Concept reactie Zienswijze 16
Tekst van het document
Zienswijze 16
Betreft: conceptreactie op zienswijze inzake concept Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Burgh-Haamstede
Geachte heer/ mevrouw,
Van u hebben we een zienswijze met bijlagen ontvangen. U ontvangt hierbij het concept van onze reactie op uw zienswijze. Dit concept wordt aangeboden aan de raad en behandelt in de commissievergadering van 6 maart en in de raad van 23 maart. Na de raadsvergadering van 23 maart ontvangt u de definitieve reactie. U reageert met uw zienswijze op het concept van het Stedenbouwkundig plan voor de Dorpsas Burgh – Haamstede. Bij het concept van het Beeldkwaliteitsplan Burgh-Haamstede plaatst u geen opmerkingen. Graag gaan we in op de punten die u aandraagt in uw zienswijze. Hierbij houden we de volgorde aan van uw zienswijze. 1. U geeft aan dat het voorliggende concept geen stedenbouwkundig plan is en geen enkele juridische status heeft. U geeft daarbij een uiteenzetting over wat een stedenbouwkundig plan is en geeft aan dat ook na vaststelling van het stedenbouwkundig plan geen uitvoering aan het stedenbouwkundig plan kan worden gegeven, zolang geen structuurvisie en bestemmingsplan (of documenten met een soortgelijke juridische status als in de Omgevingswet) zijn vastgesteld. U waarschuwt bovendien voor vertraging. Zoals u heeft gelezen, richt het stedenbouwkundig plan zich primair op de inrichting van de openbare ruimte van de ‘Dorpsas’ en van de kernen Burgh en Haamstede.
Het stedenbouwkundig plan is een logisch vervolg op de eerdere studies vastgelegd in onder andere de ‘Dorpsvisie Burgh-Haamstede’ (2020) en de ‘Cultuurhistorische en landschappelijke analyse’ uit 2021. Het plan vertoont een directe inhoudelijk samenhang met het ‘Beeldkwaliteitsplan’, dat tegelijk met het concept van het stedenbouwkundige plan ter inzage ligt. Het concept van het stedenbouwkundig plan is tot stand gekomen in goed overleg en in open dialoog met de projectgroep en de werkgroep, die daarvoor specifiek zijn opgericht. Met de terinzagelegging voldoet het college aan de wens van de raad om de bewoners en betrokkenen de mogelijkheid te geven te reageren op de voorliggende plannen. De reacties worden verwerkt, waarna het plan aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden. Daarna zal een eerste deel van plan worden uitgewerkt tot concrete inrichtingsplannen per deel van de dorpsas, te beginnen met de Noordstraat/Ring/Weststraat. Aangezien het hier de inrichting van de openbare ruimte betreft, ontstaat pas op het moment dat een (omgevings-)vergunning of aanpassing van het bestemmingsplan voor de inrichting van het deelgebied noodzakelijk is een juridisch document in de zin van de Wet op de ruimtelijke ordening. Voor de inrichting van de openbare ruimte vormt het stedenbouwkundig plan wel inhoudelijk, maar juridisch niet de basis.
Dat laatste is in dit geval ook niet nodig. De kans op vertraging, die u schetst in uw zienswijze, is pas aan de orde, indien er bezwaar en beroep wordt aangetekend tegen ruimtelijke procedures voor de inrichting van deelgebieden langs de
dorpsas. Wij hopen dat deze situatie zich niet voor zal doen, nu de herinrichting van de dorpsas een vliegwieleffect moet bewerkstelligen voor andere ontwikkelingen in en rond Burgh-Haamstede. Een structuurvisie voor het gehele gebied Kop van Haamstede is (nog) niet aan de orde, nu er nog onvoldoende duidelijkheid is over het feit of Market Plaza daadwerkelijk kan verplaatsen naar deze locatie en hoe het gebied in dat geval integraal ontwikkeld moet worden. Met het stedenbouwkundig plan (en primair het beeldkwaliteitsplan) geven we wel richting aan de voorwaarden waarbinnen het gebied ontwikkeld moet worden. Overigens wordt het beeldkwaliteitsplan onderdeel van de gemeentelijke welstandsnota en daarmee een formeel toetsingskader voor ruimtelijke procedure aan de dorpsas. 2. U stelt dat het voorliggende concept stedenbouwkundig plan heeft zich qua ruimtelijke afbakening niet aan haar opdracht heeft gehouden. In de opdrachtomschrijving die is vastgelegd in het projectfiche ‘beeldkwaliteitsplan en stedenbouwkundig plan’ behorende bij de raadbrief van 14 september 2021 wordt onderscheid gemaakt in drie gebieden. Dit is als volgt omschreven: ‘Het plangebied bestaat, in principe, uit de dorpsas en de centrumgebieden van Haamstede en Burgh.
Gedurende het proces kunnen de grenzen van het plangebied in detail nog wijzigen.’ Het stedenbouwkundig plan zoals dat nu voorligt, richt zich op het eerstgenoemde deelgebied van het plangebied: de dorpsas. De centrumgebieden van Haamstede en Burgh worden meegenomen voor zover het de openbare ruimte betreft. Dit is ingegeven door de wens in de nabije toekomst resultaten te kunnen behalen, die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van BurghHaamstede. Voor de andere twee plangebieden die zijn genoemd in uw zienswijze, zijn de initiatieven nog onvoldoende uitgewerkt om in een stedenbouwkundig plan (en daarmee ook een eventuele structuurvisie) op te nemen. Een voorbeeld van een initiatief - u noemt deze ook in uw zienswijze - is de verplaatsing van de Market Plaza (zie ook eerder). Het is nog onmogelijk om daar op basis van een afgewogen programma stedenbouwkundige kaders voor vast te leggen die verder gaan dan de kaders vastgelegd door de raad. Daarnaast heeft de raad aangegeven eerst een besluit te willen nemen over een voorkeursvariant voor de verplaatsing van Market Plaza. Op dit moment is er nog geen voorkeursvariant en die wordt op korte termijn ook nog niet voorzien.
De invulling van de centrumgebieden van Burgh en Haamstede zijn daarom, met uitzondering van de inrichting van de openbare ruimte aansluitend op de Dorpsas en een doorkijk naar de ‘corridor’ rondom Burgh, buiten het stedenbouwkundig plan gelaten. De gebieden zijn echter wel onderdeel van het beeldkwaliteitsplan, zodat er met het beeldkwaliteitsplan wel ruimtelijke kwaliteitscriteria voor de toekomstige ontwikkeling worden vastgelegd. Dat laat onverlet dat de invulling van deze plangebieden in een vervolgstadium zal worden opgepakt als het programma voor de verschillende locaties nader is uitgekristalliseerd. De raad uitnodigen de opdracht voor een integraal gebiedsontwikkelingsplan te herbevestigen, zoals u suggereert, is niet nodig. 3. U geeft aan dat het voorliggende concept van het stedenbouwkundige plan ten onrechte geen uitwerking voor de inpassing van cruciale functies bevat en dat het hiermee onmogelijk
is om volwaardig juridisch gefundeerd plan te presenteren. U noemt daarnaast dat het stedenbouwkundig plan niet als grondslag voor uitvoering van ruimtelijke beleid kan zijn. Voor het antwoord hierop verwijzen we naar de eerdere antwoorden bij de punten 1 en 2. 4. U geeft aan dat de inrichting van de Hogeweg niet voldoet aan de gemengde gebruiksfunctie en niet voldoet aan het afweegkader GOW30. U wilt het proces opnieuw starten op basis van het afweegkader. Ook wijst u op het feit dat de voorgestelde inrichting door het ontbreken van een concept-verkeersbesluit geen enkele juridische status heeft. Uw inhoudelijke inbreng wordt gewaardeerd. Wij willen u erop wijzen dat de voorliggende plannen de resultante zijn van een lang proces waarbij zowel de stuurgroep, de projectgroep als de werkgroep achter de plannen staan. U was in oorsprong onderdeel van dit proces als lid van de projectgroep. Het (opnieuw) starten van het proces om het afweegkader GOW30 te doorlopen had u kunnen inbrengen als lid van de projectgroep Dit was echter niet nodig. De dorpsas is in de huidige situatie gecategoriseerd als erftoegangsweg. Met de wens om nog meer de nadruk te leggen op de functie als verblijfsgebied is er geen enkele noodzaak om deze om te vormen tot een inrichting behorende bij een categorie met ontsluitende functie (gebiedsontsluitingsweg, GOW).
Logischerwijs is dan ook geen gebruik gemaakt van een afweegkader GOW 30. De terinzagelegging van het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan heeft tot doel om bewoners en betrokkenen de mogelijkheid te bieden hun input te geven op de beoogde inrichting van onder meer de Hogeweg. Van een formele juridische status op grond van de Wet ruimtelijke ordening van de plannen is (nog) geen sprake. Daarbij verwijzen wij naar het antwoord bij 1. De herinrichting van de Hogeweg is pas ingepland vanaf 2026 en verder. Op het moment dat de aanleg aan de orde is, zullen we ook een verkeersbesluit nemen. Naast eventuele andere noodzakelijke vergunningen, ontheffingen of toestemmingen. Tot slot hebben de plannen opgesteld in samenwerking en samenspraak met een verkeerskundige (van Bureau Juust). Die heeft bevestigd dat de beoogde inrichting van de Hogeweg tot de mogelijkheden behoort. De normen die u ook aanhaalt, zijn over het algemeen richtlijnen, waarbij het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente, een bepaalde beleidsvrijheid en ook interpretatieruimte heeft om hieraan invulling te geven. Daarnaast is in het doorlopen proces juist van de participatie gebruik gemaakt om de theoretische inrichtingsvormen af te stemmen met praktijkervaringen van bewoners en ondernemers om zo te komen tot een optimaal inrichtingsontwerp.
Op het moment dat we aan de slag gaan met de herinrichting van de Hogeweg wordt een apart participatietraject opgestart en doorlopen, waarbij ‘de omgeving’ de mogelijkheid krijgt om de plannen te beoordelen. Zoals we dat nu ook doen bij de herinrichting van de Noordstraat/Ring/Weststraat in Haamstede. 5. U geeft aan de voorgestelde inrichting van de Hogeweg gebruik wordt gemaakt van verkeerde en daardoor misleidende meetgegevens en dat de voorgestelde inrichting onaanvaardbare veiligheidsrisico’s oplevert bij de gemeten verkeerssnelheid. Daarnaast geeft u aan dat de maatvoering van het stedenbouwkundig plan afwijkt van de verkeersstudie. In de eerder opgestelde verkeersstudie zijn de verkeerskundige mogelijkheden verkend en die zijn ook uitgewerkt in profielen. De stedenbouwkundige studie is, zoals al aangegeven, de resultante van een lang proces waarbij ook de verkeersdeskundige, die de auteur is van de verkeersstudie, heeft meegekeken in de planvorming van het stedenbouwkundig plan. Bij de planvorming heeft echter niet
alleen de verkeerskundige kwaliteit, maar ook de ruimtelijke kwaliteit een rol gespeeld. Dat heeft tot dit binnen de project- en werkgroep breed gedragen plan geleid. Daarnaast wijzen we er nogmaals op (zie ook 4) dat normen voor verkeersmaatregelen richtlijnen betreffen en geen eisen. De gemeente is voor de inrichting van de (eigen) verkeerswegen het bevoegd gezag en kan gewogen afwijken van de richtlijnen, indien dit voor de locatie leidt tot een beter integraal resultaat. Het verschil tussen de maatvoering van de profielen Burghseweg uit de verkeersstudie en het stedenbouwkundig plan is daarbkij te verklaren doordat de twee profielen niet op dezelfde locatie zijn genomen. De Burghseweg heeft in de huidige situatie langs het tracé niet overal dezelfde breedte en inrichting. In het stedenbouwkundig plan is het profiel genomen op de locatie waar de ruimte tussen de bestaande bomen aan weerszijden van het profiel het smalste is. Op deze maatgevende locatie is het profiel gebaseerd waardoor het op alle andere locaties op de Burghseweg ook tussen de bestaande bomen zal passen. De breedtes van de bermen en watergangen variëren langs het tracé van de Burghseweg en zijn daarom niet maatgevend. De nieuwe inrichting voor de Dorpsas zal afgestemd moeten worden op de toekomstige verkeersintensiteit.
Met de verplaatsing van de Market Plaza, het autovrij maken van de kern Haamstede en het ontmoedigen van doorgaand verkeer op de Dorpsas door de inrichting van het profiel zal de verkeersintensiteit omlaaggaan. In de voorgestelde profielen wordt hierop geanticipeerd. 6. U geeft aan dat beklinkering voor de gemengde functie van de Hogeweg niet geschikt is. U verwacht trillingshinder en geluidsoverlast. Bij het opstellen van de plannen is (zoals aangegeven) ruimtelijke kwaliteit ook een belangrijk criterium geweest voor het ontwerp van de herinrichting van de Hogeweg. Zonder daarbij de verkeerstechnische kwaliteit uit het ook te verliezen. Bij een goede ruimtelijke kwaliteit past een klinkerverharding (veel) beter dan een asfaltweg. Daarbij zal een klinkerweg vermoedelijk niet stiller zijn dan een asfaltweg, maar met het gekozen profiel en de snelheidsreductie die daarvan het gevolg is, blijft zowel de (verwachte) trillingshinder als de geluidsoverlast naar verwachting binnen de norm. Overigens is het binnen onze gemeente ook gebruikelijk om in de bebouwde kom klinkerverharding aan te leggen, waarbij we ten tijde van de verdere ontwerpwerkzaamheden nog wel kunnen bekijken in welk verband de bestrating aangelegd moet worden. Het schilderen van asfalt in de gewenste kleuren kan op geen enkele manier wedijveren met de kwaliteit die met klinkerverharding geboden kan worden.
Samenvattend kan worden opgemerkt dat wij op basis van uw opmerkingen de maatvoering van het profiel van de Hogeweg nogmaals kritisch tegen het licht zullen houden. Voor het overige leidt u zienswijze niet tot aanpassing van de plannen.