BRIEF ZOVI GEMEENTERAAD bijgewerkte versie
Tekst van het document
Provincie Zeeland t.a.v het college van Gedeputeerde Staten Abdij 6 4331 BK Middelburg
plaats : Zierikzee datum : 26 maart 2021 betreft: reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie
Geacht college van Gedeputeerde Staten, Met belangstelling hebben wij kennis genomen van het voorontwerp van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Voordat wij ingaan op een aantal inhoudelijke aspecten van de visie willen wij onze waardering uitspreken over het uitgebreide en zorgvuldige traject dat aan het voorontwerp is voorafgegaan. De wijze waarop de gemeente Schouwen-Duiveland, evenals andere Zeeuwse gemeenten en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de visie zijn betrokken, hebben wij als zeer positief ervaren en verdient een compliment. Op inhoud kunnen wij concluderen dat de belangrijkste thema’s en opgaven relevant voor de toekomst van onze provincie zijn terug te vinden in het voorontwerp. De gemeente SchouwenDuiveland herkent zich in de vier hoofduitdagingen die in de visie zijn benoemd. De vier hoofduitdagingen worden thematisch helder uitgewerkt. Verder denken wij dat door de provincie in stelling gebrachte afwegingsfactoren en genoemde kernkwaliteiten een goede leidraad vormen voor de ontwikkeling van Zeeland. Een leidraad die ook voor de gemeente goed te hanteren valt en aansluit op de intenties en uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Dit geldt ook voor de wijze waarop de provincie in de visie en de daaraan verbonden uitvoeringsagenda inzet op het belang van een goede Zeeuws brede samenwerking.
Wat wij missen in de ontwerpvisie is een helder vertrekpunt waar Zeeland wil staan in 2030 en verder. In welke provincie wensen wij nu maar vooral ook in de toekomst te leven. In de visie wordt al snel ingegaan op de vier hoofduitdagingen zonder een meer integraal toekomstbeeld te schetsen. Veel ambities en acties worden in de ZOVI in beeld gebracht. De onderlinge samenhang daartussen en de beoogde integraliteit is niet altijd even scherp. Er staat druk op de samenhang en de integraliteit van de visie door de veelheid aan bouwstenen en detaillering. Het is soms ook niet duidelijk of er keuzes zijn gemaakt en zo ja welke. Botsproeven tussen de grote hoeveelheid ambities en doelen missen wij in de Milieu Effecten Rapportage (MER). De grote maatschappelijk opgaven en ons toekomstbeeld van Zeeland maken ons inziens dat wij ook lastige keuzes zullen moeten (durven) maken. Een integraal toekomstbeeld helpt ons om scherper te kiezen wat we wel en wat we niet willen. Ook maakt het duidelijk aan welke toekomst van Zeeland we samen gaan werken. Deel B laat zien dat er veel van de provincie, de Zeeuwse gemeenten en de Zeeuwse samenleving wordt verwacht. Dat we samen gaan bouwen aan de toekomst van Zeeland is duidelijk opgenomen in de visie en staat ook niet ter discussie.
De hoe vraag is in de visie echter onvoldoende uitgewerkt terwijl hier juist ook een belangrijke en urgente opgave ligt. Deel B maakt ook duidelijk dat er heel veel speelt binnen de grenzen van onze provincie. Aansturing vraagt om een meer integrale en programmatische aanpak. In de praktijk ontbreekt vooralsnog een dergelijke aansturing. De 1
voorontwerp Omgevingsvisie is hierin ook nog niet helder en roept daarmee ook de nodige vragen op. Wij ervaren met regelmaat dat zaken niet gestroomlijnd lopen en het grotere overzicht van projecten en programma’s die spelen binnen onze regio lijkt te ontbreken. Bijna parallel lopen een gebiedsagenda voor de Zuid-Westelijke Delta, een Deltaplan zoetwater, een Bosvisie, een Klimaatadaptatiestrategie Zeeland en een provinciale Omgevingsvisie. Al deze zaken vragen onze aandacht en inzet. De vraag wie is met wat bezig en met welk doel en wanneer kan niet altijd even goed worden beantwoord. Hierdoor worden verbindingen niet gezien en niet benut. Ook kunnen agenda’s beter op inhoud en capaciteit op elkaar afgestemd worden. Daarbij mogen we niet vergeten dat er ook van de Zeeuwse samenleving veel wordt gevraagd in participatieprocessen. Dit alles levert in de praktijk problemen op en gaat ten koste van de beoogde effectiviteit, integraliteit en het beoogde draagvlak. De vraag is dan ook hoe stemmen we de agenda’s van de Zeeuwse overheden maar ook de Zeeuwse samenleving beter op elkaar af. Hierin ligt wat de gemeente Schouwen-Duiveland betreft een belangrijke uitdaging voor de Omgevingsvisie en een regierol voor de provincie.
Daarbij kan ook scherper worden benoemd wat we van elkaar verwachten en wat we ook van de provincie mogen en kunnen verwachten in het kader van het uitvoeringsprogramma. Dit beeld is in de nu voorliggende stukken onvoldoende uitgewerkt. Een onderwerp dat in dit kader zeker niet mag ontbreken is hoe we effectief de verbinding tussen de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het daaraan verbonden uitvoeringsprogramma leggen. Dit met het doel zo goed mogelijk in te spelen op de middelen die vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld. Een knipoog naar de Europese agenda is hierbij zeker ook op zijn plaats. Het ontwerp van de ZOVI gaat hier nauwelijks op in. Vanwege de grote opgaven moeten we de krachten bundelen en gelijkwaardig samenwerken. Ook loont het om over de eigen grenzen heen te kijken om daarmee ook bij te dragen aan andermans doelen. Het thema samenwerking, uitvoering en organisatie (governance) verdient ons inziens dan ook een aparte en prominente plek op de uitvoeringsagenda. Daarbij kunnen de volgende onderwerpen en onderzoeksvragen aan bod komen: • • • • • • • •
Hoe geeft de provincie Zeeland een helder uitvoeringsprogramma en programmatische aanpak vorm. Hoe zorgt Zeeland voor een heldere link met de uitvoeringsagenda van de Nationale Omgevingsvisie en Europees beleid. Hoe borgen we gezamenlijk en hoe borgt de provincie binnen de eigen organisatie de beoogde afstemming en integraliteit tussen de verschillende uitvoeringstrajecten in Zeeland. Hoe maken wij goede afspraken over samenwerking en wat we van elkaar mogen en kunnen verwachten. Wat mogen en kunnen de Zeeuwse gemeenten concreet (ambtelijke capaciteit en ondersteunden middelen) van de provincie verwachten. Hoe stemmen we in Zeeland projecten in tijd en capaciteit op een beheersbare wijze op elkaar af. Hoe geven we de regionale agenda’s vorm. Hoe geven we de samenwerking tussen de Zeeuwse overheden op een effectieve en slagwaardige wijze vorm. Sluiten we daarbij aan op bestaande overlegstructuren en samenwerkingsverbanden of vragen de opgaven ook om nieuwe structuren ? Hoe gaan we om met innovatie en vernieuwing. Hoe geven we een goed monitoring en evaluatie systeem vorm dat ons helpt onze doelen en doelstellingen te realiseren.
Wij vragen ook aandacht voor de rol van de provinciale verordening. De gemeente SchouwenDuiveland is van mening dat het mogelijk moet zijn om op basis van goede argumenten maatwerk te kunnen leveren. Specifieke omstandigheden vragen om (regio)specifieke oplossingen. Ook moet het mogelijk zijn om flexibel in te kunnen spelen op onverwachte ontwikkelen. Sturen op doelen is in dit kader belangrijker dan het sturen op regels. Een motto dat zeker opgaat in een tijdperk waarin we te 2
maken hebben met een grote mate van dynamiek en onvoorspelbaarheid. Het ontwerp van de Zeeuwse Omgevingsvisie biedt naar onze mening deze ruimte. Het terughoudend omgaan met de inzet van de provinciale verordening is in dit kader een aandachtspunt. De gemeente SchouwenDuiveland heeft in specifieke procedures echter ook ervaren dat het belangrijk is dat gemeentelijk beleid duidelijk geborgd wordt door een provinciaal richting gevend kader. Hier ontstaat een spanningsveld wat vraagt om een nadere verdieping. Twee meer inhoudelijke punten van de ZOVI willen wij in onze reactie expliciet benoemen. Gezien de mogelijk grote effecten voor onze samenleving volgen wij de ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek met meer dan gemiddelde belangstelling. In dit kader worden momenteel diverse studies uitgevoerd. De uitkomsten van deze studies zullen naar verwachting ook gevolgen hebben voor de ontwikkelingsmogelijkheden van onze provincie en de gemeente SchouwenDuiveland. Wij vragen u ons hierover goed en vroegtijdig te informeren. Verder constateren wij dat de Omgevingsvisie met betrekking tot de zoetwaterschaarste weinig prioriteit toekent aan het verkennen van de mogelijkheden voor de externe aanvoer van zoetwater. Wij vragen hiervoor meer aandacht gezien het feit dat externe aanvoer van grote betekenis kan zijn voor Schouwen-Duiveland. Tot slot.
Wij realiseren ons dat de maatschappelijke opgaven en de Omgevingswet ons voor nieuwe uitdagingen stelt wat aanpak en samenwerking betreft. Daarbij realiseren wij ons ook dat niet alles in een keer anders kan of moet. Het ontwerp van de Omgevingsvisie zien wij als stevige basis om de gevraagde vernieuwing verder vorm te geven. Graag gaan wij dan ook na de consultatieronde verder met u in gesprek over onze reactie en de verdere implementatie van de Omgevingswet. De gemeente Schouwen-Duiveland zal daar ook in de toekomst graag een actieve bijdrage aan blijven leveren en ziet uit naar de verdere constructieve samenwerking met de provincie Zeeland. Wanneer er naar aanleiding van onze reactie nog vragen zijn of hebt u behoefte aan een nadere toelichting dan horen we dit uiteraard graag. Volledigheidshalve treft u bij deze brief nog een lijst aan met meer specifieke aandachtspunten, opmerkingen en inhoudelijke input. Dit als bijdrage aan het opstellen van een definitief ontwerp van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Hoogachtend,
Namens het college van Burgemeester en Wethouders
Burgemeester
Secretaris
J.Chr. van der Hoek
M.K. van den Heuvel
3
DEEL A EN ALGEMEEN: •
• • • •
•
• •
•
•
Wij missen in de voorontwerp ZOVI een helder vertrekpunt waar Zeeland wil staan in 2030 en verder. In welke provincie wensen wij nu maar vooral ook in de toekomst te leven. In de visie wordt al snel ingegaan op de vier hoofduitdagingen zonder een meer integraal toekomstbeeld te schetsen. Er staat druk op de samenhang en de integraliteit van de visie door de veelheid aan bouwstenen en detaillering. Het is soms ook niet duidelijk of er keuzes zijn gemaakt en zo ja welke. Botsproeven tussen de grote hoeveelheid ambities en doelen missen wij. Dat we samen gaan bouwen aan de toekomst van Zeeland is duidelijk opgenomen in de visie en staat ook niet ter discussie. De hoe vraag is in de visie echter onvoldoende uitgewerkt terwijl hier juist ook een belangrijke en urgente opgave ligt. Het thema samenwerking, uitvoering en organisatie (governance) verdient ons inziens dan ook een aparte en prominente plek in de visie en op de uitvoeringsagenda. De vertaling van Deel A naar Deel B is soms lastig te volgen. Bijvoorbeeld: in Deel A lezen we (hoofdstuk 2, paragraaf 202) dat een gezonde leefomgeving het uitgangspunt is. We lezen (soms heel specifiek): - Natuurverbreding in en buiten stedelijk gebied; - Gezond gedrag bevorderen - Aandachtspunten klimaatverandering en luchtkwaliteit - Afnemend ruimtegebruik voor verkeersdoeleinden in bebouwd gebied, m.n.
parkeren - Toevoegen van stedelijk groen. - Behoud van groen/natuur De vertaling naar Deel B is dan weer heel algemeen, zeker in het overzicht van doelen en acties. Er ontbreekt o.i. een analyse van “waar zijn wij – de provincie- van”. De visie gaat nu over heel veel onderwerpen en het detailniveau is vaak hoog. Wij interpreteren de ontwerpvisie zo dat provincie zich een verantwoordelijkheid toegeëigend over alles wat in deel A en B wordt benoemd. Hfst 6.3 over de kerntaken van de provincie vinden wij ingewikkeld. Er is sprake van hele brede kerntaken . Wordt hiermee bedoeld dat dit de onderwerpen zijn van provinciaal belang? De instrumenten zijn in een schema gezet waarin aangegeven wordt hoe dit terugkomt in de bouwstenen. Ambities, doelen, kerntaken, bouwstenen….met meer samenhang zou het leesbaarder/ duidelijker zijn. De kernkwaliteiten krijgen weinig aandacht in de visie. Hoe verhouden de opgaven zich tot de kernkwaliteiten. Moeten de opgaven altijd bijdragen aan het in stand houden of verbeteren van de kernkwaliteiten ? De meerwaarde van de SGD’s vinden we niet terug. Er wordt verder niets mee gedaan. Aangeven kan bijvoorbeeld worden welke doelen bijdragen aan het bereiken van de SGD’s. Omgekeerd kan ook per thema benoemd worden hoe deze aan de SDG’s bijdragent ? De thema-indeling sluit echter niet aan bij de SDG’s dus op die manier is het niet geborgd.
Corona heeft onze wereld veranderd en zal blijvende impact hebben op bijvoorbeeld op de economie, het blijvend thuiswerken, de aantrekkelijkheid van het wonen op het platteland en de invloed op het toerisme. De gevolgen van Corona vragen aandacht en om vertaling in de ZOVI. Met grote belangstelling kijken we uit naar de presentatie van de Zeeuwse Woonagenda als nadere “uitwerking” van de ZOVI. Wonen naar wens en behoefte dient daarbij uitgangspunt te zijn en vraagt ruimte voor regionaal/lokaal maatwerk. 4
•
•
•
•
• •
•
•
•
• • •
Het is voor Zeeland belangrijk om een gezonde demografische diversiteit te behouden. De ZOVI moet perspectief bieden aan mensen in elke levensfase. Dit is essentieel voor de sociale leefbaarheid. De doelstellingen op dit punt moeten helder zijn. Liefst zo concreet mogelijk zodat de Zeeuwen jong en oud weten dat er in Zeeland een kwalitatief goede plek is te vinden. Het thema 'jongeren’ verdient meer aandacht in de ZOVI. Er wordt wel aan 'jongeren' gerefereerd in relatie tot het belang van onderwijs en binding aan de provincie om behoud van 'jongeren' te bevorderen. De woningmarktanalyse maakt duidelijk dat het voor jonge Zeeuwen moeilijk is om zich in Zeeland blijvend te vestigen. Veel dieper gaat de ZOVI echter niet in op hoe deze belangrijke groep voor Zeeland te behouden. Het creëren van een sociale leefomgeving waarin jongeren worden gestimuleerd te wonen, werken en dus te blijven verdient een plaats in de visie en het uitvoeringsprogramma. Er worden voorspellingen gedaan over de beroepsbevolking en de bevolkingssamenstelling. De prognose is dat deze fors zullen veranderen in de komende 30 jaar. Zo zal de beroepsbevolking met 20.000 dalen (2040).
Wij vragen ons af wat met deze voorspellingen gedaan wordt in de ZOVI ? Wij pleitten voor het Zeeuws breed opstellen van een CO2 balans die de uitstoot en opname van CO2 berekent en tevens CO2 meeneemt in de vervaardiging van producten of de hoeveelheid CO2 die in producten is opgenomen (denk aan beton versus hout bij de bouw). Een CO2 balans wordt gebruikt als onderlegger voor de ZOVI. Er wordt gesproken over meer met minder grond (afwegingskader). Dit mag niet resulteren in verplichte, dure revitalisatie van bestaande terreinen voordat mag worden uitgebreid. Voor ons is de relatie tussen het afwegingskader “doe meer met minder grond” en de introductie van nieuwe teelten niet helder. Tenzij ervan uitgegaan wordt dat nieuwe teelten meer kwaliteit, hogere productie, hogere duurzaamheid en meer biodiversiteit gewaarborgd kunnen worden op minder grond. Wij vragen ons af of hiervoor voldoende evidence en practice based onderbouwing aanwezig is. We zetten vraagtekens bij het realiteitsgehalte van het vergezicht voor 2050 op pagina 24 (hoofdstuk 3. balans in de grote wateren en het landelijk gebied). Beschreven wordt dat de biodiversiteit hersteld is. Dit is niet haalbaar met het huidige verdienmodel voor de landbouw: kostenverhoging voor de agrariërs aan de achterzijde leidt niet tot innovatie.
Wij zien daarin niet alleen een opdracht in het kader van de omgevingsvisie maar één die economisch breder ligt. Er staat dat de visserij in 2050 duurzaam opereert en in haar bedrijfsvoering rekening houdt met natuurwaarden. Daarmee wordt een verkeerd beeld opgeroepen van de huidige visserij en deze te kort gedaan. In het kader van de balans in de grote wateren en het landelijk gebied (hfdst.3) willen wij het belang van een gezonde waterkwaliteit in de Grevelingen en de verbetering hiervan extra benadrukken. Milieu is in de voorontwerp ZOVI heel algemeen geformuleerd en weinig concreet uitgewerkt. Onder de noemer energietransitie (pag 40) verdienen naast het gebruik van wind, zon en getijden, stroomopslag, waterstof, kernenergie en thorium een plaats. Zeker een visie op de toekomst van kernenergie in Zeeland wordt gemist. In Zeeland hebben we veel kleine dorpen en zijn de afstanden groot. Energievoorziening en nutsvoorzieningen (elektra, water) zijn de laatste decennia sterk centralistisch uitgevoerd. Door lokale opwekking van energie (elektra, warmte) en opslag kan mogelijk bespaard worden op de omvangrijke infrastructuur die nodig is voor aan- en afvoer van elektra. Onderzoek in dit kader Zeeuws breed zou heel goed zijn, ook in relatie tot versterking van de lokale sociale cohesie. We zouden graag zien dat dit wordt meegenomen in de ZOVI. 5
• • •
•
• •
•
Pagina 40: doelstelling is 49% reductie in 2030 in plaats van 50%. Bij energie uit water wordt als voorbeeld getijdenenergie genoemd. Wij zouden hier ook aquathermie aan toevoegen. Pagina 42: Laatste paragraaf onder energietransitie: hier lijkt het alsof wordt gesteld dat zon op dak voldoende zou zijn en er geen ruimte wordt geboden voor zonnevelden. Onze doelstellingen kunnen wij hier echter niet mee realiseren. We zouden graag zien dat er een ecologisch netwerk van donker (kern natuurgebieden) en licht groene (verbindingszones met natuurwaarden) natuurgebieden wordt ontwikkeld voor heel Zeeland (ecoraster). Het ecologisch netwerk wordt gebruikt als middel voor verdere versterking van biodiversiteit en de mogelijkheden voor wonen, recreatie en landbouw. Tevens biedt dit mogelijkheden voor innovatie door werken met de natuur. Wat betreft biodiversiteit wordt ingezet op het verbinden van natuur en landbouw. Nieuwe initiatieven, zoals strokenteelt, agrarisch natuurbeheer en agro forestry worden gepromoot, waarbij de bal bij de agrarische sector ligt. Wat is de rol van de provincie en wat wordt van gemeenten verwacht? Agrarische ondernemers krijgen een aantrekkelijke beloning voor het produceren van biodiversiteit door natuur- en landschapsbeheer en andere agro-milieudiensten door ketenpartijen en overheid.
Dit is en mooi streven, maar hoe wordt dit vertaald? Wat betreft landschap worden 4 subdoelen benoemd, waarin o.a. de biodiversiteit weer terugkomt. Ad 1. Behoud, borging en beleefbaarheid; als basisdocument wordt de Handreiking Landschap uit 2012 genoemd. Intussen zijn er diverse andere landschapsverkenningen verschenen, o.a. in het kader van de Zeeuwse Bosvisie. Komt er een actuele standaard? Wat betreft landschappelijke inpassing wordt vastgehouden aan de 10 m brede afschermende groenstrook (of gelijkwaardig). Op zich helder, maar maatwerk is in veel gevallen gewenst en nodig. Waarom hier zo specifiek benoemd?Er is geen monitoringsysteem; de provincie gaat dit oppakken. Wat wordt daarbij van gemeenten verwacht? Ad 2. Sturing aan ontwikkelingen; hierbij wordt uitgegaan van verweving van landschap/natuur met overige functies. ‘Hierin kan landschap worden meegenomen’. Staat haaks op het doel dat landschap sturing geeft aan ontwikkelingen. Wat is leidend bij bv. energie-ontwikkelingen? De landschappelijke waarde of het halen van duurzaamheidsdoelstellingen? Ad 3. Herstel van water- en bodemsysteem vanuit klimaatadaptatie; initiatiefnemer is provincie; wat wordt van gemeenten verwacht? Dit is wel heel summier uitgewerkt. Ad 4. Natuurinclusieve benadering; hier wordt een beloningssysteem genoemd, zoals ook bij biodiversiteit.
Een sterke link met landbouw, maar wat is hier leidend, de landschappelijke waarden of agrarische waarden? Wij missen in het ontwerp een positieve insteek ten aanzien van 5G waarbij gekeken wordt naar de mogelijkheden die 5G kan brengen voor de toekomst van Zeeland. Een 5G netwerk is een belangrijke randvoorwaarde voor de doelstellingen ten aanzien van innovatie, economie en wonen. De uitrol in het buitengebied (de zogeheten verglazing, die nodig is voor 5G) vraagt aandacht. Ook het buitengebied en de kleine kernen dienen goed ontsloten te zijn. Het buitengebied is echter commercieel niet interessant voor de providers wat specifieke aandacht vraagt van de overheid.
6
Deel B: •
•
•
• •
•
•
Bij deel B wordt gewerkt met de backcasting methode. Een hele duidelijke methode die echter niet helemaal consequent is doorgevoerd. - Waar zijn we in 2050 - Waar staan we nu - Wat is de 1e tussenstop - Prioriteiten stellen - Uitvoeren met acties en programma’s - Monitoren, meten, evalueren - Bijstellen Wat opvalt is de hoeveelheid opgaven die bij de gemeenten wordt neergelegd. Hoe staat dit in verhouding tot de doelen ? Kunnen gemeenten dit waarmaken en mag dit van gemeenten verwacht worden? Hoe ga je de samenwerking met de gemeenten vormgeven om zo de gestelde doelen te bereiken? Als je als provincie gaat faciliteren, wat betekent dat dan? Ga je een teamslink doorsturen of is er meer? Zijn alle doelen even belangrijk en waar is eigenlijk een overzicht van alle doelen? Wat is het afwegingskader? Hoe wordt de monitoring en evaluatie ingericht? Verder zijn de doelen en subdoelen per thema dan weer heel algemeen (zie ook brief onderdeel samenwerking, uitvoering en organisatie). Beleid vanuit de ene bouwsteen is soms strijdig met beleid vanuit de andere bouwsteen. Dit moet geborgd zijn. Met betrekking tot het wonen is het beleid kernen versterken, inbreiding voor uitbreiding, bouwen direct in of grenzend aan de kern en GEEN woningen toevoegen in het buitengebied. Via de Rood voor Rood regeling kan woningen toevoegen in het buitengebied juist weer wel.
Hoeft geen probleem te zijn als maar geborgd wordt dat die woningen niet ten koste gaan van het contingent. Participatie vraagt onder samenwerking, uitvoering en organisatie meer aandacht in de ZOVI. Centraal daarbij staat de vraag “hoe worden ook de inwoners van onze provincie betrokken bij het opstellen en realiseren van de in de ZOVI benoemde doelen”. Op blz. 72 wordt gesproken over een maatwerkaanpak vrijkomend agrarische bebouwing. Hier wil Schouwen-Duiveland graag aan bijdragen. Onze gemeenteraad heeft bij de begrotingsbehandeling in november 2020 een amendement aangenomen om beleid te maken voor vrijkomende agrarische bebouwing, een rood-voor-roodregeling. De uitvoering van het Zeeuws Deltaplan Zoet Water gaat ook over verandering van systeem, innovatie. Hier is het goed om niet alleen de bestaande rollen te beschrijven maar ook ruimte te geven om te vernieuwen in de aanpak (bv living lab of leren van de IBP samenwerking: interbestuurlijk samenwerken en samenwerken met kennis/ onderwijs, ondernemers, omgeving) . Pas bij bouwsteen arbeidsmarkt (actie 1.8) wordt gesproken over sociale innovatie, kennis- en leernetwerken. Sociale innovatie speelt bij heel veel opgaven/transities. Gaat over anders kijken, leren, het adaptieve vermogen., samenwerking en vernieuwing van bestuur en organisatie(structuren).
Dat beperkt zich niet alleen tot de eigen organisatie, gaat ook over samenwerking tussen de overheden, en andere partners. Zou in het algemene deel aandacht verdienen (zie ook brief onderdeel samenwerking, uitvoering en organisatie). Wij pleitten ervoor om biodiversiteitskansen te onderzoeken zodat we meer zicht krijgen op waar mogelijkheden zijn voor verder versterking van de biodiversiteit en de verdere ontwikkeling van die plekken op dit gebied. Die plekken kunnen vervolgens weer onderdeel uitmaken van een te vormen ecoraster.
7
• •
•
•
•
•
• • • • •
• •
Bouwsteen 18 circulaire economie, is van toepassing op alle topsectoren, ook Agrofood. Ook verbinding tussen verschillende sectoren bij afvalstromen, reststoffen. Nieuwe samenwerkingen. Innovatie agrofoodsector mbt robotisering, biotechnologie. Bouwsteen Transport en Infrastructuur: Onze gemeenteraad heeft een motie/amendement aangenomen om een eigen MIRTverkenning te doen naar het poldertracé N57 bij BurghHaamstede. Verder vragen wij ons af of het wegen- categoriseringsplan uit 2016 nog actueel is nu aangegeven wordt dat het verkeer toeneemt. We willen het belang van goed en betaalbaar energieneutraal vervoer door Zeeland benadrukken. Door openbaar vervoer schoon, betaalbaar en frequent te laten rondrijden op het eiland kunnen zowel inwoners als onze gasten overal snel en goedkoop komen zonder de wegen te overbelasten of CO2 uit te stoten. Er wordt niets gezegd over verkeersveiligheid en veiligheid in het algemeen. Dit geldt ook voor de bereikbaarheid van Zeeland naar gebieden buiten Zeeland v.v. Bij infrastructuur vraagt de huidige en verwachte toestroom van toeristen naar Zeeland en het doel om deze stroom goed te begeleiden naar de plaats van bestemming (verbeteringen wegen, parkeren, ontsluitingen etc.) aandacht. Wij vragen meer specifiek aandacht voor de veiligheid van de fietsers in het buitengebied t.o.v.
steeds groter wordende landbouwvoertuigen en het optimaliseren van verkeersstromen/ cq het verbreden van de N59. Duurzame energie (pag.126). Ook hier wordt aquathermie niet genoemd terwijl er onderzoek is gedaan en er in zeeland potentie is voor aquathermie. Bij indicatoren wordt alleen wind genoemd. Windturbines met een maximale tiphoogte van 21 m zijn bevoegdheid van de gemeente. Vanuit ons beleid zouden wij deze tiphoogte willen verhogen naar 25 meter vanwege de rentabiliteit. Duurzame energie (pag. 127): Zon kan worden gecombineerd met andere functie. Zon aansluitend aan dorpen of wijken staat hier niet bij. Wij weten nog niet of wij kiezen voor deze optie maar het is ons inziens ongewenst deze optie in de ZOVI niet te benoemen/reeds uit sluiten. Duurzame energie (pag. 128): Zon uit water. Nu wordt osmose weer heel kansrijk gehouden in de inleiding getijdenenergie. Wat betreft aquathermie wordt alleen thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) genoemd en niet afvalwater (TEA) of drinkwater (TED) Duurzame energie (pag. 128): Bij rolverdeling wind: staat windturbines van 20 meter in plaats van 21 meter. Duurzame energie (pagina 129): Bij risico’s pleitten wij voor het toevoegen van het risico “problemen met de capaciteit van het elektriciteitsnet Energietransitie (pagina 130).
Waarom is duurzame energieopwekking geen onderdeel van energietransitie en is duurzame energieopwekking verwerkt in nummer 23. De provincie ondersteunt gezonde initiatieven van gemeenten en burgers, zoals het realiseren van dorpsbosjes en -boomgaarden, tijdelijke natuur en groen rond scholen en zorginstellingen. Deze initiatieven zijn ook op Schouwen-Duiveland actueel. Past dus in provinciale visie; behoefte aan concrete handvatten. Toerisme: het mee laten betalen van de dagrecreant aan onze voorzieningen vraagt aandacht. Vanuit Kenniscentrum Kusttoerisme en Provincie Zeeland wordt (in samenwerking met sector en gemeenten) gewerkt aan Visie Bestemming 2030/2040. We vertrouwen erop dat deze trajecten (ZOVI-Visie Bestemming)op elkaar zijn afgestemd. Zij vragen ook om het uitdragen van een gemeenschappelijk toekomstbeeld.
8