CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

BWA Raadsvoorstel Bestuurlijke fusie Intervence en Jeugdbescherming west

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Bestuurlijke fusie Intervence en Jeugdbescherming west (443795)2.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Urgentie Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever

Hoog, Eerder dit jaar heeft de portefeuillehouder gevraagd om het dossier met voorrang te behandelen. Daarvoor is binnen de gemeenteraadsvergadering van 27 mei een extra commissie opgenomen. Bestuurlijke fusie Intervence en Jeugdbescherming west 443795 20 mei 2021 Externe communicatie Werken, Wonen en Leven (WWL) P. Schot Afdelingshoofd WWL

Voorstel a. kennis te nemen van de businesscase van JB west ten behoeve van de bestuurlijke fusie met Intervence; b. kennis te nemen van de voorwaarde van de uitkomst van de vrijwillige transparantie en van de schriftelijke instemming JB west van mondeling toegezegde kaders voor uitwerking in fase 2 van de businesscase; b. kennis te nemen van de voorwaarde dat als er ten tijde van de 20 dagen periode (binnen de vrijwillige transparantie) zich een bezwaar hebbende partij aandient bij de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland er opnieuw een afweging plaatsvindt over de passende vervolgstappen; d. kennis te nemen van de jaarlijkse omzetgarantie van € 7 miljoen voor de taken van de jeugdbescherming en jeugdreclassering uitgevoerd door JB west voor de periode van 2022 tot en met 2026. De €7 miljoen omzetgarantie is opgebouwd in twee delen. De uitvoering van de maatregelen middels pxq financiering en de uitvoering van preventieve taken als daarvoor ruimte binnen het budget over is; e. kennis te nemen van de harmonisering van de tarieven voor gecontracteerde gecertificeerde instellingen; c. een incidentele bijdrage van maximaal € 329.680 beschikbaar te stellen voor de kosten om de bestuurlijke fusie Intervence en Jeugdbescherming west mogelijk te maken, en dit te dekken uit de algemene reserve.

Inleiding Begin 2020 is geconstateerd dat de financiële situatie bij Intervence dermate zorgwekkend was, dat besloten is tot een scenario-onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Dit met als doel om op basis van de juiste feiten een beslissing te kunnen nemen door de 13 Zeeuwse gemeenten over de contractering van Intervence vanaf 2021. Op 26 november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de bestuurscommissie. Op basis daarvan heeft de bestuurscommissie besloten het contract van Intervence voor het jaar 2021 definitief niet te verlengen. Met bovenstaand besluit heeft de Bestuurscommissie tevens besloten om nieuwe maatregelen voortaan uit te laten voeren door de drie andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: Briedis, Leger des Heils en William Schrikker Stichting (scenario 3b). Daarop hebben de inspectie en Jeugdautoriteit in hun oordeel over de uitwerking van dit scenario aan de Minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van VWS gesteld dat: "Ondanks de inspanningen van de door de gemeenten aangestelde transitiemanager en de drie overnemende GI’s, moeten de inspecties constateren dat het plan van aanpak onvoldoende garanties biedt voor een duurzame transitie van de jeugdbescherming in Zeeland".

Op basis van het oordeel en advies van de inspecties heeft de bestuurscommissie JB west gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van overname van Intervence en daarvoor een businesscase op te leveren. De businesscase van JB west beschrijft hoe zij de bestuurlijke fusie met Intervence vorm willen geven. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd tijdens de digitale raadsinformatie bijeenkomsten van 10 en 11 mei jl. Op 12 mei 2021 heeft de bestuurscommissie in haar overleg het ambtelijk advies op de businesscase van JB west besproken. Dit advies beschrijft de risico’s op basis waarvan de ambtenaren de bestuurscommissie adviseren om onder voorwaarden in te stemmen met de businesscase.

Pagina 1 van 5

De bestuurscommissie heeft, de voor- en nadelen van het ambtelijk advies in overweging nemende, op 12 mei 2021 besloten: 1. In te stemmen met de businesscase van JB west; a. onder voorbehoud van de uitkomst van de vrijwillige transparantie; b. onder voorbehoud van de uitkomst van besluitvorming van de gemeenteraden voor financiering; c. onder voorbehoud van schriftelijke instemming JB west van de mondeling toegezegde kaders voor uitwerking in fase 2. 2. Via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB west voor te leggen. Beoogd resultaat Een duurzame borging van de GI-functie binnen Zeeland. Zodat de zorgcontinuïteit aan de meest kwetsbare jeugdigen binnen de jeugdhulp wordt geborgd. Argumenten Vanuit de gemeentelijke verantwoordelijkheid vanuit de Jeugdwet Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de instandhouding van de GI-functie. De gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor de instandhouding van een GI-organisatie, maar hebben wel de wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat de continuïteit van de zorg niet in het geding is of komt. Binnen de jeugdbescherming -en reclassering gaat het om jeugdigen en gezinnen waarbij hulpverlening veelal enige tijd betrokken is en binnen het vrijwillig kader diverse interventies onvoldoende succesvol bleken.

Er is veelal sprake van een veiligheidsrisico en/of bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige. Door het ontbreken van een uitgewerkt terugvalscenario zijn de consequenties van niet instemmen op het gebied van continuïteit van zorg niet te overzien. De bestuurscommissie heeft recent, mede door de ontstane situatie bij Briedis, signalen ontvangen dat er een acuut tekort is aan kwalitatief geschikt personeel binnen de jeugdbescherming en dat hierdoor (instroom)wachtlijsten ontstaan voor jeugdigen binnen het dwangkader. De arbeidsmarkt jeugdhulpverlening in Zeeland is de afgelopen jaren kwetsbaar gebleken. Deze problemen zijn niet altijd volledig binnen de regio op te lossen. Dit is, in elk scenario en breder dan alleen de gecertificeerde instellingen een risico en van invloed op de borging van zorgcontinuïteit. Binnen de jeugdbeschermingsketen in Zeeland werken diverse partijen samen, zoals de gemeentelijke toegangen, Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis. Het nemen van een besluit biedt duidelijkheid en zal op termijn ruimte bieden om herstel van vertrouwen in de samenwerking in de regio tot stand te brengen, ervan uitgaande dat dit ten goede komt aan de kwaliteit van zorg.

Kanttekeningen Inhoudelijk Door de situatie bij Briedis en de bestuurlijke fusie van Intervence krijgen gemeenten één gecertificeerde instelling voor dwangmaatregelen. De overig gecontracteerde partijen zijn doelgroep GI’s. Wanneer gezinnen ontevreden zijn over de (enige) algemene GI moeten zij uitwijken naar een alternatief buiten de regio. De keuzevrijheid (voor zover hier sprake van kan zijn) wordt beperkt. Financieel De bestuurlijke fusie die Intervence en JB west aangaan betekent dat JB west een omzetgarantie ontvangt van €7 miljoen over de contractduur van 5 jaar. Preventieve taken en de uitvoering van de wettelijke maatregelen zijn Zeeuws gezien ‘communicerende vaten’ die in de businesscase altijd leiden tot een omzet van €7 miljoen. Opgemerkt moet worden dat door het ingetrokken KMI certificaat van Briedis betekent dat de komende maanden jeugdbeschermingscasussen overgedragen moeten worden aan de andere gecontracteerde GI’s, waaronder JB west. Uit het ontvangen addendum op de businesscase van JB west blijkt dat dit effect heeft op de omzetgarantie en dat de inzet nog meer dan eerder berekend zich zal toespitsen binnen de uitvoering van de wettelijke maatregelen en minder op kennis en innovatie (lees: preventie). Daarnaast is volgens het CBS een stijging zichtbaar van het aantal wettelijke maatregelen in de provincie Zeeland.

Geconcludeerd kan worden dat JB west zich in de toekomst (nagenoeg) geheel zal toespitsen op de wettelijke maatregelen waarbij een risico met betrekking tot de omzetgarantie beperkt blijft.

Pagina 2 van 5

In de businesscase vraagt JB west een eenmalige risicobuffer van 15% van de omzetgarantie van 7 miljoen, zijnde circa 1 miljoen. De risicobuffer zegt JB west nodig te hebben in het kader van zekerheid omtrent de continuïteit van de wettelijke taak. Verondersteld wordt dat de andere in Zeeland actieve GI’s ook vragen om een dergelijke buffer. De financiële impact naast de bovengenoemde €1 miljoen is dan circa €750.000. In het besluit is een voorwaarde van acceptatie van de businesscase opgenomen, namelijk dat deze alleen kan plaatsvinden onder voorbehoud (uitkomst) van de ‘vrijwillige transparantie’. Het doorlopen van een dergelijk proces verkleint de (financiële) risico’s omdat de verwachting is dat financiële claims (nagenoeg) niet door een rechter toegekend zullen worden. Bij het beschikbaar stellen van de transitiekosten worden de volgende kanttekeningen geplaatst: a. Per 1 januari 2021 is sprake van een maandelijks oplopende achtergestelde lening. Dit vloeit voort uit de regeling die met Intervence is getroffen (raadsbesluit januari 2021), waarbij wekelijks betaalbatches worden aangeleverd die t.o.v. de begroting van Intervence worden gecontroleerd en op basis waarvan uitbetaling plaatsvindt. Hieruit blijkt dat er maandelijks circa € 100.000 wordt betaald waartegenover geen productie staat.

Verondersteld wordt dat in het eerste halfjaar dus sprake is van een opgelopen saldo van de achtergestelde lening van € 600.000. Verder wordt verondersteld dat dit het bedrag is waaraan JB west in de businesscase refereert als zij spreekt over de dekking van het verlies januari – juni 2021 (pagina 8 businesscase). Elke maand waarin de bestuurlijke fusie later tot stand zal komen resulteert in een tekort van € 100.000; b. Uit de businesscase blijkt onvoldoende op welke wijze rekening wordt gehouden met het resultaat van de afwikkeling van de balans per 30-06-2021, meer specifiek: in één van de grijze kaders staat dat over het verleden wordt afgerekend. Dit betekent volgens ons een schone balans ('wegpoetsen' schuld/vordering en balanswaarde/herwaardering pand/hypotheek). Dit zal verder in fase 2 van de uitwerking van de businesscase zijn uitwerking moeten hebben. c. Naar aanleiding van de advisering omtrent de voorliggende businesscase is de vraag gerezen: wat te doen met het rechtmatigheidsrisico voor de jaarrekening van de GGD (en de onderliggende vraag: wie gaat over de besluitvorming)? Na besluitvorming in de gemeenteraden ligt het voor de hand om de financiële consequenties van de besluitvorming op te nemen in een begrotingswijziging van de begroting GR GGD Zeeland. Hiermee wordt de begrotingsrechtmatigheid gedekt (mits wordt ingestemd).

De onrechtmatigheid van het niet aanbesteden wordt hiermee niet afgevangen. Die onrechtmatigheid kan zorgen voor een afkeurend accountantsoordeel bij de jaarrekening van de GR GGD Zeeland. Dit voor ieder jaar waarin de onrechtmatigheid bestaat. Vanaf begrotingsjaar 2021 vindt er een verandering plaats in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het algemeen bestuur (college bij gemeenten) aan zet. Het is nog steeds denkbaar dat de rechtmatigheidsverklaring die het algemeen bestuur/college moet afgeven per 2021 wordt doorgevoerd. Het bestuur van de GGD zal verslag doen van de onrechtmatige aanbesteding in de jaarrekening voor 2021. De accountant zal dan bevestigen dat deze afwijking op getrouwe wijze verslag is gedaan in de jaarrekening van de GGD. Op basis van dit feit hoeft het voor de accountant dan geen punt meer te zijn waarop hij de jaarrekening afkeurt, of de accountant dit zal volgen blijft een onzekerheid. Juridisch De bestuurscommissie en gemeenten reageren op één aanbod van een marktpartij waarbij nog geen brede vraag uitgezet is in de markt.

Door middel van de vrijwillige transparantie en de bezwaartermijn van 20 dagen die hiermee samenhangt, wordt de markt betrokken en krijgt deze de gelegenheid om bezwaar te maken. In het kader van vrijwillige transparantie kan bezwaar van (een of meerdere) marktpartijen leiden tot het besluit van de bestuurscommissie om: a. een kort geding te voeren of b. een aanbesteding te starten. Met het besluit zoals geformuleerd kan alsnog sprake zijn van een aanbesteding. Echter vrijwillige transparantie beperkt de risico’s maar neemt deze niet weg. Het aanbod van JB west is het enige aanbod dat vanaf medio februari 2021 is onderzocht en beoordeeld. Het is daarom onduidelijk of en in welke mate andere marktpartijen onder dezelfde voorwaarden kunnen leveren of een (financieel) gunstiger aanbod kunnen doen aan de Zeeuwse gemeenten.

Pagina 3 van 5

De bestuurscommissie is een onderdeel van de Gemeenschappelijke regeling Zeeland (GGD) en de deelnemers (de 13 Zeeuwse gemeenten) hebben taken en bevoegdheid overgedragen aan het bestuur van het openbaar lichaam. Gevolg is dat het bestuur (en de bestuurscommissie) bevoegd is tot het zelfstandig nemen van besluiten zoals nu aan de orde. Mocht één of meerdere gemeenten het niet eens zijn met het besluit van het bestuur/de bestuurscommissie dan kan zij dit kenbaar maken, maar als de meerderheid van de deelnemers bij het besluit tot overname blijft, alle gemeenten gebonden zijn aan het besluit. Gevolg is ook dat de financiële consequenties van het besluit ten laste van de deelnemers komen, over de deelnemers worden verdeeld en als verplichte uitgave verwerkt moeten worden in de gemeentelijke begroting. Financiën Begroting Begrotingswijziging Eenmalige lasten Structurele lasten Eenmalige baten Structurele baten Dekking

Niet binnen begroting Ja 329680,00

Algemene middelen

In de businesscase stelt JB west een aantal financiële voorwaarden. Voor de overname van Intervence vraagt JB west een financiële tegemoetkoming van € 3,8 miljoen. Met die financiële tegemoetkoming kunnen zij de transitiekosten betalen, het verlies 2021 van Intervence opvangen en een risicobuffer aanleggen. Op die manier verwacht JB west te voorkomen dat zij in dezelfde situatie terechtkomt als Intervence in het verleden en flexibel genoeg is om tegenvallers zelf op te vangen zonder om extra geld van de gemeenten te moeten vragen. Een andere voorwaarde is het sluiten van een contract voor 5 jaar, met een gegarandeerde, minimale omzetwaarde van € 7 miljoen per jaar. Die omzet wordt opgebouwd uit een omzet uit uitgevoerde maatregelen (pxq). Dit deel is, wat methodiek betreft, gelijk aan de huidige wijze van financieren van alle GI’s die in Zeeland werkzaam zijn. Als dit omzetdeel lager is dan de gewenste € 7 miljoen, vraagt JB west een aanvulling via een nog te bepalen, andere financieringswijze tot het afgesproken minimale bedrag. Daarnaast heeft JB west de voorwaarde om in Zeeland met dezelfde tarieven te werken als in haar andere regio’s. Door een afgesproken risico-opslag van 2% liggen die tarieven iets hoger dan de huidige Zeeuwse prijzen.

Omdat wij binnen de aanbestedingsregels niet met verschillende tarieven voor dezelfde werkzaamheden mogen werken, betekent dit dat wij ook voor de overige in Zeeland werkzame GI’s onze tarieven iets moeten verhogen. Uitgaande van een gelijkblijvend aantal maatregelen betekent dit voor de gemeente Schouwen-Duiveland een verhoging van de jaarlijkse uitgaven van € 17.784 tot € 29.270. Indien dit uiteindelijk leidt tot hogere lasten binnen de GGD-begroting, onderdeel IJZ, dan kunnen deze opgevangen worden via de egalisatiepost maatwerkvoorzieningen, waarvan wij u bij het eind juni te behandelen voorstel Programmabegroting 2022-2025 GGD Zeeland voorstellen het meerjarig saldo van het overschot en tekort Jeugdhulp en Wmo te reserveren binnen een dergelijke post. Concreet wordt er aan de 13 Zeeuwse gemeenten gevraagd incidenteel middelen beschikbaar te stellen van maximaal € 5.750.000 om de fusie Intervence JB west mogelijk te maken. Een overzicht van deze kosten onderverdeeld in incidentele kosten voor 2021 en structurele kosten vanaf 2022, treft u aan op bladzijde 7 van het raadsvoorstel (in de bijlage). Op basis van de verdeelsleutel is dit voor de gemeente SchouwenDuiveland maximaal € 425.992. Omdat we in januari 2021 al middelen beschikbaar hebben gesteld gaat het om een extra maximaal bedrag van € 329.680 bovenop de in januari 2021 beschikbaar gestelde middelen.

Zoals eerder in dit voorstel benoemd, ligt het voor de hand de financiële consequenties van de besluitvorming op te nemen in een nog door de GDD voor te leggen begrotingswijziging van de begroting GR GGD Zeeland. Analoog aan uw besluit van 28 januari jl. (Financiering overdracht Intervence) wordt het bedrag van € 329.680 daarom binnen het budget jeugdhulp gereserveerd vooruitlopend op deze begrotingswijzing. Voor deze € 329.680 is binnen de begroting 2021 geen dekking aanwezig. Om die reden vindt dekking in eerste instantie plaats uit de algemene reserve. In de u binnenkort aan te bieden voorstel rond de GGDbegroting 2022 – 2025 melden wij u een fors financieel voordeel over 2021 van per saldo € 612.357 waarbij wij u via het voorstel SWVO begroting vragen de meerlasten ad. € 347.692 eenmalig te dekken uit het overschot op jeugdhulp. Per saldo is daarmee sprake van een voordeel van € 264.665 op de maatwerkvoorzieningen, toe te voegen aan de algemene reserve. Via de algemene reserve kan dit bedrag Pagina 4 van 5

ingezet worden ter dekking van de gevraagde € 329.680 zodat de netto-aanspraak op deze reserve € 65.015 bedraagt. Communicatie Alle 13 colleges zijn verzocht om uiterlijk 20 mei om 12 uur een besluit te nemen over dit onderwerp. Wanneer er onderling verschillen zijn, zal de bestuurscommissie hier 20 mei in de middag over vergaderen. Het raadsvoorstel zal uiterlijk vrijdag 21 mei worden aangeboden aan de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad de stukken heeft ontvangen, zal de Adviesraad Sociaal Domein worden geïnformeerd. Op 27 mei wordt een extra commissievergadering in de raadsvergadering georganiseerd over dit onderwerp. Besluitvorming zal gelijktijdig plaatsvinden. Uitvoering In de businesscase heeft JB west gesteld dat het besluit voor 15 mei 2021 genomen moet zijn. Deze periode is in afstemming met JB west verlengd tot 4 juni 2021. Uitgaande van de bestuurlijke fusie van Intervence en JB west, uiterlijk per 1 oktober 2021 betekent dit dat: 1.

2. 3. 4.

In week 20 de colleges van de 13 Zeeuwse gemeenten het besluit genomen moeten hebben over het advies van de bestuurscommissie om “via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB west voor te leggen”. De afstemming vanuit JB west met ondernemingsraad, vakbonden en cliëntenraad/cliënten van Intervence alvast start, uitgaande van het voorbehoud van de besluitvorming van colleges en raden. De gemeenteraden uiterlijk 4 juni 2021 een besluit genomen moeten hebben. De uitslag van de vrijwillige transparantie in de eerste helft van juni 2021 bekend moet zijn.

Bijlagen Raadsvoorstel Businesscase 15 april 2021 Addendum op de businesscase 28 april 2021 Ambtelijk advies businesscase JB west compleet Toelichting Vaart in Veiligheid en lokale toegangsorganisatie pdf. Aanvullende informatie businesscase n.a.v. vragen Brief JN aan dhr. Werkman Overzicht van de omzet GI Intervence 2017 – 2020 Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland hebben op besloten, M.K. van den Heuvel

J.Chr. van der Hoek MBA

Secretaris

Burgemeester

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10161045/1