Gemeenteraadsvragen webinars VRZ
Tekst van het document
Beantwoording gemeenteraadsvragen n.a.v. webinars VRZ op 11 mei 2021, 12 mei 2021 en 26 mei 2021 Nr. Onderwerp
Vraag
Antwoord
1.
Wat heeft het gekost om de meldkamer samen te voegen? Zijn hier frictiekosten bij berekend?
Bij het samenvoegen van de Meldkamer zijn (structurele) desintegratiekosten en (incidentele) frictiekosten opgetreden. Voor de (structurele) desintegratiekosten gaat het bijvoorbeeld om huisvestingskosten en overheadkosten. Voor de (incidentele) frictiekosten gaat het bijvoorbeeld om het afboeken van activa, reiskosten woon-werkverkeer, de afkoop van piketregelingen en tijdelijke overcapaciteit. Voor het tijdelijk dekken van (structurele) desintegratiekosten en het dekken van (incidentele) frictiekosten is in 2018 een bedrag van € 1 mln. ontvangen van het Rijk, welke is toegevoegd aan de bestemmingsreserve Meldkamer. In de jaarrekening 2020 heeft een onttrekking plaatsgevonden van € 475.387 aan deze reserve. Het saldo ultimo 2020 van deze reserve bedraagt nog € 972.650.
Financiën
De (structurele) desintegratiekosten zijn onderdeel geworden van de restant taakstelling van VRZ, die in de begroting 2022 in totaal nog € 90.674 bedraagt, oplopend naar € 181.813 in 2025. De Meldkamer in Bergen op Zoom heeft nog niet het structureel gewenste kostenniveau bereikt. Ook de komende jaren zal er nog sprake zijn van frictiekosten voor reiskosten woon-werkverkeer en overcapaciteit. Het aandeel van VRZ in deze kosten wordt gedekt uit de bestemmingsreserve Meldkamer. In de risicoparagraaf bij de 1e Burap 2021 staat het volgende: " Veiligheidsregio MWB heeft een conceptbegroting 2022 t/m 2025 gepresenteerd met 1
structureel hogere kosten voor VRZ. Gesprekken met VRMWB over deze structurele verhoging (zullen) worden gevoerd. Eventuele hogere kosten voor 2021 kunnen worden gedekt uit de bestemmingsreserve meldkamer. In de 2e Burap 2021 zal hier meer duidelijkheid over gegeven kunnen worden". 2.
Is de loonkostenstijging gelijk aan de VZG-richtlijn? Gemeentebegroting lijkt van hoger bedrag uit te gaan.
Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2022 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 0,9% gehanteerd. De bijstelling op basis van deze VZG norm bedraagt € 262.000 (inclusief Bevolkingszorg). Rekening houdend met 2/3 loonkosten en 1/3 materiële kosten is door de VZG een te hanteren loon- en prijsbijstelling bepaald.
VZGrichtlijn (0,9 %)
Loonbijstelling
Prijsbijstelling
0,6%
1,5 %
Gewogen gemiddelde loonen prijsbijstelling 0,9 %
De nieuwe CAO vanaf 2021 is nog niet bekend. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonontwikkeling in 2021 en 2022. Opgeteld is in de begroting rekening gehouden met een CAO-loonstijging van 2,6% voor de periode 2021 en 2022 en een ABPpensioenpremiestijging van een 0,5% van de loonkosten per 1 januari 2021, samen 3,1% conform VZG-richtlijn, oftewel 0,6% voor 2022 en 2,5% voor 2021. De ervaring heeft de afgelopen jaren geleerd dat de VZG norm niet afdoende is om de werkelijke loonkostenstijgingen op basis van CAO af te dekken.
2
3.
De WNRA is een groot structureel risico. Voor het uitvoeren heeft het Rijk nog geen middelen beschikbaar gesteld. Is de insteek dat zonder passende middelen geen uitvoering aan de WNRA geaccordeerd gaat worden? Zijn de kosten WNRA voor het Rijk en op termijn niet voor de regio?
Naar aanleiding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is uit onderzoek gebleken dat op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige inrichting en werkwijze ten aanzien van vrijwilligheid brandweer binnen de bestaande juridische kaders niet behouden kan blijven. De combinatie van Europese regelgeving en de wnra dwingt de brandweer om, met de minister, na te denken over hoe we omgaan met de nieuw te ontwerpen rechtspositie van vrijwillige brandweermensen. Omdat het een stelselwijziging betreft, draagt de Minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke primair verantwoordelijkheid. De toezegging van financiële middelen vanuit het Rijk is, volgens de veiligheidsregio’s, voor een verder traject daarom onmiskenbaar noodzakelijk. Of en hoe hier invulling aan wordt gegeven moet blijken uit de aankomende formatieonderhandelingen. Daarmee is op korte termijn niet duidelijk waar Brandweer Zeeland aan moet voldoen en welke financiële middelen het Rijk ter beschikking stelt om de stelselwijziging in Zeeland te realiseren.
4.
Is het niet goed om overschot te reserveren voor kosten die mogelijk voortkomen uit de WNRA?
De kosten die voorkomen uit de WNRA zullen structureel optreden; reserves zijn incidentele middelen. Vanuit een gezond financieel beheer streeft VRZ er naar structurele kosten te dekken met structurele opbrengsten. Dit wordt ook zodanig verlangd vanuit de provincie als toezichthouder.
5.
In hoeverre zijn de gevolgen van de Covid-19 crisis betrokken bij de begrotingstekorten?
Er worden geen structurele effecten van de Covid-19 crisis verwacht.
6.
Gemeentelijke bijdragen zien wij oplopen. Kunt u deze uitleggen?
De gemeentelijke bijdrage loopt op door: 1) Loon en prijscompensatie 2002 (zie vraag 2) 3
2) Oplopende kapitaallasten De verwachting is dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln. zullen stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. VRZ heeft in voorgaande jaren bezuinigingen gerealiseerd op de investeringen in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln. Oorzaken zijn: -
-
Inflatie over een groot aantal jaren. Uit een benchmark (2016) is gebleken dat bij VRZ het percentage afschrijvingen ten opzichte van de vaste activa hoger is dan bij andere regio’s, omdat VRZ relatief veel oude voertuigen in gebruik heeft met lage of geen boekwaarden. De prijs voor bijvoorbeeld een nieuwe tankautospuit is nu aanzienlijk hoger dan de prijs van 17 jaar geleden toen de oude voertuigen zijn geactiveerd. Afschaffing BTW-compensatiefonds (= +21%). De aanschafkosten van het meest van de bestaande activa, waarover nu wordt afgeschreven, zijn tot en met 2013 exclusief BTW opgenomen. Met ingang van 2014 is het BTW-compensatiefonds voor 4
-
Veiligheidsregio’s afgeschaft. Het effect van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds op de afschrijvingslasten is destijds berekend op circa € 100.000 per jaar, waarvoor onvoldoende compensatie van het Rijk is ontvangen. De compensatie van het Rijk was alleen voldoende voor het verhogen van de exploitatiebudgetten voor de BTW-component. Als al het (brandweer)materiaal en -materieel inclusief BTW is geactiveerd, zal dit effect niet meer optreden. Het totale effect op de kapitaallasten is berekend op ongeveer € 1,1 mln. Materiaal grootschalig brandweeroptreden. Vanuit het rijk is het rijksmaterieel voor rampenbestrijding in 2013 ‘aan het veld’ geschonken, in eerste instantie aan het IFV als landelijke ondersteuningsorganisatie. De Veiligheidsregio’s hebben vervolgens het huidig materieel van het IFV gekregen exclusief middelen voor verhoging van de kapitaallasten Dit bestaat bij VRZ onder andere uit 6 dompelpompen/ watertransportsystemen en 2 commando-containers. Vervanging wordt, afhankelijk van de maximale technische levensduur, verwacht in de periode 2023 t/m 2025. Dit leidt tot een schoksgewijze verhoging van de kapitaallasten.
7.
Waarop is de 7,5 miljoen risico gebaseerd?
Dit betreft 7,5 miljoen verhoging van vrijwilligersbijdragen als gevolg van invoering WNRA. Dit is een schatting van het effect van de invoering van de wet.
8.
Waar op is de loonbestijging gebaseerd?
Zie het antwoord op vraag 2.
5
9.
Heeft de VRZ niet veel overhead op gebied van managers, 22 procent?
In 2021 is een benchmark op basis van begroting 2020 geactualiseerd voor begroting 2022. De resultaten hiervan laten zien dat de totale overhead voor VRZ over de algehele linie onder het gemiddelde ligt. De resultaten van deze benchmark worden u tezamen met het beleidsplan 20222025 in juli 2021 toegezonden.
10.
Gaan de Rijksoverheid, de Provincie en het bedrijfsleven bijdragen of het verzoek krijgen om bij te dragen aan het programma Brandweer 2030?
De totstandkoming van het programma moet nog plaatsvinden. Het participeren van partners en samenleving is een belangrijk strategisch thema wat hierin een plaats moet krijgen. Hoe hier invulling aan wordt gegeven is nog onduidelijk. Naar verwachting dragen Rijksoverheid, de Provincie en bedrijfsleven financieel niet bij aan dit programma (los van mogelijkheden tot verkrijgen van subsidies).
11.
De Rijksoverheid heeft nog geen middelen geleverd voor vervanging van Rijksmateriaal grootschalig optreden. Zonder daarvoor passende middelen gaat u deze vervanging niet uitvoeren nemen wij aan?
Het Rijk heeft het Materiaal Grootschalig Brandweeroptreden om-niet geschonken aan de veiligheidsregio’s. VRZ heeft dit materieel in ontvangst genomen in de operationele organisatie. Het investeringsplan gaat op dit moment uit van 1-op-1 vervanging, maar dit is afhankelijk van het beleid en de behoefte. De begroting wordt hierop aangepast na besluitvorming.
12.
Zijn na de opmerkingen van de accountant over het noodzakelijk vier Bij het opstellen van de WNT verantwoording wordt het vierogen principe en mogelijk misbruik van gebruiker accountants op de ogen principe gehanteerd. Dit wordt vanaf 2021 zichtbaar afdeling financiën aanpassingen aan de regelgeving doorgevoerd? geparafeerd aangetoond. Het gebruik van een account door een ander heeft plaatsgevonden in het oude boekhoudpakket in 2020, omdat een medewerker uit dienst was en er een bepaalde taak moest worden uitgevoerd. Dit 6
had geen invloed op het betalen van bedragen of op de rechtmatigheid. In het nieuwe ERP pakket (vanaf 1 januari 2021) is de functiescheiding zodanig doorgevoerd dat gebruik van een account door een ander niet mogelijk is. 13.
De extra prijscorrectie voor totaal 10 NTS-en 2018 en 2019 was toch te voorkomen geweest omdat het voorzienbaar was dat in 2016 en 2017 geen 24 stuks tankautospuiten vervangen zouden worden?
De extra prijscorrectie is in overeenstemming met de bepalingen uit het contract. Bij het opstellen van de begroting 2020 was hiermee geen rekening gehouden.
14.
Partij Souburg-Ritthem is geen voorstander van spaarpotten bij Gemeenschappelijke Regelingen. Zeker niet als de gemeentelijke bijdragen jaarlijks stijgen. Op dit moment een mening en geen vraag. Wel het verzoek uitermate voorzichtig om te gaan met deze reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen. Artikel 25 vraagt een gedegen vertrouwensbasis. Afhankelijk van komende ontwikkelingen moet de hoogte van de reserve bespreekbaar blijven.
De resultaatbestemming en de (voorgenomen) besteding van de reserves zijn/worden opgenomen in begrotingswijzigingen, waarop zienswijzen van de raden worden gevraagd.
15.
Bij de gedwongen opheffing van de gemeentelijke ( stadsgewestelijke) brandweerkorpsen is het brandweermaterieel inclusief een investeringsbegroting (vervanging) overgedragen aan de VRZ. Partij Souburg-Ritthem is ter oren gekomen dat de VRZ overweegt om de vervanging van de waterwagens (zoals deze bijvoorbeeld staan in Oost Souburg, Serooskerke, Tholen, Haamstede) ten laste van de betreffende gemeentes te brengen. Als dit waar is, zou dit tegen alle in het verleden gemaakte afspraken in gaan. Kunt u ons vertellen wat de status is van bovenstaande vervangingen en of het uw intentie is om deze vervangingen werkelijk ten laste van de specifieke gemeentes te brengen?
De waterwagens zijn deels in eigendom van VRZ en deels in eigendom van gemeenten, afhankelijk van de situatie of er bij de regionalisering in 2013 door een gemeente wel of geen budget is overgedragen aan VRZ voor dekking van de kapitaallasten.
Wanneer is het nieuwe meerjarenbeleidsplan beschikbaar?
Het concept-meerjarenbeleidsplan 2022-2025 zal na 9 juli 2021 voor zienswijze worden aangeboden aan alle
1.
Beleidsplan
Op het investeringsplan is in 2022 rekening gehouden met vervanging van 4 waterwagens, die in eigendom zijn van VRZ, voor een bedrag van € 1,3 mln.
7
gemeenteraden. Definitieve besluitvorming zal hierop volgen op 17 december 2021. 2.
Wordt criminaliteit en ondermijning in het Meerjarenbeleidsplan VRZ 2022-2025 meegenomen?
Criminaliteit en ondermijning komen niet expliciet in het Meerjarenbeleidsplan VRZ 2022-2025 terug. De directeur VRZ sluit periodiek aan bij de overleggen van het districtscollege en de RUD om daar samen met andere betrokkenen te onderzoeken waar VRZ kan bijdragen in het helpen signaleren van criminaliteit en ondermijning. Geïnvesteerd wordt op juiste informatiedeling tussen organisaties die de bestrijding van criminaliteit willen tegengaan. Omdat het geen hoofdtaak is van de Veiligheidsregio wordt criminaliteit en ondermijning niet als expliciet onderwerp opgenomen in het Meerjarenbeleidsplan VRZ 2022-2025.
3.
Op het moment dat er op woonlocaties van arbeidsmigranten problemen zijn, is dit dan ook in beeld bij VRZ?
Op dit moment zijn woonlocaties van arbeidsmigranten onvoldoende in beeld bij VRZ. Wij verwachten dat wij, met informatiegestuurd werken, sneller dergelijke informatie tot onze beschikking hebben maar hier moet ook rekening worden gehouden met de AVG.
4.
Mist het netwerken niet de verkenning van de samenwerking tussen GGD, RUD en VRZ?
De samenwerking GGD/RUD/VRZ wordt opgenomen in het hoofdstuk ‘Werken in netwerken’.
5.
Wat is de reden van het kleine aantal vrijwilligers bij de brandweer in Zeeland?
Brandweer Zeeland bestaat voor bijna 100 procent uit vrijwillig personeel. Het rapport Brandweerkerndata 2019 laat zien dat Zeeland qua absolute aantallen tot de zes regio’s behoort met het hoogste aantal vrijwilligers.
6.
Zou er geen onderscheid gemaakt moeten worden tussen brand en overstromingen?
Er is gekozen voor het thema ‘natuurrisico’s’. Achterliggende redenering is dat onder andere door de klimaatveranderingen extreme weersomstandigheden en de 8
risico’s op overstroming toeneemt. In onze risicoprofielen worden deze specifieke thema’s wel afzonderlijk benoemd. 7.
In welke mate worden kosten voor begeleiding van dossiers Ruimtelijke Ordening en vergunningverlening doorgerekend aan de afnemers?
De kosten voor begeleiding/advisering van dossiers Ruimtelijke Ordening en Vergunningverlening in het kader van de Omgevingswet zullen door VRZ niet in rekening worden gebracht bij de Zeeuwse gemeenten. Dit zit in de programmabegroting voor Risicobeheersing. Hier is begeleiding, advisering en toetsing onderdeel van. In het kader van de Omgevingswet zal er een verschuiving aan werkzaamheden plaats vinden wat betekent dat VRZ meer zal doen aan advisering op Ruimtelijke Ordening in de omgevingsvisies en omgevingsplannen van gemeenten. Hier staat tegenover dat er minder vergunningen onder de Omgevingswet worden vereist, derhalve zal er minder advieswerk moeten worden verricht.
8.
Is er ook een scenario voorhanden voor het moment waarop er geen vrijwilligers meer beschikbaar zijn?
In het geval er helemaal geen vrijwilligers meer beschikbaar zouden zijn is alleen nog de optie over om brandweerpersoneel in beroepsdienst te nemen. Dit is echter niet een voor de hand liggend scenario omdat in de avond/nacht/weekend-periode nog wel voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn. De problemen met de beschikbaarheid van vrijwilligers doet zich met name in de dagsituatie voor omdat de werkomgeving van mensen vaak niet meer op lokale schaal is georganiseerd waardoor mensen overdag minder beschikbaar zijn voor uitrukken vanuit de lokale brandweerpost. Daarnaast hebben mensen bijvoorbeeld ook meer maatschappelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden hebben (zoals (mantel)zorgtaken); In lijn met de landelijke standpunten staan wij voor het behoud van vrijwilligheid. Dit is ook specifiek benoemd in ons 9
meerjarenbeleidsplan. Bovenstaande trends vragen van ons dat we wel kijken hoe we hier het beste vorm aan kunnen geven op een langere termijn. Een reëel scenario om de problematiek in de dagsituatie het hoofd te bieden, en wat we achter de hand houden is om het tekort aan vrijwilligers in de dagsituatie aan te vullen met beroepspersoneel op de betreffende post. 9.
Bestaat er een minimum leeftijd om vrijwilliger te worden bij de brandweer? Kunnen studenten bijvoorbeeld gestimuleerd worden om lid te worden van de brandweer na het afstuderen?
De minimale leeftijd is 18 jaar. Daar waar de mogelijkheid zich voordoet doen we aan werving bij bijvoorbeeld een veiligheidsopleiding om jonge mensen te stimuleren om brandweervrijwilliger te worden. Een grote mate van onzekerheid bij de studenten is, dat de kans groot is dat ze niet in de plaats waar ze wonen en/of studeren ook een werkkring vinden (die ook nog binnen enkele kilometers van een uitrukpost ligt). De investering in- en duur van de opleiding zijn aanzienlijk waardoor niet snel gekozen wordt om vrijwilligers op te leiden op posten waar ze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet komen te wonen/werken.
10.
Hoe is de doorstroom vanuit de jeugdbrandweer?
De doorstroom is niet in cijfers aan te geven, hier is geen onderzoek naar gedaan. Landelijk ligt dit percentage op ca. 60%. Een voorzichtige scan laat zien dat dit voor Zeeland overeen komt. Vanaf 18 jaar stromen ze uit de Jeugdbrandweer. Vaak gaan ze hierna studeren of op een andere manier een toekomst opbouwen. Met enige regelmaat komen ze na een paar jaar dan weer terug.
11.
Gaat de VRZ controleren op het plaatsen van rookmelders? En kunnen deze via de VRZ worden verspreid?
Op 1 juli 2022 wordt een rookmelder op iedere etage van een woning wettelijk verplicht. Deze verplichting houdt in dat op iedere etage waar zich een verblijfsruimte of afgesloten ruimte bevindt, minstens één rookmelder in de vluchtweg 10
geplaatst moet worden. Dit is meestal in de gang of overloop die leidt naar de voor/(achter)deur. In oktober, tijdens de brandpreventieweken, start een landelijke voorlichtingscampagne vanuit de Rijksoverheid, brandwondenstichting en Brandweer Nederland. Veiligheidsregio Zeeland neemt hieraan deel. Veiligheidsregio Zeeland promoot het aanbrengen van rookmelders maar het ligt niet in de verwachting dat Veiligheidsregio Zeeland op het plaatsen van rookmelders gaat controleren. Onze huidige personele capaciteit is daarvoor ontoereikend. Veiligheidsregio Zeeland is niet ingericht op verspreiding van rookmelders. Deze taak zal naar alle waarschijnlijkheid worden toebedeeld aan de marktpartijen, in verband met commerciële belangen. 12.
Zijn er al leerpunten vanuit de Covid-19 crisis te benoemen?
In het najaar van 2020 heeft er een interne tussenevaluatie plaatsgevonden om inzicht te krijgen in het functioneren van de regionale crisisorganisatie van VRZ. De geconstateerde verbeteracties zijn direct geïmplementeerd in de crisisorganisatie. Begin 2021 heeft het bestuur opdracht gegeven tot een evaluatie van de aanpak van de Covid-19 crisis door een externe partij. Momenteel wordt een definitieve onderzoeksopdracht geformuleerd. Daarnaast doen de Inspectie van Justitie en Veiligheid en de Onderzoeksraad onderzoek naar de aanpak van de Covid-19 crisis.
13.
Is er voldoende aandacht voor kennisoverdracht bij VRZ? Bijvoorbeeld bij de uitstroom van oudere medewerkers?
Als iemand met pensioen gaat wordt het werk overgedragen aan de teamleider of aan een naaste collega. Een nieuw aan te nemen collega wordt vervolgens ingewerkt op de taken die door vertrek van de collega zijn vrijgekomen. Als iemand op eigen verzoek met ontslag gaat, is soms de opzegtermijn maar kort en als iemand vervolgens nog verlof heeft staan is 11
de overdracht vaak per e-mail of via de teamleider voorhanden. Er vindt dus wel kennisoverdracht plaats, echter het is ook afhankelijk van wie er op de ontstane vacature wordt aangenomen. Een interne collega is vaak sneller ingewerkt omdat hij of zij de organisatie goed kent. Een externe collega heeft een langere inwerkperiode nodig. Vaak worden dan de taken binnen het team waargenomen en zodra de nieuwe collega is ingewerkt, worden de taken overgedragen aan de nieuwe collega. 14.
Op welke manier onderzoekt u de noodzaak om continue de eigen organisatie door te lichten op doelmatigheid?
Medio 2023 vindt bij VRZ een doeltreffendheidsonderzoek plaats middels een landelijke visitatie vanuit de veiligheidsregio’s (In de wet op de veiligheidsregio’s opgenomen). Dit zou eerst medio 2021 plaatsvinden, maar is uitgesteld als gevolg van Covid-19. Op dit moment loopt een onderzoek naar de samenwerking tussen GGD, VRZ en RUD. De resultaten van dit onderzoek worden in de tweede helft van 2021 opgeleverd. Hierna wordt bezien wat dit betekent voor de drie organisaties. Door voorgaand onderzoek vindt het doelmatigheidsonderzoek van Zeeuwse controllers plaats vanaf 2023. Tijdens het opstellen van het plan van aanpak taakstelling in 2019 zijn met alle leidinggevenden doelmatigheidsmaatregelen besproken. Door Covid-19 en de druk op de organisatie hierdoor, is een gedeelte van de uitvoering van dit plan nog niet gerealiseerd. Vanaf eind 2021, na de Covid-19 periode, wordt weer actief hierop ingezet door een functie/taakanalyse en door medewerkers actief hierbij te betrekken.
12
In het eerste halfjaar 2021 heeft een aanvulling op een benchmarkonderzoek door onderzoeksbureau Berenschot plaatsgevonden. Het betrof een aanvulling door Berenschot op basis van begroting 2022 t.o.v. begroting 2020 (oorspronkelijke benchmark begin 2020). Deze benchmark is uitgevoerd onder 12 veiligheidsregio’s. Door het uitbreken van de Covid-19 crisis had geen presentatie meer plaatsgevonden aan bestuur en raden. Het uitvoeren van een kostenevaluatie/benchmark is een wettelijke verplichting uit de Wet op de Veiligheidsregio’s. De benchmark wordt tezamen met het meerjarenbeleidsplan 2022-2025 medio juli 2021 aan de raden gezonden. Intern wordt verder gewerkt aan het realiseren van doelstellingen op meer uniforme gestructureerde wijze via optimaliseren van projectwerking. Regulier worden beleidsnotities/voornemens in het managementteam beoordeeld en daarnaast worden de invulling van vacatures en grotere inhuuropdrachten eveneens in het managementteam van VRZ beoordeeld op nut en noodzaak.
13