast. Hierdoor is er geen sprake van verminderde uitwisseling van soorten in het natuurnetwerk en zijn er geen barrières die ontstaan. Conclusie Door de voorgenomen werkzaamheden en in de nieuwe situatie zal er geen verandering in robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ plaatsvinden. Verdere stappen omtrent dit criterium zijn dan ook niet noodzakelijk.
5.4 De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen De delen van het NNZ die binnen een straal van 100 meter van de onderzoekslocatie af liggen betreffen uiteindes van natuurgebieden (zie figuur 5.1). Vanwege de grenzen waarin de straal ligt valt niet te verwachten dat er een verbindingsfunctie van een ecosysteem aanwezig is voor doelsoorten van het NNZ. Eventuele verbindingsroutes binnen de onderzoekslocatie die mogelijk een ecologische rol spelen voor het nabijgelegen NNZ, zoals de bomenrijen in de Noordstraat, blijven behouden. Vanwege de eventuele functie die de bomenrij kan hebben als vliegroute voor vleermuizen wordt geadviseerd om niet met bouwlichten in de avonduren te werken om lichtverstoring te voorkomen. Ook kan bij het herinrichten van de Noordstraat gebruik gemaakt worden van vleermuisvriendelijke (amberkleurige) verlichting. Conclusie Door de aard van de werkzaamheden en in de nieuwe situatie gaan er geen ecologische verbindingen verloren. Ten aanzien van de bomenrijen in de Noordstraat wordt geadviseerd geen gebruik te maken van bouwverlichting in de avonduren en in de nieuwe situatie gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting.
5.5 De aanwezigheid van beschermde soorten Uit de quickscan Wet natuurbescherming (rapport 21428.001, versie D2, 10 maart 2023) die in februari 2023 door Econsultancy is uitgevoerd, bleek een deel van deelgebied 2 geschikt voor leefgebied van de rugstreeppad, heikikker, boomkikker en kleine marterachtigen. Het nader onderzoek naar deze beschermde soorten wordt uitgevoerd in het voorjaar en de zomer van 2023. Deelgebied 1, waar het in de huidige Nee, tenzij toets om gaat, bezit geen geschikt leefgebied voor beschermde soorten. Beschermde soorten binnen het NNZ gebied vinden geen habitat in deelgebied 1 en zodoende wordt er geen habitat aangetast. Conclusie: Vervolgstappen omtrent dit criterium in combinatie met het NNZ zijn niet noodzakelijk.
21428.003 versie D1
10 / 15
5.6 De aanwezigheid van doelsoorten voor het NNZ Het NNZ wat in de invloedsfeer van de onderzoekslocatie ligt betreft de beheer- en ambitietypes zoals genoemd in hoofdstuk 5.2: N04.02, N17.03, L01.04 en N12.02. Elk type gebied heeft een aantal kwalificerende soorten, die indicerend zijn voor de kwaliteit van het beheertype. De kwaliteit en dus de aanwezigheid van deze soorten mag niet omlaag gaan. Per beheertype zijn in de afgelopen 5 jaar binnen een straal van 100 meter van de onderzoekslocatie de volgende kwalificerende soorten waargenomen: N04.02 Zoete plas Geen kwalificerende soorten waargenomen N17.03 Park- en stinzebos Appelvink Boomklever Groene specht Grote bonte specht Kleine bonte specht L01.07 Laan Dit beheertype kent geen kwalificerende soorten N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland Geen kwalificerende soorten waargenomen De aanwezigheid van soorten ten opzichte van de onderzoekslocatie en het NNZ is weergegeven in figuur 5.2.
21428.003 versie D1
11 / 15
Figuur 5.2
Kwalificerende soorten van het NNZ rondom de onderzoekslocatie.
De groene specht, grote bonte specht, kleine bonte specht zijn soorten die gebonden zijn aan bomen. Met hun stevige snavel boren ze een hol in grote loofbomen. De boomklever is, zoals de naam suggereert, eveneens gebonden aan bomen. Boomklevers kunnen ook nesten hakken, maar gebruiken ook vaak oude nesten van spechten. De appelvink broedt ook in bomen, maar dan in holtes van gevorkte takken of hoog tegen de stam aan. De groene specht, grote bonte specht en kleine bonte specht zijn categorie 5 broedvogels. Dat wil zeggen dat hun nesten jaarrond beschermd zijn in uitzonderlijke gevallen. Alle vogelnesten, waaronder de nesten van deze vijf soorten, zijn beschermd als ze in gebruik zijn. Tijdens de voorgenomen werkzaamheden blijven de meeste bomen en eventuele nesten behouden. Toch zou er door werkzaamheden dicht in de buurt van een boom en een mogelijk nest verstoring kunnen optreden waardoor de soort het nest zou kunnen verlaten. Ook zouden enkele bomen kunnen verdwijnen. Om verstoring te voorkomen wordt geadviseerd buiten het broedseizoen (maart tot september) te werken of voorafgaand aan de werkzaamheden broedvogelinspecties uit te voeren om mogelijke broedgevallen vast te stellen, dan wel uit te sluiten.
21428.003 versie D1
12 / 15
Conclusie Werkzaamheden in de nabijheid van en verwijdering van geschikte bomen voor de kwalificerende soorten buiten het broedseizoen uitvoeren of voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie laten uitvoeren door een bevoegd ecoloog. De ecoloog kan de werkzaamheden daarna vrijgeven of tegenhouden.
5.7 Rust en stilte Daar de onderzoekslocatie binnen 100 meter van het NNZ ligt, dienen externe effecten als verstoring door geluid en toename van verlichting in acht genomen te worden. Externe effecten van ontwikkelingen binnen 100 meter van het NNZ mogen niet leiden tot afbreuk van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNZ. Ten aanzien van donkerte in het gebied kan er verstoring optreden tijdens de werkzaamheden door het gebruik van hevig licht zoals dat van bouwlampen of werktuigmachines. Deze lichtverstoring kan enkel optreden in het donker. Om verstoring van nachtelijke soorten zoals vleermuizen en nachtvlinders te voorkomen wordt geadviseerd tussen zonsondergang en zonsopgang geen bouwlampen of andere lichtbronnen te gebruiken. Mochten in de nieuwe situatie de lantaarnpalen in de straten vervangen worden wordt geadviseerd vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Vleermuisvriendelijke verlichting is amberkleurig (1700 – 2200K) met omlaag staande armaturen. Op deze manier wordt strooilicht en hiermee verstoring van lichtgevoelige soortgroepen voorkomen. Het gehele NNZ-gebied dat de Kop van Schouwen betreft is aangemerkt als stiltegebied (Atlas Leefomgeving, 2022). Het doel van stiltegebieden is om het geluidsniveau onder de 40 decibel te houden. De onderzoekslocatie betreft een drukke winkelstraat.
De ingreep betreft tijdelijke bouwwerkzaamheden die wel leiden tot een tijdelijke verstoring van rust en stilte, maar niet leiden tot een structurele aantasting van de stilte van het gebied. Vervolgstappen omtrent geluid zijn hierdoor niet noodzakelijk. Het advies van hoofdstuk 5.6 om buiten het broedseizoen te werken wordt overgenomen. Conclusie Ten aanzien van mogelijke lichtverstoring wordt geadviseerd tussen zonsondergang en zonsopgang geen bouwlampen of andere lichtbronnen te gebruiken. In de nieuwe situatie wordt geadviseerd vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Omtrent geluid zal er geen structurele verandering plaatsvinden en zijn vervolgstappen niet noodzakelijk, wel wordt er geadviseerd buiten het broedseizoen te werken.
21428.003 versie D1
13 / 15
6
SAMENVATTING
Econsultancy heeft van Gemeente Schouwen-Duiveland opdracht gekregen voor het uitvoeren van een Nee, tenzij toets in de Noordstraat, Ring en Weststraat te Burgh-Haamstede. De Nee, tenzij toets wordt uitgevoerd in het kader van het renoveren van de dorpskern en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in februari 2023 op de planlocatie heeft uitgevoerd (rapport 21428.001, versie D2, d.d. 10 maart 2023). Daarnaast wordt in het kader van soortbescherming een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de heikikker, rugstreeppad, boomkikker en kleine marterachtigen op de planlocatie (verwachte oplevering rapport najaar 2023). Het doel van de Nee, tenzij toets is het in kaart brengen of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland significant (negatief) beïnvloed worden. Een ingreep binnen de invloedssfeer van het Natuurnetwerk Nederland wordt in principe (tenzij onder specifieke voorwaarden) niet toegestaan ‘tenzij’ er aangetoond kan worden dat het Natuurnetwerk Nederland hier niet significant negatief door wordt beïnvloed. De voorgenomen ingreep is getoetst aan een aantal criteria. Onder deze criteria is aangegeven of er effecten zijn op het NNZ en welke eventuele vervolgstappen nodig zijn.
De criteria zijn en bijbehorende conclusies zijn: ▪ bestaande en potentiële waarden van het NNZ; Door de werkzaamheden zal er geen areaal van het NNZ beroerd worden of verdwijnen. Er is geen sprake van invloed op bepaalde beheertypes. Ambitietypes behorende bij het NNZ komen ook niet in het geding. In het kader van bestaande en potentiële waarden van het NNZ zijn geen vervolgstappen benodigd. ▪ robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ; Door de voorgenomen werkzaamheden en in de nieuwe situatie zal er geen verandering in robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNZ plaatsvinden. Verdere stappen omtrent dit criterium zijn dan ook niet noodzakelijk. ▪ de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; Door de werkzaamheden en in de nieuwe situatie gaan er geen ecologische verbindingen verloren. Ten aanzien van de bomenrijen in de Noordstraat wordt geadviseerd geen gebruik te maken van bouwverlichting in de avonduren en in de nieuwe situatie gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting. ▪ de aanwezigheid van beschermde soorten; Vervolgstappen omtrent dit criterium in combinatie met het NNZ zijn niet noodzakelijk.
▪ de aanwezigheid van doelsoorten voor het NNZ; Werkzaamheden in de nabijheid van geschikte bomen voor de kwalificerende soorten buiten het broedseizoen uitvoeren of voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie laten uitvoeren door een bevoegd ecoloog. De ecoloog kan de werkzaamheden daarna vrijgeven of tegenhouden. ▪ rust en stilte. Ten aanzien van mogelijke lichtverstoring wordt geadviseerd tussen zonsondergang en zonsopgang geen bouwlampen of andere lichtbronnen te gebruiken. In de nieuwe situatie wordt geadviseerd vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Omtrent geluid zal er geen structurele verandering plaatsvinden en zijn vervolgstappen niet noodzakelijk, wel wordt er geadviseerd buiten het broedseizoen te werken.
21428.003 versie D1
14 / 15
Conclusie van de Nee, tenzij toets luidt: Op geen aspect is het oordeel significante aantasting, ook niet bij combinatie van de aspecten.
Econsultancy 6 juni 2023
21428.003 versie D1
15 / 15
Bronnenlijst Atlas Leefomgeving (2022). Stiltegebieden. Opgehaald van: https://www.atlasleefomgeving.nl/stiltegebieden BIJ12, (g.d.). L01.07 Laan. Opgehaald van: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/indexnatuur-en-landschap/landschapselementtypen/l01-groenblauwe-landschapselementen/l01-07-laan/ BIJ12, (g.d.). N04.02 Zoete plas. Opgehaald van: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n04-stilstaande-wateren/n04-02-zoete-plas/ BIJ12, (g.d.). N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Opgehaald van: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n12-rijkegraslanden-en-akkers/n12-02/ BIJ12, (g.d.). N17.03 Park- en stinzenbos. Opgehaald van: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n17-cultuurhistorische-bossen/n17-03-park-enstinzenbos/ Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), uitvoerportaal; https://ndff-ecogrid.nl, zoekgebied planlocatie, periode 2016-2021. Omgevingsverordening Zeeland 2018. Geraadpleegd op 29 september 2021, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/ Provincie Zeeland (februari 2016). Atlas van Zeeland. Opgehaald van: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland Provincie Zeeland (februari 2016). Natuurbeheerplan Zeeland 2016.
Opgehaald van: https://www.zeeland.nl/natuur-en-landschap/natuurbeheer Spelregels EHS, Beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-Saldobenadering en herbegrenzen EHS. Geraadpleegd op 5 oktober 2021, van www.edepot.wur.nl/118519