CVS Concept gebiedsvisie Moermondse Gravelinge
Tekst van het document
Raadsvoorstel Urgentie
Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Hoog, Het is wenselijk om voor de zomer de inspraakprocedure te kunnen houden. Reden waarom het wenselijk is dat de raadscommissie Ruimte en Economie het concept van de gebiedsvisie bespreekt in de vergadering van 10 mei 2021. Concept gebiedsvisie Moermondse Gravelinge 432882 20 april 2021 Externe communicatie Ruimte en Milieu (RenM) A.M.J. van Burg D.P.W. Joppe Afdelingshoofd RenM
Voorstel 1. Commissie Economie en Ruimte verzoeken om input te geven op het concept van de gebiedsvisie 'Moermondse Gravelinge' voor het aandachtsgebied Rampweg e.o., zodat dat kan worden betrokken in een conceptversie die kan worden vrijgegeven voor de inspraakprocedure. Inleiding In 2018 zijn we gestart met de opgave om gebiedsvisies op te stellen voor de aandachtsgebieden in de Zeeuwse Kustvisie. De opgave is om te komen tot een gezamenlijk gedragen streefbeeld waarin invulling wordt gegeven aan het maken van een nieuw landschap, waarin ruimte kan worden gecreëerd voor de herstructurering van verblijfsrecreatie. In het proces van totstandkoming hebben we in 2018 samen met inwoners de sterkte/zwakte analyse opgesteld. Vervolgens is met stakeholders (grondeigenaren, ondernemers/initiatiefnemers) en met de gebiedspartners (partners uit de Zeeuwse Kustvisie) de gebiedsanalyse uitgevoerd en een concept van het streefbeeld gemaakt. Destijds was al vrij snel consensus over het uitgangspunt van het landschap in dit gebied, waarin een kreken en lanenstructuur als landschappelijke dragers afwisselend met bosontwikkeling de binnenduinrand kan versterken. Ook de gemeenteraad is in die fase een aantal keer beeldvormend betrokken bij de concepten. Er is voor gekozen om het proces van het opstellen van de gebiedsvisies on hold te zetten. We hebben dat in 2019 hervat.
In de vervolgfase is veel aandacht en tijd besteed aan de beleidsuitwerking samen met stakeholders en gebiedspartners. De opgave is immers niet alleen om gezamenlijk een streefbeeld te maken. In de uitvoering gaat het om een integrale gebiedsontwikkeling. De opgave zoals in de Zeeuwse Kustvisie beschreven is om samen te werken in de verdere planvorming en realisatie op basis van gelijkwaardigheid. Dat betekent dat je met elkaar spelregels nodig hebt, aan de hand waarvan de verdere planvorming en uiteindelijke realisatie kan worden opgepakt. In de afgelopen maanden heeft een aantal ondernemers hun ideeën voor kwaliteitsverbetering van bestaande recreatiebedrijven en nieuwe planontwikkeling op basis van de opgave van herstructurering getoetst aan de concept spelregels. Wij hebben u daarover via een raadsbrief van 15 december 2020 geïnformeerd (zaaknummer 368970) Het concept van de gebiedsvisie Moermondse Gravelinge dat nu voor u ligt is het resultaat van een gezamenlijk proces met gebiedspartners, grondeigenaren en ondernemers die plannen willen maken en ook willen investeren om dit nieuwe landschap tot stand te brengen.
Pagina 1 van 4
Wij geven uw raadscommissie Ruimte en Economie graag de gelegenheid om nog eventuele input te leveren op het concept, voordat wij een definitief concept vaststellen en vrijgeven voor de inspraakprocedure, zodat inwoners en andere betrokkenen hun inbreng kunnen leveren. Beoogd resultaat Het verkrijgen van input van de raadscommissie op het concept, zodat dat kan worden betrokken in een definitief concept voordat de inspraakprocedure start. Argumenten Hieronder geven we op een drietal punten aan wat we met deze gebiedsvisie kunnen bereiken en hoe. 1.1 Het voorgestelde streefbeeld voor het nieuwe landschap biedt kansen voor het versterken van de Zeeuwse Kwaliteitskust. Het landschappelijk streefbeeld haakt aan op de voormalige kreek de Gravelinge die in het gebied heeft gelegen. Een open landschap met kreken en poelen afgewisseld met zones die verdicht zijn door bos en lanen langs de wegen geven het gebied een karakter dat aansluit bij het coulissenlandschap van de binnenduinrand in het Zoomgebied. De gesloten landschapsdelen in het streefbeeld kunnen ruimte bieden aan recreatieve ontwikkelingen.
Het voorliggende streefbeeld voor het nieuwe landschap is zo opgezet dat het dat vereiste sterke landschap kan worden waarin een gedifferentieerd recreatief product met een eigen Zeeuwse identiteit kan worden ontwikkeld, op een zodanige wijze dat verblijf, beleving en natuur met elkaar vervlochten zijn. De strategie die in de kustvisie wordt voorgestaan als ‘het produceren van landschap’ is er een waarbij het verblijfsrecreatieve terrein wordt doorweven met groen. Zo neemt de belevingswaarde toe. 1.2 De voorgestelde strategie via de spelregels en inspiratieregels biedt kansen om het nieuwe landschap te maken. In de gebiedsvisie is niet alleen een gewenst streefbeeld voor het nieuwe landschap opgenomen, belangrijk is immers ook dat het streefbeeld met elkaar wordt gemaakt. De spelregelsets in hoofdstuk 6 (Van Visie naar Uitvoering) bieden daarvoor het kader en handvatten. Voor het totale aandachtsgebied geldt een maximale verblijfsrecreatieve bestemming van 30% van de oppervlakte. Van de totale oppervlakte moet minimaal 70% landschap/natuur worden. De twee bestaande bedrijven tellen mee in de oppervlakte van 30%. In de bestaande situatie is beperkt natuur ontwikkeld. Resteert voor de uitvoering van de gebiedsvisie nog 11,6 hectare voor verblijfsrecreatie, waarvan 13% verblijfsrecreatief mag worden bebouwd (kader volgens Kustvisie en Agenda Toerisme).
Belangrijke opgave vanuit de Zeeuwse Kustvisie is om in te zetten op unieke concepten, niet meer herhalen van wat er al is. Als we nog stappen zetten voor ontwikkelingen aan de Zeeuwse kust, dan zetten we in op kwaliteiten en het versterken van het Schouwse DNA. Dat kan worden bereikt door middel van verwevenheid van recreatie en landschap. Om dat te kunnen bereiken binnen de bovengenoemde kaders die voor dit gebied gelden, is een spelregelset ontwikkeld, waarbij 20% van de 70% oppervlakte voor landschap- en natuurontwikkeling kan worden ingezet voor het ontwikkelen van unieke recreatieve concepten. De inzet van die 20% noemen we 'Landschap B'. De overige 50% landschap- en natuurontwikkeling noemen we 'Landschap A'. In het landschappelijk streefbeeld zijn ontwikkelzones opgenomen, waarbinnen ruimte kan worden gegeven voor de ontwikkeling van verblijfsrecreatieve concepten aangevuld met 'Landschap B'. Alles daarbuiten is uitsluitend landschap/natuurontwikkeling, zonder verblijfsrecreatie. Voor iedere initiatiefnemer geldt dat die in alle gevallen maximaal 30% verblijfsrecreatie in de planontwikkeling kan betrekken en daarmee ook 70% landschap. Iedere initiatiefnemer produceert daarmee ook 'Landschap A'. 1.3 De ontwikkeling van het gebied volgens het streefbeeld biedt kansen voor unieke concepten en marktvergroting.
Pagina 2 van 4
Bij het maken van deze gebiedsvisie is ook marktonderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek biedt inzicht in de kansen voor het ontwikkelen van dit gebied, met een gedifferentieerd recreatief product. Daarbij is ook inzicht geboden in het potentiële toeristisch-recreatieve programma (hoofdstuk 5) en of het streefbeeld dat programma kan dragen. Dat kan, al is bij de nadere uitwerking aandacht nodig voor het uiteindelijke programma in relatie tot het maximum van 30% verblijfsrecreatie en daarbinnen maximaal 13% verblijfsrecreatieve bebouwing. De diverse ondernemers/initiatiefnemers hebben ideeën over het voor hen gewenste programma inzichtelijk gemaakt. Daaruit volgt dat op een hotelontwikkeling na, een gedifferentieerd programma in het gebied zou kunnen ontstaan. Vanzelfsprekend dient iedere ondernemer/initiatiefnemer bij de verdere planvorming de eigen marktonderbouwing op te stellen. Om in het gebied de gewenste Zeeuwse Kwaliteitskust te kunnen realiseren en om de verblijfsconcepten die men wil ontwikkelen kansrijk te maken is een ontwikkelkader gemaakt dat handvatten biedt voor ondernemers bij het nader uitwerken/opstellen van hun plannen. 2.1 Het is wenselijk om voor het vaststellen van het definitief concept de input van de raadscommissie te verkrijgen.
In 2018 en in 2019 is de gemeenteraad een aantal keer via beeldvormende bijeenkomsten betrokken bij de tussentijdse stand van zaken. Eventuele vragen/opmerkingen zijn betrokken in het vervolgproces. De gemeenteraad heeft met ingang van 2020 afstand genomen van het BOB vergadersysteem en heeft gekozen voor de mogelijkheid van het leveren van input via commissievoorstellen door uw college. Reden waarom we voorstellen om de raadscommissie Ruimte en Economie input te leveren op het voorliggende (pre)concept.
Kanttekeningen 1.1 Het ontwikkelen van het gebied vereist een integrale aanpak. De transformatie van een gebied dat nu in hoofdzaak nog landbouwkundig in gebruik is naar een gebied voor natuur- en landschapsontwikkeling met recreatie vraagt om een integrale aanpak. Alleen al het feit dat een waterhuishoudkundig plan nodig is voor het gehele gebied, vereist dat alle betrokkenen daar samen aan werken. Daarnaast geldt dat het voorgestelde landschappelijk streefbeeld voor het gehele niet worden bereikt op basis van het uitgangspunt dat iedere ondernemer moet voldoen aan de gelijke verhoudingen van het realiseren van 30% verblijfsrecreatie en 70% landschap. Het gebied is groter. Het is daarmee nadrukkelijk van belang dat de overheid ook meewerkt en meebetaalt aan de opgave om landschap/natuur te realiseren. Wil deze gebiedsvisie uiteindelijk uitvoerbaar zijn, dan moeten daarin ook stappen worden gezet. 1.2 Stikstofdepositie is een serieus aandachtspunt Het is inmiddels niet onbekend dat het Natura2000-gebied Kop van Schouwen tal van (bijna) overbelaste habitattypen kent. Dat betekent dat uitvoering geven aan de gebiedsvisie met verblijfsrecreatieve ontwikkelingen in het gebied bij de Rampweg afhankelijk is van het antwoord op de vraag of voor het totale gebied kan worden voldaan aan de eisen die de Wet natuurbescherming daaraan stelt.
Enerzijds kan transformatie leiden tot salderen van stikstofemissie, doordat landbouwgrond uit productie wordt genomen en natuur/landschap wordt ontwikkeld. Daar staat ook tegenover het toevoegen van functies die weer bijdragen aan extra stikstofemissie. Voor de reeds overbelaste habitattypen in Natura2000-gebied Kop van Schouwen geldt dat er geen ruimte meer is om verkeersbewegingen op de Rampweg toe te voegen. Een toevoeging van 2 tot 6 verkeersbewegingen zorgt al voor een stikstofdepositie op overbelaste habitattypen. Gelet op het feit dat een verkeersstudie nodig is als nadere uitwerking, is het advies om daarin ook het onderzoek te betrekken naar het autoluw maken van de Rampweg. 1.3 Spelregels versus inspiratieregels. Pagina 3 van 4
In de uitvoering is het van belang dat zowel de spelregels als inspiratieregels worden gevolgd. Het samenspel biedt waarborg voor het maken van een goed functionerend en aansluitend integraal landschap. Voorkomen moet worden dat verschillende werelden gaan ontstaan. Om die reden is samenwerking in de verdere uitvoering van de plannen niet alleen gewenst maar ook noodzakelijk. Communicatie Het commissievoorstel is extern openbaar. We bieden de mogelijkheid aan om indien het presidium dat wenst om een informatieve presentatie te geven aan de raadscommissie over de inhoud van het concept van de gebiedsvisie.
Bijlagen Concept gebiedsvisie Moermondse Gravelinge Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 4 van 4