CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Rapport 'Onderzoek maatstaf centrumfunctie'

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Decembercirculaire gemeentefonds 2020 en decemberbrief coronacompensatie (381622) Thema Bestuur en Burgerzaken10.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast zijn gegevens over bijvoorbeeld banen niet beschikbaar per woonkern. Om die reden is gezocht naar een meer objectievere benadering van ‘aantrekkelijkheid’ van een kern. Voorgesteld wordt om aantrekkelijkheid breder te definieren en aan te sluiten bij een objectieve maat zoals omgevingsadressendichtheid. De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt in adressen per vierkante kilometer en beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, naar school gaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Dit leidt tot een bredere operationalisatie dan alleen economisch of historisch. Onderzocht is of kernen verzwaard kunnen worden met een ‘oad-score’. Dit blijkt goed mogelijk en levert uiteindelijk drie voorstellen op die kunnen worden verkend in het onderzoek Herijking gemeentefonds22: • lokale centrumfunctie; 3.

22

Zie eindrapport eerste fase: Cebeon (2020). Herijking gemeentefonds: klassieke taken en inkomsten: verdeling algemene uitkering op basis van regressieanalyse (publicatie april 2020).

Onderzoek maatstaf centrumfunctie van gemeente

24

• •

regionale centrumfunctie; landelijke (of bovenregionale) centrumfunctie.

4.

Wat is de samenhang tussen de nieuwe en bestaande maatstaven (niet zijnde de klantenpotentiëlen) in de verdeling? Deze vraag is onderwerp van de herijking. De samenhang in de verdeling hangt mede af van het cluster. In onderstaande tabel vatten we de werking van de nieuwe maatstaf samen in relatie tot inwoners grootte groepen. Zichtbaar is dat de landelijke centrumfunctie de 100.000-plus gemeenten bediend (ten nadele van kleinere gemeenten). Bij de regionale en lokale centrumfunctie neemt dit effect af. Dit wordt ook beoogd met deze maatstaven. Tabel 5.1:

Werking centrumfunctie per groottegroep kplok* % inwoners

kpreg* in % inwoners

0-20.000 inwoners

Aantal inwoners (x 1.000.000) 1,5

-79%

Landelijke functie in % inwoners -92%

Regionale functie in % inwoners -46%

Lokale functie in % inwoners -29%

-20%

20-50.000 inwoners

6,0

-8%

-52%

-70%

-22%

-11%

50-100.000 inwoners

3,3

3%

-5%

-25%

4%

4%

100-250.000 inwoners

3,9

10%

52%

38%

22%

13%

>250.000 inwoners

2,4

106%

210%

44%

18%

Maatstaf

12%

*kplok = lokaal klantenpotentieel volgens definitie huidige maatstaf en kpreg = regionaal klantenpotentieel volgens definitie huidige maatstaf. Toelichting: in de tabel staat het percentage potentiële klanten ten opzichte van de inwoners van een groottegroep. In alle varianten is het klantenpotentieel van 100.000+ gemeenten groter dan het aantal inwoners.

5.

Op welke wijze moet de nieuwe maatstaf worden onderhouden? Is de maatstaf eenvoudig van een update te voorzien ten bate van periodiek onderhoud in het gemeentefonds? De basisgegevens in dit onderzoek zijn verzameld door het CBS. Op basis van deze gegevens kan elk jaar een update worden gemaakt. Het is de vraag of het nodig is elk jaar opnieuw de afstanden tussen kernen te bepalen met de RWS-wegenkaart. Het is denkbaar om voor het onderhoud een periode van bijvoorbeeld 3 jaar of langer aan te houden. Dit komt de stabiliteit van de maatstaf ten gunste.

Onderzoek maatstaf centrumfunctie van gemeente

25

Bijlagen

A

Beschrijving van de aangeleverde CBS-data Deze bijlage beschrijft gehanteerde definities bij afleiding van data ten behoeve van herontwerp Centrumfunctie. Deze bijlage is opgesteld door het CBS en is integraal overgenomen. We danken het CBS voor de geleverde data en aangeleverde toelichting. Afleiden zwaartepunt kernen Per gemeente afzonderlijk zijn kernen afgeleid volgens de methodiek 2001. Hierbij worden de volgende stappen onderscheiden. -

-

Afleiden verblijfplaatsen als verzameling van verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen per 1 januari per gemeente. Verblijfplaatsen zijn actieve objecten geselecteerd uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen op 1 januari 00:00 uur van het betreffende jaar met de status ‘Verblijfsobject in gebruik’, ‘Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten)’ en ‘Verblijfsobject buiten gebruik’ voor verblijfsobjecten en de status ‘Plaats aangewezen’ voor standplaatsen en ligplaatsen. Classificering van een 500 meter bij 500 meter vierkant als kernvierkant bij minimaal 25 verblijfplaatsen per vierkant ongeacht het aantal gemeenten. Per gemeente alle kernvierkanten selecteren wanneer er minimaal één adres van die gemeente in een dergelijk kernvierkant gelegen is. Vorming van woonkernen per gemeente door met zijden aaneengelegen kernvierkanten samen te voegen tot één gebied. De woonkernen krijgen een volgnummer per gemeente. Voor die woonkernen per gemeente het zwaartepunt af te leiden als gemiddelde van de coördinaten van alle verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen gelegen binnen de betreffende kern. De coördinaat van het zwaartepunt wordt afgerond op gehele meters.

Aantal inwoners binnen woonkern Aantal inwoners uit de Basis Registratie Personen (BRP) woonachtig binnen de afzonderlijke kern van de gemeente. Totaal aantal inwoners Inwoners uit het gebied buiten de kernen per gemeente worden verdeeld over alle woonkernen per gemeente naar rato van het aantal inwoners binnen een woonkern ten opzichte van alle inwoners binnen de woonkernen van die gemeente. Het aantal inwoners wordt afgerond op gehele aantallen. Aantal vierkanten woonkern Aantal 500 meter bij 500 meter vierkanten per kern waaruit deze is gevormd. Gemiddelde OAD per woonkern Gemiddelde Omgevingsadressendichtheid (OAD) per kern berekend uit de OAD gekoppeld aan alle verblijfplaatsen binnen die kern. Het CBS gebruikt de Omgevingsadressendichtheid (OAD) ter bepaling van de mate van concentratie van menselijke activiteit - wonen, winkelen en werken. De OAD wordt berekend met behulp van alle verblijfplaatsen in Nederland. De OAD van een verblijfplaats (hoofdadres) is het aantal verblijfplaatsen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom die verblijfplaats, gedeeld door het oppervlakte van de cirkel. De OAD wordt uitgedrukt in adressen per vierkante kilometer.

De waarde van de OAD wordt operationeel berekend per vierkant van 500 bij 500 meter waarbij gegevens van de twaalf omringende vierkanten worden gebruikt en toegekend aan alle verblijfplaatsen gelegen in dat vierkant. De OAD wordt afgeleid met gebruik van het aantal in gebruik zijnde Verblijfsobjecten, Ligplaatsen en standplaatsen uit de BAG. Bij de nalevering van de OAD op 26 september 2019 zijn verblijfplaatsen met hun OAD gelegen buiten de kernen toegewezen aan de meest nabije kern binnen de gemeente. Meest nabij in de zin van hemelsbrede afstand tot dichtstbijzijnde zwaartepunt van de kernen binnen de gemeente.

Aantal ontvangers WW, Bijstand en Arbeidsongeschiktheid Inwoners die een WW-uitkering ontvangen, een bijstand- of bijstand gerelateerde uitkering dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het gaat om uitkeringen aan inwoners tot de AOW-leeftijd. Een persoon die meerdere type uitkeringen ontvangt wordt éénmalig geteld. Aantal ontvangers WW, Bijstand en/of Arbeidsongeschiktheid per woonkern zijn die ontvangers woonachtig binnen de woonkernen vermeerderd met de ontvangers uit het gebied buiten de kernen per gemeente verdeeld naar rato van het aantal ontvangers binnen een woonkern ten opzichte van alle ontvangers binnen de woonkernen van die gemeente. Het aantal ontvangers wordt afgerond op gehele aantallen. Werkloosheidwet De werkloosheidswet (WW) heeft tot doel werknemers te verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. De wet voorziet in een uitkering die gerelateerd is aan het laatstverdiende inkomen uit dienstbetrekking. De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de verzekerde. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeelt of men voor een WW-uitkering in aanmerking komt. Bijstand en bijstand gerelateerde uitkering.

De Participatiewet vervangt met ingang van 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong). De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen. Werk gaat voor inkomen: oogmerk van de wet is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten. De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid. Arbeidsongeschiktheid Inwoners die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong). De wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft als doel om mensen in loondienst te verzekeren van een loon vervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

De wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.

30

De wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) is een wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd. Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden en een opleiding of studie volgen. Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden. In tegenstelling tot de 'oude' Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen. De 'oude' Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd. De werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zo opgezet dat een persoon gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken. De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). De IVA regelt een loon vervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.

De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.

Aantal koopwoningen Hierbij worden de eigenaren volgens de WOZ in het Inkomens Informatie Systeem (IIS-WOZ) gekoppeld aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en aan de Basis Registratie Personen (BRP). Koopwoningen zijn BAG verblijfsobjecten met minimaal een woonfunctie gekoppeld aan WOZ-objectcode 10 en 11 en die eigendom zijn van de (toekomstige) bewoner(s) of in gebruik als tweede woning.

Gemiddelde WOZ-waarde woningen De hier berekende WOZ-waarde het gemiddelde van het aantal objecten met minimaal een woonfunctie in de BAG en een toegewezen WOZ-waarde groter dan nul en gelegen binnen de woonkernen. Het gemiddelde wordt berekend wanneer deze woningen koppelen met de volgende twee WOZ-objectcodes: 1. Woningen dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10). Hieronder worden onroerende zaken verstaan die als één geheel gedurende het gehele jaar worden gebruikt om in te wonen. Dit betreft zelfstandige woningen voor één- of meerpersoonshuishoudens waarin geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden of in ieder geval geen aan het object zichtbare bedrijfsmatige activiteiten. 2. Woningen met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11). Dit zijn onroerende zaken die in hoofdzaak voor wonen worden gebruikt en waarin de bewoner tevens in het kader van een zelfstandig beroep of bedrijf activiteiten verricht. De gemiddelde waarde wordt vermeld bij voldoende spreiding van WOZ-waarden binnen een vierkant of postcode. De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek Waardering Onroerende Zaken. Het betreft voorlopige cijfers. Het aantal objecten met een vastgestelde WOZ-waarde kan daarmee verschillen met de definitieve cijfers die pas enkele jaren later vastgesteld worden.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9681512/1