Bijlage II Was-wordt tabel 13e wijziging APV SD 2015 aangepast
Tekst van het document
Was-wordt tabel Algemene plaatselijke verordening Schouwen-Duiveland 2015 De voorgestelde wijzigingen zijn cursief en dikgedrukt. Zie de nota van toelichting bij de 13e Wijzigingsverordening Apv 2015 voor meer inhoudelijke informatie over de voorgenomen wijzigingen. Artikel
Oorspronkelijke tekst
Tekst met wijziging
1:1 Definities
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats
Nieuw artikel.
Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in de gehele gemeente Schouwen-Duiveland b. in andere gevallen dan onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van de Havenverordening Schouwen-Duiveland 2021, Verordening natuur- en recreatiegebied de Grevelingen Schouwen-Duiveland of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen; e. voor lifeguards van de strandreddingsbrigade die in het kader van de uitoefening van hun taak overnachten op één van de daartoe
bestemde reddingsposten binnen de gemeente. 2:57 Loslopende honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. op de weg indien de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; d. op een voor recreatief gebruik opengesteld gedeelte van de zeedijk, strand, duin, bos of ander natuurterrein, speel- of ligweide, in zee of op een ander voor recreatief gebruik bestemd terrein zonder dat die hond aangelijnd is; 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen; 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a, b en d zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 4. Het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder d, geldt voor zover dat betrekking heeft op “strand” en “in zee”, uitsluitend gedurende de periode van 1 mei tot 1 oktober tussen 10.00 en 19.00 uur. 5.
Voor het Verklikkerstrand geldt in afwijking van hetgeen in lid 4 is bepaald dat het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder d voor zover dat betrekking heeft op “strand” en “in zee” uitsluitend geldt gedurende de periode van 1 april tot en met 15 september (tussen 0.00 en 24.00 uur). 6. Voor het strand tussen de Oosterscheldekering en de Punt geldt in afwijking van hetgeen in lid 4 is bepaald, het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder d niet, voor zover dat betrekking heeft op “strand” en “in zee”.
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. op de weg indien de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; d. op een voor recreatief gebruik opengesteld gedeelte van de zeedijk, strand, duin, bos of ander natuurterrein, speel- of ligweide, in zee of op een ander voor recreatief gebruik bestemd terrein zonder dat die hond aangelijnd is; 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen; 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a, b en d zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 4. Het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder d, geldt voor zover dat betrekking heeft op “strand” en “in zee”, uitsluitend gedurende de periode van 1 mei tot 1 oktober tussen 10.00 en 19.00 uur. 5.
Voor het ‘Verklikkerstrand’ vanaf duinovergang Verklikkerpad (overgang nr. 11) tot duinovergang Watergat (overgang nr. 13) geldt in afwijking van hetgeen in lid 4 is bepaald dat het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder d voor zover dat betrekking heeft op “strand” en “in zee” geldt gedurende de periode van 15 maart tot en met 30 september (tussen 0.00 en 24.00 uur). 6. Voor het strand tussen de Oosterscheldekering en de Punt geldt in afwijking van hetgeen in lid 4 is bepaald, het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder d niet, voor zover dat betrekking heeft op “strand” en “in zee”.
2:78 Gebiedsontzeggingen
1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van
1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon-
2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
4:19 Overnachten op een openbare plaats
aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. De burgemeester kan rekening houden met de ernst van de strafbare feiten of de openbare orde verstorende handelingen. 2.Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid of met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen, kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod als bedoeld in dat lid is gegeven en die binnen zes maanden opnieuw een of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen zich ten hoogste twee weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3.De burgemeester beperkt krachtens het eerste en tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
4.Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. 5.De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over gebiedsontzeggingen.
of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. De burgemeester kan rekening houden met de ernst van de strafbare feiten of de openbare orde verstorende handelingen. 2.Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid of met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen, kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod als bedoeld in dat lid is gegeven en die binnen zes maanden opnieuw een of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen zich ten hoogste twee weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3.De burgemeester beperkt krachtens het eerste en tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
5.Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. 6.De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over gebiedsontzeggingen.
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, [onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Het is verboden op een openbare plaats in een voertuig – daaronder ook inbegrepen een kampeermiddel als
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Artikel vervalt vanwege nieuw artikel 2:54.
5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
5:31c Toegangsbeperking strand ter bescherming van strandbroeders
vermeld in artikel 4:17 - te overnachten dan wel een dergelijk voertuig op een openbare plaats te parkeren met het kennelijk doel dit als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. Nieuw artikel.
Nieuw artikel.
1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoer van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. vijf of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 1.
Ter bescherming van de broed- en ruiperiode van strandbroeders zoals de strandplevier geldt in de periode van 15 maart tot en met 30 september een toegangsbeperking voor nader af te zetten gedeelte(n) van het ‘Verklikkerstrand’ vanaf duinovergang Verklikkerpad (overgang nr. 11) tot duinovergang Watergat (overgang nr. 13). 2. De locatie en omvang van het in het eerste lid bedoelde af te zetten gebied/gebieden is afhankelijk van factoren zoals broedplaatsen in voorgaande jaren en potentiële nieuwe broedplaatsen.
3. Het is verboden zich in het in het eerste lid bedoelde afgezette gebied te bevinden gedurende de periode 15 maart tot en met 30 september met uitzondering van de bij het plaatsen en onderhouden van de afzetting(en) betrokken personen.