CVS gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme
Tekst van het document
Commissievoorstel Portefeuillehouder Afdeling Ambtelijk opdrachtgever Behandelaar Datum Nummer Onderwerp
D.P.W. Joppe Ruimte en Milieu (RenM) Afdelingshoofd RenM Dion van Eenennaam 24 februari 2021 397380 Commissievoorstel gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme
Voorstel We vragen de raadscommissie het voorstel Definities recreatie en 13% regeling Agenda Toerisme te bespreken. Graag horen wij of dit door de raadscommissie gedragen wordt. Inleiding Op 25 oktober 2018 heeft de raad de Agenda Toerisme 2018-2026 vastgesteld. In dit beleidsdocument zijn keuzes gemaakt op basis van onder andere de Zeeuwse Kustvisie. Wat betreft kwaliteitsverbetering is in de agenda opgenomen dat recreatiebedrijven die middels een planologische procedure aan herstructurering en/of omvorming dan wel plaatsing van eenheden doen, op termijn volledig moeten voldoen aan het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied, inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie. Onder deze 13% moet gerekend worden met de oppervlakte van eenheden per standplaats. De oppervlakte van een eenheid op een permanente standplaats is bijvoorbeeld (maximaal) 68m2. In de Agenda Toerisme wordt voor een stacaravan uitgegaan van 55m2 + een berging van 13m2. Centrale voorzieningen vallen niet onder het percentage van 13%. Deze regeling geldt niet alleen voor de kustzone, maar met vaststelling van de Agenda Toerisme voor het gehele eiland. We willen immers eilandbreed inzetten op (landschappelijke) kwaliteit.
In de afgelopen periode zijn er verschillende gesprekken met ondernemers en ontwikkelaars geweest die in grote of kleine mate in het kader van kwaliteitsverbetering willen herstructureren op hun terrein. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wijzigen van niet-permanente standplaatsen naar permanente standplaatsen. Op de permanente standplaatsen worden (veelal) stacaravans geplaatst. Deze omzettingsmogelijkheid is opgenomen in de Nota Kamperen 2013. De praktijk leert dat er regelmatig concepten bij ons aangeleverd worden die niet voldoen aan het ontwikkelkader verblijfsrecreatie en verzoeken voor realisering permanente kampeermiddelen onder de noemer van een stacaravan die volgens ons niet voldoen aan de definitie. Wij constateren dat het ontwikkelkader verblijfsrecreatie en de definitie van een stacaravan kennelijk onduidelijk is voor de ondernemers. Dit leidt tot discussies op details in plaats van kwalitatief goede plannen. Recente voorbeelden zijn de Julianahoeve, de Vliedberg, de Brem, Bonafide en de Karavaan. Op de Julianahoeve en de Brem zijn al eenheden met een verdieping geplaatst. Tot slot worden in dit voorstel ook de mogelijkheid van uitponden op kampeerterreinen behandeld. In de huidige Nota Kamperen is uitponden toegestaan.
Middels dit voorstel informeren wij u over verschillende vraagstukken en leggen wij u een aangepaste regeling en definitie voor die verwerkt kan worden in de geldende beleidskaders. Eerder heeft het presidium het voorstel terug gegeven aan het college omdat eerst afstemming met belangenorganisaties nodig was. De afgelopen periode is daarvoor gebruikt. De reacties van de instanties zijn als bijlage toegevoegd. Beoogd resultaat Door de raadscommissie gedragen uitgangspunten voor het gedeeltelijk aanpassen van de regelgeving Agenda Toerisme. Argumenten 1.1 De gemeenteraad is op de hoogte van de praktijksituaties waar ondernemers en gemeente tegenaan lopen.
In het document Regelgeving van de Agenda Toerisme is beschreven dat bedrijven die herstructurering en omvorming willen doorvoeren waarbij een planologische procedure nodig is, volledig moeten voldoen aan het ontwikkelkader, waaronder de 13% regeling voor invulling van verblijfsrecreatie. De afgelopen periode zijn er verschillende gesprekken geweest met bedrijven die in het kader van kwaliteitsverbetering alleen beperkte wijzigingen willen doorvoeren op hun kampeerterrein. In die gesprekken is aangegeven dat het terrein bij een planologische procedure (op termijn) in zijn geheel moet voldoen aan o.a. de 13% regeling. Dit blijkt een groot struikelblok voor ondernemers om plannen uit te kunnen voeren. Het betekent immers dat voor bijvoorbeeld het omzetten van niet-permanente standplaatsen naar permanente standplaatsen (op termijn) het totale terrein aangepast moet worden waarbij ook standplaatsen moeten worden ingeleverd ter versterking van de landschappelijke kwaliteit. Het versterken van de landschappelijke kwaliteit is een belangrijke basis van zowel de Kustvisie als de Agenda Toerisme. Bedrijven zien echter door de omvang van de opgave, herstructureren totale terrein in plaats van een deel, af van het uitvoeren van plannen waardoor de gewenste kwaliteitsverbetering en productvernieuwing niet wordt uitgevoerd. Daarnaast bestaat er onduidelijkheid over het begrip stacaravan.
De afgelopen periode hebben wij plannen ter beoordeling voorgelegd gekregen van eenheden die een oppervlakte hebben van 55m2 en een hoogte van 5 meter. De plannen die worden aangeleverd voldoen niet aan de definities. Om eenduidigheid te krijgen over dit type kampeermiddel wordt aanpassing van de definitie geadviseerd. Tot slot staat in de huidige definitie van een kampeerhuisje dat dit een eenvoudig gebouw moet zijn. De praktijk toont echter aan dat de kampeerhuisjes al lang niet meer eenvoudig zijn. De term eenvoudig staat ook haaks op ons beleid waarin we juist kwaliteitsverbetering en jaarrond recreatie nastreven. Om deze reden stellen we voor om ook de definitie van kampeerhuisje aan te passen. Onder argument 3.3 wordt de nieuwe definitie beschreven. 2.1 Ondernemers krijgen de mogelijkheid om kleinschalige aanpassing door te voeren Om het voor bedrijven mogelijk te maken om aan kwaliteitsverbetering te doen en jaarrond exploitatie door te voeren, stellen we voor om per kampeerterrein éénmalig een kleinschalige aanpassing en/of omvorming op toe te staan, zonder toepassing van het volledige ontwikkelkader. Deze voorgestelde regeling ziet er als volgt uit: Kampeerterreinen mogen éénmalig maximaal 10% van het aantal standplaatsen met een maximum van 25 eenheden omvormen naar een permanente standplaats of een kampeerhuisje.
De 13% regeling voor invulling van verblijfsrecreatie geldt voor deze eenmalige aanpassing niet voor het totale terrein, maar slechts voor het gedeelte waar planologisch de eenmalige aanpassing van toepassing is. De overige aspecten uit de Nota Kamperen voor het totale terrein zoals landschappelijke inpassing, standplaatsgrootte, parkeren en overige ruimtelijke aspecten gelden wel. We stellen voor een maximum van 25 standplaatsen aan te houden omdat dit aansluit bij de regeling kleinschalig kamperen. Wil een bedrijf meer dan 10% of 25 eenheden dan geldt het beleid zoals vastgesteld in het document Regelgeving van de Agenda Toerisme wel. Ook wanneer een bedrijf meer dan eenmalig een kleinschalige aanpassing wil doen dan geldt dit beleid. 2.2 De 13% regeling blijft gelden voor niet-kleinschalige omvorming of herstructurering Voor bedrijven met plannen die volledig willen omvormen of herstructureren blijft het beleid zoals vastgesteld dus gelden. Hiermee waarborgen we dat bij grootschalige omvorming en herstructurering de algehele kwaliteit van het recreatief product op dat terrein gaat voldoen aan de Zeeuwse Kustkwaliteit die we willen bereiken zoals opgenomen in de Zeeuwse Kustvisie en Agenda Toerisme. 3.1 Voorgeschiedenis stacaravan In januari 2008 heeft de raad een besluit genomen over de aanpassingen van de Nota Kamperen.
Eén van de punten in het voorstel was de hoogte van een stacaravan vast te stellen op 4 meter. De reden hiervan is dat de Recron van mening was dat de hoogte van 3,50 meter te beperkend was gelet op de standaard modellen van diverse leveranciers. Maar ook had de Recron bedenkingen bij de hoogte van 3,50 meter gelet op de wens om tot kwaliteitsverbetering te komen. De raad heeft echter niet ingestemd met de voorgestelde hoogte van 4 meter. Middels een amendement van het CDA en Leefbaar Schouwen-Duiveland is het raadsvoorstel gewijzigd en is een maximale hoogte van 5 meter toegestaan. Als argumentatie is toen gebruikt dat het vergunningvrij bouwen in het Besluit
Omgevingsrecht (BOR) maximaal 5 meter zonder vergunning mogelijk maakt. Van deze BOR mogelijkheid kan gebruik gemaakt worden als de bouwhoogte van 5 meter ook is toegestaan in het vigerende bestemmingsplan. In de huidige vigerende bestemmingsplannen is hier rekening mee gehouden. 3.2 De huidige definitie stacaravan en kampeerhuisje is op verschillende manieren interpreteren De huidige definitie van een stacaravan luidt als volgt: 'een kampeermiddel uit één niet-samengesteld geheel, die in zijn geheel zelfstandig (over de weg) vervoerd kan worden met een maximale oppervlakte van 55m2 en maximaal 5 meter hoog, gemeten vanaf het afgewerkt bouwterrein.' De definitie is zo opgesteld dat bedoeld wordt dat een stacaravan in één geheel vanuit een willekeurige locatie zelfstandig over de weg (op een dieplader) vervoerd kan worden. De hoogte van het transport moet onder viaducten en Verkeer Regel Installaties (VRI's) door kunnen. Een stacaravan van 5 meter + chassis met wielen + de dieplader, kan dit naar onze mening niet. Een stacaravan moet tevens een mobiel kampeermiddel blijven met een dissel en een chassis voorzien van wielen. Voldoet het object hier niet aan dan is er nu sprake van een kampeerhuisje. Voorbeelden van een kampeerhuisje zijn een L-vorm, een verblijf met verdieping of andere samengestelde constructies. Ondernemers interpreteren de definitie op een andere manier.
In de praktijk worden eenheden op een dieplader naar het terrein gebracht en met een kraan op de juiste plek gezet. Er zijn ook voorbeelden waarbij de eenheden vanwege de hoogte per schip naar de Brouwersdam worden gebracht en daarna per dieplader naar het kampeerterrein worden vervoerd. Deze eenheden hebben een chassis en zijn tijdens het transport voorzien van een stalen frame. Het stalen frame is voorzien van wielen om plaatsing te vergemakkelijken. Eenmaal geplaatst wordt het stalen frame verwijderd. Volgens de ondernemers staat namelijk nergens beschreven dat de stacaravans volledig zelfstandig over de weg moeten kunnen rijden. Echter deze eenheden zijn niet voorzien van een dissel en een chassis voorzien van wielen. Daarmee voldoen dit type eenheden aan de huidige vastgestelde definitie van stacaravan. Ondernemers verbazen zich over het feit dat de definitie een hoogte toestaat waarvan wij zeggen dat het in de praktijk niet voldoet. Dit leidt tot discussies op details en geen gesprekken over kwalitatief goede plannen. 3.3 De nieuwe definitie is duidelijk en in de praktijk uitvoerbaar Om te komen tot een duidelijk kader voor de ondernemers en op het gebied van een goede ruimtelijke ordening en handhaving stellen we voor de definities van een stacaravan en kampeerhuisje aan te passen.
De nieuwe definities komen als volgt te luiden: Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot max. 55m2: • Naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar; • Maximaal 5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • Maximaal twee bouwlagen gemeten vanaf het maaiveld; • Geen bouwlaag onder het maaiveld. Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot max. 75m2: • Maximaal 30% van aantal permanente standplaatsen, met maximum van 100; • Mag aard en nagelvast duurzaam met de grond verbonden zijn; • Maximaal 5,5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • Maximaal 250m3. De hoogte van de recreatieve eenheden wordt gemeten vanaf het maaiveld waarbij 6-8 meetpunten worden gebruikt. Het maaiveld is de hoogte (ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan) van de direct omliggende grond van het recreatieobject, kunstmatige ophogingen of verlagingen niet meegerekend. Met deze definities komen de termen stacaravan en kampeerhuisje te vervallen. Hieronder gaan wij in op de achterliggende motivatie. Aangepaste definitie stacaravan (gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55m2) De nieuwe definitie impliceert dat de verplichting bij een stacaravan van chassis, wielen en een dissel komt te vervallen. Dit kan ook. Ruimtelijk maakt het voor de impact, uitstraling en beleving namelijk niet uit of een recreatieobject is voorzien van een chassis met wielen en een dissel.
Door behoud van de eis dat een gebouw tot 55m2 in één geheel verplaatsbaar moet zijn, blijft in het kader van het bestemmingsplan sprake van een mobiel recreatieobject dat gemakkelijk van de standplaats is te verwijderen/verplaatsen. De onduidelijkheden in de huidige definitie worden in de nieuwe definitie weggenomen.
Met deze nieuwe definitie sluiten ook aan bij de regels die gelden in de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). Door te stellen dat een gebouw tot 55m2 naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar is, is geen sprake van een pand in de zin van de BAG. In de BAG wordt dezelfde regeling gebruikt. Per geval moet wel beoordeeld worden of het object aansluit bij de BAG. De situatie veranderd niet ten opzichte van de huidige situatie. Gebouwen tot 75m2 (kampeerhuisje) zijn net als in de huidige situatie wel een BAG pand. Wanneer de nieuwe definitie is opgenomen in het bestemmingsplan dan is een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55m2 (de voormalige stacaravan), dat past in het bestemmingsplan, vergunningvrij. Wel kan het zo zijn dat een vergunning op grond van de wet Natuurbescherming nodig is. De provincie is hierin bevoegd gezag. Aangepast definitie Kampeerhuisje (gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 75m2) In de huidige definitie van een kampeerhuisje is nu nog opgenomen dat sprake moet zijn van een eenvoudig gebouw. De praktijk wijst echter uit dat geen sprake is van eenvoudige gebouwen. Kampeerhuisjes zijn voor het merendeel luxe recreatieobjecten van alle gemakken voorzien en gemaakt van hoogwaardige materialen. Een reden om de term eenvoudig te laten vervallen.
Anders dan een gebouw tot 55m2 hoeft een gebouw tot 75m2 niet in één geheel verplaatsbaar te zijn. Dit komt overeen met de huidige definitie. Gebouwen tot 75m2 mogen anders dan bij de gebouwen tot 55m2 aard en nagelvast duurzaam verbonden met de grond gebouwd worden. Dit wil zeggen dat de gebouwen op een fundering ter plaatse gebouwd mogen worden. In veel gevallen is voor een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 75m2 een omgevingsvergunning nodig. Deze passen namelijk niet rechtstreeks in het bestemmingsplan. Er moet eerst een wijzigingsprocedure worden doorlopen. 3.4 Er is sprake van differentiatie Door in de definitie van de stacaravans vast te houden aan een hoogte van maximaal 5 meter, wordt de differentiatie in omvang en verschijningsvorm ten opzichte van de gebouwen tot 75m2 geborgd. Binnen een kampeerterrein zijn dus verschillende type eenheden mogelijk die qua maatvoering, uitstraling en beleving anders zijn. Daarnaast is er ook differentiatie tussen kampeerterreinen en recreatiewoningenterreinen aangezien recreatiewoningen niet beperkt worden door het aantal m3. De gebouwen tot 75m2 (de huidige kampeerhuisjes) op een kampeerterrein mogen maximaal 250m3 zijn. Daarnaast mag een recreatiewoning een hogere maximale hoogte hebben.
De maximale goot- en bouwhoogte van recreatiewoningen variëren van een goothoogte van 4 en een bouwhoogte van 8 terwijl een kampeerhuisje maximaal 5,5m hoog mag zijn. 4.1 Verwerking in het beleid is noodzakelijk In het huidige beleid zijn de oude definities nog opgenomen. De nieuwe definities moeten verwerkt worden in het beleid zodat duidelijk is wat het beleidskader is voor het opstellen van bestemmingsplannen en het toetsen van ontwikkelingsplannen. Tevens is de regeling voor kleinschalige ontwikkeling op reguliere kampeerterreinen volledig nieuw. Deze regeling moet daarom worden opgenomen in het beleid. 5.1 Uitponden blijft onder voorwaarden mogelijk Het uitponden van kampeerterreinen wordt gezien als een mogelijkheid om geld te genereren waarmee uitvoering wordt gegeven aan plannen of gegenereerde gelden worden anders aangewend. De praktijk laat zien dat op kampeerterreinen waarbij sprake is van uitgeponde percelen problemen ontstaan wanneer een ondernemer wil herstructureren. Indien een kampeerterrein niet meer voldoet aan de vraag en wensen van de gast is het zeer lastig, zo niet onmogelijk, om te komen tot een volledige herstructurering. Als een en ander juridisch niet goed is geborgd, kan iedere eigenaar van een perceel immers zelf bepalen wat hij of zij met het eigendom doet binnen de grenzen van het bestemmingsplan.
Het gevolg is dat individuele eigenaren niet meegaan in een herstructurering met als gevolg dat de kwaliteit van het recreatief product niet meer aansluit bij de wens van de gast en de doelstellingen van de gemeente, vooral wat betreft de kwaliteit van de openbare ruimte op het kampeerterrein. Aan het uitponden van kampeerterreinen moeten dus wel voorwaarden wel gesteld.
Het belangrijkste hierbij is dat het eigendom van het totaal na een maximale termijn de eigenaar van het campingterrein weer de zeggenschap heeft over alle uitgeponde percelen. Dit in verband met het aansluiten van het recreatieve product op de marktvraag. Hier wordt dus ook een maximale termijn bij gesteld. De termijn bedraagt maximaal 30 jaar waarbij alle overeenkomsten (ook bij tussentijdse overdracht) allemaal dezelfde einddatum hebben. Bijvoorbeeld :als in juni 2021 een terrein wordt uitgepond dan lopen alle overeenkomsten op juni 2051 af. Wanneer iemand tussentijds overdracht is ook voor deze nieuwe overeenkomst de einddatum juni 2051. Mogelijkheden om op deze manier uit te ponden is bijvoorbeeld een huur gebonden opstalrecht. 6.1 Afstemming met betrokken partijen heeft plaatsgevonden Naar aanleiding van de behandeling van het eerdere voorstel door de gemeenteraad hebben wij ambtelijk overleg gevoerd met betrokken instanties. Het gaat om: 1. HISWA-Recron; 2. Zeeuwse Milieu Federatie; 3. Bescherm de Kust; 4. Stad en Lande; 5. Natuur- en vogelwacht; 6. Duinbehoud; 7. Natuurmonumenten. Deze partijen hebben gereageerd op de inhoud van het besluit wat eerder door het college is genomen. HISWARECRON heeft een zelfstandige reactie gegeven. De andere partijen hebben zich verenigd in één reactie. De reacties zijn terug te vinden in de bijlagen.
De strekking van de reacties is: HISWARECRON 1. Kan zich vinden in het voorstel voor de 13% regeling; 2. Ziet de naam gebouw voor recreatief nachtverblijf gewijzigd naar accommodatie voor recreatief nachtverblijf; 3. Kan zich niet vinden in het verbod op een tweede bouwlaag; 4. Vraagt of een regeling voor overkappingen ook mogelijk is; 5. Wil geen volledig verbod op uitponden maar wil maatwerk oplossingen; 6. Vraagt hoe het zit met groepsaccommodaties. Wij reageren op de ingebrachte punten: 1. Wij hebben juist gekozen voor de term gebouw aangezien er hier ook volgens de wet sprake van is. Dit om te voorkomen dat er wel allerlei verschillende typen accommodaties beschreven worden. De term accommodatie dekt ook de lading, echter is dat geen term die in de wet genoemd wordt. 2. Het college heeft besloten dat twee bouwlagen in de nieuwe definitie zijn toegestaan. 3. Een regeling voor overkappingen is naar de mening van het college nodig. Hiervoor wordt samen met de sector een opzet voor gemaakt. 4. Het college deelt de mening dat uitponden onder voorwaarden mogelijk blijft. 5. Dit voorstel ziet niet op groepsaccommodaties. Deze moeten niet op standplaats gerealiseerd worden. Het huidige beleid maakt groepsaccommodaties niet direct mogelijk. Wanneer een ondernemer groepsaccommodaties wil realiseren zal hier per geval een afweging worden gemaakt.
Dit hoeft geen onderdeel te zijn van het voorliggende voorstel. Samenwerkende natuurpartijen 1. De hoogte voor een gebouw tot 55m2 beperken tot maximaal 4 meter hoog; 2. Voeg toe dat bij een gebouw tot 75m2 geen kelder is toegestaan ivm waterhuishouding kustzone; 3. Maak onder voorwaarden een dakterras mogelijk maar niet aan de rand van het terrein. De vloerhoogte van het dakterras niet hoger dan 4 meter; 4. Wacht met de regeling kleinschalige omvorming tot het behoefte onderzoek is uitgevoerd. Of als u niet wil wachten beperkt het aantal dan tot 10 eenheden; 5. Situeer geen gebouwen tot maximaal 75m2 en maximaal 5,5 meter hoog aan de randen van het terrein; 6. Neem in de vergunningverlening een bepaling op voor een adequate landschappelijke inpassing o.a. ook de hoogte van de beplanting, termijnen en sancties; 7. Verplicht grondonderzoek voor grond die gebruikt wordt ten behoeve van landschappelijke inpassing; Daarnaast hebben deze partijen nog een aantal punten meegegeven waar het raadsvoorstel niet op ziet:
• • •
Neem voor herstructureringen van recreatieterreinen circulariteit als voorwaarde op in het gemeentelijk beleid; Neem circulair bouwen als voorwaarde op voor het plaatsen van gebouwen tot 75m2; Betrek de samenwerkende organisaties bij het opstellen van de vraagstelling van het behoefte onderzoek recreatie.
Hieronder een reactie: 1. Het college heeft eerder besloten om vast te houden aan een hoogte 5 meter. 2. Het grondwater in de kustzone kan een beperking opleveren voor een kelder. Dit moet blijken uit een natuuronderzoek. Of er negatieve effecten zijn hangt bijvoorbeeld af van de manier van bemalen. Wij vinden het niet wenselijk om een kelder op voorhand te verbieden. Daarnaast is Schouwen-Duiveland groter dan alleen de kustzone. In bijvoorbeeld Bruinisse hoeft grondwater geen probleem te zijn. 3. Een dakterras is binnen de huidige geldende definities al mogelijk. Een dakterras moet vanwege de veiligheidsvoorschriften zijn voorzien van een hekwerk. De hoogte van het hekwerk moet meegenomen worden in de totale bouwhoogte. Op voorhand hier een regeling opnemen is niet wenselijk. Een ontwikkeling in de nabijheid van een natuurgebied moet altijd onderzocht worden. Daarin moet ook een eventueel dakterras worden onderzocht. Niet in alle gevallen heeft een terras dus een negatief effect op een natuurgebied. 4. Het huidige beleid en de bestemmingsplannen bieden al mogelijkheden om middels een wijzigingsprocedure herstructurering te realiseren. Met het vaststellen van de Agenda Toerisme moet bij deze procedures ook een behoefte onderzoek worden uitgevoerd. De uitvoerbaarheid van de ontwikkeling wordt dan onderzocht. Het wachten op het algemene behoefte onderzoek is dus niet nodig.
Al moet dat wel antwoord geven op de totale behoefte op Schouwen-Duiveland. 5. Net als eerder aangegeven is een gebouw van maximaal 5,5 meter aan de rand van een terrein niet altijd een probleem. Uit een natuuronderzoek moet blijken of sprake is van negatieve effecten. De randen zijn voor ondernemer en recreant juist interessant voor het plaatsen van hogere eenheden. Door het op voorhand uit te sluiten worden de mogelijkheden voor veel ondernemers op SchouwenDuiveland beperkt. Het is daarom juist zaak om in te zetten op een goede landschappelijke inpassing. Een landschappelijke inpassing die rekening houdt met de wensen van de ondernemer, dag- en verblijfsrecreant en het natuurgebied. Plannen voor landschappelijke inpassing moeten meer maatwerk worden. We hebben gezien bij andere trajecten dat de samenwerkende partijen bereid zijn om daar over mee te denken. 6. Bij onze procedures speelt landschappelijke inpassing al een grote rol. Naast de bestuursrechtelijke mogelijkheden leggen we de afspraken ook vast in een privaatrechtelijke overeenkomst. De punten die worden ingebracht worden dus al betrokken bij de plannen. De overige punten zien niet op het voorliggende raadsvoorstel en doen wij u dus ook ter kennisgeving toekomen. Naast de HISWARECRON en de samenwerkende partijen hebben wij ook reacties ontvangen van individuele ondernemers.
De strekking van de reactie is dat zij van mening zijn dat we niet tussentijds de regels kunnen veranderen ivm plannen die worden uitgewerkt door de bedrijven. Daarbij gaat het met name om het verbod op een tweede bouwlaag. Uit deze reactie blijkt wel dat de huidige verschijningsvorm van de geplaatste stacaravans niet voldoen aan de huidige definitie uit het bestemmingsplan vanwege het ontbreken van een dissel en een chassis voorzien van wielen. Het staat de gemeente vrij om tussentijds regels aan te passen. In dit geval bieden de nieuwe definities ruimte voor andere vormen van recreatie. Een chassis met wielen e.d. is namelijk niet meer verplicht. Dit biedt ondernemers flexibiliteit. We snappen dat ondernemers plannen hebben. Daarom is in dit voorstel ook een overgangsbepaling opgenomen. De overgangsbepaling geldt echter alleen voor plannen die nu passen in de huidige definities. Op basis van de ingediende reactie komen wij ambtelijk tot de conclusie dat de reeds geplaatste eenheden daar niet aan voldoen. Ze zijn dus niet vergunningvrij. De ondernemer zou daarmee niet onder de overgangsbepaling vallen. In de vertrouwelijke bijlage is de reactie van de ondernemer opgenomen. 7.1 Planologische vertaling van het beleid is noodzakelijk Naast de vertaling in het beleid is het ook noodzakelijk om een planologische vertaling in een bestemmingsplan te maken.
Dit kan door middel van een paraplu bestemmingsplan die voor heel Schouwen-Duiveland geldt. Uw raad ontvangt een apart voorstel over een bestemmingsplan zodra de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de beleidslijn en het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld.
8.1 Er zijn plannen en verzoeken ingediend voordat er een besluit wordt genomen Zolang een paraplu bestemmingsplan voor de planologische vertaling niet in werking is getreden, blijft het toetsingskader uit het huidige beleid en bestemmingsplannen gelden. Het is dus mogelijk dat ondernemers plannen opstellen die passen binnen de huidige planologische regeling. Op dit moment zijn ook al plannen ingediend waarbij aansluiting wordt gezocht bij het huidige beleid en planologische regime. Dit wil zeggen dat de stacaravans een chassis met wielen en een dissel moeten hebben en in zijn geheel zelfstandig over de weg te vervoeren zijn. We stellen voor om hiervoor een overgangsbepaling op te nemen. Deze luidt als volgt: Voor deze projecten geldt dat het toetsingskader wel ingezet kan worden voor een nadere toetsing, maar niet als belemmering kan optreden in het verdere proces. Het gaat om projecten waarbij: • Er voor d.d. raadsbesluit een principeverzoek is ingediend en het college (onder voorwaarden) besloten een positieve grondhouding aan te nemen op basis waarvan de initiatiefnemer het plan verder kan uitwerken. • Er voor d.d. raadsbesluit een planologische procedure is gestart. • Er voor d.d. raadsbesluit door de initiatiefnemer kan worden aangetoond dat eenheden vergunningvrij gerealiseerd kunnen worden.
Beslispunten Indien uw commissie zich kan vinden in bovengenoemde argumenten, dan zullen wij de raad met een raadsvoorstel voorstellen: 1. Kennis nemen van situaties waarbij discrepantie bestaat tussen de praktijk en het recreatief beleid; 2. Instemmen met een aangepaste regeling voor een kleinschalige omvorming van kampeerterreinen waarbij de eis van 13% invulling verblijfsrecreatie voor het totale terrein niet geldt; 3. Instemmen met een nieuwe definitie ter vervanging van stacaravans en kampeerhuisjes op kampeerterreinen; 4. De aangepaste regeling en definities verwerken in het document Regelgeving van de Agenda Toerisme en de Nota Kamperen 2013; 5. Toestaan van uitponden onder voorwaarden. 6. Kennis nemen van de reacties van betrokken partijen; 7. De aangepaste regeling en definities verwerken in een paraplu bestemmingsplan voor SchouwenDuiveland; 8. In het beleid een overgangsbepaling opnemen voor lopende plannen en procedures. Aan de hand van de bespreking in de commissie bekijken wij uiteraard of de beslispunten nog bijstelling en / of aanvulling behoeven. Communicatie Na het besluit van de raad worden de betrokken partijen geïnformeerd. Uitvoering Na het vaststellen van de uitgangspunten voor de gedeeltelijk aanpassing van de regelgeving Agenda Toerisme wordt het voorstel voorgelegd aan de raad. Bijlagen 1. Reactie samenwerkende partijen; 2.
Bijlage bij reactie samenwerkende partijen; 3. Reactie HISWA-Recron; 4. Vertrouwelijke bijlage reactie ondernemer. Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester